CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321190 Beantwoording SV Problemen bij aanvraag wmo-hulpmiddelen

Commissie Samenleving 6 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

18 februari 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Thepass, luidend: ‘Problemen bij aanvraag wmo-hulpmiddelen’

OCW/10853569 RIS321190

Het raadslid de heer Thepass heeft op 4 februari 2025 een brief met daarin 16 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Voor veel Hagenaars en Hagenezen zijn wmo-hulpmiddelen onmisbaar. Met de vergrijzing zal de vraag naar hulpmiddelen bovendien sterk toenemen. GroenLinks sprak meerdere bewoners die gebruik (willen) maken van wmo-hulpmiddelen én mensen die hen ondersteunen. Hier kwam een beeld uit dat de toekenning niet altijd soepel verloopt. Een (te) strikte naleving van regels staat soms de menselijke maat in de weg. Zo blijkt dat de aanvraag voor een stoel om makkelijker in de auto te kunnen zitten zonder gedragen te worden, voor iemand met het Rett-Syndroom, een progressieve aandoening waarin de spraak en motoriek steeds verder achteruitgaat, is afgewezen. Deze persoon zou nog niet beperkt genoeg zijn: ze kan namelijk nog een paar stappen te zetten. Deze persoon kan nu al amper lopen en zal dit in de komende jaren steeds minder kunnen. Bovendien is het voor de moeder/mantelzorger erg zwaar om haar volwassen dochter te tillen.

Casemanagers beloofden dat de aanvraag over een jaar opnieuw gedaan kon worden en dan waarschijnlijk toegezegd zou worden, maar omdat het alleen mondeling is gecommuniceerd kan de zorgbehoevende hier geen rechten aan ontlenen. 1)

Kan het college reageren op de bovenstaande signalen?

In het onderzoek door de casemanagers en consultenten van de Wmo worden vijf stappen gevolgd. Stap 1: stel vast wat de precieze hulpvraag is. Stap 2: breng de beperkingen in de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie in kaart. Stap 3: Stel vast welke ondersteuning nodig is voor zelfredzaamheid en participatie. Stap 4: Breng in kaart of en in welke mate eigen kracht, gebruikelijke hulp, hulp uit het sociale netwerk of een algemene voorziening een oplossing biedt. Stap 5: concludeer of er nog iets overblijft om te compenseren via een maatwerkvoorziening. In dit voorbeeld betreft het een vervoersprobleem (stap 1) en is geconcludeerd dat het nu nog niet nodig is te compenseren via een maatwerkvoorziening (stap 5). Over het algemeen wordt er rekening gehouden met het verwachtte verloop van een aandoening. Het is niet zo dat een voorziening standaard wordt toegekend voor iedereen met een progressieve aandoening, omdat het verloop van de aandoening per situatie kan verschillen. Soms kan het toekennen van een hulpmiddel de achteruitgang ook juist versnellen. Maatwerk is het uitgangspunt. Wat over het algemeen wel gebeurt als de voorziening in eerste instantie wordt afgewezen bij iemand met een progressieve aandoening, die bijvoorbeeld nog niet in een gevorderd stadium van de aandoening is, is dat deze persoon bekend blijft bij de Wmo-uitvoering.

Zo kan er bij een vervolgmelding sneller worden geschakeld, omdat veel informatie dan al bekend is.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10853569

2)

Hoe borgt het college dat de menselijke maat bij het (al dan niet) toekennen van hulpmiddelen voldoende wordt toegepast?

Het college borgt dat de menselijke maat wordt meegewogen door in het onderzoek standaard in kaart te brengen of en in welke mate de cliënt en zijn netwerk bij kan dragen aan de oplossing (zie beantwoording bij vraag 1, stap 4). 3)

Deelt het college de mening van GroenLinks dat een te strikte handhaving van regels rondom recht op wmo-hulpmiddelen niet alleen vanuit de zorgbehoevende onwenselijk is, maar ook tot meer werk voor ambtenaren leidt vanwege het hogere risico op bezwaren? Graag een toelichting.

Nee, het college deelt deze mening niet. Per casus wordt er onderzoek gedaan naar de best passende oplossing om de zelfredzaamheid en participatie te vergroten. Dit wordt gedaan middels de stappen van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), zie de beantwoording op vraag 1. De CRvB heeft deze stappen in rechtspraak uiteengezet, nadat bleek dat de motivering om wel of niet een maatwerkvoorziening toe te kennen van gemeenten in het hele land niet voldoende was en hierdoor veel bezwaren/beroepen gegrond waren. 4)

Hoe wordt bij de behandeling van aanvragen van hulpmiddelen geborgd dat budgettaire druk niet ten koste gaat van een passende oplossing voor de cliënt?

Dit wordt geborgd, doordat casemanagers en consulenten niet sturen op budgettaire druk. Zij onderzoeken wat de beste oplossing is voor de hulpvraag van de cliënt, en of hierbij een maatwerkvoorziening nodig is of niet. Als er uit het onderzoek komt dat een Wmo-voorziening nodig is, dan betekent dit dat het een adequate voorziening moet betreffen die in voldoende mate voorziet in het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie. 5)

Hoe wordt de belasting van mantelzorgers, die vaak decennialang fysiek zware verzorgende en ondersteunende handelingen moeten verrichten, in de toekenning van wmo-hulpmiddelen meegewogen? Indien dit niet wordt meegewogen, is het college bereid dat voortaan wel te doen?

In het onderzoek wordt al standaard in kaart gebracht of en in welke mate eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociale netwerk of een algemene voorziening een oplossing biedt (zie de beantwoording bij vraag 1, stap 4). De belasting van mantelzorgers is dus al onderwerp van het gesprek en wordt niet dwingend ingezet om toekenning van een Wmo-hulpmiddel te voorkomen. 6)

Deelt het college de mening van GroenLinks dat het onwenselijk is dat een aanvraag van een hulpmiddel voor iemand met een progressieve aandoening (waarvan het vaststaat dat diens situatie zal verslechteren) wordt afgewezen met de constatering dat een aanvraag over een jaar waarschijnlijk wordt toegekend? Graag een toelichting.

Het college is van mening dat maatwerk het uitgangspunt is in het onderzoek. Het toekennen van een hulpmiddel met het oog op (mogelijke) verslechtering van de situatie, kan die achteruitgang in sommige gevallen juist versnellen. De hulpvraag van iemand en de passende oplossing kan per persoon verschillen en kan ook heel erg anders zijn in het beginstadium van een ziekte ten opzichte van een later stadium.

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10853569

7)

Kan het college aangeven of en hoe het hebben van een progressieve aandoening wordt meegewogen bij het al dan niet verstrekken van hulpmiddelen? Indien dit niet het geval is, waarom niet, en is het college bereid om dit voortaan wel te doen? Graag een toelichting.

Zie antwoord bij vraag 2 en 6. Bij het onderzoek worden de hulpvraag en beperkingen en belemmeringen in kaart gebracht, evenals het verwachtte verloop van de aandoening. In sommige gevallen kan het toekennen van een hulpmiddel de achteruitgang versnellen. Er is maatwerk nodig om te bepalen of en per wanneer welk hulpmiddel te verstrekken. Als de voorziening in eerste instantie wordt afgewezen bij iemand die bijvoorbeeld nog niet in een gevorderd stadium van de aandoening is, dan blijft deze persoon bekend bij de Wmo-uitvoering. Zo kan er bij een vervolgmelding sneller worden geschakeld, omdat veel informatie dan al bekend is. Andere cliënten en ondersteuners geven aan dat afwijzingen van aanvragen vrijwel standaard mondeling, en niet schriftelijk worden gecommuniceerd. Zo blijkt dat ook te gebeuren bij aanvragen van trapliften en scootmobielen. Het bieden van een schriftelijke afwijzing is verplicht en het niet schriftelijk communiceren ondermijnt de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen. Pas na aandringen wordt de afwijzing ook schriftelijk gecommuniceerd. 8)

Kan het college bevestigen dat het gebruikelijk is om afwijzingen van wmo-aanvragen standaard alleen mondeling (telefonisch) te doen, terwijl er bij toekenning ook schriftelijk wordt gecommuniceerd?

Nee, dit is zeker niet gebruikelijk. Wmo-aanvragen worden namelijk altijd schriftelijk afgedaan. Er is echter een onderscheid te maken tussen Wmo-aanvragen en Wmo-meldingen. Alle Wmo-aanvragen worden schriftelijk afgedaan, maar sommige Wmo-meldingen worden wel mondeling afgedaan. In 2024 werden ruim 68% van alle meldingen, wat allemaal Wmo-aanvragen waren, schriftelijk afgedaan middels een advies en/of beschikking. Zowel bij een toekenning, als ook bij een afwijzing sturen we een schriftelijke bevestiging, omdat dat de mogelijkheid tot bezwaar opent voor onze inwoners. De overige 32% van de meldingen kunnen mondeling zijn afgedaan, omdat we de cliënt al direct kon worden geholpen. Dit is bijvoorbeeld het geval als mensen een brief nodig hebben voor Valys, vergoeding willen aanvragen voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart, willen overstappen naar een andere zorgaanbieder, hun voorziening willen beëindigen of als het hulpmiddel is afgekeurd en er een vervangend nieuw hulpmiddel nodig is. Nog een voorbeeld waarbij de melding mondeling wordt afgerond is als mensen een voorziening aanvragen die algemeen gebruikelijk is, zoals bijvoorbeeld een rollator, of als iemand een dubbele melding of aanvraag heeft gedaan. Daarbij is het goed om aan te geven dat voorzieningen niet claimgericht kunnen worden aangevraagd, maar dat er wordt gekeken naar de hulpvraag.

Er kan bijvoorbeeld geen scootmobiel worden aangevraagd, maar wel een vervoersvoorziening, omdat iemand moeite heeft om zich te verplaatsen. Zo kan er tijdens het onderzoek veel breder worden gekeken naar een passende oplossing, in plaats van het wel of niet toekennen van een scootmobiel. 9)

Is het college het met GroenLinks eens dat de rechtsbescherming van de aanvrager niet geborgd is met (enkel) mondelinge communicatie en dat de gemeente zich ook met afwijzingen aan de regels moet houden?

Ja.

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10853569

10) Is het college bereid om voortaan ook bij alle afwijzingen van wmo-aanvragen hier schriftelijk over te communiceren, in lijn met regelgeving en in het belang van de rechtsbescherming van de aanvrager? Zo nee, waarom niet? Ja, dit gebeurt al. Zie het antwoord op vraag 8. Daarnaast ontving GroenLinks al iets langer geleden signalen van Stichting Voorall met betrekking tot stallingen voor scootmobielen. Volgens de gemeentelijke regels hebben cliënten hier recht op, maar in de praktijk wordt dit structureel niet toegekend (terwijl het recht erop in de WMOverordening is vastgelegd) en alleen na het indienen van een bezwaarschrift toegekend. 11)

Is het college bekend met het signaal rondom het structurele afwijzen van aanvragen van stallingen voor scootmobielen? Kan het hierop reageren?

Nee, het college is hier niet mee bekend. Voorzieningen worden niet structureel afgewezen. Onderdeel van het onderzoek of een scootmobiel als best passende voorziening kan worden geadviseerd is de beoordeling of er adequate scootmobielstalling gerealiseerd kan worden. Mogelijkheden van (brand)veilig stallen kan bijvoorbeeld in de tuin, schuur of berging van de inwoner, of eventueel in een groene box. Voor het plaatsen van een groene box is echter niet altijd plaats in de buitenruimte. Als er geen mogelijkheid is een adequate stallingsplek te creëren, dan kan een scootmobiel niet als passende voorziening worden aangemerkt en zal gekeken worden naar mogelijke andere oplossingen voor de hulpvraag van de inwoner. Sinds 1 juli 2024 is het Besluit bouwwerken Leefomgeving (Bbl) van kracht geworden. Door deze wetswijziging is de urgentie voor adequate stallingsoplossingen bij nieuwe en uitstaande scootmobielen nog groter geworden. Het plaatsen van scootmobielen in vluchtroutes bij wooncomplexen is niet meer toegestaan. De gemeente Den Haag is in gesprek met de Haagse corporaties over wooncomplexen waar de scootmobielen momenteel nog niet veilig zijn gestald. We zoeken per knelpunt/locatie wat de mogelijkheden en oplossingen zijn voor collectieve stallingen die toegankelijk en veilig gestald kunnen worden.

12) Deelt het college de mening van GroenLinks dat het onwenselijk is dat bewoners te horen krijgen dat de gemeente dergelijke stallingen niet levert, terwijl deze wel als genormeerde aanpassingen worden genoemd (ris317724)? Graag een toelichting. Nee, deze mening deelt het college niet. De gemeente Den Haag heeft inderdaad een genormeerde lijst met aanpassingen waar deze stallingen worden genoemd. Dat er prijsafspraken zijn gemaakt voor het plaatsen van een stalling en dat de tarieven zijn opgenomen in de Regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag betekent niet automatisch dat iemand recht heeft op een stalling. Zoals aangegeven gaat het bij iedere hulpvraag om maatwerk en zal het al dan niet plaatsen van een stalling in de vorm van een groene box in het onderzoek moeten worden vastgesteld. 13) Kan het college toezeggen voortaan stallingen voor scootmobielen te leveren bij aanvragers die hier recht op hebben, zonder dat er een bezwaarschrift aan te pas moet komen? Nee het college kan deze toezegging niet doen. Zie het antwoord op vraag 11.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10853569

In 2020 bracht het actieteam hulpmiddelen het actieplan hulpmiddelen uit. Hierin worden verschillende acties voorgesteld, zoals bijvoorbeeld een verhuisconvenant waarbij mensen hun hulpmiddelen bij verhuizing mee kunnen nemen en het opstellen van een hulpmiddelenpaspoort zodat cliënten niet telkens opnieuw hoeven te bewijzen dat ze hulpmiddelen nodig hebben. Ook Den Haag is ondertekenaar (RIS314054) van dit convenant. 14) Kan het college een overzicht geven van welke acties uit het convenant wel en niet doorgevoerd zijn in de Haagse praktijk? Alle aanbevelingen en onderdelen in het verhuisconvenant zijn overgenomen door de gemeente Den Haag. Dit is gedaan door het invoeren van een nieuwe werkwijze voor de wijkteams bij verhuizing. Mensen kunnen hun hulpmiddel bij verhuizing van en naar Den Haag of naar een Wlz-instelling meenemen, zonder dat zij het middel hoeven in te leveren. Dit geldt zowel voor hulpmiddelen die verstrekt zijn in natura als in pgb. De financiële afhandeling gebeurt op de achtergrond samen met de leveranciers en hier merkt de inwoner niets van. 15) Klopt het dat er in Den Haag niet met een hulpmiddelenpaspoort wordt gewerkt, en waarom is dat het geval? Graag een toelichting. Het klopt dat er nog niet met een hulpmiddelenpaspoort wordt gewerkt in de gemeente Den Haag.

In het project Verbeteragenda Hulpmiddelen van de VNG is een verkenning uitgevoerd om een hulpmiddelenpaspoort te ontwikkelen. Een hulpmiddelenpaspoort zou kunnen voorkomen dat een inwoner iedere keer hetzelfde verhaal moet vertellen en dezelfde gegevens moet aanleveren, terwijl bepaalde omstandigheden niet veranderen. In de handreiking die bij de Verbeteragenda werd opgeleverd is opgenomen dat ontsluiting van gegevens uit de Wmo naar een hulpmiddelenpaspoort op dat moment nog niet mogelijk was. Het inzien, delen en uitwisselen van gegevens tussen verschillende partijen maakte een hulpmiddelenpaspoort te ingewikkeld. Het advies aan de overheid en de VNG was wel om met dit onderwerp verder aan de slag te gaan. We wachten tot het ministerie van VWS en de VNG ons hier verder in meenemen. 16) Hoe vaak evalueert het college in hoeverre het actieplan hulpmiddelen wordt uitgevoerd? Wanneer is dit voor het laatst gebeurd en wat is daar uitgekomen? In 2020 en 2021 heeft de VNG gewerkt aan het project Verbeteragenda hulpmiddelen. De gemeente Den Haag heeft in 2022 de convenanten die de VNG in haar project heeft opgeleverd, ondertekend. Voor de praktische uitvoering van de convenanten zijn processen ingericht, die aansluiten bij de convenanten. Er is een werkwijze voor verhuizing van en naar Den Haag en van en naar een Wlzinstelling.

Ook is in het meldingsproces onderscheid gemaakt in eenvoudige en complexe aanvragen en is er casemanagement beschikbaar voor complexere hulpvragen bij hulpmiddelen. Het meldingsformulier is aangepast, zodat inwoners van Den Haag zelf aan kunnen geven wat ze willen bespreken of aanvragen. Deze wijzigingen zijn doorgevoerd conform de convenanten. De gemeente Den Haag bespreekt de werkwijze die is ingezet na ondertekening van de convenanten jaarlijks met de leveranciers. We hebben geen signalen ontvangen dat de gekozen werkwijze verbeterd dient te worden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15169894/1