RIS321253 Bijlage 2 Impact volwassenened op soc dom voor inw van regio Haaglanden in 2022 - 2023
Tekst van het document
Impact volwasseneneducatie op sociaal domein voor inwoners van regio Haaglanden in 2022 - 2023 Resultaten monitor educatietrajecten regio Haaglanden als onderdeel van de Nederlandse Monitor Volwasseneneducatie door Prof. Dr. Maurice de Greef Jaarlijks faciliteert de arbeidsmarktregio Haaglanden (met de gemeenten Delft, Den Haag, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland) trajecten volwasseneneducatie voor haar volwassen inwoners met als doel, dat zij een betere plek in de samenleving krijgen. Vraag is wat de impact van deze trajecten is en ook op de verschillende levensdomeinen. De gemeenten hebben ook in 2022 en 2023 in samenwerking met ROC Mondriaan en Taal aan Zee trajecten volwasseneneducatie gefaciliteerd. Deze rapportage beschrijft de uiteindelijke impact van de educatieve trajecten uit 2022 en 2023 voor de inwoners van de regio Haaglanden. Investeren in taal loont Volgens het CBS (2014a) kent Nederland nog steeds een groot percentage inwoners, dat uitgesloten is van sociale deelname aan de samenleving, te weten 15%. Dit zijn mensen, die in de meeste gevallen niet kunnen meedoen aan activiteiten, werk, maar ook minder contacten hebben in hun eigen omgeving. Volgens Bijl et al. (2011) komt het probleem van sociale ongelijkheid door het verschil in opleiding. Het verschil in opleidingsniveau veroorzaakt namelijk een kloof tussen hoog- en laagopgeleiden (Bijl et al., 2011).
Dit effect zien we ook terug in onze werkloosheidscijfers. Volgens het CBS (2014b) is circa 77% van de werklozen laag- of middelbaar opgeleid. Een bijkomend probleem van mensen die sociale uitsluiting of uitsluiting van de arbeidsmarkt ervaren, is dat deze mensen onder andere de taal vaak niet voldoende meester zijn. Investering in educatietrajecten voor deze laag- en middelbaar opgeleiden zou deze problematiek en de bijbehorende kosten kunnen tegengaan. Met de trajecten volwasseneneducatie in de regio Haaglanden bieden de gemeenten zoveel mogelijk mensen die nog niet of onvoldoende (kunnen) participeren, een educatief aanbod. Een aanbod dat gekoppeld is aan de maatschappelijke context en dat bijdraagt aan het beoogde maatschappelijk effect. In deze rapportage leest u de uitkomsten van het onderzoek naar de impact van deze trajecten in 2022 en 2023.
1 © Artéduc, Vught
Onderzoeksmethodiek In 2022 en 2023 is onder een groot aantal deelnemers aan educatieve trajecten in de in de regio Haaglanden een vragenlijst afgenomen. Er zijn in principe 2 meetmomenten geweest, te weten: T0 en na circa 15 weken T1. Dit is verspreid over het voorjaar van 2023 daar niet alle trajecten een gelijktijdig startmoment hadden. Uiteindelijk is een analyse gedaan onder 229 deelnemers die zowel vragenlijst 1 als 2 hadden ingevuld. Tijdens de metingen zijn allereerst de socio-demografische kenmerken, zoals geslacht, nationaliteit, leeftijd, hoogste vooropleiding, aantal opleidingsjaren, het hebben van een diploma of een (vrijwilligers)baan in kaart gebracht (gebaseerd op onderzoek van Verté et al., 2007). Bij de meting is daarnaast gebruik gemaakt van de gevalideerde SIT-vragenlijst (Sociale Inclusie na Transfer) van De Greef, Segers en Verté (2010). Van het SIT-instrument (Sociale Inclusie na Transfer) van De Greef, Segers en Verté (2010) zijn zeven verschillende variabelen gebruikt. Allereerst de variabele ‘Nationale Taalvaardigheden’. Deze variabele bestaat uit negen items met een Likertschaal van 1 - 10. Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan schrijven wat ik bedoel.
§
Ik kan de krant, een boek of iets anders lezen.
Ten tweede is gebruikt gemaakt van de variabele ‘Digitale vaardigheden’ (bestaande uit drie items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan de computer gebruiken.
§
Ik kan internet gebruiken.
Ten derde is gebruikt gemaakt van de variabele ‘Assertiviteit’ (bestaande uit vijf items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan voor mezelf opkomen.
§
Ik kan problemen oplossen.
De vierde variabele is ‘Ontmoeten & ondernemen’ (bestaande uit vier items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik ontmoet voldoende mensen.
§
Ik doe nieuwe contacten op.
De vijfde variabele bracht in kaart of men is gaan deelnemen aan natuur- en sportactiviteiten middels de variabele ‘Natuur- en sportactiviteiten’ (bestaande uit vier items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik ga de natuur in.
§
Ik neem deel aan sportactiviteiten.
Voor het onderzoek betreffende de leertrajecten in de regio Haaglanden is 1 nieuwe variabele samengesteld (deels gebaseerd op het SIT-instrument), te weten: ‘Vervolgopleiding’. 2 © Artéduc, Vught
De zesde variabele ‘Vervolgopleiding’ bracht in beeld of mensen zijn gaan deelnemen aan een vervolgopleiding of de intentie daartoe kregen (bestaande uit zes items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik volg nu een opleiding in het MBO, het HBO, de universiteit of de VAVO.
§
Ik zoek actief naar een opleiding.
Daarnaast is in kaart gebracht of de arbeidsmarktpositie van de deelnemers verbeterd is door te kijken naar het verkrijgen of beter functioneren in een betaalde baan (met of zonder begeleiding), het verkrijgen van vrijwilligerswerk, het gaan zoeken van een baan of het gaan stage lopen. Om de impact van het educatietraject in kaart te brengen, zijn middels SPSS 29.0 verschilvariabelen gemaakt en is per variabele het percentage deelnemers, dat een groei heeft doorgemaakt, bepaald. Hoge impact van het leertraject op de plek in de samenleving en de arbeidsmarkt Uit tabel 1 wordt duidelijk, dat in 2022 en 2023 de trajecten er allereerst voor zorgen, dat een meerderheid van de deelnemers beter zijn of haar taalvaardigheden kan toepassen in de praktijk (circa 76%). In vergelijking met de landelijke benchmark van 2012 (De Greef et al., 2012) is deze score veel hoger en geeft het aan, dat door de meeste deelnemers het doel van de georganiseerde taaltrajecten behaald wordt, namelijk het beter toepassen van de taal in de praktijk. Daarnaast ervaart tussen de 45% tot 60% een betere plek in de samenleving in vrijwel alle variabelen van sociale inclusie, wat zich onder andere vertaalt in het feit dat men bijvoorbeeld meer mensen ontmoet en dat men meer onderneemt, assertiever is geworden en meer deelneemt aan natuur- en sportactiviteiten (zie tabel 1).
Ten slotte kan voor de neveneffecten op het gebied van de arbeidsmarktpositie geconstateerd worden, dat deze redelijk groot zijn. Volgens tabel 2 is vanuit de educatieve trajecten in de regio Haaglanden circa 20% beter gaan functioneren op de werkvloer of heeft een betaalde baan gekregen en dit geldt voor circa 18% van de deelnemers met betrekking tot een betaalde baan met begeleiding. Daarnaast is circa 29% een baan gaan zoeken, circa 25% (meer) vrijwilligerswerk gaan doen en circa 13% (meer) stage gaan lopen (zie tabel 2). Ook hier wordt duidelijk, dat als men deze resultaten vergelijkt met het landelijk onderzoek van 2012 (waarbij dezelfde soort trajecten onderzocht zijn, te weten taal-, reken- en basisvaardigheidstrajecten in diverse (non-) formele onderwijssettingen voor volwassenen) dat bijna alle variabelen bij de trajecten in de regio Haaglanden hoger scoren. In tabel 1zijn ook de afzonderlijke scores per gemeente weergegeven. Vergelijking is echter pas mogelijk als in kaart wordt gebracht of ook de doelgroepen van de educatieve trajecten vergelijkbaar zijn. Voor de gemeente Midden-
3 © Artéduc, Vught
Delfland is geen analyse gedaan, omdat daarvoor het aantal deelnemers aan dit onderzoek dat in deze gemeente woonachtig was, te gering was. Tabel 1: Percentage deelnemers met betrekking tot toename mate van sociale inclusie in regio Haaglanden in 2022 en 2023 Leercontext →
Trajecten Trajecten Trajecten Trajecten Trajecten Landelijk Gehele Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente onderzoek 2012 regio Den Haag Delft Rijswijk Westland Aantal deelnemers met toename sociale inclusie per variabele van sociale inclusie in % ↓
Sociale inclusie Nationale Taalvaardigheden Digitale Vaardigheden Assertiviteit Ontmoeten & ondernemen Natuur- en sportactiviteiten Extra variabelen sociale inclusie Vervolgopleiding Arbeidsmarktpositie Betaalde baan Vrijwilligerswerk Stage Op zoek naar baan Betaalde baan met begeleiding
75.5
74.8
75.8
82.4
72.7
58.2
47.4 52.4 57.7
46.4 55.9 61.5
69.7 63.6 66.7
41.2 35.3 50.0
39.4 33.3 48.5
51.4 54.2 48.8
52.5
51.4
62.5
56.3
45.5
49.3
43.4
45.8
41.9
50.0
35.7
Niet gemeten tijdens landelijk onderzoek
19.9 25.4 13.1 29.3 18.3
19.4 24.7 14.4 27.4 17.0
18.5 25.9 12.0 35.7 22.7
33.3 25.0 7.7 28.6 25.0
16.1 28.1 10.7 37.9 13.8
19.5 21.4 7.3 19.8 14.3
Tabel 2 toont de resultaten van de impactmeting in 2021 en 2022. Duidelijk wordt dat in 2022 en 2023 hetzelfde aantal deelnemers ervaren de taal beter te kunnen toe passen in de praktijk en dat de vooruitgang op de sociale inclusie variabelen vergelijkbaar is (ze tabel 2).
4 © Artéduc, Vught
Tabel 2: Percentage deelnemers met betrekking tot toename mate van sociale inclusie in regio Haaglanden in 2021 en 2022 Leercontext →
Trajecten Trajecten Trajecten Trajecten Trajecten Landelijk Gehele Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente onderzoek 2012 regio Den Haag Delft Rijswijk Westland Aantal deelnemers met toename sociale inclusie per variabele van sociale inclusie in % ↓
Sociale inclusie Nationale Taalvaardigheden Digitale Vaardigheden Assertiviteit Ontmoeten & ondernemen Natuur- en sportactiviteiten Extra variabelen sociale inclusie Vervolgopleiding Arbeidsmarktpositie Betaalde baan Vrijwilligerswerk Stage Op zoek naar baan Betaalde baan met begeleiding
76.3
75.7
90.6
71.4
52.9
58.2
43.9 49.4 53.3
41.9 48.6 45.8
65.6 59.4 70.0
30.0 33.3 55.0
41.2 58.8 52.9
51.4 54.2 48.8
55.7
60.6
60.0
40.0
35.3
49.3
55.5
61.1
55.2
40.0
53.3
Niet gemeten tijdens landelijk onderzoek
15.8 32.1 25.7 36.8 28.3
15.7 29.4 22.1 35.3 28.4
20.0 47.8 60.0 41.7 47.4
21.1 41.2 15.8 50.0 15.8
0.0 20.0 0.0 26.7 27.3
19.5 21.4 7.3 19.8 14.3
De zelfperceptiemaat onder de respondenten blijkt een betrouwbare maat te zijn voor deze resultaten aangezien eerder onderzoek van De Greef et al. (2009) heeft aangetoond, dat door het zelf scoren van de beheersing van diverse vaardigheden de verwachte overschatting van de deelnemers uitbleef. Dezelfde scores door docenten (over de betreffende vaardigheden van de deelnemers) bleken namelijk veel hoger te zijn dan die van de deelnemers zelf. Daarnaast tonen Kok en Scholte (2013) door vergelijking van scores op de schalen van het SIT-instrument met scores op objectieve internationale taaltoetsen (Alamprese et al., 2011; Sabatini et al., 2011;, Greenberg et al., 2011; Hock & Mellard, 2011) aan, dat de gemiddelde stijging van de testscores van deelnemers vergelijkbaar zijn. Hierbij is de hoogte van de scores op de objectieve internationale taaltoetsen vergeleken met de hoogte van de scores via het SITinstrument. Leertrajecten voor volwassenen in regio Haaglanden hebben een hoge impact Allereerst is gebleken, dat een groot aantal deelnemers een betere plek in de samenleving heeft gekregen, dankzij deelname aan een traject volwasseneneducatie in 2022 en 2023. Uit de meting van de wordt duidelijk, dat §
circa 76% van de deelnemers een betere taalbeheersing krijgt; 5
© Artéduc, Vught
§
circa 45% tot 60% van de deelnemers een betere plek in de samenleving krijgt;
§
circa 15% tot 30% van de deelnemers een betere arbeidsmarktpositie krijgt.
Als men de resultaten van het landelijk onderzoek vergelijkt, kan men spreken van een goed resultaat. Het aantal deelnemers, dat haar taal verbetert en een betere plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt krijgt, is goed in vergelijking met andere trajecten uit het land. Hieruit blijkt, dat investering in volwasseneneducatie ervoor zorgt dat de inwoners in de regio Haaglanden alsnog een betere plek in de samenleving kunnen krijgen. Extra opvallend is het feit, dat bijna de helft van de deelnemers een vervolgopleiding gaat of wil volgen. Dit geeft aan, dat het merendeel van de deelnemers geactiveerd wordt om zelf aan de te slag en een betere plek op de arbeidsmarkt en in de samenleving in de regio Haaglanden te krijgen. Samenvattend ervaren de deelnemers beter te gaan functioneren op verschillende levensdomeinen na deelname aan een leertraject mede gefaciliteerd door de gemeenten in de regio Haaglanden in samenwerking met ROC Mondriaan en Taal aan Zee. Deze vaste infrastructuur van volwasseneneducatie zorgt ervoor dat de resultaten blijvend goed zijn. Referenties Alamprese, J.A. et al. (2011). Effects of a structured decoding curriculum on adult literacy learners’ reading development. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): pp. 154172. Bijl, R., Boelhouwer, J., Cloïn, M. & Pommer, E. (2011). De sociale staat van Nederland 2011.
Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. CBS. (2014a). Nederland presteert bovengemiddeld op thema’s Europa 2020. 07-06-2014. <http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/dossiers/eu/publicaties/archief/2014/2014-4058wm.htm>. CBS (2014b). Beroepsbevolking; Geslacht en Leeftijd. 07-06-2014. <http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=71738NED&D1=22,26& D2=0&D3=0&D4=a&D5=31,36,41,46,51,60,65,l&HD=1403041009&HDR=T,G4&STB=G2,G1,G3>. De Greef, M., Hanekamp, M., Segers, M., Verté, D. en Lupi, C. (2012). Leren in verschillende contexten. ’s-Hertogenbosch: CINOP. De Greef, M., Segers, M., Verté, D., De Greef, R. & Meulenbrug, J. (2009). Leren voor Leven een eigen plek in het dagelijks leven. Velp: Spectrum CMO Gelderland. De Greef, M., Segers, M. & Verté, D. (2010). Development of the SIT, an instrument to evaluate the transfer effects of adult education programs for social inclusion, Studies in Educational Evaluation (36), 42 - 61. Greenberg, D. et al. (2011). A Randomized Control Study of Instructional Approaches for Struggling Adult Readers. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): pp. 101-117.
6 © Artéduc, Vught
Hock, M.F. & Mellard, D.F. (2011). Efficacy of learning strategies instruction in adult education. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): 134-153.Josten, E. (2010). Minder werk voor laagopgeleiden? Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Kok, L. & Scholte, R. (2013). Rendement van cursussen voor laaggeletterden. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek. Sabatini, J.P. et al. (2011). Relative effectiveness of reading intervention programs for adults with low literacy. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): 118-133. Verté, D., De Witte, N. & De Donder, L. (2007). Schaakmat of aan zet? Monitor voor lokaal ouderenbeleid in Vlaanderen. Brugge: Uitgeverij Van den Broele.
7 © Artéduc, Vught