CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321303 Bijlage Inrichting Monitoring DHZW

Commissie Samenleving 6 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Indicatoren voor monitoring Nationaal Programma Zuidwest6.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inrichting monitoring DHZW November 2024 Freek de Meere

Utrecht, 19 november 2024

INHOUD INHOUD

1

1.

Introductie

2

2.

De beoogde impact

3

3.

Randvoorwaarden

7

4.

Monitoring vormgeven

8

5.

Voortgangsrapportage 2024

16

6.

Subdoelen en subindicatoren

18

Bijlage 1: Indicatoren vanuit financiering van het Rijk

23

Bijlage 2 : Verantwoordelijkheden

25

1

1. Introductie 1.1 Aanleiding Het Nationaal Programma Den Haag Zuidwest (hierna: NPZW) is een gebiedsgerichte aanpak, die erop is gericht om nieuw perspectief te bieden. Perspectief voor de vier wijken Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust, maar vooral perspectief voor de inwoners. De 70.000 mensen in Den Haag Zuidwest kampen vaker dan gemiddeld met problemen zoals armoede, werkloosheid, gezondheidsproblemen, slechte woonomstandigheden en sociaal isolement.

Het programma is omvangrijk. Het is opgebouwd uit zes inhoudelijke allianties en elke alliantie werkt aan tientallen activiteiten. Via zogeheten 'cross-overs' werken meerdere allianties samen. Daarnaast zijn tal van mensen en organisaties betrokken in uiteenlopende rollen, zoals alliantiepartner, initiatiefnemer en (actieve) bewoner. Het programma wordt gefinancierd vanuit verschillende bronnen, elk met hun eigen verantwoordingsstructuur.

1.2 Doelstelling Monitoring kan bijdragen aan verschillende doelen, te weten •

Sturen op de richting en de inzet van (onderdelen van) het programma

•

Verantwoording afleggen richting financiers

•

Enthousiasmeren van betrokkenen via mijlpalen en resultaten

•

Leren over wat wel en niet werkt

De monitoring is behulpzaam voor deze doelen. Met de informatie uit de monitoring zijn vaak nog aanvullende activiteiten nodig om het doel te bereiken, zoals een onderzoeksmatige verdieping of een communicatieslag.

Deze rapportage behandelt de inrichting van de monitoring van het programma voor 2024 en verder. De opzet van de monitoring is niet in beton gegoten. Er wordt pragmatisch gewerkt met wat mogelijk is, met verbeteringen van de aanpak tijdens de rit.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 staat de beoogde impact van het NPZW centraal. Hoofdstuk 3 beschrijft de randvoorwaarden waaraan de monitoring van het NPZW moet voldoen. Hoofdstuk 4 behandelt het te gebruiken instrumentarium en in hoofdstuk 5 staat de planning voor de voortgangsrapportage 2024 centraal. Het laatste hoofdstuk beschrijft het volgen van de subdoelen van het NPZW en de toepassing van subindicatoren in de monitoring. Bijlage 1 geeft een overzicht van de indicatoren waar het Rijk om vraagt. Bijlage 2 beschrijft de verantwoordelijkheden per onderdeel.

2

2. De beoogde impact In het Uitvoeringsplan Nationaal Programma Den Haag Zuidwest 2023-2027 Gelijke kansen voor Zuidwest is de problematiek in het gebied beschreven. Ook de beoogde impact van het programma en de verschillende onderdelen is daarin vastgesteld. Hieronder worden ze benoemd.

2.1 Problematiek In tabel 1 staan de cijfers die de problematiek in het gebied beschrijven. Tabel Uitvoeringsplan Nationaal Programma Den Haag Zuidwest 2023-2027 • Veel huishoudens in Zuidwest leven in armoede. Eén op de vijf huishoudens moet rondkomen van een inkomen op of rond het sociaal minimum. Dat is twee keer zoveel als gemiddeld in Den Haag (20% in Zuidwest tegenover 11% in Den Haag). • Het gemiddelde inkomen per persoon is in Zuidwest €19.500 per jaar tegenover €27.500 in Den Haag. • Eén op de vijf huishoudens in Zuidwest heeft problematische schulden, veel meer dan gemiddeld in Den Haag (20% versus 13%). • In Zuidwest zitten twee keer zoveel mensen in de bijstand als gemiddeld in Den Haag (15% tegenover 7%). Uit de evaluatie van het Werkoffensief +500 van de gemeente Den Haag blijkt dat ruim 80% van de bijstandsgerechtigden die langer dan anderhalf jaar in de bijstand zitten, niet binnen 18 maanden werk vindt. Voor 40% geldt dat eerst problemen moeten worden weggenomen, waarna deze mensen – soms jarenlang – in de veiligheid van hun eigen omgeving (wijk of buurt) vertrouwen op moeten bouwen, voordat ze zich kunnen ontwikkelen. • Voor de andere 40% is een instapbaan (basisbaan) of vrijwilligerswerk het maximaal haalbare. • Inwoners van Zuidwest hebben vaker een chronische ziekte.

Ruim 30% heeft één of meer lichamelijke beperkingen, terwijl dit gemiddeld in Den Haag 20% is. • Inwoners van de Haagse achterstandswijken, waaronder Zuidwest, leven gemiddeld 10 jaar korter in goede gezondheid dan andere inwoners van Den Haag. • Bijna de helft van de inwoners in Zuidwest is laagopgeleid (46%), in Den Haag is dit 30%. • Kinderen scoren gemiddeld één schoolniveau lager op de CITO-score dan hun leeftijdsgenoten ergens anders in Den Haag. • 48% van de basisschoolleerlingen in Zuidwest hoort tot de categorie met de grootste kans op onderwijsachterstanden. • Een kwart van de jongvolwassenen (18-30 jaar) heeft geen startkwalificatie (minimaal MBO-2niveau), in de rest van Den Haag is dit 16%. • De sociale cohesie in Zuidwest wordt gewaardeerd met een 5,1. Dit is 0,7 punten lager dan gemiddeld in Den Haag (5,8).

3

• Zo’n 9% van de inwoners in Zuidwest voelt zich vaak onveilig, waarbij opvalt dat dit percentage voor mensen in Moerwijk zelfs oploopt naar 13%. Het Haags gemiddelde ligt op 5%. • Bijna een kwart (23%) van de inwoners van Zuidwest ervaart criminaliteit in de buurt en in Moerwijk is dit zelfs bijna één op de drie (30%). Dit is veel hoger dan het gemiddelde in Den Haag (18%). • Maar 29% van de inwoners in Zuidwest heeft gestemd bij de laatste verkiezingen, flink lager dan gemiddeld in Den Haag (43%). • In Zuidwest ervaart 17% van de inwoners geen regie op hun eigen leven (Den Haag 12%).

Het NPZW is begonnen met de vraag wat is er vanuit deze cijfers nodig is om ervoor te zorgen dat iedereen het over twintig jaar net zo goed heeft als de gemiddelde Hagenaar. Dit is inhoudelijk en organisatorisch uitgewerkt in zes Alliantietafels, te weten •

Wonen & Leefomgeving

•

Werk & Economie

•

Onderwijs

•

Veiligheid

•

Gezondheid & Vitaliteit

•

Sociale Samenhang & Participatie

In deze Alliantietafels zijn de opgaves en de benodigde activiteiten besproken en is gekomen tot een zogenaamd Doel Inspanningen Netwerk (DIN).

2.2 Het Doel Inspanningen Netwerk In het Doel Inspanningen Netwerk (DIN) wordt weergegeven welke activiteiten bijdragen aan welke doelen, en hun onderlinge samenhang. Deze DIN vormt de basis voor de monitoring en bepaalt welke aspecten gemeten gaan worden. Gaandeweg kan de DIN veranderen en dit heeft ook weer gevolgen voor de monitoring. Hieronder staat de beoogde impact voor de zes alliantietafels. De DIN-versie van november 2024 is hierbij het uitgangspunt.

Wonen & Leefomgeving Meer en kwalitatief goede woningen •

Energiezuinig/verduurzamen

•

Gezonde woningen

•

Toevoegen en differentiëren van de woningvoorraad

Fijnere leefomgeving •

Leefbare wijken

•

Toegankelijke, veilige en inclusieve openbare ruimte

•

Groen, gezonde en duurzame omgeving

Duurzamere mobiliteit

4

•

Versterken OV, meer deelmobiliteit, stimuleren wandelen en fietsen

Werk & Economie Mensen kennen meer bestaanszekerheid •

Wijkaanpak, financiële stabiliteit, incl. bestaanszekerheid

•

Meer preventieve instrumenten

•

Activering in de wijk van, door en voor bewoners

•

Participatie in de wijk faciliteren

Meer mensen werken of doen werk van waarde •

Wijkgerichte brede arbeidsmarkttoeleiding

•

Uitbreiding Jongerenaanpak

Er is meer werk •

Coalitie wonen-onderwijs-werk: opleiden en nieuw arbeidsmarktperspectief gekoppeld aan leefbaarheid en de grote transities

•

Fonds voor activeren, leren & werken

Er zijn meer bedrijven •

Fysieke ruimte toevoegen voor ondernemers

•

Dienstverlening voor ondernemers ontwikkelen en ondernemerschap versterken

•

Organisatiegraad verhogen

•

Plintenaanpak

Onderwijs Bevorderen gelijke kansen en rijk aanbod •

Extra onderwijs- en ontwikkeltijd 5-18

•

Vergroten en verbeteren bereik taal en voorschoolse educatie

•

Kinderen beginnen goed voorbereid van basisschool

Schoolresultaten o.b.v. inspectienormen & brede vaardigheden •

Verbinding 3 leefwerelden – school, wijk en ouders

•

Integreren partijen in school & huisvesting

Netwerk met partners in de wijk (i.s.m. allianties) Coalitie Wonen - Onderwijs - Werken (i.s.m. Alliantie Werk & Economie) Een veilige school (i.s.m. Alliantie Veiligheid)

Veiligheid Voorkomen van jonge aanwas •

Vergroten weerbaarheid

•

Perspectief voor jongeren

•

Versterken vroegsignalering 5

•

Handelingsperspectief professionals

Verminderen jonge aanwas en snelle doorgroeiers, verminderen invloed negatieve rolmodellen uit harde kern •

Vergroten maatgericht aanbod

Meer integrale oplossingen voor inwoners met multiproblematiek waarbij een beslissing van een rechter vereist en/of wenselijk is •

Effectieve en duurzame oplossing meervoudige problematiek waarbij een beslissing van een rechter vereist en/of wenselijk is

Ondermijnende criminaliteit krijgt minder kans •

Aanpak ondermijning achter de voordeur

Gezondheid & Vitaliteit Gezonde woningen en buitenruimte •

Gezonde leefomgeving ontwikkelen i.s.m. bewoners

Mensen bewegen meer •

Gezonde activiteiten i.s.m. buurtkamers, vrouwengroepen

Mentaal gezonde wijken en bestaanszekerheid voor inwoners •

Sociaal contract mentale gezondheid – laagdrempelige ondersteuning

Kinderen en jongeren groeien gezond op •

Versterken programma's ontwikkeling jonge kind

•

Gezondheid en zorg op en rond school versterken

•

Mentale gezondheid jongeren initiatieven (tot 27)

Sociale Samenhang & Participatie Sociale cohesie •

Versterken ontmoetingscentra

•

Versterken van cultuur en stimuleren van cultuurparticipatie

Actief burgerschap •

Ondersteunen van inwoners met initiatieven

•

Inrichten van een centrale hub met vraagbaakfunctie

Vertrouwen in de overheid •

Investeren in verbinders in de wijk

•

Faciliteren van inspraakorganen

6

3. Randvoorwaarden Het NPZW wil de impact bij gaan houden van een groot aantal naar zijn aard behoorlijk verschillende interventies en de samenhang daartussen. Het is de kunst om eenvoud te bewaren, terwijl er allerlei verschillende omstandigheden en doelgroepen zijn, en complexe processen plaatsvinden die van invloed zijn op de monitoring. Voor verschillende situaties dient een adequaat instrumentarium beschikbaar te zijn. Dit dient aan de volgende randvoorwaarden te voldoen: •

Aansluiten bij de impact die het NPZW wil maken. Daarmee aansluiten bij het DIN en meebewegen met de veranderingen daarin.

•

Bijdragen aan verantwoorden, sturen, leren en enthousiasmeren in het NPZW.

•

Het volgen van de bestaande organisatiestructuur van het NPZW, met zes Alliantietafels.

•

Waar mogelijk gebruik maken van beschikbare landelijke en gemeentelijke gegevens.

•

Ruimte maken voor maatwerk per project, maar wel als onderdeel van het DIN.

•

Ruimte voor het gebruiken van “Bloemrijk verantwoorden” als methodiek.

•

Rekening houden met betrokkenen en bewoners, door proportioneel om input te vragen en hen niet te overbelasten.

•

Zorgen dat de inspanningen voor monitoring bescheiden blijven, passend bij de inzet van het NPZW.

•

Voldoen aan extra eisen en wensen vanuit aanvullende financiering, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het Regio Deal Convenant Zuidwest en de voorwaarden van de SPUK Kansrijke Wijk.

•

Aansluiten bij aanpalende monitoring in Den Haag zoals het programma Preventie met gezag en de Novex-monitoring.

7

4. Monitoring vormgeven

4.1 Inleiding Voor het meten van de impact van het NPZW kunnen verschillende instrumenten worden gebruikt. Deze instrumenten hangen met elkaar samen. Het overzicht is hieronder schematisch weergegeven. Het wordt toegelicht in de volgende paragrafen. Het projectniveau wordt eerst behandeld, vervolgens het niveau van de Alliantietafels en tot slot het niveau van het NPZW als programma.

Projecten

Alliantietafels

NPZW

Basis

Projectenformat

Projectmonitoring

Optimalisatie

Inhoudelijke opbouw

Interventiemonitor

Kernindicatoren

Eisen aanvullende financiering Rijk

4.2 Projectenformat Elk project binnen NPZW moet vanaf de start ten minste de volgende zaken bijhouden. Uitzonderingen zijn altijd mogelijk, maar dat is aan de alliantietafels. Een periodieke update is voor de sturing in de alliantietafel van belang, voor de verantwoording is een jaarlijkse update voldoende.

Standaardinformatie projecten NPZW 1.

Wat is de titel van de activiteit?

2.

Wat is de administratiecode (alliantie, nummer, doelstelling, crossovers)?

3.

Wie is verantwoordelijk voor de uitvoering (persoon en organisatie)?

4.

Wie is de contactpersoon voor de uitvoering?

5.

Waar wordt alle informatie over de activiteit bewaard?

6.

Wat zijn de DIN doelstellingen van de activiteit?

7.

Een korte omschrijving van het type activiteiten

8.

Hoe ziet de planning eruit in kwartalen?

9.

Welke partners zijn in de uitvoering van de activiteit betrokken?

10. Wat zijn de jaarlijkse kosten van de interventie in euro’s? 11. Waar komt de financiering vandaan? 12. Welke redenen zijn er om te verwachten dat de activiteit bij gaat dragen aan de doelen? 13. Wat is de doelgroep van de activiteiten? Zo specifiek mogelijk 14. Op welke locatie(s) vindt de activiteit/vinden de activiteiten plaats?

15. De volgende projectresultaten zijn in de afgelopen periode behaald:

8

Het projectenformat is als volgt te gebruiken: Doel

Basisinformatie van het NPLV op orde brengen en houden.

Vorm

Digitaal in te vullen format

Verantwoordelijk

Projectleider voor het invullen, de Programmaleider NPZW ziet daarop toe

Kenmerken

-

Voor elk project in elke Alliantie hetzelfde format

-

Na de eerste keer invullen kost het beperkte tijd om aan te vullen

-

Periodiek aan te vullen, minstens 1 keer per jaar

-

De informatie over de projecten is toegankelijk voor divers gebruik (sturen, verantwoorden, leren, enthousiasmeren)

Randvoorwaarden

Programmabureau NPZW regelt een toegankelijk format en wie toegang heeft tot de informatie

Status

Door het Data Lab van de gemeente om te zetten in applicatie

4.3 Interventiemonitor Er is veel te zeggen over het meten van effecten van de inspanningen. Door collega’s van de gebiedsaanpak in Groningen is gekozen voor de opzet van een Interventiemonitor. Dat idee wordt hier opgevolgd1. De essentie is, om per project te kijken hoe precies informatie over de effecten op te halen. Zo kan rekening worden gehouden met het karakter van de interventie en de context waarbinnen deze wordt uitgevoerd. In de Alliantietafel is het vervolgens mogelijk het inhoudelijke gesprek te voeren over de projecten en de resultaten.

Het is niet de bedoeling om bij elke interventie een uitgebreid onderzoek te starten. Om betrokkenen en bewoners niet te overbelasten worden bijvoorbeeld alleen het aantal bezoekers van een activiteit geteld, of wordt verwezen naar bestaand onderzoek en gemotiveerd waarom dat effect ook bij de NPZW-activiteit te verwachten is. Ook kan bijvoorbeeld gekozen worden om éénmaal per jaar reflectie te organiseren met betrokkenen. De eerdere ervaringen in Den Haag met “Bloemrijk verantwoorden” kunnen ook worden gebruikt. De onderzoekers van NPZW adviseren de Alliantietafels per project over de verschillende mogelijkheden om effecten te meten.

Bij sommige projecten is het belangrijk te onderzoeken wat de werkzame factoren zijn en onder welke voorwaarden de aanpak het beste werkt. Bijvoorbeeld als er wordt gedacht aan een verdere uitrol van een project of wanneer resultaten van een project lijken uit te blijven. Ook kunnen projecten actief worden vergeleken met praktijken elders in Den Haag of in andere NPLV-gebieden. Tevens kunnen externe onderzoekers met een aanbod komen onderzoek te verrichten. Om onder controle te blijven over al deze mogelijkheden is het belangrijk om vooraf duidelijke leerdoelen per project te formuleren.

1

https://wijkvernieuwing.groningen.nl/_Resources/Persistent/8/f/c/9/8fc9613834f8ef5f5bf6edce105c1800a8c0 f929/Uitvoeringsprogramma%20NPLV%20Groningen-Noord.pdf

9

De Alliantietafels overzien de projecten per domein en de crossovers tussen de domeinen. Daarom ligt het voor de hand om beslissingen over het bijhouden van het bereik en de effecten per project bij de Alliantietafels te beleggen.

De te voorziene effecten per project kunnen uiteenlopen. Als het DIN leidend is, is het te overwegen om alléén extra inspanningen te doen om effecten van een project te achterhalen, als bewoners of lokale ondernemers een rol spelen. De DIN doelstellingen zijn immers gericht op effecten bij bewoners en lokale ondernemers. Voor projecten die relevant zijn voor de interventiemonitor voegen de Alliantietafels de volgende effectinformatie toe aan het projectenformat:

Aanvullende effectinformatie ten behoeve van de interventiemonitor: 16. Hoeveel bewoners/lokale ondernemers van de doelgroep zijn in de afgelopen tijdsperiode bereikt met de activiteiten? 17. Op welke wijze is er zicht op de effecten van de activiteiten voor bewoners? 18. Wat zijn de effecten op bewoners en/of lokale ondernemers?

Toevoegen informatie aan projectenformat indien projecten expliciete leerdoelen hebben 19. Welke leerdoelen zijn geformuleerd?

20. Waar is informatie te vinden over aanvullend leertraject of onderzoek?

4.4 Projectmonitoring De projectmonitoring2 is relatief eenvoudig als de informatie op projectniveau goed op orde is. Het komt erop neer om periodiek de ingevulde Projectenformats te bespreken in de Alliantietafels. Daarnaast worden de resultaten uit de Interventiemonitor minimaal één keer per jaar inhoudelijk besproken. Deze besprekingen zijn gericht op de bijdrage van de activiteit aan het DIN en de afwijkingen ten opzichte van de verwachting. Bijvoorbeeld: wat betekent een onverwacht groot succes voor het project zelf én voor het totaal aan projecten? Eventueel is er extra aandacht voor het ‘leren’.

Door deze besprekingen in de Alliantietafels wordt geborgd dat de projecten onderdeel blijven van het geheel. De monitoring draagt bij aan het tegengaan van een projectencarrousel, projecten hebben slechts zin als de effecten bijdragen aan de geformuleerde doelen. Het met elkaar bespreken van successen en uitdagingen is bovendien fijner dan het in een format aan te leveren. Het is wel van belang om de gesprekken goed te notuleren en de notulen op een voor programmaleiders en projectleiders beschikbare plek op te slaan. Deze notulen zijn belangrijke input voor de jaarlijkse voortgangsrapportage.

Cross-overs zijn belegd bij een trekker bij één van de Alliantietafels.

2

Het gaat hier niet over het bijhouden van de financiële stromen 10

4.5 Kernindicatoren Het NPZW wil met de optelsom van kernindicatoren laten zien welke impact het programma in de wijk heeft. De Kernindicatoren zijn per Alliantietafel opgesteld en vastgesteld in de Alliantieraad in maart 2024. De doelen, indicatoren en de meting daarvan kunnen in de loop van de jaren nog veranderen. Het in het tweede hoofdstuk benoemde DIN kent al enige veranderingen in (benamingen van) doelstellingen. Periodiek stemmen de Alliantietafels dit op elkaar af. Hieronder is de versie uit de verantwoording NPZW 2023 opgenomen.

Wonen en leefomgeving Doel

Indicator

Bron

Meest recente waarde

Toelichting

Meer en

Percentage woningen met

DHIC

2022

Sluit aan bij NPLV

kwalitatief

energielabel C of hoger

ZW 53%

goede woningen

DH 52% Aantallen koop-, huur-, en

DHIC

corporatiewoningen

2023

Hier expliciet ook de absolute

ZW koop:

aantallen naast het percentage

7.461 (23%) part.huur 3.142 (28%) corporatie: 2.210 (68%) Fijnere

Score Leefbaarometer

Leefbaarometer

leefomgeving

2020:

In loop van volgend jaar komen

ZW: zwak DH: goed

nieuwe inzichten beschikbaar over 2023

Nader te bepalen

Duurzamere mobiliteit

Niveau voorzieningen zorg, onderwijs, sport (m2/inwoner) Modal split vervoersgebruik verplaatsingen (gebruik auto, fiets, ov, etc.): Doel =geen groei in aandeel autoverplaatsingen

In gesprek met Belastingdienst en OCW ODIN

Nog niet beschikbaar

Data nog niet up to date en afbakening Zuidwest moet apart berekend worden.

Verkeersveiligheid (aantal

CBS/BRON/

Nog niet

verkeersgewonden/doden)

SWOV

beschikbaar

Doel = nul verkeersdoden in 2050

11

idem

Werk en Economie Doel

Indicator

Bron

Meest recente

Toelichting

waarde Meer mensen werken

Netto-arbeidsparticipatie: percentage van de bevolking van 15 tot 75 jaar dat betaald werk heeft

CBS/ Den Haag in Cijfers

Percentage inwoners van Den Haag Zuidwest met een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet

Socrates/(interne) Monitor Sociaal Domein

(voorlopige cijfers) 2022:

Op maat uitvraag maken; op wijkniveau beschikbaar.

58,1% in ZW Juni 2023: 6.190 personen in ZW ZW: 11,8% DH: 1,6%

Meer mensen doen werk van waarde.

Percentage inwoners van Den Haag Zuidwest met een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet dat maatschappelijk participeert

Dit wordt nog niet geregistreerd. De verwachting is dat dit binnen een jaar wel geregistreerd wordt (team participatie).

Meer mensen kennen bestaanszekerheid

% inwoners ZW die aangeeft regie te hebben op het eigen leven

Gezondheidsgids van GGD Haaglanden (1x per 4 jaar)

Er is meer werk

Werkgelegenheid in Den Haag Zuidwest: het aantal banen van werkzame personen plus het aantal openstaande vacatures in Den Haag Zuidwest

CBS: opvragen UDC

Er zijn meer bedrijven

Aantal bedrijven in ZW met meer dan 1 werknemer

Den Haag in Cijfers/DHIC kadaster

Aantal m2 bedrijfsruimte

CBS: UDC in opdracht uit laten zoeken

12

2020 ZW: 84% DH: 88%

Doelgroep Nuggers wordt niet meegenomen bij hoofdindicatoren maar op het niveau van inspanningen: koppeling wijkgerichte aanpak naar werk

Nieuwe meting in 2024, resultaten 2025.

Wordt uitgezocht door UDC.

2022: 6.099

Cijfers zijn per wijk inzichtelijk.

Onderwijs Doel

Indicator

Bron

Meest recente

Toelichting

waarde Alle inwoners hebben gelijke onderwijskansen

% inwoners midden- en hoogopgeleid

CBS

Voorkomen dat kinderen achterstanden oplopen

% kinderen op de voorschoolse educatie

Peutermonitor (operationeel Q2, 2024) Centerdata

Kinderen halen betere schoolresultaten en leren de juiste vaardigheden

Gemiddelde eindtoetsscore % leerlingen met definitief schooladvies VMBO TL of hoger

Fte lerarentekort

2020: ZW 54% DH 70%

2023: DH: 21,8% ZW/: 25,7%

Als kinderen in Zuidwest gelijke kansen krijgen leidt dit over 20 jaar tot een hoger opleidingsniveau Huidige data nog onvoldoende betrouwbaar.

(Escamp) DUO/DHiC

2021: ZW: 532 DH: 534

Afkomstig van KISwijkmonitor. Nog niet bijgewerkt.

DUO/KISS

2020; ZW: 26%

Sluit aan bij indicator NPLV

DH: 52% Goede aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt

Percentage 18 t/m 30 jarigen met startkwalificatie

DHiC/DUO

2020: ZW: 76%

Doel

Indicator

Bron

Meest recente

Inwoners voelen

Aantal misdrijven per 1.000 inwoners

Politiedata (open)

waarde 2023 ZW: 70,4 DH: 66,1

% inwoners dat zich (wel) eens onveilig voelt in de eigen buurt

Veiligheidsmonitor 2023: ZW: 33,8% DH: 24,8%

Aantal Verdachte jongeren doelgroep Preventie met gezag

Politiedata, & (CBS Verkenning Monitor Preventie met Gezag)

DH: 84%

Afkomstig van KISwijkmonitor. Nog niet bijgewerkt.

Veiligheid Toelichting

zich net zo veilig in ZW als de rest van DH Voorkomen dat jongeren in de criminaliteit

Recidivecijfers doelgroep Preventie met

Aantal verdachte jongeren (8 t/m 27 jaar) per 10.000 inwoners. ZW: 242 verdachte jongeren DH: 181 verdachte jongeren Aantal meer- en veelplegers doelgroep ZW: 330 DH: 1995

13

Inzicht in misdrijven wordt nog door het CBS uitgezocht, evenals cijfers per wijk.

Gezondheid en Vitaliteit Doel

Indicator

Bron

Meest recente

Toelichting

waarde Inwoners voelen zich % inwoners voelt zich gezond net zo gezond als de (goed/zeer goed) inwoners van DH

Gezondheidsmonit or (1x per 4 jaar)

2022 ZW: 53%

Kinderen groeien gezond op

JGZ -GGD

2022/2023

kindmonitor

ZW: t.z.t.

% 2-jarigen zegt zinnen van twee woorden

DH: 64% T.z.t. nog ZW-% en DH-% berekenen voor jongens en meisjes gezamenlijk

DH: 71,2% j; 85,4% m % overgewicht 2-15-jarigen Mentaal gezonde wijken

Eind 2024 is % 2023 bekend JGZ-GGD HAGG

% inwoners met (heel) veel stress in Gezondheidsde afgelopen 4 weken monitor (1x per 4 jaar) % inwoners dat veel contact heeft met andere bewoners Veiligheidsmonitor

2019 2022 ZW: 30% DH: 26%

Zie ook SSP

2023 ZW 28,6% DH 31% Gezonde woningen en buitenruimte

% Tevredenheid woonomgeving

Gezondheidsmonitor (1x per 4 jaar)

Mensen bewegen meer

% inwoners dat voldoet aan de beweegnorm

Gezondheidsmonitor (1x per 4 jaar)

2020 ZW: 71% DH: 83%

Ook relatie met wonen en leefomgeving

2022 ZW: 42% DH: 48%

Sociale Samenhang en Participatie Doel

Indicator

Bron

Meest recente

Toelichting

waarde Inwoners voelen zich thuis in hun wijk

Cijfer Sociale cohesie

Veiligheidsmonitor

2023:

(1x per 2 jaar)

ZW 4.9 DH 5.7

Meer ruimte voor initiatieven van inwoners

Aantal toegekende aanvragen L&B budget?? Of ook andere subsidies:

Subsidieregister

Nader uitwerken

aanvragen voor wijkinitiatieven?? Meer en beter contact tussen inwoners

% inwoners dat veel contact heeft met andere buurtbewoners

Veiligheidsmonitor

2023: ZW 28,6% DH31%%

Inwoners hebben meer vertrouwen in de overheid en maatschappelijke instanties

% inwoners dat vertrouwen heeft in de overheid en maatschappelijke instanties

Nog geen bron op wijkniveau:

14

Overleg met NPLV over deze indicator

4.6 Optimalisatie Om op koers te blijven werkt het programma NPZW vanuit de hoofdambities en de doelen voor 2040. Wanneer de kernindicatoren goed worden bijgehouden én de monitoring van de inhoudelijke projecten op orde is (op basis van de projectformats en de Interventiemonitor), dan kan het programmabureau NPZW en de Alliantieraad relatief eenvoudig sturen op de ambities en doelstellingen, zoals verwoord in het DIN.

Jaarlijks organiseert het programmabureau NPZW een duidingssessie over alle Alliantietafels heen, met alle programmaleiders NPZW. Idealiter vindt dit plaats nadat het programmabureau NPZW de concept verantwoordingsrapportage heeft samengesteld en alle beschikbare informatie heeft gebundeld. Het is raadzaam enkele personen mee te laten kijken vanuit de Raad van Advies en de Partnerraad. Na deze bespreking doet het programmabureau - namens alle programmaleiders – een voorstel aan de Alliantieraad voor eventuele koerswijzigingen, aanpassing van activiteiten of het opstarten van nieuwe activiteiten. De notulen van dit overleg vormen input voor de verantwoording het jaar daarop. 4.7 Eisen aanvullende financiering vanuit het Rijk Op dit moment zijn er minimaal drie specifieke uitkeringen met eigen eisen en wensen rond de inhoudelijke monitoring: de indicatoren die vanuit het NPLV gevraagd worden, de Regiodeal en de SPUK Kansrijke Wijk. De SPUK Preventie met Gezag heeft een eigen monitoring opgezet. Er is een landelijke werkgroep actief die de wensen vanuit verschillende financiers aan het combineren is. Den Haag participeert in deze werkgroep. In bijlage 1 staan de indicatoren benoemd die daar worden genoemd, maar die niet (meer) vaststaan. Het programmabureau NPZW is verantwoordelijk voor het jaarlijks verzamelen van de nieuwste gegevens.

15

5. Voortgangsrapportage 2024 5.1 Planning voortgangsrapportage 2024 Projectenformat

Technisch format maken (Data Lab), invullen plannen van aanpak en projectdata

Interventiemonitor

Per project aanpak meting effect, inclusief subindicatoren

Projectmonitoring

Inplannen

Kernindicatoren

Informatie ophalen en rapporteren

Optimalisatie

Inplannen

Verslag voortgangsrapportage

Verslag op basis van de beschikbare informatie

Communicatie

Per onderdeel informatie beschikbaar voor bijvoorbeeld communicatie naar bewoners of de Raad, anders dan in de verantwoording

Leren

Extra aandacht op het ‘leren’ rond specifieke projecten (bijvoorbeeld de gewenste ‘wat werkt’).

Planning

okt

nov

dec

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

2024 /2025 Projectenformat Interventiemonitor Projectmonitoring Kernindicatoren Optimalisatie Voortgangsrapportage Communicatie mogelijk op project vanaf

5.2 Inhoud voortgangsrapportage 2024 In de huidige rapportage wordt weergegeven hoe de monitoring wordt ingericht. Het geheel is in opbouw. De bouw van de technische applicatie voor het projectenformat is bijvoorbeeld opgestart. Dat betekent dat in de voortgangsrapportage over 2024 gerapporteerd kan gaan worden over •

de laatste versie DIN

•

de stand van zaken van de uitvoering van de projecten

•

wat het bereik en eventuele effecten zijn van een selectie van projecten of hoe dat in het vervolg bijgehouden gaat worden

16

•

het verloop van de scores op de kernindicatoren, waarbij het gebied zoveel mogelijk wordt vergeleken met het Haags gemiddelde

•

wat wordt gedaan met de inzichten uit de monitoring

•

hoe de monitoring gekoppeld is aan aanpalende instrumenten zoals de Novex-monitoring

De gegevens zullen toegankelijk gevisualiseerd met grafieken.

5.3 Gebruik verzamelde data De monitoring is niet alleen behulpzaam voor de voortgangsrapportage 2024. De gegevens van de verschillende onderdelen zijn beschikbaar in het Data Lab en continu te gebruiken. Met het voorgaande is daarmee een dashboard ingericht. De beschikbare informatie is ook input voor de communicatie over het NPZW. Het geeft inzicht in projecten en alliantietafels die voortgang boeken en daarmee perspectief bieden aan bewoners, ondernemers en andere betrokkenen. Maar het is óók belangrijk om transparantie en duiding te geven over projecten die achterblijven en/of bijgesteld worden. Deze transparantie draagt ook bij aan het vertrouwen in het programma en in de alliantiepartners. De aanpak om de resultaten van de monitoring te communiceren (aan bewoners, aan partners, aan de lokale en landelijke politiek) wordt apart uitgewerkt in de communicatiestrategie.

17

6. Subdoelen en subindicatoren De eerder genoemde kernindicatoren (paragraaf 4.5) en de indicatoren die financiers vragen (bijlage 1) zijn veelal gericht op de uiteindelijke effecten van de inzet in het programma NPZW. Om binnen het programma gerichter te kunnen sturen zijn preciezere gegevens van belang die zich richten op de subdoelen. Er zijn - het huidige DIN volgend - drie soorten subdoelen •

Veel subdoelen in het DIN zijn zodanig omschreven dat het bijhouden van projectresultaten voldoende is om de voortgang te meten. Het actueel houden van het projectenformat uit paragraaf 4.2 voldoet.

•

Sommige subdoelen zijn zodanig verwoord dat het bereik en het effect van de uitvoering van een project (of de projecten) de beste indicator is. Dit bijhouden kan gebeuren via diverse methodes in de Interventiemonitor (zie paragraaf 4.3).

•

Sommige subdoelen kunnen bijgehouden worden met informatie die al elders wordt verzameld. Dit kan alleen als die subindicatoren niet te veel beïnvloed worden door andere factoren dan de inzet van de projecten. Je wilt de indicatoren immers gebruiken om op projectniveau te kunnen sturen. Het gebruik van bestaande indicatoren is ook niet zinvol als het bereik van projecten zo klein is, dat eventuele effecten niet herleidbaar zijn tot het niveau van de meting van zo’n beschikbare indicator. Van een project waarbij je enkele tientallen mensen kunt helpen, zijn de effecten niet herleidbaar tot cijfers uit een bestaande monitor over de hele bevolking.

Hieronder volgen voorbeelden van hoe de subdoelen per Alliantietafel bijgehouden gaan worden.

1.

Wonen en Leefomgeving

Energiezuinig/verduurzamen •

Percentage woningen met energielabel C of hoger. Bron: DHIC

Gezonde woningen •

Optie: Aantal woningen met vocht/schimmelproblemen. Bron: RIVM

Toevoegen en differentiëren van de woningvoorraad •

Aantallen koop-, huur-, en corporatiewoningen. Bron: DHIC

Leefbare wijken •

Score leefbaarheid wijken. Bron: Leefbarometer

Toegankelijke, veilige en inclusieve openbare ruimte •

Leefbaarheid en overlast in de woonbuurt. Bron: Leefbarometer

18

•

Meldingen verloedering & fysieke kwaliteit openbare ruimte. Bron Gemeente Den Haag

Groene, gezonde en duurzame omgeving •

Score ‘Beweegvriendelijke omgeving’ uit Gezondheidsmonitor. Bron: RIVM

Versterken ov, meer deelmobiliteit, stimuleren wandelen en fietsen •

Modal split vervoersgebruik verplaatsingen (gecombineerd gebruik auto, fiets, ov, etc.). Bron: ODIN

2.

Werk en Economie

Meer mensen kennen bestaanszekerheid •

Percentage huishouden met geregistreerde problematische schulden. Bestaanszekerheid is een breder begrip, maar een belangrijk onderdeel daarvan is een bestaan met voldoende/voorspelbaar inkomen en een stabiele financiële situatie. Vandaar dat er onder meer gekeken wordt naar of men voldoende schulden-/zorgenvrij is om kansen te kunnen pakken. Dit wordt gemeten met de Schuldenmonitor van het CBS en is dus een valide en betrouwbare bron.

Meer mensen werken •

Aantal plekken instapwerk. Door inzicht te hebben in het aantal mensen dat in Den Haag Zuidwest instapwerk doet én te laten zien welke effecten dit heeft op de deelnemers en de buurt, is op inspanningenniveau te zien of werk van waarde gerealiseerd wordt én of dit bijdraagt aan de leefbaarheid in de wijk.

Er is meer werk •

Het aandeel afgestudeerden (mbo/hbo) in Den Haag Zuidwest dat een baan heeft gevonden in één van de kanssectoren. Naast de werkgelegenheid die in beeld gebracht wordt bij de kernindicator (aantal banen in Den Haag Zuidwest), wordt gekeken naar de toekomst door de hoeveelheid afgestudeerden die wonen in Den Haag Zuidwest en werk vinden in één van de kanssectoren Bouw, Techniek en Groen te constateren. Dit wordt gemeten via het CBS.

Er zijn meer bedrijven •

Ondernemerschap en ondernemersklimaat bevorderen en verbeteren. Meer ondernemerschapsprogramma’s gericht op ZW en aantal deelnemers. Met de ondernemerschapsprogramma's krijgen bewoners in Zuidwest de tools mee om succesvol te ondernemen in de wijk. Dit draagt ook bij aan de leefbaarheid in de wijk.

19

Cross-over Coalitie Wonen, Onderwijs, Werk (WOW) In de Coalitie Wonen, Onderwijs, Werk (WOW) zitten partners vanuit de verschillende werkgebieden aan tafel: woningbouwcorporaties, ROC Mondriaan en Gemeente Den Haag. Samen investeren ze om meer mensen naar werk te begeleiden, gerelateerd aan de energietransitie, bouwopgave, klimaatadaptatie en circulariteit met focus op Zuidwest. Dit doet de Coalitie WOW met een netwerk van ongeveer veertig bedrijven. De partners doen allemaal iets meer en anders dan normaal gesproken. De samenwerking brengt veel bijvangst: door betere relaties ontstaat er snellere communicatie tussen organisaties, worden er nieuwe verbindingen en kansen gelegd en wordt er vanuit het bedrijvennetwerk geïnvesteerd in leefbaarheid.

De Coalitie WOW wordt meegenomen in de monitoring door te kijken naar verschillende subindicatoren: •

Aantal deelnemers DOE-dagen

•

Aantal deelnemers leerwerktrajecten

•

Aantal mensen dat met deze aanpak een baan heeft gevonden binnen één van de kanssectoren

•

Aantal vervolgcontracten

3.

Onderwijs

Cross-over brugfunctionarissen De allianties Onderwijs (lead), veiligheid en gezondheid werken samen bij de inzet van brugfunctionarissen. Het NPZW streeft ernaar dat alle basisscholen in Den Haag Zuidwest een brugfunctionaris in dienst hebben. De brugfunctionaris biedt ondersteuning bij vragen en zorgen van ouders die niet direct met onderwijs te maken hebben. De brugfunctionaris draagt bij aan een laagdrempelige en passende ondersteuning van ouders en vormt de schakel tussen (voor)school, professionals en ouders en de schakel met sociale voorzieningen. Zo helpen ze ouders bijvoorbeeld bij het vinden van de weg naar instanties in de wijk, een wijkteam, andere ondersteuning, zoals een psycholoog of bijvoorbeeld jeugdhulp. Hierdoor hebben ouders een vast aanspreekpunt, worden leraren ontlast, en krijgen leerlingen meer ruimte om te leren. Naast hun directe relatie met het onderwijsdomein spelen brugfunctionarissen ook een rol in het versterken van de weerbaarheid van ouders en gezinnen tegen ondermijnende criminaliteit. Dit doen ze onder andere door signalen van beginnende criminele activiteiten te herkennen en hierover in gesprek te gaan met kinderen en ouders. Daarnaast dragen brugfunctionarissen bij aan de weerbaarheid van ouders doordat ze hen helpen de juiste zorg en ondersteuning te vinden, waardoor zij minder vatbaar worden voor criminele invloeden.

De monitoring van brugfunctionarissen vindt deels plaats door het verzamelen van kwantitatieve projectinformatie waaronder: •

het aantal brugfunctionarissen in Den Haag Zuidwest;

•

de verdeling van het aantal uren, waarbij o.a. onderscheid wordt gemaakt tussen ondersteuning binnen de school, ondersteuning buiten de school en activiteitenbegeleiding;

•

het aantal doorverwijzingen (indien van toepassing).

20

Echter, niet alle inspanningen binnen scholen zijn meetbaar in kwantitatieve termen. Bovendien maken de interventies deel uit van integraal schoolbeleid dat gericht is op het bevorderen van gelijke kansen en is het ingewikkeld deze kwantitatieve indicatoren een-op-een te verbinden met data over de impact in DHZW. Om te komen tot goede informatie, is daarom meer inzicht nodig in het beleid rondom gelijke kansen en onderwijsachterstanden dat scholen in Den Haag Zuidwest voeren. Hierbij dient expliciet aandacht te zijn voor interventies die vanuit het NPZW zijn gestart, zoals de brugfunctionarissen. Om deze inzichten te verkrijgen, worden schoolportretten opgesteld voor scholen waar één of meerdere interventies van het NPZW worden uitgevoerd.

4.

Veiligheid

Weerbaarheid van jongeren via school en schoolveiligheid: •

Aantal Halt gesprekken (per wijk en per school), eventueel aangevuld met inzicht in (herstel)opdrachten jongeren.

•

Aantal jongeren weerbaarheidstrainingen (via C1622) (zowel basisschool + VO + ROC)

•

Aantal verbonden aan jongerenrechtbank + aantal zaken

Perspectief voor jongeren via talentenontwikkeling en inzet van jongeren voor de wijk: •

Deelname aan trajecten (w.o. deelname Talentenplatform, Buurtbroeders, MDT Onderweg naar je Toekomst, Skill School, jeugdraden). Cijfers zien op in- en uitstroom en deelname.

•

Toeleiding naar werk en school (jongerencoach en IPTA): aantal bereikte jongeren, aantal in- en uitstroom/doorverwijzing.

Vroegsignalering en gezag in de wijk: Boa’s met taakaccent jeugd: •

Aantal fte boa’s, aantal waarnemingen/contactmomenten jeugd, aantal waarschuwingen jeugd, aantal boetes jeugd, eventueel aangevuld met inzicht in doorverwijzingen.

Aanpak van ondermijning achter de voordeur: •

Aantal constateringen woonfraude en misstanden

•

Aantal woningen die zijn teruggevloeid naar corporaties

Wijkrechtspraak: •

Aantal zaken per zaaksstroom.

21

5.

Gezondheid en Vitaliteit

Gezonde leefomgeving ontwikkelen i.s.m. bewoners De gegevens worden verzameld via een mix van kwantitatief en vooral kwalitatieve informatie. Voor de Beweegroute Bouwlust-Vrederust wordt dit uit grootschaliger onderzoek gehaald dat voor ZonMw wordt uitgevoerd. In essentie komt het erop neer dat daar drie vragen worden beantwoord: •

Is het gelukt de beweegroute te realiseren en welke activiteiten worden geprogrammeerd?

•

Hoeveel mensen maken gebruik van de activiteiten?

•

Wat vinden de gebruikers ervan? Hierbij gaat het om ervaren tevredenheid, succes- en leerpunten.

6. Sociale Samenhang & Participatie (SSP) Cross-over Ontmoetingscentra Ontmoetingscentra zijn belangrijk om in contact te komen en te blijven met de bewoners in Zuidwest. Vanuit deze locaties kunnen bewoners, ondersteund door professionals, elkaar helpen en elkaar stimuleren richting (vrijwilligers)werk, taalvaardigheid en maatschappelijke en fysieke vitaliteit. Ze dragen dus bij uitstek bij aan doelstellingen van de andere Allianties. Zo vinden er vanuit de Alliantie Gezondheid activiteiten plaats op deze ontmoetingscentra, worden de schoolontbijten in de buurtkamers voorbereid door bewoners met een afstand van de arbeidsmarkt, worden bewoners via de buurtkamer betrokken bij de herinrichting van de Jan Vosstraat, worden er taallessen gegeven op diverse ontmoetingscentra en zijn er op veel ontmoetingscentra spreekuren van helpdeskgeldzaken. De ontmoetingscentra hebben goed contact met de bewoners en weten waar de behoefte van deze bewoners ligt. Door deze kracht te verbinden aan de doelen van de andere Allianties ontstaat een win-win situatie. De ontmoetingscentra richten zicht op de 5 O’s: ontmoeten, ontspannen, ontwikkelen, ondersteunen, ondernemen.

De monitoring kent een kwantitatief en kwalitatief deel. Er wordt allereerst gevraagd een overzicht bij te houden van het activiteiten programma, met daarbij het aantal betrokken vrijwilligers, het aantal bezoekers en welke op welke van de vijf O’s de activiteiten zijn gericht. Daarnaast zal met de coördinatoren van de centra een lerend netwerk op te bouwen, waarbij ook het zichtbaar maken van de impact een belangrijke plaats in neemt. Movisie heeft voor dit onderdeel een opdracht gekregen om samen met de ontmoetingscentra vast te stellen op welke manier de impact zichtbaar kan worden, waarbij aandacht is voor de impact op alle leefgebieden en doelen van de andere allianties.

22

Bijlage 1: Indicatoren vanuit financiering van het Rijk Aanvullende indicatoren komen uit Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Daarnaast komen er eisen vanuit de Regio Deal en de SPUK Kansrijke Wijk. Er is een landelijke werkgroep waarin de Regio Deal en de SPUK KW in samenhang worden bekeken. Onderstaande lijsten zijn dus aan verandering onderhevig. Er zijn dubbelingen met de Kern indicatoren van Den Haag.

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Wonen en Leefomgeving 1.

Leefbaarometer ‘woningvoorraad’ (indexcijfer)

2.

Het aantal te herstructureren en geherstructureerde woningen (absolute aantallen)

3.

Het aantal nieuw te bouwen woningen (absolute aantallen)

4.

Samenstelling woningvoorraad (% koop – huur – sociale huur)

5.

Woningen met energielabels E t/m G (%)

6.

Inzet sturingsinstrumentarium woningtoewijzing (ja / nee; zo ja, welke; toelichting)

Werk en Economie 7.

SES-WOA-score (indexcijfer)

8.

Huishoudens onder sociaal minimum (% van totaal aantal huishoudens)

9.

Arbeidsparticipatie (% van beroepsbevolking)

10. Personen in schuldsanering (% inwoners) Onderwijs 11. Definitief schooladvies PO (% MAVO – HAVO – VWO) 12. Inwoners zonder startkwalificatie (% inwoners 18-30 jaar) Veiligheid 13. Leefbaarometer ‘overlast & onveiligheid’ (indexcijfer) 14. Aantal personen jonger dan 25 verdacht van een delict (per 1000 inwoners) 15. Inwoners die ‘veel jeugdoverlast’ ervaren volgens Veiligheidsmonitor (% inwoners)

Regio Deal 1.

Ervaren sociale cohesie

2.

Aandeel bewoners in DH ZW dat regie heeft op hun eigen leven

3.

Percentage bewoners dat vertrouwen heeft in de overheid

4.

Aandeel bewoners dat zich niet veilig voelt

5.

Aantal nieuwe bedrijven met personeel gevestigd in ZW

6.

Fysieke ruimte (in m2) voor bedrijvigheid

7.

Aandeel afgestudeerden (mbo/hbo) in ZW dat een baan heeft gevonden in een van de kanssectoren (bouw en techniek, zorg(innovatie), ambachtelijke maakindustrie)

23

8.

Percentage/aantal voortijdig schoolverlaters in ZW

SPUK Kansrijke Wijk: Een grote lijst aan wensen is verwoord in de eigen plannen. Hierin moet een beperking worden aangebracht, want het zijn er te veel. De volgende indicatoren zijn onder andere in beeld: 1.

Percentage bewoners dat regie heeft op het eigen leven

2.

Opkomstcijfers verkiezingen

3.

Betrokkenheid in de wijk (attitude)

4.

Mogelijkheden om de eigen wijk te beïnvloeden en verbeteren (attitude)

5.

Percentage bewoners dat actief participeert in de wijk (aantallen)

6.

Percentage bewoners dat zich actief inzet voor de omgeving

7.

Aantal bewoners opgeleid in projectmanagement, communicatie, ondernemerschap, (persoonlijk) leiderschap

8.

Aantal bewoners betrokken bij gezondheid bevorderende activiteiten

9.

Gebruik zorgdiensten

10. Bewustzijn van gezonde levensstijlkeuzes 11. Levenskwaliteit 12. Aantal interdisciplinaire en interculturele samenwerkingsverbanden en partnerschappen dat wordt gecreëerd 13. Schoolresultaten jongeren 14. Percentage huishoudens dat moet rondkomen van een (bijstands)uitkering 15. Percentage inwoners met een laag inkomen tot 130% van het sociaal minimum 16. Niet-gebruik van gemeentelijke inkomensondersteunende voorzieningen. 17. Gebruik van voorzieningen voor schoolgaande kinderen en gratis peuteropvang voor gezinnen met een minimuminkomen. 18. Aandeel geplande gesprekken bij de Helpdesk Geldzaken dat ook daadwerkelijk wordt gevoerd. 19. Aantal bewoners met een Participatiewet uitkering en een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt dat een rol krijgt in de wijk (Werk van Waarde ) 20. Aantal gezinnen in Zuidwest dat dagelijks een gezond ontbijt ontvangt 21. Houding van kinderen tegenover het eten van een warme groente maaltijd 22. Eetgedrag jongeren 23. Percentage jongeren met onderwijsachterstanden 24. Percentage jongeren 12-18 jaar dat veel tot zeer veel stress ervaart 25. Aantal jongereninitiatieven

24

Bijlage 2 : Verantwoordelijkheden Hieronder worden de verantwoordelijkheden per onderdeel van de monitoring benoemd. 1 Onderdeel Projectenformat Projectleider3: Invullen projectenformat bij de start en driemaandelijks actueel houden Programmaleider NPZW: Toezien op het gebruik van het projectenformat door de projectleiders Crossovers belegd bij accounthouders Alliantietafel Onderzoekers NPZW: Gebruik gegevens voor de jaarlijkse rapportage per Alliantietafel Programmabureau NPZW: Voorzien in kaders, planning, toegankelijk format en applicatie Regelen toegang tot de informatie

2 Onderdeel Interventiemonitor Projectleider: Met de programmaleider Alliantietafel en onderzoeker keuze voor de wijze waarop bereik en effect gemonitord gaan worden. Verantwoordelijk voor de uitvoering. Programmaleider NPZW: Met de projectleiders keuze voor de wijze waarop bij alle projecten bereik en effect gemonitord gaan worden. Toezien op de projectleiders. Onderzoekers NPZW: Op maat advies aan projectleider en Alliantietafel rond opzet en uitvoering van bijhouden effecten per project Programmabureau NPZW: Vullen Toolbox, Toezien op Alliantietafels, Rapportage over het geheel. NB: Cross-overs zijn belegd bij de trekker uit één Alliantietafel

3 Onderdeel Projectmonitoring Programmaleider NPZW: Agenderen en vormgeven gesprek met de Alliantietafel over de informatie uit de projectenformats deze laten notuleren. Vormgeven van een eventueel vervolg 3

Per Alliantietafel kan de benaming verschillen. Bij onderwijs bijvoorbeeld zijn er dossierhouders voor bepaalde interventies van DHZW 25

Projectleider: Deelnemen aan het gesprek in de Alliantietafel. Onderzoekers NPZW: Op verzoek van de programmaleider Alliantietafel deelnemen aan de besprekingen. Programmabureau NPZW: Toezien op het functioneren van de inhoudelijke projectmonitoring

4 Onderdeel Kernindicatoren Programmaleider NPZW: Met de Alliantietafel en onderzoekers voorstel voor de kernindicatoren Onderzoekers NPZW: Op maat advies aan programmaleider Alliantietafel Opvragen benodigde data in afstemming met elkaar Programmabureau NPZW: Meedenken met de Alliantietafels Rapportage over het geheel Randvoorwaarden creëren voor het efficiënt ophalen data ( input leveren voor aanpassing stadsenquête, regelen oversampling in het NPZW gebied)

5 Onderdeel Optimalisatie Programmaleider NPZW: Deelname aan NPZW duidingssessie over het gehele programma Onderzoekers NPZW: Aanleveren beschikbare informatie Programmabureau NPZW: Organisatie jaarlijkse duidingssessie, deze notuleren en de notulen opslaan op een toegankelijke plek. Eventueel vormgeving voorstel voor besluit vervolg aan de Alliantieraad Rapportage van het geheel aan de Alliantieraad en het Rijk

6 Onderdeel Eisen aanvullende financiering Programmabureau NPZW Opname wensen en eisen in de het monitoringsinstrumentarium Rapportage Programmaleiders NPZW Aanleveren beschikbare inhoudelijke informatie

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15120332/1