RIS321453 Afdoening motie Geen kind op straat
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
OCW/10865839 RIS321453 Contactpersoon
Sjoerd van der Luijt Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
8 april 2025
sjoerd.vanderluijt@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Geen kind op straat’
Uw raad heeft, tijdens het themadebat over dakloosheid op 13 februari 2025, de door het raadslid mevrouw Klokkenburg-Reedeker, ingediende motie ‘Geen kind op straat’ (RIS321453) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: • Den Haag het beleidsprincipe 'geen kind op straat' hanteert in het beleidskader “Den Haag geeft Thuis” (RIS316085); • het college van plan is om van de huidige werkwijze af te wijken, zoals verwoord in de brief Toegang tot gezinsopvang (RIS 320151) “een gezin dat Wmo-gerechtigd is wordt altijd toegelaten in de opvang tenzij dit niet in het belang van het kind is en als een gezin niet-Wmo gerechtigd is, het gezin in principe niet wordt toegelaten, tenzij dit noodzakelijk wordt geacht in het belang van het kind, bijvoorbeeld omdat de veiligheid en ontwikkeling van een kind in het geding is.”; • het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) stelt dat bij alle maatregelen betreffende kinderen het belang van het kind een eerste overweging moet zijn (artikel 3) waarbij recht moet worden gedaan aan een toereikende levensstandaard, waar ook het recht op onderdak (artikel 27) en het recht op gezinsleven (artikel 9) onder vallen; Overwegende, dat: • de kosten voor gezinsopvang zijn toegenomen, van 1 miljoen euro in 2022 tot 9,3 miljoen euro in 2024; • de
belangrijkste reden van deze kostenstijging niet enkel de toename van gezinnen is, maar met name de duur en de locatie (hotels) van de gezinsopvang; • de wethouder in het commissiedebat aangaf dat er 5fte extra wordt vrijgemaakt bovenop de huidige 10fte voor de doorstroom en begeleiding van gezinnen in de gezinsopvang om de kosten omlaag te brengen, maar dit nergens in de brief wordt vermeld of toegelicht; • de wethouder ook aangaf dat hoewel langdurige opvang in een hotel voor een kind geen ideale oplossing is, dit wel beter is voor een kind dan op straat; • de wethouder benadrukte dat er geen kinderen op straat komen te slapen maar dat gekeken wordt naar alternatieven voor gezinsopvang;
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10865839
• •
•
in de brief en de richtlijn niet helder is wat in plaats van opvang een passend alternatief is voor een kind en ook onduidelijkheid bestaat of deze alternatieven überhaupt beschikbaar zijn; de kinderombudsman een handreiking voor professionals 'het beste besluit voor het kind' heeft gemaakt waarin o.a. is opgenomen dat een kind moet worden gehoord bij een besluit en dat dat niet een inspanningsverplichting is, zoals nu wel opgenomen in de Richtlijn toegang tot gezinsopvang (RIS320151); de richtlijn niet expliciteert dat kinderen niet van hun ouders mogen worden gescheiden;
Verzoekt het college: • het principe geen kind op straat niet los te laten noch te herzien; • in een brief helder uiteen te zetten wat de beoogde wijzigingen op het beleid van toegang tot de gezinsopvang wél zijn; • hierin ten minste aan te geven hoe ervoor wordt gezorgd dat kinderen niet op straat belanden, hoe de extra begeleiding gaat zorgen voor snellere doorstroming en uitstroom uit de gezinsopvang, in kaart te brengen welke alternatieven voor gezinsopvang er zijn, wat van deze alternatieven de beschikbaarheid is en wat de financiële gevolgen van deze beoogde beleidswijzigingen zullen zijn; • ook aan te geven hoe de belangen van het kind bij de keuze voor een alternatief voor gezinsopvang worden gewogen, hoe geborgd wordt dat ouder(s) en kind niet van elkaar gescheiden worden; • te borgen dat kinderen te allen tijde gehoord worden in een voorgenomen besluit en de Richtlijn toegang tot gezinsopvang op dit gedeelte aan te passen conform de handreiking voor professionals 'het beste besluit voor het kind' van de kinderombudsman; • de raad hier uiterlijk voor het meireces 2025 over te informeren,
Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: Het principe ‘Geen kind op straat’ blijft van kracht en wordt niet herzien. Het college heeft wel de werkwijze bij het daklozenloket aangepast, om de volgende redenen: • Sinds 2022 zien we de toestroom van dakloze gezinnen in Den Haag toenemen. Gezien de hoge instroom en het tekort aan opvangplekken was het daklozenloket vooral gericht op het plaatsen van gezinnen in hotels. De hoge instroom zorgde er ook voor dat de kosten van gezinsopvang opliepen van €1 miljoen in 2022 naar rond de €10 miljoen in 2024. Bij het plaatsen van gezinnen in hotels werd het belang van het kind onvoldoende meegewogen en de mogelijkheid tot alternatieve vormen van huisvesting (die meer in het belang van het kind zouden kunnen zijn) werd niet voldoende onderzocht. • De toename van het aantal gezinnen in hotels zorgde er ook voor dat het casemanagement niet goed in staat was om de gezinnen intensief te begeleiden. • Jurisprudentie uit 2023 verplicht het daklozenloket om tijdens een Wmo-onderzoek niet enkel te toetsen of er sprake is van zelfredzaamheid van een gezin, maar ook het belang van het kind mee te wegen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10865839
Om de hierboven genoemde redenen is de ‘Richtlijn toegang tot gezinsopvang’ herschreven, waarbij het principe ‘Geen kind op straat’ van kracht blijft. De nieuwe ‘Richtlijn toegang tot gezinsopvang’ stelt de (extra) casemanagers van het daklozenloket in staat om beter te onderzoeken waardoor gezinnen dakloos zijn geworden, en tevens het belang van het kind mee te wegen in het al dan niet verkrijgen van toegang tot de gezinsopvang. Het daklozenloket spreekt de gezinnen daarom ook aan op hun eigen verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar alternatieve vormen van huisvesting, als dat in het belang van hun kind(eren) is. De nieuwe ‘Richtlijn toegang tot gezinsopvang’ beoogt enkel een scherpere afbakening van de toelatingscriteria waarbij ook alternatieve vormen van huisvesting worden onderzocht, ofwel: • gezinnen met Wmo-indicatie worden in principe toegelaten tot de gezinsopvang, tenzij het aantoonbaar niet in het belang van het kind is (Hierbij geldt een toetsing op veiligheid, ontwikkelingskansen en stabiliteit voor het kind); • gezinnen zonder Wmo-indicatie worden alleen toegelaten tot de opvang als dit in het belang van het kind is. (Hierbij geldt ook een toetsing op veiligheid, ontwikkelingskansen en stabiliteit voor het kind). Het college handelt daarmee nog steeds overeenkomstig artikel 3 en 27 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK).
Bij het daklozenloket wordt dit jaar boven op de huidige 10fte nog eens 5fte extra casemanagers aangenomen voor de implementatie en uitvoering van de nieuwe ‘Richtlijn toegang tot gezinsopvang’ en extra focus op de in-, door- en uitstroom van gezinnen, zodat samen met het gezin passende huisvesting wordt gerealiseerd. Onder passende huisvesting verstaan wij naast tijdelijke opvang in Den Haag ook het verblijf in eigen netwerk, of het verhuizen naar een regio of land waar er een grotere kans is op het vinden van stabiele huisvesting. Het daklozenloket biedt per gezin maatwerk. Ook worden gezinnen, waar naast dakloosheid ook (veel) andere zaken spelen, in de opvang ondersteund door sociaal beheerders. Zij zorgen ervoor dat gezinnen snel passende hulp ontvangen, zoals opvoedondersteuning, hulp bij het vinden van werk, schuldhulpverlening etc., en gestimuleerd worden tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid in het vinden van passende huisvesting. Deze begeleiding breiden we uit waar nodig in samenspraak met de casemanagers. Momenteel wordt de door- en uitstroom van gezinnen in de opvang helaas ook bemoeilijkt door krapte op de woningmarkt. Door middel van afspraken met de woningcorporaties willen we meer uitstroom naar sociale huurwoningen organiseren.
En door afspraken te maken over het voorkomen van huisuitzettingen en het niet toepassen van de kostendelersnorm – zodat gezinnen makkelijker in eigen netwerk kunnen verblijven – willen we de instroom bij het daklozenloket verminderen. Het college zet in op het vinden van een goedkopere vaste locatie anders dan hotels om gezinnen op te kunnen vangen. Ook loopt er op dit moment een aanbesteding voor het organiseren van gezinsopvang in hotels met vaste tariefafspraken. Middels een zogenaamd dashboard, dat deze zomer gereed is, komt er betere inzage in de cijfers van in-, door- en uitstroom en wordt meer inzichtelijk wat het effect van voornoemde maatregelen is. We verwachten de kosten in 2025 door de hierboven genomen maatregelen te kunnen stabiliseren en hopelijk te kunnen ombuigen. Dit is noodzakelijk omdat de oplopende kosten andere ambities binnen de maatschappelijke opvang verdrukken. Hierover wordt de raad voor de zomer geïnformeerd in de voortgangsrapportage van het beleidskader “Den Haag geeft Thuis”.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10865839
Ouders en kind worden nooit gescheiden door een vraag naar gezinsopvang. De belangen van het kind worden structureel meegenomen tijdens het Wmo-onderzoek. Bij zorgen over de veiligheid of het welzijn van het kind wordt de meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld gehanteerd. De handreiking ‘het beste besluit voor het kind’ van de Kinderombudsman is opgenomen in de Richtlijn toegang tot gezinsopvang. Gedurende de onderzoeksfase naar gezinsopvang spant de casemanager van de gemeente Den Haag zich in om kinderen vanaf 12 jaar te spreken. Kinderen zijn niet verplicht tot een gesprek; zij en hun ouders hebben de vrijheid dit te weigeren. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4