CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321550 Beantwoording SV Betaalbare wartme onder druk

Commissie Leefomgeving 17 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

8 april 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Dumoulin, luidend: "Betaalbare warmte onder druk"

DSO/10867636 RIS321550

Het raadslid de heer Dumoulin heeft op 6 maart 2025 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad beantwoordt het college deze vragen als volgt: De gemeente Den Haag zet zich in voor de energietransitie. De Haagse VVD vindt het goed dat er gekeken wordt naar manieren om te verduurzamen. Wel moet dit wat betreft de VVD met de gedachte: ‘wel groen, niet gek’. Basisvoorzieningen, waaronder warmte, moeten betaalbaar blijven voor Hagenaars. Uit de Kamerbrief van de minister van Klimaat en Groene Groei van 21 februari jl. en een artikel van Omroep West van 2 maart jl. blijkt dat de kosten voor WarmtelinQ fors hoger uitvallen dan eerder gedacht. Mogelijk worden 50.000 huizen in Zuid-Holland toch niet aangesloten op de warmte die deze verbinding gaat vervoeren. Dit roept vragen op over de financiële gevolgen voor de gemeente Den Haag en haar inwoners. 1.

Is het college bekend met het artikel van Omroep West ‘50.000 huizen mogelijk toch niet aangesloten op warmtenet, nieuwe pijpleiding wordt te duur’ van 2 maart jl. en de Kamerbrief van 21 februari jl. over de kostenraming voor WarmtelinQ?

Ja. 2.

Is het college het met de Haagse VVD eens dat de gestegen kosten een nieuwe tegenvaller is voor het WarmtelinQ-project? Is het college het met de Haagse VVD eens dat dit project onverantwoorde risico’s en onvoorspelbare (financiële) gevolgen bevat voor de gemeente Den Haag en Hagenaars? Graag een toelichting.

Het college kan begrijpen dat er tegenvallers zijn voor het WarmtelinQ-project. De gemeente Den Haag en Hagenaars investeren niet zelf in deze warmtetransportleiding. Het is een project van het Rijk. Als Haagse VVD hebben we ons eerder kritisch uitgelaten over WarmtelinQ. Zo maakt onze partij zich zorgen over onder andere de betaalbaarheid en keuze voor Hagenaars. Eenmaal aangesloten op een warmtenet met bron kunnen consumenten niet tussentijds wisselen van aanbieder, terwijl een contract een looptijd kan hebben tot wel 30 jaar. 3.

Is het college het met de Haagse VVD eens dat betaalbaarheid een keiharde voorwaarde is om Hagenaars de overstap naar duurzame warmte te laten maken? Kan het college toelichten wat het verstaat onder betaalbaarheid?

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10867636

Betaalbaarheid en de kostenverdeling van de overstap naar een aardgasvrije oplossing (voor een wijk), zijn essentieel om Hagenaars over te laten stappen naar duurzame warmte. Als college maken wij ons hier hard voor. We willen een aantrekkelijk aanbod voor alle Hagenaars die worden aangesloten op een warmtenet. Hierbij is het essentieel dat het Rijk dit beleid gaat vormgeven met juiste financiële prikkels. Het college wil graag aansluiten bij een landelijke definitie van betaalbaarheid, maar die is nog niet geformuleerd. Ook de Tweede Kamer maakt een belangrijk punt van de betaalbaarheid voor de bewoners. Voorafgaand aan de behandeling van de Wet collectieve warmte, wordt de Kamer nader geïnformeerd over aanvullend flankerend instrumentarium. Met algemene stemmen is een motie aangenomen, waarin de regering wordt verzocht nog voor de behandeling van de Wet collectieve warmte inzicht te verschaffen met concrete cijfers over de kosten voor verwarming van een doorsnee appartement en een doorsnee eengezinswoning. Dit om te beoordelen hoe voor de burger in de toekomst kan worden geborgd dat de overstap naar een warmtenet aantrekkelijk is ten opzichte van gas of waterpomp. Het kabinet verkent daarom welke beleidsopties nog overwogen kunnen worden om de overstap naar collectieve warmtenetten nog aantrekkelijker te maken.

De Autoriteit Consument & Markt krijgt een belangrijke rol om de betaalbaarheid te garanderen. In de Kamerbrief van minister Hermans van 21 februari 2025 stelt zij, dat een aantrekkelijke prijs voor de eindgebruiker een belangrijke randvoorwaarde blijft en de voortzetting van de ontwikkeling van WarmtelinQ+ essentieel is voor de warmtetransitie, het energiesysteem in Zuid-Holland en specifiek voor de regio Leiden. 4.

Is het college het met de Haagse VVD eens dat er risico’s voor de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van (het leveren van) warmte ontstaan wanneer er één grote aanbieder van warmte is voor de stad? Graag een toelichting.

WarmtelinQ is een regionale warmtetranssportbuis en geen aanbieder of eigenaar van de warmte die er doorheen stroomt. WarmtelinQ transporteert straks warmte via de warmtetransportleiding van een warmtebron naar een warmteoverdrachtstation (WOS) van een warmtebedrijf. Via een stadsverwarmingsnetwerk van dit warmtebedrijf, gekoppeld aan het WOS, wordt (rest)warmte geleverd aan de consument of ondernemer. Het college voorziet een situatie waarin meerdere warmtebronnen worden ingezet om warmtenetten te voeden. Dat zijn geothermie, restwarmte en mogelijk ook aquathermie. Als met het woord aanbieder een warmteleverancier wordt bedoeld, kan worden opgemerkt dat Den Haag met de voorbereiding bezig is van het oprichten van een (Haags) publiek integraal warmtebedrijf. Hierbij wordt bezien hoe publieke belangen en mogelijke gemeentelijke sturing goed kunnen worden geborgd. Dan is het wenselijk dat dit één partij is. Een publieke aanbieder met voldoende schaal draagt bij aan de betaalbaarheid. Daarnaast is betrouwbaarheid c.q. leveringszekerheid van de huidige netten geregeld via back-up installaties. 5.

Is het college het met de Haagse VVD eens dat de berichtgeving weer onderstreept dat marktwerking met meerdere lokale bronnen nodig is in de warmtemarkt? Deelt het college de zorgen van de Haagse VVD dat WarmtelinQ innovatie en de ontwikkeling van lokale bronnen kan verhinderen door ze uit de markt te drukken?

Nee, het college is niet van mening dat de berichtgeving onderstreept dat marktwerking met meerdere lokale bronnen nodig is, zoals hierboven uiteen wordt gezet. Ja, het college ziet een risico dat warmte uit de warmtetransportleiding WarmtelinQ eerst wordt ingezet en pas daarna warmte uit lokale bronnen. In de huidige geprivatiseerde warmtemarkt, kan het college hier niet of nauwelijks op sturen. Zowel lokale warmtebronnen als restwarmte zijn nodig in de energietransitie voor Den Haag. Ook kan WarmtelinQ worden benut om de ontwikkeling van warmtenetten te stimuleren.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10867636

6.

Welke keuze hebben Hagenaars om in de toekomst wel of niet aangesloten te worden op WarmtelinQ? Wordt er door het college uitgegaan van een bepaald aantal aansluitingen, en zo ja, om hoeveel huishoudens gaat het, waar in de stad en wanneer moeten ze zijn aangesloten?

Hagenaars hebben alle vrijheid om, nadat een aantrekkelijk aanbod is neergelegd, wel of niet te kiezen om aan te sluiten op een (nieuw) stadsverwarmingsnet, waarbij de mogelijkheid bestaat dat dit stadsverwarmingsnet is aangesloten op de warmtetransportleiding WarmtelinQ. De transitievisie warmte laat zien, dat aansluiten op een warmtenet voor ruim 100.000 woningen een goede optie is. 7.

Heeft het college contact met Gasunie, de provincie Zuid-Holland en andere betrokken partijen over hoe de kostenstijging van WarmtelinQ wordt opgevangen? Kan het college aangeven hoe wordt gezorgd dat de rekening niet bij huishoudens terechtkomt? Graag een toelichting.

WarmtelinQ ontvangt reeds subsidie van het ministerie van KGG en de provincie Zuid-Holland, waardoor de tarieven worden gedrukt en de onrendabele top wordt weggenomen. Bij de Miljoenennota, die wordt gepresenteerd op Prinsjesdag, zal bekend worden of het Rijk zal bijspringen in de kostenstijging waarmee WarmtelinQ te maken heeft. Ook de provincie Zuid-Holland zou hier mogelijk een rol in kunnen krijgen. De stijgende kosten van een bestaand warmtenet worden verdeeld onder de gebruikers van dit warmtenet. Op dit moment (voor invoering van de Wet collectieve warmte) is warmte niet gesocialiseerd (verdeeld over heel Nederland), zoals het elektriciteitsnet en gasnet. De stijgende kosten zijn dus voor rekening van enkel de gebruikers van dat net. 8.

Is het college het met de Haagse VVD eens dat het onacceptabel is dat Hagenaars (indirect) gaan opdraaien voor de extra aanlegkosten van WarmtelinQ of om een lager aantal aansluitingen te compenseren? Wat gaat het college doen om die garantie te krijgen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei?

Zie het antwoord op vraag 7. Er zijn geen signalen bij het college bekend dat Hagenaars extra moeten betalen voor de extra aanlegkosten van WarmtelinQ, dan wel dat er minder aansluitingen worden gerealiseerd. Verder wacht het college de besluitvorming van het Rijk af. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15391802/1