CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321843 Bijlage 0 Stedelijke beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen 2025-2035

Commissie Ruimte 14 mei 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Toekomstbestendig Bouwen, RIS3218434.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen Den Haag 2025-2035

Inhoudsopgave Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen Den Haag 2025-2035 ........................................................ 1 Inhoudsopgave ................................................................................................................................................... 1 1.

Inleiding ...................................................................................................................................................... 2 Raakvlakken met ander gemeentelijk beleid ............................................................................................... 2

2.

De noodzaak van toekomstbestendig bouwen .......................................................................................... 2 2.1. Meer waarde voor de stad creëren ......................................................................................................... 3 2.2. Toekomstbestendig door blijven bouwen ............................................................................................. 3 2.3. Bouwen binnen het draagvlak van de aarde ......................................................................................... 3

3.

Ambities en doelstellingen ......................................................................................................................... 4 3.1 Paris Proof bouwen: bouwen binnen het CO2-budget van het Parijse Klimaatakkoord ..................... 4 3.2 Natuurinclusief bouwen: behoud van biodiversiteit en groen .............................................................. 5 3.3 Klimaatadaptief bouwen: het hoofd kunnen bieden aan weersextremen ............................................ 5 3.4 Schoon en emissieloos bouwen: schonere lucht en minder stikstofdepositie op Natura 2000 .......... 6

4.

Strategie ...................................................................................................................................................... 6 4.1 Bestuursrechtelijk instrumentarium ...................................................................................................... 7 4.2 Privaatrechtelijk instrumentarium ........................................................................................................ 7

5. Monitoring en evaluatie ................................................................................................................................ 8 6. Tot slot ........................................................................................................................................................... 9

1/9

1.

Inleiding

Deze Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen legt de gemeentelijke duurzaamheidsambities vast voor nieuwbouw. De ambities worden vastgesteld voor de volgende thema’s: beperking van CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van materialen, natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en beperking van de NOx- en fijnstofuitstoot tijdens de bouwfase. Voor transformaties en grote renovatieprojecten zullen haalbare maatwerk afspraken worden gemaakt in lijn met deze ambities. Ambities op het gebied van de energiezuinigheid van gebouwen zijn niet opgenomen in deze beleidsvisie omdat het thema Energiezuinigheid al goed is geborgd met de landelijke BENG-normen, de Transitievisie Warmte (RIS313867) en de Woonvisie (RIS319812). Het gaat hier om ambities op kavelniveau/bouwveld1. Duurzaamheidsambities op het gebied van mobiliteit kunnen het beste worden gerealiseerd op gebiedsniveau en bij de inrichting van de openbare ruimte, en dienen dus te worden uitgewerkt in de verschillende gebiedsvisies en gebiedsprogramma’s. De ambities voor mobiliteit zijn opgenomen in onder andere de Strategie Mobiliteitstransitie (RIS310664) en de Strategie Deelmobiliteit 2030 (RIS319377). Ook ambities op het gebied van een groene wijk kunnen het beste worden gerealiseerd op gebiedsniveau en de bij inrichting van de openbare ruimte.

Deze ambities zijn opgenomen in de nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen (RIS317835). Met deze beleidsvisie ontstaat helderheid over de gemeentelijke ambities, zodat initiatiefnemers en bouwers weten waar ze aan toe zijn. Dit is een wens vanuit de sector. Het schept duidelijkheid over duurzaamheidseisen: deze worden in dit stuk bij elkaar gebracht. Een aantal onderwerpen dienen nog verder uitgewerkt te worden, dit staat beschreven in de Uitvoeringsagenda Toekomstbestendig Bouwen 2025-2030. Raakvlakken met ander gemeentelijk beleid De Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen heeft raakvlakken met veel ander gemeentelijk beleid. Het Puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatadaptief Bouwen, dat deel uitmaakt van deze beleidsvisie, sluit aan op de Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835). Het Puntensysteem geeft ook uitvoering aan Actie 3 van Actielijn 5 van de Haagse Woonvisie op het gebied van klimaatadaptatie. Het oude Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief Bouwen (RIS313059) wordt (groen- en natuurinclusief) aangescherpt en aangevuld met klimaatadaptieve maatregelen. Met de vaststelling van deze beleidsvisie vervalt het oude Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief Bouwen (RIS313059).

De Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen raakt ook de Nota Grondbeleid (RIS319970) bij de gunningscriteria bij gronduitgiften. Ten slotte zal er bij de herziening van de Welstandsnota Den Haag 2017 (RIS297760) en de uitvoering van het welstandsbeleid aandacht moeten komen voor duurzame innovaties in de bouw zoals biobased bouwen. Ook komt er aandacht voor in het toekomstige Haags sloopbeleid en het toekomstige Haags optopbeleid. Participatie Dit beleid is tot stand gekomen in afstemming met projectontwikkelaars, corporaties en beleggers zoals verenigd in de Haagse Tafel Wonen. Hun opmerkingen hebben op verschillende punten geleid tot aanscherping en verbeteringen. Ook werken we samen met de andere G4-gemeenten, andere grote steden en de provincie, zodat een gedragen beleid ontstaat en een gelijk speelveld voor de sector. 2.

De noodzaak van toekomstbestendig bouwen

Toekomstbestendig bouwen is om meerdere redenen noodzakelijk. De bouw is een sector met een grote uitstoot van CO2 en een groot verbruik van materialen. De bouwopgave is groot, toekomstbestendig bouwen kan ervoor zorgen dat de voortgang van de bouwopgave gewaarborgd blijft (zie 2.1). Ook kan door toekomstbestendig bouwen meer waarde ontstaan in de stad (zie 2.2). Ten derde zal de bouw meer dan nu rekening moeten houden met de draagkracht van de aarde (zie 3.2).

1

Het gebied is het totale oppervlak van het te ontwikkelen gebied inclusief bebouwing.

2/9

2.1. Meer waarde voor de stad creëren Toekomstbestendig bouwen zorgt bovendien voor meer (maatschappelijke) waarde voor de stad. Zo zorgt natuurinclusief bouwen voor een groenere en aangenamere woonomgeving. Dit heeft positieve effecten op de gezondheid van de bewoners en leidt uiteindelijk tot lagere zorgkosten. Door nu maatregelen tegen hittestress te nemen, kunnen gezondheidsrisico’s voor met name oudere en chronisch zieke mensen inclusief de bijkomende zorgkosten worden verminderd. Door nu maatregelen te nemen op het gebied van waterberging, zullen in de toekomst minder kosten gemaakt hoeven te worden voor de aanpassing van de riolering en kan schade bij overstroming worden beperkt of voorkomen. Toepassing van circulaire ontwerpprincipes zorgt ervoor dat de levensduur van gebouwen langer is, omdat zij beter te onderhouden en beter aanpasbaar zijn. Mocht een gebouw onverhoopt toch aan het einde van zijn levensduur komen, dan zorgen de toepassing van circulaire ontwerpprincipes voor een grotere restwaarde in de vorm van materialen die gemakkelijker geoogst en hergebruikt kunnen worden. Toekomstbestendig bouwen betekent kortom dat er meer (maatschappelijke) waarde ontstaat en minder maatschappelijke kosten.

De uitdaging is hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze meerwaarde die pas na oplevering van woningen of zelfs veel later ontstaat, toch ten goede kan komen aan degenen die nu in de woning- en utiliteitsbouw investeren. Anders wordt goedkoop duurkoop. 2.2. Toekomstbestendig door blijven bouwen Toekomstbestendig bouwen zorgt er ook voor dat we door kunnen blijven bouwen aan een mooie, groene metropool met een gezonde leefomgeving. Nu al wordt duidelijk dat het overschrijden van diverse planetaire grenzen de voortgang van de bouwopgave in gevaar kan brengen. Risico’s op vertraging en hogere kosten van de bouw kunnen met name optreden door de stikstofproblematiek, een te hoge CO 2-uitstoot en grondstoffenschaarste. Hoewel door interne saldering en maatregelen op de bouwplaats tot nu toe een bouwstop werd voorkomen, leidt de stikstofproblematiek bij sommige projecten tot vertragingen en langere bouwtijden, en daarmee tot hogere bouwkosten. Aangezien een effectief rijksbeleid voor het terugdringen van de NOx- en ammoniakemissies vooralsnog uitblijft, zijn deze risico’s ook in de toekomst niet uit te sluiten, zoals onder meer gebleken is uit recente rechterlijke uitspraken.

Om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te reduceren en risico’s voor de voortgang van de bouw uit te sluiten, is het daarom raadzaam om de uitstoot van NOx door bouwmachines en -verkeer zo veel mogelijk te reduceren. Een CO2-bouwstop vormt een vaak nog onbekend risico voor de voortgang van de bouwopgave. De bouw zorgt voor een substantieel aandeel van de CO2-uitstoot in Nederland. De Hoge Raad heeft in de zaak Urgenda tegen de Staat der Nederlanden geoordeeld dat de overheid een zorgplicht heeft en dat burgers met succes een rechtszaak kunnen aanspannen als de overheid niet genoeg doet tegen klimaatverandering. Ook de gemeente Den Haag zal zich voldoende moeten inspannen om ervoor te zorgen dat de bouw in de stad binnen het zogenaamde CO2-budget voor het halen van de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs blijft.2 Een derde risico voor de voortgang van de bouw is een gebrek aan grondstoffen. De afgelopen jaren hebben laten zien dat de beschikbaarheid van voldoende grondstoffen niet langer zonder meer gewaarborgd is. Tijdens de coronacrisis stegen de prijzen van grondstoffen als staal en kritieke metalen fors. Inmiddels beginnen zelfs grondstoffen als zand en grind in Nederland schaarser te worden. Het is daarom zaak om materialen vaker en hoogwaardiger her te gebruiken of te kiezen voor hernieuwbare materialen.

Dit voorkomt schaarste van grondstoffen en hogere bouwkosten, maar zorgt ook voor een substantiële reductie van de CO2-uitstoot. Met het gebruik van biobased materialen kan bovendien langdurig CO 2 worden opgeslagen. 2.3. Bouwen binnen de draagkracht van de aarde Menselijke activiteiten dreigen de draagkracht van de aarde te overschrijden, denk aan de opwarming van de aarde (broeikaseffect), verlies van biodiversiteit, stikstofdepositie, waterschaarste, landgebruik en chemische verontreiniging door toxische stoffen en plastics. 3 Ook in Den Haag merken we de gevolgen 2

https://www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2019/december/staat-broeikasgassen-verminderen-voor-eind-2020/

3

https://www.stockholmresilience.org/research/planetary-boundaries.html

3/9

hiervan. We zullen dus stappen moeten zetten om ervoor te zorgen dat we zoveel mogelijk binnen de planetaire grenzen blijven. Ook moeten we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit. De bouw is een sector met een hoge CO2-uitstoot en materiaalverbruik. Verdichting en verstening van de stad kan bovendien leiden tot extra verlies aan biodiversiteit, zeker in een al dichtbebouwde stad als Den Haag. Door toekomstbestendig te bouwen, kan de doelstelling om het woningtekort terug te dringen, worden verenigd met het streven zoveel mogelijk binnen de planetaire grenzen te blijven. Toekomstbestendig bouwen draagt bij aan gemeentelijke doelstellingen op het gebied van klimaatneutraliteit, grondstoffenverbruik (50% minder materiaalgebonden milieu-impact in 2030), stikstof, behoud van groen en biodiversiteit en klimaatadaptatie. 3. Ambities en doelstellingen Met dit beleid voor Toekomstbestendig Bouwen zorgt de gemeente er niet alleen voor dat de bouw zoveel mogelijk binnen de planetaire grenzen blijft en dat er een mooiere, groenere stad ontstaat voor toekomstige generaties. Maar ook dat we snel en betaalbaar doorbouwen. We gaan dit doen door actief te sturen op CO2reductie en circulair bouwen, meer groen en biodiversiteit, klimaatadaptatie en schoon en emissieloos bouwen voor nieuwbouwprojecten.

En voor renovatie- en transformatieprojecten worden maatregelen per project afgewogen. 3.1 Paris Proof bouwen: bouwen binnen het CO2-budget van het Parijse Klimaatakkoord Den Haag heeft al sinds 2017 de ambitie om klimaatneutraal en klimaatadaptief te zijn in 2030. Den Haag sluit aan bij de klimaatdoelstellingen van het Rijk, het EU-plan ‘Fit for 55’ en het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius.4 Met het zogenaamde ‘Paris Proof bouwen’ blijft de bouw zoveel mogelijk binnen het CO2-budget van het Parijse Klimaatakkoord. Dit betekent niet alleen dat het energiegebruik van nieuwe woningen en de daarmee gepaard gaande CO2-uitstoot moet worden gereduceerd, maar ook dat de CO2-uitstoot door de productie van woningen zal moeten dalen. Het leeuwendeel van de CO2-uitstoot bij de productie van woningen ontstaat door het gebruik van materialen, de zogenaamde materiaalgebonden CO2-uitstoot, een veel kleiner deel door het bouwverkeer en de inzet van bouwmachines. Beperking van de materiaalgebonden CO2-uitstoot is vooral mogelijk door het gebruik van materialen met een hoge CO2-uitstoot te verminderen. Dit kan door circulair bouwen, waarbij in de bouw eerder gebruikte materialen worden hergebruikt, of door meer hernieuwbare biobased materialen te gebruiken.

Met de toepassing van biobased materialen als hout voor met name draagconstructies, wanden en kozijnen, en materialen als hennep, vlas en houtwol voor isolatie kan bovendien ook langdurig CO2 worden vastgelegd. Het mes snijdt hierbij dus aan twee kanten. Tenslotte is de teelt van biobased materialen als hout, vlas, hennep, lisdodde en sorghum een potentieel nieuw verdienmodel voor de landbouw.5 De Dutch Green Building Council (DGBC) heeft in 2022 onderzoek laten doen naar de CO₂-impact van het bouwproces en materiaalgebruik. Het rekenprotocol Paris Proof Materiaalgebonden stelt partijen uit de keten in staat om te rekenen met de CO₂-impact van hun nieuwbouw en renovatieprojecten aan de hand van hun MPG-berekeningen (MilieuPrestatie Gebouwen).6 Om Paris Proof te zijn, dienen bouwwerken een materiaalgebonden CO₂-eq. waarde per m² bruto vloeroppervlak (BVO) te hebben die lager of gelijk is aan de grenswaarden voor nieuwbouw voor het desbetreffende jaar (zie Tabel 1). Op dit ogenblik zijn deze grenswaarden volgens marktpartijen te ambitieus om te komen tot betaalbare woningbouw. De bouwsector werkt echter hard aan innovaties om de materiaalgebonden CO2-uitstoot verder te beperken, denk aan houtbouw of gebruik van andere CO2-arme materialen.

Op dit ogenblik werkt een groep van acht grote beleggers samen met de sector en kennisinstellingen aan een realistisch reductiepad met maximumwaarden voor de materiaalgebonden CO2-uitstoot. Voor de Haagse woningbouwopgave willen wij deze landelijke ontwikkeling volgen. Dit zal resulteren in een CO2-reductiepad voor de Haagse wonings- en utiliteitsbouw met uitsplitsingen per woningtypologie. 4

Zie de Werkagenda Energietransitie (RIS317122).

5

Zie de Nationale Aanpak Biobased Bouwen, https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/11/08/200-miljoen-voor-

grootschalige-aanpak-biobased-bouwen. 6

NIBE, Paris Proof Materiaalgebonden Achtergrondrapport (Utrecht 2022), p. 17.

4/9

De ondertekenaars van het nog op te stellen Convenant Toekomstbestendig Bouwen in Den Haag (zie Uitvoeringsagenda Toekomstbestendig Bouwen 2025-2030) zullen zich hieraan committeren. Tabel 1 - Paris Proof grenswaarden materiaalgebonden CO2-emissies volgens het DGBC Materiaalgebonden kg CO2-eq per m2 Paris Proof grenswaarden 2021 2030 2040 Woning (eengezinswoning) 200 126 75 Woning (meersgezinswoning) 220 139 83 Kantoor 250 158 94 Retail vastgoed 260 164 98 Industrie 240 151 91

2050 45 50 56 59 54

NB: deze tabel zal worden aangevuld met een realistisch reductiepad in de uitwerkingsfase in Q2 2025. 3.2 Natuurinclusief bouwen: behoud van biodiversiteit en groen Een leefbare stad is een groene stad. Juist in een verdichtende stad is het van groot belang dat er voldoende groen is, de natuur robuust is en de biodiversiteit gewaarborgd blijft.7 Dit is ook belangrijk voor het welbevinden en de gezondheid van bewoners. Met het Puntensysteem Groen en Natuurinclusief Bouwen was Den Haag de afgelopen jaren landelijk koploper op dit gebied en heeft daarmee het thema binnen diverse gemeentes aangezwengeld. De ervaringen is dat het gebruik van het puntensysteem natuurinclusief bouwen in den Haag en andere steden een positief effect heeft op de mate van natuurinclusiviteit in nieuwbouwprojecten. Bovendien leveren veel maatregelen voor beide thema’s een positief effect op. Juist de dichtstbevolkte stad van Nederland moet zorgen voor voldoende groen: in de openbare ruimte, maar ook direct rond en op woningen. Met de Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen leggen we eisen vast op kavelniveau voor nieuwbouwprojecten. Doelstellingen: ▪ ▪

30% groen/blauw op kavelniveau8; Versterking habitats voor diersoorten.

Deze doelstellingen zijn geconcretiseerd en uitgewerkt in het bijgevoegde Puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatadaptief Bouwen. 3.3 Klimaatadaptief bouwen: het hoofd kunnen bieden aan weersextremen Door de te grote uitstoot van broeikasgassen is het klimaat wereldwijd en ook in Nederland de afgelopen decennia al merkbaar veranderd. Hoosbuien, hittegolven en periodes van droogte komen steeds vaker voor. De frequentie van weersextremen zal alleen maar toenemen. Extreme neerslag, hitte en droogte kunnen overlast en financiële schade tot gevolg hebben. Hittegolven zullen bij ongewijzigd beleid leiden tot een toename van sterfte onder ouderen en andere kwetsbare groepen. Om Den Haag toekomstbestendiger te maken, zijn klimaatadaptieve maatregelen nodig voor de woning- en utiliteitsbouw. Doelstellingen: ▪ ▪

7

Tijdelijk opvangen van minimaal 50 mm van een bui met 70 mm neerslag per uur op privaat terrein. Na minimaal 24 en maximaal 48 uur is de bergingscapaciteit weer beschikbaar; Vergroten sponswerking van de stad (het vermogen van het landschap om water vast te houden tijdens perioden van neerslagoverschot, om als buffer te dienen voor droge periodes);

Zie de Werkagenda Duurzame Leefomgeving (RIS319140).

8 Het groen/blauw percentage op kavelniveau legt de ambitie per planontwikkeling neer. De scope van het puntensysteem kan in

sommige gevallen deels buiten de ontwikkelkavel vallen. Maatwerk kan mogelijk van toepassing zijn indien er in de directe omgeving tegelijkertijd én in samenhang met de kavelontwikkeling (semi)openbare ruimte wordt ingericht. Deze (semi)openbare ruimte dient wel een sterke link te hebben met de planontwikkeling. Belangrijk om hierbij te realiseren is dat dit puntensysteem specifiek niet is ontwikkeld voor de openbare ruimte en hiervoor geen realistische/wenselijke ambitie kan neerleggen. Ook dienen er aanvullende afspraken gemaakt te worden voor (aanleg)kosten en onderhoud.

5/9

▪

Voldoende schaduw, koele plekken, horizontale en verticale warmte werende oppervlakten, besparen van drinkwater en een aangename binnentemperatuur.

Deze doelstellingen zijn geconcretiseerd en uitgewerkt in het bijgevoegde Puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatadaptief Bouwen. 3.4 Schoon en emissieloos bouwen: schonere lucht en minder stikstofdepositie op Natura 2000 Bouwverkeer en het gebruik van bouwmachines zorgen voor een aanzienlijke uitstoot van CO2, NOx en fijnstof. Deze emissies zijn schadelijk voor de gezondheid, de natuur en het klimaat. Deze emissies tijdens het bouwproces willen we terugbrengen, mede om de voortgang van de bouw te waarborgen in het kader van de stikstofproblematiek. De gemeente heeft hiertoe het landelijke Convenant Schoon- en Emissieloos Bouwen ondertekend (RIS316901) en heeft zich hiermee voor eigen opdrachten gecommitteerd aan de gelijknamige routekaart op het koploper niveau. Doelstelling: Emissies van NOx, fijnstof en CO2 als gevolg van het gebruik van mobiele werktuigen nemen sterker af dan het reductiepad uit de landelijke Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (zie tabel 2). Tabel 2 - Reductiepad Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen Emissies 2018 2023 CO2 100% 97% Fijnstof 100% 42% NOx 100% 73%

2025 93% 23% 64%

2028 84% 12% 57%

2030 77% 7% 49%

Deze landelijke Routekaart zal worden toegespitst op de Haagse situatie en onderdeel gaan vormen van een Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen in Den Haag (zie onder). 4. Strategie Realisatie van de gemeentelijke ambities voor toekomstbestendig bouwen is alleen mogelijk in nauwe samenwerking met de sector. Het gaat hierbij om beleggers en investeerders, projectontwikkelaars, (ontwikkelende) aannemers, (semi-)publieke opdrachtgevers als woningbouwcorporaties en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Uit gesprekken met deze partijen is een grote bereidheid gebleken toekomstbestendig te bouwen; projecten die rekening houden met luchtkwaliteit en gezondheid, CO 2reductie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en groen leveren op de lange duur meer waarde op, zowel financieel als maatschappelijk. Bovendien is de innovatiekracht van de sector groot, denk aan recente ontwikkelingen op het gebied van houtbouw en biobased isolatie, CO2-arm beton en de inzet van elektrisch bouwmaterieel. Hoe de CO2 -uitstoot in de praktijk wordt gereduceerd, laten we over aan het innovatieve vermogen van de marktpartijen. Het innovatievermogen van de bouw is voorts gebaat bij een gelijk speelveld. We sluiten aan bij landelijke standaarden en bepalingsmethoden op het gebied van duurzaam bouwen, zodat projectontwikkelaars en aannemers in Den Haag niet geconfronteerd worden met regels die afwijken van regels elders.

We sluiten dus aan bij Het Nieuwe Normaal9, de standaard bepalingsmethode voor circulair bouwen, en het Convenant Toekomstbestendig Bouwen 2.0. We gaan daarnaast deelnemen aan de City Deal Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling om ervaringen uit te wisselen met de sector, maar ook met de andere G4-gemeenten en het Rijk. Door het bieden van faciliteiten gaan we de sector meerjarig ondersteunen om te komen tot toekomstbestendig bouwen, onder andere door middel van een Kennisatelier Toekomstbestendig Bouwen gericht op de uitwisseling van kennis en ervaringen.

9

Het Nieuwe Normaal (HNN) is een gedragen standaard op het gebied van milieu-impact, materiaalgebruik en waardebehoud.

Doordat een steeds groter aantal ontwikkelende partijen, aannemers, opdrachtgevers en overheden deze standaard gebruikt, ontstaat meer schaalgrootte en ruimte voor innovatieve circulaire oplossingen. Zie https://www.hetnieuwenormaal.nl/

6/9

We onderzoeken de mogelijkheid om te komen tot een Fonds Toekomstbestendig Bouwen, waarmee bouwers die zich houden aan de Routekaart worden ondersteund. Daarbij is het van belang dat ambities en middelen in balans zijn. De gemeente geeft het goede voorbeeld. Bij gemeentelijke opdrachten gaan we sturen op bovengenoemde ambities. In het recente verleden is de gemeente opdrachtgever geweest voor zeer aansprekende circulaire vastgoedprojecten, denk aan de renovatie van de Fruitweg, de transformatie van de Titaan en de circulaire verbouwing van het Afvalbrengstation aan de Vissershavenstraat. Het spreekt voor zich dat de gemeente dit beleid voor Toekomstbestendig Bouwen helder communiceert en er een goede verankering is in andere gemeentelijke beleidsstukken en de gemeentelijke werkprocessen. Toekomstbestendig bouwen moet in Den Haag een vanzelfsprekendheid worden. Dit betekent dat ambities en kansen in een vroegtijdig stadium benoemd worden en een goede borging krijgen in de afspraken die de gemeente met marktpartijen maakt. 4.1 Bestuursrechtelijk instrumentarium Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vormt bestuursrechtelijk de ondergrens voor alle bouwprojecten als het gaat om de gebouwgebonden duurzaamheid. Bij het toetsen van de omgevingsvergunning wordt ook getoetst op de duurzaamheidseisen zoals die in het Bbl opgenomen zijn.

Het Rijk biedt in de Omgevingswet echter geen ruimte om lokaal via het omgevingsplan strengere eisen te stellen voor onderwerpen die in het Bbl geregeld zijn. Aangezien onze ambities verder gaan dan het Bbl, dringt Den Haag samen met andere grote steden aan op aanscherping van de duurzaamheidseisen in het Bbl. Voor onderwerpen die niet in het Bbl geregeld zijn en de relatie van het gebouw tot zijn omgeving betreffen, zoals waterbesparing, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen, mag een gemeente wel eigen verplichtingen opleggen mits hiervoor in het omgevingsplan beleidsmatig de basis gelegd is. In het omgevingsplan wordt uiterlijk in 2031 verplichtingen opgenomen ten aanzien van waterbesparing, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. Hiervoor dienen gebodsbepalingen in het omgevingsplan opgenomen te worden. Voor deze gebodsbepalingen moet onderzocht worden of ze (financieel) uitvoerbaar zijn en ook daadwerkelijk een positief effect hebben op de fysieke leefomgeving. Dit specifieke punt zal bij het opstellen van het omgevingsplan aan de raad worden voorgelegd. 4.2 Privaatrechtelijk instrumentarium In de Omgevingswet (hierna: Ow) staat in artikel 23.7 dat voor bepaalde onderwerpen geen privaatrechtelijke handelingen kunnen worden verrichten.

Het doel van artikel 23.7 Ow is om te voorkomen dat gemeenten langs privaatrechtelijke weg de hun toegekende publiekrechtelijke bevoegdheden uitbreiden. Met dit voorschrift wordt aangesloten bij het oude artikel 122 van de Woningwet. Artikel 23.7 Ow bepaalt dat een gemeente geen privaatrechtelijke handelingen mag verrichten: -

Voor onderwerpen die zijn geregeld in artikel 4.21 Ow, of Over onderwerpen die betrekking hebben op bouwen en die geregeld zijn in Hoofdstuk 5 Ow.

De eerste categorie omvat algemene bouwkwaliteitsregels die zijn vastgelegd in het Bbl. Deze zijn van toepassing op zowel nieuwbouw als bestaande bouw. De tweede categorie heeft betrekking op de omgevingsvergunningplicht voor bouwactiviteiten. Een overeenkomst die in strijd is met artikel 23.7 Ow wordt als nietig aangemerkt. Hoofdregel is dus regeling via het publiekrecht. De gemeente kan in samenspraak met de ontwikkelaar privaatrechtelijk afspraken maken die verder gaan dan of aanvullend zijn op het Bbl op basis van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid, mits niet in strijd wordt gehandeld met artikel 23.7 Omgevingswet. Afspraken die aanvullend zijn op het Bbl, gaan over onderwerpen die niet vermeld worden in het Bbl. Verdergaand zijn onderwerpen die wel worden vermeld in het Bbl maar waar de gemeente een hogere ambitie op heeft. Het is dan de ontwikkelaar die besluit verdere stappen te zetten dan het Bbl eist, al dan niet na overleg met de gemeente. Eventuele afspraken zijn dan privaatrechtelijk op basis van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid. Onderzocht moet worden of de eventuele afspraken juridisch en financieel haalbaar zijn. Tot slot kunnen deze afspraken dus niet het publiekrecht (vergunningen e.d.) worden afgedwongen.

7/9

Bij gemeentelijke grondposities in het kader van een tender/aanbesteding heeft de gemeente de meeste beïnvloedingsmogelijkheden. In een tender/aanbesteding kan de gemeente aanvullende ambities neerleggen voor de ontwikkeling. Tot het opnemen van het Puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatadaptie Bouwen in het omgevingsplan, zal dit worden opgenomen in tenders/aanbestedingen. Daarnaast kunnen inschrijvende partijen (extra) punten verdienen als zij binnen de (uit te werken) transitiepaden voor CO2-reductie (zie 3.1) blijven. Als de gemeente geen eigenaar van de grond is, maar voor de ontwikkeling wel een omgevingsplan aangepast moet worden, dan kunnen de ambities hierin worden opgenomen en afgedwongen. Wanneer de ambities niet in het omgevingsplan staan vermeld, kunnen afspraken alleen privaatrechtelijk in overeenstemming met de eigenaar van de grond worden vastgelegd. Als er met een ontwikkelaar anterieure afspraken gemaakt worden, kan duurzaamheid daar onderdeel van uitmaken. In dit type afspraken worden doorgaans veel belangen tegen elkaar afgewogen. Duurzaamheidsambities krijgen hierin een gelijkwaardige positie ten opzichte van de andere belangen. Ter verduidelijking zijn de juridische mogelijkheden en andere beleidsmiddelen in tabel 3 uiteengezet.

Tabel 3 vat de belangrijkste ambities, doelstellingen, acties en maatregelen in het kader van deze Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen samen. Tabel 3 - Inzet beleidsmiddelen per ambitie en doelstelling toekomstbestendig bouwen (TB)

Thema

Ambitie

Instrumenten

Paris Proof Bouwen

Terugbrengen materiaalgebonden CO2-uitstoot tot Paris Proof niveau

Klimaatadaptief en Natuurinclusief

Groen, habitats, water, hitte droogte

Schoon- en emissieloos bouwen

Reductie uitstoot NOx-, fijnstofen CO2-emissie; voorkomen stikstofproblemen

Vrijwillig: 1. Klimaatdeal TB 2. Afspraken met woningbouwcorporaties 3. Bieden van faciliteiten Publiekrechtelijk: gecombineerd puntensysteem via omgevingsrecht. En tot de invoering privaatrechtelijk via anterieure overeenkomsten Vrijwillig: 1. Convenant SEB in Den Haag 2. Faciliteiten

5. Monitoring en evaluatie We gaan de uitvoering en de effecten van deze Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen de komende jaren monitoren. Dit is nodig om te bepalen of de doelstellingen die uitgewerkt worden in de routekaarten voor Paris Proof bouwen en voor Schoon en emissieloos bouwen en die worden vastgelegd in het Puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatadaptief Bouwen in de praktijk ook worden gehaald. Ook wordt bepaald of het beleid voor toekomstbestendig bouwen al dan niet aanscherping behoeft. Voor de monitoring maken we gebruik van gegevens die initiatiefnemers toch al moeten leveren voor aanvragen van een omgevingsvergunning of bij rapportageverplichtingen die voortvloeien uit de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de EU Taxonomie.10 Op deze manier proberen we de administratieve last voor marktpartijen zo beperkt mogelijk te houden. Op basis van onderstaande monitoringsgegevens hopen wij op den duur een beter zicht te krijgen op de CO2-, fijnstof en NOx-uitstoot van de bouw, het materiaalgebruik en de maatregelen die zijn getroffen voor klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit (zie Tabel 4). Op basis van de verzamelde gegevens kunnen we de uitvoering en de effecten van dit beleid gebruiken voor een evaluatie. Deze zal in de eerste helft van 2027 met de raad worden gedeeld.

10

https://dgbc.foleon.com/eu-taxonomie/handreiking-eu-taxonomie/

8/9

Tabel 4 - Monitoring Ambitie

Doelstelling CO2-uitstoot van de bouw past binnen het CO2-budget (Paris Proof bouwen)

CO2-uitstoot beperken

Biodiversiteit versterken

Klimaatadaptatie

Schonere lucht en minder stikstofdepositie op Natura 2000

Indicator Kg CO2eq/m2 GO (Quick Carbon Indicator) Kg CO2eq/m2 GO

Bron Te berekenen met nu al verplichte MPG- en Beng-berekeningen Nader te bepalen, zie advies DGBC

% projecten dat binnen het bepaalde CO2-budget blijft

Te berekenen met vorige indicator

30% groen op kavelniveau

% groen op kavelniveau

Versterken habitats aantal diersoorten

Aantal diersoorten waarvoor een habitat gerealiseerd is

Ingevuld puntensysteem (bij aanvraag omgevingsvergunning)

Voldoende waterberging

Realisatie

Vergroten sponswerking

Berekening sponswerking

Maatregelen tegen hittestress

Realisatie

NOx-reductie overeenkomstig Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen

Kg NOx

Ingevuld puntensysteem (bij aanvraag omgevingsvergunning)

Aerius-berekeningen

6. Tot slot Dit programma is mede gebaseerd op (wetenschappelijk) onderzoek, ervaringen van andere grote steden, input van kennisinstellingen als Dutch Green Building Council (DGBC), Cirkelstad, de TU Delft en de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO), input van ontwikkelende partijen, woningbouwcorporaties en aannemers. Ontwikkelaars en ondernemers geven aan dat er veel kan, maar hebben ook behoefte aan duidelijke en helder gecommuniceerde ambities en doelstellingen. Binnen de sector is sprake van een groot commitment om met elkaar en samen met de gemeente aan een toekomstbestendige stad te bouwen waar de inwoners van Den Haag in een groene, gezonde en prettige leefomgeving kunnen wonen en werken.

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15400005/1