RIS322027 Beantwoording SV Naleving taaleis in de bijstand
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
18 juni 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Hofstra, luidend: ‘Naleving taaleis in de bijstand’
SZW/10906445 RIS322027
Het raadslid mevrouw Hofstra heeft op 14 april 2025 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht, luidende: Naleving taaleis in de bijstand. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 14 april jl. publiceerde NRC een artikel waaruit blijkt dat gemeenten in Nederland de wettelijke taaleis in de Participatiewet nauwelijks uitvoeren. In twee jaar tijd zijn landelijk slechts drie bijstandsuitkeringen verlaagd vanwege het niet voldoen aan de taaleis. Dat roept ook vragen op over de situatie in Den Haag. De Haagse VVD vindt dat de weg uit de bijstand via werk loopt. Taalvaardigheid is daarbij essentieel: wie de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, heeft minder kansen op werk, blijft langer afhankelijk van een uitkering en wordt belemmerd in zijn of haar participatie in de samenleving. De taaleis is geen strafmaatregel, maar een stimulans tot zelfstandigheid en maatschappelijke kansen. 1.
Klopt het dat de gemeente Den Haag sinds de invoering van de taaleis in 2016 geen enkele bijstandsuitkering heeft verlaagd vanwege het niet voldoen aan deze eis? Zo ja, wat is hiervoor de reden? Kan het college toelichten hoe de wettelijke verplichting tot toetsing van het taalniveau wordt ingevuld, en welke gevolgen hieraan verbonden zijn als iemand niet aan de taaleis voldoet?
Het college controleert bij instroom in de bijstand of mensen voldoen aan de taaleis. 1 Circa 80% voldoet bij instroom aan de taaleis, inhoudende dat zij tenminste 8 jaren Nederlands onderwijs hebben gevolgd, dan wel een inburgeringsexamen of een voldoende hebben gescoord op de taaltoets. Van de circa 20% die niet aan de taaleis voldoet, krijgt ongeveer de helft een vrijstelling voor de taalverplichting op grond van medische of sociale beperking of het volgen van een inburgeringstraject. Voor de circa 10% die overblijft is het leren van de Nederlandse taal onderdeel van een participatie- of re-integratietraject. Hiermee spannen zij zich voldoende in om de Nederlandse taal te leren. Als het college bij bijstandsgerechtigden uit deze groep een verlaging oplegt, is dat onder de algemene definitie van het niet of onvoldoende medewerking verlenen aan het participatie- of reintegratietraject. Het opleggen van maatregelen op grond van het niet of onvoldoende inspannen op grond van de taaleis is daarom niet aan de orde geweest. 1 Van de mensen die vanaf 1 januari 2025 zijn ingestroomd in de bijstand, is van 715 mensen per 1 mei 2025 bekend dat:
• •
581 van hen voldeed aan de taaleis (81,3%) 134 van hen niet voldeed aan de taaleis (18,7%), waarvan: 73 mensen zijn vrijgesteld van de taalverplichtingen (10,2%) 61 mensen een taalverplichting hebben (8,5%)
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10906445
2.
Op welke wijze wordt in Den Haag vastgesteld of een bijstandsgerechtigde voldoet aan de taaleis? Wordt daarbij actief getoetst of is sprake van een zelfverklaring?
Het college toetst het taalniveau door van alle nieuwe bijstandsgerechtigden een schriftelijke verklaring te vragen of zij tenminste 8 jaar Nederlandstalig onderwijs hebben gevolgd. Als het antwoord hierop “nee” is, vraagt het college of zij een kopie van het inburgeringsexamen of van een ander document, waaruit blijkt dat zij de Nederlandse taal beheersen, kunnen overleggen. Als zij de verklaring of de kopie niet kunnen geven, wordt per individuele bijstandsgerechtigde bekeken of er een taaltoets moet worden afgenomen. Op grond van een inburgeringstraject of medische- of sociale beperkingen is dat niet aan de orde. Als er wel een taaltoets wordt afgenomen en de score op de taaltoets voldoende blijkt, is voldaan aan de taaleis. 3.
Deelt het college de opvatting van de Haagse VVD dat een basisniveau van de Nederlandse taal essentieel is om de kans op werk en participatie in onze samenleving te vergroten? Zo nee, waarom niet?
Het college deelt de opvatting, dat taal belangrijk is om mee te kunnen doen in de samenleving. Daarom financiert de gemeente taalaanbod voor verschillende groepen mensen in de gemeente Den Haag, waaronder op maat gesneden taaltrajecten voor bijstandsgerechtigden die op grond van de taaleis de Nederlandse taal moeten leren. 4.
Is het college bereid om inzichtelijk te maken hoeveel mensen in Den Haag een bijstandsuitkering ontvangen zonder over een basisniveau van de Nederlandse taal te beschikken? Indien het college dit niet kan of wil doen: waarom niet?
Voor het college is het inzichtelijk hoeveel mensen in Den Haag een bijstandsuitkering ontvangen zonder over een basisniveau van de Nederlandse taal te beschikken (zie de percentages en aantallen, genoemd in het antwoord op vraag 1). 5.
Is het college het met de Haagse VVD eens dat het noodzakelijk is om deze groep in kaart te brengen, zodat gerichte ondersteuning mogelijk wordt? Zo nee, waarom niet?
Het college heeft de groep van mensen, die een bijstandsuitkering ontvangen zonder over een basisniveau van de Nederlandse taal te beschikken, in beeld. 6.
Welke taalcursussen of trajecten worden momenteel aangeboden aan bijstandsgerechtigden met een taalachterstand? Hoe wordt deelname daaraan gemonitord, en hoeveel mensen ronden deze succesvol af?
Het college biedt taaltrajecten aan van een externe aanbieder aan bijstandsgerechtigden als onderdeel van de ontwikkeling richting werk of participatie. De ontwikkeling van het taalniveau en de aanwezigheid van de betreffende bijstandsgerechtigden worden gemonitord voor deze taaltrajecten door de taalaanbieder (Capabel Taal). In 2024 waren 484 mensen actief op deze taaltrajecten en in datzelfde jaar hebben 168 mensen de taaltrajecten succesvol beëindigd. Ook maken veel bijstandsgerechtigden gebruik van het informele taalaanbod dat vanuit het actieplan Taal en de budgetten Volwasseneneducatie beschikbaar is.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10906445
In het NRC-artikel van 14 april jl. geeft de staatssecretaris voor Participatie en Integratie aan dat het Rijk “samen met gemeenten” werkt aan een nieuwe, heldere invulling van de taaleis in de bijstand. Daarbij stelt hij nadrukkelijk: “Niet handhaven, zoals sommige gemeenten doen, is wat mij betreft geen optie.” 7.
Is het college het met de Haagse VVD eens dat het wenselijk is dat de gemeente Den Haag actief meedenkt over de vormgeving van de taaleis in de nieuwe wet?
Zie antwoord op vraag 8 8.
Is het college het met de Haagse VVD eens dat het goed zou zijn als de gemeente Den Haag betrokken is bij dit landelijke traject? En is het college bereid om mee te denken met de herziening van de wet, zodat deze effectiever handhaafbaar wordt?
Het college vindt het altijd belangrijk dat landelijk beleid in afstemming met de VNG en gemeenten wordt opgesteld, zodat het beleid op lokaal niveau begrijpelijk en uitvoerbaar is. Het college zal de ontwikkelingen rond herzieningen van de wet met betrekking tot de taaleis actief volgen vanuit de VNG Adviescommissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie (PSI). Als het college gevraagd wordt om mee te denken over de vormgeving van de taaleis in de nieuwe wet, wil het college dat graag doen. Het college merkt wel op dat in het regeerprogramma is opgenomen dat het kabinet de Participatiewet wil herzien en daarbij de focus wil leggen op vertrouwen, menselijke maat en vereenvoudiging. Het handhaven van de taaleis, in de zin van bestraffen, staat daar haaks op. Als het kabinet de integratie wil bevorderen, is het noodzakelijk dat eerst de inburgering op orde is en dat gemeenten in staat worden gesteld om dit op een goede manier uit te voeren. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3