RIS321434 Bijlage reflectie BZK Geredigeerd
Tekst van het document
3\ Informatie Belleer/
-IB 'AjZ'
1 6 APR 2025
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
OntvangeE. > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag t.a.v. , Directeur Bestuurszaken Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
DG Openbaar Bestuur & Democr Rechtsstaat
DGOBDR-D&B-Inrichting Openbaar Bestuur
Turfmarkt 147 2511 OP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Contactpersoon
Beleidsmedewerker
Datum Betreft
16 april 2025 Reactie op brief over reikwijdte art. 89 lid 2 Gemeentewet
info.openbaarbestuur<a>minbzk ,nl Onze referentie
Geachte mevrouw
2025-0000263448
,
Uw referentie
Bij brief van 7 maart 2025 heeft u het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzocht om een schriftelijke reflectie op de reikwijdte van artikel 89 lid 2 van de Gemeentewet, meer specifiek de vraag of ook burgers onder de in deze bepaling vastgelegde verplichting tot geheimhouding vallen. Dit verzoek doet u naar aanleiding van een door de gemeenteraad van Den Haag aangenomen motie. Ik heb kennisgenomen van dit verzoek. Hoewel ik er begrip voor heb dat deze nieuwe bepalingen in de praktijk vragen kunnen oproepen, is het niet aan mij om in een concreet geval stelling te nemen bij een gemeentelijke aangelegenheid. Hierdoor ben ik in beginsel terughoudend als het gaat om verzoeken zoals deze. Om enigszins tegemoet te komen aan de informatiebehoefte die blijkt uit het verzoek geef ik in deze brief, bij uitzondering, een meer algemene duiding over de betreffende bepaling(en) in de Gemeentewet waarbij de verdere invulling aan het gemeentebestuur is. Algemene duiding
In de door mijn voorganger uitgebrachte circulaire over geheimhouding in de Gemeentewet treft u meer informatie aan over de nieuwe bepalingen.1 In algemene zin kan ik opmerken dat het verstrekken van geheime informatie aan de raad onverlet laat dat het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd deze geheime informatie hieraan voorafgaand nog aan anderen kan verstrekken, mits de geheimhouding daarmee niet materieel wordt opgeheven.
Zodra de geheime informatie is gedeeld met de raad, is alleen de raad nog bevoegd om de informatie met anderen te delen dan waarmee deze informatie reeds was gedeeld. Bij deze anderen gaat het om anderen dan de organen van het gemeentebestuur, daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan fractieondersteuners of duo-raadsleden. Ook is het - ten aanzien van geheime stukken die met de raad zijn gedeeld - aan de raad om eventueel nadere regels te stellen over bijvoorbeeld het uitbreiden van de kring van geheimhouders. Dit kan bijvoorbeeld per verordening. 1 Circulaire - toelichting wijzigingen omtrei functioneren decentraal bestuur | Circulair
■nhoudinq in de V Politieke ambtsdraqe
bevorderen integriteit en
Pagina 1 van 2
DG Openbaar Bestuur & Democr Rechtsstaat
DGOBDR-D&B-Inrichting Openbaar Bestuur
Te denken valt aan een algemene of specifieke machtiging van de raad waarbij de raad vastlegt in welke gevallen bijvoorbeeld het college geheime informatie ook nog met anderen kan delen nadat deze informatie aan de raad is verstrekt en onder welke voorwaarden dit dient te gebeuren.
Datum
16 april 2025 Onze referentie
2025-0000263448
Uiteindelijk is het de raad die, middels een verordening dan wel op een andere manier, diens werkwijze ten aanzien van geheimhouding en de kring van geheimhouders vaststelt.
In deze circulaire ziet u ook dat de bepalingen in de Gemeentewet in de eerste plaats zien op de verhoudingen tussen de gemeentelijke organen onderling. Daarnaast regelt artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht dat voor anderen mogelijk een geheimhoudingsplicht geldt op grond van dit artikel. Voor meer informatie over dit onderwerp wijs ik u op de bijbehorende toelichting en parlementaire behandeling alsook de eerder door mij benoemde circulaire.
Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, namens deze,
Directeur Democratie en Bestuur
Pagina 2 van 2