RIS321739 Gewijzigd initiatiefvoorstel Partij voor de Dieren Haagse bomen, Haagse trots
Tekst van het document
RIS321739
Initiatiefvoorstel: Haagse Bomen, Haagse Trots Voorstel om het Haagse bomenbeleid te moderniseren Aanleiding Bomen zijn van levensbelang. Bomen zorgen voor schaduw en frisse lucht. Bomen beschermen ons tegen water- en hitteoverlast en bieden een thuis voor dieren. Bomen sieren de stad en vergroten het woonplezier. Veel Haagse straten en pleinen zijn echter versteend en het groen in Den Haag staat geregeld onder druk. Het coalitieakkoord Haags Akkoord 2023-2026 zet in op het versterken van de natuur, het vergroenen van versteende wijken en het aanscherpen van kapcriteria. Concrete maatregelen ontbreken daarbij nog. Met dit initiatiefvoorstel geeft de Partij voor de Dieren vijf handvatten.
Probleemstelling In Den Haag worden waardevolle stedelijke groenvoorzieningen - zoals bomen en natuurgebieden bedreigd door een combinatie van gebrekkig beleid en inefficiënte praktijken bij de uitvoering van het beleid. Het stedelijk groen speelt een cruciale rol in het creëren van een leefbare omgeving voor zowel mens als dier. Het is essentieel voor klimaatadaptatie, beperkt stedelijke opwarming en gaat wateroverlast tegen. Desondanks is er een toenemende druk op deze groenvoorzieningen. Zo worden bomen vaak gekapt voor bouwplannen en wordt er met regelmaat gebouwd in de ecologische zone. Het grootschalige verlenen van kapvergunningen laat zien dat de principes uit het coalitieakkoord nog niet naar de praktijk vertaald zijn. KADER In een periode van vijf jaar (2019-2023) heeft de gemeente Den Haag een enorm aantal kapvergunningen afgegeven, met een totaal van 17.729 bomen die mochten worden gekapt. 1
Massale bomenkap bemoeilijkt gemeentelijke ambities op het gebied van vergroening, klimaatadaptatie en het behoud van stadsnatuur. Hoewel bij de meeste kapvergunningen wordt overwogen of een boom verplaatst kan worden, blijkt dit in de praktijk zelden haalbaar. Vaak (maar lang niet altijd) is er een herplantplicht, waarbij nieuwe bomen in de buurt van de gekapte exemplaren terugkomen. In andere steden moeten dan meerdere jonge bomen ter vervanging van een volwassen boom terugkomen. In Den Haag wordt doorgaans slechts één jonge boom geplant ter vervanging van een volwassen exemplaar, wat leidt tot een afname van de totale boomgrootte en kroonvolume in de stad. Jonge bomen hebben bovendien een hoger sterftecijfer, wat de effectiviteit van deze herplantstrategie verder ondermijnt. In gevallen waar herplanting niet mogelijk is, wordt er een bijdrage aan het bomenfonds gevraagd. Echter, de hoogte van deze bijdrage is niet gekoppeld aan de waarden van de te kappen boom en de kosten van een nieuwe boom, waardoor het fonds vaak onvoldoende toereikend is om een gelijkwaardig aantal bomen te herplanten. Verouderde Kapcriteria In Den Haag zijn de regels voor het kappen van bomen al lange tijd onveranderd, terwijl andere steden hun regels hebben aangepast en verbeterd.
Bij het beoordelen van een kapvergunning kijkt Den Haag niet naar de unieke waarde van de boom, iets wat in andere delen van Nederland wel gebeurt. Den Haag toetst een kapvergunning enkel op de criteria natuurwaarden, educatieve waarden, milieuwaarden, belevingswaarden en gebruikswaarden.i Deze criteria zijn vaag en zorgen soms voor verwarring. Natuurwaarden en milieuwaarden worden regelmatig door elkaar gebruikt, evenals belevingswaarden en gebruikswaarden. Belangrijke aspecten zoals de bijdrage van de boom aan klimaatadaptatie, ecologie, de gezondheid van de boom en de leefbaarheid voor de buurt worden niet of onvoldoende meegenomen, in tegenstelling tot steden als Rotterdamii, Nijmegeniii en Utrechtiv. Dit leidt tot onduidelijke en soms onbegrijpelijke beslissingen en willekeur over het kappen van bomen. ‘Open criteria’ kunnen leiden tot rechtsonzekerheid en zorgen voor situaties waarbij de belangen van de boom ondergeschikt raakt aan die van de aanvrager. In geval van bezwaar kunnen belangen niet goed tegen elkaar op worden gewogen. Daarbij zijn de Haagse kapcriteria minder strikt. Dit alles maakt de kans op onnodig kappen van bomen in Den Haag groter. 2
KADER: Wat is de VNG en het VNG-model? De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vertegenwoordigt de belangen van alle Nederlandse gemeenten. Bovendien biedt zij ondersteuning aan de gemeenten door middel van kennisdeling en dienstverlening. Dit gebeurt door het schrijven van adviezen, zoals hoe de gemeenten de omgevingswet moeten opnemen in het gemeentelijke beleid, of door het opstellen van een VNG-model. Een VNG-model is een voorbeeld voor gemeenten over hoe de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeenten eruit kan zien. Op deze manier helpt de VNG de gemeenten bij de uitvoering en probeert de VNG ervoor te zorgen dat de nationale wetgeving meer aansluit op de lokale praktijk. Beperkte Bescherming van Bomen Momenteel worden alleen monumentale bomen erkend en beschermd.v Dat houdt in dat nog geen 1% van alle bomen door de gemeente als beschermwaardig wordt beschouwd. Andere gemeenten wijzen naast monumentale bomen ook andere waardevolle bomen aan voor extra bescherming. Ontbreken van een Gedegen Effect Analyse Bij het kappen van bomen wordt niet altijd goed gekeken naar oplossingen die het beste zijn voor de bomen. Een Bomen Effect Analyse (BEA) kan helpen om de impact van werkzaamheden op bomen te begrijpen en schade te beperken. In Den Haag is zo'n analyse echter niet verplicht via de APV, anders dan in sommige steden.
Zo hanteert de gemeente Groningen in de APV de definitie van ‘een rapportage waarin beschreven is welke effecten een ruimtelijke ontwikkeling op de houtopstand/bomen heeft, welke alternatieven er zijn voor het behoud van de houtopstand/bomen, en op welke wijze deze gecompenseerd worden als kap onvermijdelijk blijkt te zijn’. Het opnemen van de BEA in de APV zorgt voor duidelijk en consistent beleid. KADER: Wat is een BEA? Een Bomen Effect Analyse (BEA) is een gestandaardiseerde beoordeling die de mogelijke nadelige effecten van bouw of werkzaamheden rondom bomen in kaart brengt. Deze analyse wordt uitgevoerd door een specialist. Hierbij wordt in beeld gebracht wat alle mogelijke effecten zijn van
3
werkzaamheden rondom de boom, en wat voor invloed dit heeft op het duurzaam voortbestaan van de boom. Ook wordt omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt en wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is. Aan de hand van een BEA kunnen ontwerpen soms zo worden aangepast dat de bomen behouden kunnen worden.
Onvoldoende Bescherming van de Stadsnatuur KADER: Wat is de stedelijk groene hoofdstructuur? Het netwerk van groengebieden en ecologische verbindingszones wordt in Den Haag de Stedelijke Groene Hoofdstructuur genoemd. Hieronder vallen ook de Natura 2000-gebieden, de Ecologische Verbindingszones en de Hoofdbomenstructuur. De gemeente heeft zich verplicht om de Stedelijke Groene Hoofdstructuur duurzaam in stand te houden en te versterken.vi AFBEELDING: Stedelijke Groene Hoofdstructuur
Grote delen van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur - met name de ecologische verbindingszones en veel groengebieden - genieten momenteel geen bescherming in de APV of in het omgevingsplan. Daarin wijkt Den Haag af van de aanbevelingen van de VNG. De VNG stelt namelijk dat deze gebieden extra beschermd kunnen worden. De bescherming beperkt zich niet tot activiteiten in het gemeentelijke natuurnetwerk, maar is ook van toepassing op activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het gemeentelijke natuurnetwerk. Zo kan bijvoorbeeld het dempen van watergangen in de buurt van het gemeentelijke natuurnetwerk ook gevolgen hebben voor dat netwerk, omdat de soorten die er leven daarvan afhankelijk zijn.vii KADER - Wat is de APV?
In de Algemene Plaatselijk Verordening(APV) staat regelgeving die geldt in een gemeente. De gemeente heeft op basis van de Gemeentewet de bevoegdheid om dit soort regels op te stellen. De regels kunnen betrekking hebben op zaken zoals openbare orde en veiligheid, bijvoorbeeld waar je wel of niet alcohol mag drinken en waar het toegestaan is om met een
4
groepje rond te hangen op straat. Daarnaast bevat de APV ook regels voor parkeren en het buiten zetten van afval. Als deze regels worden overtreden, kan de gemeente boetes opleggen.
Ineffectieve compensatie en bomenfonds Als er in Den Haag een boom wordt gekapt, moet deze worden verplaatst of gecompenseerd door herplant in de directe omgeving. In Den Haag is de standaard praktijk dat één boom vervangen wordt door één andere boom. Omdat volwassen bomen veel meer waarden toevoegen aan de omgeving dan een nieuwe jonge boom, daalt zo de waarde van het bomenbestand. Andere steden zijn daarom explicieter in het stellen van eisen aan de compensatie. In de bomenverordening (artikel 7, lid 2) van Amsterdam staat bijvoorbeeld “Het college kan bepalen dat herplant geschiedt met een houtopstand die vergelijkbaar is met de gevelde houtopstand”viii. Dit wordt als volgt toegelicht: “Met het tweede lid wordt beoogd om bij herplant zoveel mogelijk te streven naar herplant met vergelijkbare aantallen bomen van vergelijkbare leeftijd of dikte. De omschrijving geeft het bestuur ruimte om al naargelang de omstandigheden het meest haalbare resultaat na te streven. Denkbaar is bijvoorbeeld het planten van een aantal jonge bomen van dezelfde soort als equivalent van een dikke boom die geveld moest worden.” Vervolgens is dit uitgewerkt in een praktisch werkbare en duidelijk inzichtelijke toelichting, met tabellen over waar de compensatie aan moet voldoenix. Zo moet bijvoorbeeld de kap van een 50 jaar oude boom gecompenseerd worden door een volwassen boom of door zes jonge bomen.
Als het niet lukt om bomen terug te planten in de omgeving, moet de aanvrager van de kapvergunning een storting doen in het Haags Bomenfonds voor de bomen die niet terug geplant kunnen worden. In theorie zou zo het aantal bomen van Den Haag hetzelfde blijven. In praktijk werkt dit echter niet zo. Het bedrag dat moet worden gestort, is namelijk niet gebaseerd op de waarden van de boom en de kosten van het terugplaatsen van een boom, maar op de taxatiewaarde van de gekapte boom. Bij het kappen van bomen waar herbeplanting niet mogelijk is, wordt een bedrag gestort in het fonds dat niet gerelateerd is aan de waarden en kosten van het planten van bomen. De afgelopen jaren heeft een compensatiebedrag in het bomenfonds vaak geleid tot een verlies van bomen.
5
Conclusie Samenvattend zijn Haagse waardevolle groenvoorzieningen in gevaar door verschillende problemen. Een verouderd kapbeleid maakt het makkelijk om bomen te kappen zonder strikte toetsing. De bescherming van bomen is beperkt, waarbij slechts een fractie als beschermwaardig wordt erkend. Vaak ontbreekt een grondige effectanalyse voor het kappen, wat kan resulteren in onnodige schade. Daarnaast wordt de stadsnatuur onvoldoende beschermd, wat ingaat tegen de aanbevelingen van de VNG. De eisen voor compensatie en het Bomenfonds, bedoeld om bomen te behouden, functioneren ook niet effectief, wat leidt tot een nettoverlies van bomen in de stad. Al deze problemen gaan in tegen gemeentelijke beleidsdoelen en wijzen op inconsistenties in het beleid van de gemeente.
Beoogd Resultaat Door dit voorstel aan te nemen, gaat de gemeente de bomen in de stad actief beschermen. Bomen krijgen de kans om te groeien en oud te worden, waardoor ze elk jaar meer bijdragen aan de natuur en onze leefomgeving. We gaan zorgvuldig om met onze bomen en kappen alleen als het aantoonbaar niet anders kan en alle andere opties bekeken zijn. Dit voorstel versterkt ook de bescherming van het Haagse stedelijk groen netwerk, wat de stad groener en aangenamer maakt. Door aanpassingen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) sluiten we beter aan bij de gemeentelijke doelen voor natuurbehoud, wat leidt tot een gezondere natuur en een prettige stad om in te leven. Verder maakt dit voorstel de procedures duidelijker en strikter, zowel voor de gemeente als voor de inwoners. De regels worden juridisch verhelderd en makkelijker in gebruik. Zo wordt willekeur vermeden. We zorgen voor meer overeenstemming met het beleid van andere gemeenten en de richtlijnen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het gebruik van een Bomen Effect Analyse (BEA) zorgt voor duidelijke beoordelingen en helpt bij het maken van betere beslissingen over Haagse bomen. Het vernieuwen van het
6
compensatiemechanisme en het Bomenfonds zorgt ervoor dat we het verlies van bomen echt kunnen compenseren.
Aanpak KADER Duidelijke Criteria Opstellen Bijzondere Bomen Aanwijzen Betere BEA Bijzondere Natuur Beschermen Compenseer Eerlijk De Partij voor de Dieren pleit voor duidelijkere criteria in de APV en toetsingskaders bij het beoordelen van kapvergunningen. De huidige kapcriteria zijn verouderd. Een APV aanpassing is bevorderlijk voor betere bescherming van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Ook stellen we een vernieuwde lijst voor, voor 'monumentale en bijzondere bomen’. Een adviescommissie zal op basis van diverse criteria, zoals beeldbepalende waarde, cultuurhistorische en natuurhistorische betekenis, natuurwaarde en ouderdom, bepalen welke bomen op de lijst komen en ze zal ook vergunningsaanvragen voor deze bomen behandelen. In reactie op de groeiende zorgen over het verdwijnen van waardevolle bomen ten gevolge van bouw- en aanlegwerkzaamheden, pleit de Partij voor de Dieren voor toepassing van de Bomen Effecten Analyse (BEA) bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ook wordt een nieuwe methode voor compensatie voorgesteld, om te garanderen dat de kwaliteit van het bomenbestand op peil blijft. Door deze aanpak wordt het belang van het behoud van bomen helderder en evenwichtiger afgewogen, wat bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen voor een groter kroonoppervlak en een toekomstbestendig stadsbomennetwerk.
Duidelijke Criteria Opstellen Gemeenten hebben veel vrijheid om de eigen kapregels op te stellen ter bescherming van de bomen. De gemeente Den Haag heeft criteria voor het weigeren dan wel verlenen van een 7
kapvergunning opgenomen in de APV, artikel 2.88, eerste lid. Op dit moment kan de gemeente Den Haag een kapvergunning weigeren dan wel verlenen in het belang van; -
Natuur-, educatieve- en milieuwaarden
-
Belevings- en gebruikwaarden
Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam toont aan dat de huidige kapcriteria van de gemeente Den Haag te algemeen zijn.x Hierdoor ontstaat willekeur en rechtsonzekerheid en kunnen bomen vaak onnodig worden gekapt ten gunste van aanvragers. De auteurs zien het als onwenselijk dat natuur- en milieuwaarden vermengd worden, terwijl dit in de basis hele andere waarden zijn. Natuurwaarden zijn bijvoorbeeld de intrinsieke waarde van de boom en de bijdrage van een boom aan biodiversiteit en ecologische structuren. Milieuwaarden betreffen baten voor de omgeving en de mens (denk aan fijnstof, CO₂, water, hitte, geluid). Door deze vermenging wordt de intrinsieke natuurwaarde en biodiversiteit onvoldoende meegewogen. Educatieve waarden worden te beperkt opgevat (alleen op educatieve locaties). Ook worden aantoonbare positieve effecten van bomen op het leerproces, zoals stressherstel en verbeterde concentratie, niet meegewogen. Daarbij worden de bijzondere educatieve waarden van oudere bomen (bijvoorbeeld ouder dan 80 jaar) niet erkend. De belevingswaarden worden vaak gereduceerd tot esthetiek. Aspecten zoals de positieve effecten op mentale gezondheid en cultuurhistorische waarden ontbreken of tellen niet zelfstandig mee.
Ook de gebruikswaarden van bomen kunnen verder ingevuld worden met positieve effecten van bomen voor de volksgezondheid en sociale cohesie (een plek met bomen is uitnodigend voor sport, spel en ontmoeting). Al met al worden beleidsdoelen (“geen boom om, tenzij…”, en toename van het kroonoppervlak met 5%) niet geborgd door deze kapcriteria. Uit jurisprudentie blijkt verder dat rechters moeite hebben met de vage criteria. Dit komt doordat de gemeente maar een beperkte toelichting heeft uitgewerkt in het belangenafwegingsformulier kapaanvragen en in de kapcriteria in de APV. Voor meer transparantie en duidelijkheid, voor rechters maar ook voor de inwoners van Den Haag, is een concretere formulering noodzakelijk.
8
KADER MET CONCLUSIES UIT HET ONDERZOEK Het blijkt dat de gemeente Den Haag de APV-criteria summier toelicht in haar beleidsdocumenten. De intrinsieke waarde van een boom moet door de gemeente als belangrijkste onderdeel van natuurwaarde worden gezien. Het belangenafwegingsformulier is momenteel onduidelijk en de punten zijn lastig toetsbaar. Het huidige toetsingskader biedt geen kaders om de verschillende manieren waarop een boom bijdraagt aan biodiversiteit te toetsen. Er ontbreekt een duidelijke toelichting op wat educatieve waarden van een boom kunnen zijn. De gemeente combineert natuur-, educatie- en milieuwaarden als criterium, wat voor veel onduidelijkheid zorgt. Ook ontbreekt een duidelijke toelichting van de belevings- en gebruikswaarde. De onderbouwing van deze waarden is onduidelijk. Daarnaast missen de onderzoekers de bijdrage van een boom aan de volksgezondheid en sociale cohesie, wat nu niet wordt meegenomen bij de gebruikswaarde.xi
Andere Grote Steden en VNG Het VNG model laat zien dat de kapcriteria uitgebreider en specifieker kunnen. De VNG beschrijft waardevolle criteria die gemeenten kunnen gebruiken, zoals de beeldbepalende waarden, de cultuurhistorische waarden, natuurbescherming of het beschermen van landschappelijke waarden. Geen van deze waarden wordt specifiek beschreven in de Haagse APV.xii
Bovendien hebben andere G4 steden, zoals Amsterdam, meer gedetailleerde kapcriteria. Zo legt Amsterdam bijvoorbeeld nadruk op waarden zoals stadsschoon, landschap en cultuurhistorische waarde. Amsterdam vindt de cultuurhistorische waarde en waarde voor de leefbaarheid belangrijk. Door dit specifiek te beschrijven en waar nodig te laten onderbouwen door een deskundige is dit voor de rechter ook beter te toetsen.
KADER voorbeeld Amsterdam Ter voorbeeld een uitspraak van de rechtbank van Amsterdam, waarbij belangen duidelijk kunnen worden afgewogen op basis van afgesproken criteria:
9
‘’De groenadviseur heeft geadviseerd om de kapvergunning niet te verlenen omdat de beeldbepalende boom een bijzonder natuur- en milieuwaarde vertegenwoordigt. De houtopstand biedt plaats aan planten en schimmels, nestel- en schuilgelegenheid voor dieren en voedsel voor insecten. De aanwezigheid van een houtopstand is van invloed op de effecten van wind en temperatuur. Verder is er sprake van een bijzondere leefbaarheidswaarde van de houtopstand omdat de houtopstand een bijdrage levert aan een aangename woonomgeving omdat hij schaduw biedt. De conditie van de boom is goed en de toekomstverwachting van de boom is meer dan 15 jaar. Het belang van behoud van de boom weegt volgens de groenadviseur daarom zwaarder dan het verwijderingsbelang van de eiseres.’’ xiii
De criteria van de gemeenten Eindhoven en Tilburg zijn nog concreter.xiv xv Deze steden nemen verschillende waarden in acht zoals natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en landschappelijke waarden, waarden van stads- en dorpsschoon, waarden voor leefbaarheid, beeldbepalende waarden en dendrologische waarden, klimaatadaptieve waarden en recreatiewaarden. Een aantal van deze criteria kan Den Haag ook overnemen, waarmee de belangen van de bomen beter worden beschreven.
Op basis van het bovenstaande stelt de Partij voor de Dieren voor dat de volgende criteria worden opgenomen in de APV: -
Natuurwaarden;
-
Educatieve waarden;
-
Milieuwaarden;
-
Klimaatadaptieve waarden;
-
Belevingswaarden;
-
Cultuurhistorische waarden;
-
Gebruikswaarden van de houtopstand.
Deze waarden verdienen een duidelijke en onderbouwde toelichting in het beleid. Als indieners stellen wij voor om uit te gaan van de volgende opzet: Natuurwaarden: de intrinsieke waarde van de boom en zijn bijdrage aan biodiversiteit en
10
ecologische structuren. Milieuwaarden: de milieubaten voor de mens en leefomgeving, zoals luchtzuivering, CO₂-opslag, waterzuivering en geluidsdemping. Klimaatadaptieve waarden: de rol van bomen bij het tegengaan van hittestress, waterberging en het vergroten van klimaatbestendigheid. Educatieve waarden: de bijdrage van bomen aan bewustwording en kennis, bijvoorbeeld bij scholen of door hun monumentale leeftijd. Belevingswaarden: de invloed op esthetiek, mentale gezondheid, gevoel van welzijn en groene ervaring in de leefomgeving. Cultuurhistorische waarden: de betekenis van bomen als onderdeel van erfgoed, historische structuren of beschermde stadsgezichten. Gebruikswaarden: de directe bruikbaarheid voor sport, spel, ontmoeting en sociale cohesie, de rol van de boom in voedselvoorziening, de houtwaarde en/of andere economische waarden. De toelichting op deze waarden komt uiteindelijk terecht in het belangenafwegingsformulier. Het is daarbij niet alleen van belang de waarden te scheiden en enkele toe te voegen, maar ook de onderbouwing ervan te versterken. Voor natuurwaarden verdient de intrinsieke waarde van bomen een expliciete plek als eerste component. Milieuwaarden zijn vaak goed meetbaar, terwijl voor educatieve en belevingswaarden scores (hoog/middel/laag) kunnen worden gebruikt, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en onderbouwd door deskundigen.
Zo wordt de toetsing door de rechter betrouwbaarder en sluit het beleid beter aan bij gemeentelijke ambities: 5% meer kroonoppervlak, geen kap tenzij het echt niet anders kan, en een toekomstbestendig groen netwerk. Daarnaast worden in artikel 2:91 van de APV de voorschriften voor vergunningen of ontheffingen gespecificeerd onder punt 2. Hier worden de voorschriften uitgewerkt en expliciet gemaakt, maar niet bindend. De huidige tekst is als volgt: Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kan behoren het voorschrift: a. dat binnen een bepaalde termijn van de vergunning gebruik dient te worden gemaakt;
11
b. dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de daarbij te geven aanwijzingen moet worden herplant; c. dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien vergunningen inzake bouw, aanleg of andere ruimtelijke herinrichting onherroepelijk zijn geworden en de feitelijke en financiële uitvoering van deze werken voldoende gewaarborgd is; d. dat ter bescherming van flora of fauna op een aangewezen locatie gedurende een bepaalde periode niet mag worden geveld;
Met een kleine tekstuele wijziging van het artikel, namelijk ‘Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kan moet behoren het voorschrift’, worden de vergunningsvoorschriften de standaard.
Bijzondere Bomen Aanwijzen Het college heeft de Adviesraad Monumentale Bomen ingesteld in 1995. De Adviesraad heeft tot taak het college te adviseren over de lijst van monumentale bomen en over ontheffingen voor het vellen van monumentale bomen. Monumentale bomen hebben een speciale beschermde status. Om op de lijst monumentale bomen te komen, moet een boom minimaal aan een aantal criteria voldoen, waaronder vitaal en minimaal 50 jaar oud zijn. Elke 5 jaar wordt de lijst met monumentale bomen bijgewerkt. Sinds 2020 heeft de commissie als extra taak om tussentijds te adviseren over aanvragen van derden om bomen toe te voegen aan de lijst.
Het voorstel is om de werkwijze van de adviesraad, de criteria en de naam van de lijst aan te passen. De lijstnaam wordt veranderd naar ‘monumentale en bijzondere bomen’, wat breder toepasbaar is. Ook wordt onderzocht of kleinere verhoute gewassen (zoals bijzondere struiken of klimmers) als monumentaal kunnen worden aangemerkt. De toetsing of een boom of gewas in aanmerking komt om een plaats in te nemen op de lijst vindt plaats door een Adviesraad Monumentale en Bijzondere Bomen. De indieners stellen dat deze rol kan worden vervuld door de bestaande Adviesraad Monumentale Bomen. De nieuwe werkwijze wordt tussentijds geëvalueerd en waar nodig aangepast.
12
Commissie Op dit moment vergaderen de boomexperts van de Adviesraad Monumentale Bomen een aantal keer per jaar gezamenlijk met de betrokken ambtenaren uit de Werkgroep Monumentale Bomen. De taken van de Adviesraad bestaan onder andere uit: ●
Het gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over bomen die op de lijst van monumentale bomen staan.
●
Het eens in de 5 jaar doen van een voorstel aan het college over de samenstelling van de lijst van monumentale bomen.
●
Het tussentijds adviseren over aanvragen van belanghebbenden om bomen toe te voegen aan de lijst van monumentale bomen.
Voor het verder uitwerken van de taken van de commissie, kunnen de volgende taken worden toegevoegd voor de Adviesraad Monumentale en Bijzondere Bomen: ●
Criteria vaststellen waaraan een bijzondere boom moet voldoen.
●
Het gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over bomen, die op de lijst van monumentale en bijzondere bomen staan.
●
Het tussentijds adviseren over aanvragen van belanghebbenden om bomen toe te voegen aan de lijst van monumentale en bijzondere bomen.
●
Het gevraagd en ongevraagd advies geven over het beheer en behoud van (potentiële) monumentale en bijzondere bomen.
●
Het gevraagd en ongevraagd advies geven over het toekennen van de status van veteraanboom.
Criteria De vigerende voorwaarden gelden voor het toevoegen van monumentale bomen zijn als volgt: ●
Een monumentale boom levert een bijzondere bijdrage aan de kwaliteit van de woonomgeving of het milieu.
●
De boom moet minimaal 50 jaar oud zijn,
●
De boom moet in een goede conditie verkeren en
●
De boom moet voldoen aan tenminste 1 van de volgende criteria: De boom 13
○
heeft cultuurhistorische waarde, of
○
is onvervangbaar
○
is zeldzaam door zijn vorm
○
is zeldzaam door zijn soort
○
is zeldzaam door zijn omvang en/of hoogte
○
is bijzonder mooi
○
er groeien zeldzame planten op of er wonen zeldzame dieren in.
In navolging van het beleid van de gemeente Amsterdamxvi alsmede het voorbeeld van de VNG, is het wenselijk om aanvullende criteria toe te voegen voor het opstellen van de lijst van monumentale en bijzondere bomen. Een meer uitgebreide definitie en toelichting op deze criteria is te vinden in bijlage 3. ●
De beeldbepalende waarde
●
Cultuurhistorische en/of natuurhistorische betekenis
●
Ruimtelijke kwaliteit en ontwerp
●
Verhaal, betekenis en cultuurhistorie
●
Zeldzaamheidswaarde
●
Ouderdom
●
Levensverwachting
Veteraanboom Bij hoge uitzondering kan een boom de status ‘veteraanboom’ ontvangen. Hiervoor zijn geen specifieke criteria op te stellen vanwege de grote variatie aan boomsoorten, het leeftijdsverloop, de zeldzaamheid, de relatie tot de omgeving en andere factoren. Het verschil met monumentale bomen, is dat een veteraanboom vitaal is en zo goed mogelijk wordt onderhouden, tót hij afsterft of in zeer slechte of gevaarlijke staat geraakt. Het uitgangspunt van een veteraanboom is dat deze in principe behouden blijft, en de omgeving wordt aangepast om veiligheid te garanderenxvii. In Den Haag heeft slechts één boom veteranenstatus: een eeuwenoude linde op Landgoed Clingendaelxviii.
14
De Adviesraad Monumentale en Bijzondere Bomen krijgt de bevoegdheid gevraagd en ongevraagd advies te geven over het toekennen van de status van veteraanboom.
Betere BEA De BEA is een sterk instrument om (waardevolle) bomen te behouden bij bouw- en aanlegwerkzaamheden. Door het uitvoeren van een BEA kan er wanneer mogelijk een ontwerp worden opgesteld waardoor de boom op zijn plek kan blijven staan tijdens de bouw-, aanleg- of renovatiewerkzaamheden. Het doel van een BEA is om de boom, met de waarden en de functies, die hij vertegenwoordigt, een evenwichtige plek te geven in de planvoorbereiding en besluitvorming.
Andere Gemeenten Voor dit voorstel heeft de indiener een vergelijking gemaakt met andere gemeenten. De gemeenten Eindhoven, Tilburg, Amsterdam en Groningen hebben allemaal een BEA plicht voor ruimtelijke ontwikkelingen in de APV/ Bomenverordening opgenomen. De definitie van ruimtelijke ontwikkeling zoals Groningen die hanteert is: “een ontwikkeling door (semi) overheden of projectontwikkelaars zoals aanleg van wegen, bedrijventerreinen, havens, woonwijken dan wel bouwplannen die alleen met een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan gerealiseerd kan worden”. Groningen is het meest specifiek en geeft aan wat de eisen moeten zijn aan de BEA. Door dit duidelijk te beschrijven is het voor iedereen begrijpelijk waaraan een BEA moet voldoen. Ook is het belangrijk op te nemen in de APV dat de BEA wordt uitgevoerd door een boomdeskundige, indien de gewenste kap gevolg is van voorgenomen bouw, infrastructuurwerk, werkzaamheden aan kabels en leidingen of vergelijkbare activiteiten. xix Bijzondere Natuur Beschermen De Haagse APV biedt op dit moment geen extra bescherming van het gemeentelijke natuurnetwerk. Naast het feit dat de gemeente zich moet houden aan de Wet Natuurbescherming kan ze zelf ook eisen stellen voor activiteiten in het gemeentelijke natuurnetwerk. Het gemeentelijke natuurnetwerk in Den Haag heet de Stedelijke Groene Hoofdstructuur.
15
Om de stedelijke natuur beter te beschermen, stelt de Partij voor de Dieren voor om de Stedelijke Groene Hoofdstructuur expliciet op te nemen in de APV als gemeentelijk natuurnetwerk en/of (indien juridisch mogelijk) in het omgevingsplan. Dit volgt het model (bijlage 1) van de VNG voor gemeentelijke natuurnetwerken en stelt duidelijke doelen en beoordelingscriteria vast. Gedacht kan worden aan de bescherming van natuurgebieden en biodiversiteit, aan het belang van klimaatbestendigheid en ecosysteemdiensten. Deze aspecten worden als uitgangspunten meegenomen in de afweging of een vergunning vereist is, dan wel wordt afgegeven voor een activiteit of bouwwerk in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur.
Daarnaast kan worden vastgelegd om uit te gaan van een vergunningsplicht voor bouw, kappen, graven en verharding binnen de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Ook kan een zorgplicht opgenomen worden om negatieve effecten te voorkomen en te beperken. Daarbij kan de mogelijkheid tot een verbod op bepaalde activiteiten zoals het dempen van watergangen, verstoring door geluid en licht, en grote evenementen in de Stedelijke Groene Hoofdstuctuur vastgelegd worden. Door deze voorschriften over te nemen ontstaat een juridisch consistent en robuust kader voor natuurbescherming in Den Haag. Dit kan via een nieuw artikel worden toegevoegd aan de APV en zorgt voor extra bescherming van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. De specifieke waarden, over o.a. geluid en verlichting, kunnen worden vastgesteld in samenwerking met de Haagse stadsecologen en de Omgevingsdienst Haaglanden.
Compenseer Eerlijk De gemeente Den Haag hanteert als uitgangspunt dat bomen behouden moeten blijven, tenzij dit aantoonbaar niet anders kan. Als behoud onhaalbaar is, wordt gekeken naar de mogelijkheid om de boom te verplaatsen of, als laatste optie, te compenseren. Echter, de huidige compensatiemethode, waarbij vaak een volwassen boom door een jong exemplaar wordt vervangen, kan beter. Het zou (kosten-)effectiever zijn als Den Haag zich richt op het behoud van de diensten die bomen leveren, zoals het vermogen van bomen om bij te dragen aan het stedelijk ecosysteem. Dit vereist een zorgvuldige afweging tussen het behouden, verplanten of kappen van bomen. 16
In andere steden, zoals Amsterdam en Groningen, zijn de richtlijnen voor compensatie duidelijker. De Amsterdamse bomenverordening stelt bijvoorbeeld dat herplant moet gebeuren met een boom die vergelijkbaar is met de gekapte boom, wat kan betekenen dat meerdere jonge bomen een oude boom vervangen.xx In Den Haag is het momenteel gebruikelijk dat één boom door één andere wordt vervangen. Dit leidt bijna altijd tot een vermindering van de kwaliteit van het bomenbestand, aangezien jonge bomen minder bijdragen dan volwassen bomen. Het is daarom van belang dat Den Haag een meer gedetailleerde compensatieregeling invoert, die rekening houdt met de leeftijd en omvang van de gekapte bomen. Daarnaast stellen we voor om het college de bevoegdheid te geven om een ‘Compensatieregeling Bomen’, voor herplant van houtopstanden en inrichting van groeiplaatsen, vast te stellen. Deze compensatieregeling beschrijft de waardebepaling van het bedrag dat in het gemeentelijk bomenfonds gestort moet worden als herplant aantoonbaar onmogelijk blijkt. Zo kan als voorschrift aan de omgevingsvergunning worden verbonden dat een geldelijke bijdrage ter hoogte van de monetaire boomwaarde vermeerderd met kosten voor groeiplaatsinrichting en aanplant, in het bomenfonds gestort dient te worden.
Een goed voorbeeld van een gemeente die zo werkt is Tilburg.xxi Dit geeft het college een instrument om ervoor te zorgen dat het bomenfonds effectief functioneert. Momenteel wordt in Den Haag een bedrag gestort in het bomenfonds op basis van taxatie van de monetaire boomwaarde, maar er wordt geen rekening gehouden met de kosten van het planten van bomen. De afgelopen jaren heeft een compensatiebedrag in het bomenfonds vaak geleid tot een verlies van bomen.
Financiën De meeste voorstellen in dit voorstel zijn kostenneutraal. De gemeente gaat naar aanleiding van dit voorstel aangepaste regels hanteren, maar geen extra taken uitvoeren. De overgang naar nieuw beleid kan wel extra kosten met zich meebrengen. Het college heeft extra middelen vrijgemaakt voor het Programma Buitenruimte. Deze middelen kunnen worden gebruikt voor het uitvoeren van dit 17
voorstel. Daarnaast zijn indieners van dit voorstel van mening dat de baten van een betere omgang met bomen talrijk zijn. Te denken valt aan minder wateroverlast (gunstig voor bijvoorbeeld gemeentelijke uitgaven aan het riool), minder hittestress (minder energieverbruik), en een betere, gezonde leefomgeving. Ook beogen de voorstellen het beleid effectiever te maken zodat bomen langer blijven leven en minder vaak nieuwe herplant nodig is.
Planning en communicatie Dit voorstel is voornamelijk bedoeld om verbeteringen in het beleid van de gemeente te bewerkstelligen. Zowel de APV als de relevante werkinstructies zullen hiernaar worden aangepast. De indieners stellen als nieuwe ingangsdatum 1 januari 2026 voor. De gemeente kan communicatie vormgeven door hierover een bericht op de website van Haags Groen te plaatsen. Ook worden de nieuwe afspraken duidelijk gecommuniceerd richting de relevante afdelingen zoals groenbeheer, handhaving, vergunningen en toezicht. Ook is er tijd nodig om de Adviesraad Monumentale Bomen en externe partijen die in opdracht van de gemeente Den Haag opdrachten uitvoeren zoals bomenkap, wegwerkzaamheden en het uitvoeren van Boom Effect Analyses te informeren.
Besluit De gemeenteraad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen d.d. PM, gezien het voorstel van Leonie Gerritsen, Partij voor de Dieren. Besluit het college opdracht te geven om: I Beoordelingscriteria voor kapvergunningen aan te scherpen door artikel 2:88 te wijzigen en kapcriteria uit te breiden met natuurwaarden, educatieve waarden, milieuwaarden, klimaatadaptieve waarden, belevingswaarden, cultuurhistorische waarden, en gebruikswaarden van de houtopstand. II Vergunningsvoorschriften standaard te maken maken door het woord ‘kan’ te vervangen door ‘moet’ in artikel 2:91 lid 2 van de APV. 18
III Bescherming van bomen in de APV uit te breiden door artikel 2:85 van de APV te wijzigen zodat er een lijst met monumentale en andere bijzondere bomen komt. IV De Adviesraad Monumentale en Bijzondere Bomen in te stellen als opvolger van de Adviesraad Monumentale Bomen en daarbij de taken van deze Adviesraad te actualiseren, door bijvoorbeeld deze taken toe te voegen: -
criteria vaststellen waaraan bijzondere bomen moeten voldoen;
-
het gevraagd en ongevraagd advies geven over het beheer en behoud van (potentiële) monumentale en bijzondere bomen;
-
het gevraagd en ongevraagd advies geven over het toekennen van de status van veteraanboom.
V Een Boom-Effect-Analyse via de APV verplicht te stellen bij bouw- en infrastructuurprojecten waarbij bomen worden gekapt, en daarbij op te nemen aan welke eisen een Boom-Effect-Analyse moet voldoen. VI Bescherming van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur te bestendigen door voorschriften gebaseerd op het VNG-model (VNG geïntegreerde staalkaarten) op te nemen in de APV en/of in het omgevingsplan, waaronder: -
het formuleren van doelstellingen zoals het beschermen van natuur en verbeteren van biodiversiteit;
-
de voorwaarden voor vergunningsplichtige activiteiten in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur vast te leggen;
-
het opnemen van verbod op bouwen, kappen, verharden, graven, geluidshinder en verlichting binnen het natuurnetwerk (uitgezonderd onderhoudswerkzaamheden).
VII De herplantplicht en het bomenfonds te herzien: -
door eisen te stellen aan gelijkwaardige boomomvang bij herplant, zodat herplant geschiedt met een houtopstand die vergelijkbaar is met de gevelde houtopstand;
19
-
door als gelijkwaardige herplant niet mogelijk is uit te gaan van meervoudige compensatie (denkbaar is bijvoorbeeld het planten van een aantal jonge bomen van dezelfde soort als equivalent van een dikke boom die geveld moest worden);
-
door voor storting in het bomenfonds de hoogte van het compensatiebedrag te koppelen aan de monetaire boomwaarde vermeerderd met de daadwerkelijke herplantkosten en groeiplaatsinrichting.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van …
De griffier,
De voorzitter,
Colofon: Leonie Gerritsen, tekst Robin van Mever, tekst Jan Willem van den Bos, tekst Eveline de Heij, opmaak
20
Bronnen i
Gemeente Den Haag. (2024). Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag. Opgehaald van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR11313 ii Gemeente Rotterdam. (2024). Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012. Opgehaald van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR373493 iii Gemeente Nijmegen. (2024). Algemene plaatselijke verordening gemeente Nijmegen. Opgehaald van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR677751/8 iv Gemeente Utrecht. (2024). Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010. Opgehaald van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR318782/25 v Gemeente Den Haag. (2023). Monumentale Bomen. Opgehaald van https://www.denhaag.nl/nl/natuur-enmilieu/groen-en-bomen/monumentale-bomen/ vi
Gemeente Den Haag. (2020). Nota Stadsnatuur. Opgehaald van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9045102/1/RIS305824_Bijlage_1 vii Bijlage 1 ‘VNG geintegreerde staalkaarten - regels en toelichting’.Toelichting: Paragraaf 5.2.36. Opgehaald van https://vng.nl/artikelen/de-geintegreerde-versie-van-de-staalkaarten viii Gemeente Amsterdam. (2016). Amsterdamse Bomenverordening. Opgehaald van:
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR323217/2#artikel_7 ix
Gemeente Amsterdam. (2023). Compensatie en herplant van bomen, uitwerking van de Amsterdamse Bomenverordening 214. Opgehaald van: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR697591 x Bijlage 2: 'Een onderzoek naar de criteria voor het kappen van bomen in de gemeente Den Haag’. (2022). P.1-2. xi Bijlage 2 ‘Een onderzoek naar de criteria voor het kappen van bomen in de gemeente Den Haag’. (2022). xii VNG geïntegreerde staalkaarten - regels en toelichting’. Hoofdstuk 5 activiteiten, Paragraaf 5.2.37. (2024). VNG.nl. xiii Rechtbank Amsterdam. (2021). ECLI:NL:RBAMS:2021:5918, Overweging 2. Opgehaald van https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5918 xiv Gemeente Tilburg. (2021). Bomenverordening Gemeente Tilburg 2021. Opgehaald van:
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR662176 xv
Gemeente Eindhoven. (2024). Algemene plaatselijke verordening Eindhoven. Opgehaald van: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR415534/15 xvi Gemeente Amsterdam. (2022). Criteria plaatsing op lijst van beschermwaardige houtopstanden. Opgehaald van https://maps.amsterdam.nl/bomen_bijzonder//Downloads/Operationalisatie_criteria_CBH.pdf xvii https://www.boomzorg.nl/article/44328/niet-elke-grote-oude-dikke-boom-is-een-veteraan-waaraan-herken-je-eenveteraanboom xviii https://www.hethaagsegroen.nl/groen+werk/1456467.aspx xix Gemeente Groningen. (2022). Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022. Opgehaald van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR671806/1 xx Gemeente Amsterdam. (2016). Amsterdamse Bomenverordening. Opgehaald van:
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR323217/2#artikel_7 xxi
Gemeente Tilburg. (2021). Bomenverordening Gemeente Tilburg 2021. Opgehaald van:
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR662176
21