RIS321163 Bijlage 3 Ontwerp Omgevingsvisie Den Haag 2050
Tekst van het document
Het station Den Haag Centraal krijgt een kosmopolitisch karakter, met de ontwikkeling van de al aanwezige ‘economische clusters’ tot een samenhangend innovatiemilieu, met ruimte voor interactie, ontmoeting en start- en scale-ups (naast andere bedrijven en instellingen dan de rijksoverheid). Hollands Spoor is straks dé plek voor talentontwikkeling in een gebied waar gestudeerd, gewerkt, gewinkeld en gewoond wordt. Vanwege de vele bedrijven in de (cyber)
80
security-sector groeit station Laan van NOI uit tot een vooraanstaand innovatiemilieu en het hart van het Europese veiligheidscluster. Naast de drie grote NS-stations stimuleren we op middellange termijn andere knooppuntontwikkelingen. Denk aan Knoop Moerwijk, station Mariahoeve en station Ypenburg. Knoop Moerwijk vormt straks een scharnier tussen het centrum, Zuidwest, Spoorwijk en Laakkwartier, met potenties voor stedelijke functies. Voor Mariahoeve en Ypenburg gaan we de komende jaren op zoek naar passende programma’s. De kustzone en de Internationale Zone zijn niet specifiek in beeld als nieuwe knooppunten, maar dit zijn wel gebieden waar een onderscheidend ruimtelijk programma ontwikkeld wordt en waarbij bereikbaarheid extra aandacht vraagt.
Mobiliteitstransitie op stedelijk en regionaal niveau
Als we deze groeiende stad leefbaar, bereikbaar en verkeersveilig willen houden, zullen we anders moeten omgaan met mobiliteit. Daarom zetten we in op een transitie naar een toekomstbestendig en stadsvriendelijk mobiliteitssysteem, zoals bedoeld in de vastgestelde Strategie Mobiliteitstransitie. De mobiliteitsbehoeften en wensen van bewoners en bezoekers staan daarbij centraal. We willen mensen meer vervoerkeuzevrijheid geven, met oog voor de kwaliteit van de leefomgeving. We willen daarbij bewoners en bezoekers stimuleren om vaker te kiezen voor schone en duurzame (deel)mobiliteit. De komende decennia werken we verder aan een duurzaam mobiliteitssysteem dat veilig is, ruimte-efficiënt, schoon en op maat, verbonden en betaalbaar en rekening houdend met de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Een systeem dat meer ruimte biedt aan lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Zo kunnen in dezelfde ruimte meer mensen zich verplaatsen, neemt de druk op het wegennet af en verbetert de doorstroming. Om dit tot een succes te maken, moeten bewoners en bezoekers niet alleen de gelegenheid hebben, maar ook de financiële en fysieke mogelijkheden en motivatie hebben om er gebruik van te maken. Een voorwaarde voor dit duurzame mobiliteitssysteem is nabijheid van werk, zorg, maatschappelijke voorzieningen, de Binnenstad, parken en natuurgebieden.
Het doorontwikkelen van knooppunten is daarom een logische keuze. Door woningen en andere functies dichtbij elkaar en rondom openbaar vervoer te situeren, ontstaat er een voedingsbodem voor voorzieningen waar de buurt van kan profiteren. Zoals een buurtsuper, een gezondheidscentrum, een café, goed aanbod van openbaar vervoer en deelauto’s. Zo zijn de afstanden tot de belangrijkste bestemming klein en wordt het vanzelfsprekend om te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer te reizen. De Haagse openbare ruimte richten we voortaan in volgens het STOMP-principe, waarmee de prioritering in vervoerswijzen tot uiting komt. ‘Stappen’ heeft voorrang, dan ‘Trappen’, dan ‘Openbaar vervoer’, dan ‘Mobility as a service’ (vervoer op maat, bijvoorbeeld autodelen) en als laatste de ‘Privéauto’. Door in buurten minder doorgaand verkeer toe te staan, op de meeste wegen de maximumsnelheid te verlagen naar 30 kilometer per uur, deelmobiliteit te stimuleren en het parkeren te concentreren in garages en zogenoemde mobiliteits- en parkeerhubs (in plaats van op straat),
Omgevingsvisie Den Haag
Regionale context De mobiliteitstransitie voor de Haagse regio richt zich op minder autogebruik en meer ruimte voor lopen, fietsen en openbaar vervoer. Knooppuntontwikkelingen rondom stations stimuleren nabijheid van voorzieningen en verminderen de noodzaak van auto’s. Voor de regio is de betaalbaarheid en toegankelijkheid van emissievrije vervoersopties, zoals elektrische bussen en deelmobiliteit, essentieel. Mobiliteitshubs en nul-emissiezones zorgen voor een schoner en efficiënter vervoersysteem, waarbij vrachtverkeer naar overslagpunten buiten woonwijken wordt geleid. Deze aanpak draagt bij aan betere bereikbaarheid, verkeersveiligheid en een schoner milieu.
Grootschalige verstedelijkingslocatie Verdichtingszone langs OV Mogelijke OV gebonden verdichting P
Potentiële parkeerhub toekomst Spoorweg bestaand Station bestaand/nieuw HOV bestaand (tram, metro, bus) Invloedsgebied station Belangrijke HOV halte bestaand/nieuw Schaalsprong HOV Koningscorridor Nieuwe HOV Zuid Westlandcorridor Snelweg Bebouwd gebied
verbeteren we de ruimtelijke kwaliteit en de verkeersveiligheid. Om te zorgen dat de groei van de stad niet evenredig leidt tot groei van de ruimte voor mobiliteit zal in (nagenoeg) heel Den Haag betaald parkeren zijn ingevoerd en worden er minder parkeervergunningen uitgegeven. We willen dat de stad goed bereikbaar blijft voor de auto. Daarom is het belangrijk dat reizigers zoveel mogelijk kiezen voor andere vervoerswijzen. Om te voorkomen dat we moeten investeren in nieuwe infrastructuur, wordt gekeken naar oplossingen zoals het verminderen en voorkomen van piekmomenten voor auto en OV en het beter spreiden van de vervoersvraag over de dag. Aan de rand van de stad stimuleren we automobilisten om gebruik te maken van parkeerfaciliteiten om over te stappen op bijvoorbeeld het openbaar vervoer of de fiets. In de vooroorlogse stadswijken en in het centrum zetten we zoveel mogelijk in op deelmobiliteit. Hierdoor wordt de schaarse ruimte efficiënt benut en komt er meer ruimte beschikbaar voor groen, spelen en een verkeersveilige inrichting. Om het wandelen en fietsen te stimuleren wordt de barrièrewerking van drukke wegen zoveel mogelijk weggenomen. Denk aan het doortrekken van de tramtunnel en een overkluizing van de Utrechtsebaan/ A12. Voor recreatief en sportief gebruik markeren we routes langs waterlopen en tussen parken.
Voor de toenemende fietsersstroom komen meer doorgaande fietsroutes. Dit vergt onder meer een uitbreiding van het zogenoemde ‘sterfietsnetwerk’ en een intensiever gebruik van de ‘lange lijnen’. Er komt een ringstructuur om het centrum om doorgaande fietsers te verleiden niet door het centrum te gaan. Daarnaast realiseren we routes om
DEEL B Visie
Disclaimer: De ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen hebben geen status. Ze zijn indicatief en bedoeld om de samenhang van ruimtelijke ontwikkelingen in de regio in beeld te brengen.
wijken beter te verbinden. Aan de rand van het centrum en bij ov-knooppunten komen meer gelegenheden voor fietsparkeren. We werken aan goed openbaar vervoer: snelle en comfortabele bus-, tram- en metrolijnen die mensen van hun woning naar het werk, de school of andere bestemmingen brengen. Voor de Haagse regio gaat het om de ontwikkeling van de spoorlijn Leiden-Dordrecht (Oude Lijn) tot een hoogfrequente Citysprinter, en de aanleg van de Koningscorridor (de verbinding tussen kust, centrum en Binckhorst en Zoetermeer en Delft) en de Zuidwestlandcorridor van Zoetermeer via Den Haag-Zuidwest naar het Westland. De realisatie van de Vlietlijn (de eerste fase van de Koningscorridor) tussen Den Haag CS en station Voorburg heeft prioriteit, in samenhang met de herontwikkeling van de Binckhorst. We verkennen bovendien een doorgaande ov-verbinding in Zuidwest, met directe trajecten naar onder andere de stations Moerwijk, Laan van NOI, Rijswijk en Delft. Daarmee kunnen inwoners van Zuidwest makkelijker naar het centrum, andere NS-stations en werklocaties in de regio. Een stap op de korte termijn is het gebruiken van langere bussen en trams op drukke momenten waardoor de capaciteit groter wordt en er meer mensen mee kunnen. Dit vergt aanpassingen in de fysieke omgeving, zoals het verlengen en verbeteren van tramhaltes.
Het is belangrijk dat het openbaar vervoer en deelmobiliteit voor zowel reizigers als de gemeente betaalbaar en toegankelijk blijft. Het is fijn om een snelle en directe tramlijn naar het station te kunnen nemen en tegelijkertijd moet er ook op loopafstand een bus of tram beschikbaar zijn. Zeker als fietsen en te ver lopen geen optie is.
81
Stedelijke distributie
De bevoorrading, (pakket)bezorging en (bedrijfs) afvalverzameling wordt geconcentreerd in overslagpunten (‘hubs’). Zo voorkomen we dat (zwaar) vrachtverkeer straks nog door de wijken rijdt. De autobereikbaarheid van de stad wordt georganiseerd via stedelijke hoofdroutes waarop verkeer uit de wijken samenkomt. Deze wegen zijn goed aangesloten op het rijkswegennet en de belangrijkste routes voor nood- en hulpdiensten. Bezoekers van buiten de stad parkeren hun auto zoveel mogelijk aan de randen in mobiliteitshubs waar alternatieve vervoermiddelen (deelfiets en -scooter of openbaar vervoer) beschikbaar zijn. Om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren werken we aan emissievrij verkeer. Een belangrijke maatregel is de invoering van een zeroemissiezone voor logistiek vervoer. Op termijn zal er in grotere delen van de stad een zero-emissiezone gaan gelden voor het gemotoriseerd verkeer. Andere maatregelen zijn het plaatsen van voldoende laadpalen voor elektrische auto’s en de inzet van elektrische bussen. De transitie naar duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit vergt tijd, consistent beleid en een zorgvuldige aanpak. We moeten hierbij rekening houden met mensen die voor hun werk of vanwege mantelzorg afhankelijk zijn van de auto. Zij moeten de mogelijkheid houden om hun auto in de buurt te parkeren, bij voorkeur zonder lange zoektijd.
Kortom, het is een langjarig proces dat in samenspraak met bewoners dient te verlopen, in een tempo dat past bij de betreffende buurt of wijk.
Omgevingsveiligheid
Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang vraagt specifiek aandacht voor omgevingsveiligheid bij
toekomstige ontwikkelingen. Daarbij wordt rekening gehouden met veiligheidsafstanden en aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Dat betekent bijvoorbeeld een zorgvuldige inpassing van nieuwbouw in de buurt van transportroutes en buisleidingen ten behoeve van transport van gevaarlijke stoffen en andere stationaire risicobronnen. Omgevingsveiligheid komt ook om de hoek kijken bij het realiseren van lithiumhoudende energieopslagsystemen (stadsen buurtbatterijen) en bij het realiseren van veilige parkeeroplossingen voor elektrische voertuigen waarbij heftige en moeilijk te blussen branden kunnen ontstaan. De gemeente Den Haag zet in op het beschermen van de inwoners tegen de effecten van omgevingsveiligheidsrisico’s. Dit doet de gemeente door het voorkomen en beperken van risico’s. Indien het niet mogelijk is om de bron van de risico’s aan te pakken, is het belangrijk om de omgeving zo in te richten dat de gevolgen van de risico’s beperkt worden. Bijvoorbeeld door de afstand tot een risicobron te vergroten of de gebouwen en omgeving zo in te richten dat het bescherming biedt tegen de risicobronnen. In een compacte stad zoals Den Haag is het nodig om te zoeken naar creatieve oplossingen om verschillende ambities met elkaar te kunnen combineren.
Desondanks bestaat altijd de kans dat er een externe calamiteit kan plaatsvinden als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval met gevaarlijke stoffen. De gemeente Den Haag zal daarvoor de deskundigheid van de Veiligheidsregio Haaglanden en Omgevingsdienst Haaglanden benutten voor het handhaven en mitigeren van onacceptabele risico’s. Hierbij zal gestuurd worden op bewustwording, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid door goede voorlichting en communicatie.
Mobiliteit: situatie nu en 2050 Door de maximumsnelheid in de stad te verlagen van 50 naar 30 kilometer per uur, ontstaan er grotere aaneengesloten gebieden. De aanpassing verhoogt de verkeersveiligheid en maakt sociale voorzieningen beter bereikbaar – te voet en met de fiets.
82
Hierdoor neemt de noodzaak voor korte autoritten af, en dat creëert ruimte voor groen, spelen en ontmoeting. Het versterkt de ruimtelijke kwaliteit en het welzijn van bewoners.
Omgevingsvisie Den Haag
Mobiliteitsnetwerken
1. Voetganger Grote aaneengesloten 30 kilometergebieden vergroten de bewegingsruimte van voetgangers (inclusief uitbreiden betaald parkeren in heel Den Haag). Meer ruimte voor de voetganger in de binnenstad, autoluw gebied rondom de binnenstad (S100/ Centrumring) en Scheveningen.
2. Fiets Inzetten op fietsroutes tussen wijken en naar stations op de Oude Lijn (en fietsenstallingen in hoogstedelijk gebied). Fietsparkeren bij grote ov-haltes. Realiseren van een centrumring voor fietsers om Grote Marktstraat te ontlasten.
Grote aaneengesloten gebieden
Fietsnetwerk, sterfietsroute
Prioriteit voetganger(sgebied)
Centrum fietsring
Prioriteit voetganger winkelgebieden
Nieuwe (regionale) fietsroute
Hoofdroutenetwerk
Fietsenstalling
3. Openbaar vervoer Schaalsprong: Zuidwestlandcorridor (verlengen tramtunnel Grote Marktstraat) en Koningscorridor (snellere ov-verbinding naar Internationale Zone/Scheveningen en alternatieve verbinding tussen wijken en stations buiten het centrum om.
4. Auto Structuur gericht op hoofdwegennet, netwerk niet gericht op faciliteren autoverplaatsingen binnen de stad, maar via S-routes naar A4/A12/A13. Onderzoek naar oplossen knelpunt Moerweg/Beatrixlaan. Meer inzetten op parkeren op afstand (P+R).
Oude Lijn
Rijksweg
Koningscorridor
Hoofdwegenstructuur
Zuidwestlandcorridor
Ontvlechten / ongelijkvloerse oplossing
RandstadRail
P+R
Bustangent Station / halte Stationskwartier
DEEL B Visie
83
Gebiedsontwikkelingen
Legenda Hoogstedelijke ontwikkeling (Binckhorst, CID) Gemengdstedelijke ontwikkeling (Zuidwest) Gebiedsgerichte ontwikkeling en wijkvernieuwing (Mariahoeve, Loosduinen, Scheveningen, Internationale Zone incl. concentratiegebied) Herstructurering recreatie- en werklandschap (A4/Vlietzone) Ontwikkeling stationskwartier (Den Haag Centraal, Den Haag HS, Den Haag NOI, Den Haag Moerwijk, Den Haag Mariahoeve, Den Haag Ypenburg) Integrale wijkverbetering
84
Disclaimer: Deze kaart geeft de bestaande en nieuwe gebiedsontwikkelingen voor 2050 weer. Ieder gebied kent een eigen opgave, waarbij de (plan)grenzen en scope nog kan veranderen.
Omgevingsvisie Den Haag
Hoogstedelijke ontwikkeling
(Door)ontwikkeling van wijken met een hoogstedelijke dichtheid met een mix van wonen, werken en kennisontwikkeling. Onderdeel van de ontwikkelingsopgave is de ruimtelijke balans tussen maatschappelijke voorzieningen, nachtleven, ruimte voor nutsvoorzieningen, klimaatadaptief en natuurinclusief groen en passende sportvoorzieningen.
Central Innovation District (CID)
Opgave: Ontwikkeling met een (hoog)stedelijke dichtheid met een mix van wonen, werken, onderwijs en voorzieningen. Nadruk ligt op het mengen van functies in hoge dichtheid met een kwalitatieve groene openbare ruimte. Goed verbonden met de rest van de stad. Meer ruimte voor voetgangers en fietsers.
Binckhorst
Opgave: transformatie van monofunctioneel bedrijventerrein naar een hoogstedelijk woon- werkgebied met onderwijs en voorzieningen. Nadruk ligt op het mengen van functies in hoge dichtheid met een kwalitatieve groene openbare ruimte. Meer ruimte voor voetgangers en fietsers.
Gemengd stedelijke ontwikkeling
Ontwikkeling van woonbuurten met een stedelijke dichtheid en een groot aandeel niet-woonfuncties. Klimaatadaptief en natuurinclusief groen en sportvoorzieningen zijn onderdeel van de ontwikkelingsopgave.
Zuidwest
Opgave: ontwikkelen van een gemengd stedelijke leefmilieu met wonen, werken, onderwijs, recreatie en sport. Aantrekkelijk leefmilieu met voldoende groen en aantrekkelijke wandel en fietsroutes, speel- en ontmoetingsplekken met een diverse woningvoorraad.
DEEL B Visie
Gebiedsgerichte ontwikkeling en wijkvernieuwing
Zonder (ingrijpende) veranderingen op structuurniveau versterking van bestaande buurten door nieuwe verbindingen, verduurzaming, toevoegen van woningen en/of ruimte voor bedrijvigheid.
Mariahoeve
Opgave: revitalisering van de wijk in combinatie met verdichting met aandacht voor de stedenbouwkundige opzet, ruimtelijke structuur. Optoppen en verduurzamen bestaande woningvoorraad.
Scheveningen
Opgave Haven: consolideren van economische functie (korte termijn), economische betekenis van de haven op langere termijn bepalen. Opgave Bad: mobiliteitsopgave (inclusief parkeren), samenhangende kansen voor verduurzaming en vergroening van de openbare ruimte. Ontwikkelkansen verouderd vastgoed. Jaarrond programmering (cultuur, horeca, bedrijvigheid).
Loosduinen
Ontwikkeling stationskwartier
Ontwikkeling rond stations Den Haag Centraal, Den Haag HS, Den Haag NOI, Den Haag Moerwijk, Den Haag Mariahoeve, Den Haag Ypenburg. Opgave: ontwikkeling met een (hoog/ gemengd) stedelijke dichtheid rond knooppunten, knooppuntontwikkeling. Aantrekkelijke openbare ruimte. Nadruk ligt op het mengen van functies in hoge dichtheid met kwalitatief groen. Meer ruimte voor voetgangers en fietsers.
Herstructurering recreatieen werklandschap
Transformatie van de A4/Vlietzone. Opgave: herstructurering naar een robuuste landschappelijke stadsrandzone. Ruimte voor economische functies, sport en recreatie met een nieuwe verkeersontsluitingsstructuur. Verbeteren verbindingen vanuit Leidscheveen-Ypenburg met de rest van de stad (OV, fiets).
Integrale wijkverbetering
Opgave: versterken van het centrum (winkelcentrum Loosduinse Hoofdplein), verbeteren interne als externe verbindingen (Zuidwestlandcorridor). Behoud voorzieningenniveau en leefbaarheid. Versterken ecologische structuren. Gerichte verdichting t.b.v. structuurversterking.
Vernieuwing van bestaand wijk inclusief bestaande woningvoorraad. Aandacht voor kwaliteit en ontmoeting in de openbare ruimte die klimaatadaptief, groen die natuurinclusief is ingericht.
Internationale Zone
Opgave: woningverbetering en verduurzaming van de particuliere woningvoorraad, onderdeel van het Nationaal Programma Stadsrenovatie. Voor Schilderswijk ligt een specifieke opgave om de sociale woningvoorraad te vernieuwen en te verdichten aansluitend bij een centrumstedelijk leefmilieu. En om groen toe te voegen.
Opgave: Versterken van het internationale vestigingsmilieu als een integrale gebiedsontwikkeling met oog voor verblijfsklimaat, beveiliging en samenhang binnen het gebied.
Laak, Rustenburg en Oostbroek, Transvaal, Schilderswijk, Moerwijk
85
86
Omgevingsvisie Den Haag
Beweging 3
Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang Beweging Hoogstedelijk Centrumstedelijk Gemengd stedelijk Stedelijk Bedrijventerrein Hoogstedelijke ontwikkeling Gemengd stedelijke ontwikkeling Gebiedsgerichte ontwikkeling en wijkvernieuwing Integrale wijkverbetering Ontwikkeling Stationskwartier Schaalsprong (H)OV Regionale mobiliteitshub (P+R en tophaltes) Vitale wijken en buurten* Vitale wijken en buurten met mobiliteitshub* Wijk toekomstbestendig maken Lange Lijnen (deels onderdeel van SGH) Slechten van barrières Netwerk Spoorweg Treinstation intercity Treinstation sprinter / metro Autosnelweg Autoweg Ondergrond / in de regio Noordzee Hoofd oppervlaktewater Strand/Duin Bebouwing in de regio Historische kernen in de regio Verdichtingslocaties in de regio
DEEL B Visie
*) De hartjes staan voor vitale wijken en buurten. Ze zijn geplaatst op de huidige voorzieningecentra. De vitaliteit van deze voorzieningencentra is van belang vanuit het idee van de 15 minuten stad. Met deze legendaeenheid worden ook opgaven voor de omliggende buurten geagendeerd. Disclaimer: Uitgangspunten voor 2050. De programmatische opgave in de legenda is agenderend en indicatief en vormen een basis voor de doorwerkingen. Stadsbrede bewegingen staan op de visiekaart; deze facetkaart kan meer details en aanvullende onderwerpen tonen ten opzichte van de totale visiekaart.
87
5.6 Beweging 4
Ruimte voor kennis en kunde Economische bloei en passende werkgelegenheid zijn van belang voor brede welvaart. Den Haag heeft een bijzondere internationale positie op het gebied van vrede, recht, humaniteit en veiligheid. Het bijbehorende netwerk van bedrijven, kennisinstellingen en initiatieven heeft grote potentie om verder te ontwikkelen en nog grotere betekenis te hebben voor brede welvaart, werkgelegenheid en maatschappelijke opgaven. We geven daarom volop ruimte aan werken, leren en innoveren in de breedte: kennisintensief en praktisch.
Strategische keuzes Bijsturen Bevorderen clustervorming onderwijs en werkgelegenheid
Met clustervorming versterken we de verbinding tussen onderwijsinstellingen, (internationale) bedrijven en overheden. Zo ontstaan plekken voor kruisbestuiving, innovatie en het opleiden van talent.
Behouden, verdichten en benutten bestaande bedrijventerreinen Op bestaande bedrijventerreinen blijven we ruimte bieden aan bedrijfsactiviteiten in hogere milieucategorieën. We zetten in op verduurzaming van gebouwen en bedrijfsprocessen.
88
Diensten en kleinschalige bedrijvigheid terug in de wijk In wijken zetten we in op de menging van woon- en werkfuncties in verschillende gradaties. Daardoor blijven kleinschalige werkruimtes behouden.
Tempo aanpassen Versnellen omslag naar circulaire economie
De transitie naar een circulaire economie speelt op drie schaalniveaus. Op stedelijk en regionaal niveau is ruimte nodig voor de inzameling en sortering van grondstoffen, afval en materialen, en circulaire bedrijfsactiviteiten. Op wijk- en buurtniveau komt er ruimte voor kleinschalige productieruimtes en reparatiewerkzaamheden. In (nieuwe) gebouwen moet voldoende ruimte zijn voor de gescheiden inzameling van afval.
Koers houden Versterken economische topmilieus: Regeringscentrum, Internationale Zone, Central Innovation District
Bestuur, vrede en recht, IT en technologie vormen ook in 2050 het fundament van de Haagse economie. Het tekort aan (hoogwaardige) kantoorruimte nemen we weg, en de unieke kwaliteiten van met name het Binnenhof en de Internationale Zone zetten we in om het vestigingsklimaat te versterken.
Omgevingsvisie Den Haag
De Haagse economie staat niet op zichzelf en maakt in 2050 nog meer onderdeel uit van een regionaal systeem. Die bestaat bijvoorbeeld uit de high-techbranche in Delft, de distributie in Zoetermeer en een innovatieve tuinbouwsector in het Westland. Grote en kleinere (MKB) bedrijven vormen samen deze Haagse economie. In de komende jaren stimuleren we vooral bedrijvigheid en economische activiteiten die de metropool vooruithelpen en de komende decennia voor (nieuw) verdienvermogen zorgen. Dan gaat het vooral om de duurzame en transitiegerichte kenniseconomie (dienstverlening, IT en technologie, impact economy, (cyber)veiligheid, innovaties op zee) én ‘stadsverzorgende’ bedrijvigheid (zoals loodgieters, installateurs, fietsenmakers, stomerijen, kinderopvang en zorg). We stimuleren bedrijvigheid door de hele stad, naast de doorontwikkeling van het CID, de Binckhorst en de Internationale Zone als economische brandpunten.
Bestuur, recht en vrede: economische pijlers onder de Haagse metropool
Bestuur vormt al eeuwen de grondslag van Den Haag. De overheid en belangenorganisaties zorgen voor heel veel banen. De zakelijke dienstverlening is hiermee verbonden. Ministeries, ambassades en internationale instellingen vormen ook in 2050 het visitekaartje van Den Haag. De identiteit van de Haagse binnenstad vindt zijn oorsprong in het hart van het landsbestuur: het Binnenhof. Hier komen bestuur, politiek en burgers elkaar tegen en staan ze soms lijnrecht tegenover elkaar.
DEEL B Visie
Het gebied ademt bestuur, recht en democratie. De omgeving van het Binnenhof blijft het bruisende hart van de Nederlandse rechtstaat. Het contrastrijke karakter is beter voelbaar dan ooit: koninklijk en alledaags, lokaal en internationaal, historisch en modern. De binnenstad is ook straks de plek waar mensen van alle leeftijden, culturen en achtergronden elkaar tegenkomen. Dit vraagt om een aantrekkelijke programmering die de bijzondere sfeer en het unieke karakter versterkt. Naast bestuur en politiek blijven vrede en recht de tweede hoeksteen van de Haagse economie. Ze is gegrondvest in de stad met een open blik op de wereld en een traditie in het vreedzaam beslechten van geschillen. Den Haag is ook in 2050 de internationale stad waar vredesconferenties plaatsvinden, gerechtshoven een onderdak vinden en landen diplomatiek met elkaar in gesprek blijven. We zoeken naar de beste plek voor de bouw van een nieuwe faciliteit voor internationale congressen. Op het vlak van digitaal recht is er de komende jaren een wereld te winnen. Den Haag wil nadrukkelijk bijdragen aan het herstel van het vertrouwen in de digitale wereld (privacy, datagebruik, cybercriminaliteit). De komende jaren is een herstructurering van de Internationale Zone nodig. Gevestigde instellingen groeien uit hun jasje en nieuwe instellingen kloppen op de deur.
We hebben onder andere aandacht voor de vernieuwing van het World Forum.
Den Haag mag zich een echte studentenstad noemen. Want naast de Haagse Hogeschool, het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst zijn er vestigingen van Inholland, TU Delft en ISS (onderdeel van de Erasmus Universiteit). Op bijna 20 mbo-scholen krijgen jongeren praktijkonderwijs.
89
Intensiveren bedrijventerreinen Kavel
Nieuwe bedrijven
Bedrijven
Voorzieningen
Bedrijventerreinen zijn vaak individueel georganiseerd en dat vraagt veel ruimte.
Den Haag gaat bedrijventerreinen conserveren en intensiveren, huidige FSI gemiddeld 0,7.
Het CID speelt op beide vlakken (bestuurscentrum en stad van vrede en recht) een sleutelrol. Het groeit de komende jaren uit tot een toplocatie, een attractief, bereikbaar, multifunctioneel en hoogstedelijk gebied waar informele contacten, kennisuitwisseling en kruisbestuiving tot stand komen. Het CID is de plek waar innovatieve oplossingen worden bedacht voor ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken. Voor het welslagen van het CID is het nodig dat we innovatief talent aantrekken, opleiden en vasthouden. Het woningaanbod en de bijbehorende voorzieningen worden hierop aangepast.
Investeren in onderwijs
In Den Haag is “werken, leren en innoveren” op tal van plekken zichtbaar. We zetten in op het verder profileren en verbinden van een netwerk van locaties in de stad waar werken, leren en innoveren met bijbehorende partijen samenkomen. Hier wordt gewerkt aan maatschappelijke opgaven en is ruimte voor de banen van de toekomst op alle opleidingsniveaus. Hiermee sluiten we beter aan bij de arbeidsmarkt, het bedrijfsleven en onderwijs. Zodat er volop kansen ontstaan voor bedrijven om te starten, te groeien en te vernieuwen. Het is de bedoeling om onderwijsinstellingen over de stad te verspreiden. Het is een functie die goed te combineren valt met wonen en economische activiteiten. Parallel aan deze praktijkgerichte opleidingen, zoals ROC Mondriaan en Johan de Witt scholengroep, groeit Den Haag verder uit tot een kennisstad, onder meer door dependances van universiteiten en hogescholen, zoals de TU Delft en Universiteit Leiden. Deze leggen een verbinding met Den Haag als stad van recht, veiligheid en bestuur, om zo maatschappelijke impact te maken. Zulke plekken zijn broedplaatsen voor innovatie en
90
Collectieve voorzieningen zorgen voor ruimte- en kostenbesparingen
daarom geschikt voor bijvoorbeeld start-ups en (jonge) creatieve ondernemers. We zetten ons in op het behoud van opleidingen die belangrijk zijn voor de toekomstige economische sectoren van Den Haag. Parallel vraagt dit om te investeren in een attractieve stad met voldoende passende huisvesting voor starters, studenten en nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Om die kansen voor de toekomst volop te benutten, geven we ruimte aan andere ideeën en perspectieven, aan onderzoek, ontwikkeling en experiment. En aan makers met een andere kijk op het alledaagse. Om zulke plekken – het gaat onder meer om het CID, de Binckhorst, Scheveningen-Haven, Technology Park Ypenburg en Zuidwest – tot bloei te laten komen, moeten werkruimtes betaalbaar zijn en dienen dergelijke onderwijsclusters goed bereikbaar te zijn voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer.
Meer en bereikbare werklocaties
De groei van de stad betekent niet alleen het toevoegen van woningen, maar ook het realiseren van voldoende (betaalbare) werkplekken en ruimte voor bedrijvigheid. Zo is het zaak om bestaande bedrijventerreinen te behouden en beter te benutten. Het uitgangspunt is om werkfuncties te mengen met andere stedelijke functies, maar voor sommige bedrijfsactiviteiten dienen werkgebieden monofunctioneel te zijn – bijvoorbeeld vanwege geluid- of milieuhinder. Het ruimte geven aan en het realiseren van werkruimtes en -locaties zijn nodig om tot een complete en vitale stad te komen. Daarom werken we in de Haagse wijken, waar mogelijk, aan functiemenging en meervoudig ruimtegebruik. Uitbreiding van de werkgelegenheid brengt mobiliteitsstromen met zich mee. De haalbaarheid van functiemenging zal daarom mede worden bepaald
Omgevingsvisie Den Haag
Regionale context De Haagse economie is steeds meer onderdeel van een regionaal netwerk, waarbij Den Haag profiteert van de high-tech in Delft, de distributie in Zoetermeer en de tuinbouw in het Westland. Den Haag richt zich op de kenniseconomie (zoals ICT en recht) en ondersteunende stedelijke bedrijvigheid. Het Central Innovation District (CID) en de Internationale Zone zijn regionale centra, verbonden met omliggende gebieden via de Oude Lijn. Investeringen in onderwijs en werkgelegenheid, verspreid over de regio, bevorderen innovatie en economische veerkracht. Circulaire economie en duurzame distributie zijn regionale speerpunten, vooral op bedrijventerreinen.
Kustzone Kenniscluster toplocatie Bedrijventerrein Haven Internationale Zone Universiteit Horticampus Haven Schaalsprong HOV Konings-/ZuidWestlandcorridor Nieuwe regionale OV verbindingen Bestaande OV verbindingen en haltes Spoorlijn met bestaande en nieuwe haltes Snelweg Bebouwd gebied
door de ruimte die in de toekomst beschikbaar is voor de auto en parkeerplekken. Over de mate van functiemenging zijn ‘wijkgerichte dialogen’ nodig. Dat geldt met name voor kleine bedrijven in de maakindustrie en dienstverlening. We proberen hiermee zoveel mogelijk het aantal mobiliteitsbewegingen te beperken, zodat in algemene zin de reiskosten (bijvoorbeelde met openbaar vervoer) worden teruggedrongen. Vanuit de omslag naar een circulaire economie is er ruimte nodig voor onderhoud, reparatie en hergebruik. Die behoefte moet goed in beeld worden gebracht. Deze ruimte willen we faciliteren, zodat op bedrijventerreinen voldoende ruimte blijft voor bedrijven die alleen op een bedrijventerrein gehuisvest kunnen worden. Uitgangspunt is om het mengen van wonen en werken zoveel mogelijk te stimuleren – passend bij de filosofie van de 15-minutenstad. Niet alleen vanuit het oogpunt van nabijheid, maar ook om levendigheid te stimuleren.
Circulaire economie
De transitie naar een circulaire economie speelt op drie schaalniveaus. Op het niveau van de stad is ruimte nodig voor de inzameling en sortering van afval-, materialen en grondstoffenstromen en circulaire bedrijfsactiviteiten. Dit betreffen grote circulaire hubs. Op bedrijventerreinen is ruimte nodig voor de verwerking en het hergebruik van grondstoffen en materialen, op binnenstedelijke locaties voor reparatie en de deeleconomie. Dit vergt onder meer voldoende ‘milieuruimte’, waardoor combinaties met andere functies niet altijd mogelijk zijn. Per bedrijventerrein streven we naar één locatie voor bedrijven die grondstoffen bewerken en uitwisselen. Op lange termijn is het de bedoeling om bedrijven te clusteren die elkaar nodig hebben voor
DEEL B Visie
Disclaimer: De ontwikkelingen op deze kaart buiten de gemeentegrenzen hebben geen status. Ze zijn indicatief en bedoeld om de samenhang van ruimtelijke ontwikkelingen in de regio in beeld te brengen.
materiaaluitwisseling. Voor gemeentelijke werkzaamheden – zoals onderhoud en inrichting van de openbare ruimte – komt een circulair bouwdepot. Op wijkniveau komen kleinschalige productieruimtes voor reparatiewerkzaamheden, opslag en distributie. Voor de inzameling van afval is een publieksvriendelijker systeem nodig dan het huidige netwerk van afvalstations. Voor Den Haag betekent dit in ieder geval vijf (grotere) locaties en verspreid over de wijken kleinere verzamelstations. Tot slot het gebouwniveau. Ook daar moet voldoende ruimte zijn voor de inzameling van afval en grondstoffen, het liefst op eigen terrein of inpandig, om zo de openbare ruimte te ontlasten. Alleen zo kunnen de binnenstad, Scheveningen-Bad en winkelgebieden leefbaar en aantrekkelijk blijven.
Toerisme
We streven naar meerdaags toerisme en een betere spreiding van bezoekers over het jaar – zodat de piekmomenten in het voorjaar en de zomer minder druk worden. Door een betere spreiding van bezoekers over het jaar, ontstaat meer structurele werkgelegenheid in de toerisme- en recreatiesector, in plaats van de onzekere seizoensarbeid (dit speelt met name in de horeca). De binnenstad blijft in trek bij toeristen, naast populaire bestemmingen als het Vredespaleis, Paleis Noordeinde, de landgoederenzone en de vele parken in en rond Den Haag. In Scheveningen-Bad ontwikkelt het toerisme zich duurzaam, en Kijkduin behoudt haar profiel als comfortabele en ontspannen familiebadplaats met groenstedelijke woonmilieus. Daarmee is het een aanvulling op het drukkere en stadse Scheveningen.
91
92
Omgevingsvisie Den Haag
Beweging 4
Ruimte voor kennis en kunde Beweging Bedrijventerrein Hoogstedelijk ontwikkeling Regeringscentrum Internationale Zone Concentratiegebied Internationale Zone Duurzaam werk- en recreatielandschap Bedrijventerrein / glastuinbouw in de regio Ontwikkeling Stationskwartier Clustervorming rond onderwijs Toeristisch hotspot (belevingseconomie) Circulaire hub Proeftuin op zee Toekomstbestendig Haven Kenniscluster Lokale wijk- en buurteconomie* Bovenlokale wijk- en buurteconomie* Zoekgebied circulair overslagstation Hoofd oppervlaktewater Lange Lijnen (deels onderdeel van SGH) Schaalsprong (H)OV Regionale mobiliteitshub (P+R en tophaltes) Netwerk Spoorweg Treinstation intercity Treinstation sprinter / metro Autosnelweg Autoweg Ondergrond Noordzee Strand/Duin
*) De hartjes staan voor vitale wijken en buurten. Ze zijn geplaatst op de huidige voorzieningecentra. De vitaliteit van deze voorzieningencentra is van belang vanuit het idee van de 15 minuten stad. Met deze legendaeenheid worden ook opgaven voor de omliggende buurten geagendeerd.
Disclaimer: Uitgangspunten voor 2050. De programmatische opgave in de legenda is agenderend en indicatief en vormen een basis voor de doorwerkingen. Stadsbrede bewegingen staan op de visiekaart; deze facetkaart kan meer details en aanvullende onderwerpen tonen ten opzichte van de totale visiekaart.
DEEL B Visie
93
5.7 Beweging 5
Basissystemen op orde
Het elektriciteitsnetwerk, de drinkwatervoorziening, de riolering en de warmtevoorziening zijn de levensaders van onze stad en regio. Het op orde brengen en houden van deze systemen is een grote uitdaging – zeker gezien klimaatverandering, de energietransitie en de groeiopgave. We werken aan het behouden en versterken van deze vitale infrastructuur die nodig is om de Haagse metropool veerkrachtig en toekomstbestendig te houden.
Strategische keuzes Bijsturen Investeren in het bodem,- en watersysteem
Het watersysteem (zowel grond- als oppervlaktewater) is in 2050 robuust. Het is in staat om overtollig regenwater op te vangen, droge periodes te overbruggen en tegenwicht te bieden aan brak grondwater. Bij iedere ingreep verbeteren we de bodemkwaliteit.
Ruimte voor (toekomstige) drinkwaterbehoefte
Om in 2050 te voorzien in onze drinkwaterbehoefte zijn meer bronnen nodig (het liefst dichtbij) en moet de zuiveringscapaciteit omhoog.
Meer regie op de ondergrond
Er gebeurt niets in de ondergrond zonder overleg en afstemming met de gemeente. De impact van de
94
vernieuwing en uitbreiding van zowel de onder- als bovengrondse infrastructuur op de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte, moet zo klein mogelijk zijn.
Tempo aanpassen Snelle ontwikkeling van een duurzaam elektriciteitsnet
Het elektriciteitsnetwerk (kabels, leidingen, transformatorhuisjes) wordt uitgebreid en verzwaard. Dit is ook nodig voor de urgente opgave van de netcongestie. De opwek van duurzame stroom vind grotendeels in de regio en op zee plaats.
Versnellen aanleg van collectieve warmtenetten
gevoed door alternatieve warmtebronnen wordt de metropool aardgasvrij.
Koers houden Investeren in een robuuste kustverdediging Om Den Haag op de huidige manier te behouden en de veiligheid van bewoners en bezoekers te waarborgen, investeren we in een toekomstbestendige kustverdediging. Hiervoor maken we ruimte vrij. Zo zadelen we toekomstige generaties niet op met lock-ins en desinvesteringen.
Verduurzamen bestaande bouw
Bestaande gebouwen isoleren en geschikt maken voor duurzame energie.
Door de aanleg van (collectieve) warmtenetten, Omgevingsvisie Den Haag
Energietransitie: warmte en elektriciteit
Het behoeft geen uitleg dat de energievoorziening – straks volledig gevoed door hernieuwbare bronnen – een zeer belangrijke voorwaarde is om de Haagse verstedelijkingsopgave te realiseren. Het verduurzamen, vernieuwen en uitbreiden van het energiesysteem vraagt flink wat ruimte en mag niet ten koste gaan van de veiligheid, leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Hoe we de energietransitie aanpakken is van invloed op waar en wanneer de nieuwbouw of transformatie van woningen en bedrijfspanden kan plaatsvinden. Niet voor niets verankeren we ‘energieplanologie’ in de Haagse ruimtelijke ordening. De gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Uiteindelijk zullen alle woningen en andere panden van het aardgas af gaan, en aangesloten worden op alternatieve energievoorzieningen, zoals warmtenetten en een verzwaard elektriciteitsnet voor de aanleg van warmtepompen. Gelijktijdig moet het energieverbruik omlaag. Onder meer door het isoleren van woningen met een slecht energielabel en het dempen van de piekvraag. Daarvoor stimuleren we energieopslag in de wijk (in de vorm van bijvoorbeeld buurtbatterijen), functiemenging en het verkleinen van de afstanden tussen opwek en gebruik – oftewel: de energie verbruiken waar het wordt gewonnen.
De locaties waar energie opgewekt wordt kunnen risico’s voor brand- en omgevingsveiligheid met zich meebrengen, daarom wordt hierover altijd eerst zorgvuldig afgestemd met de Veiligheidsregio
DEEL B Visie
Haaglanden en Omgevingsdienst Haaglanden. Er is een duidelijk beeld nodig van de toekomstige grootverbruikers. Op dit moment verbruiken in de Haagse metropool de glastuinbouw en de logistiek veel energie. Deze energievraag wordt geëlektrificeerd. Als nieuwe grootschalige energievragers zich aandienen, wordt hun vraag afgestemd met regiogemeenten, provincie en netbeheerders binnen de Energieraad Zuid-Holland. Warmte Voor 2026 stelt de gemeente een ‘warmteprogramma’ vast, dat elke vijf jaar wordt geactualiseerd. Daarin staat hoe tot 2050 elke wijk wordt afgesloten van het aardgas en voorzien van een nieuw warmtesysteem. Voor deze warmtetransitie zijn nieuwe warmtebronnen nodig. Vergaande elektrificatie van de warmtevraag (door de toepassing van warmtepompen) heeft immers een grote impact op het elektriciteitsnet – de verzwaring ervan vraagt ruimte in de ondergrond en mogelijk ook bovengronds. Ook de opwekking van die extra hoeveelheden elektriciteit – via windturbines of zonnepanelen – kost ruimte, die deels buiten de stad gevonden moet worden. Om deze ruimteclaim binnen de perken te houden, dienen alternatieve warmtebronnen in de stad en de regio zo goed mogelijk benut te worden. Dan gaat het om geothermie, aquathermie en industriële restwarmte (uit bijvoorbeeld de Rotterdamse haven). De gemeente speelt een actieve rol in de verdeling van schaarse warmtebronnen.
Middels WarmtelinQ worden delen van
Op het Piet Heinplein zijn de bruggen en kademuren vervangen, en de gracht weer zichtbaar gemaakt. Het plein is nu een gebied voor langzaam verkeer en een plek om te ontspannen. Er is ruimte voor activiteiten op en rond het water. Door een steiger kunnen (rondvaart) boten aanleggen.
95
Nationale Park Hollandse Duinen
Begrenzing Nationaal Park Hollandse Duinen. NHPD waar natuur stad en zee verbindt, met een focus op recreatie, natuurontwikkeling en waterberging en drinkwaterwinning. Bron: Zuidhollands Landschap, .zuidhollandslandschap.nl
Den Haag aangesloten op restwarmte uit de Rotterdamse Haven. Onderzocht moet worden of in de toekomst meer regionale warmtebronnen benut kunnen worden aanvullend op lokale warmtebronnen. Electriciteit De vraag naar elektriciteit neemt de komende jaren met een factor 3 á 4 toe – mede dus omdat de warmtevraag deels geëlektrificeerd wordt. Dit betekent de aanleg van nieuwe kabels en de bouw van hoog-, midden- en laagspanningsstations. Op regionaal niveau wordt al gekeken naar mogelijke tracés voor nieuwe 380/150kVleidingen. De bouw van stations en transformatorhuisjes, en de vernieuwing of uitbreiding van de ondergrondse infrastructuur, vinden plaats in de bestaande stedelijke structuur – kortom, op bedrijventerreinen en in wijken. Op korte termijn betreft dit het aanpakken van de netcongestie, op lange termijn het in samenhang aanvliegen van de energietransitie en stedelijke ontwikkeling. Om het elektriciteitsnet verder te ontlasten en minder kwetsbaar te maken, zetten we ook in op de ontwikkeling van ‘local (smart) grids’. Voor duurzame opwek van elektriciteit (met zonnepanelen op daken of via solar carports) is in de stad beperkt ruimte. Daarom zal een groot deel van de winning en opslag terechtkomen in het buitengebied en op zee. Het gaat dan om windparken en zonnevelden, waarvoor hier en daar al zoekgebieden zijn aangewezen.
Deze energielandschappen van 2050 zijn waar mogelijk multifunctioneel. Ze doen dienst als recreatiegebied, versterken groen- en waterstructuren en dragen bij aan biodiversiteitsherstel.
Robuuste kustverdediging
Het duingebied is niet alleen een divers natuurgebied,
96
maar ook een stevige kustbescherming. Voor de bebouwde kust van Scheveningen-Bad en -Dorp is dit lastig. Hier bestaat de kustbescherming uit een harde kering, die niet kan meegroeien met de stijgende zeespiegel. Bovendien is dit het dunste strookje strand van Nederland, waardoor de zee dicht bij bestaande infrastructuur en bebouwing komt. Er is nauwelijks ruimte voor beschermingsmaatregelen en een breed en onbebouwd strand- en duingebied biedt idealiter de meest toekomstbestendige bescherming tegen golfslag en overstromingen. Daarom zetten we langs de Haagse kust in op een robuuste waterkering. Het realiseren van een stranden duingebied langs de gehele kustlijn – dus ook ter hoogte van Scheveningen – is een kansrijke optie. Zo’n nieuwe duinenrij die de duingebieden ten noorden en ten zuiden van Scheveningen (Westduinpark en Solleveld Kapittelduinen) verbindt, kan over een lange periode opgebouwd worden, door een combinatie van zandsuppleties en natuurlijke aangroei door dynamisch duinbeheer. Het is belangrijk dat de duinen onbebouwd blijven en we de natuur alle ruimte geven. Zo voorkomen we knelpunten in de toekomst. Het is – afhankelijk van de zeespiegelstijging – wellicht nodig om bij de Scheveningse haven een sluis te maken, of om de haven richting zee te verplaatsen, buiten het versterkte duinlandschap.
Een robuust watersysteem
Het opvangen, vasthouden, bergen en afvoeren van overtollig regenwater vraagt nog meer aandacht. Hiertoe geldt de volgende gedachtegang: water laten infiltreren, vasthouden waar het valt en bergen als sprake is van overschotten. Tijdens droge periodes kan dit regenwater hergebruikt worden. Afvoeren vindt alleen plaats als het niet anders kan. Bij meer woningen en meer neerslag zal het afvalwatersysteem meer capaciteit moeten krijgen.
Omgevingsvisie Den Haag
Regionale context De energietransitie heeft een sterke regionale dimensie. Om in 2050 CO2-vrij te zijn, wordt gebruikgemaakt van regionale warmtebronnen zoals geothermie en restwarmte uit de Rotterdamse haven. De elektrificatie van de warmtevraag en de sterk stijgende vraag naar elektriciteit vereisen nieuwe infrastructuur, deels buiten de stad. Windparken en zonnevelden in het omliggende gebied en op zee spelen een cruciale rol. Daarnaast zijn regionale samenwerkingen nodig voor waterbeheer, met piek- en seizoensberging in weidegebieden om wateroverlast en droogte tegen te gaan.
WarmtelinQ Hoofdtransportlijn bestaand Hoofdtransportlijn nieuw Hoogspanningsnet 390kV Grondwaterbeschermingszone Drinkwatervoorziening Waterberging Boezemwater Glastuinbouw Haven Zoekgebied Wind Zoekgebied Zon Zoekgebied Zon/Wind Windenergie Warmte Bebouwd gebied
En omdat dit beperkt kan, zal scheiding en afkoppeling van hemelwater nodig zijn om de capaciteit te vergroten. We combineren waterberging met andere functies, zoals natuurontwikkeling en recreatie. De realisatie van een stevig watersysteem hangt nauw samen met de onder beweging 2 beschreven vergroening van de stad en de versterking van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH). De opvang van overtollig regenwater kan ook onder bebouwing, zodat wateroverlast zoveel mogelijk wordt voorkomen en de nadelige effecten van droogte beperkt. Veel water moet via het regionale watersysteem naar zee worden gepompt. Dit systeem is krap en kwetsbaar, en verbreding van de watergangen is niet zomaar mogelijk. Als zij het niet meer aankunnen en omdat de binnenstad van Den Haag hoog ligt, krijgen laaggelegen buurgemeenten te maken met wateroverlast. Het is dus belangrijk om het Haagse water als integraal en gemeentegrensoverschrijdend systeem te beschouwen. We zien in omliggende weidegebieden mogelijkheden voor piek- en seizoensberging. Vanaf 2040 wijzen we aan de randen van Nationaal Park Hollandse Duinen plekken aan voor recreatie, natuurontwikkeling en zoetwaterberging, die op de lange termijn beschikbaar zijn voor drinkwaterwinning. De haalbaarheid wordt geplaatst binnen de dan geldende strategie van het Deltaprogramma.
Ruimte voor toekomstige drinkwaterbehoefte
Die winning van voldoende schoon drinkwater is een speerpunt. De toenemende verstedelijking en verstening van het landschap, in combinatie met verzilting door zeespiegelstijging en langere periodes van droogte, leiden niet alleen tot een gebrek aan drinkwater, maar ook tot watertekorten voor de landbouw en de natuur. We beschermen en benutten bestaande waterwingebieden in de duinen. Wanneer het uitbreiden van de wincapaciteit
DEEL B Visie
Disclaimer: De ontwikkelingen op deze kaart buiten de gemeentegrenzen hebben geen status. Ze zijn indicatief en bedoeld om de samenhang van ruimtelijke ontwikkelingen in de regio in beeld te brengen.
aan de orde is, wordt in beeld gebracht op welke manieren dat kan. Bijvoorbeeld door de bouw van een nieuwe zuiveringslocatie. Op de middellange termijn zoeken we buiten de duinen naar locaties voor regionale drinkwaterwinning. Ook in de stad wordt gezocht naar een innamepunt voor oppervlaktewater. Naast het vinden van nieuwe en het aanboren van bestaande bronnen, zetten we in op gedragsverandering om het drinkwatergebruik terug te dringen. Het doel is om in 2035 het gebruik per dag tot 100 liter per persoon te beperken. Bij renovatie en nieuwbouw is het van belang om waterbesparende maatregelen door te voeren, zoals het hergebruik van huishoudwater en het gebruik van regenwater. Ook zetten we op regionaal niveau in op recirculatie van water door de glastuinbouw.
Regie op de ondergrond
Om de ‘basis op orde te brengen’ – duurzame energie, waterbescherming, waterbeschikbaarheid – krijgt zowel de ondergrondse als de bovengrondse infrastructuur een fikse opknapbeurt. Dit heeft gevolgen voor de kwaliteit en het gebruik van de stedelijke openbare ruimte. We zetten in op integrale oplossingen die samenhangen met deze inpassingsopgave, en met andere eisen ten aanzien van onderhoud en beheer. Die willen we zo efficiënt mogelijk een plek geven, zowel onder- als bovengronds. Bij grote drukte en weinig ruimte bundelen en stapelen we, maken we ‘werk met werk’, ruimen we op wat niet meer wordt gebruikt en stimuleren we meervoudig gebruik. De gemeente voert regie: het vertrekpunt is dat systemen worden vernieuwd en vervangen in samenhang – niet meer per systeem. Hierbij hebben we aandacht voor grondwaterbeschermingsgebieden en de aanwezigheid van hogedrukaardgasleidingen.
97
98
Omgevingsvisie Den Haag
Beweging 5
Basissystemen op orde Beweging Waarborgen en versterken van de kustveiligheid Primaire en regionale waterkering Energiehub Hoofdverdeelstation (locaties indicatief) Warmteoverdrachtstation Bron voor geothermie (locaties indicatief) T
Bron voor aquathermie (locaties indicatief) Drinkwatervoorziening / innamelocatie oppervlaktewater (van drinkwater) Boezemgemaal Hoofd oppervlaktewater Uitbreiden boezemsysteem / afvoer van overtollig water (locaties indicatief) Warmtenetwerk Tracé 150 kV elektriciteit Warmtenetbuurt Buurt met warmtenetten en andere warmteoplossingen Windenergie op zee Bedrijventerrein Netwerk Spoorweg Treinstation intercity Treinstation sprinter / metro Autosnelweg Autoweg Ondergrond Noordzee Strand/Duin
Disclaimer: Uitgangspunten voor 2050. De programmatische opgave in de legenda is agenderend en indicatief en vormen een basis voor de doorwerkingen. Stadsbrede bewegingen staan op de visiekaart; deze facetkaart kan meer details en aanvullende onderwerpen tonen ten opzichte van de totale visiekaart.
DEEL B Visie
99
5.8 Samenhang tussen de vijf bewegingen De vijf bewegingen lopen parallel aan elkaar, maar zijn ook sterk met elkaar verweven. Ons uitgangspunt is om opgaven en doelen zoveel mogelijk aan elkaar te koppelen. Maar we hebben ook te maken met ambities en ruimteclaims die botsen en strijdig zijn. Deze kansen en schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies en (omgevings)programma’s. Een afwegingskader is behulpzaam om de juiste keuzes te maken. Hoe verbinden we ruimteclaims en ambities die elkaar versterken, hoe gaan we om met ambities en opgaven die botsen? De uitkomst van die ‘puzzel’ is niet overal in de stad gelijk. Het is mede afhankelijk van de omgevingskwaliteiten in een bepaald gebied, de sociaaleconomische omstandigheden en de kansen en beperkingen. Om invulling te geven aan het afwegingskader – de manier waarop inhoudelijke keuzes op gebiedsniveau worden gemaakt – gebruiken we de volgende principes. 1. Meervoudig kijken én handelen Als de stad verder groeit, wordt de ruimte schaarser. Ontwikkelingen met slechts één functie op één plek zijn dan ook niet wenselijk. We zetten in op combinaties van functies, zoeken naar innovatieve oplossingen binnen meerdimensionaal ruimtegebruik, waarbij de ondergrond een rol krijgt in bovengrondse ontwikkelingen.
Omdat veel (publieke) ruimteclaims in de openbare ruimte landen, is de noodzaak tot meervoudig kijken, ontwerpen en handelen hier het grootst.
2. Samendoen: Iedereen vanaf het begin aan tafel Bij projecten of opgaven die voortvloeien uit de Omgevingsvisie gaan we tijdig in gesprek met belanghebbenden. Dit met open blik zodat ideeën, onderzoeken en bevindingen op tafel komen. Belanghebbenden kunnen vanuit hun perspectief, kennis, ervaringen en belangen reageren en aanvullen. In de taal van de Omgevingswet gaat het dan over ‘locatiekenmerken’, ‘functiekenmerken’, ‘omgevingswaarden’ en ‘ambities gericht op het halen van gemeenschappelijke doelen’. 3. Niet alles hoeft in Den Haag Nagenoeg alle ruimtelijke opgaven overschrijden de gemeentegrenzen. Dat geldt ook voor de oplossingen. Het succes van een samenhangende metropool hangt voor een groot deel af van de bereidheid om samen te werken aan een evenwichtige verdeling van niet alleen woningen, werklocaties en voorzieningen, maar ook de lusten en lasten.
We hebben te maken met opgaven en doelen die elkaar versterken, en ambities en ruimteclaims die strijdig zijn. Deze kansen en schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies en (omgevings)programma’s. 100
Omgevingsvisie Den Haag