CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321541 Bijlage 10 Onderzoek stikstofeffecten

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning onderstation Den Haag Noord (RIS321541)1.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIESNOTA

KENMERK PROJECTNUMMER STATUS ONDERWERP DATUM

A90--HS-ADV-24007579 M0005335 Vrijgegeven Stikstofonderzoek - realisatie onderstation Den Haag Noord 30 september 2024

AANLEIDING ProRail is bezig met het uitvoeren van Programma Tractie-Energievoorzieningsnet. Te Den Haag Noord dient hiervoor een bestaand 1500V onderstation gefaseerd gesloopt en op dezelfde locatie nieuw opgebouwd te worden. In de bestaande situatie bevinden zich nu: tractietransformatoren, tractiegelijkrichters, kabels en leidingen en verdeelinrichtingen. Deze worden in fasen overgenomen in de (meer compacte) nieuwbouw. Voor de sloop en nieuwbouw van het onderstation heeft ProRail Movares gevraagd een AERIUS berekening naar stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden uit te voeren. DOEL Voor het project dient te worden onderzocht of het als gevolg van stikstofdepositie een vergunning plichtige “Natura 2000-activiteit” is zoals gedefinieerd binnen de kaders van de Omgevingswet. Dit is aan de orde als het project leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden welke kan leiden tot significante negatieve effecten. In deze adviesnota is het uitgevoerde onderzoek beschreven en is aangegeven of het project mogelijk een vergunning plichtige “Natura 2000-activiteit” is. AANPAK Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS versie 2024 (www.aerius.nl).

Hierin worden de verschillende bronnen ingevoerd waarna AERIUS de stikstofdepositie berekend op N2000-gebieden op basis van stikstof- en ammoniakemissie (NOx en NH3). In AERIUS zijn de meest recente gegevens opgenomen wat betreft uitstoot van emissie veroorzakende activiteiten, verspreiding van emissie en aanwezige natuurwaarden. In het onderzoek worden alle bronnen beschouwd die stikstofuitstoot met zich meebrengen. Dit zijn alle werkzaamheden en bewegingen waarbij gebruik wordt gemaakt van verbrandingsprocessen. Bij een stikstofonderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen de realisatiefase en de gebruiksfase. Omdat er op de huidige locatie reeds een onderstation aanwezig is waar, ten behoeve van regulier onderhoud, verkeersbewegingen plaatsvinden, en het aantal verkeersbewegingen ten behoeve van onderhoud beperkt zullen zijn, zal er in de gebruiksfase geen aanvullende stikstofemissie optreden. Hierom is enkel de emissie in de realisatiefase beoordeeld.

A90--HS-ADV-24007579 / Vrijgegeven

1/6

ADVIESNOTA

LIGGING PLANGEBIED EN ONTSLUITINGSROUTE Het plangebied bevindt zich aan de Rijstveld te Den Haag in de provincie ZuidHolland langs het spoor. In Figuur 1 is de ligging van het plangebied en de ontsluitingsroute weergegeven.

Figuur 1. Visuele weergave van het plangebied (zwarte vlak) en de ontsluitingsroutes (paarse lijn)

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het gebied Meijendel & Berkenheide op ca. 3,2 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Het gebied dat daarna het dichtstbij gelegen is betreft het gebied Westduinpark & Wapendal ten westen op ca. 6,1 kilometer. Beide gebieden zijn aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn; in beide gebieden zijn stikstofgevoelige habitattypen en/of soorten aanwezig die overbelast zijn. Ten noordoosten van het plangebied op ca. 12,7 kilometer is gebied De Wilck gelegen. Dit gebied is aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn en kent geen overbelasting met betrekking tot stikstof. In Figuur 2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weergegeven.

A90--HS-ADV-24007579 / Vrijgegeven

2/6

ADVIESNOTA

Figuur 2. Het plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden

UITGANGSPUNTEN EN INVOERGEGEVENS De stikstof- en ammoniakemissie die optreedt tijdens de realisatiefase is gebaseerd op een opgaaf zoals vastgesteld door een bouwkundige en afgestemd met de opdrachtgever. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen emissie die vrijkomt als gevolg van materieel op de bouwplaats enerzijds en emissie die vrijkomt als gevolg van bouwverkeer (zwaar vrachtverkeer, middelzwaar vrachtverkeer en licht verkeer/personenvervoer) van en naar de bouwplaats anderzijds. Materieel op de bouwlocatie Het materieel dat nodig is voor de realisatie van het project is onderverdeeld naar de verschillende activiteiten waarvoor het materieel wordt gebruikt. De relevante specificaties van het materieel, zoals het vermogen en brandstofverbruik zijn vastgesteld door een deskundige en afgestemd met de opdrachtgever. Op basis van deze inputgegevens is het materieel vervolgens in AERIUS ingevoerd als ‘mobiele werktuigen’ in de categorie ‘bouw, industrie en delfstoffenwinning’. De invoergegevens met betrekking tot materieelinzet zijn weergegeven in Tabel 1.

A90--HS-ADV-24007579 / Vrijgegeven

3/6

ADVIESNOTA

Tabel 1. Specificaties materieel realisatiefase

Amoveren en bouwen onderstation Materieel

Type werkzaamheden

Stage-

Vermogen

Draai-

Brandstof-

AdBlue-

klasse

(kW)

uren

verbruik

verbruik

(l/j) Graafmachine

Sloop en verwijderen fundering

IV

200

350

2.485

149

Bulldozer

Uitvlakken terrein na sloop

IV

60

40

400

24

Mobiele kraan

Bouw nieuwe units

IV

350

200

2.400

144

Lichte heistelling

Aanbrengen schroefpalen

IV

200

16

114

6

Verreiker

Bouwwerkzaamheden

IV

115

20

142

8

Dumper /

Bouwwerkzaamheden aanvoer

IV

215

56

588

35

vrachtwagen

materialen en afvoer slooppuin

Bemaling, pomp

Bemaling tijdens

IV

60

550

2.750

165

bouwwerkzaamheden

Bouwverkeer Het verkeer dat ten behoeve van het project zal gaan rijden, rijdt vanaf de projectlocatie aan de zuidwestzijde de Rijstkamp op. Vanaf de Rijstkamp rijdt het verkeer de Boekweitkamp op in zuidwestelijke richting. De Boekweitkamp gaat over in de IJsclubweg en vervolgens in de Schenkkade. Vanaf de Schenkkade gaat het verkeer de Laan van Nieuw-Oost-Indië op. Omdat de Laan van Nieuw-Oost-Indië een drukke doorgaande weg binnen Den Haag is waar per etmaal op basis van de CIMLK-monitoringstool circa 114 bewegingen zwaar verkeer, circa 400 bewegingen middelzwaar verkeer en circa 7.500 bewegingen licht verkeer plaatsvinden is als uitgangspunt gehanteerd dat het verkeer ten behoeve van de realisatiefase (172 bewegingen zwaar verkeer, 6 bewegingen middelzwaar verkeer en 1.186 bewegingen licht verkeer per jaar) vanaf de Laan van Nieuw-Oost-Indië opgaat in het heersende verkeer. In Figuur 1 en in de AERIUS-uitvoer (zie Bijlage 1) is de gemodelleerde route afgebeeld. Verkeersbewegingen zijn hierbij ingevoerd als verkeer binnen de bebouwde kom met een percentage van 0 in file. In Tabel 2 zijn de gegevens van het verkeer ook opgenomen. Tabel 2. Bouwverkeer ten behoeve van de werkzaamheden

Ontsluitingsroute, werkzaamheden onderstation – Laan van Nieuw-Oost-Indië Type Zwaar vrachtverkeer Middelzwaar vrachtverkeer Licht verkeer

Aantal verkeersbewegingen (j) 172 6 1.186

Voor het werkverkeer dat vertrekt is een koude start gemodelleerd op de locatie van het werkterrein. Voor het verkeer dat aankomt is dit niet van toepassing. Dit betekent dat de koude start voor de helft van het verkeer is gemodelleerd.

A90--HS-ADV-24007579 / Vrijgegeven

4/6

ADVIESNOTA

WIJZE VAN ONDERZOEK De berekening is uitgevoerd met het rekenmodel AERIUS, versie 2024. Hierin zijn gegevens verwerkt met betrekking tot emissiemodellen, achtergrondwaarden en habitattypen. Voor de invoer in AERIUS zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Het rekenjaar (jaar van uitvoering) is vastgesteld op 2025; - De activiteiten tijdens de realisatiefase (materieel) zijn gemodelleerd op het gehele plangebied; - Verkeer ten behoeve van de realisatiefase is ingevoerd als verkeer binnen de bebouwde kom; - Brandstofverbruik is naar boven afgerond; - AdBlue verbruik is naar beneden afgerond; - Omdat er momenteel reeds een onderstation op de locatie aanwezig is waar verkeersbewegingen ten behoeve van regulier onderhoud plaatsvinden, en er in de gebruiksfase in beperkte mate vervoersbewegingen voor onderhoud nodig zullen zijn, is het uitgangspunt dat er geen extra stikstofemissie in de gebruiksfase optreedt. In de bijlage met AERIUS-uitvoer is de precieze wijze van invoer verder opgenomen. RESULTAAT Uit de berekening met het AERIUS model versie 2024 blijkt dat de werkzaamheden ten behoeve van het realiseren van het onderstation te Den Haag Noord voor het rekenjaar 2025 niet zal leiden tot een toename in stikstofdepositie in Natura 2000gebieden. De volledige AERIUS-uitvoer is terug te vinden in bijlage 1.

CONCLUSIES Uit de berekening met het AERIUS model versie 2024 blijkt dat er, als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden, geen toename in stikstofdepositie optreedt op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of soorten die (bijna) overbelast zijn. Negatieve effecten door stikstofdepositie als gevolg van de realisatiefase kunnen op basis van de AERIUS berekening worden uitgesloten. Een vervolgonderzoek is niet nodig.

A90--HS-ADV-24007579 / Vrijgegeven

5/6

ADVIESNOTA

Bijlage 1 Uitvoer AERIUS berekening

A90--HS-ADV-24007579 / Vrijgegeven

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15241701/1