CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321945 Beantwoording SV Online jongerenwerk in de strijd tegen het ronselen

Commissie Bestuur 1 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Veiligheidsdebat2.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

24 juni 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Mostert en Verduin, luidend: ‘Online jongerenwerk in de strijd tegen het ronselen’

DPZ/10901344 RIS321945

De raadsleden de dames Mostert en Verduin hebben op 8 april 2025 een brief met daarin 9 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Het leven van jongeren vindt steeds meer online plaats. Dat kan een gezellig potje gamen zijn, eindeloos chatten en dansjes maken op TikTok. Jonge aanwas wordt echter ook steeds vaker online geworven. Denk aan F-Game, ronselen voor criminele activiteiten, sextortion en radicalisering. Dit vindt steeds minder fysiek plaats, zoals op straat of in de school, maar meer en meer online. Toch worden jongerenwerkers vooral op straat ingezet. Dat is uiteraard heel belangrijk, maar we missen daardoor een groot deel van wat er speelt in de levens van jongeren. De mores, de verleiding, de risico’s, daarvan zien we slechts een fractie. Jongerenwerkers kennen de online omgeving niet altijd voldoende. De platforms, de codes en de taal veranderen daarnaast sneller dan het weer. Afgelopen week verscheen bijgaand artikel over de publicatie van de AIVD ‘Een web van haat – De online grip van extremisme en terrorisme op minderjarigen’. D66 is van mening dat we in Den Haag stevig moeten inzetten op de professionalisering van jongerenwerkers in de online leefwereld.

In plaats van zich alleen op straat te begeven, bewandelen zij ook de digitale wegen en maken daar contact met jongeren en de uitdagingen waar zij tegenaan lopen. Als deze jongeren ook online gezien worden raken ze uit de anonimiteit en in de zichtbaarheid. 1.

Erkent het college de noodzaak van online jongerenwerk, waar breed op ingezet moet worden?

Het college erkent de noodzaak van online jongerenwerk. Jongerenwerkers hebben de opdracht om jongeren zowel in de fysieke wereld van de jongeren als online actief te bereiken. In het geactualiseerde beleidsplan professioneel welzijnswerk 2025-2027 (RIS321267) verwachten we dat het jongerenwerk mee blijft bewegen in de ontwikkelingen van het online werken en zichzelf daarin blijft ontwikkelen. Het gaat niet alleen om online aanwezig zijn, maar ook om zaken als privacy, eigen kwetsbaarheid van de jongerenwerkers, veelheid aan informatie en weten welke aanpak werkt. Daarbij is de wens op de jongerenwerkconferentie in oktober 2024 uitgesproken om de mediawijsheid met de verschillende partners als politie, welzijnsorganisaties, ervaringsdeskundigen gezamenlijk op te pakken en met elkaar te leren en te ontwikkelen. Dit gaan we doen door de komende jaren in te blijven zetten op het samen leren. Samen met de professionele welzijnsorganisaties en ketenpartners bepalen we een ontwikkelagenda met daarin de thema’s voor gezamenlijke training, kennisuitwisseling, deskundigheidsbevordering en intervisie. Waarvan het beter aansluiten bij de online leefwereld van jongeren een belangrijk onderdeel is.

Door samen met de welzijnsorganisaties en andere partners continue op de hoogte te blijven van de (online) ontwikkelingen en een verdere professionaliseringsslag te maken, willen we er voor zorgen dat de aansluiting met de jongeren behouden blijft.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/10901344

Het beleidsplan ‘Versterken en Verbinden’ (RIS310647) en de bijbehorende actualisatie van het beleidsplan (RIS321267) dienen als inhoudelijk kader voor de subsidieregeling van waaruit het jongerenwerk wordt georganiseerd door de welzijnsorganisaties. Het jongerenwerk vindt plaats op alle plekken waar jeugdigen hun vrije tijd doorbrengen, waaronder dus ook online. Daarnaast zijn er ook incidentele subsidies verstrekt om extra in te zetten op online jongerenwerk. 2.

Kan het college aangeven welke mogelijkheden dan wel beperkingen jongerenwerkers hebben om online jongerenwerk te doen? Welke overwegingen liggen er aan eventuele beperkingen ten grondslag? Zijn er verschillen tussen organisaties in beperkingen en mogelijkheden qua online jongerenwerk?

Alle welzijnsorganisaties zetten in op vormen van online jongerenwerk. De jongerenwerkers zijn in de online wereld actief om hun doelgroep te bereiken. Daarbij is online jongerenwerk veelal een onderdeel van een hybride aanpak: digitaal contact kan leiden tot fysieke ontmoetingen in de buurthuizen en op straat en omgekeerd. De jongerenwerkers hebben hiervoor trainingen gevolgd. Er zijn methodieken ontwikkeld om het digitaal jongerenwerk te versterken. De organisaties doen aan actieve signalering online. Hiervoor werken ze samen met ketenpartners zoals politie, scholen, Veilig Thuis en het jongerenpunt070. Jongerenwerkers zetten zich in om kwetsbare jongeren, waaronder risicojongeren of jonge aanwas, te bereiken via platforms zoals Instagram, TikTok, Snapchat en Telegram. Het zijn ook belangrijke platforms om onderwerpen bespreekbaar te maken ten aanzien van weerbaarheid, relaties en mentale gezondheid. We zien dat wat er online gebeurt, een aanleiding kan zijn om in de offline wereld zaken bespreekbaar te maken. De beperkingen die jongerenwerkers ondervinden zitten in zaken als: • Tijd: jongerenwerkers moeten hun tijd verdelen tussen fysiek en online aanwezig zijn. • Veiligheid en privacy: Jongerenwerkers werken met zakelijke accounts en volgens een whitelist van goedgekeurde apps. Niet alle apps zijn toegestaan door ICT vanwege AVG-risico’s of onveilige praktijken.

Bovendien leidt het onderhouden van vertrouwelijk contact via bijvoorbeeld WhatsApp tot het vervagen van werk-privégrenzen, vooral bij late of nachtelijke berichten. • Signalering en meldplicht: Bij signalen die (nog) niet strafbaar zijn, kan melding bij de politie toch leiden tot registratie van persoonsgegevens van de jongerenwerker. Dit kan een dilemma vormen vanwege de vertrouwensrelatie met jongeren. De komende tijd vinden gesprekken plaats tussen gemeente, politie en jongerenwerk hoe kan worden omgegaan met dit dilemma. • Digitale vaardigheden: De ontwikkelingen gaan snel en het is landelijk voor alle gemeenten een zoektocht hoe je effectief online aanwezig kan zijn. Het is niet altijd mogelijk om te zorgen dat alle jongerenwerkers beschikken over de nodige digitale competenties, wat de effectiviteit van online werk kan beperken. • Toegang: Niet iedere jongere heeft toegang tot een eigen telefoon of een stabiele internetverbinding, wat deelname aan online activiteiten belemmert en waardoor jongeren niet altijd bereikt kunnen worden. Dit vraagt dan ook om inzet op een hybride aanpak. Een welzijnsorganisatie heeft om de doelgroep meer te betrekken en om de jongerenwerker hierbij te ondersteunen, vanuit de jongeren een jongerenwerkgroep opgezet die het jongerenwerk adviseert over de online wereld van jongeren.

Op die manier benutten ze actief de expertise van de jongeren zelf.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/10901344

Alle Haagse welzijnsorganisaties doen aan online jongerenwerk, het verschil zit in de wijze waarop ze het doen. De ene organisatie heeft meer middelen en capaciteit beschikbaar om jongerenwerkers op te leiden en ze de ruimte te geven om online aanwezig te zijn. De organisaties zoeken elkaar op om van elkaar te leren (zie antwoord bij vraag 1). 3.

Op welke social media platforms mogen de jongerenwerkers wel en niet met een werkaccount? Hoe schuurt dit met de platforms die jongeren gebruiken? Op welke wijze blijven jongerenwerkers op de hoogte van de online leefwereld van jongeren?

Jongerenwerkers mogen actief zijn op social mediaplatforms zoals Instagram, TikTok, Snapchat, WhatsApp, YouTube en Discord met een werkaccount. Voor sommige platforms (zoals Snapchat) zijn er geen officiële zakelijke accounts mogelijk. In dat geval worden profielen aangemaakt met zakelijke gegevens. Jongerenwerkers volgen jongeren naar deze platforms, maar privacy en veiligheid blijven hierbij leidend. De platforms sluiten aan bij waar jongeren zich bevinden, al zijn sommige platforms minder transparant of minder goed te monitoren (zoals Telegram). Doordat de jongerenwerkers dagelijks met jongeren in gesprek zijn weten ze welke trends er zijn en op welke platforms ze zich bevinden. Ook door het monitoren van online ‘hangplekken’ zoals @denhaagnieuws, Punablog en ParraTV. Verder blijven de jongerenwerkers op de hoogte door contacten met scholen, wijkagenten, deelname aan netwerken als Youthspot (Hogeschool van Amsterdam) en trainingen. 4.

Is er overleg en uitwisseling met jongerenwerkers van andere gemeenten die online werken?

De online ontwikkelingen gaan snel en ook is het nodig om onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld online werk voor meiden en jongens. Dit speelt niet alleen in Den Haag. Daarvoor hebben de jongerenwerkers overleg met organisaties in andere gemeenten zoals Stichting JOZ (Rotterdam), DOCK (Amsterdam) en Epic Youth (landelijke organisatie die veel gemeenten ondersteunt in het online jongerenwerk en game evenementen en andere digitale activiteiten organiseert). Deze organisaties bieden onder andere online jongerenwerk aan. Daarnaast is er contact met andere gemeenten over de inrichting van het online jongerenwerk en de online verbinding met jongeren. Ook zijn er diverse bijeenkomsten en masterclasses gevolgd (bv. in Apeldoorn en Eindhoven) En is er intercollegiale uitwisseling bij specifieke casussen, zoals rivaliserende jeugdgroepen met Zoetermeer en Delft. Ook wordt er bijvoorbeeld samengewerkt met Kinderfondsen Nederland aan een online platform voor jongeren van 12 tot 17 jaar. Op dit platform wordt thematisch lesmateriaal gedeeld over onderwerpen die jongeren niet altijd van huis uit meekrijgen, zoals omgaan met de digitale wereld. Jongeren worden actief betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe modules, zodat de inhoud aansluit op hun belevingswereld. 5.

Wordt er in Den Haag al gebruik gemaakt van EpicYouth of soortgelijk online werk?

De welzijnsorganisaties in een aantal stadsdelen werken samen, of dit wordt verkent, met Epic Youth, House of Esports en andere organisaties. Vanuit het programma Preventie met Gezag is in Den Haag Zuidwest zowel bij Wijkz als Stichting Meion in 2024 een coördinator online jongerenwerk aangesteld (RIS321922). Doel hiervan is het professionaliseren van de organisaties op het gebied van online jongerenwerk en het versterken van de online aanwezigheid van jongerenwerkers en de verbinding jeugd-jongerenwerkers. Hierbij geven de welzijnsorganisaties wel aan voorstander te zijn van het inzetten van externe deskundigen, maar dat hier ook een risico aan verbonden is. Zodra de incidentele middelen voor deze externe inzet verdwijnt, dan verdwijnt vaak ook de opgebouwde expertise uit de organisatie.

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/10901344

De welzijnsorganisaties investeren vooral in het versterken van de eigen professionals door middel van het vergroten van de kennis, het volgen van trainingen en het uitbreiden van hun netwerk. Zo behouden ze de expertise in de organisatie en zorgen ze voor continuïteit en kwaliteit in de wijk. Ook andere partners zijn online actief zoals, sport-, onderwijs- en culturele organisaties die werken met positieve rolmodellen. 6.

Welke trainingen en andere middelen worden er momenteel ingezet om de online weerbaarheid van jongeren te versterken? Hoe en waar worden deze ingezet?

Binnen het professioneel welzijnswerk zetten de welzijnsorganisaties verschillende middelen en trainingen in bij het jongerenwerk om de online weerbaarheid van jongeren te versterken. Dit doen ze via content, participatie en educatie: • Contentproductie: Jongerenwerkers maken herkenbare preventieve content over onderwerpen als sextortion, doxing, spoofing, e-pimping, drugsverkoop en identiteitsfraude. Verspreiding vindt plaats via eigen social mediakanalen, scholen en wijklocaties. Ook zetten ze in op actuele ontwikkelingen met podcasts waarin bijvoorbeeld door deskundigen informatie wordt gegeven over de gevaren van de online wereld. • Participatie: De organisaties betrekken jongeren bij podcastreeksen en videoprojecten waarin zij hun eigen ervaringen delen. • Educatie en voorlichting: o Interactieve trainingen op scholen (met quizzen, video’s, themagesprekken). o Livestreams en campagnes met partners als Drugskompas en de GGD, ook gericht op gezonde leefstijl. o Het jongerenpunt070 geeft voorlichtingen aan jongeren samen met partnerorganisaties met de inzet van rolmodellen en gastsprekers over onderwerpen als schulden (gokken en criminaliteit), drugs, drillrap, ondermijning e.d. o Het geven van trainingen over social media (o.a. sexting, shaming e.d.) in samenwerking met het CJG. De methodiek “superwoman” richt zich op de weerbaarheid van meiden, zowel offline als online.

o Tijdens o.a. de inloop maakt het jongerenwerk bespreekbaar wat jongeren online tegenkomen en hoe ze daarmee omgaan. o Structurele trainingen voor jongerenwerkers over signalering, gesprekstechnieken en digitale vaardigheden. o Lancering van een online handboek als naslagwerk voor jongerenwerkers. De gemeente voert in het kader van de lokale aanpak tegen radicalisering en extremisme diverse weerbaarheidsprojecten verspreid over de hele stad uit. Hierin wordt onder andere aandacht besteed aan online weerbaarheid tegen extremistische verhaallijnen. In 2024 bereikte deze weerbaarheidsprojecten ongeveer 1500 jongeren. Onlangs heeft u de voortgangsrapportage lokale aanpak van radicalisering en extremisme 2024 ontvangen (RIS321931). Hierin wordt uitgebreid ingegaan op de inzet op dit gebied. Ook het onderwijs speelt een belangrijke rol in het vergroten van de online weerbaarheid van jongeren. Scholen kunnen hiervoor onder andere gebruikmaken van het aanbod van Halt. Dit aanbod omvat activiteiten die specifiek gericht zijn op het versterken van de digitale weerbaarheid van leerlingen.

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/10901344

Daarnaast kunnen scholen gebruikmaken van subsidiemogelijkheden (RIS318873 en RIS318885) om te investeren in een veilige schoolomgeving. Deze subsidie stelt scholen in staat om – afhankelijk van de specifieke behoefte – gerichte activiteiten te organiseren ter versterking van de weerbaarheid van leerlingen. Zo werken sommige scholen samen met organisaties zoals Centrum 1622, die interactieve gastlessen en workshops verzorgen over thema’s als groepsdruk, sociale media en grensoverschrijdend gedrag. Verder maken scholen in het voortgezet onderwijs deel uit van het Netwerk Veilige School, waarin zij samen met onder andere de gemeente en de politie werken aan veiligheid in en rond de school. Wanneer scholen worden geconfronteerd met negatieve online ontwikkelingen en niet goed weten hoe hiermee om te gaan, kunnen zij binnen dit netwerk terecht voor ondersteuning en advies. Vanuit het actieplan mensenhandel (voor de 18- doelgroep) wordt het volgende gedaan: SHOP Jeugd is bekend met de recente ontwikkeling van online ronseling onder jongeren en zet in op zowel scholen als ouders. SHOP Jeugd zorgt voor campagnes en bewustwording op scholen, waarbij ze laagdrempelig en gespecialiseerd lesmateriaal inzetten waar ook LVB-groepen gebruik van kunnen maken. De campagnes gaan onder meer in op het aangeven van grenzen, sexting en de rol van social media in uitbuitingssituaties.

Daarnaast zetten ze ook in op de bewustwording van ouders omtrent het gedrag van hun kind op social media. Het is belangrijk dat ouders de online leefwereld van kinderen gaan herkennen en daarover in gesprek gaan. 7.

Is er een schatting hoeveel jongeren er op dit moment risico lopen om geronseld te worden door radicale groepen of criminele organisaties?

Er is geen concrete schatting van het aantal jongeren dat risico loopt om geronseld te worden door radicale groepen of criminele organisaties. In principe loopt iedere jongere die online actief is het risico om geronseld te worden door radicale groepen of criminele organisaties. De AIVD heeft onlangs bericht (Een web van haat - De online grip van extremisme en terrorisme op minderjarigen | Publicatie | AIVD) dat het aantal jongeren dat verdacht wordt van terrorisme toeneemt. Ook in de PGA-CTER (persoonsgerichte aanpak radicalisering -contraterrorisme, extremisme en radicalisering) casuïstiek en adviesvragen/meldingen met betrekking tot radicalisering zien wij dat jongeren in toenemende mate voorkomen. In 2024 zijn er diverse jongeren opgenomen in de PGA-CTER die minder- of net meerderjarig zijn en middels extremistische online content zijn geradicaliseerd of online extremistisch-geïnspireerd geweld legitimeerden. Een uitgebreider beeld van de ontwikkelingen op dit gebied leest u in de voortgangsrapportage over 2024 van de lokale aanpak van radicalisering en extremisme (RIS321931). 8.

Heeft het college advies ingewonnen bij kennisinstellingen o.i.d. die (wetenschappelijk) meer kunnen vertellen over werkwijzen en risico’s?

Over de werkwijzen/ronselpraktijken van radicale groepen staat de gemeente in nauw contact met inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zij hebben, met name online, het meeste zicht op dit fenomeen. Ook vanuit het Informatiepunt Polarisatie en Radicalisering laten wij onze weerbaarheidsprojecten evalueren om zicht te krijgen in hoeverre deze de weerbaarheid van jongeren vergroten en scherpen wij deze waar nodig aan. Eén zo’n evaluatie, van opvoedondersteuningsprogramma Trias Pedagogica, is verzonden aan de raad (RIS322500).

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/10901344

Vanuit de aanpak rivaliserende en gewelddadige jeugdgroepen heeft een verkenning plaatsgevonden door Robby Roks en Jeroen van den Broek van Partner in Crime (kennisorganisatie gericht op het jeugdveiligheidsdomein) naar de impact van de digitale leefwereld op problematisch groepsgedrag. Naar aanleiding van deze verkenning is ook een handreiking opgesteld (RIS314082) alsmede een interventiepalet dat voor samenwerkingspartners beschikbaar is via de website van het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden. Momenteel wordt, in samenwerking met Robby Roks en Jeroen van den Broek, bezien welke effectieve online interventies beschikbaar zijn en op welke wijze de impact van de online leefwereld kan worden meegenomen in de verschillende aanpakken. 9.

Waar melden jongerenwerkers hun zorgen over jongeren die risico’s lopen om geronseld te worden door radicale groepen of criminele organisaties? Is hier een protocol/werkinstructie voor?

Tussen de Politie Eenheid Den Haag en de jongerenwerkers zijn samenwerkingsafspraken gemaakt. Ook binnen de subsidieregeling Professioneel welzijnswerk 2026-2027 worden de organisaties verplicht om actief mee te werken aan het maken en uitvoeren van afspraken over samenwerking met o.a. de politie. In de samenwerkingsafspraken tussen de politie en de welzijnsorganisaties zijn afspraken gemaakt over meldplicht en signalering op social media. Ze informeren elkaar bij het signaleren van zorgwekkende en overlastgevende zaken, van en door jongeren die dreigen af te glijden. En ze informeren elkaar over trends en ontwikkelingen op social media. Binnen de meeste welzijnsorganisaties wordt gewerkt met een protocol of meldstructuur. Waarbij meestal eerst overlegd wordt in het eigen team en met de direct leidinggevende. Indien nodig wordt een melding gedaan bij de politie en wordt samengewerkt met ketenpartners als scholen, CJG e.a. Bij Wijkz werken ze bijvoorbeeld met de Routekaart Samenwerken bij online jeugdcriminaliteit. Deze biedt handvatten voor signalering, analyse en opvolging. Hoewel nog niet alle jongerenwerkers hiermee bekend zijn, is brede implementatie het doel. Meldstructuur: • Jongerenwerkers overleggen binnen hun team, met de coördinator of direct leidinggevende. • Signalering kan gedeeld worden in het ambassadeursoverleg online jongerenwerk.

• Ketenpartners zoals politie (jeugdagenten), veiligheidsregisseurs of zorginstanties worden betrokken bij opschaling. • In geval van twijfel is er laagdrempelige ondersteuning beschikbaar binnen de organisatie. Bij vermoedens van ronseling door radicale groepen of radicalisering kunnen jongeren een melding doen bij het Informatiepunt Preventie Polarisatie en Radicalisering (IPPR). Ook kunnen zij bij het IPPR terecht voor trainingen om radicalisering te herkennen en worden zij betrokken bij de projecten genoemd in het antwoord op vraag 6. Ook is het informatiepunt van SHOP Jeugd stads-breed beschikbaar voor informatie, vragen en advies omtrent (verdenking van) criminele- en seksuele uitbuiting onder jongeren. Jongeren, ouders en professionals maken hier gebruik van. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Robert van Asten

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15712140/1