RIS321823 Evaluatie Regeling Bibob Den Haag 2021
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
BSD/10803738 RIS321823 Aan de gemeenteraad
Contactpersoon
Coördinator ondermijning Dienst
Bestuursdienst Afdeling
BSD Veiligheid Datum
Telefoonnummer
8 april 2025
14070 E-mailadres
secretariaatveiligheid@denhaag.nl
Onderwerp
Evaluatie Regeling Bibob Den Haag 2021
Op 11 mei 2021 is de Regeling Bibob Den Haag 2021 (RIS 308678) door het college vastgesteld, alsmede de Beleidsnota Bibob Den Haag 2021 (RIS 308677). Deze regeling en de bijbehorende beleidsnota zien toe op de uitvoering van de Wet Bibob binnen de gemeente Den Haag. Het Gemeentelijk Bureau Bibob (GBB) dat deel uitmaakt van de Directie Veiligheid van de Bestuursdienst, voert het merendeel van de Bibob-toetsen uit en ondersteunt andere diensten bij de uitvoering van de Wet Bibob. In de Regeling Bibob Den Haag 2021 is aangegeven dat deze regeling na drie jaar zal worden geëvalueerd. In het kader van deze evaluatie hebben gesprekken plaatsgevonden met betrokkenen bij de diverse diensten binnen de gemeente die zich bezighouden met de uitvoering van de regeling en de doorzending van dossiers naar het GBB. Daarnaast is deze evaluatie aangegrepen om gewijzigde weten regelgeving door te voeren in de nieuwe regeling en om knelpunten waar men in de huidige regeling tegenaan loopt te wijzigen. In deze brief worden de uitkomsten van de evaluatie met u gedeeld. Allereerst wordt ingegaan op de aantallen toetsen die naar aanleiding van de Regeling Bibob Den Haag 2021 zijn uitgevoerd en de uitkomsten daarvan op hoofdlijnen. Daarna wordt ingegaan op de algemene ervaringen met de uitvoering van de regeling.
Tot slot worden de onderwerpen benoemd die naar aanleiding van de evaluatie zullen worden aangepast ten opzichte van de huidige regeling. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze evaluatie is een nieuwe Regeling Bibob Den Haag 2024 opgesteld, die als bijlage bij deze brief wordt meegezonden. Uit deze evaluatie blijkt dat deze Wet Bibob binnen de gemeente Den Haag op een goede manier wordt toegepast en uitgevoerd. Daarom is ervoor gekozen in de nieuwe regeling op te nemen dat een evaluatie van de regeling niet minimaal eens in de drie jaar wordt uitgevoerd, maar eens in de vijf jaar. Aantallen Bibob-toetsen en uitkomsten Aan de hand van de Regeling Bibob Den Haag 2021 heeft het Gemeentelijk Bureau Bibob de volgende overheidsbeslissingen aan een Bibob-toets onderworpen in de evaluatieperiode (11 mei 2021 tot 11 mei 2024:
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10803738
Soort overheidsbeslissing
Aantal toetsen
Horecavergunningen
1040 (waarvan 439 wijzigingen van vergunningen)
Omgevingsvergunning bouwactiviteiten
362
Vastgoedtransacties
176
Slijterijvergunningen
125 (waarvan 50 wijzigingen van vergunningen)
Terrasvergunningen
110
Standplaatsvergunningen seizoensplaatsen
107
Bedrijfsactiviteitenvergunningen
95 (waarvan 13 wijzigingen van vergunningen)
Marktvergunningen
89
Seksinrichtingen
37
Vuurwerkverkoopvergunningen
25
Aanbestedingen
23
Subsidies
18
Evenementenvergunningen vechtsportgala’s
17
Gronduitgiftes / erfpacht
111
Taxivergunningen
1
Milieuvergunningen
1
Hieronder staat het aantal overheidsbeslissingen dat in de evaluatieperiode niet door de Bibob-toets is gekomen; dit betreffen zowel de inhoudelijke weigeringen als de buiten behandeling gelaten aanvragen (wegens het niet leveren van gevraagde stukken inzake de herkomst en legaliteit van de financiering):
Soort overheidsbeslissing
Aantal weigeringen / buiten behandeling gelaten beslissingen
Horecavergunningen
39
Bedrijfsactiviteitenvergunningen
13
Slijterijvergunningen
12
Vastgoedtransacties
10
Omgevingsvergunningen bouwactiviteiten
3
Standplaatsvergunningen seizoensplaatsen
2
Terrasvergunningen
1
In 23 gevallen heeft een ondernemer zelf de aanvraag ingetrokken nadat deze werd geconfronteerd met aanvullende vragen over de herkomst van de financiële middelen die in de onderneming waren geïnvesteerd.
1 De afdeling Grondzaken voert in principe zelfstandig de Bibob-toets uit, aangezien de medewerkers dit volgens de
werkwijze van het GBB kunnen uitvoeren. Alleen bij bijzonderheden of complexe zaken wordt het GBB ingeschakeld om de toets uit te voeren. Deze opzet werkt naar tevredenheid van zowel de afdeling Grondzaken als het GBB.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10803738
Daarnaast is het mogelijk om op grond van de Wet Bibob bijzondere voorschriften aan een overheidsbeslissing te koppelen. Dat gebeurt meestal in de gevallen dat er wel iets aan de hand is, maar een weigering of intrekking niet proportioneel is. In de evaluatieperiode is dit in 54 gevallen toegepast. Ervaringen betrokken diensten bij uitvoering Regeling Bibob Den Haag 2021 Uit de gesprekken die met de betrokken medewerkers zijn gevoerd over de uitvoering van de Regeling Bibob Den Haag 2021 komt een positief beeld naar voren. Over het algemeen is men tevreden over de hoeveelheid tijd die men kwijt is aan de uitvoering van de regeling. Daarnaast wordt de samenwerking met het GBB als goed ervaren en aangegeven wordt dat het GBB goed bereikbaar is voor vragen over de uitvoering van de regeling. Voor zover men tijdens de uitvoering van de regeling aanliep tegen zaken die mogelijk verbetering of wijziging behoefden in de regeling, is dit door het GBB besproken en afgewogen. Voor zover dit tot aanpassing heeft geleid zal dit hieronder bij het desbetreffende onderwerp besproken worden. Onderwerpen die worden gewijzigd in de nieuwe Regeling Bibob Den Haag 2024 Hieronder zijn de onderwerpen benoemd die in de Regeling Bibob Den Haag 2024 zijn aangepast ten opzichte van de Regeling Bibob Den Haag 2021.
Standplaatsvergunningen In de verordening straathandel Den Haag 2017 is de term ‘seizoensplaats’ vervangen door oliebollenen kerstbomenstandplaats. Deze terminologie is dan ook overgenomen in de nieuwe regeling. Uit artikel 2:1, tweede lid onder j van de Regeling Bibob Den Haag 2024 volgt dat oliebollen- en kerstbomenstandplaatsen bij elke aanvraag worden getoetst. Deze vergunningen zijn slechts één jaar geldig en de praktijk leert dat dezelfde ondernemers deze vergunning steeds opnieuw aanvragen voor het volgende seizoen. Conform de regeling uit 2021 vindt daarom jaarlijks een Bibob-toets plaats ten aanzien van (de aanvraag door) dezelfde ondernemer. Indien de onderneming niet gewijzigd is, impliceert dat een extra administratieve belasting voor de ondernemer die – anders dan veel andere ondernemers – ieder jaar opnieuw het Bibob-vragenformulier dient in te dienen met de daarbij behorende bijlagen. Om deze last te verlichten, is ervoor gekozen om de Bibob-toets ten aanzien van dezelfde ondernemer slechts één keer per vier jaar uit te voeren, mits er geen sprake is van wijzigingen in de rechtsvorm of de exploitanten, en er geen aandelen zijn overgenomen of bestuurders zijn gewijzigd. In de evaluatie is tevens gekeken naar de wenselijkheid van een Bibob-toets ten aanzien van alle ambulante standplaatsen, anders dan alleen de oliebollen- en kerstbomenstandplaatsen.
Hiervan is echter afgezien, aangezien voor deze ambulante standplaatsen in de praktijk ook een huurovereenkomst voor de grond dient te worden afgesloten met de gemeente. Conform artikel 3:1, derde lid onder d van de Regeling Bibob Den Haag 2021 vindt in dat verband al een Bibob-toets plaats. Omdat het de voorkeur verdient de Bibob-toets op het eerst mogelijke moment uit te voeren, is een nieuwe Bibob-toets bij een aanvraag voor een ambulante standplaats dan niet meer nodig. Omgevingsvergunningen Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Onder meer de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is vervangen door deze nieuwe wet. Dit heeft tot gevolg dat diverse Wabovergunningen vervallen zijn of worden vervangen door een vergunningplicht op grond van de Omgevingswet. In artikel 2:3 van de Regeling Bibob Den Haag 2024 is opgenomen welke omgevingsvergunningen standaard aan een Bibob-toets worden onderworpen, en in welke gevallen.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10803738
Ten aanzien van de branches en sectoren waarbij een aangevraagde omgevingsvergunning wordt getoetst is voor het overgrote deel vastgehouden aan de branches en sectoren die reeds in de Regeling Bibob Den Haag 2021 werden genoemd. Hierop hebben slechts enkele wijzigingen plaatsgevonden. Zo zijn de growshops van de lijst verwijderd, aangezien deze per 1 maart 2015 strafbaar zijn in verband met de per die datum gewijzigde Opiumwet waarin ook handelingen ter voorbereiding van hennepteelt strafbaar zijn gesteld. Tevens is de transitie van de bestemming niet-wonen naar wonen niet langer als relevant criterium opgenomen. Hiertoe is besloten aangezien een groot deel van de Bibob-toetsen hierop betrekking had en uit deze toetsen amper of niet is gebleken van relevante gevallen. Tot slot is de afvalbranche toegevoegd. Deze branche was al opgenomen in het vijfde lid ten aanzien van de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, maar in het geval ten aanzien van deze branche nog vóór de vergunning als genoemd in het vijfde lid een omgevingsvergunning zoals bedoeld in het eerste of tweede lid wordt aangevraagd, kan de Bibob-toets nu op een eerder moment plaatsvinden. Het is immers wenselijk de Bibob-toets in het vroegst mogelijke stadium uit te voeren.
Tevens is ervoor gekozen om een financiële grens te hanteren voor toetsing van omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten als bedoeld in het tweede lid die zien op de branches of sectoren zoals genoemd in het derde lid van artikel 2:3. De praktijk heeft uitgewezen dat dit wenselijk is, aangezien toetsing van de in de Regeling Bibob Den Haag 2021 genoemde branches en sectoren onafhankelijk van de hoogte van de bouwsom plaatsvond. In de praktijk betekende dit dat ook zeer simpele verbouwingen onder het toetsingsbereik vielen, terwijl de toetsing hiervan geen relevante zaken aan het licht bracht. Nu aanvragen voor omgevingsplanactiviteiten in veel gevallen geen bouwsom kennen, valt het bovenstaande niet volledig te ondervangen. Door een financiële grens op te nemen daar waar dat mogelijk is, zal dit naar verwachting echter wel tot een efficiëntere inzet van de Bibob-toetsing leiden. In artikel 2:3, zesde lid is ten aanzien van wijzigingen van het omgevingsplan op aanvraag tevens opgenomen dat dit dient te gebeuren bij specifiek aangewezen gebouwen of bouwwerken in gebieden die bij een aanwijzingsbesluit zijn aangewezen als vergunningplichtig. Op grond van het vierde lid van artikel 2:3 worden deze immers ook aan een Bibob-toets onderworpen voor zover het gaat om de omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 5.1, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel a van de Omgevingswet.
Hierbij wordt nu aangesloten. Coffeeshops In de Regeling Bibob Den Haag 2021 was opgenomen dat er bij nieuwe aanvragen of bij overnames van coffeeshops standaard een adviesverzoek aan het Landelijk Bureau Bibob werd gedaan. Er is voor gekozen om dat niet meer te doen en in beginsel te volstaan met een uitgebreid eigen onderzoek. Dit is onder meer ingegeven door het feit dat het Landelijk Bureau Bibob (LBB) adviesaanvragen alleen in behandeling neemt als er sprake is van een specifieke aanleiding. Slechts in de gevallen waarbij het eigen onderzoek daartoe aanleiding geeft zal er daarom aan het LBB een advies worden gevraagd. Deze werkwijze wijkt af van het lokale gedoogbeleid, echter wel ten voordele van de ondernemer. Het vermindert bovendien de lasten voor de (bonafide) ondernemer. Gebouw-, gebieds- en branchegebonden vergunningen Evenals bij onder andere vergunningen voor horeca-ondernemingen wordt het wenselijk geacht om de Bibob-toets bij gebouw-, gebieds- en branchegebonden vergunningen ook uit te kunnen voeren indien er sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, wijziging van exploitanten van een bestaand bedrijf, de overname van aandelen van een bestaand bedrijf, wijziging in het bestuur van een bestaand bedrijf, wijziging van rechtsvorm van de onderneming, of het wijzigen of bijschrijven van leidinggevende(n).
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10803738
De verplichting om te beschikken over een bedrijfsactiviteitenvergunning voor een gebouw, gebied of branche wordt ingesteld door middel van een aanwijzingsbesluit. De reden dat een aanwijzingsbesluit wordt opgesteld is dat de leefbaarheid, veiligheid en/of openbare orde in een betreffende branche, of in het betreffende gebied (danwel in en rond een gebouw) onder druk staan. Op grond van de APV wordt een aanwijzingsbesluit altijd voor een bepaalde tijd ingesteld. In de praktijk is gebleken dat het enige tijd duurt voordat een aanwijzingsbesluit het gewenste effect heeft, aangezien de aanvraag en beoordeling van de onderliggende vergunningen met de daaropvolgende procedures enige tijd in beslag nemen. Bovendien geldt dat het herstellen van de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid vaak een kwestie is van het hebben van een lange adem. Het is daarom reëel dat een aanwijzingsbesluit met een daaropvolgend geactualiseerd aanwijzingsbesluit wordt verlengd. Het is in dergelijke kwetsbare gebieden of branches belangrijk om een vinger aan de pols te houden. Daarom is het goed om periodiek een Bibob-toets uit te voeren bij de reeds verleende vergunningen. Het moment dat de vergunningplicht met een nieuw aanwijzingsbesluit wordt verlengd is een natuurlijk en goed moment om opnieuw een Bibob-toets uit te voeren.
Bij het nemen van zo’n nieuw aanwijzingsbesluit wordt namelijk de beoordeling gemaakt of de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde nog onder druk staan. Als dat het geval is wordt de vergunningplicht verlengd en is er dus ook reden om bij de reeds verleende vergunningen een Bibob-toets uit te voeren. Marktvergunningen In artikel 2:7, eerste lid is opgenomen dat er een Bibob-toets wordt uitgevoerd bij aangevraagde marktvergunningen ex artikel 7 van de Marktverordening Den Haag 2016. Onder deze marktvergunningen vallen op grond van artikel 7, tweede lid, van de Marktverordening Den Haag 2016 zowel marktvergunningen voor vaste standplaatsen als marktvergunningen voor dagplaatsen en flexplaatsen. Gebleken is dat bij marktvergunningen voor dagplaatsen en flexplaatsen niet eenvoudig een Bibob-toets kan worden uitgevoerd, aangezien de vergunning op dezelfde dag wordt aangevraagd en afgegeven en alleen voor de betreffende dag geldt. Het uitvoeren van een Bibob-toets in deze gevallen is daardoor praktisch niet goed uitvoerbaar. Daarom is ervoor gekozen om de aanvraag van een marktvergunning voor dagplaatsen en flexplaatsen uit te zonderen van de standaard Bibobtoetsing, tenzij er sprake is van signalen als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid.
Subsidies De laatste jaren heeft er binnen de gemeente Den Haag met betrekking tot een aanvraag voor een subsidie (als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht) een professionalisering plaatsgevonden. Met de komst van subsidiebeleidsregelen worden de ‘spelregels’ voor de gesubsidieerde activiteit open, eerlijk en transparant gecommuniceerd, waarna de subsidieaanvragen uniform op doelmatigheid, doeltreffendheid en integriteit worden getoetst. Door deze werkwijze worden subsidies vaak al eerder op reguliere gronden afgewezen (Bibob kan alleen als ‘ultimum remedium’ worden ingezet). Aan de hand van de criteria uit de regeling Bibob zijn subsidies hoger dan € 100.000,- gescreend. Uit deze screening zijn geen feiten en omstandigheden naar voren gekomen, waarbij diende te worden ingegrepen. Voor de nieuwe regeling zal een minimum van € 50.000,- gehanteerd worden (analoog aan de omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten). Uit een analyse die door het Centraal Subsidiebureau is uitgevoerd komt naar voren dat de bijstelling van dit bedrag slechts een beperkte hoeveelheid extra Bibob-toetsen op zal gaan leveren. Dit komt omdat niet alle subsidieaanvragen boven het grensbedrag hoeven te worden getoetst, maar alleen voor zover zij ook aan de overige criteria in artikel 2:8 voldoen.
Bijstelling van het subsidiebedrag naar beneden is dan ook verantwoord geacht qua verwachte extra werkbelasting.
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10803738
Naast de in artikel 2:8, tweede lid genoemde gevallen blijft altijd de mogelijkheid bestaan om in geval van signalen zoals genoemd in de Regeling Bibob een subsidieaanvraag of een verleende subsidie aan een Bibob-toets te onderwerpen. Vastgoedtransacties Ten aanzien van vastgoedtransacties zijn in artikel 3:1 van de Regeling Bibob enkele wijzigingen doorgevoerd. In artikel 3:1, derde lid onder e is een Bibob-toets bij de vestiging van het recht van erfpacht bij moestuintjes als extra uitzondering opgenomen. In de praktijk zijn er geen signalen dat bij dit soort vastgoedtransacties een Bibob-toets geboden is. Mocht op basis van signalen blijken dat een Bibob-toets wel gewenst is, dan kan op grond van artikel 3:1, tweede lid van de Regeling Bibob alsnog een toets worden uitgevoerd. Daarnaast is bij het sluiten van huurovereenkomsten voor ligplaatsen uit de evaluatie naar voren gekomen dat het wenselijk is om deze huurovereenkomsten om de vier jaar opnieuw te toetsen, zodat kan worden bekeken of er sinds de laatste toets nieuwe strafbare feiten zijn gepleegd door de betrokkene (of een andere relevante Bibob-relatie). De tekst in artikel 3:1, derde lid onder f van de regeling is hierop aangepast. Algemene aanpassingen en opmerkingen Uitzonderingscategorieën In artikel 2:1, derde lid is een uitzonderingscategorie opgenomen voor beschikkingen.
Hierin is bepaald dat een Bibob-toets niet wordt uitgevoerd wanneer de aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties, een rechtspersoon of organisatie waaraan de gemeente zelf deelneemt, toegelaten woning(bouw)corporaties of door het college bij besluit aangewezen betrokkenen. In artikel 3:1, zesde lid zijn deze zelfde categorieën opgenomen als uitzonderingsgevallen bij vastgoedtransacties. In al deze gevallen is tevens expliciet opgenomen dat de uitzondering vervalt wanneer er sprake is van signalen zoals genoemd in de regeling waaruit blijkt dat een Bibob-toets tóch gelegitimeerd is. Uit de evaluatie is de wenselijkheid naar voren gekomen dat onderwijsinstellingen die gefinancierd worden door de rijksoverheid ook uitgezonderd zouden moeten worden van een Bibob-toets. Nu in de praktijk is gebleken dat op rijksniveau de Wet Bibob ook is toegepast op onderwijsinstellingen, is ook hierbij de optie opengehouden om op onderwijsinstellingen die gefinancierd worden door de rijksoverheid toch een Bibob-toets uit te kunnen voeren in het geval er sprake is van signalen zoals genoemd in de regeling. Voorts is een omissie in de regeling hersteld door de voornoemde uitzonderingscategorieën nu ook expliciet op te nemen voor subsidies (artikel 2:8, derde lid) en voor overheidsopdrachten (artikel 3:2, vierde lid).
Wijzigingen Wet Bibob per 1 oktober 2022 Op 1 oktober 2022 is de gewijzigde Wet Bibob (tweede tranche) in werking getreden als vervolg op een wetswijziging die op 1 augustus 2020 in werking was getreden (de eerste tranche). Met deze tweede tranche van de wetswijziging is het toepassingsbereik van de Wet Bibob ook uitgebreid, met name op het gebied van vastgoedtransacties en overheidsopdrachten. Ten aanzien van vastgoedtransacties is het verlenen van toestemming door de gemeente voor de vervreemding van het recht van opstal en het vervreemden van voormalig overheidsvastgoed waarop een kettingbeding rust nu ook onder het bereik van de Wet Bibob gebracht. Dit volgt uit artikel 1, eerste lid, bij de begripsbepaling van de term ‘vastgoedtransactie’ onder sub 5 en 6 van de Wet Bibob.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10803738
Onder de definitie ‘overheidsopdrachten’ in de Wet Bibob vallen sinds de wetswijziging ook de gevallen waarin bepaalde diensten, te weten sociale en andere specifieke diensten (SAS-diensten) die zijn gericht op zorg als bedoeld in artikel 2.11 van de Jeugdwet of artikel 2.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, worden ingekocht door de gemeente via een zogenaamde (semi-) open houseconstructie of toelatingsprocedure. Dit volgt uit artikel 1, vierde lid onder b van de Wet Bibob. Wegens aanhoudende signalen over zorgfraude zullen nieuwe inschrijvingen met betrekking tot open house constructies die zich richten op zorg standaard aan een Bibob-toets worden onderworpen. Verhuurvergunningen op grond van de Wet goed verhuurderschap Met ingang van 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. Op de vergunningplicht die op basis van deze wet wordt gecreëerd voor de verhuur van reguliere woonruimten en voor verblijfruimten aan arbeidsmigranten, is de Wet Bibob van toepassing. De Wet Bibob wordt hierbij beschouwd als een aanvullend instrument op de toetsingsmechanismen die in deze nieuwe wet al zijn opgenomen. Er is daarom voor gekozen deze vergunningen alleen te toetsen in geval van signalen zoals genoemd in artikel 2:1, eerste lid en artikel 2:2 van de regeling. Tekstuele aanpassingen Artikel 4:3, derde lid is aangepast.
In het derde lid werd alleen terugverwezen naar het tweede lid. Dit is nu aangepast in een terugverwijzing naar het eerste en tweede lid. In artikel 4:4, eerste lid werd verwezen naar een verkeerd wetsartikel uit de Wet Bibob. Artikel 15, tweede lid van de Wet Bibob is daarom vervangen door artikel 31 van de Wet Bibob. De Drank- en horecawet is sinds 1 juli 2021 gewijzigd in de Alcoholwet. Om deze reden zijn de dranken horecawetvergunningen gewijzigd in alcoholwetvergunningen. Waar in de praktijk nog sprake is van een reeds verleende drank- en horecawetvergunning, geldt dat daarop de bepalingen van toepassing zijn waarin nu over de Alcoholwet wordt gesproken. Tot slot past nog een opmerking over de intensiveringsgebieden. Deze waren in de Regeling Bibob Den Haag 2021 opgenomen als ‘prioritaire gebieden’. De terminologie waarmee deze gebieden worden aangeduid is de afgelopen periode gewijzigd binnen de gemeente. De term ‘intensiveringsgebieden’ wordt passender geacht. Dit heeft dan ook geleid tot een aanpassing van deze benaming in de regeling. Conclusie De evaluatie heeft uitgewezen dat de Regeling Bibob Den Haag 2021 goed werkbaar is gebleken voor zowel het GBB als de diensten binnen de gemeente die vanuit hun taak met de toepassing van de Wet Bibob te maken hebben.
Daar waar uit de praktijk zaken naar voren zijn gekomen om de regeling op bepaalde punten aan te passen en de toepassing ervan daarmee op praktische punten te verbeteren, is dit in de nieuwe Regeling Bibob Den Haag 2024 doorgevoerd. Tevens is in het kader van de evaluatie bezien of nieuwe wetswijzigingen aanleiding gaven tot aanpassing van de regeling en enkele tekstuele omissies zijn hersteld. De nieuwe Regeling Bibob Den Haag 2024 is hierdoor een geactualiseerde regeling waarmee de Wet Bibob binnen de gemeente wederom op een gestructureerde en heldere manier haar toepassing kan vinden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
7/7