RIS321396 Toezegging openbaar groen en maaien van boomspiegels
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert Barker Wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DPZ/10836585 RIS321396 Contactpersoon
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
Ariën Tuin Dienst
Dienst Publiekszaken Afdeling
DPZ S&W Telefoonnummer
14070 Datum
18 februari 2025 Onderwerp
Toezegging openbaar groen en maaien van boomspiegels
Geachte voorzitter, Naar aanleiding van vragen over het onderhoud van boomspiegels, is er een pilot uitgevoerd naar het maaien van boomspiegels. Deze pilot is inmiddels geëvalueerd. Daarnaast is er een toezegging uit de commissie- en raadsvergadering van 5 september, waar er is gesproken over het groen in de stad. Bij deze vergaderingen heeft u gevraagd om een aantal zaken te verduidelijken, hetgeen ik heb toegezegd. In deze brief kom ik terug op 1) het maaien van boomspiegels en 2) de toezegging om inzicht te geven in de consequenties van het financieel tekort voor het groenonderhoud. Het maaien van boomspiegels De huidige werkwijze voor het onderhoud van de ruim 40.000 boomspiegels is traditioneel. Dit betekent dat een boomspiegel vijf keer per jaar wordt geschoffeld en uitgeharkt. In 2024 is een pilot gestart met begroeide boomspiegels in drie stadsdelen, Haagse Hout, Laak en Loosduinen, waarbij het beheer neerkomt op het afmaaien van de vegetatie. Dit afmaaien gebeurde tot voor kort met een bosmaaier met een touwtje of een mes. Het nadeel van deze methode was dat hierdoor de stam van de boom snel beschadigt. Sinds kort is er ook een elektrische bosmaaier op de markt, die het gras knipt en die de stam niet beschadigt. De elektrische bosmaaier is gebruikt in de pilot.
Gedurende de pilot is er naar de voordelen ten aanzien van biodiversiteit en ergonomisch werken voor de hoveniers gekeken. Naast de voordelen zijn ook de nadelen in kaart gebracht. De pilot is uitgevoerd in drie stadsdelen, die voor de proef elk hun eigen wijze van het maairegime hebben gehanteerd: vijfmaal maaien in Loosduinen; tweemaal maaien in Haagse Hout; eenmaal maaien in Laak. Dit biedt ons nu de mogelijkheid om een goede vergelijking te maken. Uit de resultaten blijkt dat vijfmaal maaien al snel leidt tot vergrassing, ontwikkeling van de zogenoemde grasaar (een plantje welke gevaarlijk kan zijn voor honden, de scherpe punten van de aar met daarbij de weerhaakjes kunnen lelijke ontstekingen veroorzaken en zelfs leiden tot overlijden) en een relatief lage biodiversiteit.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10836585
Bij tweemaal maaien ontstond er een hogere soortenrijkdom en was er minder vergrassing en ontwikkeling van grasaar. Deze verhoogde soortenrijkdom ontstond met name bij boomspiegels die in de omgeving van ecologische zones zijn gelegen, waar zaad van kruiden kan ‘overwaaien’ of waar als proef zelf was ingezaaid. Op die plekken bleek tweemaal maaien vaak voldoende. Op locaties waar de grond in de boomspiegel voedingsrijk is, ontstond een minder diverse kruidenontwikkeling en meer vergrassing. Hier was de groei sterker waardoor de stengels vaak te dik werden om nog af te kunnen knippen met de elektrische bosmaaier. In het derde stadsdeel werd in eerste instantie ingezet op eenmaal maaien. Mogelijk door het vochtige seizoen was de groei enorm, waardoor er op sommige plaatsen overlast en een verloederd straatbeeld ontstond. Daarom is besloten om alsnog een tweede maaibeurt uit te voeren. Voor de hoveniers is het uitmaaien, of beter gezegd het uitknippen, met de elektrische bosmaaier een minder zware fysieke belasting en is daarbij ook goedkoper dan de traditionele werkwijze van uitharken. Minder maaien kent ook nadelen. Het straatbeeld zal qua netheid minder hoog scoren, doordat de kruiden en grassen in de boomspiegels meer aanwezig zullen zijn dan op dit moment gebruikelijk is.
In combinatie met het feit dat onkruidbeheersing op verharding slechts éénmaal per jaar gebeurt, zou dit kunnen leiden tot meer meldingen. Eén van de minder gewenste kruiden, die door minder maaien zou kunnen toenemen, is de grasaar. Al valt deze nooit geheel te voorkomen, met name op plaatsen waar honden urineren. Gezien de ervaringen met deze pilot, wordt uitknippen van boomspiegels de nieuwe standaard. Om de biodiversiteit te bevorderen, de eventuele overlast van grasaren te beperken en om de elektrische bosmaaier te kunnen gebruiken, is gekozen om de boomspiegels in principe driemaal per jaar te gaan maaien en uit te harken. Boomspiegels op voedingsarmere gronden met een hogere kruidenrijkdom zullen tweemaal per jaar worden gemaaid en uitgeharkt. De proef met het inzaaien van boomspiegels met een kruidenmengsel wordt uitgebreid, om te bezien of de biodiversiteit ook na enkele jaren nog steeds hoger is. Doordat het grootste deel van de boomspiegels door het gemeentelijk Groenbedrijf en Den Haag Werkt wordt onderhouden, kan deze wijziging in onderhoud direct in 2025 starten. Een beperkt deel van de boomspiegels (8.569 stuks) wordt door een externe partij onderhouden.
Aangezien het openbreken van het contract extra kosten met zich meebrengt, zullen deze boomspiegels tot het einde van de contractduur nog traditioneel worden onderhouden, waarna ook zij onder het nieuwe regime zullen vallen. Onkruidbeheersing is, gezien de gestegen uurlonen en gebrek aan hoveniers, één van de duurste onderhoudspakketten binnen het groenbeheer geworden. Gedurende de pilot is ook gekeken naar een mogelijke kostenbesparing, door niet meer te schoffelen, maar te gaan uitmaaien. Mede door de actie van Duurzaam Den Haag om bewoners hun boomspiegel te laten inzaaien, zorgt voor een eenduidiger beeld in de straten van Den Haag. Door bij het inzaaien van de mengsels afstemming te zoeken bij het mengsel wat Duurzaam Den Haag gebruikt, worden ook de maaiperiodes gelijkgetrokken, dit in combinatie met de labels welke gebruikt worden door de bewoners, moet voorkomen dat geadopteerde spiegels vernield worden.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10836585
Invloed tekort beheerbudget groen Tijdens de commissie Leefomgeving van 5 september jl. is de vraag gesteld om inzicht te krijgen in de groenwerkzaamheden die niet uitgevoerd kunnen worden, als gevolg van het ontoereikend groenbudget. Hieronder geef ik u op hoofdlijnen antwoord op die vraag. Het benodigde budget, verdeeld over de programma’s 9 en 14, is gebaseerd op het bereiken van het residentieniveau uit de Kadernota Openbare Ruimte (RIS310884). In het bijbehorende Handboek Openbare Ruimte (HOR) is beschreven welk type groen waar mag worden aangelegd. Indien een initiatiefnemer afwijkt van het HOR, dient hij voor de extra beheerkosten structurele dekking te organiseren via de beheerparagraaf. Voor deze locaties geldt dat er in principe voldoende beheerbudget beschikbaar is. Echter, voor verreweg het meeste openbaar groen geldt dit niet. De laatste jaren was steeds rond de 7580% van het benodigde budget aanwezig. In de programmabegroting 2025-2028 is extra budget beschikbaar gesteld door het college voor het onderhoud. Echter, er moeten nog steeds keuzes worden gemaakt, zoals eerder benoemd in de Staat van de Buitenruimte (RIS311727). Uiteraard heeft veiligheid daarbij de hoogste prioriteit. Het duurzaam in stand houden van vitaal groen volgt daarna. Dit betekent dat met name de netheid van het groen de laagste prioriteit heeft.
Werkzaamheden die daardoor minder of niet worden uitgevoerd zijn bijvoorbeeld: • minder vaak onkruid verwijderen in de beplanting en afhankelijk van het type beplanting wordt daarbij eerder gekozen om het onkruid weg te maaien in plaats van het schoffelen en uitharken, evenals bij de hiervoor beschreven boomspiegels; • gazonherstel en dode planten en struiken vervangen vindt met een lagere frequentie plaats; • graskanten langs verhardingen en beplanting worden niet meer gesneden; • struiken worden minder vaak gesnoeid; • er wordt alleen nog bij extreme droogte water gegeven aan de kruidachtige vaste sierplanten, waardoor deze minder rijk bloeien en er een verhoogde kans is op uitval. Het schrappen van dergelijke onderhoudsmaatregelen heeft op de korte termijn met name invloed op de uitstraling, maar uiteindelijk ook invloed op de duurzaamheid. Om die reden is het van belang dat bij veranderingen van bestaand groen en aanleg van extra groen, rekening wordt gehouden met de noodzakelijke jaarlijkse beheerkosten. Om een uniform beeld te creëren over de stad, wordt stadsbreed, in gezamenlijkheid in de keten Groen, keuzes in verandering van groen besproken. Die beheerkosten verschillen sterk per groentype en worden met name bepaald door arbeidskosten.
Zo kost bijvoorbeeld het jaarrond onderhoud van een vierkante meter gazon gemiddeld € 0,75, fijne sierheesters € 5,- en kruidachtige vaste sierplanten € 9,-. Bij de herinrichting van het openbaar groen is het dus van belang dat, gezien de budgettaire uitdagingen, de structurele (onderhouds)kosten niet verder oplopen, maar bij voorkeur afnemen. Met name op die locaties waar in de afgelopen jaren te luxe sierbeplanting is aangelegd, zonder dat daar beheergeld voor beschikbaar is gesteld. Bij vervanging van deze beplanting, wordt het bevorderen van biodiversiteit mede als uitgangspunt toegepast naast het beperken van de onderhoudskosten. Daarnaast zijn er steeds minder jongeren die kiezen voor het hoveniersvak. Niet alleen bij gemeenten, maar ook bij hoveniersbedrijven staan veel onvervulde vacatures open en die tendens houdt al langere tijd aan. Tegelijkertijd zien we een tegengestelde beweging in de vraag. Verdichting van de stad en toenemend gebruik vragen vaak om intensiever beheer.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10836585
Het zal een uitdaging worden om het juiste groen op de juiste plek duurzaam in stand te houden. Indien arbeidsintensieve en daarmee dure sierbeplanting toe is aan vervanging, zal de plek opnieuw beoordeeld moeten worden wat de beste keuze qua beplanting voor die plek is. Uiteraard dient hierbij de richtlijnen van het HOR te worden gehanteerd. Dit kan betekenen dat de vervanging plaatsvindt met minder arbeidsintensieve en dus goedkopere groentypen, passend bij de omgeving. Initiatieven van buurtbewoners om een deel van het onderhoud in zelfbeheer uit te voeren, worden uiteraard omarmd, ook vanuit de participatiegedachte, en ondersteunen we zoveel mogelijk. Hierbij dienen we uiteraard rekening te houden met de spanning die er zit in de wensen vanuit de omgeving versus het beschikbare budget, die voorkomt uit onvoldoende budget om het dagelijks beheer volledig uit te voeren. Met vriendelijke groet, de wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu Robert Barker
4/4