CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321751 Beantwoording SV Urgentie voor het bestrijden van moslimdiscriminatie

Commissie Samenleving 11 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Breed discriminatiedebat2.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

11 juni 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Butt, de heren Ahraui en Mahmood, luidend: ‘Urgentie voor het bestrijden van moslimdiscriminatie’

OCW/10881015 RIS321751

De raadsleden mevrouw Butt, de heren Ahraui en Mahmood hebben op 7 april 2025 een brief met daarin 20 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 21 maart 2025 schreef NOS in het artikel, ‘Moslimdiscriminatie is hardnekkig, ontwrichtend en steeds meer genormaliseerd’1, dat het gaat om een patroon en is de discriminatie van moslims aanzienlijk op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij het zoeken van huisvesting en in de gezondheidszorg. Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen van discriminatie door de overheid en binnen de financiële sector. Het gaat om zowel interpersoonlijke discriminatie ervaringen als om institutionele vormen van discriminatie. Toegenomen normalisering van moslimdiscriminatie maakt dat de interpersoonlijke ervaringen niet incidenteel zijn, maar een duidelijke structurele component in zich hebben. De bevindingen komen uit het Eindrapport Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie van het bureau Regioplan en de Universiteit Utrecht van 31 januari 2025 (hierna: Rapport). Op 21 maart 2025 is dit rapport aangeboden aan de Tweede Kamer met de conclusies van het Rapport, waaronder dat moslimdiscriminatie wijdverspreid, urgent en complex is.2 1.

Is het college bekend met het Rapport? Wat is de reflectie van het college op dit Rapport?

Het college is bekend met het rapport. De bevindingen in het rapport bevestigen de urgentie die het college ziet. Moslimdiscriminatie is een structureel, complex en urgent maatschappelijk probleem. Deze inzichten onderstrepen de noodzaak voor een daadkrachtige lokale aanpak. 2.

Heeft het college enig idee of de bevindingen uit dit Rapport ook gelden voor Den Haag? Graag een toelichting.

Ook in Den Haag worden signalen van moslimdiscriminatie ontvangen. Deze signalen bevestigen het structurele karakter zoals geschetst in het rapport. Het college neemt deze inzichten mee in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie. 3.

Uit het Rapport blijkt dat moslimdiscriminatie aanzienlijk is op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij het zoeken naar een woning en in de gezondheidszorg. GroenLinks, PvdA en DENK Den Haag krijgen deze signalen ook van mensen in Den Haag. Hoe reflecteert het college hierop met betrekking tot Den Haag? Is het college bereid om hier uitgebreider en onafhankelijk onderzoek naar te laten doen voor Den Haag? Zo nee, waarom niet?

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10881015

Het college onderkent de ernst van moslimdiscriminatie en neemt de signalen serieus. Gegevens en signalen wijzen erop dat dit probleem ook aanwezig is in Den Haag. De behoeften van Hagenaars vragen om actie en opvolging van reeds bekende aanbevelingen. Daarom kiest het college voor het inzetten op concrete interventies in plaats van aanvullend onderzoek. 4.

Hoe zit het met moslimdiscriminatie bij de ambtenaren die werken voor de gemeente Den Haag? Is daar enig zicht op? Zijn daar intern gesprekken over gevoerd? Zijn daar meldingen over gedaan of klachten over ingediend? Is het college bereid daar een onafhankelijk onderzoek naar te laten doen? Graag een toelichting.

Het college onderkent het belang van sociale veiligheid en het tegengaan van discriminatie binnen de gemeentelijke organisatie, waaronder moslimdiscriminatie. Er lopen verschillende initiatieven, zoals het diversiteit- en inclusiebeleid, de inzet van vertrouwenspersonen, Bureau Integriteit en periodieke medewerkersonderzoeken. Jaarlijks vinden er consulten plaats bij vertrouwenspersonen over de beleving van discriminatie op de werkvloer; deze worden niet uitgesplitst naar discriminatiegrond. Medewerkers kunnen daarnaast onder andere bij Bureau Integriteit een melding van discriminatie doen. In het gemeentebreed medewerkersonderzoek zijn medewerkers bevraagd over hun ervaring met sociale veiligheid en discriminatie. Ruim 7.600 interne en externe medewerkers namen hieraan deel. Voor de discriminatievraag (uit de module ongewenste omgangsvormen) van het onderzoek geldt voor zowel 2022 als 2024 een score van 8,6. Het aandeel medewerkers dat heeft aangegeven discriminatie te ervaren is in beide jaren 7%. Een score van 8,6 is relatief hoog en positief. Het geeft aan dat een ruime meerderheid van de medewerkers geen discriminatie ervaart. De score is gelijk gebleven ten opzichte van het vorige onderzoek, wat wijst op een stabiele situatie.

Naast het medewerkersonderzoek worden signalen opgehaald via nieuwe medewerkers, leidinggevenden, het medewerkersloket, Bureau Integriteit, vertrouwenspersonen, bedrijfsmaatschappelijk werk en vertrekkende medewerkers. Gezien deze lopende trajecten en de voortdurende aandacht voor sociale veiligheid acht het college het op dit moment niet noodzakelijk om aanvullend een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren. Op 3 oktober 2024 diende Hera Butt (GroenLinks) het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) in. Op 21 februari 2025 schreef het college, “het college is voornemens u het plan tegen moslimdiscriminatie in maart toe te sturen” (RIS321413). 5.

Waar blijft Haags plan tegen moslimdiscriminatie? In hoeverre erkent het college de urgentie van moslimdiscriminatie, islamofobie, en anti-moslimracisme?

Het college erkent de urgentie van moslimdiscriminatie, islamofobie en anti-moslimracisme volledig. Daarom wordt samen met Haagse burgers, experts en maatschappelijke organisaties gewerkt aan een Haags plan tegen moslimdiscriminatie. Gezien de complexiteit en het structurele karakter van het probleem, is gekozen voor een gefaseerde aanpak. De eerste fase van het plan wordt in juni aangeboden aan de raad. De tweede fase, met concrete maatregelen, volgt in het vierde kwartaal van 2025. 6.

In hoeverre zijn of worden Haagse moslims, ervaringsdeskundigen en organisaties zoals het Collectief Jonge Moslims, Meld Islamofobie, S.P.E.A.K en Haagse moskeeën meegenomen in de consultatie voor het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? Zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10881015

Het college betrekt diverse organisaties, waaronder het Collectief Jonge Moslims, S.P.E.A.K. en Haagse religieuze organisaties. Zij worden op verschillende manieren actief betrokken bij zowel de beleidsvorming als de uitvoering. Participatie van Haagse moslims, ervaringsdeskundigen en organisaties is daarmee een structureel onderdeel van het proces, in lijn met het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112). 7.

Hoe neemt het college de ondersteuning van slachtoffers van moslimdiscriminatie mee in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? Zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt.

In het plan wordt expliciet aandacht besteed aan slachtofferondersteuning, onder andere via betere samenwerking tussen meldpunten en laagdrempelige doorverwijzing. Ook voeren we gesprekken met discriminatie.nl en de politie om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om de meldingsprocessen effectiever te maken. 8.

Hoe neemt het college de weigering van aangiftes tegen moslimdiscriminatie bij politiebureaus mee in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? Zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt.

De werkwijze van de politie bij het opnemen van aangiftes valt onder de verantwoordelijkheid van de politie. Het college vindt het echter van groot belang dat meldingen van moslimdiscriminatie serieus worden behandeld. In de jaarlijkse werkbespreking over veiligheid zal het college de politie verzoeken specifiek in te gaan op de aangiftebereidheid bij discriminatie en de ontwikkelingen rondom het opnemen van aangiftes. Hiernaast gaat het college in gesprek met zowel de politie als Discriminatie.nl om te verkennen hoe de behandeling van discriminatiemeldingen effectiever kan worden ingericht. In het ‘Haags plan tegen antisemitisme’ (RIS 321413) geeft het college aan de kennis over het jodendom en over antisemitisme binnen het politiekorps te willen vergroten en daarbij samen te werken met het Joods politiewerk. Daarnaast geeft het college aan binnen de wettelijke mogelijkheden op te treden tegen Jodenhaat bij demonstraties en hierbij de politie te steunen. Tevens worden antisemitisme incidenten zowel bij de politie als bij het antidiscriminatie-meldpunt direct als antisemitisch geregistreerd.

Tot slot geeft het college aan de bekendheid van het antidiscriminatiemeldpunt Discriminatie.nl Den Haag te willen vergroten en nauwer samen te willen werken met andere meldpunten om een beter inzicht te krijgen in welke vormen en met welke frequentie antisemitisme zich voordoet in de stad. 9.

Neemt het college bovenstaande aanpak over in het kader van moslimdiscriminatie? Graag een toelichting.

Het college vertaalt elementen uit het antisemitismebeleid naar de aanpak van moslimdiscriminatie, voor zover deze inhoudelijk aansluiten bij de aard van moslimdiscriminatie. Beide kennen historische wortels, maar verschillen in context, uitingsvormen en maatschappelijke beeldvorming. Het college houdt rekening met deze verschillen, maar streeft naar een gezamenlijke, integrale aanpak waar dat mogelijk en effectiever is. 10. Hoe gaat het college bij de politie de kennis over de islam, over moslimdiscriminatie binnen het politiekorps vergroten en samenwerken met het Moslim politiewerk (voor zover Moslim politiewerk er is in Den Haag). Als dat er niet is, is het college bereid om hierover in gesprek te gaan met de politie, zodat de politie is getraind in het herkennen, aanpakken en handhaven van moslimdiscriminatie zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt.

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10881015

Er zijn binnen de eenheid Den Haag meerdere contactpersonen voor discriminatiefeiten werkzaam. Binnen de organisatie besteedt de politie aandacht aan het vergroten van het kennisniveau en bewustwording ten aanzien van dit thema. Ze worden politiemensen voorgelicht via interne sessies en verzorgt discriminatie.nl presentaties om de kennis rondom discriminatie te vergroten. Opgemerkt moet worden dat de werkwijze van de politie met betrekking tot het opnemen van aangiftes, en het mogelijk aanscherpen van deze werkwijze, de verantwoordelijkheid van de politie betreffen. Het is dus ook uitsluitend aan de politie om deskundigheid op dit punt te bevorderen. Dit neemt niet weg dat de burgemeester aandacht zal blijven vragen in de driehoek voor het belang van het opnemen van aangiftes. 11.

Gaat het college ook binnen de wettelijke mogelijkheden optreden tegen moslimhaat bij demonstraties en hierbij de politie steunen?

Het optreden tegen uitingen bij demonstraties die strafbaar zijn valt onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie. 12. Worden moslimdiscriminatie incidenten zowel bij de politie als het antidiscriminatie- meldpunt direct als moslimdiscriminatie geregistreerd? Bij de politie wordt discriminatie als zodanig geregistreerd, zonder aparte categorieën per vorm of doelgroep. De specifieke context, zoals moslimdiscriminatie, wordt wel opgenomen in de toelichting bij de registratie. Tweewekelijks worden de discriminatie-incidenten besproken met de antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s). Discriminatie.nl registreert discriminatie wél op grond, waaronder moslimdiscriminatie. 13. Wat doet het college met meldingen van moslimdiscriminatie bij andere meldpunten meldpunt Meld Islamofobie?

zoals het

Deze signalen worden benut voor beleidsvorming. Het college verkent hoe structurele samenwerking en gegevensuitwisseling tussen discriminatie.nl Den Haag, verschillende meldpunten en de gemeente beter kan worden geborgd. 14. Hoe gaat het college zorgen dat moslims en slachtoffers van moslimdiscriminatie op een laagdrempelige manier met elkaar in gesprek kunnen gaan in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? Zoals het ‘Manifest tegen moslimdiscriminatie’ (RIS320112) verzoekt. Het plan voorziet in het actief faciliteren van dialoog en ontmoeting tussen verschillende partijen in de stad. Organisaties die hieraan willen bijdragen kunnen hiervoor een subsidieaanvraag indienen. Daarnaast benadert het college ook zelf actief relevante partners om deelname te stimuleren en samenwerking te versterken. 15.

Waar ziet het college kansen voor samenwerking met Meld Islamofobie en Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie.nl om de meldingsbereid te vergroten en meer inzichten te krijgen over hoe moslimdiscriminatie zich voordoet in de stad?

Het college en discriminatie.nl Den Haag verkennen hoe structurele samenwerking en gegevensuitwisseling met deze meldpunten versterkt kan worden om meer inzicht te krijgen in de aard en omvang van moslimdiscriminatie. Ook bekijken we op welke manieren een samenwerking de meldingsdrempel kan verlagen.

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10881015

Op 11 juni 2024 schreef de Radboud Universiteit in het onderzoeksbericht, ‘Moslima’s kampen met discriminatie op de arbeidsmarkt’3, dat moslima’s discriminatie ervaren bij de instroom, behoud- en doorstroomfases van het arbeidsproces, zoals afwijzingen ontvangen tijdens het solliciteren, pesterijen op de werkvloer en over het hoofd worden gezien voor promotie. Daarnaast geven onderzoekers aan dat de overheid tegen discriminatie is, maar er zelf ook aan bijdraagt, door discriminerende praktijken bij DUO en de Belastingdienst, en door het hoofddoekverbod dat voor sommige beroepen geldt. Op 30 oktober 2024 beloofde het college om de belemmeringen en uitsluiting op de arbeidsmarkt mee te nemen in de Haagse aanpak tegen moslimdiscriminatie in ‘Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Hera Butt van GroenLinks Den Haag, luidend: ‘Zorgen om toename discriminatie’’(RIS 318742), met speciale aandacht voor hoofddoek (hijab) dragende vrouwen. 16. In hoeverre wordt moslimdiscriminatie op de arbeidsmarkt meegenomen in het Haags plan tegen moslimdiscriminatie? In het Haags plan tegen moslimdiscriminatie is aandacht voor het tegengaan van ongelijke kansen op de arbeidsmarkt. 17.

Is het college het met GroenLinks Den Haag eens dat ambtenaren van de gemeente Den Haag niet gediscrimineerd mogen worden (bijvoorbeeld) vanwege het dragen van een hoofddoek (hijab)? En als dit wel gebeurt, of als dit beleid is van de gemeente Den Haag, dat dit discriminatie is?

Het college vindt het belangrijk dat er voor medewerkers een veilige werkomgeving is waarin medewerkers zich welkom en gerespecteerd voelen. Voor discriminatie, op welke grond dan ook, is dan ook geen ruimte. Het ‘Eindrapport Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie’4 geeft verschillende richtlijnen voor verbeterkansen: 1. De verbeterkansen moeten zich in eerste instantie richten op het vergroten van de erkenning van moslimdiscriminatie als maatschappelijk probleem 2. De hardnekkigheid van moslimdiscriminatie vraagt om een aanpak gericht op het tegengaan van systematische discriminatie 3. Het is van belang dat moslims betrokken worden bij het tegengaan van moslimdiscriminatie 4. Er is behoefte aan interventies specifiek gericht op het tegengaan van moslimdiscriminatie. 18. Hoe reflecteert het college op bovenstaande richtlijnen uit het Rapport? Het college onderschrijft deze richtlijnen en neemt deze in acht bij het opstellen van het plan tegen moslimdiscriminatie. 19. Wat gaat het college doen met bovenstaande richtlijnen? In hoeverre worden deze richtlijnen meegenomen in het Haagse plan tegen moslimdiscriminatie? De richtlijnen vormen een inhoudelijke leidraad bij de beleidsvorming en uitvoering van het Haags plan.

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10881015

20. Welke subsidies heeft het college voor het tegengaan (en onderzoeken) van moslimdiscriminatie? Graag een toelichting. Er zijn verschillende subsidieregelingen waarop organisaties die zich inzetten tegen discriminatie, waaronder moslimdiscriminatie, een aanvraag kunnen indienen. Dit betreft onder andere de subsidieregeling Antidiscriminatie en Verbinding (RIS313871), gericht op het voorkomen en bestrijden van discriminatie, het tegengaan van de gevolgen daarvan en het versterken van de sociale cohesie binnen de Haagse samenleving. Daarnaast is er de subsidieregeling Haags Vieren in de Wijk, die financiële ondersteuning biedt voor het organiseren van culturele en religieuze vieringen. Deze regeling beoogt de sociale betrokkenheid en onderlinge tolerantie tussen inwoners van Den Haag te vergroten. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15659070/1