RIS321744 Beantwoording SV Weerbaar watersysteem
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
13 mei 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Smit, luidend: ‘Weerbaar watersysteem’
DSB/10878861 RIS321744
Het raadslid de heer Smit heeft op 19 maart 2025 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De gemeente Leiden in samenwerking met Hoogheemraadschap van Rijnland is eind 2023 begonnen met een onderzoek naar natuurvriendelijke oevers en het effect op de inheemse biodiversiteit. Eerste resultaten van dit onderzoek[1] tonen een aanzienlijke afname van de Amerikaanse rivierkreeften per vierkante meter in Polderpark Cronesteyn, het gebied waar het onderzoek plaatsvindt. Door het natuurlijk watersysteem weerbaarder te maken ontstaat een duurzame oplossing voor het aantal rivierkreeften in het water. Door een natuurlijke overgang van land naar water, zonder een harde kant ertussen, krijgen de rivierkreeften minder mogelijkheden om te graven en de waterkwaliteit te verslechteren. Die geleidelijke overgang zorgt er ook voor dat er meer ruimte wordt gecreëerd voor natuurlijke vijanden van de Amerikaanse rivierkreeft. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Robin Smit, Partij voor de Dieren, de volgende vervolgvragen: 1.
Heeft het college contact gezocht met de gemeente Leiden en Hoogheemraadschap van Rijnland over dit onderzoek? Zo niet, is het college bereid om contact te leggen met deze instanties om de mogelijkheden voor een pilot in Den Haag te verkennen?
Het college heeft kennisgenomen van het genoemde onderzoek. Natuurvriendelijke oevers hebben een variëteit aan positieve effecten ten opzichte van harde keringen en dit onderzoek laat zien dat het beheersbaar houden van de rivierkreeft ook geholpen is met natuurvriendelijke oevers. Den Haag beschikt al over een netwerk aan natuurvriendelijke oevers. Het netwerk aan natuurvriendelijke oevers is naar verwachting (één van) de reden(en) dat de schadelijke invloed van rivierkreeften in Den Haag vooralsnog beperkt is. Zie ook het antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heren Dumolin en De Vuyst, luidend: ‘Leiden in het rivierkreeften bestrijden’ (RIS321528). Een pilot om natuurvriendelijke oevers aan te leggen acht het college daarom niet nodig, wel zal bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers nadrukkelijker ook het aspect van de populatie rivierkreeften betrokken worden. Indien nodig, zal daarover nader contact gezocht worden met genoemde instanties.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10878861
2.
Deelt het college de mening dat een natuurvriendelijke oever beter is voor de biodiversiteit van inheemse dieren in Den Haag en een duurzamere optie is voor het weerbaarder maken van het natuurlijke watersysteem en daarmee het aantal rivierkreeften terug te dringen?
Het college deelt deze mening. Gebrek aan predatie ('bejaging') is een belangrijke factor in het overleven van uitheemse diersoorten. Het vergroten van de kans voor bestaande roofdieren om te gedijen en zich aan te passen, kan hierbij een belangrijke rol spelen. De uitkomst van het onderzoek in Leiden lijkt dit te onderschrijven. We zien in Den Haag al dat meeuwen, reigers, meerkoeten en roofvissen als snoek en paling Amerikaanse rivierkreeften als prooi hebben ontdekt. Zie verder het antwoord op vraag 1. 3.
Is het college bereid om een pilot voor soortgelijke natuurvriendelijke oevers in Den Haag te starten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan het college al gebieden aanwijzen waar oevers binnenkort verbouwd kunnen gaan worden?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 1. Onderzoekers bij de proefopstelling in Polderpark Cronesteyn geven aan dat natuurvriendelijke oevers vooral haalbaar zijn in buitenwijken. In het centrum waar de grachten steil en versteend zijn, is het lastiger en duurder om natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Volgens de onderzoekers zouden drijvende, kunstmatige eilanden in dit soort grachten een goed alternatief zijn. 4.
Deelt het college de mening dat drijvende, kunstmatige, eilanden in grachten ook kunnen meehelpen aan het verbeteren van het weerbaarheidsniveau van het natuurlijke watersysteem? Zo nee, waarom niet?
Het college deelt deze mening. Uit een verkenning die het college samen met het Hoogheemraadschap van Delfland in 2024/2025 heeft gedaan blijkt echter dat er weinig fysieke ruimte is voor het aanleggen van drijvende eilanden in het grachtenstelsel van Den Haag. 5.
Klopt het dat in het verleden proeven zijn gedaan met het vergroenen van steile grachtenmuren in Den Haag door het aanbrengen van eilandjes? Zo ja, wat zijn daar de uitkomsten van geweest?
Ja. dat klopt. Aan de Fijnjekade zijn in het verleden in het kader van een pilot twee verschillende typen drijvende eilanden geplaatst. Uitkomst van de pilot was dat een van de typen een te korte levensduur had. Het andere type eiland is wel succesvol en biedt een broedplaats voor watervogels en vormt een schuilplek voor het onderwaterleven. Inmiddels is de pilotfase afgerond en zijn er op deze locatie vier drijvende eilandjes, twee langs de kademuur en twee ongeveer in het midden van de waterstructuur. 6.
Is het college bereid om een pilot op te starten met drijvende, kunstmatige eilanden in grachten? Met als doel de inheemse biodiversiteit te versterken en het grachten milieu te verbeteren?
Het college heeft in 2024/2025 in samenwerking met Hoogheemraadschap Delfland onderzocht waar in het grachtenstelsel extra ecologische structuren in de vorm van drijvende eilanden en/of vissenbossen mogelijk zijn. Zoals ook aangegeven bij het antwoord op vraag 4 waren de mogelijkheden hiervoor beperkt.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10878861
7.
Wat doet het college om kades en steile walkanten om te vormen naar natuurvriendelijke oevers? Hoe wordt hierin samengewerkt met Hoogheemraadschap Delfland?
Een natuurvriendelijke oever vraagt om voldoende ruimte om de vereiste taludhelling te maken. Op veel plekken in Den Haag is daar geen ruimte voor. Dit staat ook vermeld in de nota Stadsnatuur (RIS305824). Met name bij kademuren en steile walkanten is dat het geval. Het college kijkt bij het renoveren en vervangen van deze kademuren en steile walkanten naar hoe binnen de geldende randvoorwaarden en beperkingen natuurkansen een plek kunnen krijgen. Zoals aangegeven in de commissiebrief “Kansen voor natuurvriendelijke oevers” (RIS318510) zijn een groot deel van de potenties voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers reeds benut, maar blijft het college kansen voor de verbetering van de waterkwaliteit en oeverstructuren benutten. Het waterschap wordt in een vroeg stadium betrokken bij deze projecten. Samen gaan we na hoe de waterkwaliteit, waterdoorstroming en waterberging binnen de projecten verbeterd kunnen worden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
[1] https://sleutelstad.nl/2025/02/09/onderwerp-stand-van-zaken-kreeftenonderzoek-cronesteyn
3/3