RIS321990 Bijlage 9 Ontwerp bestemmingsplan Escher gardens zonder bijlagen toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Escher Gardens Ontwerp
Ontwerp, d.d. 28 november 2023
Escher Gardens
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Inhoudsopgave
Samenvatting
3
2
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Samenvatting Escher Gardens is een nieuwbouwontwikkeling met een bouwhoogte van ca. 160 meter hoog, die bestaat uit twee woontorens bovenop een stedelijke laag met kantoren, commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Het bouwplan voorziet in een gemengd woonprogramma met maximaal 1.250 woningen voor studenten, starters en gezinnen. Escher Gardens is onderdeel van de integrale gebiedsontwikkeling HS Kwartier (NvU HS Kwartier; RIS301942), rondom Station Hollands Spoor. In de gebiedsontwikkeling wordt gewerkt een goed bereikbaar hoogstedelijk gebied met ruimte voor wonen, werken, voorzieningen en groen. Ten behoeve van de gebiedsontwikkeling wordt de Waldorpstraat afgewaardeerd voor doorgaand gemotoriseerd verkeer om ruimte te creëren voor de realisatie van een groene stadsboulevard. HS Kwartier is onderdeel van de bredere gebiedsontwikkeling Laakhavens (Ontwikkelvisie Laakhavens; RIS311821) en ligt in het Central Innovation District (Structuurvisie CID; RIS307135). Het plangebied van Escher Gardens ligt in het stadsdeel Laak van de gemeente Den Haag, direct ten zuiden van de spoorlijn Den Haag – Rotterdam en wordt begrensd door de Waldorpstraat, het ROC Mondriaan en het stationsplein.
Aangezien de voorgenomen ontwikkeling niet past in het ter plaatse geldende bestemmingsplan, wordt middels het voorliggende bestemmingsplan voor Escher Gardens een nieuw bestemmingsplan opgesteld waarmee, na vaststelling hiervan door de gemeenteraad, hierin wordt voorzien. Daarbij geldt dat de verbrede reikwijdte ingevolge de Crisis- en herstelwet op bestemmingplan van toepassing is, omdat het plangebied binnen het Central Innovation District (CID) ligt - het CID maakt deel uit van een pilot in het kader van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, waarin vooruitlopend op de Omgevingswet mag worden geëxperimenteerd met enkele nieuwe instrumenten uit deze wet, zoals een bredere reikwijdte (gericht op de gehele fysieke leefomgeving) en het gebruik van open normen (uitleg afhankelijk van beleidsregels). De verbrede reikwijdte komt in bestemmingsplan Escher Garden tot uiting door de toepassing van open normen, ten aanzien van een aantal nieuwe thema's zoals klimaatadaptatie, energie, en duurzaamheid, waardoor het mogelijk is om snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, zodat nieuwe initiatieven daaraan getoetst kunnen worden.
Aangezien de ontwikkelingen die voorts mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan voor het overige vrij concreet zijn, zijn de bestemmingsbepalingen nog conform de traditionele manier van werken, waarbij wordt gewerkt met bestemmingen op de plankaart en bijbehorende concrete bouw- en specifieke gebruiksregels in de planregels. Het plan vormt daarmee een mix tussen de traditionele manier van werken en de nieuwe manier van werken onder de Omgevingswet. Doordat de beoogde realisatie van Escher Gardens, onderdeel uitmaakt van het CID, is daarnaast de structuurvisie CID met bijbehorende PlanMER hierop van toepassing. Het bestemmingsplan Escher Gardens past binnen de uitgangspunten hiervan. Als nadere uitwerking van de PlanMER is ten behoeve van het bestemmingsplan Escher Gardens een Project-MER opgesteld. De aanbevelingen uit het Project-MER zijn, voor zover mogelijk, geborgd in de planregels van het bestemmingsplan. Omdat met dit bestemmingsplan hoogbouw van ca.
160 meter hoog wordt mogelijk gemaakt, conform de uitgangspunten voor verdichting binnen het CID, de Nota Hoogbouw (Eyeline en Skyline RIS 298448), de NvU HS Kwartier (RIS301942), en de Ontwikkelvisie Laakhavens (RIS311821), behoeft voorts aandacht dat de realisatie van dergelijke hoogtes tot knelpunten kunnen leiden in relatie tot vastgesteld gemeentelijk beleid ten aanzien van bijvoorbeeld bezonning, windhinder en parkeren. Dit komt doordat het vigerende beleid ten aanzien van deze thema's is opgesteld in een periode waarin hoogbouw met dergelijke hoogtes nog niet of nauwelijks werd voorzien in drukbevolkte binnenstedelijke gebieden zoals het CID. Hoe met de uitgangspunten uit dit beleid wordt omgegaan en hoe is omgegaan met de aanbevelingen uit de Project-MER in onderhavig bestemmingsplan is gemotiveerd in hoofdstukken 3 en 5 van de toelichting.
3
Bestemmingsplan Escher Gardens Ontwerp
Ontwerp, d.d. 28 november 2023
Escher Gardens
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Bestemmingsplan verbrede reikwijdte 1.6 Leeswijzer
7 7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Positie in de stad 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Cultureel erfgoed 2.4 Ruimtelijke structuur 2.5 Functionele structuur
11 11 11 11 11 12
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Programma 3.3 Bouwplan 3.4 Mobiliteit 3.5 Vergroening 3.6 Duurzaamheid 3.7 Beeldkwaliteitsplan
15 15 16 17 18 19 20 22
Hoofdstuk4 Beleidskaders 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
23 23 24 26 27
Hoofdstuk5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Energie 5.3 Inrichting buitenruimte 5.4 Verkeer en parkeren 5.5 Sociale veiligheid 5.6 Externe veiligheid 5.7 Luchtkwaliteit 5.8 Bodem 5.9 Natuurbescherming 5.10 Geluid 5.11 Geur 5.12 Stadsklimaat 5.13 Waterparagraaf 5.14 Trillingen 5.15 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.16 Erfgoed en monumenten
63 63 67 68 69 75 76 80 81 82 87 91 92 100 108 111 114
Hoofdstuk6 Keuze en verantwoording van bestemmingen 6.1 Keuze en verantwoording van bestemmingen
115 115
2
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
6.2
Toelichting op de regels
Hoofdstuk7
117
Economische uitvoerbaarheid
121
Hoofdstuk8 Overleg en inspraak 8.1 Inspraak- en participatie 8.2 Artikel 3.1.1 Bro-overleg
123 123 123
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Milieu effect rapportage Escher Gardens
Bijlage 2
Bijlagen MER Escher Gardens 09022023
Bijlage 3
Windklimaatonderzoek 26102022
Bijlage 4
Bezonningsonderzoek 15112022
Bijlage 5
Watersleutel 28102022
Bijlage 6
Monumentale bomen (lijst)
Bijlage 7
Monumentale bomen (kaart)
Bijlage 8
Ladderonderzoeken Spoorzone HS 290720
Bijlage 9 Akkoestischonderzoek hogere waardenbesluit Wet geluidhinder bestemmingsplan Escher Gardens Bijlage 10
Rapportage netwerkstudie KNIP Waldorpstraat
3
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
4
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Toelichting
5
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
6
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
De gemeente Den Haag wil een integrale herontwikkeling van het gebied ten zuiden van station Hollands Spoor. De herontwikkeling bevat onder andere het toevoegen van woningbouw, kantoren en commerciële en maatschappelijke voorzieningen en een herinrichting van de openbare ruimte. De ontwikkeling maakt onderdeel uit van de ontwikkelingen in het Central Innovation District, deelgebied Laakhavens.
1.2
Doel van het bestemmingsplan
Het doel van bestemmingsplan is het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling van de kavel Escher Gardens (voorheen K+R kavel) binnen het plangebied conform de kaders van de vastgestelde Nota van Uitgangspunt HS Kwartier zoals omschreven in hoofdstuk 4 van de toelichting.
1.3
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied ligt in het stadsdeel Laak van de gemeente Den Haag. Het bestemmingsplangebied ligt direct ten zuiden van de spoorlijn Den Haag-Rotterdam en wordt begrensd door de Waldorpstraat, het ROC Mondriaan en gebouw 'The Globe'. Het zuidwestelijke deel van het plangebied staat bekend als ‘de K+R kavel’ en wordt deels gebruikt als parkeerterrein. Het noordoostelijke deel omvat het stationsplein en de daaraan gelegen commerciële voorzieningen en fietsenstalling.
7
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Afbeelding 1: ligging plangebied
1.4
Geldende planologische regelingen
1.4.1
Vigerend bestemmingsplan
Het bestemmingsplan Escher Gardens vervangt (gedeeltelijk) de volgende bestemmingsplannen: bestemmingsplan Laakhavens
vastgesteld 27-11-2013
goedgekeurd NVT
Afbeelding 2: vigerende stedenbouwkundige regelingen.
8
onherroepelijk 17-04-2015
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
1.4.2
Parapluherzieningen
Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. b. Parapluherziening Flitsbezorging, vastgesteld 1 december 2022, geheel onherroepelijk 3 februari 2023, waardoor de vestiging van nieuwe flitsbezorgingondernemingen in detailhandelsbestemming binnen de Haagse Hoofdwinkelstructuur wordt uitgesloten.
1.5
Bestemmingsplan verbrede reikwijdte
Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan maakt deel uit van het Central Innovation District (CID). Het CID is middels de 7e tranche van de Regeling Crisis- en herstelwet opgenomen in artikel 7c Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (BChw). Dit artikel biedt gemeenten mogelijkheden om te experimenteren met een bredere reikwijdte van bestemmingsplannen en vooruit te lopen op de komst van de Omgevingswet. De verbreding van de reikwijdte betekent onder meer dat milieuaspecten in het plan kunnen worden gereguleerd en dat maatregelen voor omgevingsaspecten zoals natuur, verkeer, cultuurhistorie rechtstreeks in het plan kunnen worden opgenomen (voor zover die al niet op Rijks- of provinciaal niveau wordt gereguleerd). Ook biedt de verbrede reikwijdte mogelijkheden tot opname van lokale verordeningen in het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan verbrede reikwijdte kan functies aan locaties toedelen, waarbij globaal onderzoek kan worden uitgevoerd. Pas wanneer zich een concreet initiatief voordoet dient onderzoek plaats te vinden naar de precieze invulling.
1.6
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 is de aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte voor het plangebied Escher Gardens aangegeven. Ook zijn de doelen die met het bestemmingsplan worden beoogd, omschreven. Om deze doelen in een bestemmingsplan gestalte te geven wordt enerzijds in hoofdstuk 2 de bestaande situatie beschreven, anderzijds is voor de verduidelijking van een deel van de doelen in de hoofdstukken 3 en 4 een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's en regelingen die op dit plangebied van toepassing zijn. Daaruit zijn vervolgens beleidsuitspraken voor het plangebied afgeleid. Hoofdstuk 4 bevat de beleidsuitspraken ten aanzien van ruimtelijk en sectoraal beleid, hoofdstuk 5 ten aanzien van de (milieu)kwaliteitseisen. Bij de keuze van bestemmingen in hoofdstuk 6, is aangeven welke bestemmingen en bestemmingsregelingen uit deze beleidsuitspraken zijn afgeleid voor de bestaande (en de te ontwikkelen) situatie. In dit hoofdstuk worden buiten de planbeschrijving, ook de gekozen bestemmingen en bestemmingsregelingen globaal beschreven. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 7 ingegaan. In hoofdstuk 8 wordt verslag gedaan van het wettelijk vooroverleg en de inspraak.
9
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
10
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de bestaande situatie
Positie in de stad
De locatie is gelegen in Laakhavens en maakt onderdeel uit van het Central Innovation District (CID). Het CID karakteriseert zich als een innovatief en bedrijvig kennisecosysteem. Een belangrijk deel van de woningbouwopgave van Den Haag zal in het CID landen. De stationsomgevingen zijn belangrijke economische brandpunten met de hoogste bebouwingsdichtheden.
2.2
Ontstaansgeschiedenis
In 1840 kreeg Den Haag een station aan de nieuwe spoorlijn tussen Rotterdam en Amsterdam. Rond 1900 werd de Haagse haven gegraven en transformeerde de polder naar een industriegebied. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft het gebied gefunctioneerd als een belangrijk 'binnenstedelijk' bedrijventerrein. In de jaren negentig is de havenarm van Laakhaven centraal gedempt en deed de grootschalige detailhandel zijn intrede. Grootschalige en grove bouwvolumes zoals het Gamma-blok, het Praxisblok en de Megastores domineren het ruimtelijke beeld. Rond de eeuwwisseling begon de sprong van het centrum over het spoor. Met de komst van de Haagse Hogeschool in 1996 werd een eerste begin gemaakt naar een omvangrijke transformatie van het gebied waarin onderwijs, wonen en kantoren een prominente plaats kregen.
2.3
Cultureel erfgoed
In het plangebied zelf bevinden zich geen specifieke cultuurhistorische waarden die beschermd dienen te worden. Het nabijgelegen station Hollands Spoor is een rijksmonument, evenals het Stationspostkantoor.
2.4
Ruimtelijke structuur
2.4.1
Stedenbouwkundige structuur
De ontwikkeling van het CID bouwt voort op de bestaande stedelijke gridstructuur van Den Haag. Deze lange lijnen, van parallel aan en haaks op de kust, zijn de bestaande ruimtelijke dragers van de stad. Hieraan liggen grootschalige bouwvolumes. De Waldorpstraat is één van die lange lijnen die verschillende deelgebieden in het CID met elkaar verbindt. Het spoor verbindt Den Haag met Delft en Rotterdam maar is op plaatselijk niveau ook een barrière. 2.4.2
Verkeer en infrastructuur
2.4.2.1 Gemotoriseerd verkeer De Waldorpstraat is momenteel een wijkontsluitingsweg en faciliteert zowel het bestemmingsverkeer van en naar het gebied als doorgaand verkeer tussen de centrumring (Calandstraat) en het Rijswijkseplein/het Schenkviaduct. Conform de structuurvisie CID is de inzet om het doorgaand gemotoriseerd verkeer te weren. Daarom wordt een verkeersbesluit in het kader van de Wegenverkeerswet 1994 voorbereid voor de afwaardering van de Waldorpstraat voor doorgaand gemotoriseerd verkeer (zie hoofdstuk 3). 2.4.2.2 Openbaar vervoer De locatie is uitstekend ontsloten voor het openbaar vervoer. Intercitystation Hollands Spoor ligt direct naast het plangebied, en haltes voor tram en bus liggen binnen een paar minuten loopafstand zowel aan de centrumzijde van het spoor als aan de Laakhavenzijde.
11
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
2.4.2.3 Langzaam verkeer De nabijgelegen Campus van de Haagse Hogeschool trekt veel voetgangers en fietsers. De Waldorpstraat maakt onderdeel uit van het netwerk van sterfietsroutes richting Rijswijk, Delft en Leiden. Onder het spoor gaat de stationstunnel voor langzaam verkeer richting de Stationsbuurt die weer aansluit op de Haagse loper voor de voetganger richting Centrum en op de hoofd- en sterfietsroutes aan de centrumzijde van het spoor. 2.4.2.4 Parkeren Momenteel is op een deel van de locatie openbaar parkeren (Kiss and Ride) toegestaan ten behoeve van het station. Op korte afstand ligt een commerciële parkeergarage (Q-park Laakhaven-HS).
2.5
Functionele structuur
De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door het intercitystation Hollands Spoor met het stationsplein, kantoorbebouwing en onderwijsinstellingen. De Laakzijde entree van het station is recent getransformeerd tot een volwaardige tweede entree met een fietsenstalling op hoogte en op reizigers gerichte horeca. De vernieuwde entree is in 2020 opgeleverd. Het nabijgelegen monumentale Stationspostgebouw is verbouwd en dient als hoofdkantoor voor PostNL. In gebouw 'The Globe' komen verschillende functies samen waaronder kantoren, sportfaciliteiten en vergaderzalen. In 2022 is vergunning verleend voor de bouw van 'The Grace', een hoogbouwflat met ca. 1.411 woningen en voorzieningen in de plint. De zogeheten 'K+R' kavel is onbebouwd en wordt in de huidige situatie deels gebruikt als tijdelijk parkeerterrein. De K&R-kavel ligt in de bestemming Verkeer-Openbaar vervoer station. Daarnaast heeft de K&R Kavel een bouwvlak met de functieaanduiding Kantoor. De maatvoering die in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen voor de functieaanduiding Kantoor heeft een maximum bebouwingspercentage van 55% en een maximum bruto-vloeroppervlak van 20.000 m². De maximum bouwhoogte is 40 meter. Van deze planologische mogelijkheid is tot op heden geen gebruik gemaakt.
12
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Afbeeldingen 3, 4 en 5: K+R kavel.
13
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
14
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Inleiding
De plannen voor het gebied in de nabijheid van station Hollands Spoor zijn neergelegd in de Nota van Uitgangspunten HS Kwartier (RIS301942, 2019). Deze nota is een uitwerking van de Gebiedsagenda College Campus HS; Hollands Spoor / Laakhavens (RIS30132, 2019).
Afbeelding 3.1.1 Uitsnede Nota van Uitgangspunten HS Kwartier; ontwikkelplots. In de Nota van uitgangspunten zijn verschillende ontwikkelvelden benoemd in de zone tussen het spoor en de Waldorpstraat en zijn de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten opgenomen. Belangrijke elementen hieruit zijn: een 'knip' in de Waldorpstraat voor gemotoriseerd verkeer: het viaduct verdwijnt; vergroening van de openbare ruimte; voldoende ruimte in de ondergrond voor energienetwerken, wateropvang en leidingen; een hoogbouwcluster rond het station, waarbij de uitgangspunten van de nota Haagse Hoogbouw worden gevolgd; gemengd programma met een aantrekkelijke, levendige plint; logistieke functies inpandig oplossen.
15
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Afbeelding 3.1.2 Overzicht ruimtelijke kaders Nota van Uitgangspunten HS kwartier. Verdere uitwerking heeft geleid tot het bouwplan dat nu in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. In december 2022 is de Ontwikkelvisie Laakhavens (RIS311821) vastgesteld, waarin het ruimtelijk toekomstperspectief voor Laakhavens is vastgelegd. De uitgangspunten voor de ontwikkeling van het stationsgebied uit de NvU HS Kwartier zijn hierin overgenomen.
3.2
Programma
Het bestemmingsplan Escher Gardens maakt het volgende programma mogelijk: maximaal 1.250 woningen; minimaal 10.000 en maximaal 20.000 m² kantoorruimte; minimaal 1.000 en maximaal 3.000 m² publieksgerichte functies in de plint; ruimte ten behoeve van (fiets)parkeren, logistiek en overige ondersteunende functies. In de plint (de onderste twee bouwlagen) bevinden zich op het publiek gerichte voorzieningen zoals horeca, detailhandel en commerciële of maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast is er ruimte nodig voor logistiek, techniek en opgangen van functies op andere bouwlagen. Er kan tot 2 lagen ondergronds worden gebouwd ten behoeve van fietsparkeren en technische functies. De commerciële functies detailhandel en horeca (samen maximaal 750 m²) zijn georiënteerd op het stationsplein en de Waldorpstraat, de hoofdroute van de loopstromen. In de planregels is opgenomen dat minimaal 250 m² aan eerstelijns zorgvoorzieningen wordt gerealiseerd. In paragraaf 4.4.19 Haagse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen wordt ingegaan op het voorzieningenniveau. In de zogenaamde stedelijke laag (tot maximaal 25 m) komen kantoren en woningen. In de twee torens komen woningen en bijbehorende functies. Het plan voorziet ook in gedeelde voorzieningen zoals wasruimtes, studieplekken en een gemeenschappelijke daktuin voor onder meer de bewoners.
Gezien de ligging in de nabijheid van onderwijsinstellingen zijn studenten en starters een belangrijke doelgroep,
16
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
maar er komen ook grotere woningen die geschikt zijn voor gezinnen. In paragraaf 4.4.10 Woonvisie Den Haag 2017-2030 wordt een toelichting op het woonprogramma gegeven. Plintenstrategie De zogenoemde 'plint' is het deel van het gebouw dat vanaf de straat het meest zichtbaar is voor de langslopende voorbijganger en waar interactie plaatsvindt tussen de straat en het gebouw. Dit is de plek waar bedrijvigheid, voorzieningen en woningen zich presenteren aan de stad en waar de dynamiek en levendigheid het meest tot uiting komt. Met dit bestemmingsplan worden de hierboven beschreven functies mogelijk gemaakt in de plintruimten, die bijdragen aan een aangenaam verblijfsklimaat in het plangebied. Met de planontwikkeling wordt het levendige stationsgebied ('reuring') rondom station Holland Spoor doorgetrokken langs de Waldorpstraat in de richting van Laakhavens Centraal. De gemeenteraad heeft op 24 oktober 2022 de plintenstrategie (RIS312977) vastgesteld. De plintenstrategie bevat instrumenten waarop de gemeente op verschillende manieren kan sturen op plintinvulling. Het plangebied betreft naast het bestaande stationsentree een particuliere nieuwbouwontwikkeling, waarvoor middels de NvU HS Kwartier de ruimtelijke en programmatische kaders van de bebouwing zijn vastgesteld.
Dit maakt onderdeel uit van een bredere transformatie van Laakhavens zoals opgenomen in de Ontwikkelvisie Laakhavens. Middels de regels van het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan geeft de gemeente sturing om de gewenste invulling en uitstraling van de plint te bereiken.
3.3
Bouwplan
Het gebouw bestaat uit twee torens met een maximale hoogte van respectievelijk maximaal 156 en 165 meter, waarin het basisvolume bestaat uit een stedelijke laag van maximaal 25 meter hoog. Op het bouwplan zijn de principes uit de Nota Hoogbouw Eyeline & Skyline van toepassing.
Afbeelding 3.3.1: Verbeelding ontwerpprincipes (bron: KCAP). De torenvolumes sluiten met een vertrapping en een kroon aan op de Haagse hoogbouwvisie Eyeline Skyline. De plint van minimaal 9 meter hoog heeft een setback en een voorplein aan de Waldorpstraat en sluit zo aan op de omringende bebouwing. Een verfijning van de plint, stedelijke laag en torens zorgt voor een optimaal windklimaat op maaiveld en een prettige straatwand met zichtlijnen naar de bovenliggende terrassen. De groene terrassen zorgen voor een prettig woon- en leefklimaat en brengen Escher Gardens tot dichtbij het straatniveau.
17
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Afbeelding 3.3.2: Indicatieve impressie vanaf de hoek Waldorpstraat – Johanna Westerdijkplein (bron: KCAP).
3.4
Mobiliteit
Als onderdeel van de uitwerking van Mobiliteit op menselijke maat wordt voor het gehele plangebied een hoogwaardige openbare ruimte gerealiseerd in het gebied met hoge verblijfskwaliteit en prioriteit voor voetgangers en fietsers. Belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het gebied is het transformeren van de Waldorpstraat naar een groene stadsboulevard, met als belangrijk uitgangspunt dat het viaduct (de 'hoge Waldorpstraat') verdwijnt en dat de Waldorpstraat ter hoogte van de ontwikkeling wordt afgesloten voor doorgaand autoverkeer. In combinatie met de bouwplannen zal dit bijdragen aan een aantrekkelijke stationsomgeving en het verbeteren van de looproutes en het verblijfsklimaat in het gebied. Met de sloop van het viaduct ontstaat meer ruimte voor de fietser en voetganger in de Waldorpstraat. Het gebruik van de 'lage' Waldorpstraat door een grote hoeveelheid autoverkeer wordt voorkomen door een afsluiting van de weg ter hoogte van het plangebied. Daardoor zal de oversteekbaarheid van de Waldorpstraat voor langzaam verkeer verbeteren, o.a. nabij het Leeghwaterplein en The Globe. Tot aan het autovrije gebied kan zowel van de zijde Leeghwaterplein als vanaf de zijde van de Rijswijkseweg de Waldorpstraat wel ingereden worden door bestemmingsverkeer. Voor het busvervoer (ook NS vervoer) en de hulpdiensten blijft de route via de Waldorpstraat wel mogelijk.
De ingreep is reeds opgenomen in het No Regret pakket CID-Binckhorst (RIS 303062, 2019). Momenteel wordt een college verkeersbesluit voorbereid over deze afsluiting voor doorgaand verkeer en de impact daarvan in het gebied om te komen tot een formeel verkeersbesluit waarmee deze ingreep bij de realisatie kan worden geformaliseerd. De bebouwing aan de Waldorpstraat blijft voor het noodzakelijk verkeer (logistiek en voorrijden) bereikbaar vanaf de Rijswijkseweg of het Leeghwaterplein. Dit noodzakelijk verkeer zal buiten de rijbaan keren en manoeuvreren zodat de verkeershinder en onveilige situaties worden beperkt. De gebruikers van de ontwikkeling parkeren elders waardoor de Waldorpstraat geen aanrijroute voor dit bestemmingsverkeer is. Daarnaast blijft het wel mogelijk om via de Waldorpstraat personen nabij het station af te zetten of op te halen (Kiss and Ride). Als gevolg van de ontwikkeling zal de fietsenstalling van NS/Prorail worden aangepast. De fietsopgang die nu aan de westzijde van het stationsplein ligt, zal opschuiven naar de zijde van de Globe.
18
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
De nota Parkeernomen CID-Binckhorst (RIS3016160, 2020) is van toepassing. Het definitieve aantal wordt bepaald in het kader van de omgevingsvergunning en hangt af van het programma, dubbelgebruik, de toepassing van deelconcepten en inzet van parkeeroplossingen in de omgeving. Op dit moment is het uitgangspunt dat in het gebouw alleen fietsparkeerplaatsen (ca. 2.850) en logistieke functies komen. Autoparkeren wordt opgelost in nabijgelegen centrale voorzieningen. Voorbereiding verkeersbesluit en voorwaardelijke verplichting De geplande opwaardering van de Waldorpstraat met betrekking tot de verblijffunctie, langzaam verkeer en groen om de leefbaarheid van het gebied (en de verkeersveiligheid) te vergroten kan alleen plaatsvinden als een afwaardering voor doorgaand gemotoriseerd verkeer plaatsvindt. Dit is al geruime tijd onderdeel van de planvorming voor HS/Laakhavens. Dit is verankerd in de door de raad vastgestelde Structuurvisie CID en de Ontwikkelvisie Laakhavens. Tevens is de Raad akkoord gegaan met het bijbehorende investeringsbesluit 'Investeren in een groen HS Kwartier'. De opwaardering van de Waldorpstraat is een randvoorwaarde voor de ontwikkelingen in het Hollands Spoor (HS) Kwartier en in een later stadium ook voor de ontwikkelingen in Laakhavens Centraal.
In het gebied bij station HS zijn 3.500 woningen beoogd in combinatie met ruimte voor kantoren, onderwijs en voorzieningen. Het voorliggende bestemmingsplan voor het bouwplan Escher Gardens, is het eerste plan waarvoor de opwaardering van de Waldorpstraat tussen de Rijswijkseweg en het Leeghwaterplein een harde voorwaarde is. In het bestemmingsplan wordt dit dan ook als uitgangspunt gehanteerd en de borging ervan is daarmee een randvoorwaarde voor het bestemmingsplan. De afwaardering van de Waldorpstraat voor doorgaand gemotoriseerd verkeer wordt in aanvulling op de vastgestelde kaders en het investeringsbesluit geborgd door middel van een Verkeersbesluit in het kader van de Wegenverkeerswet. De benodigde afwaardering van de Waldorpstraat zal leiden tot verkeerseffecten in een groter gebied; zo wordt het drukker op de Neherkade. Zie hiervoor ook het onderzoek in het kader van het project- MER dat is samengevat in 5.4 Verkeer en parkeren. Daarom zijn generieke en flankerende maatregelen nodig om de negatieve effecten elders te beperken. Aangezien er tijd nodig is om deze maatregelen uit te werken en het voorliggende bestemmingsplan hierop vooruitloopt, wordt er in dit bestemmingsplan gewerkt met een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot het verkeersbesluit. Dat betekent dat Escher Gardens pas gebouwd kan worden op het moment dat het formele verkeersbesluit is genomen.
Vooruitlopend hierop is door middel van het onderzoek Rapportage netwerkstudie KNIP Waldorpstraat(zie Bijlage 10) onderbouwd dat de afwaardering van de Waldorpstraat (en het daarmee samenhangende verkeersbesluit) voor doorgaand gemotoriseerd verkeer onder voorwaarden mogelijk is. Hierbij geldt dat er mobiliteitsmaatregelen in een breder gebied genomen moeten worden. Deze set aan maatregelen wordt komende tijd verder uitgewerkt als basis voor het formele verkeersbesluit.
3.5
Vergroening
Vergroening is één van de uitgangspunten voor de ontwikkeling in het CID. Momenteel is het plangebied vrijwel geheel verhard. Het bouwplan moet voldoen aan de eisen vanuit Natuurinclusief Bouwen en de eis uit de nota Eyeline Skyline dat 100% van de footprint van de stedelijke laag moet worden gecompenseerd als horizontale buitenruimte. Daarvan moet minimaal 40% worden ingericht met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit. Deze eisen zijn opgenomen in de planregels en vormen daarmee een toetsingskader bij de behandeling van de aanvraag bouwvergunning. Op de stedelijke laag tussen de twee torens wordt een daktuin ingericht. Aansluitend aan het plangebied zal de Waldorpstraat worden ingericht als groene stadsboulevard. Dit maakt onderdeel uit van de vergroening en herinrichting van de openbare ruimte in het gebied bij station HS en de campus zoals opgenomen in het 'Voorstel van het college inzake Investeren in een groen Hollands Spoor Kwartier' (RIS309486, 2021). Daarmee krijgt het gebied een hoogwaardige buitenruimte die bijdraagt aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het gebied. Het uitwerken van het ontwerp vindt plaats in het kader van het buitenruimteplan Laakhavens. Op langere termijn zal ook de rest van Laakhavens vergroenen conform de ambities opgenomen in de Ontwikkelvisie Laakhavens.
19
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Afbeelding 3.5 Schetsontwerp Stadscampus HS door Juurlink & Geluk. Groennorm CID In de structuurvisie CID is een groennorm op gebiedsniveau opgenomen. In paragraaf 4.4.19.2 Berekening op basis van groennorm is weergegeven, hoe de ontwikkeling in dit bestemmingsplan zich verhoudt tot deze groennorm. Daarbij is ook rekening gehouden met reeds vergunde bouwplannen en ontwikkelingen die parallel met dit bestemmingsplan in procedure zijn.
3.6
Duurzaamheid
Algemeen Den Haag wil in 2030 een klimaatneutrale stad zijn. Ontwikkelingen zoals Escher Gardens bieden kansen om een toekomstbestendige energievoorziening en gezond woon- en werkklimaat te realiseren en zo de CO2 uitstoot van de stad te verlagen. Ook biedt dit project kansen voor een klimaatbestendig en natuurinclusief ontwerp, hergebruik van materialen en bouwtechnieken waarmee elementen en grondstoffen in de toekomst eenvoudiger hergebruikt kunnen worden. De ontwikkeling in het plangebied draagt bij aan de transitie richting schone mobiliteit door verdichting nabij een intercitystation en het 'knippen' van de Waldorpstraat voor motorvoertuigen waarmee alternatieve vormen van vervoer worden gestimuleerd. Onderstaand worden de verschillende duurzaamheidsthema's uitgewerkt. Algemeen uitgangspunt is het toepassen van integrale presentatie-instrumenten GPR of BREEAM. Deze instrumenten helpen om duurzaam te bouwen met een maximale vrijheid voor ontwikkelaars. De gemeentelijke beleidsambities zijn voor GPR een score van minimaal 8 voor de thema's milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde, en een 9 voor energie. Ook kan er gekozen worden voor BREEAM-certificering en dan is de beleidsambitie om BREEAM excellent (4 sterren) te behalen. Veel nieuwbouw in Den Haag en Nederland laat zien dat dit gangbaar is.
Bij voldoen aan bovenstaande GPR-prestaties kan korting aangevraagd worden op leges. In de anterieure overeenkomst is een inspanningsverplichting opgenomen voor de ontwikkelaar om te voldoen aan de duurzaamheidsambities. Energie In het Stedelijk Energie Plan (RIS306869) en de Transitievisie Warmte (RIS310442) is aangegeven dat de bestaande bouw moeilijk kan worden verwarmd met lage temperaturen. Voor de bestaande bouw is daarom alle beschikbare warmte met hogere aanlevertemperaturen (vanaf 70°C) nodig als alternatief voor
20
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
het huidige aardgas. De gemeente wil de nieuwbouw niet (doen) aansluiten op hoge- of midden temperatuur warmtenetten, omdat deze warmtebronnen nodig zijn voor de bestaande bouw. Nieuwbouw moet aan strenge isolatiewaarden voldoen, waardoor deze gebouwen met veel lagere temperaturen verwarmd kunnen worden. Voor deze lage temperaturen zijn meerdere energiebronnen beschikbaar, zoals duurzame elektriciteit opgewekt met wind en zon, warmte uit zonlicht, bodem, oppervlaktewater, riolering, en drinkwater. In de ondergrond wordt ruimte gereserveerd voor een energienetwerk. Conform het Warmteplan Laakhavens moeten de vastgoedontwikkelingen in Laakhavens gebruik maken van duurzame energieopwekking door middel van een collectief warmtesysteem volgend uit de concessieovereenkomst. De ontwikkelingen in HS kwartier, waaronder Escher Gardens, zijn hier echter van vrijgesteld omdat er individuele afspraken zijn gemaakt voor een gebiedsWKO. Grondstoffen De beste vorm van materiaalbesparing, en daarmee CO2 uitstoot te voorkomen, is om een gebouw te laten staan en daarmee de levensduur te verlengen. Een slim ontwerp kan het mogelijk maken om de functie van een gebouw aan te passen zonder dat daarbij ingrijpende bouwprocessen komen kijken. In het plangebied is op dit moment sprake van een onbebouwd kavel.
Voor nieuwe bouwmaterialen kunnen materiaalpaspoorten worden opgesteld, zodat deze in de toekomst beter hergebruikt kunnen worden. Daarnaast is het goed om in te zetten op gebruik van materialen met een zo laag mogelijke CO2-uitstoot of zelfs klimaatneutraal of -positief zijn zoals bijvoorbeeld hout en groen/CEM III beton (betonakkoord 2018). Houd rekening met veranderingen, aanpassingen, onderhoud en vervanging van verschillende bouwonderdelen. Het toepassen van overmaat in de verdiepingshoogte waardoor flexibiliteit ontstaat om in de toekomst meerdere functies op te vangen is wenselijk. Duurzame bouwlogistiek Ook wordt bij bouwactiviteiten gekeken naar duurzame bouwlogistiek om zo het effect op de stikstofdepositie in nabijgelegen natuurgebieden en de overlast in de omgeving te beperken. In principe geen gebruik van dieselaggregaten op de bouwplaats tijdens de sloop en de bouw (Actieplan Maatschappelijk verantwoord Inkopen (RIS299397)). Afval Om als stad te kunnen groeien en ontwikkelen op een manier waarbij we ook in de toekomst de aantrekkelijke leefomgeving kunnen blijven gebruiken en beheren, zal bij elk ontwikkelvoorstel en bouwproject de volwaardige uitwerking van het verzamelen en aanbieden van afval door middel van vooraf vastgestelde ontwikkelvoorwaarden, getoetst [moeten] worden in het vergunningsproces.
Uitgangspunt hierbij is telkens systemen en middelen zo effectief mogelijk in te zetten en het bewoners zo makkelijk mogelijk te maken hun afval te scheiden en kwijt te kunnen. De inzamelmiddelen voor bedrijfsafval mogen niet in de openbare ruimte worden geplaatst anders dan voor de inzameling door de afvalinzamelaar. Omdat binnen de bestaande grenzen van de stad meer bewoners en gebruikers komen terwijl de omvang en gerelateerde problemen van (huishoudelijke) afvalstromen de laatste decennia sterk zijn toegenomen, is het urgent om de opgave van en faciliteiten voor het verzamelen, scheiden en aanbieden van afval expliciet bij de gebiedsontwikkelingen en ook in de programmeer-, ontwerp- en ontwikkelproces van middelhoge en hoge bouwprojecten als ontwikkelvoorwaarde vast te stellen. Deze ontwikkelvoorwaarden betreffen drie aspecten: 1. Het maximaliseren van het hergebruik van grondstoffen door middel van het scheiden van afval in hoogwaardige fracties. Inzameling van afval dient zo circulair mogelijk te gebeuren: dicht bij de bron
21
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
en op basis van hergebruik in de wijk, reparatie van apparaten, het weggeven van spullen, ect. Dit principe moet zo goed mogelijk in de bouwblokken, stempel of in de buurt worden gefaciliteerd. 2. De afstemming van een gekozen afvalscheiding- en verzameloplossing met de Haagse Milieu Services (HMS) als gecontracteerde, waarbij oplossingen onder meer getoetst worden op onder meer fysieke veiligheid en hanteerbaarheid in de logistieke keten van het woongebouw tot en met het centrale afvaloverslagstation in de stad. De toets bij HMS verloopt via de dienst Stadsbeheer, de opdrachtgever. 3. De nadrukkelijke aandacht voor de verblijfskwaliteit in de omgeving door het minimaliseren van de druk op de openbare ruimte met inpandige en ondergrondse afval voorzieningen - ook verticaal - en een goede inpassing van opstelplekken in het ontwerp waarbij de ophaalbewegingen en verkeersstromen minder druk op de stad uitoefenen. Er wordt onderzocht of het toepassen van perscontainers mogelijk is.
3.7
Beeldkwaliteitsplan
Voor Laakhavens wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan is een gebiedsspecifieke uitwerking van het (concept)Kwaliteitsplan CID. Eén van de uitgangspunten van het Kwaliteitsplan CID is dat de verschillende deelgebieden in het CID een eigen identiteit hebben. Dat geldt dus ook voor Laakhavens. Het beeldkwaliteitsplan Laakhavens gaat in op de identiteit van het gebied (verleden, heden en toekomst). Waardevolle cultuurhistorische elementen spelen daarin een rol om een samenhangend stuk stad te realiseren. Typisch Laakhavens en typisch Haags. Daarbij wordt gekeken hoe nieuwe gebouwen in Laakhavens zich op een eigentijdse manier verhouden tot de bestaande Haagse (baksteen) architectuur, zoals de Haagse School. Met als aanvullende inspiratie het robuuste industriële verleden van Laakhavens. Het beeldkwaliteitsplan geeft voorbeelden in de vorm van inspirerende referentiebeelden, geeft kwalitatieve omschrijvingen én stelt ontwerpregels ten aanzien van de architectuur. Het beeldkwaliteitsplan zal na vaststelling door de gemeenteraad, in combinatie met de Welstandsnota Den Haag 2017, als welstandskader dienen voor de ontwikkelingen in het gebied.
22
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
Hoofdstuk 4
Beleidskaders
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Naar verwachting treedt vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking. Hierbij hoort een rijksbrede visie op de leefomgeving; de Nationale Omgevingvisie (NOVI), die de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 vervangt. Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld. In de NOVI zijn 21 nationale belangen en opgaven benoemd, waarbij de volgende 4 prioriteiten worden onderscheiden: Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Samen met de regio's wil het rijk samenwerkingsafspraken opnemen in Gebiedsagenda's. De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan "Escher Gardens" mogelijk wordt gemaakt levert een bijdrage aan het bereiken van de doelen van de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoeften en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationale ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd aan artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder inwerking getreden. In paragraaf 5.16 Ladder voor duurzame verstedelijking wordt hier nader op ingegaan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro.
Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zenden ontvangstinstallaties, en het Kustfundament van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. De locatie voor het plangebied van Escher Gardens heeft geen betrekking op een zend- en ontvangstinstallatie buiten een militair luchtvaartterrein, zoals aangewezen in artikel 2.6.2. zesde lid Barro en nader benoemd in bijlage 6 behorend bij artikel 2.1, zesde lid Regeling algemene regels
23
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
ruimtelijke ordening (Rarro). Volgens het Barro zijn er in het bestemmingsplan Escher Gardens geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee bij de vaststelling van dit plan rekening moet worden gehouden.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Zuid - Holland
Met het oog op de invoering van de Omgevingswet heeft de provincie Zuid-Holland al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving.
Deze zijn: Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciale beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. 4.2.2
Omgevingsverordening Zuid - Holland
Deze verordening vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in bindende regels over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: bouwwerken; infrastructuur; watersystemen; water; bodem; lucht; landschappen; natuur; cultureel erfgoed; werelderfgoed.
24
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
De verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften, zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, dierenwelzijn, behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. De Omgevingsverordening Zuid-Holland kent instructieregels voor bestemmingsplannen. De volgende instructieregels zijn van toepassing op dit bestemmingsplan: Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit; Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen; Artikel 6.11 Kantoren; Artikel 6.13 Detailhandel; Artikel 6.35 Afwijkingsmogelijkheid Crisis- en herstelwet; Artikel 6.50 Risico's van klimaatveranderingv Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, wanneer deze past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging voorziet op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de kwaliteitskaart (inpassen) (lid 1 onder a).
De voorgenomen ontwikkeling is passend binnen de bestaande gebiedsidentiteit: een sterk verdicht centrumstedelijk gebied dat wordt getypeerd door stedelijke bouwblokken met hogere accenten. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de toelichting in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid Bro. In paragraaf 5.15 Ladder voor duurzame verstedelijking wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Artikel 6.11 Kantoren Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe kantoren binnen de grootstedelijke top- en centrumlocaties, binnen OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties en binnen bijzondere locaties. Op het perceel is in het huidige bestemmingsplan de mogelijkheid tot 20.000 m² kantoren te realiseren. Het voorliggend bestemmingsplan voegt dus geen nieuwe mogelijkheden voor kantoorbebouwing toe. De locatie is aangewezen als grootstedelijke centrumlocatie voor kantoren.
6.13 Detailhandel Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken, binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk, binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie. Dit is niet van toepassing op detailhandel in goederen die niet goed inpasbaar is in de centra, kleinschalige detailhandel (zoals een gemakswinkel) ondergeschikte detailhandel, een afhaalpunt voor niet-dagelijks artikelen op goed bereikbare locaties, kringloopwinkels, supermarkten net buiten winkelconcentratiegebied in kleine kernen. Voorliggend plan maakt detailhandel/horeca met een maximaal oppervlakte van maximaal 750 m² BVO mogelijk. Binnen de huidige bestemming (Verkeer – Openbaarvervoer station) is 3.350 m² detailhandel toegestaan in totaal op station Holland Spoor. De locatie maakt onderdeel uit van de hoofdwinkelstructuur. Artikel 6.35 Afwijkingsmogelijkheid Crisis- en herstelwet In een bestemmingsplan kan worden afgeweken van de regels van afdeling 6, voor zover het gaat om gronden die door het Rijk zijn aangewezen bij de toepassing van hoofdstuk 2 van de Crisis- en
25
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
herstelwet (Chw), mits dit niet leidt tot onevenredige afbreuk aan provinciale belangen. Het Central Innovation District (CID), waar de locatie Escher Gardens deel van uitmaakt, is per 1 oktober 2020, middels de 7e tranche, opgenomen in de Chw. De opname via de 7e tranche is gebaseerd op artikel 2.4 lid 1 Chw, afdeling Innovatie, Hoofdstuk 2 Chw. Artikel 6.50 Risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte. Deze aspecten komen aan bod in paragraaf 5.14 Waterparagraaf. 4.2.3
Zuid - Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV)
De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) is op 15 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De ZHOV bevat de provinciale regels over de fysieke leefomgeving. Er staat aangegeven wat wel en niet is toegestaan. De regels uit de ZHOV gaan gelden vanaf de inwerkintreding van de Omgevingswet, beoogd op 1 januari 2024. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en daarmee de ZHOV, vervalt de huidige omgevingsverordening.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Algemeen
De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft de taken overgenomen van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden. De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit twee agenda's: de Strategische Agenda MRDH 2022- Samen aan het werk (verder Agenda) en de Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit. Voorts is het Investeringsprogramma voor een Economisch sterke regio richtinggevend. MRDH heeft het Investeringsprogramma samen met de Provincie Zuid-Holland, de Economische Programmaraad Zuidvleugel en de regio's Holland-Rijnland en Drechtsteden opgesteld. Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van haar inwoners. In 2016 is de Roadmap next economy samengesteld. Dit is een langetermijnvisie op een duurzame en concurrerende economie in de metropoolregio. Hierin zijn ambities geformuleerd, zoals het stoppen van CO2-uitstoot, hergebruiken van afval, permanent leren en een maatschappij waar iedereen aan deel kan nemen. Deze ambities zijn inmiddels in de Agenda verwerkt.
Volgens de Agenda zet de metropoolregio zich in voor: verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; economische vernieuwing; transitie naar toonaangevende duurzaamheid; attractiviteit van de regio. Binnen de pijler economie zijn diverse doelen bepaald die het vestigingsklimaat verbeteren voor high tech bedrijvigheid en innovatie (campussen netwerk), maar ook voldoende ruimte biedt voor maakindustrie (terugdringen van werkloosheid). Door investeren in recreatie en groen wordt de regio niet alleen gezonder, maar ook aantrekkelijker voor talent. Het mobiliteitsbeleid richt zich niet alleen op het hoge schaalniveau, zoals het versterken en verduurzamen van (macro)regionale en intraregionale verbindingen. Er wordt geïnvesteerd in veiligheid, in een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties en in snel, efficiënt en flexibele deur tot deur
26
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
oplossingen. 4.3.2
Regionale woonvisie
De negen gemeenten in de regio Haaglanden vormen al jaren een gezamenlijke woningmarktregio. Na het opheffen van het Stadsgewest Haaglanden in 2014 is de samenwerking voortgezet middels een bestuurlijke tafel Wonen. Om de woningmarktregio verder te versterken is in 2017 een nieuwe een regionale woonvisie opgesteld voor de periode 2017 – 2021 (Ris-nummer 296460). De regionale woonvisie kiest er voor om te streven naar een ongedeelde regionale woningmarkt. Dit wil zeggen een woningmarkt waar er voor alle inwoners voldoende betaalbare en gewenste woningen verspreid over de gemeenten in de regio beschikbaar zijn. De regionale woonvisie benoemt daarnaast meerdere gezamenlijke opgaven op het gebied van sociale woningbouw, woningbouwprogrammering, duurzaamheid, wonen en zorg en verbetering van het bestaande vastgoed.
Dit is vertaald naar de volgende doelstellingen: Een regionaal afgestemd woningbouwprogramma, waarmee tot 2020 jaarlijks 5.000 woningen worden toegevoegd aan de woningmarktregio; Hierbij aandacht te hebben voor de opgave om meer stedelijke woonmilieus toe te voegen; Gezamenlijk de opgave voor nieuwe sociale woningen in de regio (circa 12.000 tot 2025) op te pakken, en gelijk ook oog te hebben voor de kwaliteit en betaalbaarheid van de huidige voorraad; Het aandeel middeldure huurwoningen verhogen binnen het totale nieuwbouwprogramma; Om in 2050 tot een CO2- neutrale of energie-neutrale regio te kunnen worden zetten de gemeenten in op een volledige energietransitie van de gebouwde omgeving; Regionaal is de intentie om vanaf 2018 geen woningen meer te bouwen met een aardgasaansluiting; Intensievere samenwerking op het gebied van wonen en zorg. Dit middels een uniform registratiesysteem voor aangepaste woningen, en het gezamenlijk afspreken van het uitgangspunt dat wanneer een bewoner uit de regio wil verhuizen naar een andere gemeente in de regio, hun zorg- en/of begeleidingstoekenning moet kunnen meeverhuizen.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Agenda Ruimte voor de stad
De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, vastgesteld 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief.
Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven; Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat; Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid. Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog
27
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden. De uitgangspunten voor verdere verdichting van Den Haag zijn verder uitegewerkt in de Gebiedsagenda College Campus HS (RIS301329, 2018) en de structuurvisie CID (RIS307135, 2021) en hebben o.a. geleid tot het bouwplan Escher Gardens. 4.4.1.1 Gebiedsagenda College Campus HS / Laakhavens Het gebied tussen en rondom de stations HS, CS en Laan van NOI ontwikkelt zich tot een internationaal competitief economisch district: het Central Innovation District (CID). In dit gebied krijgt een groot deel van de stedelijke groei van de stad gestalte. In 2019 zijn voor de drie prioritaire gebieden rondom de stations Gebiedsagenda's vastgesteld (RIS301329). Het is een bewuste keuze om de stedelijk groei te concentreren in een beperkt aantal gebieden. Dit zorgt ervoor dat een groot deel van de stad gevrijwaard blijft van verdichting. Daarbij blijven de bestaande karakters van de wijken intact.
Hetzelfde geldt voor groene landschappen en groengebieden rondom en binnen in de stad. Voor het CID geldt dat de groei ingezet wordt ten behoeve van de werkgelegenheid voor huidige en toekomstige generaties met alle opleidingsniveaus. De vestigingscondities binnen het CID zijn nu al zeer aantrekkelijk: een centrale ligging, een hoog voorzieningenniveau in de directe omgeving, een grote concentratie van werkgelegenheid met overheden, bedrijven en kennisinstellingen en een uitstekende bereikbaarheid per openbaar vervoer en over de weg. De ontwikkeling tot een economisch hart vraagt om investeringen en inzet vanuit verschillende bedrijfsterrein. Het CID draait om het scheppen van condities zoals een aantrekkelijke omgeving waarbinnen een krachtig, vernieuwend en internationaal netwerk van talent, ondernemers, onderzoekers en ambtenaren kan ontstaan. Binnen het CID krijgen de drie polen rond de hoofdstations elk een eigen profiel, dat zich vertaalt in de invulling van de economische functies, doelgroepen en identiteit. De profielen zijn: 1. Den Haag Centraal: Policy Campus Centraal Innovatief kenniscluster waarin overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven hun krachten bundelen rond maatschappelijke opgaven op het gebied van bestuur, recht en veiligheid. De Policy Campus loopt dor in de Campus Boulevard en Bezuidenhout (planbureaus, adviesraden). 2.
Den Haag Laan van NOI: ICT - Security Campus Internationaal toonaangevend cluster rond thema Security, ICT-Tech en diverse hubs, hoofdkantoren en financiële instellingen met doorloop naar het Beatrixkwartier. 3. Den Haag HS: College Campus HS, business & startupdistrict De College Campus is de plek voor talentontwikkeling, in een gebied waar gestudeerd, gewerkt, gewinkeld en gewoond wordt. Rond de campus ontstaat een aantrekkelijk business & startup district met ook hoofdkantoren & ICT, naast kennisinstellingen als de Haagse Hogeschool, met uitloop richting Binckhorst NW/ Impact Binckhaven. 4.4.1.2 Nota van Uitgangspunten HS Kwartier Voor de ontwikkelingen direct bij het station HS is in 2019 de NvU HS Kwartier door het college vastgesteld (RIS301942). De NvU bouwt verder op de uitgangspunten van de gebiedsagenda en geeft hieraan een uitwerking voor de verschillende ontwikkelvelden in het gebied. In de NvU is een vertaling van de op dat moment geldende gemeentelijke beleidskaders voor de ontwikkelingen in dit gebied opgenomen. In de gebiedsagenda zijn volgende opgaven benoemd: 1. Hoogbouwcluster ontwikkelen langs het spoor en rondom het station; realiseren van een hoogstedelijk en samenhangend hoogbouwcluster met kenmerkende beeldkwaliteit en hoogwaardige
28
bestemmingsplan Escher Gardens (ontwerp)
verbindende buitenruimte. Voor heel Laakhavens stellen we een beeldkwaliteitplan op. 2. Duurzaamheid is een integrale opgave in alle fasen van de planvorming. Dit betekent dat al vanaf de begin stadia van de ideevorming duurzaamheidsaspecten in de breedste zin richtinggevend zijn. Duurzaamheid in hoogbouw: opzetten van een pilot voor een van de torens voor het scheiden van hemelwater. 3. Het opstellen van een Integraal buitenruimteplan Laakhavens; verdichting van dit gebied stelt hoge eisen en ambities voor aantrekkelijkheid, vergroenen van de buitenruimte en klimaatadaptief inrichten. Gereedschapskist Buitenruimte CID stelt de kwaliteitsambitie t.a.v. het buitenruimteplan. 4. Transformatie Waldorpstraat tot groene stadsboulevard; verbinden gebied met Trekvlietplein, Loper Oude Centrum en de stadscampus rondom de Haagse Hogeschool. 5. Versterking van het economische klimaat door het verbeteren van de vestgingscondities. Ruimte bieden aan economisch programma. Het gebied wordt verdicht naar een intensief gemixt gebied. Programmatisch gaat het in de gebiedsagenda om een opgave van 5.000 tot 7.000 woningen, 40.000 tot 80.000 m2 economisch programma (kantoren, congres, onderwijs, kennisinstellingen etc). Deze voorraad is flexibel inzetbaar zodat kan worden ingespeeld op veranderingen in de vraag van de markt (economie, wonen, etc.). 6.
Nadere studies naar mogelijke transformatie van het Schipperskwartier; thema's zijn mogelijke uitwerkingen van de verdichtingsopgave, groenaanleg die aansluit bij toekomstig Trekvlietpark, verbindingen met omgeving. 7. Verdichting langs de randen in Laakhaven Centraal; gemengd programma van wonen, voorzieningen en onderzoeken combinatie met bedrijfsprogramma. 8. Verbeteren wandel- en fietsroutes in de belangrijke stadsstraten: Rijswijkseweg, Leeghwaterplein, Waldorpstraat. 9. Het realiseren van een voorzieningenniveau voor Laakhavens dat past bij de ontwikkelingen in het gebied en waar ook de omliggende wijken van kunnen profiteren. 10. Betaalbaar houden van economische ruimte; nadere studie naar mogelijkheden voor betaalbare bedrijfsruimte. In de NvU zijn verder stedenbouwkundige en programmatische uitgangspunten benoemd voor de deelgebieden. Op basis van de NvU is verder gewerkt aan planvorming in het gebied. Het monumentale stationspostkantoor is inmiddels gerenoveerd en opgeleverd. Het onderhavige bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van de K&R kavel mogelijk. Op basis van gewijzigde (markt)omstandigheden is het programma voor de specifieke kavel aangepast. Zo is het hotel komen te vervallen en het aantal kantoormeters afgeschaald. Het aantal beoogde woningen is vergroot van maximaal 600 naar maximaal 1.250.