RIS321843 Bijlage 2 Puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatinclusief Bouwen Den Haag
Tekst van het document
Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Gemeente Den Haag Introductie: Bij bouwprojecten is het verplicht om natuurinclusief en klimaatadaptief te bouwen en te ontwikkelen. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning dient dit ingevulde plantoetsingskader en puntensysteem te worden bijgevoegd. Hiermee wordt aangetoond dat er aan de doelstellingen voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen wordt voldaan door het nemen van voldoende, klimaat en ecologisch waardevolle maatregelen. Dit plantoetsingskader wordt vervolgens gebruikt voor het beoordelen van bouwprojecten op het gebied van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en ontwikkelen. De volgende pagina's moeten ingevuld worden en meegestuurd met de vergunningaanvraag en projectvoorstellen.
Systematiek: Ieder project draagt bij aan het realiseren en behouden van een natuurinclusieve en biodiverse leefomgeving. Voor een project is er keuze in maatregelen. Voor habitats is de voorwaarde dat de gekozen maatregelen samen voldoende punten opleveren en bij elkaar passen om gezamenlijk een goed leefgebied te vormen voor doelsoorten. Zo zorgen we dat een plek echt geschikt wordt en dat er voedsel, veiligheid, verblijfplaatsen, verbinding met de omgeving en voldoende variatie is voor verschillende diersoorten. Daarbij werkt het systeem schalend: hoe groter het plangebied van een project, hoe meer oppervlak met natuurinclusieve inrichting er komt en hoe meer klimaatadaptatieve maatregelen moeten worden behaald. Ook dient een groter plot een grotere hoeveel water op te vangen en te bergen. Altijd in dezelfde verhouding, dus de opgave om samen te zorgen voor natuur en klimaat in onze gemeente is eerlijk verdeeld. Alle maatregelen hebben een puntenaantal. Het puntenaantal past bij de ecologische en klimaatadaptieve waarde en wenselijkheid van de betreffende maatregel. Punten worden toegekend per 100m2 of een deel of veelvoud hiervan. Het inrichten met een maatregel van 6 punten zal dus bij 150m2 van die maatregel 9 punten opleveren en bij 25m2 is dat 1.5 punt.
Doelstelingen: Klimaatadaptatie:
Wateroverlast Bij nieuwbouw stellen we de eis dat er 50mm van een korte hevige op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen. De opgave wordt dus berekend door 50mm te vermenigvuldigen met het aantal m2 kaveloppervlakte en uit te drukken in m3. Je kunt punten behalen door waterbuffers op je kavel te realiseren. Per m3 waterbuffer krijg je 1 punt.
Droogte Voor droogte zetten we in op zowel het besparen van drinkwater als het hergebruiken of infiltreren (circa 50% van de jaarlijkse neerslag) van regenwater. De opgave wordt bepaald door de hoeveelheid eenheden en de opgave voor waterbuffers uit het thema wateroverlast. Punten kunnen behaald worden door onder andere bij eenheden waterbesparende armaturen toe te passen en door waterbuffer aan te sluiten op infiltratie voorzieningen of hergebruiksystemen.
Hitte Voor hitte zetten we in op een koele omgeving, warmtewerende oppervlaktes en koele gebouwen. De opgave wordt bepaald door de grote van het kaveloppervlakte, het aantal eenheden en de hoeveelheid geveloppervlakte. Punten kunnen behaald worden door het vergroenen van de buitenruimte, het realiseren van schaduwrijke plekken, het toepassen van warmtewerende materialen en het realiseren van vraag gestuurde koele systemen.
Natuurinclusief:
Percentage groen/blauw op kavel In ieder project zetten we in op "groen, tenzij". Op kavelniveau zetten we daarom is op minimaal 30% groen en of blauw oppervlakte. In de berekening nemen we de groen en blauw oppervlaktes als volgt mee: o Groene daken met een substraatdikte tot 50 cm mogen voor slechts 10% meegeteld worden. o Groene daken met een substraatdikte vanaf 50 cm mogen voor 50% meegerekend worden. o Groen en blauw op maaiveld mag in iedere vorm 100% worden meegerekend. o Natuurlijke half verharding mag voor slechts 50% worden meegerekend. Gelaagdheid in beplanting wordt extra beloond: Wanneer de kronen van bomen over bijvoorbeeld struiken of bloemrijk grasveld gaan, dan wordt zowel de bomen als de onderliggende meters aan andere groene maatregelen meegeteld.
Verbinding De inrichting van het groen passen aantoonbaar in de bestaande groenstructuren in de omgeving. Waar mogelijk worden bestaande structuren zelfs versterkt.
Ecologische kwaliteit Waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur willen we behouden en waar mogelijk versterken of realiseren. Hierbij is het van belang om lokale habitattypen en soortencategorieën in beeld te brengen en doelstellingen af te stemmen op de grootte van de ontwikkeling, gebied specifieke condities en de groen- en waterstructuren in de omgeving. Daarbij wordt het gebied ingericht op duurzame en gezonde groei en ontwikkeling, zoals ruime groeiplaatsen, gezonde bodemkwaliteit en het zoveel mogelijk behouden van het bestaande groen en de oorspronkelijke bodem.
Habitats Het aantal diersoorten waarvoor een habitat moet worden ingericht hangt af van hoe groot het plangebied is: o Voor kleinschalige projecten (footprint < 500m2 en hoogte < 15m) moet er voor minimaal 1 diersoort een habitat ingericht worden. o Voor middelgrootte projecten (footprint < 2.000m2 en hoogte < 25m) moet er voor minimaal 2 diersoorten een habitat ingericht worden. o Voor grootschalige projecten (footprint > 2.000m2 en/of hoogte > 25m) moet er voor minimaal 3 diersoorten een habitat ingericht worden.
Natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen Voor de natuurinclusieve doelstellingen zetten we in op het natuurinclusief inrichten van voornamelijk horizontale oppervlaktes. De opgave wordt bepaald door het oppervlak van de kavel en de footprint van het gebouw. Punten kunnen behaald worden door onder andere het vergroenen van daken, het toevoegen van beplanting en het inrichten van een diervriendelijk landschap.
Bijbehorende document: o Randvoorwaarden maatregelen o Kaart stedelijke groenstructuur o Infiltratiepotentiekaart
Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Gemeente Den Haag Projectinformatie: Projectnaam:
-
Ontwikkelaar:
-
Ecologisch adviseur:
-
Locatie plangebied (adres):
-
Project eigenschappen: Valt de locatie binnen 150 meter van een Stedelijke Groene Hoofdstructuur?
Nee
i
Totale m² binnen projectgrens:
- m²
Het gebied is het totale oppervlak van het te ontwikkelen gebied inclusief bebouwing.
Bebouwd oppervlakte:
- m²
Footprint van je gebouw.
Gevel oppervlakte:
- m²
Totale oppervlakte aan gevel van de gehele gebouwschil.
Bouwhoogte:
- m
Maximale bouwhoogte.
Aantal verhuur of verkoopbare eenheden:
- Aantal
Zoals woningen en verblijfsruimtes. Voor scholen, kantoren en zorginstellingen kijken we naar het aantal veblijfsruimtes.
Project categorie:
Grootschalig project
1
Kijk op de kaart of uw plangebied in zijn geheel of gedeeltelijk binnen 150 meter van de Haagse Stedelijke Groene Hoofdstructuur valt.
Kleinschalig = footprint < 500m2 en hoogte < 15m, Middelgroot = footprint < 2.000m2 en hoogte < 25m, Grootschalig = footprint > 2.000m2 en/of hoogte > 25m.
Projectopgave: Er dienen punten behaald te worden op de thema's habitats, natuurinclusiviteit, wateroverlast, droogte en hittestress. Elk thema heeft hieronder zijn eigen individuele opgave berekend aan de hand van de ingevulde project eigenschappen. Per thema kunnen verschillende labels gehaald worden; brons (minimaal benodigd voor vergunning), zilver of goud.
Habitat
Natuurinclusiviteit
Wateroverlast
Droogte
Hittestress
3
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
Zilver
4
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
Goud
5
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
Brons (minimaal benodigd)
Percentage groen/blauw op kavel: In ieder project zetten we in op "groen, tenzij". Op kavelniveau zetten we daarom is op minimaal 30% groen en of blauw oppervlakte. de berekening nemen we de groen en blauw oppervlaktes als volgt mee: o o o o
Groene daken met een substraatdikte tot 50 cm mogen voor slechts 10% meegeteld worden. Groene daken met een substraatdikte vanaf 50 cm mogen voor 50% meegerekend worden. Groen en blauw op maaiveld mag in iedere vorm 100% worden meegerekend. Natuurlijke half verharding mag voor slechts 50% worden meegerekend.
Gelaagdheid in beplanting wordt extra beloond: Wanneer de kronen van bomen over bijvoorbeeld struiken of bloemrijk grasveld gaan, dan wordt zowel de bomen als de onderliggende meters aan andere groene maatregelen meegeteld.
Oppervlakte plangebied Benodigd oppervlak groen/blauw
- m² ######## m²
In
Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Gemeente Den Haag Voortgang processtappen U moet gedurende de ontwikkeling verschillende processtappen doorlopen om tot een goed proces te komen. In het tabblad Processtappen kunt u zien om welke stappen het gaat. Hieronder vindt u een overzicht van de voortgang.
Nog te doorlopen
Doorlopen
20
0
Doorlopen processtappen
Percentage groen/blauw op kavel Het streven is dat 30% van alle ontwikkelingen uit groene en of blauwe oppervlak bestaat. We kijken hierbij naar de kavel loodrecht vanaf boven. Aan de hand van je ingevulde maatregelen wordt het oppervlakte automatisch berekent. Hieronder vindt u hoe uw project scoort op de groennorm.
Grote plangebied (m2)
- m²
Aantal m2 groen/blauw
0,0 m²
Doel
Groen/Blauw
Behaald
30%
% groen/blauw in plangebied
30%
Voor welke diersoorten wordt er een hoogwaardig habitat gerealiseerd? Afhankelijk van de omvang van het project dienen er voor minimaal 1 tot 3 diersoorten hoogwaardige habitat gerealiseerd te worden. In het tabblad Habitats vindt u een overzicht van voorwaarden waar de hoogwaardige habitats per diersoort uit dienen te bestaan. Hieronder vindt u een overzicht van de behaalde doelsoorten.
Primaire diersoorten*
Overige diersoorten
0 Gewone dwergvleermuis 0 Huismus 0 Gierzwaluw
0 0 0 0 0 0 0
* Er moet in ieder geval een hoogwaardig habitat gerealiseerd worden voor de vleermuis, huismus óf de gierzwaluw.
Merel, roodborst en andere struikbroeders Spreeuw Koolmees en pimpelmees Zwarte roodstaart Egel Bijen- en vlinders Amfibieën
Omvang project:
Minimum aantal habitats:
Aantal behaalde habitats:
Grootschalig project
3
0
Voortgang punten Na het invullen van alle toegepaste maatregelen kunt u hieronder zien hoeveel punten u per thema heeft verdiend en welk label u daarmee heeft behaald.
Habitat
Natuurinclusiviteit
Wateroverlast
Droogte
Hittestress
3
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
Zilver
4
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
Goud
5
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
Gehaald aantal punten
0
0
0
0
0
Gehaald label
Onvoldoende punten
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
#WAARDE!
Brons
Brons
Brons
Brons
Brons
Zilver
Zilver
Zilver
Zilver
Zilver
Goud
Goud
Goud
Goud
Goud
Brons (minimaal benodigd)
Overzicht
Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Gemeente Den Haag Checklist processtappen Onderstaande checklist beschrijft alle processtappen en producten die doorlopen dienen te worden om tot een goed proces te komen. In deze lijst vinkt u ook de processtappen af (van "nee" naar "ja") én geeft u aan waar de bewijslast te vinden is. Als een processtap niet van toepassing is voor uw ontwikkeling vult u ''n.v.t.'' in. In de kolom "toelichting" vult u samen met uw contactpersoon bij de gemeente Den Haag opmerkingen toevoegen en gemaakte afspraken noteren.
Processtappen
Link:
Vul in:
Initiatie fase Stap 1
Betrek bij grootschalige projecten (foorprint < 2000m2 of bouwhoogte > 25m) verplicht een interne duurzaamheidsadviseur van de gemeente en een ecologisch expert.
Nee
Breng de locatie specifieke situatie in kaart voor de volgende onderwerpen en neem deze aantoonbaar mee in het ontwerp: Stap 2
▪ Aanwezige diersoorten en waardevolle groenstructuren.
Stap 3
▪ Bepaal welke groenblauwe structuren in de omgeving kunnen worden versterkt met de planontwikkeling.
Stap 4
▪ Functioneren van het oppervlaktewater en het grondwatersysteem. Maak hierbij gebruik van de “legger” van
Stap 5
▪ Bekijk de online klimaatatlas van Den Haag voor de thema’s hitte, droogte en wateroverlast.
het hoogheemraadschap van Delfland en de geografische- én infiltratie potentiekaart van Den Haag.
i i i
Nee Nee Nee Nee
▪ Bereken zowel de opgave voor het te realiseren open water (Delfland) als de klimaat Stap 6
Nee
waterberbergingsopgave (Delfland & gemeente). De opgaves vanuit Delfland en de gemeente tel je niet bij elkaar op, de zwaarste opgave is leidend.
Schetsontwerp Stap 7
Breng de klimaatadaptatieve maatregelen globaal in kaart in het schetsontwerp.
Stap 8
Geef aan waar in het plan het groen, tenzij principe niet toepasbaar is (en dus verhard wordt en waarom).
Stap 9
Voer een quickscan Flora & Fauna en een natuurkansen scan uit om de bestaande en potentiële natuurwaarden in kaart te brengen. Bepaal aan de hand hiervan welke habitats u gaat borgen in uw project.
Nee Nee
i
Nee
Voorlopigontwerp Breng de locatie specifieke situatie in kaart voor de volgende onderwerpen en neem deze aantoonbaar mee in het ontwerp: Stap 10
▪ Specifiek welke diersoorten waar binnen de ontwikkeling hun plek krijgen. De locatie van de verblijfplaatsen is
Stap 11
▪ Welk soort beplanting (passend bij de habitatwensen van de doelsoorten) waar gerealiseerd wordt. En of het
Stap 12
▪ Welke daken en gevels natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen zullen worden gerealiseerd. En
ook inzichtelijk gemaakt (pas alleen wetenschappelijk bewezen maatregelen toe conform www.nknb.nl).
i
Nee Nee
behouden van bestaand groen mogelijk en/of wenselijk is.
Nee
welke daken worden ingezet voor verblijven, het opwekken van zonenenergie of bijvoorbeeld bouwinstallaties.
Maak inzichtelijk hoe het plan voldoet aan: Stap 13
▪ De benodigde bergingscapaciteit van de voorziening en/of open water, berekend met de Weging van het
Stap 14
▪ Alle oppervlakken afwateren op de ontworpen bergings- of infiltratievoorzieningen.
Stap 15
▪ Op eigen terrein, 50% van jaarlijks neerslag (450mm) wordt geïnfiltreerd of hergebruikt.
Stap 16
▪ Op verblijfsplekken een zon/schaduwverhouding van 50% - 50%, op de hoogste stand van de zon op 21 juni
Nee
waterbelang en de gemeentelijke klimaat waterbergingseis.
Nee Nee Nee
om 14 uur wordt waarborgt.
Definitiefontwerp Stap 17
Werk alle ingrepen en maatregelen uit vanuit de VO-fase op DO-niveau. Alle onderbouwingen en tekeningen zijn op die uitwerkingen aangepast.
Nee
Stap 18
U heeft met de afdeling beheer van de gemeente Den Haag een akkoord afgestemd over de voorgestelde inrichting van of aansluiting op eventueel aanwezig openbare gebieden.
Nee
Stap 19
Tijdens bouwactiviteiten worden de grond, vegetatie en het bodemleven beschermd door het afdekken van de bodem en het plaatsen van latten en hekken waar nodig. Voor behoud en inpassing bestaande bomen volg het stappenplan “Routeboek stadsbomen in projecten”.
Stap 20
U heeft een meerjarig beheer- en onderhoudsplan opgesteld voor alle aspecten waarvoor u in dit puntensysteem punten heeft verkregen. Voor al deze aspecten heeft u een instandhoudings-inspanningsplicht.
i
Nee
Nee
Toelichting: Hoe wordt invulling gegeven aan deze stap? Welke concrete afspraken zijn er gemaakt?
Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Gemeente Den Haag Invulformulier Habitats Afhankelijk van de omvang van het project dienen er voor minimaal 1 tot 3 diersoorten hoogwaardige habitat gerealiseerd te worden. Er moet in ieder geval een hoogwaardig habitat gerealiseerd worden voor de vleermuis, huismus óf de gierzwaluw. In dit tabblad vindt u een overzicht van de voorwaarden waar de hoogwaardige habitats per diersoort uit dienen te bestaan. De ecoloog is verantwoordelijk voor de onderbouwing op basis van zijn/haar expertise. Hier invullen!
Diersoort:
Voorwaarden hoogwaardig habitat:
Bijpassende maatregelen: Minimaal één maatregel per leefgebied voorwaarde
Hoeveelheid of antwoord:
0 Vleermuis 300
240
240
Verblijfplaats en voortplanting: Verschillende soorten verblijfplaatsen, bijvoorbeeld in de spouw, als 240 inbouwkast of achter gevelbetimmering.
A1 Massawinterverblijfplaats dwergvleermuis A2 Kraamverblijfplaats dwergvleermuis A3 Zomer- en paarverblijfplaats dwergvleermuis
0 m2
Voedsel: Vleermuizen eten veel insecten. Plant daarom veel insectenrijke beplanting binnen 200m van verblijfplaats.
B2, B3, B4, B5, B6 Groene daken D2 Natuurvriendelijke of drijvende oevers D3 Natuurlijke poel D6 Natuurvriendelijke wadi E2, E3, E4, E5, E6, E7 Behoud en aanplant bomen E9, E10 Hagen en heesters E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0 m2
Veiligheid: Geen kunstlicht, bijvoorbeeld van ramen of lantarenpalen, op de verblijfplaatsen.
Ja / nee
Verbinding: Waterlijnen en/of bomenrijen in de omgeving (binnen een straal van 100 m).
Ja / nee
0
0
Vul in
Vul in
0 Huismus 75
60
60
60 Minimaal 5 nestvoorzieningen in een cluster bij elkaar.
Verblijfplaats en voortplanting:
A5 Nestvoorziening huismus
0 Stuks
Voedsel: Aanwezigheid van voedselplanten (o.a. zaden, granen, bessen, bloemknoppen) en insecten zoals bladluizen in tuinen en omgeving en grassen. Ook zijn gras, zand en water binnen 100m van de verblijven belangrijk.
C1 Groene gevel E9, E10 Hagen en heesters E12 Bloem- en kruidenrijk grasland E13 Gazon
0 m2
Veiligheid: Aanwezigheid van klimmend groen van minimaal 2-3 meter hoog en dicht struikgewas, idealiter groenblijvende en/of stekelige struiken.
C1 Groene gevel E10, E12 Heesters en hagen in meerdere soorten
0 m2
Verbinding: Alle maatregelen realiseren binnen 100m van de broedplaatsen. En andere huismussenpopulaties en geschikt leefgebied in de nabijheid (binnen 300m) voor uitwisseling en groei van de populatie.
Ja / nee
Vul in
0
0 Gierzwaluw 75
60
60
Verblijfplaats en voortplanting: 60 Minimaal 5 nestvoorzieningen in een cluster bij elkaar.
A6 Nestvoorziening gierzwaluw
0 Stuks
Voedsel: Waterrijke omgeving en insectenrijk (bloemrijk) grasland binnen 500m van de verblijfplaats.
B2, B3, B4, B5, B6 Groene daken D1 Water D2 Natuurvriendelijke of drijvende oevers D3 Natuurlijke poel D6 Natuurvriendelijke wadi E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0 m2
Veiligheid: Zorg voor een vrije uitvliegmogelijkheid van 3 meter voor en onder de verblijfplaats.
Ja / nee
Verbinding: Water en grasland nabij. Binnen een afstand van 500m.
Ja / nee
0
0
Vul in
Vul in
0 Merel, Roodborst & andere struikbroeders Verblijfplaats en voortplanting: Aanwezigheid van opgaande, groenblijvende beplanting.
C1 Groene gevel E2, E3, E4, E5, E6, E7 Behoud en aanplant bomen E9, E10 Hagen en heesters
0 m2
Voedsel: Aanwezigheid van nectarrijke en besdragende beplanting.
B2, B3, B4, B5, B6 Groene daken E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0 m2
Veiligheid: Aanwezigheid van doornige struiken en dichte, groenblijvende hagen.
E2, E3, E4, E5, E6, E7 Behoud en aanplant bomen E10, E12 Heesters en hagen in meerdere soorten
0 m2
Verbinding: Groene tuinen, parken, bosjes in de omgeving.
Ja / nee
0
Vul in
0 Spreeuw 75
60
60
Verblijfplaats en voortplanting: Minimaal 5 nestvoorzieningen in een cluster bij elkaar of gaten in 60 gebouwen of oudere bomen met holtes.
A7 Nestvoorziening spreeuw
0 stuks
Voedsel: Aanwezigheid van grasvelden (foerageergebied) voor insecten en hun larven.
B2, B3, B4, B5, B6 Groene daken E12 Bloem- en kruidenrijk grasland E13 Gazon
0 m2
Veiligheid: Bomen nabij foerageergebied.
E2, E3, E4, E5, E6, E7 Behoud en aanplant bomen
0 m2
Verbinding: Aanwezigheid van besdragende beplanting.
E9, E10 Hagen en heesters
0 m2
Verblijfplaats en voortplanting: Aanwezigheid van opgaande, groenblijvende beplanting.
E12 Bloemrijk en kruidenrijk grasland E13 Gazon
0 m2
Voedsel: Nectarrijke en besdragende beplanting en tuinen met vogelvoer van bewoners.
B2, B3, B4, B5, B6 Groene daken E12 Bloemrijk en kruidenrijk grasland
0 m2
Veiligheid: Aanwezigheid van doornige struiken en hagen.
E9, E10 Hagen en heesters
0 m2
Verbinding: Groene tuinen, parken, bosjes in de omgeving
Ja / nee
0 Koolmees & Pimpelmees
0
Vul in
0 Zwarte roodstaart 4
0
0
Verblijfplaats en voortplanting: 0 Aanwezigheid van neststenen halfopen, bruine daken of braakland.
A8 Nestvoorziening zwarte roodstaart B1 Bruine daken
0 stuks of m2
Voedsel: Aanwezigheid van insectenrijke beplanting.
B1 Bruine daken B2, B3, B4, B5, B6 Groene daken E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0 m2
Veiligheid: Hoogbouw met nestkasten voor voortplanting.
Bouwhoogte vanaf 15m
Verbinding: Aanwezigheid van plekken met weinig begroeiing en veel zon.
Ja / nee
Verblijfplaats en voortplanting: Structuurrijke, gelaagde beplanting van o.a. groene tuinen en struiken.
C2 Geveltuin E9, E10 Hagen en heesters
0 m2
Voedsel: Een egel eet o.a. slakken. Een groot gebied met diverse beplanting, zorgt voor veel bodemleven en kleine dieren als voedsel.
D6 Natuurvriendelijke wadi E9, E10 Hagen en heesters E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0 m2
Veiligheid: Leg bij tuinen egelpassages aan van minimaal 13 x13 cm om in- of uitsluiting van egels te voorkomen.
Ja / nee
Verbinding: Een zo groot mogelijk aaneengesloten gebied zonder (drukke) wegen en met gelaagdheid in de beplanting, minimaal 20 ha goed verbonden groen. Makkelijk toegankelijk water. Zorg ook dat de egel zich van tuin naar tuin kan bewegen (maak openingen voor egels tussen tuinen).
Ja / nee
-
m
0
Vul in
0 Egel
0
Vul in
Vul in
0
0 Bijen & Vlinders 15
12
12
Verblijfplaats en voortplanting: 12 Insectstenen, zand, dood hout, holtes in stengels en stenenstapels.
A9 Insectenhotel A10 Insectenstenen
0 stuks
Voedsel: Aanwezigheid van nectar- en stuifmeelplanten en bomen met bloeiperiodes van het vroege voorjaar tot najaar.
B2, B3, B4, B5, B6 Groene daken C1 Groene gevel C2 Geveltuin E11 Vaste planten E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0 m2
Veiligheid: Creëer zonnige plekken die uit de wind liggen.
Ja / nee
Verbinding: Bijenlinten door bloemrijke bermen aan te leggen. Verbind verschillende vlakken met elkaar via een bloeiende strook. Dit kan ook van maaiveld via gevel, naar dak en terug.
E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0
Vul in
0 m2
0 Amfibieën Verblijfplaats en voortplanting: Natuurlijke poel zonder vissen en met waterplaten en een landmilieu met gras en voldoende beschutting.
D3 Natuurlijke poel D6 Natuurvriendelijke wadi E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0 m2
Voedsel: Oeverbeplanting en water waar de zon op schijnt.
D2 Natuurvriendelijke of drijvende oevers D3 Natuurlijke poel
0 m2
Veiligheid: Zachte, natuurlijke oevers of uitstapplekken, en schuilplekken.
D2 Natuurvriendelijke of drijvende oevers D3 Natuurlijke poel
0 m2
Verbinding: Veilige verbindingen tussen waterhabitat en landgebied.
Ja / nee
0
Vul in
Eigen toelichting:
Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Gemeente Den Haag Invulformulier Gebouw gebonden maatregelen Vul in dit tabblad in welke maatregelen u gaat realiseren. Alle maartegelen die u hier invult dienen te voldoen aan de gestelde randvoorwaarden. Geef per toegepaste maatregel de hoeveelheid aan én geef een toelichting over waar dit in de projecten gerealiseerd gaat worden. Hier invullen!
Wateroverlast
Droogte
Hittestress
Per:
Nestvoorzieningen
Natuurinclusiviteit
Wateroverlast
Droogte
Hittestress
Meer informatie
Natuurinclusiviteit
Gehaalde punten
Nestvoorzieningen
Mogelijk haalbare punten
Informatie
A1 Massawinterverblijfplaats dwergvleermuis
1
0
0
0
0
m2
m2
0
0
0
0
0
Minimum aantal per project: K= 15m2, M= 30m2, G=60m2
A2 Kraamverblijfplaatsen dwergvleermuis
1
0
0
0
0
m2
m2
0
0
0
0
0
Minimum aantal per project: K= 15m2, M= 30m2, G=60m2
Maatregel
Aantal
Per:
A Nestvoorzieningen
A3
Zomer- en paarverblijfplaats dwergvleermuis
1
0
0
0
0
m2
m2
0
0
0
0
0
Minimum aantal per project: K= 15m2, M= 30m2, G=60m2
A4
Verblijfplaatsen overige soorten vleermuizen
1
0
0
0
0
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
Minimum aantal per project: K= 15m2, M= 30m2, G=60m2
A5 Nestvoorziening huismus
1
0
0
0
0
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
1 cluser is minimaal 5 nestkasten. Minimum aantal clusters per project: K= 1, M= 2, G=3
A6 Nestvoorziening gierzwaluw
1
0
0
0
0
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
1 cluser is minimaal 5 nestkasten. Minimum aantal clusters per project: K= 1, M= 2, G=3
A7 Nestvoorziening spreeuw
1
0
0
0
0
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
1 cluser is minimaal 5 nestkasten. Minimum aantal clusters per project: K= 1, M= 2, G=3
A8 Nestvoorziening zwarte roodstaart
1
0
0
0
0
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
Minimum aantal clusters per project: K= n.v.t. , M= 4, G=4
A9 Insectenhotel
1
0
0
0
0
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
Minimale maat is 1m2 Minimum aantal clusters per project: K= 1 , M= 2, G= 3
A10 Insectenstenen
1
0
0
0
0
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
1 cluser is minimaal 5 nestkasten. Minimum aantal clusters per project: K= 1, M= 2, G=3
B1 Bruin dak
0
0,6
0
0
0
100 m2
m2
0
0
0
0
0
De inrichting van het dak bestaat uit de oorspronkelijke toplaag van de kavel. Puin, schelpen en (vermalen) steen waarop de vegetatieontwikkeling vanzelf tot stand kan komen.
B2 Groen dak (5 – 7 cm substraat)
0
0,5
0
0
0,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
B3 Groen dak (7 - 15 cm substraat)
0
0,8
0
0
0,7
100 m2
m2
0
0
0
0
0
2
m
2
0
0
0
0
0
B Daken:
Groene daken zijn altijd uitgerust met een drainagelaag die de beplanting kan voorzien van het benodigde vocht. De ecologische waarde van een groen dak wordt verhoogd wanneer natuur- en gebruiksfuncties gescheiden zijn.
B4 Groen dak (15 - 30 cm substraat)
0
1,2
0
0
1
100 m
B5 Groen dak (30 - 50 cm substraat)
0
1,5
0
0
1,2
100 m2
m2
0
0
0
0
0
B6 Groen dak (> 50 cm substraat)
0
1,6
0
0
1,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
B7 Verblijfsdak
0
0
0
0
2
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Toegankelijk voor bewoners en/of bezoekers. Minimaal 40% is ingericht met robuust groen en de zon/schaduwverhouding is 50% - 50%.
B8 Reflecterend dak
0
0
0
0
0,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Dak is voorzien van warmte reflecterend materiaal, verf/coating of panelen met een albedo van 0,3 of hoger.
C1 Groene gevel (klimgroen)
0
2
0
0
2
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Bij voorkeur geworteld in de volle grond. Uitgerust met steunconstructie die aansluit bij de hoogte van de aan te planten soorten.
C2 Geveltuin
0
2
0
0
2
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Tuin tegen de gevel op maaiveld (grondgebonden). Minimaal 30 cm diep en minimaal 5 strekkende meter.
C3 Warmte werende gevel
0
0
0
0
0,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Materialen met een lagere dichtheid zoals hout. Gevelbekleding die licht is van kleur.
C4 Buitenzonwering of overstek
0
0
0
0
1
eenheid
eenheid
0
0
0
0
0
Luifels, screens, lamellen, luiken, loggia’s en overstekken. Tot 5 meter hoogte mag een boom ook.
C5 Natuurlijke ventilatie
0
0
0
0
0,1
eenheid
eenheid
0
0
0
0
0
Ramen en deuren tegenover elkaar die kunnen worden opgezet. Of ramen en deuren in combinatie met dakramen die open kunnen.
D1 Water
0
2
0
0
2
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Sloot, vijver, meertje etc..
D2 Natuurvriendelijke- of drijvende oevers
0
5
0
0
0
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Oeverlengte met talud van 1:5 of flauwer. Drijvende oever van minimaal 1 meter breed.
D3 Natuurlijke poel
0
8
0
0
2
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Ondiep water met glooiende oevers zonder stroming.
D4 Verdiept plantvak
0
2
0
1
1
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Verdiept plantvak met ecologische inrichting is een maatregel voor tijdelijke waterberging.
C Gevel:
D Inrichting:
Hier invullen!
Eigen toelichting
D5 Wadi
0
0
0
1
1,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Een wadi is een lager gelegen groen terrein dat bij hevige regenval water kan opslaan. De ondergrond moet geschikt zijn voor infiltratie.
D6 Natuurvriendelijke wadi
0
4
0
1
1,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Zo ingericht dat het een natuurlijke habitat vormt voor vlinders, bijen en kleine zoogdieren, met gebruik van inheemse plant-/struik-/boomsoorten.
D7 Infiltratievoorziening
0
0
0
1
0
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Bijvoorbeeld in beton gevatte bakken, open aan de onderkant, opgevuld met grind en aarde, en beplant. Maar ook IT-riool, IT-put, grindkoffer of vloeivelden.
D8 Natuurlijke half verharding
0
0,5
0
0,5
0,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Half verharding van natuurlijke materialen zoals grind, split, schelpen, boomschors, kokosschors en cacaodoppen.
0
0
0
0,5
0,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Doorgroeibare verharding en waterpasserende verharding zijn vormen van verharding die het mogelijk maken om regenwater te infiltreren.
D10 Schaduw installatie
0
0
0
0
5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Pergola, overkapping of permanent schaduwdoek.
D11 Gezamenlijke tuin op maaiveld
0
0
0
0
2
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Tuin op maaiveld. Toegankelijk voor bewoners en/of bezoekers. Minimaal 40% is ingericht met robuust groen en de zon/schaduwverhouding is 50% - 50%.
E1 Beplanting in de volle grond
0
2
0
0
1,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Beplanting in de volle grond op maaiveld. Plantbakken en daktuinen tellen niet mee.
E2 Bestaande boom 1e grote behouden
0
7
0
0
5,5
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
1ste grootte boom: wordt hoger dan 12m
E3 Bestaande boom 2e grote behouden
0
3,5
0
0
3
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
2de grootte boom: wordt tussen de 6 en 12m
E4 Bestaande boom 3e grote behouden
0
1,4
0
0
1,2
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
3de grootte boom: Wordt lager dan 6 m
E5 Aanplanten boom 1e grootte
0
6
0
0
5
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
1ste grootte boom: wordt hoger dan 12m
E6 Aanplanten boom 2e grootte
0
3
0
0
2,5
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
2de grootte boom: wordt tussen de 6 en 12m
E7 Aanplanten boom 3e grootte
0
1,2
0
0
1
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
3de grootte boom: Wordt lager dan 6 m
E8 Grondverbetering bij bestaande bomen
0
3
0
0
0
100 m3
m3
0
0
0
0
0
Afhankelijk van boomgrootte: van 7,5 m3 (3e grootte boom) tot 20 m3 (1ste grootte boom).
E9 Hoge hagen en heesters
0
5
0
0
3
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Gemengde hagen en heesters van minimaal 3 soorten waarvan minimaal 2 inheems. Minimaal 1 meter breed en 1,5 meter hoog.
E10 Lage hagen en heesters
0
3
0
0
1,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Lage hagen en heesters, sierheesters en bodem bedekkende heesters die smaller zijn dan 1 meter of kleiner zijn dan 1,5 meter hoog.
E11 Vaste planten
0
2
0
0
1
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Minimaal 3 soorten, bij voorkeur inheems.
E12 Bloem- en kruidenrijk grasland
0
1,5
0
0
0,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Kies voor één van de inheemse Haagse bloemenmensgels die zijn opgenomen in de Nota Stadsnatuur.
E13 Gazon
0
0,5
0
0
0,5
100 m2
m2
0
0
0
0
0
Een gazon is een veld met kort gemaaid gras wat voornamelijk wordt gebruikt om op te spelen of recreëren.
0
0
1
0
0
m3
m3
0
0
0
0
0
De hoeveelheid regenwater die geborgen kan worden met een ledegingsduur van 24 tot 48 uur.
F2 Nuttige toepassing regenwater
0
0
0
1
0
m3
m3
0
0
0
0
0
De totale waterbergingscapaciteit in voorzieningen voor gebruik buitenshuis zoals regentonnen, aansluiting op sprinklerinstallatie of bevochtiging van planten.
F3 Waterbesparende douchekop
0
0
0
0,6
0
10 eenheden
eenheid
0
0
0
0
0
Douchekoppen waarvan het waterverbruik van respectievelijk de douche ten hoogste 7 liter water per minuut bedraagt.
F4 Waterbesparende wastafel kraan
0
0
0
0,4
0
10 eenheden
eenheid
0
0
0
0
0
Kranen waarvan het waterverbruik van respectievelijk de kraan ten hoogste 7 liter water per minuut bedraagt.
F5 Waterbesparende toilet
0
0
0
1
0
10 eenheden
eenheid
0
0
0
0
0
Toiletten waarbij voor de grote spoeling ten hoogste 4 liter wordt gebruikt en voor de kleine spoeling ten hoogste 2 liter.
F6 Balansventilatie met koelfunctie
0
0
0
0
0,2
eenheid
eenheid
0
0
0
0
0
Door sensoren aangestuurd en met WTW en zomerbypass functie.
F7 Koelen met koudebron
0
0
0
0
0,3
eenheid
eenheid
0
0
0
0
0
Warmte-koude opslag (WKO), horizontale bodemwarmtewisselaars (Bodemlus) of verticale bodemwarmtewisselaars (Bodemlus).
F8 Drinkwatertappunt
0
0
0
0
3
Stuk
Stuk
0
0
0
0
0
Openbare drinkwatervoorzieningen
OVERIG: Voeg hier zelf een maatregel toe (punten in overleg met de gemeente)
0
0
0
0
0
Totaal aantal behaalde punten
0
0
0
0
0
D9
Doorgroeibare- of waterpasserende verharding.
E Beplanting:
F Technische maatregelen: F1
Totale waterberging op daken, in gebouw en de buitenruimte
H Overig: H1