CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321751 Urgentie voor het bestrijden van moslimdiscriminatie

Commissie Samenleving 11 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Breed discriminatiedebat1.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTERAAD

RIS-nummer: 321751

Schriftelijke vragen: Urgentie voor het bestrijden van moslimdiscriminatie Indiener: Hera Butt (GroenLinks), Samir Ahraui (PvdA), Adeel Mahmood (DENK)

Datum: 25 maart 2025

Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 21 maart 2025 schreef NOS in het artikel, ‘Moslimdiscriminatie is hardnekkig, ontwrichtend en steeds meer genormaliseerd’1, dat het gaat om een patroon en is de discriminatie van moslims aanzienlijk op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij het zoeken van huisvesting en in de gezondheidszorg. Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen van discriminatie door de overheid en binnen de financiële sector. Het gaat om zowel interpersoonlijke discriminatie ervaringen als om institutionele vormen van discriminatie. Toegenomen normalisering van moslimdiscriminatie maakt dat de interpersoonlijke ervaringen niet incidenteel zijn, maar een duidelijke structurele component in zich hebben. De bevindingen komen uit het Eindrapport Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie van het bureau Regioplan en de Universiteit Utrecht van 31 januari 2025 (hierna: Rapport). Op 21 maart 2025 is dit rapport aangeboden aan de Tweede Kamer met de conclusies van het Rapport, waaronder dat moslimdiscriminatie wijdverspreid, urgent en complex is. 2 Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Hera Butt (GroenLinks), Samir Ahraui (PvdA) en Adeel Mahmood (DENK) de volgende vragen: 1. Is het college bekend met het Rapport? Wat is de reflectie van het college op dit Rapport? 2.

Heeft het college enig idee of de bevindingen uit dit Rapport ook gelden voor Den Haag? Graag een toelichting. 3. Uit het Rapport blijkt dat moslimdiscriminatie aanzienlijk is op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij het zoeken naar een woning en in de gezondheidszorg. GroenLinks, PvdA en DENK Den Haag krijgen deze signalen ook van mensen in Den Haag. Hoe reflecteert het college hierop met betrekking tot Den Haag? Is het college bereid om hier uitgebreider en onafhankelijk onderzoek naar te laten doen voor Den Haag? Zo nee, waarom niet? 4. Hoe zit het met moslimdiscriminatie bij de ambtenaren die werken voor de gemeente Den Haag? Is daar enig zicht op? Zijn daar intern gesprekken over gevoerd? Zijn daar meldingen over gedaan of klachten over ingediend? Is het college bereid daar een onafhankelijk onderzoek naar te laten doen? Graag een toelichting.

Op 3 oktober 2024 diende Hera Butt (GroenLinks) het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) in. Op 21 februari 2025 schreef het college, “het college is voornemens u het plan tegen moslimdiscriminatie in maart toe te sturen” (RIS321413). 5.

Waar blijft Haags plan tegen moslimdiscriminatie? In hoeverre erkent het college de urgentie van moslimdiscriminatie, islamofobie, en anti-moslimracisme?

1 ‘Moslimdiscriminatie is hardnekkig, ontwrichtend en steeds meer genormaliseerd’ – NOS 2 Brief Staatssecretaris Participatie en Integratie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ‘Nationaal

onderzoek moslimdiscriminatie’, d.d. 21 maart 2025.

Pagina 1 van 3

6. In hoeverre zijn of worden Haagse moslims, ervaringsdeskundigen en organisaties zoals het Collectief Jonge Moslims, Meld Islamofobie, S.P.E.A.K en Haagse moskeeën meegenomen in de consultatie voor het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? Zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt. 7. Hoe neemt het college de ondersteuning van slachtoffers van moslimdiscriminatie mee in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? Zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt. 8. Hoe neemt het college de weigering van aangiftes tegen moslimdiscriminatie bij politiebureaus mee in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? Zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt. In het ‘Haags plan tegen antisemitisme’ (RIS 321413) geeft het college aan de kennis over het jodendom en over antisemitisme binnen het politiekorps te willen vergroten en daarbij samen te werken met het Joods politiewerk. Daarnaast geeft het college aan binnen de wettelijke mogelijkheden op te treden tegen Jodenhaat bij demonstraties en hierbij de politie te steunen. Tevens worden antisemitisme incidenten zowel bij de politie als bij het antidiscriminatie-meldpunt direct als antisemitisch geregistreerd.

Tot slot geeft het college aan de bekendheid van het antidiscriminatie-meldpunt Discriminatie.nl Den Haag te willen vergroten en nauwer samen te willen werken met andere meldpunten om een beter inzicht te krijgen in welke vormen en met welke frequentie antisemitisme zich voordoet in de stad. 9. Neemt het college bovenstaande aanpak over in het kader van moslimdiscriminatie? Graag een toelichting. 10. Hoe gaat het college bij de politie de kennis over de islam, over moslimdiscriminatie binnen het politiekorps vergroten en samenwerken met het Moslim politiewerk (voor zover Moslim politiewerk er is in Den Haag). Als dat er niet is, is het college bereid om hierover in gesprek te gaan met de politie?, zodat de politie is getraind in het herkennen, aanpakken en handhaven van moslimdiscriminatie zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt. 11. Gaat het college ook binnen de wettelijke mogelijkheden optreden tegen moslimhaat bij demonstraties en hierbij de politie steunen? 12. Worden moslimdiscriminatie incidenten zowel bij de politie als het antidiscriminatie-meldpunt direct als moslimdiscriminatie geregistreerd? 13. Wat doet het college met meldingen van moslimdiscriminatie bij andere meldpunten zoals het meldpunt Meld Islamofobie? 14.

Hoe gaat het college zorgen dat moslims en slachtoffers van moslimdiscriminatie op een laagdrempelige manier met elkaar in gesprek kunnen gaan in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? Zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt. 15. Waar ziet het college kansen voor samenwerking met Meld Islamofobie en Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie.nl om de meldingsbereid te vergroten en meer inzichten te krijgen over hoe moslimdiscriminatie zich voordoet in de stad? Op 11 juni 2024 schreef de Radboud Universiteit in het onderzoeksbericht, ‘Moslima’s kampen met discriminatie op de arbeidsmarkt’ 3, dat moslima’s discriminatie ervaren bij de instroom, behoud- en doorstroomfases van het arbeidsproces, zoals afwijzingen ontvangen tijdens het solliciteren, pesterijen op de werkvloer en over het hoofd worden gezien voor promotie. Daarnaast geven onderzoekers aan dat de overheid tegen discriminatie is, maar er zelf ook aan bijdraagt, door discriminerende praktijken bij DUO en de Belastingdienst, en door het hoofddoekverbod dat voor sommige beroepen geldt.

3 Moslima’s kampen met discriminatie op de arbeidsmarkt - Radboud Universiteit

Pagina 2 van 3

Op 30 oktober 2024 beloofde het college om de belemmeringen en uitsluiting op de arbeidsmarkt mee te nemen in de Haagse aanpak tegen moslimdiscriminatie in ‘Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Hera Butt van GroenLinks Den Haag, luidend: ‘Zorgen om toename discriminatie’’(RIS 318742), met speciale aandacht voor hoofddoek (hijab) dragende vrouwen. 16. In hoeverre wordt moslimdiscriminatie op de arbeidsmarkt meegenomen in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? 17. Is het college het met GroenLinks Den Haag eens dat ambtenaren van de gemeente Den Haag niet gediscrimineerd mogen worden (bijvoorbeeld) vanwege het dragen van een hoofddoek (hijab)? En als dit wel gebeurt, of als dit beleid is van de gemeente Den Haag, dat dit discriminatie is? Het ‘Eindrapport Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie’ 4 geeft verschillende richtlijnen voor verbeterkansen: 1. De verbeterkansen moeten zich in eerste instantie richten op het vergroten van de erkenning van moslimdiscriminatie als maatschappelijk probleem 2. De hardnekkigheid van moslimdiscriminatie vraagt om een aanpak gericht op het tegengaan van systematische discriminatie 3. Het is van belang dat moslims betrokken worden bij het tegengaan van moslimdiscriminatie 4. Er is behoefte aan interventies specifiek gericht op het tegengaan van moslimdiscriminatie.

18. Hoe reflecteert het college op bovenstaande richtlijnen uit het Rapport? 19. Wat gaat het college doen met bovenstaande richtlijnen? In hoeverre worden deze richtlijnen meegenomen in het Haagse plan tegen moslimdiscriminatie? 20. Welke subsidies heeft het college voor het tegengaan (en onderzoeken) van moslimdiscriminatie? Graag een toelichting.

Hera Butt

Samir Ahraui

Adeel Mahmood

GroenLinks

PvdA

DENK

4 Eindrapport Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie – Regioplan en Universiteit Utrecht, p. 46

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15317790/1