RIS321399 Locaties halfverhardingen toegepast met Duomix
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert Barker Wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10837373 RIS321399 Contactpersoon
J. de Jong Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
18 februari 2025
jeffrey.dejong@denhaag.nl
Onderwerp
Locaties halfverhardingen toegepast met Duomix
Geachte voorzitter, Er zijn zorgen geuit of, naast de locatie Koningsplein, op andere locaties in de stad halfverhardingen zijn toegepast met het product Duomix. In de commissievergadering Leefomgeving van 5 september 2024 (toezegging 584) heb ik toegezegd om in kaart te brengen op welke locaties staalslakken (Duomix) zijn toegepast en hoe we hiermee omgaan. Deze brief gaat daar nader op in. Met het verzenden van deze brief beschouwt het college deze toezegging als afgedaan. Wat is Duomix? Het product Duomix is een bouwstof die in de Grond- Water- en Wegenbouw sector veelal wordt toegepast als fundering onder de verhardingen, bijvoorbeeld onder de asfaltverharding van wegen of fietspaden of als (licht gebonden) fundering onder parkeerterreinen. Het is een alternatief voor menggranulaat of gebroken puin. In enkele gevallen wordt het ook toegepast als een halfverharding voor een voetpad. De samenstelling van het product bestaat uit een mengsel van 85% gebroken LinzDonawitz (LD)-slak en 15% gegranuleerde hoogovenslak en kent een korrelfractie van 0-22 mm. De staalslakken zijn steenachtig en ontstaan als restproduct tijdens het productieproces van staal in hoogovencentrales. De reststof wordt na bewerking als bouwstof hergebruikt in verschillende toepassingen, waaronder halfverhardingen.
Nationale regelgeving In de “Evaluatie normeringskader(her)gebruik secundaire bouwstoffen” (RIVM-rapport 2024-0074) wordt het volgende gesteld: Sinds 2007 is de normstelling voor bouwstoffen nagenoeg ongewijzigd. In de tussenliggende periode zijn er in de toepassingspraktijk wel nieuwe soorten bouwstoffen ontwikkeld en zijn productieprocessen aangepast waardoor ook de resulterende bouwstoffen kunnen veranderen. Deels worden bouwstoffen ook op een andere wijze toegepast dan vroeger en krijgt ook het (her)gebruik van bouwstoffen in meerdere levenscycli steeds meer aandacht. Mede hierdoor is in het recente verleden bij het (her)gebruik van bouwstoffen en hierbij waargenomen milieueffecten, discussie ontstaan over de milieuhygiënische kwaliteit. Voorbeelden zijn het (her)gebruik van thermische gereinigde grond in grootschalige
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10837373
toepassingen, staalslakken of AEC-bodemassen. Het gebruik hiervan leek te voldoen aan de normen maar in de praktijk werden bij of na de toepassing ongewenste (milieu)effecten geconstateerd. Een toenemende zorg is de uitloging van stoffen en de effecten van deze stoffen op de lokale kwaliteit van grondwater, oppervlaktewater en de gezondheid van mensen en ecologie. Voorzorgsbeginsel Op grond van de beschikbare informatie over milieu- en gezondheidsrisico’s wil het college gebruik maken van het voorzorgsbeginsel. Het voorzorgbeginsel betekent dat er maatregelen kunnen worden genomen als er op basis van de best beschikbare informatie redelijke gronden zijn om te vrezen voor ernstige en/of onomkeerbare milieuschade. Het college doet dit omdat het gaat om de gezondheid van inwoners en de bescherming van het milieu. Het college is verder van mening dat we zorgvuldig moeten omgaan met ons (bodem)milieu. De Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) en GGD Haaglanden geven aan dat het materiaal een bouwstof betreft die (goed-) gekeurd is conform het Besluit Bodemkwaliteit, maar dat gezondheidsrisico’s mogelijk optreden bij inname, via mond of lucht zoals bij het opwaaien van stof. Daarom zal het product Duomix niet meer gebruikt worden als halfverharding.
Verder wil het college dat alle vormen van AEC Bodemas, LD- staalslakken en hoogovenslakken in `niet-gebonden´ vorm niet meer worden toegestaan in situaties met halfverhardingen. Om schade aan milieu of gezondheid te voorkomen wil het college dat een halfverharding uitsluitend bestaat uit 100% natuurlijk materiaal en deze mag (vanwege de waterdoorlatendheid) geen klei, veen en kalk bevatten. Hiermee wordt gewaarborgd dat alleen veilige en natuurlijke materialen worden gebruikt bij het aanleggen van halfverhardingen in de openbare ruimte van Den Haag. Het Handboek Openbare Ruimte zal hierop worden aangepast. Daar waar in de openbare ruimte halfverhardingen nog bestaan uit het product Duomix zullen deze worden vervangen. Van belang is dat de openbare ruimte wordt opgebouwd uit materialen die mens en milieu niet schaden. Mocht na onderzoek blijken dat op de geïnventariseerde locaties daadwerkelijk Duomix is vastgesteld, dan zal de halfverharding worden vervangen naar een duurzame verharding volgens het Handboek Openbare Ruimte. Gebruik van staalslakken in betonelement of in funderingen Staalslakken worden ook toegepast in betonelementen zoals betontegels, betonstraatstenen, trottoirbanden en inritblokken. De staalslakken zijn dan `gebonden´ en de zware metalen en hoge pHwaarde kunnen dan niet uitspoelen naar de omgeving en vormen zo geen direct risico.
In funderingen onder verhardingen, zoals bij asfaltverhardingen, bevinden zich soms ook staalslakken. Deze funderingslagen zijn goed afgedekt en vormen daarom geen wezenlijk risico. Wanneer staalslakken op deze wijze zijn toegepast, wordt er geen nadere actie ondernomen. Locaties met Duomix als halfverharding Om te bepalen waar zich in de openbare ruimte nog locaties bevinden waarbij Duomix als halfverharding is toegepast heeft een inventarisatie plaatsgevonden. Er is, verspreid over de stadsdelen en voornamelijk gelegen in de kleine en grote groengebieden, op 18 locaties Duomix toegepast. Op 34 locaties kan nog niet met zekerheid worden aangetoond dat deze bestaan uit Duomix. Onduidelijk is (nog) of met nader onderzoek aan te tonen is of op deze locaties daadwerkelijk Duomix is toegepast.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10837373 Stadsdeel
Locaties
Oppervlakte
Locaties nog onzeker
Oppervlakte
toegepast met
in m²
toegepast met Duomix
in m²
Duomix Segbroek
1
500
1
6.567
Loosduinen
2
1.584
2
3.693
Escamp
6
27.531
0
0
Haagse Hout
9
32.808
8
19.896
Centrum
0
0
4
1.938
Leidschenveen- Ypenburg
0
0
2
2.337
Laak
0
0
1
190
Scheveningen
0
0
16
8.698
18
64.423 m²
34
43.319 m²
TOTAAL
Duomix bestaat uit staalslakken, daarom wordt bij deze locaties nagegaan of zich staalslakken bevinden in de toplaag van een halfverharding. Alle locaties op korte termijn vervangen is niet haalbaar, mede vanwege de gepaard gaande kosten. Er is een onderscheid gemaakt naar locaties waar een gebruiker meer in aanraking kan komen met het materiaal en wat in potentie gezondheidsklachten met zich mee kan brengen. Op basis van hiervan is vervolgens bekeken op welke verblijfsplekken Duomix specifiek is toegepast. Met een verblijfsplek wordt bedoeld een ruimte in de openbare ruimte waarin activiteiten plaatsvinden volgens de gebruiksfunctie en intensief gebruik. Denk hierbij aan een speelplaats of jeu de boulesbaan. De kans om in aanraking te komen met het materiaal op deze plekken is aannemelijker. Van bovengenoemde locaties zijn er 11 gekenmerkt als een `verblijfsplek´, wat neerkomt op een totaaloppervlak van circa 2.500 m². Op 8 locaties (circa 1.900 m²) kan nog niet met zekerheid worden aangetoond dat deze bestaan uit Duomix, maar deze worden wel als verdacht aangemerkt. De kosten voor het vervangen van deze 11 verblijfsplekken bedragen circa € 150.000,-, deze raming is gebaseerd op de vervangingskosten van het Koningsplein. Op korte termijn zal de toplaag van betreffende plekken door een duurzame halfverharding overeenkomstig het Handboek Openbare Ruimte worden vervangen.
Voor alle overige locaties zal een plan van aanpak worden opgesteld. Vervolgstappen In de transitie naar een circulaire economie is het doel om materiaal zo te benutten dat primaire grondstoffen uitgespaard kunnen worden. Dit is in beginsel een goede ontwikkeling, maar voorkomen moet worden dat door het hergebruik van afvalstoffen/restproducten er milieuschade ontstaat. In dat geval is hergebruik van materialen ingegeven om van afvalstoffen af te komen en dat acht het college onwenselijk. Op Rijksniveau is afgesproken het gebruik van gerecyclede bouwstoffen te stimuleren. Daarmee wordt namelijk een afvalproduct hergebruikt en de CO2-uitstoot verminderd omdat er minder primaire grondstoffen nodig zijn. Hiermee kiest de keten, van opdrachtgever en producent tot realisatie en hergebruik, voor een duurzamere toekomst. Ook als gemeente zetten we in op het recyclen van bouwstoffen, maar dit moet wel op een verantwoorde wijze mogelijk zijn. Waar de landelijke regels dat (nog) onvoldoende waarborgen zal door het college gekozen worden voor alternatieven zonder de negatieve milieu- en gezondheidseffecten. Met vriendelijke groet, Wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu Robert Barker
3/3