CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321181 60 plussers met een bijstandsuitkering

Gemeenteraad 12 juni 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake 60-plussers met een bijstandsuitkering (RIS321181)5.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Nur Icar Wethouder van MKB, Werk en Participatie Mariëlle Vavier Wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Samenleving

SZW/10846288 RIS321181 Contactpersoon

Josh Geuze Dienst

Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Afdeling

SZW Beleid Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

21 januari 2025

josh.geuze@denhaag.nl

Onderwerp

60-plussers met een bijstandsuitkering

Geachte voorzitter, In de commissie Samenleving van 19 september jl. (themadebat werk) is toegezegd om de Commissie uitgebreider te informeren over 60-plussers in de bijstand en hun perspectieven op de arbeidsmarkt. Naast deze toezegging staat in het coalitieakkoord een aantal ambities genoemd, zoals dat er meer experimenteerruimte komt om bestaanszekerheid te vergroten, dat de menselijke maat voorop komt te staan en dat de gemeente meer gebruik gaat maken van de beleidsvrijheid. Tot slot heeft de raad twee moties aangenomen die dit onderwerp raken (‘Ouderen uit de bijstand’ (RIS317614) en ’55-plussers die willen werken, laten werken’ (RIS317655)). De moties roepen op tot het verschaffen van meer inzicht in deze groep. In deze brief zal eerst worden ingegaan op de arbeidsmarktpositie en de maatschappelijke bijdrage van 60-plussers in de stad. Daarnaast zullen we meer specifiek inzicht geven in de groep 60-plussers die bijstand ontvangt en de trajecten en voorzieningen waar deze groep gebruik van maakt. Hiermee verstrekken we in deze brief de informatie die in de beide genoemde moties wordt gevraagd. Vervolgens laten we zien dat er twee richtingen mogelijk zijn, namelijk extra ondersteunen of meer loslaten, waarbij het college kiest voor de eerste koers. Daarnaast zal er in deze brief worden ingegaan op basisbanen, zoals toegezegd in het themadebat op 19 september jl.

Inhoudsopgave 1. Arbeidsmarktpositie 60 plussers 2. Maatschappelijke bijdrage senioren 3. Haagse 60-plussers met een bijstandsuitkering 4. Vrijlatingen voor senioren met een bijstandsuitkering 5. Passende ondersteuning voor senioren met een bijstandsuitkering 6. Conclusie inzet voor senioren

p. 1 p. 5 p. 6 p. 8 p. 10 p. 11

1. Arbeidsmarktpositie 60 plussers De motie “55-plussers die willen werken, laten werken” (RIS317655) roept het college op meer informatie te verstrekken over de demografische ontwikkelingen en het effect hiervan op de beroepsbevolking. Daar wordt de grijze druk als voorbeeld bij genoemd.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

Het college heeft het standpunt dat in het licht van de vergrijzing en de almaar toenemende krapte op de arbeidsmarkt het alles in het werk stelt om senioren te helpen naar een passende plek op arbeidsmarkt. Een goed beeld helpt om zicht te krijgen waar de uitdagingen liggen en welke instrumenten ingezet kunnen worden. Het college biedt in deze brief een algemeen beeld van de arbeidsmarktpositie, waar in de motie om gevraagd wordt. Veel cijfers zijn op regioniveau beschikbaar. Daarom worden er allereerst op dit niveau grafieken gedeeld. Daarna zal er inzicht worden gegeven in de arbeidsmarktpositie in de stad en de 60-plussers die in Den Haag bijstand ontvangen. Arbeidsmarktpositie in de regio Het UWV brengt jaarlijks de regionale arbeidsmarkt in beeld. In Regio in Beeld 2023 staat dat er de afgelopen 20 jaar ruim een derde 65-plussers is bijgekomen in de regio Haaglanden. Uit de bevolkingspiramide (figuur 1) blijkt dat in de arbeidsmarktregio de nieuwe groep tot en met 15-jarigen kleiner in omvang is dan de groep 50-65-jarigen. Het aantal inwoners boven de 65 jaar is de afgelopen periode gestaag toegenomen (figuur 2). Dit geldt ook voor andere leeftijdsgroepen, maar daarbij is te zien dat de procentuele groei in de hoogste leeftijdscategorie het hoogst was. Verder was in 2023 van de 353.000 werknemers in de regio Haaglanden ruim 9% (32.700) ouder dan 60.

De helft van deze 60-plus-werknemers werkt in de sectoren zorg en welzijn, openbaar bestuur, onderwijs en detailhandel. Ook de kleine sectoren landbouw en transport en logistiek kennen een hoog aandeel 60-plussers (figuur 3).

Figuur 1 bevolkingspiramide Haaglanden 01-01-2023. Bron: CBS, bewerking door UWV

2/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

Figuur 2 Bevolking naar leeftijdsklassen in de regio Haaglanden. Bron: CBS, bewerking door UWV

Figuur 3 Leeftijdsopbouw werknemers naar sector regio Haaglanden. Bron: UWV

Arbeidsmarktpositie Den Haag Een algemeen beeld van de arbeidsmarkt is ook te vinden in de arbeidsmarktscan behorende bij de aanpak aansluiting onderwijs, arbeidsmarkt en bedrijfsleven (RIS314887). Hierin is te zien dat de banengroei in Den Haag de afgelopen periode versneld is. Sectoren die hard groeien zijn de zorg, overheid, bouw en detailhandel en horeca. De spanningsindicator over de krapte op de arbeidsmarkt is de afgelopen jaren toegenomen tot zeer krap. De verwachting is dat deze krapte de komende periode structureel blijft aanhouden. De vergrijzing en beperkte instroom van jongeren die niet voldoende is om de uitstroom op te vangen, zorgt voor een rem op de economische groei. Technische beroepen, ICT, zorg, welzijn en onderwijs en overheid en veiligheid springen er wat betreft krapte uit.

3/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

Kijkend naar de bruto arbeidsparticipatie op basis van CBS-cijfers uit 2023 dan valt op dat in de leeftijdscategorie 25 tot 45 jaar maar liefst 87% betaald werk heeft of hier recent naar heeft gezocht. Dat is ruim hoger dan het Haagse totaal van 74%. De arbeidsparticipatie is het laagst in de groep van 45 tot 75 jaar met 63%. Hier lijkt dus nog veel potentie te zitten als het gaat om arbeidsdeelname. Een beeld van de grijze druk is ook opgenomen in de Ouderenmonitor 2023 (RIS316022) en is te vinden op Den Haag in Cijfers. Hierin staat de vergrijzing (percentage 65-plussers ten opzichte van totale bevolking) en grijze druk (percentage 65-plussers ten opzichte van 15-64-jarigen). Zowel het aandeel 65-plussers ten opzichte van de totale bevolking als het aandeel 65-plussers ten opzichte van de mensen in werkzame leeftijd is toegenomen. Deze stijging wordt de komende jaren nog steeds verwacht

en er wordt ingeschat dat de grijze druk in 2030 24% zal zijn (figuur 4). Hierdoor is de instroom van jongeren op de arbeidsmarkt onvoldoende om de vervangingsvraag op te vangen. Er zullen dus meer mensen uitstromen dan er in zullen stromen. Overigens was landelijk de grijze druk in 2023 34,5%. Daarmee is het aandeel senioren ten opzichte van de totale bevolking landelijk hoger dan in Den Haag.

Figuur 4 Vergrijzing en grijze druk Den Haag. Bron: Den Haag in Cijfers 2023

De leeftijdssamenstelling in Den Haag zal geleidelijk veranderen door een toenemend aantal jongeren en een toenemend aantal senioren. De bevolkingspiramide in figuur 5 laat zien dat deze ontwikkeling al langer gaande is. Zoals te zien in figuur 6 neemt de grijze druk wel sneller toe dan de groene druk (verhouding 0-20-jarigen t.o.v. 20-65-jarigen). De druk op de arbeidsmarkt komt dus vooral van het deel van de bevolking dat vanwege een hoge leeftijd niet meer aan de arbeidsmarkt deelneemt. De bevolkingspiramide in figuur 7 bevat de voorspelde samenstelling van de bevolking per 2040. Hierbij is de verwachting dat de groep van 60 jaar en ouder sneller toe zal nemen dan de jonge leeftijdsgroepen. Daarmee valt dus te verwachten dat de grijze druk de komende jaren blijft toenemen.

4/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

Figuur 5 Bevolkingspiramide Den Haag 2003 en 2023. Bron: CBS

Figuur 6 ontwikkeling groene en grijze druk Den Haag. Bron: CBS

Figuur 7 Bevolkingspiramide Den Haag 2022 en prognose 2040. Bron: Den Haag in Cijfers

2. Maatschappelijke bijdrage senioren Een aanzienlijk deel van de senioren zet zich maatschappelijk in: op de arbeidsmarkt, als mantelzorger, oppas, of vrijwilliger. Hiermee leveren ze een belangrijke bijdrage aan onze stad.

5/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

Daarnaast is actief blijven en je van betekenis voelen belangrijk om vitaal ouder te blijven. Dit is ook iets wat het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs concludeerde in het rapport “Koersen op kwaliteit van de samenleving”. Het is dus niet alleen belangrijk dat senioren participeren vanuit hun maatschappelijke bijdrage, maar ook in het kader van gezondheidspreventie. Uit de eerdergenoemde Ouderenmonitor 2023 (RIS316022) blijkt dat van de 65-plussers 33% mantelzorg verleent en 34% vrijwilligerswerk doet. Ook is er een aanzienlijk deel van de pensioengerechtigden dat zich blijft inzetten op de arbeidsmarkt. Het onderzoek ‘Grijs potentieel: pensioengerechtigden bieden soelaas op de krappe arbeidsmarkt’ dat ABN Amro uitvoerde op basis van CBS-cijfers, stelt dat ‘doorwerkers’ (pensioengerechtigden die blijven doorwerken) inmiddels een vertrouwd beeld zijn op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat dit aantal ook zal blijven stijgen. Vaak worden pensioengerechtigden hierbij gedreven door plezier in het werk. Veel gepensioneerden geven aan open te staan voor het doorwerken, mits ze hierbij flexibiliteit ervaren, het werk plezierig is en vaak is de wens ook expliciet hiervoor gevraagd te worden. De ervaring en kennis van senioren blijkt van een aanzienlijk maatschappelijk belang en dus is de vrijwillige dan wel betaalde inzet van senioren van grote toegevoegde waarde.

Als het gaat om betaald werk na de gepensioneerde leeftijd dan geven gepensioneerden aan het meeste behoefte te hebben aan een werkgever die flexibel werk mogelijk maakt bijvoorbeeld door ze in zzp- of deeltijdconstructies aan de slag te laten gaan. Flexibiliteit is daarmee dus een belangrijke voorwaarden om de maatschappelijk toegevoegde waarde van senioren het beste te benutten. 3. Haagse 60-plussers met een bijstandsuitkering Op 1 november 2023 ontvingen 4.412 60-plussers in Den Haag een bijstandsuitkering (incl. gemeentelijke IOAW- en IOAZ-uitkering, een uitkering tot bijstandsniveau voor oudere werklozen). Dat was ongeveer 20% van het totale aantal mensen met een bijstandsuitkering op dat moment. 93% van hen ontving deze uitkering al langer dan 18 maanden (tegenover ongeveer 81% van alle mensen met een bijstandsuitkering). Slechts 4% ontving re-integratie- of activatie-aanbod, de rest ontving begeleiding vanuit vooral een participatieroute. Deze 4% bestaat uit 108 60-plussers die naar werk begeleid werden door Den Haag Werkt en 53 mensen die actief werden begeleid vanuit de participatieaanpak ‘activering'. Hierbij valt te denken aan een werkontwikkeltraject bij een werkgever en begeleiding met een jobcoach.

In verhouding zijn deze aantallen die gebruik maken van een re-integratieaanbod of activatie aanbod kleiner bij 60-plussers dan bij de gehele groep mensen die een bijstandsuitkering ontvangt. Vergeleken met de hele groep Hagenaars met een bijstandsuitkering, ging het op hetzelfde meetmoment namelijk om ongeveer 18%. Er wordt geconstateerd door casemanagers dat de mensen binnen deze leeftijdsgroep vaker belemmeringen ervaren en daarom wordt hen in de praktijk wat meer ruimte geboden, wat deels een verklaring biedt voor de procentuele verschillen. In hoeverre 60-plussers zich op andere manieren maatschappelijk inzetten en of dit verschilt met andere leeftijdsgroepen is nu niet uit de cijfers te halen, maar zou verder onderzocht kunnen worden. Ook het aandeel mensen dat naar werk re-integreert verschilt aanzienlijk. Voor de groep boven de 60 jaar was dit in 2023 ongeveer 2,5% van het totaal aantal 60 plussers dat aan het begin van dat jaar bijstand ontving, terwijl dit over de hele groep 14,4% was. De verwachting is dat de omvang van deze groep de komende jaren niet zal afnemen. De groep inwoners in de bijstand van 58 en 59 jaar is bijvoorbeeld te vergelijken met de groep 60- en 61-jarigen. Aangezien ook van deze groep een groot deel langdurig een bijstandsuitkering ontvangt (ongeveer 93% langer dan 18 maanden) is de verwachting dat de aantallen eerder wat toenemen dan afnemen.

In figuur 8 is het overzicht te vinden van de totale groep 60-plussers en in bijlage 1 is een vollediger overzicht opgenomen met de aantallen per jaar en per route.

6/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

Verder stroomden er in 2023 52 personen van 60 jaar en ouder uit de bijstand doordat zij regulier werk vonden. Daarnaast zijn er ook nog 60-plussers die parttimewerk verrichten. Zij ontvangen nog wel een uitkering, maar deze is verrekend met het inkomen dat zij voor hun parttime werk verdienen. Het betreft in totaal 211 personen met een uitkering en parttime werk. Bij 114 van hen gaat het om mensen die al langer dan drie maanden aan het werk zijn en meer dan €480 in de maand verdienen. Bij de andere 97 is er sprake van een loon dat onder de €480 ligt. In de afdoening van de motie ’55 plussers die willen werken, laten werken’ (RIS317655) is een overzicht opgenomen van welke voorzieningen en armoederegelingen er gebruik wordt gemaakt. Er zijn geen specifieke trajecten en voorzieningen op dit moment voor deze groep en ook er is ook geen specifieke financiering.

Figuur 8 Cijfers 60-plussers in bijstand Den Haag. In de bijlage staan de cijfers verder uitgewerkt. Bron: registratie Gemeente Den Haag

Een voorzichtige conclusie die op basis hiervan getrokken kan worden is dat er voor senioren meer belemmeringen zijn om te re-integreren. Uit landelijk onderzoek uit 2021 (‘Gelijke kansen en nondiscriminatie bij re-integratie’ door De Beleidsonderzoekers in opdracht van ministerie van SZW) komt naar voren dat er kansenverschillen bestaan en dat de hoogste leeftijdscategorie structureel minder snel werk vindt. Uit groepsgesprekken blijkt dat senioren ook zelf aangeven dat ze geloven dat er vanwege hun leeftijd geen mogelijkheden op de arbeidsmarkt meer voor hen zijn. Zelf noemen ze een ‘angst om teleurgesteld’ te worden, die volgens de onderzoekers erin resulteert dat deze senioren zichzelf niet altijd dezelfde kansen toedichten als de bijstandsgerechtigden uit de leeftijdsgroepen daaronder. In de Kamerbrief ‘Seniorenkansenvisie’ uit 2022 komt eenzelfde beeld naar voren. Ze geloven dat er vanwege hun leeftijd geen mogelijkheden op de arbeidsmarkt meer voor hen zijn. Zelf noemen ze een ‘angst om teleurgesteld’ te worden, die volgens de onderzoekers erin resulteert dat deze senioren zichzelf niet altijd dezelfde kansen toedichten als de bijstandsgerechtigden uit de leeftijdsgroepen daaronder. Uit onderzoek blijkt dit gevoel ook niet onterecht.

Leeftijddiscriminatie kwam in onderzoek uit 2020 van Intermediair, Nationale Vacaturebank en Motivaction naar voren als waarschijnlijk meest wijdverbreide vorm van discriminatie op de arbeidsmarkt. Ook uit onderzoek vanuit de universiteit van Gent (‘The state of hiring discrimination’) blijkt dat er in Europa het vaakst gediscrimineerd wordt op basis van leeftijd. Een 50-plusser zou na het insturen van zijn of haar cv op basis van de leeftijd 34 procent minder kans maken om uitgenodigd te worden voor een gesprek. Onderzoek naar de financiële positie van jonge senioren van Regioplan concludeert dat jonge senioren (tussen de 55 en 65 jaar) met een ongunstige inkomenspositie relatief vaak een aantal specifieke kenmerken hebben. Hierbij worden kenmerken als laagopgeleid, alleenstaand, gezondheidsproblemen en een niet-westerse migratieachtergrond genoemd. Deze kwetsbare groep loopt grotere kans op het ontwikkelen van problematische schulden. De onderzoekers zien dat deze groep vaak langdurig een bijstandsuitkering ontvangt en relatief minder kans heeft om werk te vinden. Ze concluderen dat ‘jonge senioren met financiële kwetsbaarheden vaak te maken hebben met meerdere pechfactoren die de kans op financiële problemen vergroten’.

7/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

Op het gebied van preventie is dit een groep voor wie werken niet haalbaar is, maar die veel baat heeft bij begeleiding naar een algemene maatschappelijke deelname zoals vrijwilligerswerk. Dat vergroot namelijk de kans op vitaal oud worden en verkleint de risico’s, zoals voortijdige gezondheidsklachten. Deze redenatie is ook in lijn met de Haagse Preventieaanpak (RIS316587). 4. Vrijlatingen voor senioren met een bijstandsuitkering De moties ((‘Ouderen uit de bijstand’ (RIS317614) en ’55-plussers die willen werken, laten werken’ (RIS317655)) laten verschillende richtingen open om specifiek beleid gericht op senioren met een bijstandsuitkering vorm te geven. Enerzijds roepen de moties op zo veel mogelijk senioren te ondersteunen aan het werk te gaan en anderzijds om deze senioren meer met rust te laten. Het college kiest ervoor om senioren zo veel mogelijk te begeleiden richting passend werk en is van mening dat in deze krappe arbeidsmarkt iedereen die beschikbaar is nodig is. Bovendien is actief meedoen aan de samenleving zoals bij werk positief voor mensen op meerdere vlakken (bijvoorbeeld mentale en fysieke gezondheid, zelfredzaamheid en persoonlijke ontwikkeling). Koers inzet ondersteuning senioren De eerdergenoemde Kamerbrief ‘Seniorenkansenvisie’ zet vooral in op het bieden van een gunstigere positie van senioren op de arbeidsmarkt en een betere ondersteuning daarbij.

Dit kan ook breder opgevat worden, waarbij begeleiding naar maatschappelijk deelname soms ook andere uitkomsten kan hebben dan enkel betaald werk. Uitgangspunt is dat maatschappelijk deelname preventief werkt om bepaalde problemen te voorkomen. Het college is hierbij van mening dat het bepalen van de behoefte voor elke senior maatwerk is. Het kiest daarbij voor meer inzet op preventie en het stimuleren van een maatschappelijke bijdrage van senioren met als doel het zo lang mogelijk vitaal blijven en deelnemen aan de samenleving voor de groep senioren voor wie betaald werk niet haalbaar is. Hierbij valt te denken aan het ondersteunen van mantelzorgers en het stimuleren van vrijwilligerswerk. Het gaat dan ook om de preventieve inzet op bijvoorbeeld gezondheidsklachten, eenzaamheid en financiële problemen door de senioren, actiever dan nu het geval is, naar ondersteunende faciliteiten te begeleiden. Dit is in lijn met het in 2024 verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau genaamd ‘Vertrouwen in de bijstand’. Hierin staat dat een aanzienlijk deel van de mensen met een bijstandsuitkering niet in staat is een betaalde baan te hebben en dat de overheidsondersteuning zich vooral zou moeten richten op het verbeteren van de kwaliteit van leven van deze groep.

Deze aanpak sluit aan bij de lijn van de Haagse Preventieaanpak en hier kan dus een kansrijke verbinding gelegd worden. De inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen zijn gebaat bij een actieve inzet zoals die vanuit de Haagse Preventieaanpak in gang is gezet. In de eerder genoemde kamerbrief ‘seniorenkansenvisie’ geeft het ministerie aan op welke manier zij zich willen inzetten voor 55-plussers op de arbeidsmarkt. UWV gaat zich inzetten voor de uitvoering hiervan, onder andere in de vorm van een pilot om werkgevers en 55plussers extra ondersteuning te bieden. Hier zijn wellicht samenwerkingsmogelijkheden. Koers vrijstelling verplichting Een mogelijkheid die in de motie ‘Ouderen uit de bijstand’ (RIS317614) wordt voorgesteld is het versoepelen van de regels voor specifiek de groep senioren. Deze motie heeft, zoals al eerder aangegeven, niet de voorkeur van het college omdat wij vinden dat iedereen die kan werken aan het werk moet gaan. Een ‘pre-AOW’-regeling, zoals genoemd in de motie, kan verschillende vormen krijgen, zoals het versoepelen van de re-integratieverplichting, of van regels rondom het korten op de uitkering. Hieronder staat uitgewerkt welke ruimte de gemeente hierin heeft.

8/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

1. Re-integratieverplichting De smalste vorm van een pre-AOW voor 60-plussers in de bijstand zou kunnen bestaan uit het niet langer opleggen van de re-integratieverplichtingen uit de Participatiewet (artikel 9). Concreet betekent dat dat de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of opgedragen onbeloonde werkzaamheden te verrichten, vervalt. Ook hoeft niet langer verplicht gebruik te worden gemaakt van aangeboden sociale activering. In principe heeft de gemeente de ruimte om de genoemde verplichtingen uit de Participatiewet artikel 9 (per direct) anders in te vullen, als een individu geen reële mogelijkheid op werk heeft. Wanneer dit echter stelselmatig voor een bepaalde groep wordt toegepast is afstemming met het ministerie noodzakelijk. Kortom, er is ruimte voor maatwerk, maar categoriaal een vrijstelling toepassen voor een hele groep zal waarschijnlijk tegen de wet in gaan en acht het college gezien de krapte op de arbeidsmarkt niet wenselijk. 2. Inkomsten, samenwonen, vermogen en andere regels uit de Participatiewet De pre-AOW voor 60-plussers kan ook of daarnaast vorm krijgen door (alle) overige verplichtingen uit de Participatiewet te laten vervallen. De uitkeringsgerechtigde ontvangt in dat geval voortaan maandelijks de op dat moment geldende normuitkering (een P-wet basisinkomen) en de gemeente laat 60-plussers verder volledig vrij.

Daarmee vervalt dan de inlichtingenplicht uit de Participatiewet. Dat heeft onder andere de volgende gevolgen: a. Naast de bijstand verworven inkomsten hoeven niet langer te worden opgegeven. Die inkomsten komen niet meer voor verrekening met de uitkering in aanmerking. Dit kan zo ver gaan als dat er helemaal niet meer bij aanvragen getoetst wordt op andere inkomsten, zelfs in het geval van een volledige baan. b. Ook wordt niet langer de vermogenstoets toegepast. Vraag is of het wenselijk is als dit betekent dat ook aanvragers met een hoog vermogen of afbetaald eigen huis voor bijstand in aanmerking komen. c. Wanneer er sprake is van inwonenden of als zich een wijziging voordoet in de samenstelling van het huishouden, dan heeft dat voor de hoogte van de uitkering geen gevolgen. Denk daarbij aan de kostendelersnorm of het voeren van een gezamenlijke huishouding. d. Vakantie wordt niet langer beperkt in duur. e. Verblijf in het buitenland hoeft niet te worden opgegeven. Wettelijk is er weinig ruimte om de inspanningsverplichtingen anders in te vullen. Er zal een experimenteerstatus bij het Rijk aangevraagd moeten worden, maar vooralsnog valt niet in te zien dat het Rijk ruimte zal bieden om te experimenteren met het schrappen van alle regels voor bijstandsgerechtigde zestigplussers.

Hoewel het schrappen van alle regels voor 60-plussers op het eerste oog ook winst voor de uitvoering lijkt op te leveren, is de werkelijkheid weerbarstiger. De neveneffecten zijn dermate complex, dat dit onuitvoerbaar lijkt. Bovendien valt ook af te wegen of dit niet zorgt voor een ongelijke behandeling en op lange termijn vergaande financiële consequenties heeft, zeker omdat de groep zestigplussers met een bijstandsuitkering naar verwachting niet kleiner zal worden in de toekomst. Een klein deel van de groep ontvangt een IOAW- of IOAZ-uitkering. Dit is een uitkering voor 60plussers die een WW- of WGA-uitkering ontvingen. Na afloop van deze WW- of WGA-uitkering ontvangen uitkeringsgerechtigden inkomensondersteuning op sociaalminimumniveau tot de AOWleeftijd. Anders dan bij een bijstandsuitkering is er in de Wet IOW geen partnerinkomenstoets en geen vermogenstoets van toepassing. Andere verplichtingen (zoals solliciteren en melden van andere inkomsten) zijn wel nog altijd van toepassing.

9/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

De landelijke wetgever heeft dus bewust gekozen voor een regime en heeft dit ook doorgezet door met een kamerbesluit deze wet onlangs te verlengen. Een ruimhartiger beleid rondom bijstandsuitkeringen kan worden uitgelegd als een ondermijning van het landelijk beleid. Mogelijk is er hierdoor dus ook minder experimenteerruimte met regelgeving rondom bijstandsuitkeringen voor 60-plussers. Los daarvan acht het college het onwenselijk om in een tijd van grote schaarste aan personeel binnen maatschappelijk cruciale sectoren, het signaal af te geven dat een bepaalde groep minder geschikt is in die arbeidsmarkt te re-integreren en hen bovendien de gunstige effecten van actief zijn te ontzeggen. 5. Passende ondersteuning voor senioren met een bijstandsuitkering Naast de hiervoor genoemde manieren van vrijlatingen (in lijn met de motie ‘Ouderen uit de bijstand’ (RIS317614)) gaan we in deze paragraaf in op manieren hoe we 60-plussers kunnen ondersteunen. De voorkeur heeft altijd om mensen te begeleiden om door te stromen naar reguliere banen. Daar waar dit niet mogelijk is, zijn er meerdere opties om mensen toch mee te laten doen op de arbeidsmarkt. Basisbanen In de commissie Samenleving van 4 juli is toegezegd om in te gaan op het begrip basisbanen. Een mogelijke manier om senioren te ondersteunen is de beschikbaarheid van basisbanen.

Het begrip basisbaan kan op verschillende manieren worden ingevuld en er is dus geen eenduidige definitie te geven. In het debat van de commissie op 19 september is het voorbeeld van de gemeente Groningen genoemd. Daar is de basisbaan expliciet bedoeld voor inwoners die op een andere manier geen kans maken op een betaalde baan. Medewerkers krijgen een vast contract vanuit de gemeente dat aansluit wat betreft de voorwaarden op de cao voor werknemers in het kader van beschut werk. Uitgangspunt van de basisbanen is dat het werk geen betaalde banen of vrijwilligerswerk mag verdringen. De banen zijn vaak zeer lokaal en gaan van het ondersteunen in buurtcentra of sportvereniging, tot het zijn van gastheer of -vrouw en het meewerken aan het wijkblad. Het doel van een basisbaan reikt verder dan het bieden van werk; het bevordert sociale inclusie, persoonlijke ontwikkeling en de mogelijkheid voor deelnemers om duurzaam vooruitgang te boeken in hun leven Het college ziet ook voor Den Haag de voordelen van het inzetten van de basisbanen zoals deze in Groningen wordt toegepast. Daarom worden de elementen van de Groningse basisbanen ook in Den Haag toegepast. Echter zijn de elementen van de Groningse basisbanen niet ondergebracht in één voorziening, maar het is in Den Haag terug te vinden in verschillende instrumenten, wat maatwerk mogelijk maakt.

In Den Haag is het volgende aanbod beschikbaar: 1. STiP banen STiP-banen zijn bedoeld voor inwoners met een bijstandsuitkering die zonder extra ondersteuning langdurig aan de kant zouden blijven staan. Deelnemers voeren additionele werkzaamheden uit binnen organisaties in de (semi-)collectieve sector of bij werkgevers die een actief beleid voeren ten aanzien van het ondersteunen van bijstandsgerechtigden. Dankzij de subsidieregeling ontvangen werkgevers compensatie voor de begeleidingskosten, waardoor zij deelnemers kunnen ondersteunen bij hun persoonlijke en professionele ontwikkeling. Het doel is mensen duurzaam aan een baan helpen. Met het STiP-programma wordt in Den Haag in feite invulling gegeven aan de principes van de basisbaan en draagt het bij aan een inclusieve samenleving. Het grootste verschil met een basisbaan is dat deelnemers niet aan het werk gaan met een contract van de gemeente, maar met andere werkgevers een arbeidsovereenkomst aan gaan. Hierdoor snijdt het mes aan twee kanten.

10/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

2. Instapeconomie Het doel van de Instapeconomie is mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te activeren en maatschappelijk te laten participeren in hun eigen wijk met als doel zichzelf te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan die wijk. Het bredere maatschappelijke doel van de Instapeconomie is het bevorderen van sterkere en inclusievere wijken door in te zetten op verbetering op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, sociale cohesie en gezondheid in de wijk.

Deelnemers aan de Instapeconomie voeren werk uit in hun eigen wijk en ontvangen hiervoor een vergoeding bovenop hun uitkering. Ze gaan een contract aan met de wijkorganisaties die de Instapbanen organiseren. Wanneer een deelnemer klaar is voor een volgende stap, kijkt de gemeente samen met de deelnemer en uitvoerder van de Instapeconomie naar mogelijke vervolgstappen. Voor sommige deelnemers blijft de Instapeconomie de vast plek waar ze actief blijven. De Instapeconomie is minder intensief qua verplichtingen dan de STiP-regeling, maar kan wel dienen als opstapje naar een STiP-baan. In tegenstelling tot de basisbanen in Groningen zijn deelnemers niet in dienst in het wijkinitiatief of de gemeente, maar ontvangen ze nog een bijstandsuitkering. Onder andere dankzij de aanvullende vergoeding die ze krijgen, zien we positieve effecten op hun gezondheid en schuldenproblematiek. 3. Ontwikkelbanen Recent zijn enkele mensen gestart op een ontwikkelbaan. Deze banen zijn bedoeld voor mensen die geen indicatie ‘beschut werk’ hebben, maar die moeilijk een baan op de reguliere arbeidsmarkt kunnen vinden, en bijvoorbeeld opgenomen zijn in het doelgroepenregister banenafspraak. De ontwikkelbanen zijn niet uitsluitend gericht op mensen met een arbeidshandicap, maar richten zich op een bredere doelgroep (bijvoorbeeld ook nieuwkomers, statushouders en niet-uitkeringsgerechtigden).

De Hagenaars hebben een verminderde loonwaarde en hebben binnen de infrastructuur van het ontwikkelbedrijf betere kansen. Zij kunnen zich op basis van een ontwikkelplan onder goede begeleiding, in een beschermde omgeving ontwikkelen in basisvaardigheden en vakvaardigheden en zich oriënteren op functies die voor hen passend zijn gedurende een periode van maximaal 2 jaar. Deze ontwikkelbanen verschillen van de ‘basisbaan’ zoals gehanteerd in Groningen, omdat de ontwikkelbanen tijdelijk zijn en gericht op ontwikkeling naar een reguliere baan. 4. Banen in het kader van sociaal werkgeverschap De gemeente Den Haag is sociaal werkgever en opdrachtgever voor verschillende arbeidsbeperkte doelgroepen. Alle gemeentelijke diensten bieden banen aan voor mensen met een arbeidsbeperking. Daardoor zit de gemeente boven de norm die door het Rijk gesteld is. Het betreffen structurele banen voor mensen met een indicatie Wsw, beschut werk of banenafspraak. De ambitie van het college reikt verder. Binnen de gemeente is een verkenning gestart naar nog meer maatwerkoplossingen, zoals het opknippen van functies of het bij elkaar brengen van verschillende taken in nieuwe functies. Op deze manier is het aantal structurele (basis)banen vanuit het sociaal werkgeverschap nog verder te vergroten.

Specifiek voor de groep senioren zijn de genoemde voorzieningen extra interessant omdat die meer mogelijkheden bieden om ook deze groep richting een maatschappelijke bijdrage te begeleiden.

11/12

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10846288

6. Conclusie inzet senioren Deze brief biedt een uitgebreid overzicht van de groep senioren in de bijstand. Moties ‘ouderen uit de bijstand’ (RIS317614) en ’55-plussers die willen werken, laten werken’ (RIS317655) laten het belang zien dat de gemeenteraad hecht aan het besteden van aandacht aan deze groep. Tegelijkertijd bieden de twee moties nog ruimte voor uiteenlopende oplossingsrichtingen. Enerzijds is in de brief ingegaan op de koers om meer maatwerk te bieden aan 60-plussers en hierbij ook juist te focussen op preventie en verder te kijken dan enkel re-integratie. Anderzijds is de koers beschreven die zich meer richt op het met rust laten van de groep senioren met een bijstandsuitkering. Het gemeentelijk beleid is gericht op zo veel mogelijk inzetten op het bieden van dienstverlening aan de senioren met een bijstandsuitkering. Het college is van mening dat we iedereen nodig hebben in een krappe arbeidsmarktsituatie. Bovendien heeft juist deze groep, die waarschijnlijk alleen maar groter wordt, waarbij de afstand tot de arbeidsmarkt veelal groot is, baat bij gerichte ondersteuning om mee te kunnen doen in de samenleving. Het college verwijst hierbij ook naar het onlangs verschenen rapport ‘Vertrouwen in de bijstand’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat het huidige beleid onderstreept.

Uit dit onderzoek blijkt dat de ondersteuning vanuit de Participatiewet zich meer zou moeten richten op een betere kwaliteit van leven voor een groep voor wie re-integratie naar de arbeidsmarkt niet voorzien is. Bovendien is bewezen dat werk en participatie in de samenleving op sociaal, economische en maatschappelijk niveau voordelen biedt. Op het gebied van gezondheid, eigenwaarde, opbouwen van sociale netwerken en maatschappelijke verbondenheid is het van belang ondersteuning te bieden aan de 60 plussers. Met vriendelijke groet, de wethouder van MKB, Werk en Participatie Nur Icar de wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken Mariëlle Vavier

12/12

dienst: dienstcode

Bijlage 1 Kenmerken 60 plussers met een bijstandsuitkering Stand: 1 november 2023

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15064313/1