RIS321187 Beantwoording SV Overlastgevende ORACs in de Bloemenbuurt
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
4 maart 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Meinesz, luidend: ‘Overlastgevende ORACs in de Bloemenbuurt’
DSB/10856549 RIS321187
Het raadslid, de heer Meinesz heeft op 11 februari 2025 een brief met daarin 16 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college op de hoogte van de overlast die bewoners van de Bloemenbuurt ondervinden door de plaatsing van de ondergrondse containers (ORACs)?
De gemeente is ervan op de hoogte dat er in de Bloemenbuurt overlastmeldingen zijn gedaan ten aanzien van de recentelijk geplaatste ORAC's. 2.
Welke criteria zijn gehanteerd bij de keuze van de huidige locaties van de ORACs in de Bloemenbuurt, specifiek in de Wingerdstraat?
Bij het plaatsen van ORAC's worden de daarvoor vastgelegde randvoorwaarden gebruikt. Voor de Bloemenbuurt zijn deze vastgelegd in het volgende raadsvoorstel: Voorstel van het college inzake 5e Programma Ondergrondse Restafvalcontainers (ORAC's): 900 extra (RIS297091). 3.
Kan het college aangeven waarom alternatieve locaties, zoals pleintjes of blinde muren, niet zijn overwogen of zijn afgewezen?
Bij het opstellen van het ontwerp plaatsingsplan wordt zoveel mogelijk geprobeerd om de ORAC's op strategische plekken te plaatsen, waar ze zo min mogelijk overlast geven, zoals bijvoorbeeld blinde muren. Dit is niet altijd mogelijk, omdat allereerst moet worden voldaan aan de door raad vastgestelde randvoorwaarden. Wanneer het ontwerp plaatsingsplan gereed is wordt dit gedeeld met de wijk en hebben bewoners de mogelijkheid om een alternatieve locatie aan te dragen voor de ORAC’s. Bij de beoordeling van een alternatieve locatie wordt er met inachtneming van de randvoorwaarden getoetst of het alternatief een verbetering betekent van het ontwerp plaatsingsplan. Als dit niet het geval is dan wordt de locatie van het ontwerp plaatsingsplan gehandhaafd. 4.
Kan het college aangeven of de Wingerdstraat onder beschermd monumentaal gebied valt?
De Wingerdstraat valt niet onder beschermd monumentaal gebied.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10856549
5.
Is het college bekend met de problemen van vieze lucht en vliegenoverlast, waar bewoners flinke overlast van ondervinden als zij hun woningen willen luchten in de zomer?
Het college is bekend met de meldingen van vieze lucht en vliegenoverlast die bewoners ervaren.
6.
Welke maatregelen worden er genomen om de milieuhygiënische omstandigheden rondom de ORACs te verbeteren?
Wanneer er een melding van stankoverlast wordt gedaan bij de gemeente, onderneemt de gemeente altijd actie. Standaard worden alle ORAC’s minimaal twee keer in het jaar gereinigd. Bij meldingen over stankoverlast kunnen ORAC’s extra geleegd worden en, daar waar nodig, worden ORAC’s extra gereinigd. Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen om de overlast van containers te beperken, zoals frequenter legen in de zomer. 7.
Is het college op de hoogte van de incidenten waarbij de ORACs de doorgang van hulpdiensten, zoals ambulances, belemmeren?
Het college heeft geen meldingen ontvangen dat hulpdiensten door ORAC’s worden belemmerd. 8.
Hoe beoordeelt het college de impact van de ORACs op de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten?
De locaties van de ORAC's die worden vastgesteld in het ontwerp plaatsingsplan en vervolgens in het definitief plaatsingsplan worden altijd door het Vooroverleg Verkeerzaken (VOV) getoetst. Pas na akkoord van het VOV worden de plaatsingsplannen vrijgegeven. In het VOV worden de nood-en hulpdiensten vertegenwoordigd. ORAC’s worden in het beginsel al niet geplaatst op hoofdroutes, zodat HMS hier niet voor het ledigen hoeft stil te staan. 9.
Kan het college aangeven of er rekening wordt gehouden met veiligheidsrisico’s bij de plaatsing van ORACs, en zo ja, hoe?
De plaatsingsplannen van de ORAC's worden op verschillende manieren getoetst op veiligheid. Allereerst moet worden voldaan aan de randvoorwaarden. Bij het onderzoeken van geschikte plekken wordt geadviseerd door de Haagsche Milieu Service (HMS), zij kijken of de ORAC's goed bereikbaar zijn voor het ledigingsvoertuig en of de ORAC's op een veilige manier geledigd kunnen worden. De plannen worden eveneens voorgelegd aan de millieubeheerder en de wegbeheerder van het betreffende stadsdeel. Tot slot worden zowel het ontwerp plaatsingsplan als het definitief plaatsingsplan te allen tijde getoetst door het Vooroverleg Verkeerszaken (VOV). Dit overleg toetst de plannen op verkeersveiligheid en hierin zijn onder andere de nood-en hulpdiensten vertegenwoordigd.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10856549
10. Waarom kregen bewoners tijdens de inloopavond over de ORACs enkel de mogelijkheid om te luisteren en niet om hun zorgen en alternatieven effectief te bespreken? Tijdens de inloopavond is het ontwerpplaatsingsplan aan bewoners voorgelegd. Bewoners zijn in de gelegenheid gesteld om hun zorgen hierover te uiten en vragen te stellen. Het aangeven en bespreken van alternatieve locaties is mogelijk, maar gedurende een inloopavond zal de gemeente niet kunnen beantwoorden of een aangedragen alternatief kan worden gehonoreerd. Pas wanneer alle informatie is verzameld kan de gemeente onderzoeken wat de mogelijkheden zijn en wat het effect hiervan is op het totale plaatsingsplan. 11.
Kan het college aangeven wat er is gedaan met de suggesties van bewoners voor de locaties van de ORACs?
Via de voor het participatietraject opgerichte website is op iedere suggestie van bewoners gereageerd of deze wel of niet haalbaar was ten aanzien van de randvoorwaarden. Bij het opstellen van het ontwerp plaatsingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de voorkeurlocaties van bewoners enerzijds en de randvoorwaarden anderzijds. Bewoners hebben vervolgens de gelegenheid gehad om een zienswijze in te dienen naar aanleiding van dit plan. Iedere zienswijze is met zorg behandeld door het projectteam. Bij de toets van een alternatieve locatie is gekeken of de locatie, met inachtneming van de randvoorwaarden, een verbetering van het plan betekende. Als dat niet het geval was bleef de locatie uit het ontwerp plaatsingsplan gehandhaafd. 12. Hoe wil het college in de toekomst de participatie van bewoners bij dergelijke besluiten verbeteren? Uit eerdere participatietrajecten komt het belang van heldere communicatie sterk naar voren; over het doel van het project, over de kaders waar we mee te maken hebben, de afwegingen die meespelen bij de keuze voor een locatie en de reden waarom een locatie uiteindelijk is gekozen. Het college zal zich ervoor blijven inzetten om dit adequaat te blijven doen en waar nodig te verbeteren. 13.
Kan het college aangeven of er al plannen zijn om de ORACs in de Bloemenbuurt van een andere bestemming te voorzien of aan te passen om de overlast te verminderen? Zo niet, is het college dan bereid om de huidige locaties van de ORACs in de Bloemenbuurt te herzien en in overleg met bewoners naar alternatieve locaties te zoeken? Er zijn geen plannen om de betreffende ORAC's van een andere bestemming te voorzien. De locaties van de ORAC's voldoen namelijk aan de door de Raad vastgestelde randvoorwaarden en de plaatsingsprocedure is volledig doorlopen. De locaties van de ORAC's worden gehandhaafd. 14. Kan het college een tijdlijn geven voor een mogelijke herplaatsing van de ORACs? Nee, de ORAC’s worden niet herplaatst. Het college neemt maatregelen om de ervaren overlast zoveel mogelijk te voorkomen, zie hiervoor het antwoord op vraag 6.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10856549
15.
Kan het college aangeven hoeveel rechtszaken er al zijn aangespannen door het plaatsen van ORACs?
Het aantal rechtszaken dat is aangespannen tegen het plaatsen van ORAC’s kunnen we met betrouwbaarheid aangeven vanaf 2019, dit zijn er 74. Cijfers van voor die tijd zijn niet volledig in het registratiesysteem opgenomen. In totaal zijn er in deze periode 710 ORAC’s geplaatst, verdeeld over meerdere wijken en ten behoeve van ongeveer 30.000 huishoudens. 16. Welke preventieve maatregelen gaat het college nemen om herhaling van dergelijke situaties in andere wijken te voorkomen? De gemeente zal de bestaande werkwijze blijven volgen. Hierbinnen is ruimte voor inspraak en participatie. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4