RIS321152 Bijlage 4 Ontwerpbestemmingsplan Strand Den Haag
Tekst van het document
Bestemmingsplan Strand Den Haag Ontwerp
Ontwerp, d.d. 19 december 2023
Strand Den Haag
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Inhoudsopgave
Samenvatting
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Begrenzing van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Leeswijzer
9 9 9 10 10 11
Hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Cultureel erfgoed 2.4 Ruimtelijke structuur 2.5 Functionele structuur
13 13 13 14 15 19
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.3 Cultureel erfgoed 3.4 Groen 3.5 Water 3.6 Verkeer en infrastructuur 3.7 Economie 3.8 Maatschappelijke voorzieningen 3.9 Cultuur en ontspanning 3.10 Sport en recreatie 3.11 Duurzaamheidsbeleid
23 23 23 32 34 38 46 48 49 49 50 50
Hoofdstuk 4 Fysieke leefomgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Groene waarden 4.7 Bodem 4.8 Windhinder en bezonning
55 55 55 57 60 61 62 65 66
Hoofdstuk 5 Planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Beschrijving van het plan 5.3 Ontwikkelingen 5.4 Duurzaamheid 5.5 Keuze en verantwoording van bestemmingen 5.6 Toelichting op de regels
69 69 69 72 79 80 83
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
87
Hoofdstuk 7
Overleg en inspraak
89
2
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
7.1 7.2
Artikel 3.1.1 Bro-overleg Inspraak- en participatieverordening
89 103
Bijlagen bij toelichting
105
Regels
107
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
109 109 121
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Bestemmingsregels Cultuur en Ontspanning Natuur - Duinen Recreatie - Strand Verkeer - Verblijfsstraat Water - Zee Leiding - Riool Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Waterkering
123 123 124 125 129 130 131 133 135
Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Vrijwaringszone Overige regels
137 137 138 139 140 141 142
Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
143 143 144
Bijlagen bij regels
145
Bijlage 1
Staat van horeca-categorieën
146
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging
151
Bijlage 3
Staat van bedrijfsactiviteiten op bedrijventerreinen
157
Bijlage 4
Nota Parkeernormen Den Haag
178
Bijlage 5
Inlegvel met parkeernormen
182
Bijlage 6
Fietsparkeernormen
188
3
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
4
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Samenvatting Waarom is dit nieuwe bestemmingsplan nodig? De gemeente wil voor de het plangebied "Strand" een nieuw bestemmingsplan vaststellen. Het vorige bestemmingsplan “Strand” dateert uit 2008, is verouderd en moet om die reden worden aangepast. Actualisering van dit plan is noodzakelijk geworden, omdat het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met de huidige wet- en regelgeving en de juridische vormgeving van het plan niet goed aansluit bij het inmiddels in verschillende beleidsnota's beschreven en verankerde beleid en raadsbesluiten van de gemeente ten aanzien van het strand. Daarnaast houdt het vorige plan geen rekening met de ruimtelijke indelingen en ontwikkelingen die als gevolg van de aanleg van de Morales Boulevard zijn ontstaan en de nieuwe ontwikkelingen die voortvloeien uit de 'Agenda De Kust Gezond' en de Strandnota 2017-2022 “Het strand is van iedereen” RIS 294701. Huidige en toekomstige ontwikkelingen in het plangebied vinden weliswaar een basis in recent vastgestelde gemeentelijke beleidsdocumenten, maar zijn nog onvoldoende juridisch verankerd in het bestemmingsplan “Strand”, omdat de werkelijke situatie afwijkt van het bestemmingsplan. Hierdoor is het vorige bestemmingsplan niet meer het planologische toetsingskader, zoals dat behoort te zijn voor bijvoorbeeld omgevingsvergunningen.
In afwijking van het vorige bestemmingsplan zijn vergunningen afgegeven en wordt actief of passief gedoogd. Deze situaties worden dan ook met dit bestemmingsplan rechtgezet. Daarom is het wenselijk om het bestemmingsplan “Strand” te herzien en een actueel bestemmingsplan te hebben. Ook zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die gedurende de planperiode zijn vergund of waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden, verwerkt in deze actualisering. Met het nieuwe bestemmingsplan Strand Den Haag heeft de gemeente Den Haag weer een geactualiseerd bestemmingsplan. Deze actualisatie van het bestemmingsplan is in basis behoudend qua regelgeving en wijkt niet veel af van het vorige bestemmingsplan “Strand”. Wel neemt dit bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mee die voortvloeien uit de “Agenda De Kust Gezond” en de Strandnota 2017-2022 “Het strand is van iedereen”. Zo wordt ook een regeling opgenomen voor zeven jaarrond strandpaviljoens met een bebouwingsoppervlakte van maximaal 500 m² en een maximale bouwhoogte van 5.50 meter. In die gevallen moet rekening worden gehouden met bijzondere funderingsconstructie-eisen in verband met de voor- en najaarsstormen en zijn de maximale hoogten en bebouwingsoppervlak voor het jaarrond exploiteren van strandpaviljoens enigszins verruimd.
Ook maakt dit bestemmingsplan twee permanente hulpposten mogelijk ter compensatie van een aantal seizoensgebonden hulpposten. Het doel van de actualisatie is om het planologisch kader voor de strandzone in overeenstemming te brengen met het actuele strandbeleid en de vergunde situatie. Daarbij wordt de bestaande ruimtelijke kwaliteit op het strand in stand gehouden en indien mogelijk versterkt. De bestaande situatie en het huidige functioneren zijn daarin planologisch als basis vastgelegd. Voor een deel zijn de bestaande rechten uit het vorige bestemmingsplan overgenomen en waar nodig is door eerdere besluitvorming, of vergunningverlening een aanvulling of verruiming in bebouwing voorzien. De bebouwing van een strandexploitatie is in dit bestemmingsplan aan regelingen gebonden, waardoor de maximale omvang is bepaald. In het bestemmingsplan Strand Den Haag worden de regels ten aanzien van het bouwen van strandpaviljoens in stand gehouden. Wel geeft dit bestemmingsplan Strand Den Haag ten opzichte van het vorige bestemmingsplan "Strand" enige verruiming in bouwvolume van strandpaviljoens op een aantal stranddelen, zoals de Moralesboulevard en het Zuiderstrand. Daarover zijn eerdere raadsbesluiten genomen. Tevens zijn vergunde situaties planologisch in dit bestemmingsplan vastgelegd.
Het bouwvolume (maatvoering in oppervlakte en bouwhoogte opgenomen in de planregels en verbeelding) van de strandpaviljoens is op het Zwarte Pad, Morales Boulevard en Zuiderstrand aan elkaar gelijk gemaakt, conform het raadsbesluit uit 2008 (RIS 161651). Dat betekent dat voor dit strandgebied de maximale oppervlakte van strandpaviljoens is vergroot naar 335 m² met een maximale bouwhoogte van 4.50 meter. Daarbij hadden de strandpaviljoens op het Zwarte Pad al volgens het vorige bestemmingsplan deze maatvoering. Dit betekent dat zowel op het Zuiderstrand als op het Noorderstrand een maximum bebouwingsoppervlak van 335 m² voor de strandpaviljoens wordt gehanteerd. Alleen voor het deel grenzend aan Scheveningen (tussen golfbreker 44 en 46), voor de Midden- en Noordboulevard in Scheveningen Bad, waar de vrije ruimte voor de paviljoens toch al zeer
5
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
beperkt is door de drukke bezetting langs de boulevards, is een uitzondering gemaakt. Aangezien de omgeving daar ook meer stedelijk van aard is, valt deze uitzondering goed te motiveren. Het voorliggende bestemmingsplan Strand Den Haag vormt hiermee het nieuwe planologisch-juridisch bindende kader voor het toelaatbaar gebruik van de gronden binnen het plangebied, dit is vastgelegd op de digitale verbeelding (plankaart) behorende bij dit bestemmingsplan en in de regels. In het bestemmingsplan worden de regels ten aanzien van het bouwen van strandpaviljoens in stand gehouden. Wel geeft dit bestemmingsplan ten opzichte van het vorige bestemmingsplan "Strand" enige verruiming in bouwvolume van strandpaviljoens op een aantal stranddelen, zoals de Moralesboulevard en het Zuiderstrand. Daarover zijn eerder raadsbesluiten genomen. Tevens zijn in de achterliggende jaren vergunde situaties planologisch in dit bestemmingsplan vastgelegd. Het bouwvolume (maatvoering in oppervlakte en bouwhoogte opgenomen in de planregels en verbeelding) van de strandpaviljoens is op het Zwarte Pad, Morales Boulevard en Zuiderstrand aan elkaar gelijk gemaakt, conform het raadsbesluit uit 2008 (RIS 161651). Zoals aangegeven betreft het een overwegend conserverend bestemmingsplan, gebaseerd op de rechten uit het bestemmingsplan van 2008, de bestaande vergunde situatie en de sedertdien genomen raadsbesluiten.
Het bestemmingsplan Strand Den Haag omvat het gehele Haagse strand (vanaf de grens met gemeente Westland tot aan het grondgebied van gemeente Wassenaar) en wordt begrensd door de duinvoet van de duinen als onderdeel van de zeewering. De Pier van Scheveningen en de haven zijn buiten het plangebied gelaten. Ook het gedeelte van het Beach stadion valt buiten dit bestemmingsplan en de vergunde strandhuisjes zijn in afwachting van een nadere bestuurlijke besluitvorming hierover niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Anders dan het vorige bestemmingsplan valt de plangrens in de Noordzee samen met de gemeentegrens. Verder houden de grenzen rekening met het bestemmingsplan Scheveningen Haven, dat op 15 juli 2015 is vastgesteld, waarin ook het Beach stadion is opgenomen. Ook is de plangrens aangepast aan de (toekomstige) verlegging van de Middenen Noorderboulevard.
6
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Toelichting
7
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
8
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
De gemeente Den Haag heeft om de volgende redenen een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied Strand Den Haag opgesteld: Door het inmiddels verouderde plan te actualiseren wordt het bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met de huidige wet- en regelgeving, alsmede met het op dit moment geldende gemeentelijke beleid. Tevens zijn raadsbesluiten, alsmede ruimtelijke ontwikkelingen die gedurende de planperiode zijn vergund verder verwerkt in deze actualisering; De aanpassingen en verlegging van de Midden- en Noordboulevard zijn hierin opgenomen; Er is een regeling opgenomen voor het jaarrond exploiteren van strandpaviljoens; Twee permanente hulpposten zijn planologisch opgenomen in dit plan; Een nieuw paviljoen aan de Noordboulevard met de bestemming "Cultuur en Ontspanning" is in dit plan opgenomen; Parapluherziening parkeren. In het bestemmingsplan parapluherziening (fiets)parkeren is het parkeerbeleid opgenomen met een dynamische koppeling.
1.2
Doel van het bestemmingsplan
Het doel van bestemmingsplan Strand Den Haag is het vastleggen van de bestaande ruimtelijke structuur van het strand in een juridisch-planologisch kader. Met het oog op een verantwoord beheer van de ruimtelijke structuur heeft het bestemmingsplan Strand Den Haag tot doel om de bestaande situatie zoveel mogelijk in stand te houden en indien mogelijk te versterken. Door wijzigingen in vastgesteld beleid, aanpassingen van de boulevards en nieuwe ontwikkelingen, is een situatie ontstaan dat de huidige en toekomstige ontwikkelingen weliswaar hun basis vinden in recent vastgestelde gemeentelijke beleidsdocumenten, maar onvoldoende juridisch verankerd zijn in het geldende bestemmingsplan "Strand". Met andere woorden de werkelijke situatie wijkt dus af van het bestemmingsplan. Hierdoor is het bestemmingsplan niet meer het planologische toetsingskader, zoals dat hoort te zijn voor onder andere diverse omgevingsvergunningen. Met de actualisering van een bestemmingsplan wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande methodiek en regelgeving van het vorige bestemmingsplan, maar is de regelgeving wel vereenvoudigd.
Op die manier worden juridische verschillen met het voorgaande bestemmingsplan voorkomen en worden burgers en direct belanghebbenden (niet in de laatste plaats de ondernemers van de strandpaviljoens) niet geconfronteerd met andere, geheel afwijkende juridische bepalingen of omstandigheden die voor betrokkenen nadelig zouden kunnen zijn. Rechtsongelijkheden ten opzichte van het voorgaande plan doen zich eenvoudigweg niet voor. Met het bestemmingsplan Strand Den Haag zijn de regels ten aanzien van het bouwen van strandpaviljoens grotendeels in stand gehouden (en daarmee ook de voorgeschreven maxima in oppervlakte). Wel geeft het bestemmingsplan Strand Den Haag ten opzichte van het vorige bestemmingsplan "Strand" enige verruiming in bouwvolume van strandpaviljoens aan de Moralesboulevard en het Zuiderstrand. Daarover zijn eerdere raadsbesluiten genomen. Tevens zijn de vergunde situaties planologisch in dit bestemmingsplan vastgelegd. Het bouwvolume (maatvoering in oppervlakte en bouwhoogte opgenomen in de planregels en verbeelding) van de strandpaviljoens is op het Zwarte Pad, Morales Boulevard en Zuiderstrand aan elkaar gelijk gemaakt, conform het raadsbesluit uit 2008 (RIS 161651). Dat betekent dat voor dit strandgebied de maximale oppervlakte van strandpaviljoens is vergroot naar 335 m² met een maximale bouwhoogte van 4.50 meter.
Daarbij hadden de strandpaviljoens op het Zwarte Pad al volgens het vorige bestemmingsplan deze maatvoering. Dit betekent dat zowel op het Zuiderstrand als op het Noorderstrand een maximum bebouwingsoppervlak van 335 m² voor de strandpaviljoens wordt gehanteerd. Alleen voor het deel grenzend aan Scheveningen (tussen golfbreker 44 en 46), voor de Midden- en Noordboulevard in Scheveningen Bad, waar de vrije ruimte voor de paviljoens toch al zeer beperkt is door de drukke bezetting langs de boulevards, is een uitzondering gemaakt en wordt het ook nu geldende maximum van 300 m² gehandhaafd met een maximale bouwhoogte van 3.60 meter. Omdat de omgeving daar ook meer stedelijk van aard is, valt deze uitzondering goed te motiveren.
9
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Daarnaast wordt een regeling opgenomen om zeven jaarrondexploitaties van strandpaviljoens mogelijk te maken met een bebouwingsoppervlakte van maximaal 500 m² en een maximale bouwhoogte van 5.50 meter. In die gevallen moet rekening worden gehouden met bijzondere funderingsconstructie-eisen in verband met de voor- en najaarsstormen en zijn de maximale hoogten en bebouwingsoppervlak voor het jaarrond exploiteren van strandpaviljoens enigszins verruimd. Ook is de (toekomstige) verlegging van de Midden- en Noorderboulevard in dit bestemmingsplan meegenomen. In het bestemingsplan is de thans in voorbereiding zijnde nieuwe visie voor het strand en directe omgeving, in afwachting van het nog te voeren participatietraject en toekomstige bestuurlijke discussie/ besluitvormng hierover, niet opgenomen.
1.3
Begrenzing van het plangebied
Het plangebied omvat het gehele Haagse strand (vanaf de grens met gemeente Westland tot aan het grondgebied van gemeente Wassenaar) en wordt begrensd door de duinvoet en een deel van de duinen voor zover het deel uitmaakt van versterking van de zeewering. De Pier van Scheveningen en de haven is buiten het plangebied gelaten. Ook de vergunde strandhuisjes zijn in afwachting van een nadere bestuurlijke besluitvorming in 2025 over het verlengen van de concessie en om die reden niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan valt de plangrens in de Noordzee samen met de gemeentegrens. Verder houden de grenzen rekening met het bestemmingsplan Scheveningen Haven, dat op 15 juli 2015 is vastgesteld. Ook is de plangrens aangepast aan de verlegging van de Midden- en Noordboulevard.
Afbeelding 1: ligging plangebied Strand Den Haag
1.4
Geldende planologische regelingen
1.4.1
Vigerend bestemmingsplan
Het bestemmingsplan Strand Den Haag vervangt de volgende bestemmingsplannen: bestemmingsplan
vastgesteld
goedgekeurd
10
onherroepelijk
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Strand
1.4.2
27 november 2008
7 juli 2009
01-09-2010
Parapluherzieningen
Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. b. Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld op 20 december 2018 en onherroepelijk geworden op 16 april 2019. De wijze waarop bestemmingsplan Strand Den Haag het beleid in de parapluherzieningen vervangt, is beschreven in hoofdstuk 5 Planbeschrijving.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 is de aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied Strand Den Haag aangegeven. De doelen die met het bestemmingsplan worden beoogd worden daarin tevens verder toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en in de hoofdstukken 3 en 4 is een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's en regelingen die op dit plangebied van toepassing zijn. Daarmee wordt een deel van de doelstelling nader verklaard en zijn de beleidsuitspraken voor het plangebied navolgbaar gemaakt. Hoofdstuk 3 bevat beleidsuitspraken ten aanzien van ruimtelijk en sectoraal beleid en hoofdstuk 4 geeft de milieukwaliteitseisen weer. Hoofdstuk 5 beschrijft het plan en de daarin opgenomen functies en ontwikkelingen en geeft de keuze van bestemmingen en bestemmingsregelingen aan die uit beleidsuitspraken zijn afgeleid voor de bestaande situatie. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 6 ingegaan. In hoofdstuk 7 wordt verslag gedaan van het overleg en de inspraak.
11
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
12
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de bestaande situatie
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de bestaande situatie van het plangebied. Achtereenvolgens komen de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed, de ruimtelijke structuur en ten slotte de functionele structuur aan bod.
2.2
Ontstaansgeschiedenis
De wordings- en vormingsgeschiedenis van het strand langs de Nederlandse kust omvat een periode van ruwweg twaalf duizend jaar. Aan het begin van het Holoceen (10.000 jaar voor Chr.) stond de zeespiegel 35 meter lager dan nu en lag de Noordzee nog voor een groot deel droog (afbeelding 2: Holoceen). Engeland maakte toen deel uit van het vasteland van noordwest Europa. Door de snelle zeespiegelstijging verdronk de Noordzee en rond 7000 v. Chr. bereikte de zee de huidige Nederlandse kustlijn. In de daaropvolgende periode overstroomden de laaggelegen dal systemen. Rond 2750 v. Chr. was de stijging van de zeespiegel sterk afgenomen, tot ca. 25cm per eeuw. De zeespiegel stond toen op een niveau van ca. - 3.5m NAP. Voor de kust ontstond een gesloten strandwallensysteem dat zich in de daaropvolgende periode zeewaarts uitbreidde. In 1500 v. Chr. had de kustuitbouw in West-Nederland zich doorgezet. De zeespiegel lag op ~2m NAP. De zeegat systemen in de West-Nederlandse kust lagen juist daar waar rivieren in zee uitmondden. In het achtergelegen kustgebied vormde zich veen. Rond 100 n. Chr. lag het zeeniveau op ~1m NAP en vanaf die tijd (tot aan het begin van de 20 eeuw) bedroeg de zeespiegelstijging gemiddeld ~5cm per eeuw. Door menselijk toedoen was in 800 n. Chr. heel Zuidwest-Nederland overstroomd en veranderd in één groot getijdengebied.
Een grote door de mens veroorzaakte omslag in het kustlandschap vond pas na 1100 n. Chr. plaats. Vanaf die tijd werden de kweldergebieden en de riviervlakte grootschalig bedijkt, werden veengebieden ontgonnen en ontstond het Nederlandse polderlandschap. In 1850 n. Chr. was door inpolderingen in Zeeland, de Kop van Noord-Holland en Noord-Nederland het getijdenareaal verder afgenomen. Vanaf die tijd ook is de verstedelijking in gebieden achter de kustlijn in hoog tempo voortgegaan.
13
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Afbeelding 2: Holoceen
2.3
Cultureel erfgoed
Cultureel erfgoed omvat sporen, objecten en patronen/structuren die, zichtbaar of niet zichtbaar, onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Met uitzondering van de restanten van de Atlantikwall zijn er geen cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig. In paragraaf 3.3.1 wordt nader ingegaan op de Atlantikwall. Het plangebied is geen onderdeel van een Rijksbeschermd stadsgezicht.
14
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
2.4
Ruimtelijke structuur
2.4.1
Stedenbouwkundige structuur
Ruimtelijke verbanden met het achterland Voor een goed begrip van de kust, de stedenbouwkundige structuren achter de kust en het functioneren van dit geheel, worden hier eerst de stedelijke gebieden achter de kust besproken. Het aaneengegroeide stedelijke gebied van Den Haag en de stad als kustplaats vormen een uniek fenomeen, in ieder geval in Europa. De wordingsgeschiedenis en de verschillende ruimtelijke bestanddelen zijn voor wie goed kijkt, nog steeds afleesbaar. De haakse lijnen op de kust, de maat en schaal van de Haven, van Scheveningen Dorp als bijzondere enclave en de aanwezigheid van omvangrijke duingebieden die zich als groene longen aan weerszijden van de stad bevinden, het zijn allemaal belangrijke en kwalitatief rijke omstandigheden die van belang zijn om te behouden, te beschermen en waar nodig deze te versterken. Langs het strand tussen Haven en het Zwarte Pad is de bebouwing tot aan het strand vrijwel aanéén gesloten. De haven zelf biedt nog lucht en ruimte maar ook hier zijn, met name aan de zuidzijde, de bouwblokken al tot aan de kades langs het zeewater opgerukt. Scheveningen Dorp heeft van oorsprong smalle straatjes en een dicht opééngepakte bebouwingsstructuur. Scheveningen Bad heeft 'een muur van bebouwing' opgericht tussen de kust en de Gevers Deynootweg.
Onmiddellijk ten zuiden van de Haven bevindt zich Duindorp waar de opzet anders van aard is, omdat tussen bebouwing en strand eerst een duinpakket langs de kust ligt. Daarachter begint pas de stad. Kijkduin vormt hierop een uitzondering en ligt als een stormram vooruitgeschoven aan zee boven op het duin. Typering achterliggende stedelijke gebieden Den Haag als kuststad is geheel verstedelijkt maar er is een onderscheid te maken tussen twee zones in het stedelijke gebied; een zone ten noorden en een zone ten zuiden van de Haven. In de zone ten noorden van de Haven wordt de hoofdopzet, nog afgezien van het duidelijke onderscheid tussen gebieden als Haven, Dorp en Bad, bepaald door één type structuur. Ondanks de verschillen in verschijningsvorm zijn de basisprincipes steeds gelijk: geen doorgaande hoofdweg parallel aan de kust, maar 'inprikkers' (wegen) vanuit het achterland. De bebouwde band aan de kust sluit verspreid en terloops aan op de verder achterliggende bebouwing. Elk deelgebied heeft een eigen ruimtelijke en-functionele mix. De verbindingen met parallel aan de kust lopende lijnen zijn bescheiden. Verder is de gehele kuststad duidelijk ingekaderd door de waterleidingduinen in het noorden en het Westduinpark in het zuiden. Het tweede type structuur is die van de 'duinstad' die zich uitstrekt van Duindorp tot Kijkduin.
Dit deel van de kuststad ligt niet op de kust maar erachter. Het gebruik is veel meer gescheiden en monofunctioneel; het is de woonfunctie die domineert met enkele grote voorzieningen (sport, zorg, onderwijs). De hoofdverbindingen zijn hier juist goed parallel aan de kust en veel minder helder haaks op de kust (met uitzondering van Kijkduin). De ruimtelijke dynamiek is hier ook minder.
15
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Afbeelding 3: Strand en achterliggende stedelijke gebied Lijnen haaks op de kust De 'inprikkers' bestaande uit voormalige of huidige trambanen en andere oude assen, liggen in brede profielen haaks, of soms wat slingerend, op de kust. Vaak is hier ruimte voor een dubbelspoor in een groene loper en twee of drie rijbanen. Dit geldt in ieder geval voor de Scheveningseweg, de Van Boetzelaarlaan (Stadhouderslaan), de Nieuwe Parklaan en de Statenlaan. Andere brede assen haaks op de kust zijn het Verversingskanaal, de Haringkade, en in mindere mate de Badhuisweg, omdat deze niet bijzonder breed is. De Zwolsestraat is van een geheel andere orde, omdat deze aan de stadsrand ligt. De Savornin Lohmanlaan waarop de Dedemsvaartweg en Thorbeckelaan uitkomen in Den Haag Zuidwest, is daarentegen bijzonder breed. Bij Kijkduin is iets heel anders aan de hand, omdat de Kijkduinsestraat, en in het verlengde daarvan de Lozerlaan, ook meteen een hoofdontsluitingsweg vormt (N211). De Houtrustweg ten slotte is niet breed maar ligt wel in een groot groen profiel. Lijnen parallel aan de kust Behalve de boulevard (Strandweg) zijn een paar duidelijke parallelle wegen te herkennen. De eerste linie is duidelijk de Gevers Deynootweg die uitkomt op de Wassenaarsestraat, maar verkeerskundig gezien om het oude dorp Scheveningen wordt geleid (via de Jurriaan Koksstraat).
De Wassenaarsestraat buigt vervolgens rond de Oude Kerk en voert via de Jacob Pronkstraat en Vissershavenstraat naar de Visafslagweg. In andere richting loopt de Gevers Deynootweg tot het einde van het Zwarte Pad. Ter hoogte van Scheveningen Bad functioneert deze weg als hoofdtoevoer voor de kust en komen alle haakse wegen hierop uit. In de tweede linie is er een vrijwel doorgaande lijn te herkennen vanaf Duindorp, langs de Westduinweg, Badhuisstraat, Neptunusstraat tot en met de Stevinstraat. Deze wat kronkelende lijn is tevens de lijn waarlangs de meeste dagelijks benodigde voorzieningen en winkelstraten zich bevinden. Tussen Duindorp (bereikbaar via de Nieboerweg) en Kijkduin heeft de parallel aan de kust lopende lijn
16
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
(Sportlaan, Segbroeklaan)) een veel breder profiel en een belangrijke verkeersfunctie, als tangent van de stadsring. Deze zone heeft een bebouwingsopzet die door de Atlantikwall en de naoorlogse stedenbouwkundige opvattingen ruimtelijk gezien wat luchtiger van aard is. Opvallend genoeg zijn er wel veel adressen aan deze straat, maar qua functies valt het tegen. Vooral scholen, zorginstellingen, en heel veel sportvoorzieningen liggen hier in de tweede lijn. De eerste lijn is hier, voor zover die al te benoemen is, de Laan van Poot die zich met moeite voortzet richting Kijkduin. De laan is zoals veel achterliggende straten, kenmerkend voor de Vogelwijk en vooral een woonstraat waarin geparkeerd wordt om in de strandzones tussen Kijkduin en Haven te komen.
Afbeelding 4: Haakse en parallele lijnen 2.4.2
Verkeer en infrastructuur
Verkeer en bereikbaarheid Met uitzondering van de statige Scheveningseweg en de breed opgezette Kijkduinsestraat, zijn alle toegangswegen naar de kust bewoond. Op lokaal niveau is de kust verbonden met de rest van de stad middels een reeks van haakse inprikkers die aansluiten op de stadsring dan wel op het centrum, en meer naar het zuiden door een directere aansluiting op de stadsring. Wat opvalt is de continuïteit van het stedelijk weefsel waardoor de kustzone vrijwel meteen overgaat in de achterliggende stad, zonder tussenliggende barrières of brede assen. Langs de kust is het oorspronkelijke vissersdorp in stappen uitgegroeid tot een drukke badplaats. Met de groei van Scheveningen is ook het verkeers- en vervoerssysteem stapsgewijs ontwikkeld tot de huidige situatie. Door de wisselende omvang van bezoekersstromen verdeeld over het jaar is sprake van sterk wisselende verkeerssituaties. Variërend van rustig zonder knelpunten in de verkeersdoorstroming tot erg druk met veel congestie, ook buiten de spitsperiodes. Openbaar Vervoer De kust is met het openbaar vervoer bereikbaar via tramverbindingen (1, 9, 11, 12) en een reeks
17
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
buslijnen (o.a. 23 en 24 naar Kijkduin). Deze zijn alle met station CS en/of Station HS verbonden. Hoewel redelijk in aantal zijn deze lijnen niet voldoende en verloopt het reizen ermee niet snel genoeg om bij topdrukte volwaardig vervoer te kunnen zijn. En nog belangrijker, de frequentie blijft altijd gelijk, ze verbinden Scheveningen weliswaar met de stad, maar (nog) niet met de regio. De haven is niet aangesloten op een tramverbinding en de tramlijnen zijn allemaal haakse inprikkers, waardoor ze relatief weinig bereik hebben als het gaat om spreiding langs de kust. Het tramverkeer gaat allereerst naar de stations Centraal en Holland Spoor en wordt vanaf daar doorgezet naar de regio. De huidige tram 1 die tot in Delft reikt is daarvan een goed voorbeeld.
Afbeelding 5: Openbaar vervoer Fietsen Een goede bereikbaarheid van de kust per fiets is een grote kwaliteit, voor bewoners en voor bezoekers aan de kust. De gemeente Den Haag investeert in een goed fietsnetwerk, onder meer met verschillende soorten routes zoals sterroutes, hoofdroutes en recreatieve routes. De sterroutes die op de kust uitkomen liggen aan de Conradkade, de Scheveningseweg en de Nieuwe Parklaan.
18
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
2.4.3
Groen
Den Haag is een groene stad aan zee. De brede stranden, de duinen, bossen en parken bepalen het bijzondere karakter van de stad. Een groene stad zorgt voor een mooie woonomgeving en is onontbeerlijk voor het welzijn en de gezondheid van alle Hagenaars. Een groene stad is ook aantrekkelijk voor toeristen, voor bedrijven die naar de stad willen komen en voor het vestigingsklimaat in het algemeen. Een grote stad als Den Haag is altijd in ontwikkeling. Het inwonertal neemt toe en de voorzieningen voor mensen en bedrijven wijzigen voortdurend. Daarnaast zijn veranderingen in de wereld actueel waar iedere grote stad mee te maken krijgt. Veranderingen in het klimaat, een sterke toename van het inwonertal, of stijgende mobiliteit, het zijn stuk voor stuk ingrijpende ontwikkelingen waarbij steeds de bescherming en versterking van de natuurgebieden, de groene parken en bossen die het strand begrenzen voorop staan. In de directe nabijheid van het strand, buiten het plangebied van het bestemmingsplan, is een drietal gebieden op basis van de Natuurbeschermingswet aangewezen als Natura2000-gebieden: Meijendel en Berkheide (incl. Harstenhoek, Oostduinen en Vlakte van Waalsdorp), Westduinpark (incl. Bosjes van Poot) en Wapendal alsmede Solleveld (incl. landgoed Ockenburgh, Hyacintenbos, van Leydenhof en Westduinen). In dit verband moet ook het 'Park Hollandse Duinen' worden genoemd.
Dit park met een status vergelijkbaar met die van het Park de Hoge Veluwe, bestaat o.a. uit het Haagse strand, de zee en duinen, en ook de meer landinwaarts gelegen strandwallen en strandvlakten zijn er onderdeel van. 2.4.4
Strand en Water
De totale lengte van het Haagse strand bedraagt ca.10,8 km (van de gemeentegrens Wassenaar tot aan de gemeentegrens met Westland). De lengte van het strand ten noorden van de havenmonding van Scheveningen bedraagt ongeveer 4,3 km (Noorderstrand) en dat ten zuiden van de haven ongeveer 6,5 km (Zuiderstrand). Tevens is het strand een onderdeel van de waterkering. Het Haagse strand met het aangrenzende deel van de Boulevard tussen Scheveningseslag en de haven staan in dit bestemmingsplan centraal. Het gebruik van het strand door bezoekers en de betekenis van het strand voor inwoners van de gemeente Den Haag is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen. Vrijetijdsbesteding gebeurt, nog veel meer dan voorheen, buiten de deur. Ook de manier waarop het strand door de bezoekers wordt gebruikt is door allerlei nieuwe ontwikkelingen op het terrein van sport en spel als vorm van recreatie veranderd. De gemeentegrens is gesteld op 1 kilometer in zee vanaf de kustlijn. Dit betekent dat een deel van de Noordzee binnen het plangebied valt. 2.4.5
Kabels en leidingen
Ten zuiden van de zuidelijke havenmond van Scheveningen liggen drie leidingen van de afvalwaterzuiveringsinstallatie AWZI Houtrust. Alleen de hoofdleiding hiervan is operationeel. Omdat het strand verbreed wordt komt de rioolmond die nu nog ver in zee ligt dichter bij het strand te liggen. Op grond van de daaromtrent gestelde vereisten is het niet nodig deze te verlengen. Ook ligt er ten zuiden van de havenmond een persleiding van het Hoogheemraadschap .Ter hoogte van de Scheveningseslag ligt een leiding van Sealife, voor de inname van zeewater voor de aquaria en een retourleiding.
2.5
Functionele structuur
In deze paragraaf worden de huidige, in het plangebied aanwezige functies beschreven en relevante aangrenzende, relevante functies.
19
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
2.5.1
Cultuur en Ontspanning
Grenzend aan het plangebied op de Scheveningse Boulevard bevindt zich de Beeldentuin van de Amerikaanse kunstenaar Otterness. Deze internationaal vermaarde beeldentuin is tevens een verwijzing naar het Museum Beelden aan Zee, dat direct aan de Boulevard is gelegen aan de Harteveldtstraat/Pellenaerstraat. Het strand wordt soms gebruikt als locatie voor bijzondere projecten van kunstinstellingen. Grenzend aan het plangebied ligt het Beachstadion en parkeerterrein waar in overeenstemming met de Nota Strandbeleid 2017-2022 kleinschalige evenementen gehouden worden. Op het Haagse strand is er voor ieder wat wils. De rustzoeker komt aan zijn trekken evenals een bezoeker van een evenement op het strand voor wie drukte de ultieme gezelligheid is. Het blijft natuurlijk ook de plek om rustig te (zonne)baden en te zwemmen. Wie voor de natuur komt kan over de rustige delen van het strand lopen en/of uitwaaien. 2.5.2
Horeca
In het plangebied bevinden zich 78 exploitaties met een functie gericht op horeca. 56 op het Noorderstrand en 22 op het Zuiderstrand. In de huidige situatie hebben 4 horeca gelegenheden de mogelijkheid om gedurende het gehele jaar (jaarrond) te blijven staan in een cluster op het sportstrand. Hiermee blijft het zicht op zee gewaarborgd. Daarnaast is er 1 exploitatievlak op het Zuiderstrand aanwezig voor voedsel en frisdranken. De stranddelen voor het Zwarte Pad en de Noord- en Midden-Boulevard hebben een relatief hoge dichtheid aan strandpaviljoens. Tussen het havenhoofd en Kijkduin liggen ze verder uit elkaar en verspreid. De strandpaviljoens langs het strand ten noorden van de haven bevinden zich in het deel waar de stad vrijwel direct aan de zeewering grenst. Die paviljoens staan dikwijls in direct contact met de brede wandelboulevards waar ook aan de landzijde horecavoorzieningen te vinden zijn. In het deel ten noorden van de pier van Scheveningen waaieren de paviljoens wat verder uiteen doch ook daar, en met name voor de duinen langs het Zwarte Pad, is de dichtheid vrij aanzienlijk. In het deel dat wordt begrensd door de duinen langs het Zwarte Pad ontbreekt verder enige stedelijke bebouwing ook al is de nabijheid van de stad nog voelbaar.
Die omstandigheid heeft dit deel van het strand vooral in het hoogseizoen eveneens tot een druk bezocht en geliefd uitgaanscentrum gemaakt. De paviljoens ten zuiden van de haven liggen veel verder uit elkaar. Strand en stad zijn van elkaar gescheiden door een brede duinenrij en de afstanden tussen de paviljoens variëren van 100 tot 500 meter of meer. 2.5.3
Maatschappelijk
Op het strand bevinden zich seizoensgebonden gebouwen voor hulpdiensten, zoals politie, brandweer, reddingsbrigade, EHBO, en een enkele kinderbewaarplaats. Deze bebouwing is alleen in het zomerseizoen aanwezig. Er zijn 5 reddingsposten, 2 op het Noorderstrand en 3 op het Zuiderstrand. Daarnaast zijn er 2 politieposten, op beide stranden één. 2.5.4
Sport en recreatie
Het strand is er voor iedereen en zeer geschikt voor recreatie doeleinden als sport en spel. Om te voorkomen dat verschillende gebruikers elkaar 'in de weg zouden kunnen zitten' is een zekere segmentering in het gebruik van het strand tot stand gekomen waarin specifieke, recreatieve programma's voorkomen.
20
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Afbeelding 6: Segmentering Strand Op het Noorder- en Zuiderstrand zijn naast de specifieke locaties voor sport, spel en recreatie, ook locaties voor watersport en de daarbij behorende activiteiten aanwezig. Er zijn 7 watersport-exploitatievlakken op het strand, 5 op het Noorderstrand en 2 op het Zuiderstrand. Ook zijn er 6 speelvoorzieningen beschikbaar op het strand. Hiervan staan er 4 op het Noorderstrand en 2 op het Zuiderstrand. Sinds 2003 is een seizoensgebonden beachstadion beschikbaar dat tijdens het strandseizoen wordt opgebouwd en na het strandseizoen wordt afgebroken. De functie en locatie van het beachstadion, direct ten noorden van het noordelijke havenhoofd, en het naastgelegen parkeerterrein, zijn verder niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Gelet op de vaak directe functionele samenhang met activiteiten in en rond de haven, is ervoor gekozen dit onderdeel in bestemmingplan Haven onder te brengen. Het nu nog seizoensgebonden beachstadion krijgt mogelijk in de toekomst de mogelijkheid om jaarrond te blijven staan.
21
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
22
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Inleiding
Het bestemmingsplan Strand Den Haag vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het rijk, provincie en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk geeft het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is. De eerste paragraaf gaat in op allesomvattende ruimtelijke beleid op rijks-, provinciaal-, en gemeentelijk niveau. Daarna wordt het specifieke beleid voor een aantal relevante thema's uiteengezet. De relevante thema's zijn cultureel erfgoed, groen, water, verkeer en infrastructuur, economie, maatschappelijke voorzieningen, cultuur en ontspanning, sport en recreatie en duurzaamheidsbeleid. De 'ruimtelijke vertaling' van het beleid in de Regels en op de Verbeelding wordt beschreven in hoofdstuk 5.5.
3.2
Ruimtelijk beleid
3.2.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 15 september 2020 is de Nationale Omgevingvisie (verder NOVI) in werking getreden. Het is de visie op de leefomgeving vanuit het Rijk. NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. NOVI is een structuurvisie in de zin van de Wro. NOVI benoemt 21 nationale belangen en opgaven en onderscheidt daarbij de volgende 4 prioriteiten: 1.
Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie;
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel;
3.
Sterke en gezonde steden en regio's;
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Aan de hand van de NOVI wil het rijk samen met de regio's samenwerkingsafspraken maken en deze opnemen in Gebiedsagenda's. Ladder voor de duurzame verstedelijking De 'ladder voor de duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (verder Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. In de toelichting bij bestemmingsplannen dient verantwoord te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
23
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
De Wro geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is daartoe het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen , het Kustfundament en het Natuurnetwerk Nederland (verder Netwerk) van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. Wat betreft het Netwerk legt het Barro vast dat provincies deze verder vorm moeten geven via hun provinciale verordening. Onderdeel hiervan is dat de provincie voor elk Netwerk-gebied een natuurdoel moet vastleggen.
Dit beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied of bij de totstandkoming van een gebied dat tot het natuurnetwerk behoort. Gemeenten moeten bij vaststelling van bestemmingsplannen de regels met betrekking tot het Netwerk, zoals deze voortvloeien uit de provinciale verordening, naleven. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen.
Kustfundament Het plangebied valt binnen het kustfundament (afbeelding 7). Het kustfundament is van belang als drager voor functies in het kustgebied, waaronder de bescherming van overstromingen vanuit zee. Om een duurzaam kustfundament te behouden dient voldoende ruimte voor de versterking van de zeewering aanwezig te zijn met behoud van natuurlijke waarden.
24
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Afbeelding 7: Kustfundament Derhalve zijn ten aanzien van het kustfundament de volgende regels uit het Barro voor dit bestemmingsplan van belang: 1. Afwegingskader (artikel 2.3.2 Barro) Wijzigingen in dit bestemmingsplan ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan mogen geen activiteiten mogelijk maken die een belemmering vormen voor het uitzicht op de vrije horizon vanaf de gemiddelde hoogwaterlijn met blik op zee. Er worden met het bestemmingsplan Strand Den Haag geen nieuwe ontwikkelingen voorzien die dit uitzicht belemmeren. 2. Primaire waterkering (artikel 2.3.3 Barro)) Gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben dienen via het bestemmingsplan de bestemming "waterstaat - waterkering" te krijgen. De gronden die deel uitmaken van een beschermingszone krijgen conform het Barro de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone duin, indien de primaire waterkering een duin is. Als de primaire waterkering een dijk is krijgt het de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - dijk" en in alle overige gevallen krijgt het de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - waterstaatwerk". Ontwikkelingen kunnen enkel worden toegestaan als deze geen belemmering vormen voor de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament of het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering.
Er worden met het bestemmingsplan Strand Den Haag geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de instandhouding of versterking van het kustfundament belemmeren. De gronden die conform artikel 2.3.3. Barro als zodanig bestemd dienen te worden zijn in dit bestemmingsplan meegenomen. 3. Bouwen in het kustfundament buiten stedelijk gebied (artikel 2.3.5 Barro) Als het bestemmingsplan betrekking heeft op gronden buiten het stedelijk gebied, dan mag er conform dit artikel ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing op deze gronden mogelijk worden gemaakt. Echter, bebouwing voor seizoensgebonden activiteiten, herbouw of uitbreiding tot 10 procent en / of bebouwing voor het openbaar belang zijn wel toegestaan. De permanente hulpposten die met dit bestemmingsplan op het Noorder- en Zuiderstrand, buiten het stedelijk gebied, middels een ontheffing mogelijk worden gemaakt vallen onder deze uitzondering,
25
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
omdat het gaat over gebouwen voor het openbaar belang. Het zijn bouwwerken voor het operationeel beheer van de hulpdiensten. Verder worden met dit overwegend conserverende bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen buiten het stedelijk gebied mogelijk gemaakt die niet voldoen aan dit artikel. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een deel van het plangebied is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Dit is een netwerk van nieuw aan te leggen en bestaande natuurgebieden in Nederland. De artikelen in het Barro ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland regelen met name de manier waarop de provincies in hun verordeningen regelingen moeten opnemen die erop toezien dat geen bestemmingsplannen worden vastgesteld, die activiteiten mogelijk maken die per saldo leiden tot een significante aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden of tot een significante vermindering in oppervlakte ten opzichte van het bestemmingsplan dat gold ten tijde van de inwerkingtreding van die provinciale verordening. In hoofdstuk 4 paragraaf 4.6.2 wordt verder op het NNN ingegaan. Voor toetsing van het bestemmingsplan aan de provinciale verordening wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2 van deze toelichting. Kustpact De minister van Infrastructuur & Milieu heeft samen met decentrale overheden en natuurorganisaties afspraken gemaakt om de openheid van de kust te behouden.
Deze afspraken zijn in februari 2017 door de diverse partijen ondertekend en staan bekend als het Kustpact. Eén van de opgaven in de komende jaren is om de toegenomen vraag naar en het aanbod van recreatieve bebouwing in goede banen te leiden, zodat de landschappelijke waarden van de kust behouden blijven. Middels zonering wordt hier sturing aan gegeven, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt in welke delen nieuwe recreatieve bebouwing is toegestaan onder zekere voorwaarden en waar niet. Hierbij is de intentie nieuwe recreatieve bebouwing op het strand en in de duinen te concentreren in reeds bebouwde gebieden en reeds vergunde ontwikkellocaties. De zonering wordt via de provinciale verordening geregeld. De gemeentelijke bestemmingsplannen dienen hieraan te voldoen. Dit bestemmingsplan is conserverend van aard. Het laat geen nieuwe recreatieve bebouwing buiten het stedelijke gebied toe en voldoet derhalve aan de afspraken zoals die zijn gemaakt in het Kustpact. 3.2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid-Holland: Met het oog op de invoering van de Omgevingswet heeft de provincie Zuid-Holland al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze zijn: Naar een klimaatbestendige delta
26
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Naar een nieuwe economie: 'the next level' Naar een levendige, meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Omgevingsverordening Zuid-Holland De provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening is per 1 april 2019 in werking getreden en vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. Deze regels zijn bindend voor gemeentelijke bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. In de verordening vallen de stranddelen die niet voor Kijkduin en Scheveningen-Bad liggen in “beschermingscategorie 1” (zie gearceerde delen afbeelding 3.2). In deze gebieden kunnen geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Voor het strand is deze categorie aangeduid via het Natuur Netwerk Nederland (NNN). In hoofdstuk 4 paragraaf 4.6.2 wordt verder op het NNN ingegaan. Toetsing bestemmingsplan aan provinciaal beleid Het doel van bestemmingsplan Strand Den Haag is het vastleggen van de bestaande structuur en het bieden van actueel juridisch kader. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die strijdig zijn met de verordening. Het plan is derhalve in overeenstemming met het provinciale beleid. De verordening bevat onder andere regels omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor stedelijke ontwikkelingen en de bescherming van natuurgebieden.
Voor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar hoofdstuk 5 paragraaf 5.5
Afbeelding 8: Natuurnetwerk Nederland 3.2.3
Gemeentelijk beleid
3.2.3.1 Wéreldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 beschrijft de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief (2005, RIS129201). De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners en een groei van het aantal
27
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
arbeidsplaatsen. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vormgegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan). Het bestemmingsplan Strand Den Haag ligt in de kansenzone ‘de internationale kuststrook’ en raakt aan de ontwikkelingsgebieden Kijkduin, Scheveningen-kust en het gebied Kijkduin-Westbroekpark. Ook ligt het strand in de invloedssfeer van de kansgebieden: ‘lijn-11 zone’ en ‘de schakelzone Lozerlaan’. Met de actualisering van dit bestemmingsplan wordt de ingezette lijn uit het vorige bestemmingsplan "Strand" van 2008 voortgezet. Tevens met het doel Scheveningen vier seizoenen per jaar aantrekkelijk te maken, in Kijkduin een familiebadplaats te realiseren en de openbare ruimte verder te verbeteren. Hiermee is het bestemmingsplan Strand Den Haag in overeenstemming met de structuurvisie. 3.2.3.2 Masterplan Scheveningen Het masterplan Scheveningen (2009, RIS165591) is een uitwerking van de gemeentelijke structuurvisie Wereldstad aan Zee. Het biedt een samenhangende visie voor de kuststrook van Scheveningen met daarin onder andere opgenomen de Boulevard met aanliggende bebouwing en het havengebied.
In het masterplan is de ambitie opgenomen dat Scheveningen dé badplaats van Noordwest-Europa wordt, internationale allure heeft en 365 dagen per jaar aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers is. Bad en Haven vormen daarin de zwaartepunten, Dorp is vervolgens het kleinschalige en rustige gebied daartussen. Het doel van bestemmingsplan Strand Den Haag is het vastleggen van de bestaande ruimtelijke structuur en het bieden van een actueel juridisch- planologisch kader. Hiermee wordt de huidige segmentering van het strand, dat gerelateerd is aan de achterliggende gebieden Bad, Haven en Dorp, overgenomen en sluit het bestemmingsplan aan bij de ambities en doelstellingen van het masterplan. 3.2.3.3 Masterplan Kijkduin Het masterplan Kijkduin (2009, RIS173765) is eveneens een uitwerking van de gemeentelijke structuurvisie. Het plan heeft als doel het versterken van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van Kijkduin, het ontwikkelen van Kijkduin tot een unieke badplaats voor het hele gezin, met een sterk accent op wellness, ontspanning en gezondheid en de ontwikkeling van extra wooncapaciteit in het gebied. Het doel van bestemmingsplan Strand Den Haag is het vastleggen van de bestaande ruimtelijke structuur en het bieden van een actueel juridisch- planologisch kader.
Hiermee wordt de huidige segmentering van het strand, dat gerelateerd is aan de achterliggende gebied van Kijkduin-Bad, overgenomen en sluit het bestemmingsplan aan bij de ambities en doelstellingen van het masterplan. 3.2.3.4 Agenda Ruimte voor de Stad De Agenda Ruimte voor de stad, door de raad vastgesteld op 15 december 2016 (RIS295016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Een goede uitvoering daarvan vraagt behalve een enorme inzet eveneens aandacht voor de toekomstige situatie. Daarnaast zullen nieuwe locaties in ontwikkeling worden gebracht. Het betreft zowel het in ontwikkeling brengen van gewenste planvoorraad als nieuwe locaties die op basis van deze agenda zijn aangewezen.
Dat ontwikkelingsproces zal meer dan voorheen in nauwe samenwerking met de stad plaatsvinden. Daarnaast zijn enkele grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd die een belangrijke positieve bijdrage aan de ontwikkeling van de stad zullen leveren. Over het plangebied van bestemmingsplan Strand Den Haag wordt geen specifieke uitspraak gedaan,
28
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
maar het gebied valt wel binnen de invloedsfeer van enkele genoemde ontwikkelingen. Zo is in de agenda opgenomen dat Scheveningen een cruciale rol speelt in het intensiveren van het toeristische programma van Den Haag. In het plangebied geldt dit met name voor het strand dat voor de stedelijke kust van Scheveningen ligt. Ook de reeds ontwikkelde Noordboulevard met landmark wordt in de agenda genoemd als een stedelijke opgave die bijdraagt aan het toeristische profiel. Deze is, samen met de vergunde Middenboulevard, opgenomen in dit bestemmingsplan. 3.2.3.5 Strandnota 2017-2022 Het strand is van iedereen Met deze nota 'Het strand is van iedereen' (RIS294701) geeft de gemeente aan dat ze het strand en de zee voor zoveel mogelijk verschillende groepen bezoekers en bewoners het hele jaar door aantrekkelijk wil maken. Dat doet zij in de eerste plaats door de natuurlijke kernkwaliteiten van de kuststrook te benadrukken. In de tweede plaats zorgt zij voor de basisvoorzieningen op het strand. Zo moet het strand het hele jaar schoon zijn en toegankelijk, juist ook voor minder validen en ouderen.
Tegelijkertijd zorgt de gemeente ervoor dat ondernemers en verenigingen in staat worden gesteld om de bezoekers te vermaken met een activiteit of evenement, met het aanleren van vaardigheden (zoals golfsurfen), door eten en drinken aan te bieden, voorzieningen (een schoon toilet, omkleedruimte en een goede douche) of gewoon de mogelijkheid te geven op een bedje te ontspannen. De stranden van Scheveningen en Kijkduin zijn ook in economisch opzicht sterke magneten. De toeristische functie van het strand biedt werkgelegenheid en is daarmee van groot belang voor de stad. De gemeente wil de potentie van het strand optimaal benutten. Doelstellingen in het gemeentelijk beleid voor de komende jaren: De tevredenheid van bezoekers over de kwaliteit van de stranden van Den Haag moet vanzelfsprekend worden. De Haagse kust wordt jaarrond aantrekkelijk. Belangrijke elementen daarbinnen zijn strandpaviljoens die het hele jaar open zijn én het mogelijk maken van activiteiten en (sport) evenementen op het strand in het voor- en naseizoen en in de winter. De begaanbaarheid en aantrekkelijkheid van de boulevard wordt in de winter bevorderd. Het imago (getypeerd door de lifestyle) van de verschillende stranddelen wordt omarmd en gekoesterd. Elk profiel wordt versterkt. Surfersparadijs Den Haag wordt stevig gepositioneerd als kwaliteit. Dat geldt ook voor outdoor sporten.
Diversiteit voorop: zonering op het strand De beleving van verschillende delen van het strand verschilt onderling enorm. Het ene deel heeft een creatieve sfeer, is eigengereid en hip. Het volgende deel is het surfersparadijs, het sportstrand bruist het hele jaar. Weer wat verderop heerst rust en staat de natuur centraal. We omarmen de zonering die er is ontstaan en proberen die te bewaken en te versterken. We bekijken nauwkeurig welke evenementen in welke zone passend zijn. In sommige zones zijn intensief gebruik en reuring gewenst. In andere zones zijn juist het behoud van natuur, rust en ruimte waardevol. Ook dat koesteren we. Diversiteit is het uitgangspunt. Kwaliteit garanderen: basis op orde We willen graag dat mensen prettig op het strand kunnen verblijven. Daarom zorgen we ervoor dat de basis op orde is. Zo moet het zwemwater van uitstekende kwaliteit zijn en houden we de stranden goed schoon zodat we de Blauwe vlag behouden. We plaatsen voorzieningen zoals afvalbakken, toiletten, douches, een reddingsbrigadepost en een EHBO-post. Om de kwaliteitsbeleving van de strandbezoekers te versterken wordt gewerkt aan een kwaliteitsconvenant over zaken als een gastvrije dienstverlening, toegankelijkheid voor minder validen en het aanbieden van wifi.
Natuur en behoud leefomgeving Het Zuiderstrand maakt onderdeel uit van het natuurlijk duingebied, waarvan het merendeel door de bijzondere natuurwaarden de Natura 2000 status heeft. Het Westduinpark, de natuurlijke longen van de
29
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
stad, heeft een belangrijke toegevoegde waarde voor de beleving van het naastgelegen ‘stille strand’. Juist deze delen van het strand die grenzen aan natuurgebieden, zijn voor veel mensen een belangrijke plek in onze stad om tot rust te komen en weer te kunnen opladen. We vinden het belangrijk om dit te behouden. Daarom komt er niet meer ruimte voor nieuwe bebouwing op het strand bij. Ook komen deze delen van het strand bijvoorbeeld niet in aanmerking voor grote publieksevenementen en blijven ze tijdens de wintermaanden leeg zodat mensen kunnen genieten van rust, ruimte en natuur. Ruimte voor ondernemers: verlevendiging van het strand Ondernemers zijn onmisbaar op het strand. De kwaliteit van het verblijf aan zee wordt mede bepaald door het ondernemerschap van exploitanten van restaurants en bars op de boulevard én strandpaviljoens, speelvoorzieningen en watersportvoorzieningen op het strand. Om de beleving van een dagje strand te vergroten willen we ondernemers de ruimte geven om nieuwe initiatieven te ontplooien. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan het idee van shop in shop: detailhandel of recreatieve en culturele diensten als aanvulling op de horeca in een strandpaviljoen of het aanbod van een watersportvoorziening.
Ook mogen trampolines, volleybalveldjes en strandbedjes zonder vergunning geplaatst worden op een openbaar deel van het strand (in vakken grenzend aan strandexploitaties). Dit zal in pilotvorm worden uitgerold. Om diversiteit in het aanbod op het strand te waarborgen, blijft er onderscheid bestaan tussen horecapaviljoens, watersportorganisaties en speelvoorzieningen. Wel krijgen bestaande watersportpaviljoens op het strand de mogelijkheid om een drank en horeca-vergunning aan te vragen, naar analogie van het Beach Stadion, zijnde ondersteunend aan de sportfunctie. Uitgangspunt hierbij is dat de horecafunctie gerelateerd is aan de hoofdbestemming watersport. De exploitanten van betaalde speelvoorzieningen behouden het recht om ondergeschikte horeca toe te passen, waarbij het schenken van alcohol is uitgesloten. Strandsport en watersport Sport op het strand is een onderscheidend element van Kijkduin en Scheveningen. Het college zal stap voor stap meewerken aan een sterk imago van Den Haag als outdoor sportstad met strandsporten, watersporten en boulevardsporten. Onder de vlag van Beachcity zal in samenwerking met evenementenorganisatoren, strandexploitanten, verenigingen en sportbonden worden gewerkt aan een jaarrondbenutting van het sportstrand en het Beachstadion. Daarnaast worden de voorkeurszones voor kitesurfen, golfsurfen en andere populaire watersporten uitgebreid.