CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321829 Bijlagen 1 tm 5 bij verkenning van een bijverdienpremie

Commissie Samenleving 15 mei 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake 60-plussers met een bijstandsuitkering2.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

dienst: dienstcode

Bijlage 1: Vier varianten van de wettelijke vrijlatingen In de wet is opgenomen dat een deel van het deeltijd inkomen uit arbeid in bepaalde gevallen niet tot de middelen worden gerekend. Het gaat om de volgende vrijlatingsmogelijkheden:

1. 2. 3.

4.

de algemene vrijlating van 25% van de inkomsten (tot maximaal 269 euro per maand) gedurende de eerste 6 maanden; de vrijlating voor alleenstaande ouders met een kind jonger dan 12 jaar van 12,5% (tot maximaal 167,79 per maand) gedurende 30 maanden (volgt na de algemene vrijlating); de vrijlating voor mensen met een medische urenbeperking (d.w.z. dat het UWV heeft vastgesteld dat de persoon niet meer dan 20 uur kan werken) van 15% (tot maximaal 170,18 per maand) zolang de beschikking medische urenbeperking van kracht is (volgend op de algemene vrijlating); de vrijlating voor mensen met een dienstbetrekking met loonkostensubsidie van 15% (tot maximaal 170,18) gedurende een jaar. Deze volgt op de algemene vrijlating en kan telkens met een jaar worden verlengd, als iemand vanwege in de persoon gelegen factoren niet meer uren kan werken. Deze vrijlating kan alleen met een beschikking worden beëindigd 1.

De eerste twee vrijlatingen gelden wettelijk niet voor jongeren tot 27 jaar. Recente ontwikkelingen rijksbeleid Het kabinet heeft in de miljoenennota 2025 nieuwe maatregelen aangekondigd om de bestaanszekerheid van de lage inkomens te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan een nieuwe belastingschijf voor mensen met een laag inkomen.

1

In het geval dat er sprake is van een lopende inkomstenvrijlating voor een alleenstaande ouder en er ook recht blijkt te zijn op de (nieuwe) vrijlatingsregeling voor de doelgroep loonkostensubsidie, is deze nieuwe vrijlatingsregeling voorgaand. Na afloop van de vrijlatingsregeling doelgroep loonkostensubsidie en de eventueel verlengde vrijlatingsregeling en beëindiging daarvan, herleeft het recht op de resterende periode van de tijdelijke inkomstenvrijlating alleenstaande ouder.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10799423

Bijlage 2: Fictief rekenvoorbeeld Hieronder vind je fictief rekenvoorbeeld waarbij iemand een wisselend inkomen heeft en recht heeft op de wettelijke vrijlatingsregels én de bijverdienpremie (in de vorm van een percentage). Maand 1

Maand 2

Maand 3

Maand 4

Maand 5

Maand 6

Maand 7

Bijstandsnorm

1.283

1.283

1.283

1.283

1.283

1.283

1.283

Nettoloon

1.000

800

1.100

600

1.200

1.050

1.100

Vrijlating (25% voor 6 maanden) 2

246

200

246

150

246

246

0

Opgebouwd premiebedrag (30%)3

17

40

17

30

17

17

263

Inkomsten (nettoloonvrijlatingpremie)

737

560

837

420

937

787

837

546

723

410

863

346

496

446

1.546

1.523

1.510

1.463

1.546

1.546

1.546

300

240

330

180

360

315

330

263

240

263

180

263

263

263

Aanvullende bijstand (bijstand– inkomsten na vrijlating) Besteedbaar inkomen (aanvullende bijstand+ loon) Maximum premiebedrag (30% van nettoloon) Premiebedrag met plafond van max. 263 euro

Tabel 1: fictief rekenvoorbeeld met toepassing van de vrijlatingsregeling en de premie Toelichting In dit rekenvoorbeeld verdiend iemand loon en ontvangt die persoon een bijstandsuitkering van de gemeente. Deze persoon werkt een wisselend aantal uren in de week, maar verdiend te weinig om zichzelf in zijn levensonderhoud te voorzien. Als we kijken naar maand 1 dan verdiend deze persoon 1.000 vanuit werk. Deze persoon is een alleenstaande en de bijstandsnorm is 1.283 euro per maand. Berekenen van de vrijlating: Omdat deze persoon korter dan 6 maanden aan het werk is passen we de inkomstenvrijlating toe en daarna pas de premie. Voor het berekenen van het totaalbedrag wordt eerst de 2

Het maximumbedrag is 246 euro per maand

3

Het maximumbedrag is 263 euro per maand

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10799423

wettelijke vrijlating toegepast (als die van toepassing is) en daarna pas het opgebouwd premiebedrag berekend. Hier zit een volgordelijkheid in. In maand 1 zou de vrijlating 250 euro zijn (25% van 1.000 euro), maar voor de vrijlating is maximum wettelijk vastgesteld op 246 euro. Daarom is de vrijlating 246 euro. Berekenen van het premiebedrag: Het premiebedrag is 30% van het nettoloon. In maand 1 is dat 300 euro. Echter, aan het premiebedrag is ook een maximum gekoppeld van 263 euro per maand. Omdat deze persoon recht heeft op de vrijlating en deze voorgaat wordt de vrijlating verrekend met de premie. Dit betekent dat deze persoon in maand 17 euro ontvangt vanuit de premie (263-246). Bereken van het inkomen: Dit is het nettoloon minus het vrijlatingsbedrag en het premiebedrag. De aanvullende bijstand wordt berekend door het verschil van de bijstandsnorm en het inkomen. Het besteedbaar inkomen: Dit is het nettoloon plus de aanvullende bijstand.

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10799423

Bijlage 3: Huidige premies in Den Haag Deze premies dragen bij aan de uitstroomkansen van bijstandsgerechtigden 1.

Premie participatieplaats (verplicht om uit te voeren)

De premie participatieplaats is bedoeld voor uitkeringsgerechtigden die gedurende zes maanden aangesloten werkervaring opdoen bij een gemeente of het bedrijfsleven en kunnen eenmalig een premie ontvangen op basis van de omvang van de participatieplaats (zie artikel 10a Participatiewet). Een kandidaat ontvangt eenmalig een premie van €500. 2.

Premie proefplaatsing (verplicht om uit te voeren)

Kandidaten die op basis van een proefplaatsing, met behoud van uitkering, werkzaam zijn geweest, ontvangen een premie die het verschil compenseert tussen het wettelijk minimum(jeugd)loon en de van toepassing zijnde bijstandsnorm (zie artikel 8a lid 2d Participatiewet). De gedachte hierachter is dat bij een proefplaatsing volledige productiviteit kan worden verlangd. Deze premie geldt dus alleen voor uitkeringsgerechtigden. De premie is voor maximaal twee maanden en de kandidaat ontvangt per maand 500 euro.

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10799423

Bijlage 4: Ervaringen van gemeenten van de bijverdienpremie stimuleert duurzaam werk De bijverdienpremie in gemeente Amsterdam Vanaf maart 2021 hebben alle bijstandsgerechtigden in Amsterdam de mogelijkheid om bij te verdienen naast een bijstandsuitkering. Het doel van de bijverdienpremie is om werken te laten lonen. De huidige bijverdienpremie is 30% van de inkomsten uit werk met een maximum van €262,50 per maand. Dat is €3.151,- per kalenderjaar. De inkomstensvrijlating en premies kunnen tegelijkertijd worden ingezet, maar er is wel een vaste volgorde. De vrijlating is een belaste verstrekking. De premie is onbelast voor zover niet structureel ingezet. In Amsterdam geldt eerst de algemene vrijlating van 25% van de verdiende inkomsten per maand voor de maximale duur van 6 maanden. Pas daarna wordt de bijverdienpremie van 30% ingezet. Dit betekent dat mensen die werken én een bijstandsuitkering ontvangen en dusdanig verdienen dat zij boven het maximum van de wettelijke vrijlatingsregeling verdienen geld kunnen overhouden door de bijverdienpremie. In de praktijk gaat het om een beperkte groep die per maand enkele tientjes extra overhouden. Vanwege het tijdelijke karakter van een premie heeft de premie geen invloed op de inkomensafhankelijke toeslagen van de Belastingdienst, zoals de huur- en zorgtoeslag.

De uitgekeerde premiebedragen spelen wel een rol bij het bepalen van het vermogen. Dit kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Eindevaluatie gemeente Wageningen over duurzaam werk

In de nulmeting stelden we bij het project vast dat voor 20% van de deelnemers parttime werk, gelet op hun persoonlijke situatie en hun mogelijkheden, het voor hun hoogst haalbare doel richting werk was. Vanuit deze waarneming is gekeken hoe parttime werk voor alle groepen binnen Vertrouwen Werkt beter kon worden gestimuleerd. Dit door directe ondersteuning van deze personen bij het vinden van parttime werk en ook door hieraan in de werkgeversbenadering gericht aandacht te geven. Uit de figuur is af te lezen dat het aantal mensen met parttime inkomsten in de groep Verdienen Loont (de blauwe lijn) tijdens het project uitstijgt boven het aandeel parttime werkenden in de andere groepen. Ook bij de andere deelnemersgroepen (de rode lijn) is sprake van een stijging het aantal parttime werkenden, maar deze stijging is wel minder hoog. ▪ De groep Verdienen Loont komt tot ongeveer 30-35% parttime werkenden.

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10799423

▪ De andere groepen uit Vertrouwen Werkt komen samen ongeveer tot 20% parttime werkenden. ▪ Bij de niet deelnemers aan Vertrouwen Werkt heeft ongeveer 10% inkomsten uit parttime werk. De zichtbare lichte daling in de blauwe lijn vanaf mei 2019 heeft een rechtstreekse relatie met de bereikte volledige uitstroom van parttime werkenden in de groep Verdienen Loont. Deze is zichtbaar in de eerdere grafiek over de uitstroom uit de bijstand naar werk. Bij Verdienen Loont (in die grafiek is dit de grijze lijn) is in dezelfde periode een verhoging van de uitstroom te zien. Deze cijfers bevestigen de lijn uit de eerdere voortgangsrapportage dat de financiële prikkel om vrijlating van eigen inkomsten te vergroten (het behouden van 50% van de zelf verdiende inkomsten, met een maximum van €199 per maand) een duidelijke stimulans is om – bijvoorbeeld anders dan vrijwilligerswerk – parttime betaald werk te vinden en uit te voeren. Er is ook gekeken naar de gemiddelde inkomsten van parttime werkenden. Hierin lijken per deelnemersgroep weinig verschillen te zijn. De te verrekenen inkomsten uit parttime werk variëren gemiddeld in een bandbreedte van rondom de € 450-500 per maand. Het effect van de financiële prikkel is dat meer mensen parttime gaan werken en niet dat de gemiddelde inkomsten uit het parttime werk toenemen.

Het effect van de toename van parttime werk is dat meer mensen regulier werk doen. Bij ‘verdienen loont’ levert dat extra geld op, dat deze mensen goed kunnen gebruiken. Ook brengt het mensen in een nieuwe (leer)situatie, wat voor mensen die dat kunnen ook de kansen vergroot om uiteindelijk werk te verkrijgen zonder dat nog bijstand nodig is. En het levert ook de gemeenten een voordeel op omdat er minder bijstand hoeft te worden betaald. Financieel gezien is toename van parttime werk te zien als een positief resultaat. Het totaal van verrekende inkomsten uit parttimewerk van de hier gemeten deelnemers (experimentgroepen en de referentiegroep ‘geen deelname’) bedroeg in de onderzoeksperiode circa € 1.120.000. Het gaat dus om substantiële bedragen, die de gemiddelde prijs van een uitkering beïnvloeden. De meeropbrengsten van het verrekenen van parttime werk moeten hierbij natuurlijk worden afgezet t.o.v. het al eerder aanwezige niveau van parttime werken. In Wageningen werkte eerder circa 10-11% van de mensen in de bijstand inkomsten uit parttime werk, landelijk is het aandeel parttime werkenden in de bijstand circa 8%. Eindevaluatie gemeente Tilburg over duurzaam werk In de evaluatie van de gemeente Tilburg wordt de conclusie getrokken dat de pilot bijverdienpremie niet leidt tot duurzaam werk (zoals in de motie wordt verondersteld): 1.

De pilot heeft niet de meerwaarde van de premie aangetoond. De cijfers laten niet zien dat meer mensen parttime zijn gaan werken. Het belangrijkste cijfer om in dit kader te noemen is het percentage parttime werkenden dat tijdens de uitvoering van de pilot bijverdienpremie is gaan werken (6%). Dit percentage is niet gestegen ten opzichte van eerdere meting vóór de start van de premie (beide 6% van totaal). Er zijn dus niet méér mensen gaan werken in de periode dat de premie werd toegekend ten opzichte van het aantal mensen dat is gaan werken voordat de premie werd toegekend. 2. De ervaring van de klantregisseurs is dat een bijverdienpremie niet het juiste instrument is om parttime werk te stimuleren, omdat de motivatie niet financieel van aard is. Er zijn gesprekken gevoerd met klantregisseurs geïnterviewd over de effectiviteit van het instrument. Klantregisseurs geven aan dat sommigen de premie hebben ingezet tijdens de coaching als stimulans om parttime te gaan werken. Maar allemaal concluderen ze dat het in geen van de gevallen heeft bijgedragen aan de motivatie om te gaan werken. Ze geven aan dat de motivatie vaker intrinsiek van aard is, dat deze mensen er niet eerder of meer door gingen werken. Gebruik in de coaching had geen effect. Ook na toekenning van de premie kunnen de klantregisseurs geen uitgesproken reactie van klanten herinneren. 3.

Ten slotte is de wijze waarop we genoodzaakt zijn de premie uit te voeren (per half jaar) erg belastend voor de uitvoering. Dit komt omdat de bijverdienpremie elk half jaar wordt uitbetaald in plaats van per maand. Deze werkwijze was nodig om te voorkomen dat de vrijlating belast zou worden en de uitkeringsgerechtigde hierdoor problemen zou kunnen krijgen met de belasting en eventuele toeslagen. Voor de uitvoering betekende dit dat zij achteraf, over zes maanden, de

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10799423

inkomsten handmatig moesten berekenen. Dit werd als lastiger ervaren dan bij de reguliere vrijlating. Deze wordt per maand en via het landelijk ICT-systeem uitgerekend. De bijverdienpremie is niet landelijk en dus niet in het landelijke ICT-systeem meegenomen. Berekenen is handwerk. Eindevaluatie gemeente Rotterdam over duurzaam werk Ook in de evaluatie van de gemeente Rotterdam wordt de conclusie getrokken dat de pilot bijverdienpremie niet leidt tot duurzaam werk (zoals in de motie wordt verondersteld): De gemeente Rotterdam heeft geëxperimenteerd de bijverdienpremie, die zij de Werkpremie noemen. Het doel van het initiatiefvoorstel was om het aantal bijstandsgerechtigden dat deeltijdwerk verricht, significant te vergroten. De verwachte toename zou ongeveer 1,75 procentpunt bedragen. Uit het inmiddels afgeronde onderzoek concluderen de onderzoekers het volgende: Geringe effectiviteit instrument werkpremie Het percentage deeltijdwerkers in de doelgroep is gestegen van 4,4 naar 4,8 procent. Dit is niet de significante toename waarop was gehoopt. Bovendien is er sprake van een hoogconjunctuur, met een ongekend hoge vraag naar (laaggeschoolde) arbeid. Dat betekent dat de toename van 4,4 naar 4,8% ook het gevolg kan zijn van het conjunctuureffect.

Van de bijstandsgerechtigden die op of na 1 april 2021 zijn begonnen met deeltijdwerk, geeft het overgrote deel (ruim 83%) van de ondervraagden aan dat de werkpremie géén rol heeft gespeeld bij het maken van de stap naar deeltijdwerk. Van de bijstandsgerechtigden die al deeltijdwerk verrichtten voor 1 april 2021, is 10% van de geïnterviewden meer uren gaan werken door de werkpremie. Voor de overige 90% heeft de werkpremie dus geen invloed gehad op de omvang van het deeltijdwerk. Eindevaluatie gemeente Nijmegen over duurzaam werk De gemeente Nijmegen heeft met meerdere experimentele groepen geëxperimenteerd met de bijverdienpremie en komen tot de conclusie een mogelijke bijverdienpremie geen positief effect heeft op uitstroom naar (deeltijd-) werk: Deelname aan de specifieke begeleiding van de experimentele groepen heeft binnen 24 maanden geen positief effect op uitstroom naar (deeltijd-) werk in de Gemeente Nijmegen. Er lijkt zelfs sprake zijn van een negatief effect, vooral bij de groep die geheel geen proactieve ondersteuning meer kreeg. Tegelijkertijd tonen de beide experimentele groepen wel meer inzet om werk te vinden en betere tussenresultaten in sollicitatieprocessen. Met andere woorden: deelnemers lijken meer hun best te doen, maar minder vaak te slagen.

Bovendien zien we in zijn algemeenheid dat deelnemers aan het experiment (dus: inclusief de controlegroep) sneller werk vinden dan niet-deelnemers, hetgeen kan duiden op een aandachtseffect. Deze zaken verdienen verder onderzoek alvorens hieraan grote conclusies te verbinden.

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10799423

Bijlage 5: Een bijverdienpremie leidt niet automatisch tot meer bestaanszekerheid Het invoeren van een deeltijdpremie zoals in Amsterdam leidt dus niet automatisch tot een toename van het inkomen en is aanvullend op de al bestaande wettelijke inkomstenvrijlatingen. Dit komt omdat mensen een behoorlijk inkomen naast hun bijstandsuitkering moeten verdienen om boven de wettelijke vrijlatingsregeling uit te komen voordat de deeltijdpremie kan worden toegepast. Daarvan wordt de bijverdienpremie toegepast waarvan 30% van de inkomsten uit werk met een maximum van €262 euro per maand. Dit betekent in de praktijk dat in de meeste gevallen een bijverdienpremie leidt tot slechts een beperkte verhoging van het besteedbaar inkomen. Volgens de gemeente Amsterdam gaat het om een relatief kleine groep die in de meeste gevallen door de bijverdienpremie twee of drie tientjes in de maand extra krijgen. Zoals al eerder aangegeven moet dit allemaal handmatig worden berekend en uitgekeerd door de uitvoering. Aansluitend op de wettelijke vrijlatingen kunnen premies worden toegepast, om parttime werken met een bijstandsuitkering aantrekkelijk te houden en blijvend te waarderen. Vorig jaar is hier in de media veel aandacht voor geweest.

Het Rijk heeft in reactie hierop gereageerd met een statement dat het niet de bedoeling is dat premies structureel worden uitbetaald: de premie kan dan namelijk fiscaal worden gezien als een periodieke uitkering waarover inkomstenbelasting moet worden betaald en kan dan bovendien gevolgen hebben voor de inkomensafhankelijke toeslagen. Ook bij een structurele, meerjarige inzet van een halfjaarlijkse of jaarlijkse premie kunnen deze fiscale gevolgen optreden. Het gaat dan immers niet langer om incidentele, maar om structurele uitkeringen of betalingen gekoppeld aan maandelijks inkomsten. Bovendien kan structurele verstrekking van deeltijdpremies uitstroom uit de bijstand ontmoedigen, omdat het in deeltijd werken in combinatie met een bijverdienpremie meer lonend is voor de kandidaat dan een voltijdsbaan en een beëindiging van de bijstandsuitkering.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15397886/1