RIS321744 Weerbaar watersysteem
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 321744
Schriftelijke vragen: Weerbaar watersysteem Indiener: Robin Smit, Partij voor de Dieren Datum: 19 maart 2025 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, De gemeente Leiden in samenwerking met Hoogheemraadschap van Rijnland is eind 2023 begonnen met een onderzoek naar natuurvriendelijke oevers en het effect op de inheemse biodiversiteit. Eerste resultaten van dit onderzoek[1] tonen een aanzienlijke afname van de Amerikaanse rivierkreeften per vierkante meter in Polderpark Cronesteyn, het gebied waar het onderzoek plaatsvindt. Door het natuurlijk watersysteem weerbaarder te maken ontstaat een duurzame oplossing voor het aantal rivierkreeften in het water. Door een natuurlijke overgang van land naar water, zonder een harde kant ertussen, krijgen de rivierkreeften minder mogelijkheden om te graven en de waterkwaliteit te verslechteren. Die geleidelijke overgang zorgt er ook voor dat er meer ruimte wordt gecreëerd voor natuurlijke vijanden van de Amerikaanse rivierkreeft. Overeenkomstig art.
30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Robin Smit, Partij voor de Dieren, de volgende vervolgvragen: 1) Heeft het college contact gezocht met de gemeente Leiden en Hoogheemraadschap van Rijnland over dit onderzoek? Zo niet, is het college bereid om contact te leggen met deze instanties om de mogelijkheden voor een pilot in Den Haag te verkennen? 2) Deelt het college de mening dat een natuurvriendelijke oever beter is voor de biodiversiteit van inheemse dieren in Den Haag en een duurzamere optie is voor het weerbaarder maken van het natuurlijke watersysteem en daarmee het aantal rivierkreeften terug te dringen? 3) Is het college bereid om een pilot voor soortgelijke natuurvriendelijke oevers in Den Haag te starten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan het college al gebieden aanwijzen waar oevers binnenkort verbouwd kunnen gaan worden? Onderzoekers bij de proefopstelling in Polderpark Cronesteyn geven aan dat natuurvriendelijke oevers vooral haalbaar zijn in buitenwijken. In het centrum waar de grachten steil en versteend zijn, is het lastiger en duurder om natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Volgens de onderzoekers zouden drijvende, kunstmatige eilanden in dit soort grachten een goed alternatief zijn.
4) Deelt het college de mening dat drijvende, kunstmatige, eilanden in grachten ook kunnen meehelpen aan het verbeteren van het weerbaarheidsniveau van het natuurlijke watersysteem? Zo nee, waarom niet? 5) Klopt het dat in het verleden proeven zijn gedaan met het vergroenen van steile grachtenmuren in Den Haag door het aanbrengen van eilandjes? Zo ja, wat zijn daar de uitkomsten van geweest? 6) Is het college bereid om een pilot op te starten met drijvende, kunstmatige eilanden in grachten? Met als doel de inheemse biodiversiteit te versterken en het grachten milieu te verbeteren?
Pagina 1 van 2
7) Wat doet het college om kades en steile walkanten om te vormen naar natuurvriendelijke oevers? Hoe wordt hierin samengewerkt met Hoogheemraadschap Delfland?
Robin Smit Partij voor de Dieren [1] https://sleutelstad.nl/2025/02/09/onderwerp-stand-van-zaken-kreeftenonderzoek-cronesteyn/
Pagina 2 van 2