RIS321829 Verkenning van een bijverdienpremie
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Mariëlle Vavier Wethouder Armoede, Inclusie, Zorg, Internationale Zaken en stadsdeel Laak
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
SZW/10799423 RIS321829 Contactpersoon
Dino Bodzinga Dienst
Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Afdeling
SZW Beleid Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
9 april 2025
Dino.bodzinga@denhaag.nl
Onderwerp
Verkenning van een bijverdienpremie in Den Haag
Geachte voorzitter, De uitkering is bedoeld als minimuminkomen en voor de kosten van levensonderhoud. De realiteit is echter weerbarstiger, want meer mensen komen steeds moeilijker rond vanwege de hoge dagelijkse kosten als gevolg van inflatie, hoge woonlasten en zorgkosten. Een oplossingsrichting is dat mensen naast hun bijstandsuitkering geld bijverdienen via (parttime) werk. Dit heeft een positief effect op het leven van mensen, omdat dit kan leiden tot meer bestaanszekerheid en het kan de uitstroom naar duurzaam werk bevorderen. Eén van de mogelijkheden om werken in de bijstand te bevorderen is de voorgestelde bijverdienpremie. Hier zijn echter wel regels aan verbonden. Naar aanleiding van de afdoening van de motie (RIS317656) van 16 april 2024 is een verkenning gedaan voor het invoeren van een bijverdienpremie in Den Haag. Deze brief is het vervolg op die afdoening. In de brief zullen we eerst ingaan op de huidige situatie in Den Haag en de wettelijke kaders rondom bijverdienen in de bijstand. Vervolgens gaan we in op de verschillende evaluaties die er zijn gedaan naar de (effecten van) de bijverdienpremie. We sluiten af met een conclusie.
Huidige situatie in de gemeente Den Haag In het beleidsplan Werk en Participatie (RIS315004) heeft het college de ambitie uitgesproken om zo veel mogelijk mensen aan het werk te helpen en als dat (nog) niet lukt we hun een ander duurzaam perspectief bieden. Daarmee vergroten we bestaanszekerheid en zorgen we ervoor dat iedereen gelijkwaardig meedoet. Dit doen we door werkzoekenden te helpen aan zoveel mogelijk regulier mogelijk werk, een brede groep inwoners werk- en ontwikkelkansen te bieden en door duurzame uitstroom te realiseren. Nog altijd is een voltijdse baan bij een reguliere werkgever de manier naar structurele bestaanszekerheid voor mensen. Daarom blijft het bieden van een duurzame werkkans aan een brede doelgroep ook de komende jaren in onze aanpak centraal staan. Dit doen we door mensen een re-integratietraject (werkfit-, werkontwikkeltraject, praktijkleren of leerlijn) of een activeringstraject aan te bieden.
1
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10799423
Voor diegenen die het niet lukt om volledig aan het werk te gaan en die dus deels afhankelijk blijven van een uitkering passen we in Den Haag de wettelijke vrijlatingsregelingen toe. Dit is landelijk beleid, maar uit onderzoek van Divosa blijkt dat niet alle gemeenten de inkomstenvrijlating daadwerkelijk toepassen1. Naast de vrijlatingsregeling kennen we in Den Haag in het kader van arbeidsinschakeling twee soorten premies: de premie participatieplaats en de premie proefplaatsing 2. Beide premies zijn gericht op de arbeidsinschakeling van een kandidaat. Kandidaten krijgen eenmalig € 500,- of voor maximaal twee maanden in totaal € 1.000,-, omdat zij werken in hun proeftijd of werkervaring opdoen bij een werkgever. De premie is ter compensatie, omdat zij al werken of werkervaring opdoen met behoud van een uitkering, maar nog geen loon ontvangen. Wettelijke kaders Het doel van Participatiewet is tweeledig: enerzijds is de bijstand een vangnet voor mensen die om welke reden dan ook niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien en anderzijds worden deze mensen geholpen om weer te gaan werken en ze voldoende eigen inkomen kunnen verdienen. Als iemand kan werken dan wordt snel gedacht aan een voltijds baan, maar dit kan ook deeltijd werk betreffen. Dit betekent dat iemand loon verdient met vaak een aanvullende bijstand ontvangt.
Om ervoor te zorgen dat werken meer loont en niet wordt verrekend met de bijstand, heeft de Rijksoverheid de wettelijke vrijlatingsregeling geïntroduceerd. Dit zijn: 1.
De algemene vrijlating van 25% van de inkomsten (tot maximaal € 269,- per maand) gedurende de eerste 6 maanden; 2. De vrijlating voor alleenstaande ouders met een kind jonger dan 12 jaar van 12,5% (tot maximaal € 167,79 per maand) gedurende 30 maanden (volgt na de algemene vrijlating); 3. De vrijlating voor mensen met een medische urenbeperking (d.w.z. dat het UWV heeft vastgesteld dat de persoon niet meer dan 20 uur kan werken) van 15% (tot maximaal € 170,18 per maand) zolang de beschikking medische urenbeperking van kracht is (volgend op de algemene vrijlating); 4. De vrijlating voor mensen met een dienstbetrekking met loonkostensubsidie van 15% (tot maximaal € 170,18) gedurende een jaar. Deze volgt op de algemene vrijlating en kan telkens met een jaar worden verlengd, als iemand vanwege in de persoon gelegen factoren niet meer uren kan werken. Deze vrijlating kan alleen met een beschikking worden beëindigd. Naast deze wettelijke vrijlating biedt de Participatiewet de mogelijkheid om bijstandsgerechtigden (of bijstandsgerechtigden die net naar werk zijn uitgestroomd) een belastingvrije premie te verstrekken: een één- of tweemalige premie van ten hoogste € 3.209,- per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. De gemeente heeft de vrijheid om de premie zelf vorm te geven, maar er zijn wel een paar vaste kaders: • •
•
Een premie is fiscaal onbelast, mits deze één- of tweemalig per jaar wordt verstrekt. Een premie kan verstrekt worden mits die persoon voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. Dit oordeel is aan het college 3. Een premie kenmerkt zich vanwege zijn beperkte duur. Een premie kan niet structureel worden verstrekt, omdat het inkomen dan fiscaal belast wordt. De achterliggende redenatie is dat de gemeente zich anders bemoeit met inkomenspolitiek van mensen en dit wil de Rijksoverheid niet. In de praktijk wordt meestal een premie verstrekt voor één of twee jaar. Zijn er meerdere soorten premies, dan mag het totaal aan premies niet boven met maximumbedrag van € 3.209,- uitkomen.
1 73% van de gemeenten past inkomstenvrijlating toe | Divosa 2 Zie bijlage 3 voor meer achtergrondinformatie 3
Zie bijlage 1 voor meer achtergrondinformatie
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10799423
Kortgezegd, een gemeente heeft twee instrumenten om het werk in deeltijd te laten lonen: via de vier vrijlatingsregelingen en/of het vormgeven van een premie4. Overigens is de Rijksoverheid voornemens om via een wetsvoorstel de vrijlatingsregelingen te vereenvoudigen en de bijverdiengrenzen te verruimen, zodat het meer loont om parttime te gaan werken. Er moet één vrijlatingsregeling komen die 15% va het inkomen vrijlaat (zonder maximumbedrag) met een duur van 12 maanden jaar en is van toepassing op alle uitkeringsgerechtigden vanaf 18 jaar. De ingangsdatum is nog niet definitief, maar naar verwachting moeten de gemeente dit vanaf 1 januari 2026 inregelen. Daarnaast doen we een verkenning naar de meerwaarde van enkele lokale initiatieven rondom inkomenszekerheid, waaronder de Bestaansbalans in Utrecht met de inzet van collectief kapitaal en het Bouwdepot voor jongeren. We zullen hierbij kijken naar de mogelijke meerwaarde voor de inkomenspositie van onze Haagse inwoners. Evaluatierapporten bijverdienpremie Voor deze verkenning zijn de evaluatierapporten bekeken van gemeenten die de bijverdienpremie als succes bestempelen (de gemeente Amsterdam, de gemeente Wageningen en de gemeente Nijmegen) en naar gemeenten die vroegtijdig zijn gestopt met de bijverdienpremie (de gemeente Tilburg en de gemeente Rotterdam).
Met de gemeenten Tilburg en Amsterdam is vervolgens nog een gesprek gevoerd voor verduidelijking. Duurzame uitstroom naar werk Uit de evaluatierapporten volgt een wisselend beeld of het verstrekken van een bijverdienpremie mensen stimuleert om duurzaam te gaan werken5. Onze conclusie is dat uit de onderzoeken niet blijkt dat er een causaal verband aangetoond kan worden tussen het verstrekken van een bijverdienpremie en een toename van uitstroom uit de uitkering (duurzaam werk). Bij enkele gemeenten, zoals de gemeente Tilburg, zagen ze geen effect in de duurzame uitstroom. In andere gemeenten, zoals de gemeente Wageningen, was er wel een toename, maar werd het effect ook toegewezen in combinatie met andere interventies, zoals meer aandacht aan de kandidaat, meer begeleidingsmogelijkheden en daar bijhorend een financiële bijdrage in de vorm van een bijverdienpremie. Dit komt omdat mensen problemen hebben op meerdere leefgebieden (psychisch en fysieke belemmeringen, schulden, geen kinderopvang, geen goede woonruimte) die je ook moet aanpakken om ervoor te zorgen dat mensen voltijds kunnen werken. Een bijverdienpremie kan dus helpen om de uitstroom te vergroten, maar is als losstaande interventie niet als doorslaggevende factor aangetoond.
Bovendien kan structurele verstrekking van deeltijdpremies uitstroom uit de bijstand ontmoedigen, omdat het in deeltijd werken in combinatie met een bijverdienpremie meer lonend is voor de kandidaat dan een voltijdsbaan en een beëindiging van de bijstandsuitkering. Effect bestaanszekerheid Het invoeren van een deeltijdpremie zoals in Amsterdam kan leiden tot een toename van het besteedbaar inkomen6. In de onderzochte gemeenten zien we dat ze de bijverdienpremie inzetten om de duur van de wettelijke vrijlatingsregeling te verlengen. Dit komt omdat de algemene inkomstenvrijlating na zes maanden stopt en een bijverdienpremie de mogelijkheid geeft om de duur te verlengen naar twaalf maanden of in sommige gemeenten zelfs naar 24 maanden. Een bijverdienpremie heeft in deze periode zijn toegevoegde waarde. In de eerste zes maanden is het effect minimaal, omdat de wettelijke vrijlatingsregeling eerst moet worden toegepast.
4
Zie bijlage 2 voor een fictief rekenvoorbeeld waar zowel de vrijlatingsregeling als een premie wordt toegepast
5
Zie bijlage 4 voor de gedetailleerdere ervaringen van andere gemeenten
6
Zie bijlage 5 voor de gedetailleerdere ervaringen van andere gemeenten
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10799423
Alleen als iemand in de eerste zes maanden bijna duizend euro bijverdient in de bijstand kan die persoon via de premie het geld houden. Volgens de gemeente Amsterdam gaat het om een relatief kleine groep die in de meeste gevallen door de bijverdienpremie enkele tientallen euro’s in de maand extra krijgt. Fiscale consequenties Aansluitend op de wettelijke vrijlatingen kunnen premies worden toegepast, om parttime werken met een bijstandsuitkering aantrekkelijk te houden en blijvend te waarderen. Vorig jaar is hier in de media veel aandacht voor geweest. Het Rijk heeft in reactie hierop gereageerd met een verklaring dat het niet de bedoeling is dat premies structureel worden uitbetaald: de premie kan dan namelijk fiscaal worden gezien als een periodieke uitkering waarover inkomstenbelasting moet worden betaald en kan dan bovendien gevolgen hebben voor de inkomensafhankelijke toeslagen. Ook bij een structurele, meerjarige inzet van een halfjaarlijkse of jaarlijkse premie kunnen deze fiscale gevolgen optreden. Het gaat dan immers niet langer om incidentele, maar om structurele uitkeringen of betalingen gekoppeld aan maandelijkse inkomsten. Uitvoeringskosten Het invoeren van een bijverdienpremie zal een investering vragen om dit voor te bereiden en uit te kunnen voeren. Het gaat om een financiële investering en personele capaciteit.
De uitvoering moet, over zes maanden teruggerekend, de inkomsten handmatig berekenen. We zijn op dit moment bezig om een systeem te ontwikkelen om de inkomsten automatisch te verrekenen, maar het moet nog blijken of dit leidt tot minder handmatige handelingen voor het berekenen van een bijverdienpremie. Bovendien is een financieel administratief systeem voor premies noodzakelijk. Dit systeem moet de volgordelijkheid van de inkomstenvrijlating en de bijverdienpremie reguleren en rekening houden met de maximale hoogte van het vrijgelaten inkomen. Bij overschrijding zal de fiscus de premie opvatten als een belastbaar inkomensdeel van de bijstandsgerechtigde en kunnen terugvorderen waardoor mensen in financiële problemen komen. Dit betekent niet alleen een administratieve bewaking, maar ook dat in nadere beleidsregels overschrijding uitgesloten moet worden. Daarnaast kan ook gedacht worden aan een logische prioritering van de premies zelf (bijvoorbeeld: premie bij een participatieplaats is een basispremie en heeft de hoogste prioriteit). In principe worden premies vanuit het re-integratiebudget betaald, maar ook andere bronnen kunnen hiervoor aangewend worden. Budgettaire begrenzing is van belang, omdat het budget de hoogte van de premies en de ruimte voor de verschillende vormen van premies bepaalt. Rekenvoorbeeld: Er werken nu ongeveer 1.300 bijstandsgerechtigden parttime.
Stel dat deze 1.300 bijstandsgerechtigden gemiddeld een vrijlating hebben en daarnaast een premie van 40,- per maand. De totale kosten worden dan € 624.000, - voor alleen het verstrekken van de premie, losstaand van extra personele capaciteit en andere uitvoeringskosten. Naar schatting kost het implementeren en het verstrekken van een premie structureel €1,5 miljoen per jaar. Conclusie In het voorgaande heeft het college verkend of een bijverdienpremie van toegevoegde waarde is voor de duurzame uitstroom naar werk en bestaanszekerheid voor Haagse inwoners. Het college concludeert dat een bijverdienpremie te weinig toevoegt voor de Haagse inwoners. Ook als wij naar specifieke doelgroepen kijken zoals mensen met een arbeidsbeperking, alleenstaande ouders, statushouders, jongeren of 60-plussers kunnen we de toegevoegde waarde onvoldoende motiveren en komen we tot dezelfde conclusie.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10799423
Ten eerste doordat de gemeente al gebruik maakt van de verschillende inkomstenvrijlatingen, zodat mensen die parttime werken in de bijstand een deel van hun inkomsten naast hun uitkering kunnen houden. Het blijven toepassen van de inkomstenvrijlating zien wij als het meest effectieve en duurzame middel om mensen te stimuleren om aan het werk te gaan en hen te helpen in hun bestaanszekerheid. Daarnaast draagt een bijverdienpremie als losstaande interventie niet bij aan duurzame uitstroom, zo blijkt uit de verschillende onderzoeksrapporten die onderzocht zijn. Het kan volledige uitstroom uit de bijstand zelfs belemmeren doordat het in deeltijd werken in combinatie met een bijverdienpremie meer lonend kan zijn voor de kandidaat dan een voltijdsbaan zonder (aanvullende) uitkering. Daarnaast is niet uit te sluiten dat het structureel toekennen van een bijverdienpremie fiscale consequenties heeft. Het Rijk beschouwt dit als een vorm van ‘inkomenspolitiek’. Ten tweede is ook uit het rekenvoorbeeld gebleken dat het effect op de bestaanszekerheid niet altijd vanzelfsprekend is. Vooral omdat in de eerste zes maanden de wettelijke inkomstenvrijlating voorgaat en het tijdelijke karakter van de premie daarbij wordt meegenomen. Tot slot weegt de investering die de gemeente moet doen in het inregelen en uitvoeren van de bijverdienpremie niet op tegen de effecten van de premie.
Daarnaast is het berekenen van de premie handwerk en foutgevoelig. Nieuwe ontwikkelingen rondom de wettelijke vrijlatingsregelingen met de nieuwe wet Participatiewet in Balans zullen we op de voet blijven volgen. Wel doet het college een verkenning naar de meerwaarde van enkele lokale initiatieven rondom inkomenszekerheid, waaronder de Bestaansbalans in Utrecht met de inzet van collectief kapitaal en het Bouwdepot voor jongeren. We zullen hierbij kijken naar de mogelijke meerwaarde voor de inkomenspositie van onze Haagse inwoners. Daarnaast blijft het college landelijk zoeken naar aanpassingen van wetgeving om inwoners meer perspectief te bieden en op welke manier landelijke wetgeving kansen biedt voor duurzame uitstroom. Met vriendelijke groet, de wethouder Armoede, Inclusie, Zorg, Internationale Zaken Mariëlle Vavier
5/5