RIS321779 Bijlage Actieprogramma-Beschikbaarheid-Drinkwaterbronnen
Tekst van het document
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 Voorstel door het Interprovinciaal Overleg, Vewin en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 Voorstel door het Interprovinciaal Overleg, Vewin en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Januari 2025
Inhoudsopgave 1. Inleiding
04
1.1 Aanleiding 1.2 Totstandkoming 1.3 Doel 1.4 Context en voortgangsbewaking 1.5 Samenhang regionale actieplannen en nationale acties
06 06 07 07 07
2. Knelpunten uit de regio’s 2.1 Totstandkoming ontvankelijke vergunningaanvraag en draagvlak 2.2 Zoetwaterbeschikbaarheid onder druk 2.3 Menskracht en middelen 2.4 Continue inzet verbetering waterkwaliteit 2.5 Samenhang netcongestie en uitbreiden productiecapaciteit drinkwater
08 10 10 11 11 11
3. Acties op landelijk niveau
12
Actie 1: Drinkwaterbelang en de weging aan het waterbelang A ctie 2: Versnellingsmogelijkheden voor de procedures voor drinkwaterprojecten via de Wet Regie Volkshuisvesting en de Omgevingswet Actie 3: Uitwisseling ervaringen bij regionale afwegingen en bestuurlijke dilemma’s A ctie 4: Actualisering van de IPLO site ten aanzien van grondwateronttrekkingen Actie 5: Aan voldoende oppervlaktewaterlichamen de functie drinkwater toewijzen Actie 6: Ruimtelijke drinkwateropgave in scope beleidsdossiers
14 15 17 19 20 21
Bijlage22
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
4
1. Inleiding
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
5
1. Inleiding Voor u ligt het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030, opgesteld door het Interprovinciaal Overleg (IPO), Vewin en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in nauwe afstemming met het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Aanleiding is de Kamerbrief van april 2023, waarin de minister van IenW vanwege het verwachte tekort in 2030 in Nederland van 102 miljoen m3 drinkwater concludeert dat actie nodig is om de drinkwatervoorziening te waarborgen. Na de aankondiging van het Actieprogramma door de minister hebben de provincies en drinkwaterbedrijven, in samenwerking met Vewin en IPO, het opstellen en de uitvoering van regionale actieplannen ter hand genomen. Deze regionale plannen vullen de opgave zoals gesignaleerd in 2023 zoveel als mogelijk in, en bevatten de elementen, acties en voorwaarden die nodig zijn om in de verschillende regio’s de drinkwaterbeschikbaarheid te waarborgen. De regionale actieplannen vormen dan ook de kern van het Actieprogramma en vormen de basis voor de nationale acties. Deze actieplannen zijn, evenals een tabel waarbij de optelsom van de individuele maatregelen in die actieplannen wordt weergegeven, als bijlage bij dit document opgenomen.
In het proces om tot regionale actieplannen te komen is geconstateerd dat een aantal aspecten door de verschillende betrokken partijen op boven provinciaal en landelijk niveau moet worden opgepakt. Het landelijk dekkende Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 bestaat dan ook uit de regionale actieplannen en de acties die op landelijk niveau opgepakt worden. Tezamen kunnen de op regionaal en landelijk niveau geformuleerde acties ervoor zorgen dat de drinkwatervoorziening in de periode tot 2030 wordt gewaarborgd. Dit onder de nadrukkelijke voorwaarde dat alle betrokken partijen de gemaakte afspraken daadwerkelijk én tijdig kunnen nakomen.
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
6
1.1 Aanleiding Voldoende en goed drinkwater, nu en in de toekomst. Dat is de ambitie voor drinkwater die kernachtig is verwoord in de Beleidsnota Drinkwater 2021-2026 (BNDW). Door de groei van de bevolking en de economie hebben we met elkaar steeds meer drinkwater nodig. Ook zorgen de druk van verontreinigingen door landbouw, industrie en huishoudens samen met verandering in het klimaat ervoor dat niet altijd meer overal voldoende zoet water van een goede kwaliteit beschikbaar is als bron voor drinkwater. Het is belangrijk dat drinkwaterbedrijven financieel gezond zijn zodat zij tijdig in kunnen spelen op deze ontwikkelingen en waar nodig kunnen investeren in hun infrastructuur en aanvullende bronnen voor drinkwater. Om invulling te geven aan de doelstelling uit de Beleidsnota Drinkwater en de structurerende keuzes voor drinkwater uit de Kamerbrief met betrekking tot de wijze waarop bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het bodem en watersysteem wordt ingezet op de volgende 4 sporen:
1. Voldoende drinkwater(bronnen) 2. Goede kwaliteit drinkwater 3. Bewust en zuinig drinkwatergebruik 4. Toekomstbestendige drinkwatersector
Dit actieprogramma heeft betrekking op het eerste spoor ‘voldoende drinkwaterbronnen’. Voor de andere 3 sporen lopen andere trajecten die buiten de scope van dit Actieprogramma vallen, maar mede randvoorwaardelijk zijn voor het succes hiervan.
1)
Het RIVM heeft in 2023 een rapport opgesteld: ‘Waterbeschikbaarheid voor de bereiding van drinkwater tot 2030 – knelpunten en oplossingsrichtingen’ 1. Uit deze studie blijkt dat alle drinkwaterbedrijven in 2030 al meer productiecapaciteit nodig hebben dan in 2021 maximaal werd verwacht. Bij drie van de tien bedrijven is zelfs per direct meer productiecapaciteit noodzakelijk. Bij de andere zeven in aanloop naar 2030. Daarom is nu actie nodig waarbij de volgende vraag centraal staat:
Welke acties op regionaal en landelijk niveau zijn nodig om voor de periode tot 2030 de beschikbaarheid en benutbaarheid van de bronnen voor en de productiecapaciteit van de openbare drink watervoorziening te kunnen blijven waarborgen?
1.2 Totstandkoming Voorafgaand aan het opstellen van het actieprogramma zijn door drinkwaterbedrijven en provincies, met als vertrekpunt het genoemde RIVM-rapport uit 2023, de bouwstenen en benodigde maatregelen geïdentificeerd om de opgave te realiseren, samen met knelpunten die drinkwaterbedrijven en provincies daarbij ervaren. De maatregelen die op regionaal niveau genomen worden zijn beschreven in veertien regionale actieplannen, die alle als bijlage bij dit Actieprogramma zijn opgenomen. Deze kunnen immers niet los van het landelijke actieplan gezien worden. Dit landelijke deel richt zich echter op regio overstijgende aandachts punten.
https://www.rivm.nl/publicaties/waterbeschikbaarheid-voor-bereiding-van-drinkwater-tot-2030
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
7
1.4 Context en voortgangsbewaking IPO en Vewin hebben een bestuurlijke regietafel ingericht ten behoeve van het gesprek over de drinkwatervoorziening. Deze landelijke regietafel is sinds april 2024 actief en faciliteert het bestuurlijke gesprek over de voortgang van de acties met name uit de regionale actieplannen. Dit Actieprogramma staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van de Implementatie- en Uitvoeringsagenda (IenU-agenda) en het Addendum daarop, die voortvloeien uit de Beleidsnota Drinkwater 2021-2026 en de wijze waarop bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden wordt met het bodem- en watersysteem. Het is dan ook geen programma in de zin van de Omgevingswet. Jaarlijks wordt de voortgang van de uitvoering van het Actieprogramma gerapporteerd aan het BO Water als onderdeel van de voortgangsbewaking rondom de IenU-agenda. Zoals aangegeven zal de bestuurlijke regietafel IPO – Vewin ook de voortgang monitoren. In de periodieke gesprekken die de minister van IenW heeft met de gedeputeerden vanuit het BO KRW, zal ook bij de voortgang van de regionale actieplannen in de betreffende regio worden stilgestaan.
1.5 Samenhang regionale actieplannen en ationale acties n 1.3 Doel Doel van het actieprogramma is om de in 2030 benodigde extra productiecapaciteit voor drinkwater te kunnen realiseren en om bestuurlijk het gesprek hierover te blijven faciliteren.
De knelpunten en actiepunten die in de regio’s geïnventariseerd zijn, spelen op verschillende niveaus. Dat betekent dat de regionale actie plannen en het landelijk actieprogramma in samenhang bezien moeten worden. Alle partijen, dus drinkwaterbedrijven, provincies, het Rijk, gemeenten en andere waterbeheerders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
8
2. Knelpunten uit de regio’s
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
9
2. Knelpunten uit de regio’s In de regionale actieplannen komen verschillende knelpunten naar voren die het realiseren van maatregelen om in 2030 over voldoende drinkwatercapaciteit te beschikken belemmeren. Deze knelpunten kunnen worden verdeeld in vijf rode draden, die hieronder worden toegelicht. Dit hoofdstuk is daarmee de praktische uitwerking van de in 1.5 benoemde samenhang tussen de regionale actieplannen en nationale acties. In hoofdstuk 3 zullen die acties, waarvoor de vijf rode draden die in dit hoofdstuk worden beschreven dus de basis vormen, nader worden toegelicht. De vijf rode draden raken ook aan de in 1.1 genoemde andere drie sporen van de Beleidsnota Drinkwater. De samenhang met deze sporen, waarvan de voortgang wordt bewaakt in het kader van de IenU-agenda, komt onderstaand aan de orde.
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
10
2.1 Totstandkoming ontvankelijke vergunningaanvraag en draagvlak Een drinkwaterwinning kan een grote impact hebben op de omgeving. Voor het aanvragen van de benodigde vergunningen en ruimtelijke bescherming voor de realisatie van nieuwe of de uitbreiding van bestaande productielocaties of infrastructuur moet rekening gehouden worden met veel wet- en regelgeving. Geconstateerd is dat het proces rond het voorbereiden, indienen en beoordelen van de vergunningaanvraag gezamenlijke regie tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag behoeft. Daarbij is ook behoefte aan een helpende/coördinerende hand vanuit het Rijk bij het maken van zeer complexe keuzes ten aanzien van het gebruik van de leefomgeving waarvoor provincies zich gesteld zien. Het betreft hier vaak specifieke en specialistische wetgeving waarbij het aanleveren van de benodigde en juiste gegevens om te komen tot een ontvankelijke vergunningaanvraag geen sinecure is. Daarin kan het bevoegd gezag te maken krijgen met verschillende Rijksopgaven die in de regionale afweging niet allen volledig gedekt kunnen worden als deze strijdig met elkaar zijn. Rond deze trajecten ontstaat een behoefte aan het gesprek met het Rijk uit angst om achteraf aangesproken te worden op het maken van deze keuze.
2.2 Zoetwaterbeschikbaarheid onder druk De voorziene verminderde zoetwaterbeschikbaarheid en toenemende vraag naar zoetwater door andere watergebruikers leiden tot druk op de beschikbaarheid en kwaliteit van het watersysteem2. De voorbereiding van de herijking van de Deltabeslissing in 2026 maakt duidelijk dat het vraagstuk met betrekking tot de toekomstige zoetwaterbeschikbaarheid in brede zin groter wordt. In het kader daarvan wordt onderzocht op welke manier de juiste prioriteit aan de openbare drinkwatervoorzienig kan worden toegekend binnen het traject om te komen tot de Deltabeslissing. Hierbij hoort ook aandacht voor het herstel van het grondwatersysteem en bescherming van de kwaliteit van het grondwater.
Daarbij is de omgeving (bewoners, natuurorganisaties, landbouw) vaak kritisch op het voornemen om een productielocatie te realiseren. Samen met meerdere belangen (woningbouw, natuur, energie) waar het bevoegd gezag ook een verantwoordelijkheid in heeft, maakt dit dat voor het waarborgen van de drinkwatervoorziening ook politiek draagvlak over het gebruik van de leefomgeving nodig is.
2)
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024D22385&did=2024D22385
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
11
2.3 Menskracht en middelen Drinkwaterbedrijven en provincies hebben door vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt moeite om voldoende (gekwalificeerd) personeel aan zich te binden. Diezelfde krapte is te zien op de aannemersmarkt. Dit werkt door op de mogelijkheden die de sector heeft om projecten uit te voeren. Het realiseren van nieuwe en het uitbreiden van bestaande productielocaties en infrastructuur komt hierdoor onder druk te staan. De beschikbaarheid van financiële middelen is ook een voorwaarde voor zowel de realisatie van nieuwe als de uitbreiding van bestaande productie locaties en infrastructuur. De WACC (Weighted Average Cost of Capital) is een instrument dat de winst die drinkwaterbedrijven mogen maken begrenst. Op 25 oktober is in de Staatscourant gepubliceerd op welke wijze de WACC wordt verhoogd waardoor er voor de komende drie jaar meer ruimte ontstaat om de noodzakelijke investeringen te kunnen financieren. Ook is er een gezamenlijk proces gestart om ook voor de langere termijn de financiële gezondheid van de drinkwaterbedrijven structureel te kunnen borgen.
2.4 Continue inzet verbetering waterkwaliteit De kwantiteit en kwaliteit van drinkwaterbronnen zijn niet los van elkaar te zien. Daarom is de kwaliteit van de drinkwaterbronnen ook een belangrijke randvoorwaarde voor de productie van drinkwater. De kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater staat onder druk onder andere door nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen en Zeer Zorgwekkende Stoffen zoals PFAS.
Daarnaast moet de drinkwatersector steeds geavanceerdere zuiveringen inzetten door toenemende vervuiling van drinkwaterbronnen. Het gevolg is gebruik van meer elektriciteit, meer water en meer emissies CO2 en stikstof. Bovendien ontstaan reststromen of concentraat die adequaat verwerkt moeten worden. Het ministerie van IenW werkt aan een handreiking ten aanzien van de huidige regelgeving rondom lozingen hiervan. Specifiek voor oppervlaktewaterbedrijven geldt dat de toename van ZZS, waaronder PFAS in het oppervlakte – en/of oevergrondwater leidt tot een vergroting van de zuiveringsinspanning. Ook bij steeds meer grondwaterwinningen moet extra worden gezuiverd. De inzet die vanuit het Kaderrichtlijn Water-Impulsprogramma geleverd wordt op het behalen van de KRW-doelstellingen, inclusief de impuls op de Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, maar ook de PFAS restrictie zijn cruciaal voor het zekerstellen van de drinkwaterbronnen. Het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 bevat geen aanvullende inzet op dit gebied, omdat dit al in het Impuls programma voor de Kaderrichtlijn Water wordt opgepakt.
2.5 Samenhang netcongestie en uitbreiden productiecapaciteit drinkwater Zowel het uitbreiden van productiecapaciteit, en het waarborgen van de drinkwaterkwaliteit vergen steeds meer energie. Een van de gevolgen van de netcongestie is dat de aansluiting op het elektriciteitsnet niet in alle gevallen gewaarborgd is. Daarom hebben Vewin en IenW bij de ACM een beroepschrift ingediend om de juiste prioriteit toe te kennen aan de openbare drinkwatervoorziening. Dit zodat op het moment dat er binnen het energienet geprioriteerd moet worden, de netbeheerder prioriteit kan geven aan de drinkwatervoorziening boven andere energievragers. Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
12
3. Acties op landelijk niveau
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
13
3. Acties op landelijk niveau De geïdentificeerde knelpunten in de regionale actieplannen laten zien dat er op landelijk niveau ook acties nodig zijn om de waterbeschikbaarheid voor de drinkwaterproductie te kunnen blijven waarborgen. Zoals in 1.5 aangegeven betekent dit echter niet dat nu alleen het Rijk aan zet is; het waarborgen van de drinkwatervoorziening is afhankelijk van zowel de regionale als de nationale acties. Een deel van de geïdentificeerde knelpunten wordt opgepakt in de in hoofdstuk 1 genoemde sporen 2, 3 en 4. In dit hoofdstuk zijn de landelijke acties opgenomen die zich richten op spoor 1 ‘Voldoende drinkwater(bronnen)’. Belangrijk om te benadrukken is dat de volgorde van de acties niets zegt over het belang van de acties.
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
14
Actie 1: Drinkwaterbelang en de weging aan het waterbelang Voorkom verrassingen in het planproces door bij het toetsen aan het waterbelang ook de impact van een initiatief op de drinkwatervoorziening mee te wegen.
Het Ministerie van IenW, de UvW, de VNG en het IPO werken samen aan het concreter invulling geven aan de weging van het waterbelang in de ruimtelijke ordening en toepassing in de Omgevingswet (voorheen: de watertoets). Voor deze weging wordt een handreiking opgesteld, die aangeeft hoe de Omgevingswet benut kan worden om het rekening houden met het water en bodemsysteem en de beschikbaarheid van drinkwater te ondersteunen. Het drinkwatersysteem wordt gevoed vanuit het watersysteem en dus behoeft de drinkwaterbeschikbaarheid vroegtijdig aandacht in de plancyclus van bijvoorbeeld woningbouw. De beste weg om dit te realiseren is via de handreiking voor de wijze waarop de weging aan het waterbelang wordt vormgegeven. Dan wordt een eventueel knelpunt vroeg in het planproces geïdentificeerd, waardoor betrokken partijen daar rekening mee kunnen houden en maatregelen kunnen treffen, bijvoorbeeld doordat een drinkwaterbedrijf aanpassingen uitvoert om de leveringszekerheid te blijven waarborgen.
Trekker
Deelnemende partijen
Planning
Min. IenW
UvW, VNG, IPO, Min. VRO, Vewin
2025
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
15
Actie 2: Versnellingsmogelijkheden voor de procedures voor drinkwaterprojecten via de Wet Regie Volkshuisvesting en de Omgevingswet
Werk uit hoe gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt voor procedurele versnelling bij het realiseren van nieuwe drinkwaterproductielocaties en het aanleggen, opwaarderen en optimaliseren van infrastructuur vanuit het principe ‘drinkwater als dwingende reden van groot openbaar belang’.
Op grond van de Omgevingswet en de onderliggende regelgeving zijn er al verschillende procedurele versnellingen mogelijk. Gemeenten kunnen de coördinatieregeling toepassen als er meerdere besluiten nodig zijn voor de realisatie van nieuwe drinkwaterproductielocaties en de benodigde infrastructuur, waardoor de procedures voor die besluiten gelijk getrokken worden. Daarnaast kan de gemeente in plaats van een omgevingsplan wijziging een toestemming voor afwijking van het omgevingsplan verlenen. Deze toestemming kent een kortere voorbereidingsprocedure. Om nieuwe drinkwaterlocaties en de benodigde infrastructuur te faciliteren kunnen gemeenten een omgevingsplan opstellen met toepassing van de projectprocedure. Dit kan als er sprake is van een omgevingsplan voor een project van publiek belang. Tot slot kunnen provincies gebruik maken van het projectbesluit om nieuwe drinkwaterlocaties en infrastructuur te faciliteren. In het projectbesluit kunnen de noodzakelijke vergunningen worden geïntegreerd en staat beroep in één instantie open, namelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij er in principe zes maanden na ontvangst van het verweerschrift een beslissing volgt. Deze laatste procedurele versnelling is ook van toepassing op het omgevingsplan van publiek belang.
Het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) van het Ministerie van VRO voorziet daarnaast in een grondslag voor de aanwijzing van projecten en besluiten waarop verschillende procedurele versnellingen van toepassing zijn. Deze tijdelijke aanwijzing vindt plaats bij AMvB. Aanwijzing van nieuwe projecten en besluiten vindt mede namens VRO en J&V plaats en alleen als versnelde uitvoering noodzakelijk is vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen. Daarbij worden de ervaringen op het vlak van netcongestie, waar het benutten van deze mogelijkheid wordt verkend door het Ministerie van KGG meegenomen. >>
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
16
>>
Actie 2 Pilots zijn een goede manier om ervaring op te doen met de toepassing van de versnellings mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. In dit spoor wordt primair uitgegaan van bestaande versnellingsmogelijkheden, maar kan ook, indien bij toepassing van bestaande mogelijkheden knelpunten worden geïdentificeerd, naar extra mogelijkheden worden gekeken. Doel is tevens toe te werken naar bestuurlijke afspraken over de wijze waarop deze instrumenten ingezet worden door betrokken bevoegde gezagen. De uitvoering van pilots met deze instrumenten is aan de provincies in samenwerking met de drinkwaterbedrijven en gemeenten. Voorafgaand daaraan vindt gezamenlijk nadere uitwerking van de onder de Omgevingswet bestaande versnellingsmogelijkheden ten behoeve van de pilots plaats.
Trekker
Deelnemende partijen
Planning
Min. IenW (Uitwerken wenselijkheid AmvB procedures)
Min. VRO, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven
2025
Provincies (uitvoeren pilots)
Drinkwaterbedrijven, gemeenten, Rijk
2025 e.v.
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
17
Actie 3: Uitwisseling ervaringen bij regionale afwegingen en bestuurlijke dilemma’s
De realisatie van drinkwaterwinningen vraagt op ambtelijk en bestuurlijk niveau kennis en kunde om in een complex werkveld tot beslissingen te komen. Met Communities of Practice (CoP’s) wordt een platform gecreëerd waarin op landelijk niveau knelpunten worden besproken en oplos singen worden uitgewerkt en uitgewisseld. Omdat dit ook over de wijze waarop een bevoegd gezag zijn taak invult gaat, worden aparte CoP’s ingericht voor initiatiefnemers en bevoegde gezagen.
Provincies zijn verantwoordelijk voor de regionale afweging tussen inzet en bescherming grondwater voor drinkwater en andere belangen. De waterbeheerders hebben die rol voor het gebruik van oppervlaktewateren voor de drinkwaterwinning. Conform de Drinkwaterwet ligt bij het Rijk de systeemverantwoordelijkheid als het gaat om het waarborgen van de continuïteit van de drinkwatervoorziening. Ter ondersteuning van de besluitvorming is er een handreiking beschikbaar voor de belangen afweging tussen drinkwater en natuur, opgesteld door het ministerie van IenW, IPO en Vewin. Daarin worden criteria om deze afweging te maken expliciet geduid en wordt toepassing van ‘dwingende reden van groot openbaar belang’ in het licht van de natuurbeschermingsregelgeving toegelicht. Het bevoegd gezag maakt altijd een afweging of de vergunning verleend kan worden, wat bij N2000 gebieden kan leiden tot juridisch complexe situaties vanwege de noodzaak van een passende beoordeling, maar ook de impact op ander landgebruik kan significant zijn. Van geval tot geval zal hier een andere afweging uit komen. In de regio’s is behoefte aan meer richting, sturing en kaders bij het maken van de afweging over het gebruik van de leefomgeving. Het gaat hierbij om een helpende/coördinerende hand bij het maken van keuzes tussen tegenstrijdige belangen en opgaven waarvoor provincies zich gesteld zien. >>
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
18
>>
Actie 3 Er worden een aantal Communities of Practice ingericht waarin rolhouders op reguliere basis hun ervaringen, dilemma’s en oplossingsrichtingen met elkaar delen. In de praktijk werkt een oppervlaktewaterwinning echt anders dan een grondwaterwinning. Ook heeft een bevoegd gezag soms een moeilijke afweging te maken, waarbij deelname van een initiatiefnemer in de CoP tot rolvervaging kan leiden. Daarom worden separate CoP’s ingericht. Op deze wijze wordt gewerkt aan praktische handvatten die bijdragen aan de besluitvorming, waarbij de verschillende partijen vanuit hun eigen rol en positie kunnen werken. Indien in een CoP een knelpunt geïdentificeerd wordt dat nog niet via een van de regionale of landelijke acties wordt opgepakt, beziet de trekker de meest passende wijze van escalatie. Omdat aandachtspunten zich op een breed palet van thema’s kunnen richten, neemt IenW deel om aandachtspunten te kunnen delen met de beleidsverantwoordelijken.
Trekker
Deelnemende partijen
CoP Grondwater winningen (IPO)
Provincies, Omgevingsdiensten, Rijk (Min. IenW)
CoP Drinkwater bedrijven (Vewin)
Drinkwaterbedrijven, Rijk (Min. IenW)
CoP oppervlaktewaterwinningen (RWS)
Waterschappen, RWS, Rijk (Min. IenW)
Planning
CoP Bestaat al, waterschappen uitnodigen
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
19
Actie 4: Actualisering van de IPLO site ten aanzien van grondwateronttrekkingen
Actualiseer de IPLO site over het indienen van een onttrekkingsvergunningaanvraag voor de drinkwatervoorziening door het in kaart brengen van de verschillende stappen, de benodigde informatie en de criteria voor de onderbouwing.
De afweging tussen het drinkwaterbelang en andere belangen is onder andere nodig als er een onttrekkingsvergunningaanvraag moet worden gedaan. Bij een vergunningaanvraag voor het winnen van water uit grondwater is het in beeld brengen van effecten op de omgeving via een project MER vaak een verplicht onderdeel. Op basis van de uitkomsten van de MER-procedure kan het bevoegd gezag, meestal de provincie, een afweging maken tussen de verschillende belangen en een besluit nemen. Wanneer de onderbouwing niet afdoende is kan het bevoegd gezag geen besluit nemen of wordt de verstrekte vergunning in een later stadium door de rechter herroepen. Dit geeft vertraging. Om dit te voorkomen wordt op de IPLO-site toegelicht welke indieningsvereisten er zijn om een ontvankelijke vergunningaanvraag in te dienen. Samen met het IPLO en enkele gebruikers van de bestaande handreiking wordt een gebruikerspanel ingericht om de site te verbeteren en aan te scherpen. Na afronding kan ook nagegaan worden of er nog andere elementen zijn op de IPLO-site die voor andere vergunningen vergelijkbare aandacht behoeven. Denk hierbij onder andere aan vergunningen voor natuur, bouw, milieu, energie en stikstofruimte. Dit kan, behalve voor onttrekkingsvergunningaanvragen, ook relevant zijn voor initiatieven op het vlak van grondwater aanvulling respectievelijk infiltratie.
Trekker
Deelnemende partijen
Planning
RWS (IPLO)
Provincies, gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven, Min. IenW
2025
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
20
Actie 5: Aan voldoende oppervlaktewaterlichamen de functie drinkwater toewijzen Onderdeel van het proces voor het Nationaal Water Programma 2028-2033 en de Regionale Waterprogramma’s wordt het aanwijzen van nieuwe oppervlaktewateren voor de drinkwatervoorziening.
Op locaties waar op dit moment al drinkwater gewonnen wordt uit oppervlaktewater, hebben deze waterlichamen in de betreffende waterprogramma’s een drinkwaterfunctie. Dat betekent dat de waterbeheerder verantwoordelijk is voor het beschermen van deze functie en daar bij haar eigen, maar ook bij initiatieven van derden, rekening mee houdt. Nu gezocht wordt naar nieuwe bronnen, ziet de drinkwatersector ook mogelijkheden om uit ook andere oppervlaktewaterlichamen drinkwater te gaan produceren. IenW zet zich in om, waar nodig en rekening houdend met onder andere de Deltascenario’s in het komende Nationaal Waterprogramma de functie drinkwater toe te gaan kennen aan oppervlaktewateren die die functie nu nog niet hebben, maar waar dat wel een invulling zou kunnen betekenen voor de drinkwatervraag. Dit zodat de waterbeheerder toe kan gaan werken naar het behalen van de benodigde kwaliteitsdoelstellingen. Een toekomstige robuuste drinkwatervoor ziening wordt mogelijk gemaakt door voldoende water zeker te stellen dat van goede kwaliteit is. Functietoekenning kent dan ook een sterke koppeling met de beschikbaarheid van voldoende water, de huidige waterkwaliteit en de wijze waarop de voorziene installaties voorbereid zijn of worden op watertekorten zoals beschreven in de Deltascenario’s.
Het tijdig toekennen van de functie drinkwater aan Rijks- en regionale wateren voor oppervlaktewaterinname voor de drinkwatervoorziening wordt uitgevoerd als onderdeel van het proces dat leidt tot het Nationaal Water Programma 2028-2033. In gevallen waar drinkwaterbedrijven gebruik willen maken van het Hoofdwatersysteem speelt Rijkswaterstaat een adviserende rol bij de toewijzing van de functie drinkwater aan oppervlaktewateren, en is ze het bevoegd gezag inzake vergunningen. Het Ministerie van IenW is aan zet voor functieaanwijzing in het hoofdwatersysteem. Provincies zijn verantwoordelijk voor het Regionale Waterprogramma. Daar waar het om gebruik van regionale wateren gaat, wordt dit in het Regionale Waterprogramma opgenomen.
Trekker
Deelnemende partijen
Planning
Min. IenW
RWS, waterschappen, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven
2025-2027
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
21
Actie 6: Ruimtelijke drinkwater opgave in scope beleids dossiers
Verzekerd wordt dat drinkwatervoorziening als integraal onderdeel voldoende nadruk krijgt in relevante Rijksprogramma’s, zoals de Nota Ruimte, het programma bodem, ondergrond en grondwater en het Nationaal Water Programma om zo in ruimtelijke processen aandacht te houden voor bestaande en nieuwe drinkwater productielocaties.
Het is belangrijk om voldoende ruimte veilig te stellen voor toekomstige inname-, win- en productielocaties voor drinkwater. Het onderstrepen van het drinkwaterbelang in Rijksprogramma’s draagt op de langere termijn bij aan een betere borging van de ruimtelijke inpassing van drink waterwinning. Gedacht wordt aan de Nota Ruimte, het Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater voor de verdeling en bescherming van grondwater voor onder andere drinkwatergebruik, maar ook aan het Nationaal Water Programma voor oppervlaktewater. Al deze programma’s vinden hun doorwerking in de regionale ruimtelijke planvorming, de inbedding zal dan ook voor een belangrijk deel ingevuld worden door de provincies.
Trekker
Deelnemende partijen
Planning
Min. IenW (Meenemen belang in Rijksprogramma’s)
IPO, Vewin, VNG, Unie van Waterschappen
2024 e.v.
Provincies (verdere uitwerking impact Rijksprogramma’s op te maken keuzes)
Vewin, VNG, Unie van Waterschappen, Min IenW, MinVRO
2024 e.v.
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
22
Bijlage
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
23
TOENAME
OPGAVE
REALISATIE
= toename noodzakelijke productiecapaciteit 2020-2030 cnf. RIVM rapport (2023)
= tekort aan operationele reserve in 2030 cnf. RIVM rapport (2023)
= naar verwachting te realiseren obv maatregelen in Regionaal Actieplan
miljoen m3/jaar
miljoen m3/jaar 1)
miljoen m3/jaar 2)
-6,9 tot 4,7 (-2,3 tot 10,1) 7)
-10,75 tot 0,85 7)
1,6
Door provincie Zuid-Holland (juli) en provincie Utrecht (december)
Dunea met Zuid-Holland
7,2 tot 11,6
7,5 tot 11,9
9,6
Door provincie Zuid-Holland (juli)
Waterbedrijf Groningen met Groningen en Drenthe
0 tot 3,8
6,2 tot 10
5
Door provincie Groningen (december) en provincie Drenthe (december)
Evides met Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland
26,8
-1 3)
16,5
Door provincie Zuid-Holland (juli), provincie Noord-Brabant (november) en provincie Zeeland (december)
-6,4 tot 5,8
-9,3 tot 2,9
5,6 tot 6,1
Door provincie Limburg (november)
15,8
10
15,8 tot 16
Door provincie Noord-Holland (januari)
WMD met Drenthe
3,9 (4,3) 5)
1,3 (1,7) 5)
5,4
Door provincie Drenthe (december)
Vitens met Utrecht
5
17 (8)
6)
9,5
Door provincie Utrecht (december)
Vitens met Friesland
0
5 (1)
6)
1
Alleen ambtelijk vastgesteld
Vitens met Gelderland
2 (0,3)
7 (3)
6)
6,6
Door provincie Gelderland (augustus)
Vitens met Overijssel
4 (5) 6)
7 (8) 6)
8
Alleen ambtelijk vastgesteld
Vitens met Flevoland
1
0
1
Alleen ambtelijk vastgesteld
Waternet met Noord-Holland en Utrecht
14
6
16
Door provincie Noord-Holland (januari) en provincie Utrecht (december)
Brabant Water met Noord-Brabant
10 tot 33
2 tot 25
6,8 4)
Door provincie Noord-Brabant (november)
TOTAAL
ca. 102
max ca. 103 (87)
max 109,1
Wijze van vaststelling Regionaal Actieplan
Regionaal Actieplan Oasen met Utrecht en Zuid-Holland
WML met Limburg PWN met Noord-Holland
6)
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
24 >> Voetnoten tabel pagina 23
1)
De grootte van de opgave is gelijk aan het tekort aan operationele reserve; dit is als een negatief getal aangegeven in het RIVM rapport
Alleen te realiseren in samenhang met de maatregelen uit het landelijke deel van het actieprogramma 3) Uitgaande van een maatgevende convenantruimte van 211 Mm3/jr tbv schatting van landelijk totaal. Regionaal verwacht Evides vanaf 2030 een knelpunt in Midden-Zeeland en zet daarvoor nu alvast in op maat regelen 4) Tot 2030 is er in Oost-Brabant voldoende capaciteit en in West-Brabant sprake van een tekort 5) Tussen haakjes staat de toename in noodzakelijke productiecapaciteit volgens WMD. Deze is groter dan in het RIVM rapport staat door een hogere en meer actuele prognose van de noodzakelijke productie capaciteit in 2030. Dit werkt door in de opgave. In het Regionale Actieplan is uitgegaan van de cijfers van WMD 2)
6)
Tussen haakjes staat de toename in noodzakelijke productiecapaciteit en het tekort aan operationele reserve volgens Vitens. Deze wijken af van het RIVM rapport door afwijkende - meer actuele - prognoses van de noodzakelijke productiecapaciteit in 2030, en afwijkende - meer actuele - cijfers voor de maatgevende productiecapaciteit. In de Regionale Actieplannen is uitgegaan van de cijfers van Vitens.
• Vitens Utrecht: de maatgevende productiecapaciteit waarvan is uitgegaan is hoger dan in het RIVM rapport (cijfers 2023 versus 2020), waardoor de opgave in het Regionaal Actieplan kleiner is dan in het RIVM rapport • Vitens Friesland: hiervoor geldt hetzelfde als voor Vitens Utrecht • Vitens Gelderland: de prognose voor de noodzakelijke productie capaciteit in 2030 waarvan is uitgegaan is lager dan in het RIVM rapport, waardoor de toename kleiner is dan RIVM had berekend. Daarnaast is uitgegaan van een hogere maatgevende productie capaciteit dan in het RIVM rapport staat. De opgave waarvan is uitgegaan in het Regionaal Actieplan is daardoor lager dan in het RIVM rapport • Vitens Overijssel: de prognose voor de noodzakelijke productie capaciteit waarvan is uitgegaan in het Regionaal Actieplan is iets hoger dan in het RIVM rapport. Daarom is de toename en de opgave die is gebruikt in het Regionaal Actieplan iets hoger dan in het RIVM rapport 7) Tussen haakjes staat de toename in noodzakelijke productiecapaciteit volgens Oasen. Deze wijkt af van RIVM vanwege een hogere - meer actuele - prognose voor 2030. Daarnaast is de maatgevende productiecapaciteit ondertussen hoger dan aangegeven in het RIVM rapport. Dit resulteert in een opgave van -10,4 tot 2,4. In het Regionale Actieplan is uitgegaan van de cijfers van Oasen
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
25
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
26
Colofon Dit is een uitgave van Vewin, IPO en het ministerie van IenW.
Fotografie ANP Evides Hollandse Hoogte Oasen Shutterstock Vewin WMD WML Ontwerp en lay-out Vormplan Design, Amsterdam
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030
Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030