RIS321739 Preadvies initiatiefvoorstel Partij voor de Dieren Haagse bomen, Haagse trots
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSB/10981217 RIS321739 Contactpersoon
Daan Kleinveld Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer
14070 E-mailadres
daan.kleinveld@denhaag.nl
Datum
18 december 2025 Onderwerp
Preadvies initiatiefvoorstel Partij voor de Dieren: Haagse bomen, Haagse trots
Op 3 oktober 2025 is het initiatiefvoorstel Haagse Bomen Haagse Trots RIS321739 van de raadsleden mevrouw Gerritsen en de heer van den Bos aan de voorzitter van de gemeenteraad aangeboden. Hierbij biedt het college de raad het preadvies over het initiatiefvoorstel aan. Het college spreekt zijn waardering uit voor de inzet van de Partij voor de Dieren ten aanzien van het behoud van stadsnatuur en het versterken van het bomenbeleid. De voorgestelde maatregelen in het initiatiefvoorstel sluiten aan bij bredere maatschappelijke opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefkwaliteit in Den Haag. Tevens is in het coalitieakkoord afgesproken dat de criteria voor de kapvergunning worden herzien, waarbij het initiatief van de Partij voor de Dieren in lijn is met deze voorgenomen wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV). Reactie college Het college ziet mogelijkheden om het Haagse bomenbeleid, zoals verwoord in de nota Stadsbomen en juridisch verankerd in de APV, verder te verbreden en inhoudelijk te versterken. Daarmee ontstaat een robuuster kader voor een zorgvuldige en contextgerichte afweging bij kapaanvragen. In het navolgende wordt toegelicht waar ruimte bestaat voor beleidsmatige aanvulling en waar het college beperkingen ziet.
Tot slot wordt opgemerkt dat 1 januari 2026 als ingangsdatum voor wijziging van de APV niet haalbaar is, gelet op de benodigde doorlooptijd. Na de besluitvorming op dit initiatiefvoorstel komt het college op korte termijn terug met een voorstel voor een realistische inwerkingtredingsdatum. Daarnaast zou het college de initiatiefnemers willen voorstellen om, indien de APV wordt aangepast, deze aanpassing na een jaar te evalueren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10981217
Aanscherpen beoordelingscriteria In het initiatief wordt aangedragen om klimaatadaptieve-, cultuurhistorische- en gebruikswaarden toe te voegen aan het huidige artikel 2:88 van de APV. Deze aanvullingen dragen bij aan een bredere en meer integrale afweging van belangen bij kapaanvragen. Hiermee wordt het college in staat gesteld om per situatie een nog zorgvuldigere beoordeling te maken, met oog voor de specifieke context en maatschappelijke relevantie. Deze aanvullingen kunnen nadat ze zijn opgenomen in de APV praktisch en toetsbaar worden uitgewerkt in het Belangen Afwegingen Formulier (BAF), dat gehanteerd wordt bij de toetsing van kapaanvragen. Deze aanpak waarborgt zowel de uitvoerbaarheid als de kwaliteit van de bescherming van bomen en draagt bij aan een toekomstbestendige inrichting van het stedelijk groen. Vergunningsvoorschriften ‘moet’ i.p.v. ‘kan’ In artikel 2:91 van de APV heeft het college de mogelijkheid om per situatie vergunningsvoorschriften op te nemen ter bescherming van bomen. In de praktijk wordt bij vrijwel iedere kapvergunning standaardvoorschriften opgelegd ter bescherming van bomen.
Afwegingsruimte acht het college van belang om per aanvraag te beoordelen welke voorschriften passend en nodig zijn Deze afwegingsruimte is van belang voor een zorgvuldige toepassing van het evenredigheidsbeginsel, waarbij maatregelen in verhouding staan tot het beoogde doel. Een verplichtende formulering, waarbij voorschriften in álle gevallen moeten worden opgenomen, zou deze beoordelingsruimte beperken. Dit leidt ertoe dat ook in situaties waarin een voorschrift niet passend is, het toch moet worden toegepast. Om deze redenen stelt het college voor om deze voorgestelde maatregel niet over te nemen. Daarnaast kan dit in specifieke gevallen leiden tot onnodige vertraging in bouw- of ontwikkeltrajecten, met bredere gevolgen voor de voortgang van projecten en de ontwikkeling van de stad. Met de voorgestelde aanpassing van artikel 2:88 APV beschikt de gemeente al over goede instrumenten om Haagse bomen te beschermen. Toevoegen bijzondere bomen Binnen de gemeente Den Haag zijn bomen met een stamomtrek van minimaal 30 cm op 130 cm hoogte beschermd op grond van de APV. Uitzondering geldt voor bomen op een achtererf kleiner dan 50 m², die niet zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied; in dat geval geldt de vergunningplicht pas vanaf een stamomtrek van 90 cm.
Monumentale bomen genieten een aanvullende bescherming doordat de besluitvorming berust bij het college en niet wordt gemandateerd. De Adviesraad Monumentale Bomen adviseert op iedere ontheffing die voor monumentale bomen wordt aangevraagd. Om het beschermingsregime te verbreden en beter aan te sluiten op actuele beleidsdoelen, wordt voorgesteld om een aanvullende categorie ‘bijzondere bomen’ te introduceren. Deze categorie omvat de ‘groene parels’ zoals opgenomen in de nota Stadsbomen. Het zijn bomen met een aantoonbare waarde op het gebied van ecologie, gebruiksfunctie, cultuurhistorie of ruimtelijke betekenis, maar (nog) niet oud genoeg zijn om een monumentale status te verkrijgen. Desalniettemin vervullen deze bomen een bijzondere rol in de stedelijke omgeving en kunnen wellicht ‘doorgroeien’ naar de monumentale status.
2/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10981217
Bijzondere bomen zijn ook de veteraanbomen van Den Haag. Het zijn oude bomen met unieke ecologische, landschappelijke of cultuurhistorische waarde. Den Haag heeft eind 2025 5 bomen de veteranenstatus toegekend. Drie bomen waren al monumentaal, twee bomen waren niet monumentaal maar verkrijgen de status van veteraan. Door hun leeftijd en structuur vervullen zij een bijzondere rol in het stedelijk ecosysteem. De Adviesraad Monumentale Bomen (AMB) adviseert bij aanwijzing en ingrepen. Iedere veteraanboom krijgt een eigen beheerplan. Door deze categorie groene parels en veteraanbomen te voorzien van een toetsingskader, ontstaat een robuustere bescherming van waardevolle bomen als aspirant-monumentaal buiten het huidige monumentale segment. Versterking en uitbreiding van de rol van de Adviesraad Monumentale Bomen (AMB) De Adviesraad Monumentale Bomen (AMB) vervult een centrale rol binnen het Haagse monumentale bomenbeleid. De AMB heeft de kerntaak het adviseren over behoud, bescherming en instandhouding van monumentale bomen. Deze rol is de afgelopen jaren geëvolueerd en wordt in lijn met actuele beleidsontwikkelingen verder uitgebreid. Met de introductie van de categorie ‘groene parels’ en ‘veteraanbomen’ ontstaat de behoefte aan een deskundige en onafhankelijke beoordeling van bomen die, hoewel niet monumentaal, wel aantoonbare waarde hebben.
Verankering van de Boom effect analyse (BEA) Binnen gemeentelijke projecten wordt in de initiatiefase een boominventarisatie uitgevoerd, inclusief een beoordeling van de kwaliteit en potentie van de aanwezige bomen. Deze werkwijze is verankerd in de planbeoordeling Haagse Bomen en geldt voor gemeentelijke bomen. Vanaf de schetsontwerpfase (SO) is het uitvoeren van een Boom Effect Analyse (BEA) conform de meest recente CROW-richtlijnen verplicht, zoals vastgelegd in de Nota Stadsbomen en het Routeboek Stadsbomen in Projecten. Voor particuliere initiatieven is deze werkwijze niet standaard geborgd, maar wordt bij grootschalige bouwplannen ook al vaak verzocht om een BEA uit te laten voeren en onderdeel te laten zijn van de kapvergunningsprocedure. Om proportionaliteit te waarborgen, wordt voorgesteld om onderscheid te maken tussen projecttypen. Voor grootschalige particuliere projecten met externe ontwikkelaars blijft de huidige praktijk gehandhaafd, waarbij de BEA standaard wordt toegepast. Met deze aanpak wordt de BEA niet alleen een beleidsinstrument in stedelijke ontwikkeling, maar ook een juridisch verankerd toetsingsmiddel dat bijdraagt aan het behoud van bomen in een stad in ontwikkeling.
Bescherming van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) De Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) vormt de groene ruggengraat van Den Haag en vervult belangrijke functies op het gebied van biodiversiteit, leefbaarheid, recreatie en sportbeoefening, De SGH is stevig verankerd in de ruimtelijke planvorming. Bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven wordt de SGH standaard meegenomen als toetsingskader, waarbij ecologische, landschappelijke en recreatieve waarden van het stedelijk groen expliciet worden gewogen. Hierdoor speelt de SGH een integrale rol in het afwegingsproces bij gebiedsontwikkeling, herinrichting en vergunningverlening.
3/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10981217
Boomcompensatie compenseert onvoldoende bomen Het college verbindt in principe standaard de verplichting tot herplant van evenveel vervangende bomen als voorwaarde aan een kapvergunning. In enkele gevallen is één op één compensatie niet mogelijk. In bosachtige structuren of jarenlang braakliggende terreinen waar spontaan bomen zijn gaan groeien, staan bomen vaak heel dicht bij elkaar. Voor een duurzame instandhouding is regelmatig dunnen noodzakelijk wat uiteindelijk resulteert in een veel beperkter aantal grote bomen. Daarnaast kunnen hagen uitgroeien tot kapvergunningsplichtige bomen als de individuele stamomtrek groter is dan 30 cm. Deze stammetjes staan heel dicht tegen elkaar waardoor al snel sprake is van een flink aantal te kappen ‘bomen’. Eén op één compensatie van dergelijke houtopstanden in de vorm van individuele bomen is hierbij niet mogelijk en niet proportioneel omdat individuele bomen veel meer groeiruimte nodig hebben. Het college vindt groenareaal in de vorm van bosplantsoen, struwelen en hagen dermate belangrijk dat bij verwijdering het nettoverlies aan groen gecompenseerd zou moeten worden in een gelijkwaardig oppervlak met gelijkende beplanting.
Om een effectieve compensatie van dergelijke houtopstanden te realiseren stelt het college voor om over te gaan op een areaalcompensatie zoals in verleden was opgenomen in de wet Natuurbescherming en tegenwoordig onderdeel is in de Omgevingswet. Daarnaast wordt bij het beoordelen van kapaanvragen niet alleen gekeken naar het aantal bomen, maar ook naar de uiteindelijke grootte die een boom kan bereiken bij volle wasdom. Een boom van de eerste grootte wordt nu in principe vervangen door een boom van de eerste grootte. Bij stadsbomen is dit vrijwel altijd mogelijk omdat bij de inrichting van de openbare ruimte er rekening is gehouden met de uiteindelijke omvang van de boomkroon. Anders is dit bij bouwprojecten, daar verandert vaak de buitenruimte en ontstaat er meer of minder groeiruimte. Indien er na de bouw onvoldoende duurzame groeiruimte resteert wordt daar bij het bepalen van de herplantplicht rekening mee gehouden. Dit kan soms resulteren dat een boom van de eerste grootte wordt gecompenseerd door kleiner blijvend exemplaar. Het aantal is daarbij primair richtinggevend. In lijn met dit initiatiefvoorstel stelt het college voor om de compensatie effectiever te maken. Ondanks dat wij weten dat de beschikbare ruimte voor bomen in de stad beperkt is stellen wij voor om in dergelijke gevallen over te gaan tot een meervoudige compensatie.
Het bomenfonds Het college accepteert in uitzonderlijke gevallen een storting in het bomenfonds als instrument voor het compenseren van het verlies aan bomen bij vergunningsplichtige kap. De voorwaarde tot een storting in het bomenfonds wordt alleen opgelegd indien er onvoldoende mogelijkheden zijn om binnen het project of in de directe nabijheid vervangende bomen aan te planten. De financiële bijdrage aan het bomenfonds wordt vastgesteld op basis van de actuele taxatiewaarde conform de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). Deze systematiek biedt een transparante en objectieve grondslag voor compensatie, waarbij de middelen worden aangewend voor herplant van bomen in het stadsdeel waar de bomen zijn gekapt. Door het hanteren van de richtlijnen van de NVTB is er geen directe koppeling tussen de taxatiewaarde enerzijds en de herplantkosten voor hetzelfde aantal bomen anderzijds. Het college onderkent dat de gehanteerde waarderingssystematiek van de NVTB niet in alle gevallen leidt tot een één-op-één compensatie van het aantal gekapte bomen. In bosachtige structuren of jarenlang braakliggende terreinen waar spontaan bomen zijn gaan groeien, ontvangen individuele bomen doorgaans een lagere taxatiewaarde. Hierdoor kan niet elke boom afzonderlijk worden gecompenseerd door een volwaardig stadsboom.
Met een aanpassing van het bomenfonds voorziet het college in een compensatiebedrag conform de herplantkosten.
4/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10981217
Advies college per dictum Het voorstel richt zich op diverse acties, deze zijn: I Beoordelingscriteria voor kapvergunningen aan te scherpen door artikel 2:88 te wijzigen en kapcriteria uit te breiden met natuurwaarden, educatieve waarden, milieuwaarden, klimaatadaptieve waarden, belevingswaarden, cultuurhistorische waarden, en gebruikswaarden van de houtopstand. Advies om dictum I over te nemen; Het college onderschrijft de meerwaarde voor aanpassingen aan de APV om de criteria voor het kappen van bomen aan te scherpen. -
-
II
Deze uitbreiding van de weigeringsgronden sluit aan bij de bestaande toetsingssystematiek (BAF). Door klimaatadaptieve-, cultuurhistorische- en gebruikswaarden expliciet te benoemen, wordt de integrale belangenafweging bij kapaanvragen versterkt. Dit draagt bij aan een transparante, toekomstgerichte en maatschappelijk verantwoorde bescherming van het stedelijk bomenbestand. Het college stelt nadere beleids- en toetsingsregels vast voor de toepassing van deze weigeringsgronden, waarbij recht wordt gedaan aan de boom binnen de grote diversiteit van ontwikkelingen binnen Den Haag. Vergunningsvoorschriften standaard te maken door het woord ‘kan’ te vervangen door ‘moet’ in artikel 2:91 lid 2 van de APV.
Advies om dictum II niet over te nemen: Artikel 2:91 van de APV biedt het college de mogelijkheid om per situatie vergunningsvoorschriften op te nemen ter bescherming van bomen. Deze bepaling heeft een facultatief karakter, wat betekent dat het college ruimte heeft om per geval te beoordelen of het opnemen van specifieke voorschriften noodzakelijk en proportioneel zijn. -
Een verplichtende formulering (“moet” in plaats van “kan”) zou de beoordelingsruimte van het college beperken. Hoewel in de praktijk bij vrijwel iedere vergunning standaardvoorschriften worden opgenomen ter bescherming van het groen is het wenselijk dat er ruimte blijft om per geval te beoordelen welke voorschriften passend zijn.
III
Bescherming van bomen in de APV uit te breiden door artikel 2:85 van de APV te wijzigen zodat er een lijst met monumentale en andere bijzondere bomen komt.
Advies om dictum III over te nemen: Om het beschermingsregime te verbreden en beter aan te sluiten op actuele beleidsdoelen, wordt voorgesteld om een aanvullende categorie ‘groene parels’ en ‘veteraanbomen’ te introduceren en extra te beschermen. Met deze uitbreiding wordt invulling gegeven aan de wens om ook buiten het huidige monumentale segment zorgvuldig om te gaan met ons waardevolle bomenareaal. Het Haagse bomenbeleid wordt hiermee verder versterkt in lijn met ambities op het gebied van leefkwaliteit en goede erfgoedzorg. -
In het huidige beleid wordt gesproken over ‘groene parels’ als bijzondere bomen zoals opgenomen in de nota Stadsbomen. Deze aanduiding is echter nog niet juridisch geborgd en kent geen formeel beschermingskader.
5/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10981217
-
-
IV
Door deze categorie groene parels en veteraanbomen beleidsmatig te verankeren en te voorzien van een toetsingskader dat aansluit bij de systematiek van monumentale bomen, ontstaat een robuustere bescherming van waardevolle bomen als aspirant-monumentaal buiten het huidige monumentale segment. Voorgestelde beleidsmaatregelen: • formele opname van de categorie groene parels en veteraanbomen in de APV; • ontwikkeling van een toetsingskader voor deze bomen; • adviesrol voor de Adviesraad Monumentale Bomen (AMB) bij de beoordeling en aanwijzing van deze bomen; • verkenning van opname van bomen die niet de monumentale status hebben in de gemeentelijke bomenlijst ‘groene parels’ met bijbehorende beheer- en beschermingsmaatregelen; • invoering van een kapvergunningsprocedure voor 'groene parels’ en veteraanbomen in plaats van een regulier kapvergunningentraject. Deze procedure biedt ruimte voor maatwerk en een zorgvuldige belangenafweging, waarbij het behoud van de boom het uitgangspunt vormt. Een kapvergunning kan uitsluitend worden verleend op basis van zwaarwegende argumenten, onderbouwd met een Boom Effect Analyse (BEA) en advies van de AMB. Met deze uitbreiding wordt invulling gegeven aan de wens om ook buiten het huidige monumentale segment zorgvuldig om te gaan met ons waardevolle bomenareaal.
De Adviesraad Monumentale en Bijzondere Bomen in te stellen als opvolger van de Adviesraad Monumentale Bomen en daarbij de taken van deze Adviesraad te actualiseren, door bijvoorbeeld deze taken toe te voegen: criteria vaststellen waaraan bijzondere bomen moeten voldoen; het gevraagd en ongevraagd advies geven over het beheer en behoud van (potentiële) monumentale en bijzondere bomen; het gevraagd en ongevraagd advies geven over het toekennen van de status van veteraanboom.
Advies om dictum IV over te nemen: De Adviesraad Monumentale Bomen (AMB) vervult een centrale rol binnen het Haagse monumentale bomenbeleid. De AMB heeft de kerntaak het adviseren over behoud, bescherming en instandhouding van monumentale bomen. -
-
-
Deze rol is de afgelopen jaren geëvolueerd en wordt in lijn met actuele beleidsontwikkelingen verder uitgebreid. Het college stelt voor om de AMB een aanvullende rol toe te kennen bij de toewijzing van bijzondere bomen waarin de AMB adviseert over de selectie en beoordeling van bomen die in aanmerking komen voor aanwijzing als groene parel. Dit gebeurt op basis van een toetsingskader waarin ecologische, ruimtelijke en maatschappelijke waarden worden meegewogen. Advies over groei- en standplaatsverbetering waarmee de AMB gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt over maatregelen ter verbetering van de groeiplaats van zowel monumentale bomen als groene parels. Hiermee wordt actief bijgedragen aan het behoud en de vitaliteit van waardevolle bomen in de stad. Ook stelt het college voor om bij de monitoring en evaluatie de AMB te betrekken. Met name bij de periodieke evaluatie van het bomenbestand en met specifieke aandacht voor de ontwikkeling van groene parels en veteraanbomen.
6/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10981217
V
Een Boom-Effect-Analyse via de APV verplicht te stellen bij bouw- en infrastructuurprojecten waarbij bomen worden gekapt, en daarbij op te nemen aan welke eisen een Boom-EffectAnalyse moet voldoen.
Advies om dictum V onder voorwaarden over te nemen. Binnen gemeentelijke projecten wordt in de initiatiefase een boominventarisatie uitgevoerd, inclusief een beoordeling van de kwaliteit en potentie van de aanwezige bomen. De BEA is verankerd in de Nota Stadsbomen en Routeboek Stadsbomen in Projecten. -
-
VI
Het college onderschrijft de meerwaarde van een BEA conform de meest actuele CROW standaard. Echter om proportionaliteit te waarborgen en particuliere aanvragers kostentechnisch niet extra te belasten, stellen wij voor om onderscheid te maken tussen projecttypen. Een BEA is verplicht bij projecten die invloed hebben op gemeentelijke bomen, of wanneer er meer dan vijf particuliere bomen worden gekapt. Door de BEA juridisch te verankeren in de APV ontstaat een eenduidige norm voor zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Bescherming van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur te bestendigen door voorschriften gebaseerd op het VNG-model (VNG geïntegreerde staalkaarten) op te nemen in de APV en/of in het omgevingsplan, waaronder: het formuleren van doelstellingen zoals het beschermen van natuur en verbeteren van biodiversiteit; de voorwaarden voor vergunningsplichtige activiteiten in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur vast te leggen; het opnemen van verbod op bouwen, kappen, verharden, graven, geluidshinder en verlichting binnen het natuurnetwerk (uitgezonderd onderhoudswerkzaamheden).
Advies om dictum VI onder voorwaarden over te nemen: De Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) vormt de groene ruggengraat van groen Den Haag en vervult belangrijke functies op het gebied van biodiversiteit, leefbaarheid, recreatie en sportbeoefening. -
-
De SGH is stevig beleidsmatig verankerd in de ruimtelijke planvorming. Bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven wordt de SGH standaard meegenomen als toetsingskader, waarbij ecologische, landschappelijke en recreatieve waarden van het stedelijk groen expliciet worden gewogen. Hierdoor speelt de SGH een integrale rol in het afwegingsproces bij gebiedsontwikkeling, herinrichting en vergunningverlening. Om de bescherming van de SGH verder te versterken omarmt het college het voorstel om de SGH te verankeren het omgevingsplan met passende regels omtrent activiteiten in de SGH, maar ziet geen ruimte om verlichting in het Natuurnetwerk Nederland geheel te verbieden. Het college ziet daarbij het opnemen van de SGH in het omgevingsplan als de geëigende manier en is geen voorstander van het opnemen in én de APV én het omgevingsplan aangezien dit leidt tot een situatie met twee regimes.
VII De herplantplicht en het bomenfonds te herzien: door eisen te stellen aan gelijkwaardige boomomvang bij herplant, zodat herplant geschiedt met een houtopstand die vergelijkbaar is met de gevelde houtopstand; door als gelijkwaardige herplant niet mogelijk uit te gaan van meervoudige compensatie (denkbaar is bijvoorbeeld het planten van een aantal jonge bomen van dezelfde soort als equivalent van een dikke boom die geveld moest worden);
7/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10981217
-
door voor storting in het bomenfonds de hoogte van het compensatiebedrag te koppelen aan de monetaire boomwaarde vermeerderd met de daadwerkelijke herplantkosten en groeiplaatsinrichting.
Advies om dictum VII aangepast over te nemen: Onderstaand de voorwaarden waarop het college het dictum kan overnemen: -
-
Areaalcompensatie: het college vindt groenareaal in de vorm van bosplantsoen, struwelen en hagen dermate belangrijk dat bij verwijdering het nettoverlies aan groen-gecompenseerd zou moeten worden in een gelijkwaardig oppervlak met gelijkende beplanting. Dit wordt in oppervlak en bij hagen in lengte gerealiseerd. Dit betekent concreet dat een haag van 20 meter wordt vervangen door een haag van minimaal 20 meter, en een struweel van 100 vierkante meter uitsluitend wordt gecompenseerd met een struweel van dezelfde omvang. Om een effectieve compensatie van dergelijke houtopstanden te realiseren stelt het college voor om over te gaan op een areaalcompensatie zoals ook is opgenomen in de wet Natuurbescherming. Boomcompensatie naar boomgrootteklasse: Men compenseert de boomgrootte van de gekapte houtopstand met gelijkwaardige boomgrootte. Als overeenkomstige boomgrootteklasse niet haalbaar is volgt men onderstaand compensatiemodel van meervoudige compensatie: Moet een eerste grootte boom wijken dan: • compenseert men in eerste instantie met een eerste grootte boom. • Is dit niet haalbaar compenseert men met twee tweede grootte bomen. Is dit niet haalbaar compenseert men drie derde grootte bomen. Moet een tweede grootte boom wijken dan: • compenseert men in eerste instantie met een tweede grootte boom. • Is hiervoor geen ruimte beschikbaar compenseert men met twee derde grootte bomen.
Moet een derde grootte boom wijken dan: • compenseert men met een derde grootte boom.
-
-
-
-
Hoewel het verlies aan kroonoppervlakte niet één-op-één kan worden hersteld, biedt de meervoudige herplant een evenwichtige benadering door te investeren in meer bomen met optimale groeipotentie. Daarbij blijft van belang dat individuele bomen bij aanplant voldoende bovengrondse groeiruimte hebben om duurzaam in stand gehouden te kunnen worden. Zo wordt het verlies aan groene kwaliteit gecompenseerd met bomen voor de toekomst, en blijft de ecologische, landschappelijke en maatschappelijke waarde van het stedelijk groen behouden. Voor een storting in het bomenfonds wordt de te kappen boom getaxeerd conform de NVTBmethode. Indien een individuele boom een lagere taxatiewaarde kent dan de gemiddelde prijs voor aanplant van een plantsoenboom, dan wordt voor die boom niet de taxatiewaarde gehanteerd, maar de gemiddelde prijs die de gemeente hanteert voor de aanplant van een jonge boom zijnde €2.000 per boom (prijspeil 2025). Deze werkwijze draagt bij aan een transparante en toekomstgerichte invulling van het bomenfonds.
8/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10981217
Samenvattend onderschrijft het college de uitgangspunten van het initiatiefvoorstel en committeert zich aan een stapsgewijze, uitvoerbare aanpak. Daarmee wordt gewerkt aan een duurzame versterking van het Haagse bomenbestand. Deze koers biedt ruimte voor zorgvuldige afwegingen per situatie en borgt tegelijkertijd de kwaliteit van de openbare ruimte. Het college ziet hierin een belangrijke kans om de maatschappelijke betekenis van bomen nadrukkelijker te verankeren. Zo wordt een stevige basis gelegd voor een groen en toekomstbestendig Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
9/9