CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321647 Afdoening motie Wat is jeugdhulp en wie betaalt ervoor

Commissie Samenleving 14 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Jaarrapportage jeugd 2024 en regiovisie monitor 20242.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Retouradres:Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de gemeenteraad

OCW/10901820 RIS321647 Contactpersoon

Arjen Stroo Dienst

Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

17 juli 2025

arjen.stroo@denhaag.nl

Onderwerp

Afdoening motie: Wat is jeugdhulp en wie betaalt ervoor?

Uw raad heeft, tijdens de bespreking van het voorstel van het college inzake Haags beleidskader Jeugd 2025 – 2028 (RIS320888) op 13 maart 2025, de door het raadslid mevrouw Verdonk ingediende motie: Wat is jeugdhulp en wie betaalt ervoor? (RIS321647) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: • er grote financiële tekorten zijn op het beleidsterrein Jeugd. Overwegende dat: • er nu een jaar gewerkt wordt met het Haags Toekomst Perspectief; • er veel activiteiten gefinancierd worden uit het Jeugdhulpbudget; • de vraag kan worden gesteld of het altijd de meest logische keuze is geweest om deze activiteiten uit het jeugdbudget te financieren. Van mening dat: • een inventarisatie/onderzoek naar besteding van jeugdzorgmiddelen daar duidelijkheid over kan geven. Verzoekt het college: • een inventarisatie te maken van de financiering van de grensgebieden van de jeugdwet; over de hele linie dat wil zeggen van basis-, tot hoog specialistische hulp en de raad daarover te informeren. Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: Alvorens in te gaan op de geïnventariseerde snijvlakken, hecht het college eraan eerst kort een algemeen beeld te schetsen. Op Jeugd worden al jaren tekorten gerealiseerd, in 2024 bijna € 30 mln.

De afgelopen jaren zijn met name de kosten voor specialistische zorg aanzienlijk gestegen, met gemiddeld circa 7% per jaar. Daarnaast is de prijscompensatie van het Rijk, die binnen de gemeente wordt uitgekeerd als de ‘trend’, niet voldoende om de prijscompensatie aan aanbieders te compenseren. We hebben te maken met de AMvB reële prijzen en moeten cao- en andere prijsstijgingen compenseren.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10901820

Ook voor 2025 en verder worden tekorten verwacht. De oorzaken van het tekort en de kostenbeheersingsmaatregelen zijn uitgebreid beschreven in de commissiebrief ‘Ontwikkelingen jeugdhulp’ (RIS318282). De voornaamste redenen van de tekorten zijn de toenemende vraag naar jeugdzorg en de beperkte mogelijkheden om de instroom te beheersen. Gemeenten zijn vanaf 2019 in gesprek met de rijksoverheid om te komen tot een kwalitatief beter en financieel houdbaar stelsel van jeugdzorg. In Den Haag zijn de tekorten op jeugd binnen begrotingsprogramma 8 de afgelopen jaren met programmasturing deels opgevangen door overschotten op de Wmo. In het adviesrapport ‘Groeipijn’ van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (commissie Van Ark) is geconcludeerd dat een deel van de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd niet realistisch is en dat gemeenten gecompenseerd moeten worden. In de Voorjaarsnota zijn gemeenten incidenteel gecompenseerd voor de jaren 2025-2027, maar niet voldoende om de tekorten te dekken en per 2028 is een extra bezuiniging van landelijk ruim € 0,8 miljard ingeboekt (aandeel Den Haag circa € 27 mln. structureel). Dit is niet realistisch en lijkt op het vooruitschuiven van besluitvorming over de structurele situatie.

Bovendien onderstreept de Commissie dat de structurele oplossing voor het hoge beroep op jeugdhulp niet ligt in een verdere optimalisatie van de jeugdzorg zelf, maar juist in versterking van de leefwerelden van jongeren — waaronder het onderwijs. De commissie noemt samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs daarom niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk: “De oplossing voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: in het gezin, op school, en in de samenleving.” Kern van de uitvoering van het jeugd zit in de Jeugdwet, echter er zijn snijvlakken met andere domeinen Problemen van kinderen, kennen vaak hun oorsprong bij problemen van ouders. Echter gezinsgerichte hulp is niet vanzelfsprekend. Veel problemen binnen de jeugdhulp kennen een oorsprong in andere domein, of werken door in andere domeinen. Het college gaat hieronder in op de belangrijkste snijvlakken met jeugd en laat zien waarmee deze gefinancierd worden en hoe het college hierop stuurt. Vanuit de inhoud, maar ook met oog voor de financiën. Daarbij benadrukt het college dat de inzet van jeugdhulp op (het snijvlak van) domeinen waar andere primair verantwoordelijk zijn ook wel degelijk positief is. Het college vindt immers dat allereerst het bieden van tijdige en juiste jeugdhulp voorop staat.

Snijvlak met de Wet Passend Onderwijs Het college constateert dat de jeugdhulp in de praktijk geregeld wordt ingezet voor vraagstukken die primair tot de verantwoordelijkheid van het onderwijs behoren. Dit gebeurt met name in situaties waarin ondersteuning nodig is om onderwijs te kunnen volgen, terwijl dit onder de zorgplicht van het onderwijs valt. Deze onbedoelde verschuiving van verantwoordelijkheden leidt tot een oneigenlijke inzet van jeugdhulpbudgetten en is onderwerp van gesprek tussen de samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou en de samenwerkingsverbanden in het Haagse passend onderwijs. Gesprekspartners van de commissie Van Ark, waaronder jongeren zelf, benadrukken dat het behouden van jongeren in het onderwijs van groot belang is. Schooluitval leidt vrijwel altijd tot inzet van jeugdhulp, zo signaleert de commissie. Bij uitval ontstaan bovendien escalaties: jongeren die thuis komen te zitten vanwege overbelasting of wachtlijsten in het speciaal onderwijs ontwikkelen vaak zwaardere problematiek.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10901820

De commissie roept daarom op om school niet alleen te zien als leerplek, maar ook als vindplaats, werkplaats en ondersteuningsstructuur — waarin onderwijs, jeugdhulp, JGZ en leerplicht samenkomen. Het normaliseren van onderwijsdeelname en het voorkomen van ‘alles-of-niets’trajecten (zoals stoppen met school in afwachting van zorg) zijn hierin cruciaal. De oproep van de commissie is dan ook tweeledig: 1. Voorkom dat onderwijs tekortschiet en jongeren uitvallen; 2. Voorkom dat jeugdhulp het falende vangnet wordt voor gemiste onderwijsondersteuning. Den Haag geeft hieraan invulling door in te zetten op het afbakenen van het snijvlak Jeugdwet en wet Passend Onderwijs. De Wet Passend Onderwijs beoogt dat elk kind een passende onderwijsplek krijgt, met ondersteuning indien nodig. De Jeugdwet is bedoeld voor ondersteuning bij opgroei- en opvoedproblemen en psychische problematiek. In situaties waarin én ondersteuningsvraag is op het gebied van onderwijs én op het gebied van jeugdhulp hebben beide de verantwoordelijk dit in nauwe afstemming te organiseren. Op dit moment wordt gewerkt aan een gedeeld beeld van verantwoordelijkheden door de ontwikkeling van een tool voor zowel de onderwijs- als de jeugdhulpprofessionals (en de ouders). Deze biedt: •

• •

Heldere afbakening van verantwoordelijkheden tussen onderwijs en jeugdhulp met duidelijke werkafspraken rond o.a. een-op-een begeleiding op school, de inzet van dagbesteding voor jongeren met een schoolinschrijving, hulp en begeleiding voor kinderen die wachten op een passende onderwijs plek en het onderscheid tussen schoolse begeleiding en hulp bij onderliggende psychische problemen; Richtlijnen voor samenwerking wanneer beide domeinen betrokken zijn; Een methodiek voor complexe casuïstiek (inzet op maat) aansluitend bij reeds bestaande overlegstructuren.

Daarnaast wordt ingezet op het versterken van het partnerschap met onderwijs en wordt de preventieve inzet in de schoolomgeving versterkt door: -

De inzet van collectieve jeugdhulp op school; Continuering schoolmaatschappelijk werk plus (smw+) en de onderwijs jeugdhulp arrangementen (OJA's).

Hiermee beogen we te voorkomen dat kinderen tussen wal-en-schip vallen en tegelijkertijd dat publieke middelen doelgericht en rechtmatig worden ingezet. Financiële duiding: Aan de hand van bovengenoemde initiatieven geven we een eerste financiële duiding op het snijvlak jeugd en onderwijs: •

De inzet van dagbesteding via jeugdhulp bij schoolinschrijving wordt ingeschat op een bedrag van tussen € 0,75 en € 1.1 mln per jaar. Door data van onderwijs te matchen met het gebruik van de jeugdhulpcode ‘dagbesteding’ verwachten we een nadere onderbouwing van dit bedrag te geven.

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10901820

•

•

Binnen de reguliere kinderopvang (categorie 1) of met lichte ondersteuning (categorie 2) is er een groeiende groep kinderen die in de kinderopvang een vorm van jeugdhulp nodig heeft om tot ontwikkeling te komen. Om deze lacune te dichten, hebben wij een aanvullende voorziening opgericht: specialistische opvang (categorie 3). Dit type opvang biedt een ontwikkelomgeving waarin pedagogische expertise wordt gecombineerd met jeugdhulp, zodat kinderen met een ontwikkelingsachterstand de zorg en begeleiding krijgen die zij nodig hebben. Vanuit het Onderwijsachterstandenbudget (OAB) investeert de gemeente samen met Kracht en rondomJou in vroegtijdige signalering, ondersteuning voor het jonge kind en het voorkomen van de inzet van zwaardere jeugdhulp binnen kinderdagcentra (KDC, categorie 4). Deze investering bedraagt € 2.4 mln. voor 2025 en 2026. Met de continuering van schoolmaatschappelijk werk plus (smw+) en de OJA's is respectievelijk € 7 mln. en € 1.6 mln. gemoeid. Met smw+ en OJA's wordt beoogd de inzet van collectieve jeugdhulp op scholen te stimuleren en een remmend effect op het gebruik van (individuele) jeugdhulp te krijgen.

Snijvlak met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Er zijn globaal twee belangrijke snijvlakken tussen de jeugdwet en de Wmo: • •

Een jongere wordt volwassen en kan vanaf het 18e jaar te maken krijgen met inzet van de Wmo en andere ondersteuning vanuit het bredere sociaal domein; Een gezin heeft naast ondersteuning vanuit de jeugdwet ook vragen binnen het bredere sociaal domein, waaronder de Wmo.

Wanneer jongeren 18 worden, gaan zij van de jeugdwet naar de Wmo of andere onderdelen van het sociaal domein. In specifieke gevallen kan er gebruik worden gemaakt van verlengde jeugdhulp en biedt hiermee jongeren van 18 tot 23 jaar de noodzakelijke ondersteuning. In de praktijk blijkt deze overgang complex: verlengde jeugdzorg is vrijwillig en jongeren worden vanaf hun 18ezelf verantwoordelijk voor huisvesting, inkomen, werk/opleiding en hun netwerk. Tegelijkertijd kampen sommige onderdelen van de Wmo met wachtlijsten, waardoor jongeren vaak zonder passend vervolgperspectief uitstromen. Dit vergroot het risico op dakloosheid; ongeveer 70% van de dakloze jongeren heeft een jeugdhulpverleden. Om dit te voorkomen is vroegtijdige samenwerking tussen jeugdhulp, Wmo en andere domeinen essentieel. Den Haag geeft hieraan invulling met het afwegingskader 16-23. Dat is buitenwettelijk begunstigend beleid. Hiermee kunnen jongeren voor hun 18 al Wmo-geïndiceerd krijgen. En na hun 21ste Jeugdhulp. Er wordt gekeken wat het meest passend is. Inzetten van jeugdhulp als er behoefte is aan gezinsgerichte ondersteuning of verblijf in een pedagogische setting. En inzetten van een Wmomaatwerkarrangement als de jongere behoefte heeft aan ondersteuning naar zelfstandigheid. Ook ontwikkelen we aanvullendeen breder handelingskader: de zogenoemde Big5-aanpak.

Deze richt zich op een integrale ondersteuning van jongeren op basis van hun eigen toekomstplan, met aandacht voor wonen, inkomen, welzijn, school & werk, en support. Zo hebben we voor jongeren met schulden bijvoorbeeld de jongeren perspectief aanpak ontwikkeld en bieden we vroegtijdig hulp vanuit het Jongerenpunt070. Het doel is jongeren niet los te laten totdat deze vijf basisvoorwaarden zijn geregeld. De verwachting is dat het college u in het vierde kwartaal van 2025 hierover verder kan informeren. Naast dat er een breder handelingskader nodig is om ervoor te zorgen dat jongeren niet meer tussen de regels van verschillend beleid terechtkomen, spelen een aantal knelpunten op het snijvlak jeugdhulp en Wmo die ingewikkeld zijn om op te lossen. De Wmo is aan zet voor bijvoorbeeld Beschermd Wonen, maar er kan geen voorziening gevonden worden die past, of voorzieningen wijzen een jongere af op zogeheten ‘contra indicaties.’ Ter illustratie:

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10901820

•

•

Jongeren die uit de jeugdhulp komen en op zoek zijn naar een reguliere woning (evt. met ambulante ondersteuning) maken momenteel geen kans om aan sociale huisvesting te komen. De wachtlijst voor deze woningen is soms negen jaar. Particuliere (kamer)verhuur is te duur voor het inkomen dat zij kunnen genereren (tot 21 jaar hebben jongeren te maken met het minimumjeugdloon, wat ook doorwerkt in de hoogte van de bijstand). We lossen dit nu in individuele situaties op met het ophogen van hun inkomen vanuit de reguliere uitkeringsmiddelen. Daarnaast komen kamers of gedeelde woningen niet in aanmerking voor huurtoeslag. In het geval vanjongeren die binnen jeugdhulp verblijven om dakloosheid te voorkomen, voorziet verlengde jeugdhulp hierdoor in een huisvestingsprobleem. In andere gevallen stromen deze jongeren uit de jeugdzorg door naar de Maatschappelijke Opvang. Door gebrek aan passende uitstroommogelijkheden is er een tekort aan Beschermd Wonen plekken voor jongeren. Zo’n 70% van de jongeren op de wachtlijst voor Beschermd Wonen staat langer dan een jaar op de wachtlijst. In de tussentijd verblijft 23% daarvan in een jeugdinstelling, gefinancierd door jeugdhulpbudgetten. Andere jongeren verblijven bij ouders/familie (47%) en krijgen daar ambulante begeleiding vanuit de WMO waar nodig, of al in een andere Beschermd Wonen voorziening (14%).

De hele wachtlijst voor Beschermd Wonen ontvangt passende wachtlijstondersteuning.

Gezinsproblematiek op meerdere vlakken Wanneer binnen een gezin naast problemen met een kind ook andere zorgen spelen, zoals bestaansonzekerheid, schulden, werkloosheid of ggz-problematiek bij ouders, is vaak een bredere aanpak nodig. In zulke gevallen wordt het gezin aangemeld voor de aanpak gezinsgericht werken. Deze aanpak zorgt ervoor dat ondersteuning vanuit verschillende domeinen – zoals de Wmo, schuldhulpverlening, de Participatiewet en de Jeugdwet – gelijktijdig kan worden ingezet om het hele gezin te helpen. Financiële duiding Op basis van bovenstaande zien we dat de financieringsstromen op het snijvlak jeugd en Wmo nauw met elkaar verweven zijn en een exacte financiële afbakening niet te maken is. Daar waar dit kan geven we financiële duiding: •

•

•

Het aantal cliënten en bijbehorende kosten van de verlengde jeugdhulp in Den Haag is over de periode 2020 t/m 2024 vrij stabiel. In 2024 waren dit 469 cliënten met een financiële omvang van € 12.3 mln. M.i.v. medio februari 2025is de actie doorgevoerd dat er geen gebruik meer gemaakt kan worden van de jeugdwet voor de stages van het uitstroom dagbesteding cluster 3. Hier is het Wmo (afwegingskader 16-23) van toepassing bij die leerlingen die geen WLZ-indicatie hebben. Het verwachte effect wordt ingeschat op circa € 1.3 mln per jaar. M.i.v. januari 2025 wordt via de Analysetafel Jeugd strakker gestuurd op casussen waarbij jeugdigen betrokken zijn die in aanmerking komen voor Beschermd Wonen en de daarmee gemoeide kosten te verschuiven naar de Wmo. Op dit moment ontbreekt nog voldoende financiële duiding hierbij.

Snijvlak met wonen/huisvestingsvraagstuk voor jongeren Het jeugddomein kent een overlap met het huisvestingsvraagstuk voor jongeren. Een stabiele en betaalbare woonplek vormt immers de basis voor zelfstandigheid, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke integratie. In de praktijk blijkt echter dat jongeren vaak tussen wal en schip vallen: zij zijn te oud voor jeugdzorg, maar nog niet voldoende toegerust om zelfstandig te wonen.

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10901820

Deze overlap tussen het jeugddomein en het huisvestingsvraagstuk vraagt om een integrale benadering, waarbij beleid en praktijk beter op elkaar worden afgestemd om jongeren een kansrijke start in de samenleving te bieden. Om de woningnood voor jongeren in kwetsbare posities aan te pakken, werkt het college aan: Het afsluiten van een koepelconvenant met de woningbouwcorporaties dat er 313 woningen gaan naar zorgdoelgroepen. Waaronder woningen voor instellingen voor jeugdhulp. Het beter mogelijk maken van initiatieven als hospitaverhuur via Kamers met Aandacht (KmA), samenwonen via een ‘friendscontract’ en het creëren van extra opvangplekken. Financiële duiding Op basis van bovenstaande zien we dat de financieringsstromen op het snijvlak jeugd en wonen nauw met elkaar verweven zijn. Een financiële duiding is niet te maken, echter weten we wel dat wanneer cliënten uit de gemeentelijke voorzieningen kunnen uitstromen dit veel geld scheelt. In het 'Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders' d.d.

12 oktober 2021 (RIS310115) is gesteld dat cliënten uit de gemeentelijke voorzieningen kunnen uitstromen dit veel geld scheelt: 'Uit onderzoek van Berenschot blijkt dat het ambulantiseren van mensen die gebruik maken van residentiële jeugdhulp, beschermd wonen of maatschappelijke opvang per casus na 10 jaar een potentiële besparing kan opleveren van respectievelijk € 362.000, € 125.000 en € 4.000.' Overige snijvlakken: •

Snijvlak met de Wet langdurige zorg (Wlz) Het jeugddomein kent een overlap met de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz voorziet in het wettelijk kader om langdurige zorg aan jongeren met een blijvende en intensieve zorgbehoefte te financieren. Jeugdzorg financiert soms zorg die eigenlijk onder de Wet langdurige zorg (Wlz) valt.

•

Snijvlak met veiligheid; Politie, Veilig Thuis en het lokale team hebben een gezamenlijke rol bij de inzet van jeugdhulp bij criminaliteitsbestrijding en huiselijk geweld. Echter we zien ook casussen waar jeugdhulp wordt ingezet voor preventie en nazorg waar veiligheidspartners verantwoordelijk voor zijn.

•

Snijvlak met sport Sport bevordert mentale en fysieke weerbaarheid van jongeren. Binnen jeugdpreventie wordt sport ingezet in plaats van, of aanvullend op, jeugdhulp bij mentale weerbaarheidstrajecten. Sportverenigingen spelen zo een rol in het vroeg signaleren van problemen.

Financiële duiding Een financiële duiding van bovengenoemde snijvlakken is op dit moment niet inzichtelijk te maken. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15814228/1