RIS321692 Vervolg reactie college op onderzoeksrapport Inspectie Justitie en Veiligheid steekincident Turfmarkt 2023
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
OCW/10867991 RIS321692 Contactpersoon
Wim Huson/Benjamin Kiebeler Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
20 maart 2025
wim.huson@denhaag.nl
Onderwerp
Vervolg reactie college op onderzoeksrapport Inspectie Justitie en Veiligheid steekincident Turfmarkt 2023
Geachte voorzitters, Op 5 november 2024 heeft het college in een raadsmededeling gereageerd op het onderzoeksrapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) ‘Incidentonderzoek dodelijk steekincident Turfmarkt’ (RIS320347). In het rapport staan vier grote knelpunten die voor een groot deel betrekking hebben op de justitieketen. Het rapport constateert geen grote tekortkomingen in de Haagse aanpak. Op een aantal punten laat de Inspectie zich positief uit over de inzet van de gemeente Den Haag. Desalniettemin zijn er ook in Den Haag zaken te verbeteren. Het college heeft in zijn reactie vorig jaar aangekondigd zich in het vervolg op dit rapport te focussen, op twee specifiek aan het sociaal domein en de gemeenten gerichte aanbevelingen. Deze betreffen het verbeteren van de dossiervoering en het delen van informatie. Het college heeft toegezegd in het eerste kwartaal van 2025 met een voortgangsbericht te komen. Met deze brief doet het college deze toezegging gestand. Ook gaat het college in deze brief in op de diverse vragen die verschillende leden van uw raad, naar aanleiding van onze eerste reactie over de brede aanpak van verward en onbegrepen gedrag, hebben gesteld tijdens de vergadering van de commissie Bestuur op 6 november 2024.
Tot slot is het van belang om te beseffen dat de benodigde verbetermaatregelen voor een groot deel buiten de invloedsfeer van de gemeente Den Haag vallen. Gemeenten kunnen hier niet alleen op acteren. Gezien de reeks aan incidenten met dodelijke afloop in het land, is het voor gemeenten van groot belang dat een aantal zaken op Rijksniveau met voorrang wordt aangepakt en verbeterd. We komen hierop terug aan het einde van deze brief.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10867991
Ketenaanpak In de aanpak van verward en onbegrepen gedrag komen de justitieketen, het zorgdomein en het sociaal domein bij elkaar. De justitieketen bestaat uit politie, OM, reclassering, forensische zorg en gevangeniswezen, en het zorgdomein wordt invulling gegeven door de ggz-partijen, ziekenhuizen en huisartsen. Voor beide domeinen is het Rijk verantwoordelijk. De gemeente is verantwoordelijk voor het sociaal domein, waaronder o.a. de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. Tot de gemeentelijke verantwoordelijkheid behoort ook de lastige zoektocht naar opvang- en woonplekken voor personen met risicovol en verward gedrag. Onder de noemer verward en onbegrepen gedrag worden zeer uiteenlopende problemen geschaard. Een effectieve aanpak komt alleen tot stand als partijen uit de verschillende ketens sluitend samenwerken. Dat is een uitdaging die ook landelijk speelt. Dat bleek ook recent uit de parlementaire verkenning ‘Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid’, die vorig jaar op dit onderwerp is uitgevoerd en waarover de Tweede Kamer dit voorjaar in debat gaat.
Dat het denken over dit onderwerp niet stilstaat, blijkt tevens uit het brede onderzoek naar ernstige en ook dodelijke incidenten waarbij mensen met verward gedrag de dader of verdachte waren, dat vorige maand door drie landelijke inspecties (Toezicht Sociaal Domein, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid) is aangekondigd. Een sluitende aanpak is bijzonder belangrijk voor de doelgroep van personen met verward en onbegrepen gedrag én een veiligheidsrisico. Voor deze groep is de regie op de aanpak bij het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden (ZVHH) belegd. Partijen als politie, gemeenten, ggz en bijvoorbeeld Leger des Heils kunnen casussen, van mensen waarover zij zich zorgen maken, melden bij het ZVHH. Specifiek voor de mensen met verward en risicovol gedrag is er de Intensieve Levensloopaanpak (ILA). Momenteel zitten er in onze regio 48 personen in de Intensieve Levensloopaanpak. Politie, gemeenten, ggz en andere organisaties werken samen in een Levensloopteam aan de uitvoering van een gezamenlijk plan van aanpak, er is een Levensloopcoördinator van Fivoor die altijd verbonden blijft aan de client, ook op overgangsmomenten van bijvoorbeeld de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) naar buiten.
Voortgang traject dossiervoering, informatiedeling en beeld van doelgroep Het college investeert op verschillende manieren in verbeteringen die verband houden met de aanbevelingen uit dit rapport en uw vragen over de aanpak van verward en onbegrepen gedrag. We gaan hieronder eerst in op de ondernomen acties naar aanleiding van de aan de gemeente gerichte aanbevelingen uit het rapport ten aanzien van dossiervoering en informatiedeling, ook betreffende het delen van informatie met externe partijen. Vervolgens beantwoorden we een tweetal vragen die in de commissie Bestuur op 6 november 2024 zijn gesteld. Omdat de persoon die in het rapport centraal staat op het moment van het dodelijk steekincident dakloos was, en de in het rapport beschreven onderdelen voor wat betreft Den Haag merendeels betrekking hebben op dakloosheid, kan de indruk ontstaan dat we ons met deze brief en de genoemde verbeteringen voornamelijk richten op dakloze mensen. De doelgroep is echter nadrukkelijk breder: het gaat hier om personen met risicovol en verward gedrag. a)
Onafhankelijk van dit steekincident is het traject 'Verbeterde dienstverlening' gestart bij OCW en SZW voor dakloze personen. Dit traject heeft betrekking op het verbeteren van de interne processen bij het daklozenloket. Dat traject moet er onder meer toe leiden, dat bij het daklozenloket op een zorgvuldige manier zo ruim mogelijk binnen de kaders van de wet wél informatie gedeeld kan en mag worden tussen de diensten OCW en SZW.
2/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10867991
b)
c)
d)
e)
f)
g)
Uitvoerende medewerkers worstelen regelmatig met het dilemma, dat in de beginfase van het contact niet duidelijk is of een persoon een gevaar is voor de samenleving. Zonder duidelijke risico-inschatting is de gemeente gebonden aan de privacywetgeving. Gemeentelijke privacyjuristen hebben in vervolg op dit rapport de mogelijkheden om informatie te delen opnieuw onderzocht. Hieruit is vooral een aantal beperkingen naar voren gekomen. Door landelijke experts en het Rijk wordt er echter op gewezen, dat er geen juridische belemmeringen zijn en relevante informatie in vrijwel alle gevallen wel gedeeld kan worden. Daarom zijn we over de bevindingen van onze eigen experts in gesprek met landelijke privacy-experts van het Rijk en de VNG. Aan de hand van de uitkomsten, wordt de werkwijze van het daklozenloket aangepast. Soms ontstaat handelingsverlegenheid en zijn professionals terughoudend om informatie te delen, omdat het vanwege privacywetgeving niet zou mogen. Het ZVHH organiseert periodieke trainingen voor alle professionals van de organisaties die het ZVHH vormen, ook met focus op gegevensuitwisseling. Met deze trainingen krijgen medewerkers handvatten onder welke condities delen mogelijk te maken is. In juli 2024 is het convenant Permanente Winteropvang en Winterkouderegeling getekend tussen gemeente Den Haag, Leger des Heils en de politie Den Haag.
De doeleinden van het samenwerkingsverband zijn informatie-uitwisseling ten behoeve van hulp en begeleiding, het voorkomen van veiligheidsrisico’s en afstemming over een effectieve aanpak van overlast en onveiligheid. Het college is voornemens om de jaarlijkse evaluatie te versnellen. Bij een positieve uitkomst kan het convenant worden uitgebreid met andere zorgaanbieders in de maatschappelijke opvang, en daarmee ook gelden op andere locaties in de stad. Hiermee wordt opvolging gegeven aan de aanbeveling uit het rapport van de Inspectie die betrekking heeft op organisaties die zorg en ondersteuning bieden in opdracht van de gemeente is. Met de informatie die op deze wijze gedeeld kan worden, kunnen organisaties die zorg en ondersteuning bieden in opdracht van de gemeente beter inschatten wat de benodigde zorg en het veiligheidsrisico is. U heeft het college gevraagd om een extra inspanning te doen om personen die gevaarlijk kunnen zijn in beeld te brengen. In principe zouden de mensen met verward en risicovol gedrag in Den Haag al bekend moeten zijn bij het ZVHH. Immers, organisaties kunnen daar casussen aanmelden van mensen waarover zij zich zorgen maken. Ook Jamel L. is aangemeld bij het ZVHH, zij het de dag voordat het afschuwelijke incident plaatsvond.
Om beter zicht te krijgen op de meest risicovolle doelgroep, hebben we het ZVHH gevraagd om een extra uitvraag te doen bij de organisaties die regelmatig met deze doelgroep in contact komen. Betrokken zijn ggzinstellingen, organisaties die maatschappelijke opvang verlenen, instellingen voor begeleid wonen, het daklozenloket, Bureau Nazorg en outreachende teams voor dakloze mensen. Tevens is de afspraak om uit eigen initiatief te melden opnieuw onder de aandacht gebracht. Voor alle gemelde personen wordt bepaald welke vervolgaanpak passend is. Tevens is er de ambitie ten aanzien van 'Bijzonder Thuis' uit het beleidskader Dakloosheid 'Den Haag geeft thuis.' Voor dak- en thuisloze mensen met risicovol en verward gedrag voor wie nu geen passende plek bestaat, realiseert Den Haag 40 opvangplekken. U zult over de voortgang van deze ambitie worden geïnformeerd in de voortgangsrapportage in Q2.
Samenvattend is er veel in gang gezet, maar in het bijzonder wat betreft informatiedeling en dossiervoering betreft zijn we er nog niet. De zorgvuldige uitwerking wat juridische mogelijk is en hoe dat in de praktijk gebracht kan worden, vergt nog verdere inzet. We houden u op de hoogte over de voortgang.
3/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10867991
Vragen over de Haagse aanpak gesteld in de commissie Bestuur In de commissie Bestuur op 6 november 2024 zijn, naar aanleiding van de eerste reactie op het rapport over het steekincident Turfmarkt, vragen gesteld. Deze worden hieronder beantwoord. Vragen over informatie delen externe partijen U heeft gevraagd naar het uitblijven van het delen van gegevens met externe partijen, waaronder het Leger des Heils en straatdokters. Over deze casus heeft het daklozenloket geen informatie gedeeld met externe partijen. De informatie die de gemeente tot haar beschikking had over mogelijk gevaar was niet geverifieerd. Ook was het bij de gemeente niet bekend van welk aanbod voor dakloze mensen betrokkene gebruik maakte. Betrokkene is niet actief doorverwezen naar het Leger des Heils. In zijn algemeenheid is het zo dat de gemeente niet onbeperkt en ongericht informatie kan delen met externe partijen. Wat in het geval van concrete zorgen over de veiligheid wél mogelijk is, wordt nog nader onderzocht. Vraag over interne informatie-uitwisseling tussen SZW en OCW bij het daklozenloket Het rapport constateert dat het daklozenloket SZW in het systeem kan van het daklozenloket OCW, maar niet andersom. U vraagt of dat wél mogelijk gemaakt wordt. Er loopt een traject om het daklozenloket in de toekomst te ondersteunen met één systeem.
Ook wanneer alle informatie straks in één systeem staat, mag niet elke medewerker alles inzien. In hoeverre medewerkers van verschillende diensten informatie in het systeem mogen raadplegen, hangt af van de wettelijke taak die zij uitvoeren. Dit wordt nog nader uitgewerkt, zoals hierboven beschreven. Het uitgangspunt is om, binnen de wettelijke kaders, zo ruim mogelijk informatie te delen. Vraag over passage in rapport over bekendheid van strafrechtelijke informatie U heeft een toelichting gevraagd over de passage in het rapport waarin staat dat het strafrechtelijke verleden van Jamel L. pas na een zoektocht op internet bekend zou zijn geweest, terwijl hiervoor een intake bij het daklozenloket had plaats gevonden, waarin hij uitgebreid over zijn detentieverleden zou hebben verteld. Het strafrechtelijk verleden heeft betrekking op eerdere strafrechtelijke veroordelingen. Dit wordt, behalve in geval van (jeugd-)TBS en zedenmisdrijven, nooit gedeeld met de gemeente. De gemeente heeft dus geen zicht op het strafrechtelijk verleden (gepleegde delicten). Wel ontvangt de gemeente informatie over de in- en uitstroomdatum van (ex-)gedetineerden die terugkeren naar de gemeente en - ten tijde van dit incident - een detentie- en re-integratie informatieblad (inmiddels is dit een detentie en re-integratieplan).
Er is vanuit het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) in deze casus ook een detentie- en re-integratie informatieblad met de gemeente gedeeld. Hierop stonden alle mogelijke hulpvragen op 'nee'. Tijdens de intake bij het daklozenloket/OCW op 13 juni 2023, kwam betrokkene vreemd en onbegrijpelijk over. Hij gaf onduidelijke antwoorden en vertelde uitgebreid over zijn detentieverleden. Vanwege het zorgelijke gedrag van Jamel L., nam het daklozenloket OCW contact op met Bureau Nazorg en het daklozenloket SZW en besprak de zorgen. Naar aanleiding van deze zorgen en de beperkte informatie over Jamel L. is er door medewerkers op internet gezocht naar meer informatie. Hierbij kwam aanvullende informatie over zijn strafrechtelijk verleden naar boven, die de zorgen hebben versterkt en onderbouwd met concrete informatie, zij het niet uit formele bron. Vervolgens zijn acties uitgezet om meer informatie te verzamelen en is op 19 juni 2023 een melding gedaan bij het Zorg- en Veiligheidshuis.
4/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10867991
Vraag over samenwerking in keten Verwijzend naar de constateringen in het rapport heeft u de zorg uitgesproken dat organisaties in de aanpak van verward en onbegrepen gedrag langs elkaar heen werken. Ook is de wens uitgesproken om de aanpak te vereenvoudigen en in één procedure te beschrijven. Het college begrijpt deze zorgen. Hoewel het gelukkig in het overgrote deel van de gevallen goed verloopt, is alle inzet erop gericht om het nog beter te doen. Het college investeert daarom bijvoorbeeld in praktijkgerichte kennisontwikkeling en trainingen voor professionals. om de samenwerking tussen de organisaties verder te versterken. Daarnaast is begin dit jaar het Kennisknooppunt Onbegrepen Gedrag (KOG) voor de regio Haaglanden gestart. Dit kennisknooppunt organiseert themasessies over alles wat met de aanpak van onbegrepen gedrag te maken heeft en biedt professionals een forum om vragen aan collega's te stellen. Verward en onbegrepen gedrag bestaat in zeer uiteenlopende verschijningsvormen. Daarbij hebben we soms te maken met uiterst complexe problematiek. Bij de aanpak zijn veel verschillende organisaties betrokken. Zij leveren per situatie maatwerk. Dat is niet in één procedure vast te leggen. Dat neemt niet weg dat er continu wordt gekeken of en, zo ja, hoe complexe problematiek eenvoudiger en slagvaardiger aangepakt kan worden.
Met dit doel worden momenteel de verschillende gemeentelijke aanpakken van complexe problematiek binnen sociaal en veiligheidsdomein in kaart gebracht. Ondertussen volgen we met veel belangstelling vergelijkbare ontwikkelingen op andere plekken in het land. U heeft ook gevraagd om een overzicht voor de burger, dat concreet aangeeft wat te doen in zorgelijke, overlastgevende of risicovolle situaties met personen met verward en onbegrepen gedrag. Om de burger maximaal overzicht te geven, waar signalen kunnen worden neergelegd en om hulp kan worden gevraagd, heeft het college al eerder een menukaart van alarmnummers en belangrijke meldpunten ontwikkeld - onder andere voor hulpvragen over personen met verward en onbegrepen gedrag (zie bijlage). De informatie op de menukaart is nog steeds actueel. Vraag over regio-overstijgende ketenpaanpak Kenmerk van de doelgroep is, zoals het rapport ook aangeeft, dat mensen zich regelmatig verplaatsen tussen regio's. U vraagt hoe in deze situatie met andere regio’s wordt samengewerkt. In de Intensieve Levensloopaanpak zijn landelijk tussen de Zorg- en Veiligheidshuizen afspraken gemaakt hoe een casus warm wordt overgedragen. Dit betekent dat er intensief contact is tussen de organisaties in de regio Haaglanden met de organisaties in de ontvangende regio.
Andersom is het wenselijk dat het ZVHH automatisch geattendeerd wordt als een persoon in een aanpak zit in een ander Zorg- en Veiligheidshuis, als de persoon in de regio Haaglanden in het systeem wordt ingevoerd. De Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS) maakt dit juridisch mogelijk. Technisch is dit nu nog niet gerealiseerd in het systeem dat de meeste Zorg- en Veiligheidshuizen gebruiken. Het ZVHH heeft er bij de leverancier op aangedrongen deze geautomatiseerde bekendheidscheck landelijk te implementeren. Vraag over samenwerking tussen penitentiaire instellingen en de gemeente Den Haag U heeft geïnformeerd naar het werkproces van nazorg voor ex-gedetineerden en de verantwoordelijkheidsverdeling.
5/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10867991
De verantwoordelijkheid voor het nazorgproces van ex-gedetineerden is in Nederland gedeeld tussen de PI, de gemeente, de reclassering en niet in laatste plaats de (ex-)gedetineerde zelf. Het nazorgproces voor Haagse (ex-)gedetineerden begint wanneer een burger nog in detentie zit. Vanuit de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) wordt er een detentiemelding verstuurd naar de gemeente Den Haag (Bureau Nazorg), zodra een Haagse burger in detentie komt. DJI stelt aan de hand van verschillende leefgebieden een detentie en re-integratieplan (D&R-plan) op. Hierin staat wat de gedetineerde nodig heeft en wat DJI, reclassering en gemeente kunnen doen. Afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte, bezoekt Bureau Nazorg de gedetineerden al tijdens detentie. Na detentie kunnen (ex)gedetineerden zich melden bij Bureau Nazorg en krijgen zij daar een casemanager toegewezen. Deze casemanager zet verschillende interventies in om de (ex)gedetineerden te ondersteunen bij re-integratie. Met dit loket voldoet de gemeente Den Haag aan haar verplichting ondersteuning te bieden bij de terugkeer naar de maatschappij na detentie. Voor de ex-gedetineerde heeft de dienstverlening een vrijblijvend karakter, tenzij er bijvoorbeeld een bijstandsuitkering wordt verstrekt, dan gelden rechten en plichten zoals omschreven in de Participatiewet.
Als er een reclasseringstoezicht is opgelegd, heeft dat een verplichtend karakter. U heeft gevraagd naar de werkafspraken tussen Bureau Nazorg en de penitentiaire inrichtingen, en problemen bij de informatieoverdracht tussen PI en gemeenten. Het grootste deel van de Haagse gedetineerden verblijft in PI Alphen aan den Rijn. Dit is een reguliere gevangenis, waarmee al jaren goed wordt samengewerkt volgens vaste werkafspraken. Bureau Nazorg is met de huidige bezetting gemiddeld vijf keer per week in de PI Alphen aanwezig. Jamel L. verbleef het laatste gedeelte van zijn detentie in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) in Scheveningen. Dit is een speciale gevangenis voor gedetineerden met complexe psychische problematiek. Deze gedetineerden komen uit het hele land en slechts een klein deel is Haags burger. Mede naar aanleiding van het incident, zijn samenwerkingsafspraken gemaakt die jaarlijks worden geëvalueerd. Bureau Nazorg sluit eenmaal per twee weken aan tijdens casusoverleg, waarin Haagse gedetineerden worden besproken. Ook wordt Bureau Nazorg op de hoogte gehouden over nieuwe gedetineerden, overplaatsingen en het ontslag van Haagse burgers of gedetineerden zonder binding met Den Haag die zich mogelijk kunnen gaan ophouden in Den Haag. De gemeente is afhankelijk van de informatiedeling vanuit de penitentiaire inrichting.
Jaarlijks worden er ongeveer 8000 meldingen gedaan rondom Haagse gedetineerden. Soms ontvangt de gemeente deze meldingen te laat en verschijnen (ex-)gedetineerden onaangemeld bij Bureau Nazorg. Voor gedetineerden waarbij DJI een verhoogd risico op geweldpleging na detentie ziet, meldt de PI dit bij de gemeente. Het streven is dat Bureau Nazorg de gedetineerden nog tijdens detentie bezoekt. Doordat deze meldingen pas in de laatste periode van de detentie worden gedaan, ontvangt de gemeente de meldingen soms te laat om de gedetineerde nog te bezoeken. Vraag over medicatie voor dakloze personen U heeft gevraagd hoe ervoor gezorgd kan worden dat personen die dakloos raken hun medicijnen blijven innemen. Als geen dwangkader is opgelegd - zoals bij Jamel L. na einde van zijn detentie het geval was - berust de inname van medicatie op vrijwilligheid.
6/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10867991
Personen met een maatregel van verplichte ggz of een reclasseringstoezicht met behandelverplichting, kunnen verplicht worden om zich regelmatig te melden om medicatie in te nemen of toegediend te krijgen. In veel gevallen gebeurt dit in de vorm van depotmedicatie voor een langere periode. Als personen zich aan deze verplichting onttrekken, is de zorgverantwoordelijke van de ggz en of de reclassering verantwoordelijk om diegene terug te vinden. Afhankelijk van de ernst van het ziektebeeld vragen de organisaties hierbij de hulp van de politie. Tot slot Het systeem in Nederland is erop gericht dat mensen zo snel als mogelijk uitstromen uit verblijf in een intramurale setting. Als gevolg daarvan worden gemeenten in toenemende mate geconfronteerd met een zwaardere doelgroep met psychiatrische problematiek. In het besef dat niet alle tragische incidenten te voorkomen zijn, is het belangrijk dat alle partijen in de keten extra inspanningen leveren om de aanpak sluitend te maken. In deze brief is geschetst welke inspanningen wij ons in Den Haag getroosten om de aanpak te versterken. De gemeente kan dit niet alleen. Het rapport van de Inspectie over deze zaak laat nog eens zien dat ook op landelijk niveau extra inspanningen noodzakelijk zijn. De overheid heeft onvoldoende grip op het kleine deel van de doelgroep dat ernstig gevaar oplevert.
In de belemmeringen die de gemeente ervaart waar zij zelf weinig tot geen invloed op heeft, springen er drie zaken uit. Den Haag doet een dringend beroep op het Rijk om hier op korte termijn actie op te ondernemen. 1)
2)
3)
De Inspectie constateert dat er onvoldoende handelingsperspectief is om duurzame interventies te plegen bij personen die zorg mijden en niet in aanmerking komen voor gedwongen zorg of een strafrechtelijk kader. De gemeente Den Haag ervaart dit als een zeer urgent probleem en roept het Rijk op hiermee daadwerkelijk 'met partijen 'aan de slag te gaan, zoals aangekondigd in de beleidsreactie van de staatssecretaris en minister van Justitie en Veiligheid op 17 december 2024. Wij willen hier vanuit Den Haag graag over meedenken. In het rapport wordt beschreven dat de druk op de keten de laatste jaren groot is. Het aantal meldingen over overlast verward gedrag bij de politie neemt toe. Er is de afgelopen decennia bezuinigd op de klinische ggz, maar de opbouw van ambulante zorg heeft met de afbouw van klinische zorg geen gelijke tred gehouden. Er zijn lange wachtlijsten in de ggz en de doorstroom stagneert. Er is dringend behoefte aan een dekkend netwerk van plekken waar personen met verward en risicovol gedrag kunnen wonen. Het Rijk kan hierbij ondersteunen, door structurele financiële middelen beschikbaar te stellen én door gemeenten en provincies actief te ondersteunen in het vinden van geschikte locaties. Hetzelfde geldt voor tijdelijke plekken, voor als het nog niet duidelijk is waar iemand duurzaam op z’n plek is.
Op dit moment ontbreekt het aan een duidelijke wettelijke grondslag voor gegevensuitwisseling tussen partijen in het sociaal domein. Het wetsvoorstel Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) voorziet daarin en zal naar verwachting meer richting geven in het vraagstuk betreffende proportionaliteit tussen privacy en veiligheid. We wachten met smart op de invoering van deze wet dan wel ruimte om op de invoering hiervan vooruit te lopen. We nemen deze punten mee in de lopende lobbytrajecten.
7/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10867991
In deze brief hebben we u geïnformeerd over hoe we de aanpak van personen met risicovol en verward gedrag verbeteren en hoe we omgaan met de dilemma's we daarbij tegenkomen. We verwachten hiermee ook de vragen die u heeft gesteld te hebben beantwoord. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
8/8