RIS321548 Beantwoording SV Vrouwen veilig op straat
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
8 april 2025 Ons kenmerk Onderwerp
BSD/10867001 RIS321548
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Mostert, luidend: 'Vrouwen veilig op straat'
Het raadslid mevrouw Mostert heeft op 5 maart 2025 een brief met daarin 7 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Jonge vrouwen in Nederland voelen zich massaal onveilig in de openbare ruimte. Treinstations, het openbaar vervoer, uitgaansgebieden, parken en bossen zijn voorbeelden van plekken waar veel vrouwen zich niet veilig voelen. Maar liefst 61% van de 12-25-jarige vrouwen geeft aan zich wel eens onveilig te voelen – meer dan twee keer zoveel als bij de mannen. In stedelijke gebieden krijgt drie op de vier vrouwen te maken met straatintimidatie, op het platteland gaat het om twee op de vier. De helft van de vrouwen voelt zich genoodzaakt hun gedrag aan te passen om zich buiten veiliger te voelen. Het gaat hier niet om een individueel probleem van vrouwen, maar om een hardnekkig probleem in onze maatschappij. Zolang vrouwen niet vrij en onbezorgd de straat op kunnen, kunnen we niet spreken van een vrije samenleving. 1)
In hoeverre heeft het college zicht op plekken binnen onze gemeente die door vrouwen als onveilig worden ervaren? Kan het college een onderzoek opstarten om te achterhalen welke plekken binnen de gemeente als onveilig worden ervaren? Bijvoorbeeld door vrouwen de mogelijkheid te geven deze plekken online aan te dragen?
Het college heeft locaties geïnventariseerd die als onveilig worden ervaren, onder andere via het stadsbrede onderzoek naar straatintimidatie. In dit onderzoek werd gevraagd op welke plekken mensen intimidatie hebben ervaren. De resultaten hiervan zijn weergegeven op een digitale kaart, die te vinden is op denhaag.nl/straatintimidatie. Het meldpunt straatintimidatie was oorspronkelijk bedoeld om deze informatie verder aan te vullen met meldingen, maar het aantal meldingen bleek hiervoor onvoldoende. Daarom wordt vanaf dit jaar de vraag naar onveilige locaties opgenomen in de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor. Hierdoor wordt elke twee jaar een nieuwe kaart gegenereerd, die een actueel beeld geeft van de ervaren onveiligheid door vrouwen (en queerpersonen) in de gemeente.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10867001
2)
Welke maatregelen neemt het college momenteel rondom treinstations en tram- en bushaltes om de veiligheid van vrouwen te waarborgen?
Het college zet proactief en reactief in op de algemene veiligheid op en rondom treinstations, tram- en bushaltes, door nauwe samenwerking met partners binnen het Lokaal Veiligheidsarrangement. Binnen dit samenwerkingsverband, tussen de gemeente, politie, NS, RET en de HTM, worden afspraken gemaakt over toezicht, handhaving en gezamenlijke interventies, om overlast, criminaliteit en onveilige situaties in een rondom het openbaar vervoer aan te pakken. Zo levert NS bijvoorbeeld ieder kwartaal een Veiligheidsmonitor op, waarin de veiligheidsbeleving van reizigers wordt gemeten. Deze gegevens helpen om gerichte maatregelen te nemen. Hoewel er momenteel geen specifieke maatregelen gericht zijn op de veiligheid van vrouwen, dragen de integrale interventies en de inzet hier wel aan bij. Daarnaast heeft HTM zelf geïnvesteerd in cameratoezicht in het openbaar vervoer en bij bus- en tramhaltes. HMT doet ook onderzoek naar de beleving van vrouwen in het openbaar vervoer een deelt deze bevindingen in het Lokaal Veiligheidsarrangement. Nieuwe, innovatieve maatregelen, die bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid(sbeleving), worden meegenomen in de aanpak. 3)
Kan het college aangeven hoe het gaat met de voortgang en uitvoering van de toegezegde aanpassingen bij station Moerwijk?
Er zijn verschillende avondschouwrondes gelopen in de omgeving rond station Moerwijk. Naar aanleiding hiervan, is de verlichting op verschillende plekken verbeterd, zijn er waar nodig extra lichtmasten geplaatst en wordt de schaduwwerking van bomen tegengegaan, door regelmatiger te snoeien rondom de verlichting. In Q3 2025 gaat de gemeente door met deze aanpak, om de sociale veiligheid in een groter gebied rondom het station te verbeteren. 4)
Is het college bereid als gemeente aan te sluiten bij een nieuwe pilot om buitengewoon opsporingsambtenaren ook handelingsbevoegdheid te geven om op te treden tegen straatintimidatie?
Op dit moment is het zo dat de strafbaarstelling van seksuele intimidatie in het openbaar (artikel 429ter Sr.) nog niet is opgenomen in de BOA-domeinenlijst van domein I. Dit betekent, dat de handhavers van de gemeente Den Haag op dit moment niet bevoegd zijn om op te treden tegen seksuele intimidatie in de openbare ruimte en dergelijke strafbare feiten op te sporen. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid zal tot begin van volgend jaar de strafbaarstelling van seksuele intimidatie evalueren, waarbij centraal staat hoe de handhaving in de praktijk verloopt en welke resultaten dit oplevert. Specifiek voor de handhaving door BOA’s wordt onderzocht welke randvoorwaarden er moeten zijn om dit verbod in de toekomst ook door BOA's in andere gemeenten te kunnen laten handhaven. Het college volgt de ontwikkelingen van de pilot met belangstelling en afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie, zal het college kijken of en hoe de handhavers handelingsbevoegd kunnen worden gemaakt.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10867001
5)
Is het college bereid jonge vrouwen vaker te betrekken bij nieuwe stadsontwerpen, bijvoorbeeld door hen online of fysiek mee te laten kijken en hun mening over een ontwerp mee te wegen?
Samen stadmaken kan alleen door alle verschillende doelgroepen te betrekken. Hierbij zijn sommige groepen van nature meer aanwezig en/of georganiseerd, in bijvoorbeeld wijkberaden of -organisaties. Het bereiken van met name jonge vrouwen vergt meer zorgvuldigheid, tijd en aandacht. Maar ook het opbouwen van een relatie waarin zij zich veilig voelen om hun mening te geven. Veiligheid in de publieke ruimte is voor deze doelgroep vaak een gevoelig onderwerp. In het (nog af te ronden) onderzoeksproject dat recent heeft plaatsgevonden met onderzoeker Linda Zuijderwijk (van het onderzoek Ruimte voor Meiden op Zuid), zijn er verschillende vormen van participatie toegepast en getest; hieruit zijn ook lessons learned naar voren gekomen. Er hebben onder andere straatinterviews plaatsgevonden, er is een nachtelijke schouw gedaan en er is met een groep ervaringsdeskundigen een aantal diepte-interviews gehouden. Hieruit komen meerdere bevindingen en daaruit zullen conclusies getrokken worden. Deze conclusies krijgen een plaats in het (nog af te ronden) onderzoek. Dit project fungeert als pilot voor soortgelijke initiatieven in de stad. Er wordt niet alleen gekeken naar de fysieke maatregelen die stadsbreed kunnen worden toegepast, maar er worden ook lessen geleerd uit het proces. Van het bereiken van de doelgroep, tot het aanzetten tot participeren.
Het zou interessant zijn hier met nieuwe participatietrajecten kennis van te nemen. Dit zou met name met ontwerpen voor de openbare ruimte wenselijk zijn. Daarnaast werkt de gemeente voor de sociale veiligheid van vrouwen, in het kader van het plan van aanpak 'Samen Tegen Straatintimidatie' (RIS310689), nauw samen met landelijke organisaties zoals Stop Straatintimidatie, Fair Space, en Sex Matters, evenals lokale emancipatieorganisaties en netwerken. 6)
Is het college bereid bij nieuwe projecten de vijf ontwerpprincipes uit het onderzoek ‘ruimte voor meiden’ mee te nemen om de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte te verbeteren? Zo nee, waarom niet?
Het eerder benoemde onderzoeksproject naar de veiligheidsbeleving rondom station HS, is uitgevoerd door dezelfde hoofdonderzoeker als het onderzoek 'Ruimte voor Meiden'. De eerste uitkomsten van het Haagse onderzoek zijn erg vergelijkbaar met het onderzoek uit Rotterdam. In dit onderzoek gaan we zelfs verder dan ontwerpprincipes, door deze te vertalen naar concrete quick wins en specifieke aanbevelingen voor het onderzoeksgebied op de langere termijn. Met het onderzoeksproject zoeken we draagvlak voor het toevoegen van meer (genderinclusieve) ontwerpprincipes voor de gehele stad en onderzoeken manieren om dit te verder te verankeren in de organisatie. We wachten de definitieve onderzoeksresultaten af van de Haagse variant op Ruimte voor Meiden; in samenwerking met Haagse jonge vrouwen. 7)
Is het college bereid deze schriftelijke vragen te beantwoorden voor het debat van 20 maart 2025 over straatintimidatie?
Het college beantwoordt de schriftelijke vragen binnen de gestelde termijn van vier weken. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3