RIS321581 Beantwoording SV De toekomst van de Energiestraat
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
16 april 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de her Sluijs, luidend: ‘De toekomst van de Energiestraat’
DSO/10873952 RIS321476
Het raadslid de heer Sluijs heeft op 10 maart 2025 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad beantwoordt het college deze vragen als volgt.
1.
Is het college bekend met het artikel ‘Woonwagenbewoner maakte plan voor kamp dat hij verlaat’ van Den Haag Centraal?
Ja. 2.
Hoe beoordeelt het college dit initiatief en in hoeverre sluit het aan bij de bestaande gemeentelijke plannen of visies voor dit gebied?
Het college kent alleen het artikel, maar niet het plan wat door deze bewoner is gemaakt. De in het artikel genoemde invulling sluit aan bij het Gebiedskader Fruitweg (RIS318669, bijlage 2). 3.
Erkent het college dat er in Den Haag een tekort is aan kleinschalige bedrijfsruimte voor mkb’ers, zoals glaszetters, timmermannen en meubelmakers? Zo ja, in hoeverre ziet het college dit plan als een kans om een deel van dat tekort op te vangen?
Ja, het college erkent dat er in Den Haag een tekort is aan kleinschalige bedrijfsruimte voor mkb’ers en ziet deze locatie als een mogelijkheid om het tekort op te vangen. In het kader van de compensatieopgave door transformatie Laakhavens (RIS321166) is er ook een link gemaakt met het gebiedskader Fruitweg, waar deze locatie in valt. Bedrijven die weg moeten uit Laakhavens kunnen (indien passend) hier mogelijk een alternatieve locatie vinden. 4.
Kan het college aangeven welke plannen er op dit moment concreet zijn voor de herontwikkeling van de Energiestraat na het vertrek van de woonwagenbewoners?
Er zijn op dit moment geen concrete plannen, anders dan het eerder genoemde gebiedskader bij het antwoord op vraag 2. 5.
Klopt het dat er momenteel nog geen definitieve invulling is vastgesteld voor dit gebied? Zo ja, is het college bereid om het initiatief van de initiatiefnemer serieus te overwegen en mee te nemen in de verdere planvorming?
Ja, dat klopt. Zie het antwoord op vraag 2. De gemeente neemt contact op met initiatiefnemer op om te kijken in hoeverre zijn plannen aansluiten bij de gemeentelijke uitgangspunten (zie ook antwoord 6).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10863237
6.
Op welke manier wordt gewaarborgd dat de ontwikkeling van de Energiestraat geen jarenlang slepende kwestie wordt, zoals vaker het geval is bij visies die op het stadhuis blijven liggen?
Voor een herontwikkeling als deze, worden dezelfde stappen doorlopen als bij iedere andere ruimtelijke ontwikkeling in deze stad. De grond is momenteel in erfpacht uitgegeven aan een woningcorporatie met de bestemming standplaatsen. Bij een herontwikkeling gaat de gemeente met de corporatie in gesprek over de gevolgen qua erfpacht. Na het vaststellen van de ruimtelijke kaders met bijbehorende participatie, zal de raad, als sprake is van gemeentegrond, een besluit voorgelegd krijgen om de grondexploitatie voor dit project te openen. Daarna kan met de verdere planvoorbereiding worden gestart en zal een ruimtelijke ordeningsprocedure worden doorlopen. Dit gehele planproces vraagt tijd. 7.
Hoe gaat het college ervoor zorgen dat dit terrein niet langdurig braak blijft liggen en verpaupering wordt voorkomen na het vertrek van de woonwagenbewoners?
In overleg met de erfpachter wil de gemeente het terrein geheel opschonen en mogelijk afschermen. Dat voorkomt verrommeling. Afhankelijk van de financiële ruimte, is ook een tijdelijk gebruik van de locatie mogelijk. De mogelijkheden hiervoor zullen worden verkend. 8.
Wordt de initiatiefnemer actief betrokken bij het verdere proces rondom de herontwikkeling van het gebied? Zo nee, waarom niet?
De verdere planvorming, ontwikkeling en uitgifte is aan de gemeente en de woningbouwcorporatie of een nog te selecteren ontwikkelaar. De gemeente is benieuwd naar de voorstellen van de initiatiefnemer en zal met hem een afspraak maken om deze aan de gemeente toe te lichten. Verdere betrokkenheid met de initiatiefnemer is er niet.. 9.
Op welke termijn verwacht het college duidelijkheid te kunnen bieden over de definitieve bestemming van de Energiestraat en de invulling van dit terrein?
Zoals bij vraag 6 is aangegeven dienen nog de nodige stappen gezet te worden, voordat de uitvoering van de herontwikkeling kan starten. Dat kost tijd. Een definitieve bestemming is mogelijk als de ROprocedure is afgerond. Inschatting op dit moment is dat dit over 3 jaar mogelijk moet zijn. 10. Is het college bereid om de raad actief te betrekken bij dit proces en ervoor te zorgen dat er een heldere koers wordt uitgezet, zodat er niet opnieuw een situatie ontstaat waarin plannen en visies jarenlang op uitvoering wachten? Het college zal de raad op de gebruikelijke manieren betrekken bij het planproces voor de herontwikkeling van deze locatie. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2