CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321990 Bijlage 3 Reactie Eindadvies Commissie m.e.r

Commissie Ruimte 14 mei 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie eindadvies op aanvulling van de commissie m.e.r. van 3 september 2024 Milieueffectrapportage Escher Gardens Vanwege de omvang van het beoogde programma en de potentiële milieugevolgen is er voor gekozen om in het kader van het bestemmingsplan Escher Gardens een m.e.r.-procedure te doorlopen. Na de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan is de project-MER ter toetsing voorgelegd aan de Commissie m.e.r.. De Commissie m.e.r. heeft op 18 april 2024 haar advies op de project-MER uitgebracht. De Commissie ziet en waardeert de zorgvuldige inspanningen om binnenstedelijk rondom openbaar vervoerknooppunten te verdichten en tegelijk maatregelen te nemen voor een betere leefkwaliteit van de Spoorzone, bijvoorbeeld door het autoluw maken van het gebied. In dit advies zijn echter door de Commissie m.e.r. ook een aantal tekortkomingen geconstateerd. Op advies van het bevoegd gezag (DSB) is daarom een aanvullende toelichting op de project-MER opgesteld en is om een aanvullend advies gevraagd. Op 16 juli 2024 is dit aanvullend advies van de Commissie m.e.r. ontvangen. De aanvulling werkt, volgens de Commissie m.e.r., de onderwerpen geluid, luchtkwaliteit, hittestress, energie en schaduwwerking goed uit. Naar het oordeel van de Commissie m.e.r. is aangetoond dat de effecten voldoende in kaart zijn gebracht. Drie eerdere conclusies over de milieueffecten blijven staan: 1.

Relatie CID, cumulatieve effecten en monitoring. 2. Mobiliteitseffecten in groter gebied (netwerkstudie) en parkeerbalans. 3. Referentienormen voor gebruiksgroen, sport en spel beschrijven en opnemen in het monitoringsysteem op drie schaalniveaus: buurt, wijk en stadsdeel. De Commissie m.e.r. vindt deze informatie essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Hieronder wordt nader ingegaan op de elementen uit het toetsingsadvies en wordt antwoord gegeven op de voortgang binnen het CID. 1 - Relatie CID, cumulatieve effecten en monitoring Het project Escher Gardens is in lijn met de tot nu toe gebruikelijke m.e.r.-praktijk in het CID. In het MER bij de Structuurvisie CID zijn de milieugevolgen van de grotere kaders en de totaalopgave van het CID in beeld gebracht. Bij grote projecten of bij gebiedsontwikkeling binnen het CID wordt een individuele project-MER opgesteld. In deze project-MER’ren wordt per (gebieds)ontwikkeling ingezoomd op de milieueffecten en de relatie met de relevante omgeving weergegeven. Niveau Laakhavens In de Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor maakt de gemeente de ambities voor dit deel van het CID concreter en kunnen voorzieningen gereserveerd worden voor toekomstige bouwplannen. Voor Laakhaven Centraal wordt binnenkort een aparte project-MER opgesteld.

Hierin wordt ook de milieuruimte die in beslag wordt genomen door samenhangende plannen in een breder gebied zoals Escher Gardens, Waldorp Four en The Grace meegenomen. Op deze manier worden de cumulatieve effecten in het gebied verder in beeld gebracht. Dit stelt de gemeente nog beter in staat de milieueffecten van de verschillende projecten op een hoger schaalniveau in kaart te brengen en op elkaar af te stemmen. Niveau CID Naar de mening van de commissie is nog onvoldoende in beeld of de optelsom van omgevingseffecten van de deelprojecten binnen de kaders van de plan-MER CID en de vastgestelde ambities voor het CID vallen. De gemeente onderkent deze zorg en bouwt aan het monitoren van onder andere de milieueffecten binnen het CID. Hiermee kan de gemeente de regie over het hele CID gebied houden. Het doel hierbij is niet alleen de milieueffecten in relatie tot het MER te monitoren, maar ook de druk op voorzieningen en beschikbaarheid van groen. Er worden twee keer per jaar voortgangsrapportages voor het CID opgesteld en om de 4 jaar een programmaplan CID. In de voortgangsrapportages zijn de voorzieningen en groen in een overzicht geplaatst. We zijn dit echter, in samenspraak met onze interne m.e.r.-coördinator en andere beleidsadviseurs, steeds verder aan het uitbreiden.

Op basis van de resultaten van deze monitoring kan waar nodig worden bijgestuurd met aanvullende maatregelen of aanscherping van eisen. Op deze manier wordt geborgd dat de

vastgestelde ambities voor het CID gehaald kunnen worden binnen de beschikbare milieuruimte, zoals die naar voren komt in het plan-MER CID. Op basis van de m.e.r.-monitoring en de voortgangsrapportages wordt als het ware een ‘milieu- en leefbaarheidsboekhouding’ voor het CID bijgehouden, waarmee continu de cumulatie van effecten door de verschillende individuele ontwikkelingen kan worden bewaakt. 2 - Mobiliteitseffecten in groter gebied (netwerkstudie) en parkeerbalans Uit onderzoek is gebleken dat de verkeerseffecten van de toevoeging van Escher Gardens niet heel groot zijn omdat het aandeel van het autogebruik laag is door de lage parkeernorm voor Escher Gardens (conform nota parkeernorm CID en Binkhorst 2020). Daarom blijkt uit analyse dat er geen knelpunten in de omgeving van Escher Gardens of bredere omgeving te verwachten zijn. Echter de opwaardering van de Waldorpstraat is een randvoorwaarde voor de ontwikkelingen in HS Kwartier waar Escher Gardens onderdeel van uitmaakt. De maatregelingen die daarvoor getroffen moeten worden zullen wel gevolgen hebben in de brede omgeving. Deze zijn onderzocht in het Verkeersnetwerk CID-Binckhorst, een verantwoording hiervan is gegeven in het aangevulde paragraaf 5.4.3 in de toelichting van het bestemmingsplan. Parkeerbalans Escher Gardens, Spoorzone, Laakhavens en CID Voor het CID en Binckhorst gelden verlaagde parkeernormen.

Het autobezit in de gebieden CID en Binckhorst ligt op dit moment al lager ten opzichte van de aantallen benodigde parkeerplaatsen die de huidige parkeernormen voorschrijven. Verwacht wordt dat dit door toekomstig beleid en nieuwe ontwikkelingen verder zal afnemen. Dit is ook opgenomen in de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (RIS302361). Voor Escher Gardens is door de Gemeente Den Haag een parkeernorm meegegeven van 0,2, wat passend is bij de parkeernormen zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160). Het definitieve aantal parkeerplaatsen wordt bepaald in het kader van de omgevingsvergunning op basis van het definitieve programma, de toepassing van deelconcepten en inzet van parkeeroplossingen in de omgeving. De ontwikkeling van woningen of voorzieningen mag niet leiden tot een sterke groei van de parkeerdruk op straat. Daarom komen de bewoners van Escher Gardens niet in aanmerking voor een bewoners- of bezoekersvergunning voor parkeren op straat. De benodigde parkeerplaatsen worden opgelost in de nabijgelegen parkeergarage Q-Park Laakhaven. De bezettingsgraad van deze parkeergarage is niet exact bekend, wel heeft de vertegenwoordiging van Q-Park meerdere malen aangegeven voldoende ruimte te hebben om te kunnen voorzien in de parkeervraag van omliggende ontwikkelingen.

3 - Referentienormen voor gebruiksgroen, sport en spel beschrijven en opnemen in het monitoringssysteem op verschillende schaalniveaus: buurt, wijk en stadsdeel. Om inzichtelijk te krijgen of er in voldoende voorzieningen wordt voorzien is er een voorzieningenonderzoek CID (RIS316628) gedaan. Met het voorzieningenonderzoek wordt inzicht gegeven in de additionele behoefte (in vierkante meters) aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen in het CID. De basis voor het bepalen van de additionele behoefte aan maatschappelijke voorzieningen zijn de Haagse Referentienorm Maatschappelijke Voorzieningen 2021. Voor het bepalen van de additionele behoefte aan commerciële voorzieningen zijn dichthedenanalyses gebruikt. Het onderzoek wordt elk jaar herijkt op basis van de verdere uitwerking van het CID. Voor het in kaart brengen en monitoren van de druk op bestaande voorzieningen monitort de gemeente Den Haag met een 2-jaarlijks update van Integrale Huisvestingsplannen voor Zorg & Gemeente Den Haag. Om de voortgang van Escher Gardens en andere planvoornemens in het CID te monitoren en de uitgangspunten en aannames die bij de uitgevoerde onderzoeken zijn toegepast door de jaren heen te evalueren, wordt een uitgebreide monitoring opgezet.

Doel hiervan is om, naast het controleren van de aannames en de analyses, ook zo nodig aanvullende maatregelen te kunnen nemen, of aanpassingen van planvoornemens of fasering daarvan te kunnen besluiten. De monitoring wordt vergelijkbaar qua opzet met de werkwijze van de monitoring van het MER van de Rotterdamse Baan, waar in afgelopen jaren veel ervaring mee opgedaan is. De systematiek en invulling van de

onderzoeksopgave van het MER is daarmee bepalend voor de opzet en inhoud van de monitoring. Op die wijze kan systematisch en consequent gemeten, getoetst en beoordeeld worden. De basis wordt gelegd door zorgvuldig bij te houden welk programma (wonen en andere functies) is toegevoegd en/of is verdwenen. Op basis hiervan kunnen bijvoorbeeld verkeersmodellen worden geactualiseerd en kunnen uitkomsten hiervan vergeleken worden met prognoses, aannames en tellingen. Daarmee kunnen ook de daaruit voortvloeiende (grijze) milieueffecten gemonitord worden. Ook andere effecten als druk op voorzieningen en beschikbaarheid van groen kunnen op deze wijze periodiek worden beoordeeld. Hiervoor worden jaarrapportages CID opgesteld en om de 4 jaar een programmaplan CID. Ook deze monitoring draagt bij aan het niet overvragen van de omgeving door de bouwplannen in het CID. In paragraaf 4.4.19 van het bestemmingsplan is onderbouwd op welke manier invulling is gegeven aan de nota Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513). In de nota zijn richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen uitgangspunt bij de start van een dergelijk grootschalig project. Hierbij gaat het om primair en voorgezet onderwijs, sport, zorg en welzijn, kunst en cultuur, maar ook om voldoende speelveldjes, en gebruiksgroen in de openbare ruimte om te sporten.

De referentienormen zijn niet bedoeld als bindende norm. Wel zijn ze bedoeld om bij gebiedsontwikkelingen aan de voorkant globaal onderbouwde ruimte- en investeringsclaims te kunnen doen (RIS307513, p. 5). Toepassing van de normen op individuele bouwprojecten heeft zijn beperkingen, omdat veel voorzieningen op een hoger schaalniveau (buurt, wijk of stadsdeel) worden georganiseerd. Inzet is om voldoende aanbod op het juiste schaalniveau te realiseren, gekoppeld aan de grote gebiedsontwikkelingen. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om voldoende voorzieningen te realiseren. Haagse referentie-/richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen De nota Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513) en haar opvolger nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835) geeft richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen welke als uitgangspunt gehanteerd worden bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten. In de nota referentienormen zijn nog geen normen voor hoogstedelijke gebied opgenomen en wordt voor CID centrumstedelijke referentienormen als vertrekpunt voor de berekening gehanteerd. In de nieuwe nota zijn nieuwe hoogstedelijke normen opgenomen als vertrekpunt en heeft een uitwerking met voorzieningenonderzoek CID plaatsgevonden.

Beide vertrekpunten voor de monitoring op de verschillende schaalniveaus (plan, stadsdeel, stedelijk) worden in deze toelichting meegenomen.

Gebruiksgroen op gebiedsniveau CID Conform de structuurvisie CID (RIS307135) wordt bij de ontwikkeling van het CID gewerkt aan een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde met op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen van 8 m2 per woning. Zoals terug te vinden is in onderstaande tabel dat hieraan wordt voldaan. Onderstaande tabellen laat zien wat de vergunde en in procedure zijnde ontwikkelingen betekenen voor de kwantitatieve verhouding groen/ woningen in het CID. Op basis van de uitgangssituatie bij vaststelling van de structuurvisie CID in 2021 en de reeds vergunde bouwplannen zou op gebiedsniveau CID sprake zijn van 12,9 m2 groen per woning. Vervolgens is in beeld gebracht wat het effect is van de twee in 2022 verleende vergunningen (The Grace en Waldorp Four) in combinatie met de drie lopende bestemmingsplannen en grote ingrepen in de openbare ruimte waarvoor de financiering reeds is vastgelegd. Hieruit blijkt dat de verhouding groen/woningen na uitvoering van deze projecten boven de 8 m2 groen per woning blijft in het CID. Zowel voor het aantal woningen als de vierkante meters groen geldt dat deze cijfers tijdens de planvorming nog in beweging zijn. De laatst bekende cijfers zijn hier ingevuld; indien nodig is een schatting gebruikt. Na realisatie worden de definitieve gegevens ingevuld.

Kleinschalige ontwikkelingen, zowel wat betreft woningbouw als openbare ruimte, zijn buiten beschouwing gelaten. Deze hebben weinig effect op het totaalbeeld. Woningen

Groen m2

M2 groen/woning

Nul situatie structuurvisie CID Autonome ontwikkelingen Grotiustoren Adagio KJ Plein Leemansplein 2 en 3 Waldorp Four Totaal referentiesituatie Bouwprojecten (verleend of in procedure vanaf 2022) Rijswijkseweg 60 The Grace Waldorp Four (nieuwe aanvraag) Escher Gardens KC Locatie Anna van Hannover SoZa Grote RO Projecten (financiering geregeld) Stadscampus Laakhavens Waldorpstraat-oost Totaal Tabel m2 groen per woning CID

13.362

200.400

655 268 400 155 808 808 15.648

2.400 0 1.200 -1.900

1300 369 1.250 0 1.200

2.700 1.200

19.767

202.100

15,0

12,9

2.300 1.100 12.500 5.800 226.770

11,5

Voorzieningen voor Laakhavens op basis van referentienormen/richtinggevende norm In de onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de berekende behoefte van de overige maatschappelijke voorzieningen op basis van de referentienormen/richtinggevende norm. Tevens is aangegeven op welke manier in de behoefte kan worden voorzien, met aandacht voor de ruimtelijke inpassing en de uitvoering. Verschillende oplossingen zijn mogelijk: voorziening opnemen in de ontwikkeling/ het bouwplan zelf; voorzien in de directe omgeving, gekoppeld aan de ontwikkeling; gebruik maken van bestaand aanbod, wanneer daar ruimte voor is; behoeftevraag meenemen bij geplande en toekomstige uitbreiding van voorzieningen; maatwerkoplossing & mitigerende maatregelen. Hierbij is relevant dat de rol van de gemeente verschilt per type voorziening. Voor sommige voorzieningen geldt dat de gemeente een wettelijke verantwoordelijkheid heeft, voor andere voorzieningen treedt de gemeente op als subsidiegever; in weer andere gevallen is de gemeente vooral faciliterend via het ruimtelijk instrumentarium. De referentienormen gaan uit van gemiddeldes; bij de berekening is geen rekening gehouden met de specifieke doelgroep van bouwplan Escher Gardens. Gezien het bouwplan en de locatie zullen studenten, starters en éénpersoonshuishoudens bovengemiddeld vertegenwoordigd zijn.

De conclusie is dat ook na realisatie van het plan kan worden voorzien in een voldoende voorzieningenniveau. Een deel van de toenemende vraag aan voorzieningen wordt in het bouwplan of de directe omgeving ingevuld. In een aantal gevallen kan van bestaande voorzieningen gebruikt worden gemaakt. Met het oog op de stijgende vraag naar voorzieningen op een hoger schaalniveau als gevolg van de groei van Den Haag zijn in integrale huisvestingsplannen voorstellen geformuleerd voor o.a. een sporthal, bibliotheek en zwembad en de uitbreiding van scholen. type voorziening

Onderwijs

Berekende Behoefte cf referentie-/ richtinggevende normen 1544 m2 basisschool (referentienorm); 920 m2

Toelichting

Ruimtelijke inpassing (plan, stadsdeel, stedelijk)

Uitvoering/ financiering

In het IHP Onderwijs is de verwachte bevolkingsgroei in het CID meegenomen in de leerlingprognoses.

Stedelijk: Er wordt ingezet op uitbreiding van de basisschool Jan van Nassauschool in de Rivierenbuurt. Voor

Voorzien in voldoende onderwijs in een gemeentelijke taak. De schooluitbreiding wordt gefinancierd

(hoogstedelijke richtinggevende norm) 1.488 m2 voortgezet onderwijs (referentie -norm) (hoogstedelijke 350 richtinggevende norm)

Op grond hiervan zijn voorstellen opgenomen voor uitbreiding van scholen in de omgeving van het plangebied.

een middelbare school biedt de bestaande scholen en de nieuwe school in de Binckhorst voldoende ruimte.

vanuit de gemeentelijk begroting. Uitvoering vindt plaats door onafhankelijke schoolbesturen.

Dit is via de planregels geborgd. Daarbij is een minimum opgenomen 250 m2 bvo. Realisatie en invulling is aan de markt.

(in beide gevallen exclusief buitenruimte) Eerstelijns zorg

457 m2 (referentienorm) 408 m2 (hoogstedelijke richtinggevende norm)

Medische dienstverlening vindt over het algemeen plaats in commercieel verhuurde ruimtes. Is in de omgeving al op veel locaties toegestaan.

Plan: Functie die in de plint van het gebouw kan worden opgenomen. In Ontwikkelingsvisie wordt ingezet op cluster in Laakhavens.

Centrum Jeugd en Gezin (CJG)

63 m2

Behoefte kan opgepakt worden met bestaande CJG in Stadsdeel Laak. Conform referentienorm is er slechts indicatief 0,05 extra CJG nodig en hiervoor is er capaciteit genoeg.

Stadsdeel: Indien uitbreiding nodig is, kan dat met stadsdeelkantoor Laak

Buurthuis

156 m2

Behoefte aan buurthuisvoorzienin gen wordt opgepakt met Integraal Huisvestingsplan Zorg en Welzijn.

Plan: In het gebouw wordt tenminste 1.000 m2 gereserveerd voor gedeelde voorzieningen voor bewoners.

Dit is via de planregels geborgd. Invulling en uitvoering ligt bij de ontwikkelende partij.

Bibliotheek

56 m2

Behoefte aan bibliotheekvoorzieni ngen zijn stadsbreed onderzocht in het IHP Cultuur en Bibliotheken (RIS311896). Hierin is een voorstel opgenomen voor een nieuwe bibliotheek in Laakhavens

Stedelijk: In de ontwikkelvisie Laakhavens (RIS311821) is rekening gehouden met ca 7.600 m2 aan culturele voorzieningen.

De centrale bibliotheek en de bibliotheken Schilderswijk en Laakkwartier liggen binnen 10 minuten fietsafstand. Bibliotheken zijn een gemeentelijke voorziening.

Cultuuranker

75 m2

In het IHP Cultuur en Bibliotheken (RIS311896) zijn voorstellen opgenomen voor een nieuwvesting van het Laaktheater en een satelliet cultuuranker in de Binckhorst.

Stadsdeel: In de ontwikkelvisie Laakhavens (RIS311821) is rekening gehouden met ca 7.600 m2 aan culturele voorzieningen.

Cultuurankers zijn een gemeentelijke voorziening. Financiering van exploitatie cultuurankers is geregeld via de Subsidieregeling cultuuranker- en openluchttheaterfu ncties Den Haag Bekostiging en aanbestedingen lopen.

Musea

251 m2 (hoogstedelijke norm)

Conform verschillende besluiten wordt ingezet op het Museumkwartier met intensivering van het Haags Historisch Museum en het Escher Museum in de voormalige Amerikaanse Ambassade. Hierbij is het Haags Historisch Museum als investering expliciet in collegeakkoord opgenomen.

Stedelijk

Podia

188 m2 (hoogstedelijke norm)

Conform het voorzieningenonder zoek CID en het IHP Cultuur & Bibliotheken wordt ingezet op een debatcentrum en uitbreiding van ‘Het Paard’

Stedelijk: De locaties zijn gelegen op het centrum

Bekostiging loopt via IHP-middelen.

Ateliers en Broedplaats en

60 m2 113 m2(beide hoogstedelijke norm)

Voor culturele broedplaatsen en ateliers wordt er ingezet op realisatie in de voormalige noodzetel onder de Universiteit Leiden (zie RIS317028). Dit project loopt.

Stedelijk:

Deze wordt gefinancierd door een combinatie van incidentele middelen en IHPmiddelen en wordt eind 2024 opgeleverd.

Sporthal

331 m2

De behoefte voor CID is opgepakt met het IHP Sport (RIS311895).

Stadsdeel/ stedelijk: Op de Binckhorst is ruimte voor een nieuwe gemeentelijke sporthal gereserveerd. In de ontwikkelvisie Laakhavens is

Voor sporthal op de Binckhorst is de intentie dat gemeente de bekostiging zelf op zich neemt. De sporthal in Laakhavens zal pas op langere termijn (na 2030)

Zwembad

150 m2

rekening gehouden met één sporthal van 3.000 m2.

nodig zijn. De planregels bieden ruimte voor sportvoorzieningen. Realisatie wordt aan de markt overgelaten Via IAS-subsidies kunnen verenigingen subsidieaanvragen voor (tijdelijke) opblaashallen.

Stedelijk: In het IHP sport en coalitieakkoord is een reservering voor een zwembad in de Binckhorst opgenomen met het oog op de groei van de stad.

Voor zwembad op de Binckhorst is de intentie dat gemeente de bekostiging zelf op zich neemt.

Toelichting

Ruimtelijke inpassing (plan, stadsdeel, stedelijk)

Uitvoering/financier ing

De behoefte aan speelvoorziening en wordt meegenomen bij de transformatie van de buitenruimte in Laakhavens. Hiervoor wordt een buitenruimteplan opgesteld als uitwerking van de ontwikkelvisie. Onderdeel hiervan is de aanpak van de openbare ruimte bij de stadscampus en het station.

Plan, stadsdeel: Op het kavel is op maaiveld geen ruimte voor speelvoorzieningen; wel kunnen er speelvoorzieningen worden opgenomen in de daktuinen. Wordt meegenomen bij de herinrichtingsplannen voor de openbare ruimte. In het voorzieningenonderz oek CID is indicatief de speelvoorziening ingetekend.

Speelvoorzieninge n op het kavel zelf maken onderdeel uit van het bouwplan en worden gerealiseerd door de ontwikkelende partij. Mbt voorzieningen in de openbare ruimte worden in de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt over kostenverhaal en uitvoering. Voor de vergroening van de Waldorpstraat en stadscampus is reeds dekking (RIS309486)

De behoefte voor CID als geheel wordt beschreven in het voorzieningenonder zoek CID. Stadsbreed geldt het IHP Sport (RIS311895).

Gebouwde voorzieningen Type voorziening

Speelvoorziening en

Berekende Behoefte cf referentie-/ richtinggeven de norm 3.519 m2 (referentienor m) 1515 m2 (hoogstedelijk e referentienor m

Sport in de openbare ruimte

1.250 m2 (dubbelgebrui k)

Speelveldjes zoals Cruyff en Krajicek courts

1.250 m2 (referentienor m) 1017 m2 (richtinggeven de norm)

Dit betreft geen extra ruimteclaim; het gaat om een inrichting van de openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen. Doel is dat iedereen binnen een straal van 1 km rond zijn huis een gelegenheid vinden om te sporten in de openbare ruimte. Routes en rondjes worden waar mogelijk aan elkaar verbonden waardoor de wandelaar, de korte- en de langeafstand sporter, gemakkelijk zijn weg vindt.

Daarnaast bestaande behoefte vanuit studenten van Haagse Hogeschool & Mondriaan

Sportvelden

5020 m2 (referentienor m) 3260 m2 Hoogstedelijk e

In het IHP en voorzieningenonderzoek CID wordt ingezet op realisatie in de Vlietzone

Stadsdeel: Wordt meegenomen bij de plannen van de openbare ruimte. Ook het water van de Laak biedt sportieve mogelijkheden. Daarnaast wordt ingezet op sportieve routes, die aansluiten op parken.

Mbt voorzieningen in de openbare ruimte worden in de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt over kostenverhaal en uitvoering.

Stadsdeel: Inpassing van speelveldjes gaat via het buitenruimteplan voor Laakhavens met in het water en aan achterzijde van Haagse Hogeschool. Deze is indicatief in voorzieningenonderz oek CID ingetekend. . Bestaande speelveldjes bij de Laakweg, het Oranjeplein en het Huijgenspark liggen op enkele minuten fietsafstand.

M.b.t. voorzieningen in de openbare ruimte zijn in de anterieure overeenkomst afspraken gemaakt over kostenverhaal. De gemeente is hiervoor aan zet.

Stedelijk: Inpassing vindt plaats in kader van vaststelling ruimtelijk planologisch kader voor de Vlietzone

Bekostiging loopt via IHP en eventuele verwerving via begroting ruimte.

richtinggeven de norm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15460717/1