RIS321887 Afdoening motie Pas Wet economische delicten toe in strijd tegen malafide uitzendbureaus
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
BSD/10983099 RIS321887 Contactpersoon
Suze Hageman Dienst
Bestuursdienst Afdeling
BSD Veiligheid Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
26 mei 2026
bestuurlijkezaken.veiligheid@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Pas Wet economische delicten toe in strijd tegen malafide uitzendbureaus’
Uw raad heeft, tijdens het debat over de ‘voortgang arbeidsmigratie’ op 3 april 2025, de door het raadslid mevrouw Verduin ingediende motie: ‘Pas Wet economische delicten toe in strijd tegen malafide uitzendbureaus’ (RIS321887) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: • de wet toelating Terbeschikkingsstelling van arbeidskrachten (wtta), die zal toezien op de regulering van uitzendbureaus, nog verder is uitgesteld; • ondertussen malafide uitzendbureaus sanctieloos door kunnen gaan met ondermijnende activiteiten; • de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) kampt met een capaciteitstekort; • de stad Den Haag last ervaart van uitzendbureaus die malafide activiteiten ondernemen. Overwegende dat: • uitzendbureaus zich schuldig kunnen maken aan ondermijnende activiteiten zoals witwassen, activiteiten die strafbaar zijn volgens de wet economische delicten; • de Wet Economische Delicten (WED) maakt vervolging en berechting mogelijk van overtredingen en misdrijven; • in veel gevallen de straf voor een delict op basis van de WED hoger is dan de straf op basis van de overige wetgeving; • bij handhaving op economische delicten inspecteurs vergaande opsporingsbevoegdheden hebben; • naast de Arbeidsinspectie (NLA) ook de politie, Omgevingsdiensten en NVWA toezien op de Wet Economische Delicten.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10983099
Van mening dat: • toepassing van de Wet Economische Delicten (WED) essentieel is om de ongebreidelde groei van malafide uitzendbureaus in onze stad tegen te gaan/een halt toe te roepen; • de drempel voor strafbaarstelling op grond van de Wet Economische Delicten laag is en hiermee meer malafide uitzendbureaus van de markt gehaald kunnen worden. Verzoekt het college: • met de partners binnen HEIT (NLA, Omgevingsdiensten, NVWA en politie) te verkennen hoe binnen de gemeente de Wet Economische Delicten meer ingezet kan worden om te handhaven, te laten vervolgen en berechten op illegale activiteiten van malafide uitzendbureaus; • de raad vòòr de zomer van 2025 te informeren over de uitkomsten van deze verkenning. Het college doet de motie op de volgende manier af: Verkenning mogelijkheden ketenpartners Om te verkennen in hoeverre partners binnen het HEIT gebruik (kunnen) maken van de Wet op de economische delicten als het gaat om malafiditeit in de uitzendbranche zijn de afgelopen tijd gesprekken gevoerd met zowel de Arbeidsinspectie als het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie (OM). Daarin is verkend wat de mogelijkheden zijn voor het inzetten van de Wet op de economische delicten bij sprake van malafiditeit in de uitzendbranche.
Op basis van die gesprekken lijken de mogelijkheden om de Wet op de economische delicten in te zetten bij malafide uitzendbureaus beperkt te zijn. Onder economische delicten op het terrein van de Arbeidsinspectie vallen: • Arbeidsomstandighedenwet, de artikelen 6, eerste lid, eerste volzin, 28, zesde en zevende lid, 28a, zesde lid, 32, en – voor zover aangewezen als strafbare feiten – de artikelen 6, eerste lid, tweede volzin, en 16, tiende lid; • de Arbeidstijdenwet, de artikelen 8:3, 8:3a, zesde lid, en een niet naleven als bedoeld in artikel 11:3; • Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, artikel 22, zesde lid; • Wet arbeid vreemdelingen, artikel 17b, zesde lid; • Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 18i, zesde lid. De Arbeidsinspectie kan de Wet op de economische delicten inzetten in twee gevallen. Ten eerste bij het negeren van stilleggingen en waarschuwingen inzake bovenstaande overtredingen.1 Ten tweede bij zeer ernstige overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet), zoals bij dodelijke ongevallen of het werken met gevaarlijke stoffen. Aangezien het uitzendbureau doorgaans niet verantwoordelijk is voor de daadwerkelijke arbeidsomstandigheden, zou vooral de eerste situatie van toepassing zijn. De Wet op de economische delicten zal dan dus enkel worden ingezet wanneer een waarschuwing of stillegging wordt genegeerd.
Of dit gebeurt, wordt bepaald door de Arbeidsinspectie in samenspraak met het OM. De Arbeidsinspectie voert haar werkzaamheden uit op basis van risicoanalyses en binnengekomen meldingen. Op grond hiervan wordt een zorgvuldige prioritering aangebracht ten aanzien van de zaken die in behandeling worden genomen. Dit betekent dat het niet mogelijk is om alle meldingen op te pakken.
1
Het gaat dan om het niet naleven van een bevel tot stillegging (na een waarschuwing preventieve stillegging) op grond van de
materiewet. Een waarschuwing preventieve stillegging wordt enkel opgelegd bij recidive en/of zware (bestuursrechtelijke) overtredingen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10983099
Toepassing van de Wet op de economische delicten is daarmee een aanvullend middel dat enkel in specifieke gevallen kan worden toegepast – niet een algemeen inzetbaar juridisch instrument voor het aanpakken van malafiditeit in de uitzendbranche. Het Functioneel Parket van het OM geeft aan dat als het gaat om strafrechtelijke overtredingen die worden vastgesteld bij uitzendbureaus, het doorgaans niet om economische delicten gaat, maar vaker om bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of witwassen. In dat soort gevallen kan door het OM worden besloten over te gaan tot strafrechtelijke opsporing en mogelijk ook vervolging. Toepassing WED vanuit het HEIT De Wet op de economische delicten is bedoeld ten behoeve van strafrechtelijke opsporing van de daarin genoemde strafbare feiten. In principe is het dus geen middel wat vanuit de gemeente kan worden ingezet voor (bestuursrechtelijke) handhaving. Het team Ondermijning van het HEIT controleert samen met ketenpartners ondernemingen op basis van toezichthoudende taak en maakt in beginsel gebruik van de bevoegdheden verkregen vanuit de Algemene wet bestuursrecht. Het komt voor dat er tijdens controles strafbare feiten worden aangetroffen die strafbaar zijn gesteld in de Wet op de economische delicten, deze worden dan door de betreffende partner bestuurlijk afgehandeld.
Opsporingsambtenaren van partnerorganisaties, zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie kunnen dan vervolgens gebruik maken van opsporingsbevoegdheden die vanuit de Wet op de economische delicten zijn toegekend. Elke partner bepaalt zelf of ze vervolgens doorpakken op een aan hun toegewezen bevoegdheid. Het HEIT krijgt niet geregeld (sterke) signalen van misstanden bij uitzendbureaus die aanleiding kunnen geven tot een controle. Toezicht op de uitzendbranche vindt met name plaats vanuit de Arbeidsinspectie, die ook een programma ‘Uitzendbureaus’ heeft.2 Toezicht op de uitzendbranche en rol gemeente Met de ingang van de nieuw aangenomen Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) zal een toelatingsstelsel voor de uitzendbranche van kracht gaan. Dat betekent dat vanaf 1 januari 2028 alleen nog uitleners actief mogen zijn met een officiële toelating van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). De NAU voert onder andere een check uit op zowel strafrechtelijke als bestuursrechtelijke lopende interventies of geconstateerde overtredingen. Ook wordt een check gedaan op het strafblad van de bestuurder als natuurlijke persoon. In het kader van de Wtta breidt de Arbeidsinspectie ook haar capaciteit uit, teneinde toezicht te kunnen houden op naleving van de toelatingsplicht voor uitleners en op de plicht dat inleners alleen met toegelaten uitleners werken.
Voor (aanscherping van) deze wetgeving is o.a. vanuit de gemeente Den Haag gelobbyd. Overigens heeft de Arbeidsinspectie laten weten de constatering in de motie dat sprake is van een capaciteitstekort, niet te herkennen. Momenteel wordt de signaleringsfunctie van de gemeente als het gaat om arbeidsuitbuiting in algemene zin versterkt vanuit het Actieprogramma mensenhandel 2025-2028 (RIS320843). Zo worden in teams die in contact staan met kwetsbare doelgroepen – waaronder arbeidsmigranten – aandachtsfunctionarissen getraind op het thema mensenhandel. Ook zijn tussen december 2025 en februari 2026 vrijwel alle inspecteurs van de Haagse Pandbrigade getraind in het herkennen van mensenhandel, waaronder arbeidsuitbuiting.
2
Zie https://www.nlarbeidsinspectie.nl/nederlandse-arbeidsinspectie/werkwijze/uitzendbureaus en de Programmarapportage
Uitzendbureaus 2020-2022 van de Arbeidsinspectie: Programmarapportage Uitzendbureaus 2020-2022 | Nederlandse Arbeidsinspectie.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10983099
Dit sluit aan bij het in de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstel voor het verbreden van de strafbaarstelling van mensenhandel. Daarmee zou ook ernstige benadeling van werknemers, bijvoorbeeld in de vorm van (zeer) slechte huisvesting, strafbaar worden. De gemeente neemt deel aan een werkgroep vanuit RIEC Rotterdam waarin wordt geanticipeerd op wat dit gaat betekenen voor de signaleringsfunctie van gemeentelijke toezichthouders. Specifiek wat betreft de uitzendbranche voert ten slotte het RIEC Den Haag op dit moment een kwalitatief onderzoek uit naar de aard en omvang van malafiditeit binnen de Haagse uitzendbranche. Het doel is om naast een gedragen inzicht over de aard en omvang van de Haagse uitzendbranche te komen tot handelingsperspectieven die zowel de gemeente Den Haag als andere RIEC-partners handvatten bieden om malafide werkwijzen van uitzendbureaus tegen te gaan. In navolging van dit onderzoek zal ook het barrièremodel arbeidsuitbuiting in de uitzendbranche worden geüpdatet in samenwerking met landelijke en regionale ketenpartners. Dit alles zal input leveren voor het aanscherpen van de aanpak, zowel voor de gemeente als voor de betrokken ketenpartners. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Saskia Bruines
4/4