RIS321414 Bijlage Juridisch Advies Van der Feltz advocaten - geredigeerd
Tekst van het document
bewonersbrief geen melding gedaan.
3.
Juridisch kader
3.1.
Ingevolge art. 87 Gemeentewet, zoals dit luidt sinds 1 april 2023, kan o.a. het college op grond van een belang, genoemd in art. 5.1 lid 1 en lid 2 van de Wet open overheid (“Woo”), een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust.
3.2.
In art. 5.1 lid 2 onder e van de Woo wordt als belang genoemd: de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
3.3.
Op grond van art. 88 lid 2 Gemeentewet kan het college informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan o.a. de raad.
3.4.
Op grond van art. 88 lid 6 tweede zin Gemeentewet kan de raad regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door o.a. het college en die tevens aan de raad is verstrekt. Dit heeft de gemeenteraad door vaststelling van de Leidraad geheimhouding Den Haag 2023.
3.5.
Art. 9 van de Leidraad bepaalt als volgt:
“Artikel 9 Verstrekken geheime informatie die met de raad is gedeeld Het college of de burgemeester kan geheime informatie, ook nadat deze informatie onder geheimhouding is verstrekt aan de raad, aan anderen verstrekken. Daarbij geldt als randvoorwaarde dat verstrekking noodzakelijk is in het kader van het dagelijks bestuur van de gemeente (bijvoorbeeld wanneer de informatie gedeeld moet worden in het kader van een rechtszaak of ten behoeve van een onderzoek door de rekenkamer of de accountantsdienst).” 3.6.
Deze regeling sluit aan bij hetgeen in de parlementaire geschiedenis wordt opgemerkt. Overigens blijkt daaruit niet wanneer wordt voldaan aan het criterium dat verstrekking noodzakelijk is het in het kader van het dagelijks bestuur van de Gemeente. (Kamerstukken II 2019/20, 35546, nr. 3, p. 19). Het college heeft daarbij derhalve beoordelingsruimte en beleidsvrijheid.
3.7.
Ingevolge art. 89 lid 1 Gemeentewet wordt een verplichting tot geheimhouding vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt.
3/6
wordt geacht rechtmatig te zijn zowel qua inhoud als qua wijze van totstandkoming. N.B. De indiening van een initiatiefvoorstel van een raadslid om de geheimhouding op te heffen is niet (van rechtswege) aan te merken als een bezwaar tegen de opgelegde geheimhouding. Kennelijk wordt gepoogd om de raad te laten besluiten de geheimhouding op grond van art. 89 lid 4 Gemeentewet op te heffen. Dit voorstel staat binnenkort op de agenda van de raad. Dit betekent echter niet dat dit voorstel zelf moet worden gezien als formeel bezwaar tegen de opgelegde geheimhouding. Omgekeerd geldt op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak wel, dat een tijdig ingediend bezwaarschrift tegen opgelegde geheimhouding tevens geldt als verzoek om opheffing van de geheimhouding. Er is hier echter geen (tijdig) bezwaarschrift ingediend en dus gaat die regel niet op. 4.7.
Omdat de vertrouwelijke verstrekking van informatie aan direct omwonenden onderdeel vormt van (c.q. ligt besloten in) het collegebesluit, kan daarover niet meer met succes geklaagd worden. Dat had in een eventuele bezwaarprocedure moeten gebeuren.
4.8.
De verstrekking van de informatie aan de omwonenden, die op vertrouwelijke basis plaatsvond, is dus rechtmatig. Zij vormt geen schending van de opgelegde geheimhouding.
4.9.
Wel is de vraag of de wijze waarop de omwonenden zijn geïnformeerd, conform de Gemeentewet heeft plaatsgevonden. Door de omwonenden alleen te verzoeken om vertrouwelijk om te gaan met de informatie, zijn zij niet op de voorgeschreven wijze geïnformeerd over het bestaan van de opgelegde geheimhouding.
4.10.
Het gaat hier echter om een feitelijke uitvoeringshandeling die de rechtsgeldigheid van het genomen besluit niet kan aantasten.
4.11.
Nu het informeren van de bewoners ligt besloten in het collegebesluit en zijn grondslag vindt in art. 9 Leidraad, kan dit er evenmin toe leiden dat alsnog sprake zou zijn van schending van de opgelegde geheimhouding.
5/6
5.
Conclusie
5.1.
Ten aanzien van het collegebesluit c.q. de raadsmededeling is op goede gronden en overeenkomstig art. 87 Gemeentewet en art. 5.1 lid 2 onder e Woo geheimhouding opgelegd. In het collegebesluit is uitdrukkelijk genoemd dat informatie zal worden verstrekt aan de direct omwonenden.
5.2.
Hiermee heeft het college gebruik gemaakt van de aan haar op grond van art. 88 lid 6 Gemeentewet en art. 9 Leidraad geheimhouding 2023 toekomende bevoegdheid om geheime informatie aan anderen dan de raad te verstrekken, indien dat noodzakelijk is in het kader van het dagelijks bestuur van de Gemeente.
5.3.
Er is daarom geen sprake van schending van de opgelegde geheimhouding door de informatie te delen met direct omwonenden.
5.4.
Het collegebesluit heeft formele rechtskracht verkregen. Belanghebbenden die zich niet met het besluit konden verenigen, hadden dat binnen de zeswekentermijn moeten doen.
5.5.
Dat de omwonenden alleen is verzocht om vertrouwelijk om te gaan met de informatie en niet zijn gewezen op de opgelegde geheimhouding, maakt nog niet dat de geheimhouding is geschonden. Dit is een uitvoeringshandeling die de rechtsgeldigheid van het genomen besluit – dat reeds voorzag in informatieverstrekking aan de omwonenden – niet kan aantasten. ***
6/6