RIS321924 Fenomeenanalyse Extremisme Regio Haaglanden en Hollands Midden
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Jan van Zanen Burgemeester
001
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Bestuur
BSD/10877941 RIS321924 Dienst
Bestuursdienst Afdeling
Directie Veiligheid/IPPR Telefoonnummer
14070 E-mailadres
ippr@denhaag.nl Datum
29 april 2025 Onderwerp
Fenomeenanalyse Extremisme Regio Haaglanden en Hollands Midden
Geachte voorzitter, De afgelopen jaren is, onder meer uit de landelijke dreigingsbeelden van de NCTV, gebleken dat de dreiging vanuit extremisme en radicalisering continu verandert. Om inzicht te krijgen in de regio specifieke trends op het gebied van radicalisering en extremisme, is in opdracht van gemeente Den Haag een ‘fenomeenanalyse extremisme’ uitgevoerd. Deze analyse is opgesteld door een onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden en gericht op alle 27 gemeenten binnen de politie-eenheid Den Haag. Begin 2025 hebben wij de definitieve analyse ontvangen en deze deel ik graag met uw raad. In deze brief zal ik kort ingaan op het doel en de bevindingen van het onderzoek. Daarna wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoeker en hoe wij deze van opvolging gaan voorzien. Een toegankelijke managementsamenvatting van de fenomeenanalyse is als bijlage bijgevoegd. Doel van het onderzoek Het primaire doel van het onderzoek was het in kaart brengen van de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden in het extremistische landschap in Eenheid Den Haag. Daarvoor is gebruik gemaakt van politiedata over de periode 2018-2023 en zijn in 2024 meer dan dertig interviews met professionals gehouden. Op basis van de inzichten die hieruit voortkomen, zijn diverse aanbevelingen voor de aanpak in Den Haag en regiogemeenten opgesteld.
Bevindingen onderzoek De bevindingen uit het onderzoek komen in grote lijnen overeen met het beeld dat in eerdere voortgangsrapportages (o.a. RIS318059) met uw raad is gedeeld. Eén van de belangrijkste conclusies van het onderzoek is dat extremistisch gedachtegoed steeds minder ‘ideologisch afgebakend’ is. Deze ontwikkeling zien we in Den Haag al langere tijd terug in meldingen, casuïstiek en de ervaringen van lokale professionals. Ook andere belangrijke bevindingen uit het onderzoek, zoals de verplaatsing van het radicaliseringsproces naar het online domein, het toenemende aantal radicaliserende minderjarigen en de complexe dynamiek tussen ggz-problematiek en extremisme, zien we in Den Haag terug. In de ‘voortgangsrapportage aanpak polarisatie, radicalisering en extremisme 2024’ (RIS321931) wordt dieper ingegaan op het actuele Haagse dreigingsbeeld en de belangrijkste ontwikkelingen in het extremistische landschap.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10877941
Aanbevelingen Op basis van de inzichten uit de fenomeenanalyse heeft de onderzoeker negen aanbevelingen gedaan. Deze zijn te verdelen in vier thema’s: 1. Versterken signaleringsstructuur en delen en borgen van kennis1 De onderzoeker adviseert om de signaleringsstructuur te versterken, waar nodig uit te breiden, en regionaal te stroomlijnen. Ook adviseert de onderzoeker om de organisatie van kennissessies over verschillende uitingen van extremisme voort te zetten en expertise te delen met relevante partners. Daarnaast wordt gewezen op het belang van een goede en structurele vastlegging en borging van kennis binnen de keten. 2. Doorontwikkelen en stroomlijnen duidingsmethodieken 2 De onderzoeker constateert dat extremistisch gedachtegoed steeds moeilijker in de gangbare ‘categorieën’ te vangen is en adviseert om thematische labels te integreren in bestaande duidingsmethodieken.3 Dergelijke labels dragen bij aan het effectief oppakken van meldingen en casussen waarin een afgebakende ideologie ontbreekt. 3. Versterken regionale samenwerking en coördinatie4 De onderzoeker raadt aan om regionaal samen te werken aan kennisdeling, het eenduidiger maken van de extremismeaanpak en het opzetten van preventieve projecten. Regionale coördinatie zou daarnaast kunnen bijdragen aan het verbeteren van de samenwerking tussen het veiligheidsdomein en het zorg- en onderwijsdomein.
Met oog op de toename van extreme uitingen van maatschappelijk ongenoegen, wordt geadviseerd om de samenwerking met het RSIV te verstevigen. 4. Verbreden aanbod preventieve projecten/interventies 5 De onderzoeker adviseert om lokale preventie-initiatieven aan te vullen met een regionaal aanbod. Daarnaast wordt gewezen op het belang van het verbreden en actualiseren van het aanbod preventie projecten. Het is wenselijk om in de preventiefase een gevarieerdere doelgroep te bereiken (anders dan jongeren en opvoeders) en projecten in te laten spelen op actuele ontwikkelingen die invloed hebben op radicaliseringsprocessen (zoals de snelle online verspreiding van radicale content). Implementatie van aanbevelingen in de Haagse aanpak 1. We versterken de signaleringsstructuur door te blijven investeren in kennisdeling en borging Het Haagse Informatiepunt Preventie Polarisatie en Radicalisering (IPPR) heeft in de afgelopen jaren een stevige signaleringsstructuur opgebouwd, met lokale professionals uit een groot aantal organisaties en domeinen. Met het oog op de ontwikkelingen binnen het extremismelandschap, heeft het IPPR de afgelopen jaren ingezet op nauwere samenwerkingen met zowel veiligheids- als zorgprofessionals. Komende jaren wordt er extra geïnvesteerd in de samenwerking met onder meer het onderwijs en (jeugd-) professionals die actief zijn in het online domein.
Professionals in Den Haag worden door het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) getraind op het herkennen van signalen van verschillende vormen van extremisme. Daarnaast kunnen zij trainingen volgen waarin hun vaardigheden, zoals gespreksvoering, worden versterkt. Om kennis en vaardigheden up-to-date te houden, organiseert het IPPR twee keer per jaar een themabijeenkomst voor professionals in de stad. In het kader van regionale kennisdeling zullen we, net als in voorgaande jaren, professionals uit andere gemeentes uitnodigen voor onze jaarlijkse netwerkbijeenkomst en zorgen we voor een Haagse afvaardiging bij kennissessies die elders in de regio worden verzorgd.
1 Zie managementsamenvatting, aanbevelingen 1, 4 en 6. 2 Zie managementsamenvatting, aanbeveling 2.
3 In de fenomeenanalyse is onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën/stromingen van extremisme: religieus
extremisme (hoofdzakelijk jihadisme), rechts-extremisme, links-extremisme en anti-overheidsextremisme. Deze categorieën worden ook door de NCTV gehanteerd. Op basis van de analyse concludeert de onderzoeker dat extremistisch gedachtegoed niet altijd meer te plaatsen is binnen één van deze relatief afgebakende categorieën. 4 Zie managementsamenvatting, aanbevelingen 3, 7 en 9. 5 Zie managementsamenvatting, aanbeveling 5 en 8.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10877941
Ook verzorgt het IPPR regelmatig korte presentaties voor teams binnen de gemeente en voor professionals van organisaties in de stad. In deze presentaties nemen zij professionals mee in de basisbeginselen van radicalisering en extremisme en leggen zij uit wat professionals kunnen doen als zij zich zorgen maken. Inhakend op de ontwikkeling waarbij extremistisch gedachtegoed steeds minder vaak ‘ideologisch afgebakend’ is, wordt de IPPR-presentatie over radicalisering en extremisme zowel inhoudelijk als didactisch doorontwikkeld. De nieuwe presentatie zal minder focussen op de kenmerken van verschillende vormen van extremisme en meer aandacht hebben voor het in algemene zin herkennen van radicaal en extremistisch gedachtegoed. Binnen het IPPR wordt doorlopend ingezet op het vergroten van kennis over radicalisering en extremisme en het toepasbaar maken van deze kennis voor professionals binnen ons signaleringsnetwerk. Inzichten uit de wetenschap, overheidspublicaties en de media worden structureel vastgelegd en vertaald naar de eigen werkpraktijk en die van onze netwerkpartners. Om de kennisdeling op regionaal niveau te bevorderen, is er een ‘kennisbank CTER6’ gelanceerd vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden. Professionals uit de gehele regio kunnen toegang aanvragen tot deze kennisbank.
De kennisbank bevat publicaties, (lokale) analyses en andere informatieproducten die kunnen bijdragen aan het vergroten van kennis over extremisme en radicalisering. Tot slot heeft het IPPR in 2024 verschillende factsheets opgesteld waarmee professionals uit het netwerk worden geïnformeerd over de actuele CTER-trends in Den Haag. Ook is er een start gemaakt met het opstellen van thematische factsheets over (bijvoorbeeld) het herkennen van schadelijke polarisatie en het voeren van gesprekken met personen met radicaal gedachtegoed. Het opstellen en verspreiden van factsheets over relevante en actuele thema’s zal in 2025 worden voorgezet. Daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan de onderwerpen die in de fenomeenanalyse naar voren zijn gekomen, zoals online radicalisering en het accelerationisme. Verder wordt het Haagse en regionale netwerk ieder kwartaal op de hoogte gebracht van ontwikkelingen in het CTER-werkveld middels een digitale nieuwsbrief. 2. We onderzoeken de doorontwikkeling van duidingsmethodieken Voor het wegen van signalen van mogelijke radicalisering/extremisme wordt op dit moment gewerkt met een duidingsmodel. Binnen deze methodiek wordt de eerste weging van signalen gedaan aan de hand van vragen die niet zijn gekoppeld aan de gangbare categorieën/vormen van extremisme.
Wanneer een persoon is opgenomen in de PGA CTER en het IPPR met deze persoon in gesprek gaat, wordt binnen de methodiek wel gewerkt met vaste categorieën7 van extremisme. In navolging van het advies van de onderzoekster, zullen wij het komende jaar verkennen hoe deze categorieën eventueel kunnen worden vervangen of aangevuld door labels. Deze labels zijn gekoppeld aan denkwijzen die onderdeel kunnen vormen van een extremistisch wereldbeeld, zoals vrouwenhaat, anti-LHBTIQ+ opvattingen, antisemitisme of racisme. De aanbeveling over het gebruik van labels ook op regionaal niveau geagendeerd worden, zodat de doorontwikkeling van duidingsmethodieken gepaard kan gaan met het stroomlijnen van de methodieken binnen de regio. 3. We hebben en houden een proactieve rol op regionaal niveau Als opdrachtgever van de fenomeenanalyse zullen we nauw samenwerken met de regionaal coördinator om de bevindingen en aanbevelingen te bespreken met de gemeentes uit de regio. Het Regionaal Netwerk Overleg, waar we als gemeente Den Haag standaard bij aansluiten en input voor leveren, biedt hier geschikt platform voor.
6 CTER: Contra Terrorisme, Extremisme, Radicalisering 7 Deze categorieën zijn: gewelddadig salafisme, rechtsextremisme, linksextremisme, extremistisch complotdenken,
dierenrechtenextremisme, milieuextremisme en extremistisch soeverein gedachtengoed.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10877941
Het IPPR heeft in de afgelopen jaren een proactieve rol aangenomen binnen het regionale netwerk. In 2023 hebben we een ‘interventietoolkit PGA CTER’ laten opstellen door een onafhankelijk onderzoeker. Deze toolkit biedt een overzicht van de mogelijke interventies die binnen de PGA CTER ingezet kunnen worden en draagt daarmee bij aan het eenduidiger maken van de aanpak. De toolkit is via de eerdergenoemde ‘kennisbank CTER’ beschikbaar gesteld aan gemeentes en partners in de regio. In 2025 wordt bekeken hoe de toolkit in samenwerking met (regionale) partners verder kan worden ontwikkeld en uitgerold. Ook is er vanuit gemeente Den Haag actief bijgedragen aan de ontwikkeling en implementatie van het landelijk ‘Werkmodel Casusoverleg Radicalisering’. Net als de toolkit draagt dit werkmodel bij aan het stroomlijnen en structureren van de PGA CTER binnen de regio. Tot slot zal er in 2025 regio breed veel aandacht uitgaan naar de implementatie van de wet ‘Gegevensverwerking Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering en Terroristische Activiteiten’ (PARTA). Het IPPR werkt samen met de regiogemeenten en de regionaal coördinator om de wet zo uniform mogelijk te implementeren. Met oog op de ingang van de wet, heeft het IPPR in 2024 reeds een Data Protection Impact Assesment (DPIA) laten uitvoeren op de PGA CTER aanpak.
Uit deze DPIA is gebleken dat gemeente Den Haag op veel vlakken al voldoet aan de eisen die binnen de PARTA aan de aanpak worden gesteld. Daarnaast heeft het IPPR al een start gemaakt met het implementeren van de aanbevelingen die uit de DPIA zijn voortgekomen. 4. We verkennen nieuwe preventieve projecten Het IPPR zet in op het inperken en waar mogelijk voorkomen van schadelijke polarisatie en radicalisering. Dit doen zij middels weerbaarheidsprojecten die zijn gericht op jongeren, scholieren en opvoeders. De projecten zetten onder andere in op positieve identiteitsontwikkeling en burgerschap, opvoedondersteuning en online weerbaarheid. Enkele projecten die het IPPR uitrolt in Den Haag worden ook door andere gemeentes in de regio ingezet. Vanuit het speerpunt ‘weerbaarheid’ vindt regelmatig overleg plaats met andere gemeentes om ervaringen uit te wisselen over weerbaarheidsprojecten. Daarnaast is eind 2024 samen met gemeente Zoetermeer een evaluatie uitgevoerd voor het project Trias Pedagogica. Ten aanzien van het verbreden van onze preventieve projecten zijn en worden goede stappen gezet. Zo is de afgelopen jaren de online dimensie onderdeel geworden van alle preventieve projecten in de stad.
Momenteel wordt er, in samenwerking met de gemeentes Delft, Gouda en Zoetermeer, een nieuw project ontwikkeld dat zich zal richten op een volwassen doelgroep om hen weerbaarder te maken tegen antiinstitutioneel extremisme. Conclusie Het beeld van de ontwikkelingen in het extremistische landschap in de regio Eenheid Den Haag uit de fenomeenanalyse sluiten goed aan bij het beeld dat het IPPR heeft op lokaal niveau. Ten aanzien van de aanbevelingen heeft de lokale aanpak al grote stappen gezet in de afgelopen jaren. Zo is er een uitgebreid signaleringsnetwerk opgebouwd waarin continu kennisdeling plaatsvindt gericht op de diverse vormen van extremisme. Op regionaal niveau werkt Den Haag nauw samen met andere gemeentes, onder andere op het gebied van preventie en kennisuitwisseling. De komende tijd zal er, in lijn met de aanbevelingen, aandacht worden besteed aan het integreren van labels in duidingsmethodieken, het implementeren van het wetsvoorstel en het verstevigen en uitbreiden van regionale en lokale netwerken met partners uit verschillende domeinen. Met vriendelijke groet, Jan van Zanen
4/4