CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321137 Beantwoording SV Vergroot het bereik van inkomensregelingen

Commissie Samenleving 3 juli 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 7: Werk en Inkomen2.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

1 april 2025 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Holman, luidend: ‘Vergroot het bereik van inkomensregelingen’

SZW/10875575 RIS321137

Het raadslid mevrouw Holman heeft op 8 januari 2025 een brief met daarin 19 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De gemeente Arnhem is bezig met een ‘enorme operatie’ om inkomensregelingen bekender en toegankelijker te maken.1 Ook in Den Haag hebben wij ons in de Aanpak Geldzorgen gecommitteerd aan die doelstelling, mede op basis van aanbevelingen van het NIBUD. De Haagse PvdA volgt de ontwikkelingen in Arnhem met belangstelling en wij denken dat we hier in Den Haag ook van kunnen leren. In de Aanpak Geldzorgen gaf het college aan vooral in te zetten op communicatie naar inwoners. De Haagse PvdA is van mening dat het breder onderzoeken van de mogelijkheden kansrijk is. Het verruimen van inkomensregelingen, versimpelen/gelijktrekken van de eisen die gelden voor de verschillende regelingen en het toegankelijker maken van checks of bewoners in aanmerking komen voor de regelingen zou in aanvulling hierop een grote impact kunnen maken. 1)

Is het college bekend met de Arnhemse aanpak voor het terugdringen van niet-gebruik van inkomensregelingen?

Ja, het college is bekend met de Arnhemse aanpak voor het terugdringen van niet-gebruik van inkomensregelingen. Met belangstelling kijkt het college naar de manier waarop Arnhem dit aanpakt. 2)

Welke concrete maatregelen onderzoekt het college op dit moment als het gaat om het verbeteren van de toegang en het niet-gebruik van inkomensregelingen, los van betere communicatie?

Het college heeft de afgelopen periode al een aantal concrete maatregelen genomen. Over een deel hiervan hebben we gerapporteerd in de aanpak geldzorgen en geldproblemen (RIS3149849). In de volgende aanpak geldzorgen en geldproblemen wordt u uiteraard uitgebreid geïnformeerd over de voortgang van de resultaten 2024-2025. Vooruitlopend op deze rapportage, kunnen we u vast informeren over de volgende punten. We hebben de minimaregelingen herzien en geactualiseerd: • Voor de Ooievaarspas is de inkomensgrens verhoogd. • Voor de Tegemoetkoming Chronisch Zieken en Gehandicapten is de inkomensgrens verhoogd en er zijn extra criteria toegevoegd, om meer mensen aanspraak te bieden op deze regeling. Zo kunnen bijvoorbeeld mensen met een PGB-indicatie en een gehandicaptenparkeerkaart nu ook deze tegemoetkoming aanvragen. • We hebben de alleenstaande oudernorm laten vervallen en hanteren vanaf nu conform de Participatiewet alleen nog maar de alleenstaandennorm en de gezinsnorm. Het college houdt hierdoor rekening met de kosten die alleenstaande ouders hebben met betrekking tot het kind.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10875575

•

•

•

De Leidraad voor de Bijzondere Bijstand is ook geactualiseerd. Inkomensnormen zijn vereenvoudigd en een aantal vormen van bijzondere bijstand zijn aangepast, zodat meer mensen ervoor in aanmerking komen en er meer mogelijk is gemaakt voor inwoners. Voor de Bijzondere Bijstand voor woninginrichting is gekozen om een deel ervan conform de Participatiewet als gift te vergoeden en de NIBUD-prijzengids te volgen, zodat onze normen altijd in lijn zijn met actuele prijzen en bedragen. In het kader van de vereenvoudiging van aanvraagprocedures en het werken vanuit vertrouwen, onderzoeken wij of een aantal minimaregelingen ambtshalve kunnen worden verstrekt, waarbij we zoveel mogelijk gebruik zullen maken van bestandsvergelijkingen en informatie waarover we al beschikken. Is voor een inwoner vastgesteld dat deze recht heeft op een minimaregeling, en voldoet daarmee ook aan de rechtmatigheid op een andere regeling, dan onderzoeken wij of we de regeling toekennen. Hierin volgen we de lijn van het Rijk, in aanloop naar de Wet Proactieve Dienstverlening en de maatschappelijke ontwikkelingen bij andere gemeenten. De bestandsvergelijkingen maken het mogelijk om met name huishoudens te bereiken die nog niet of onvoldoende gebruik maken van regelingen. Hierbij wordt wel altijd gekeken naar de mogelijkheden om verbindingen te maken.

Zo kunnen we als gemeente inwoners die een Haagse Zorgverzekering afsluiten wel een Ooievaarspas geven, maar inwoners die een Ooievaarspas aanvragen niet de Haagse Zorgverzekering. Het is tenslotte altijd een individuele keuze van iemand waar deze verzekerd wil zijn.

Individuele inkomenstoeslag Een van de eerste prioriteiten in Arnhem is de aanpak van de individuele inkomenstoeslag. Om nietgebruik tegen te gaan wordt daar bijvoorbeeld ingezet op automatische verlenging van de aanvraag, die nu nog jaarlijks opnieuw gedaan moet worden. In Den Haag is het niet-gebruik van deze toeslag vooral onder werkenden nog erg laag, maar ook onder bijstandsgerechtigden is het gebruik van deze toeslag niet 100%. 3)

Ziet het college mogelijkheden om mensen die langer dan 3 jaar in de bijstand zitten en dus recht hebben op de inkomenstoeslag automatisch de inkomenstoeslag uit te keren, zoals bij de Ooievaarspas al gedaan wordt?

Het college heeft deze mogelijkheid al verkend én benut. Het afgelopen jaar is aan 1800 bijstandsgerechtigden die, gelet op hun situatie, in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag (IIT) en deze niet eerder hadden aangevraagd, een ambtshalve toekenning gedaan. Daarnaast wordt bij ongewijzigde situatie van de bijstandsgerechtigden een vereenvoudigd formulier toegestuurd en wordt de uitkering deels automatisch toegekend. Daarmee beperken we de administratieve belasting zoveel mogelijk.

2/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10875575

4)

Ziet het college mogelijkheden om de verplichting om de individuele inkomenstoeslag jaarlijks opnieuw aan te vragen te schrappen en om te zetten in een automatische verlenging?

Nee, omdat er geen wettelijke grondslag voor is, ziet het college geen mogelijkheden hiervoor. In de Participatiewet staat dat een individuele inkomenstoeslag alleen op aanvraag kan worden verleend. Als Den Haag lobbyen we er actief voor om ambtshalve verlening mogelijk te maken. Tweede Kamerlid Lahlah (PvdA-GroenLinks), heeft een motie ingediend [1] (‘de inkomenstoeslag voor mensen op het sociaal minimum automatisch uit te keren om niet-gebruik tegen te gaan’) om deze aanvraagplicht uit de wet te schrappen, zodat de inkomenstoeslag toegankelijker kan worden gemaakt voor onze inwoners. Deze motie is verworpen, wat laat zien hoe moeilijk het is om de wettelijke grondslag hiervoor te veranderen. Ook laat de Participatiewet hier zeer beperkt ruimte toe. Er wordt hier actief voor gelobbyd. Daarnaast zet het college in op een zo eenvoudig mogelijke aanvraag voor de IIT. Waar mogelijk, wordt deze deels automatisch toegekend. In de beantwoording van vraag 5 wordt dit toegelicht. 5)

Stuurt het college automatisch formulieren voor de aanvraag van inkomenstoeslag naar Hagenaars die hiervoor in aanmerking komen? Zo niet, is het college bereid dat wel te doen?

Bijstandsgerechtigde inwoners, die een aanvraag hebben gedaan voor de individuele inkomenstoeslag, krijgen het jaar erop een vooringevuld formulier met alle gegevens daarin opgenomen. Dit is echter niet mogelijk voor een eerste aanvraag. Wij mogen volgens de wet geen inkomensgegevens van burgers opvragen om hen een formulier toe te sturen. Is de individuele inkomenstoeslag eenmaal toegekend, hoeft het formulier enkel nog ondertekend te worden en worden teruggestuurd. Wij proberen het binnen de bestaande wetgeving, zo makkelijk mogelijk te maken voor onze bijstandsgerechtigden inwoners om de inkomenstoeslag aan te vragen. 6)

Kan het college toelichten waarom het de eis om 36 maanden een laag inkomen te hebben hanteert voor het verkrijgen van inkomenstoeslag? Ziet het college kansen om deze termijn korter te maken, zoals bijvoorbeeld in Rotterdam?

Tijdens de decentralisaties in 2015, is de langdurigheidstoeslag overgeheveld naar gemeenten en omgevormd tot de individuele inkomenstoeslag. De langdurigheidstoeslag had een inkomensnorm van 110% van het wettelijk sociaal minimum en dit is hetzelfde gebleven voor de IIT. De individuele inkomenstoeslag is een vorm van bijzondere bijstand. Deze is in artikel 36 van de Participatiewet beschreven. De regeling is bedoeld voor huishoudens die langdurig een laag inkomen hebben en geen perspectief op inkomensverbetering. Gemeenten mogen zelf invulling geven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’ en ‘perspectief op inkomensverbetering’. De bedragen in Den Haag (variërend van 360 euro voor een alleenstaande tot 800 euro voor een huishouden met kinderen) zijn substantieel hoger dan in Rotterdam (120 euro per huishouden). Om vergroting van de doelgroep te realiseren, moeten of de bovengenoemde bedragen naar beneden, de voorwaarden strenger of er moeten andere budgettaire keuzes worden gemaakt om dit te kunnen realiseren.

3/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10875575

7)

Kan het college toelichten waarom het de eis hanteert dat iemand in de 36 maanden voorafgaand aan het mogen aanvragen niet 6 maanden zonder inkomen mag zitten?

Een IIT wordt verstrekt aan inwoners die in de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag een aantoonbaar laag inkomen hebben gehad. Als aanvragers over een periode die langer duurt dan 6 maanden niet kunnen aantonen van welk inkomen zij hebben geleefd, dan kan een beoordelaar niet vaststellen of er daadwerkelijk sprake is van een aantoonbaar laag inkomen. De beoordelaar vraagt bij de inwoner uit wat de reden is van de inkomensonderbreking. Als de inwoner een plausibele verklaring heeft, dan kan alsnog besloten worden dat het om een aantoonbaar laag inkomen gaat en wordt er een IIT toegekend. Dit betreft dus maatwerk. 8)

Kan het college aangeven of bij uitstroom en terugkeer in de bijstand de 36 maanden-eis weer opnieuw ingaat?

Nee, de 36-maandeneis gaat niet opnieuw in, maar loopt gewoon door. Dit betekent, dat als het gemiddelde inkomen gedurende de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum lager is dan 110% van het sociaal minimum, dan is er recht op IIT. Daarbij maakt het niet uit of dit inkomen gedeeltelijk uit bijstand of arbeid bestaat. Bijzondere bijstand In Arnhem wordt naast de inkomenstoeslag ook prioriteit gegeven aan het versimpelen van de bijzondere bijstand. Overweging daarbij is dat de draagkrachtberekeningen die gelden voor de regeling veel tijd kosten. Doel is om waar mogelijk de inkomensnormen zoveel mogelijk gelijk te trekken. 9)

Herkent het college dat de draagkrachtberekeningen ook in Den Haag veel tijd in beslag nemen?

Nee, het college herkent dat niet. Een draagkrachtberekening kost niet onevenredig veel tijd. Draagkrachtberekeningen gebeuren op de achtergrond. Een wijziging in de berekening heeft geen invloed op de uitvraag van gegevens bij een aanvrager. Wat het college wel herkent en erkent, is dat de behandeling van een aanvraag bijzondere bijstand veel tijd in beslag kan nemen. Bijzondere bijstand is bij uitstek een inkomensregeling die uitgaat van maatwerk. De bijzondere bijstand kan voor veel redenen worden ingezet, mits het goed onderbouwd is. De behandeling van de aanvraag, om na te gaan of iemand hier daadwerkelijk recht op heeft, neemt veel tijd in beslag. 10) Kan het college per type kosten (die vergoed kunnen worden uit de bijzondere bijstand) inzichtelijk maken welke inkomensnormen en eventuele andere voorwaarden gelden? Het verstrekken van bijzondere bijstand is maatwerk. Daardoor zijn er veel verschillende type kosten mogelijk. Om inwoners inzicht te geven in het aanvraagproces en de mogelijk te verstrekken bijdragen, kunnen inwoners terecht op onze website www.denhaag.nl/bijzonderebijstand. Hier staat uitgebreid beschreven hoe een aanvraag gedaan dient te worden, er staan voorbeelden van de meest voorkomende kostensoorten en er wordt inzichtelijk gemaakt voor inwoners wanneer iemand wel of geen recht heeft op bijdragen vanuit de bijzondere bijstand.

De kostensoorten in deze leidraad zijn niet limitatief. Ook andere kostensoorten komen voor vergoeding in aanmerking mits voldaan wordt aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand.

4/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10875575

Bij de draagkrachtberekening worden twee systematieken gehanteerd. 1) Bij Woonkostentoeslag en Financieel Beheer (Bewindvoering, Curatele, Mentorschap en Budgetbeheer) wordt inkomen boven de 100% van het sociaal minimum als draagkracht gehanteerd. 2) Bij alle overige kostensoorten is er boven de 110% van het sociaal minimum sprake van draagkracht met een geleidelijke opbouw tot 130% van het sociaal minimum. 11)

Ziet het college kansen om de inkomensnormen voor de aanvragen van bijzondere bijstand naar een gelijk niveau te verhogen om inwoners meer tegemoet te komen en de draagkrachtberekeningen te versimpelen?

Het college wil graag zoveel mogelijk inwoners ondersteunen en ook zo ruim mogelijk financiële bestaanszekerheid bieden, maar zowel budget als regelgeving speelt een rol in keuzes die gemaakt moeten worden hierin. Voor de bij vraag 10 genoemde systematieken geldt voor de Woonkostentoeslag een koppeling met de huurtoeslag en is aanpassing niet mogelijk. Voor Financieel Beheer (bewindvoering) geldt dat het college budgettair geen ruimte ziet. Het naar een gelijk niveau verhogen hiervan zou een grote impact hebben op het budget voor de portefeuille armoede en schulden. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen onder mensen met een bijstandsuitkering is 73%, zo blijkt uit de Armoedemonitor van de Gemeente Den Haag, ondanks dat iedereen die rond de bijstandsnorm verdient hier recht op zou moeten hebben. Daarnaast blijkt uit de Minimaeffectrapportage (RIS319849) dat er een armoedeval bestaat bij eenoudergezinnen die op 110% van het bijstandsniveau zitten. Oorzaak van de armoedeval is voornamelijk het vervallen van het recht op kwijtschelding van gemeentelijke lasten op dit inkomensniveau. Dit veronderstelt daarnaast dat mensen al gebruik maken van alle regelingen waar zij recht op hebben, wat in de praktijk ook vaak niet realistisch is. 12)

Ziet het college mogelijkheden om iedereen die op de bijstandsnorm zit automatisch recht op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen te geven? Zo niet, wat is daar de grootste barrière voor?

Nee. De grootste barrière hierbij is dat de Participatiewet een hogere vermogensnorm kent dan de landelijke wetgeving op basis waarvan kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kan worden verleend. De Participatiewet hanteert een vermogensnorm van €7.770 voor alleenstaanden en €15.540 voor alleenstaande ouders en gezinnen. Bij de kwijtschelding is de wettelijk maximaal toegestane vermogensnorm (de zogenaamde maandelijkse kosten van bestaan) €3.275 voor alleenstaanden, €3.950 voor alleenstaande ouders en €4.350 voor gezinnen. Deze verschillen maken het noodzakelijk dat een verzoek om kwijtschelding apart getoetst moet worden. 13)

Worden mensen die mogelijk recht hebben op kwijtschelding van gemeentelijke lasten automatisch geattendeerd op de mogelijkheid om dit aan te vragen?

Bijstandsgerechtigde inwoners worden bij een aanvraag van een Participatiewetuitkering in de ontvangstbevestiging erop gewezen, dat zij kwijtschelding kunnen aanvragen van gemeentelijke belastingen. In de nieuwsbrief voor bijstandsgerechtigden die vanuit SZW verstuurd wordt hier ook aandacht aan besteed.

5/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10875575

14) Kan het college toelichten waarom voor de vermogensgrenzen bij de kwijtschelding van gemeentelijke lasten andere normen gelden dan die in de Participatiewet worden gehanteerd? Het kabinet heeft in een brief van 12 maart 2012 aangegeven (Kamerstukken II, 2011/12, 32315, nr. 10) de vermogensgrens bij kwijtschelding van gemeentelijke belastingen niet te verruimen tot die van de Participatiewet. 15) Kan het college reflecteren op de mogelijkheid om de vermogensgrenzen voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen te koppelen aan de vermogensgrenzen uit de Participatiewet, Pagina 3 van 3 om daarmee de voorwaarden voor gebruik van de regeling gelijk te trekken met die van andere inkomensregelingen? Naar aanleiding van de motie Palmen en Mohandis, doet het kabinet momenteel onderzoek naar het volledig gelijktrekken van de vermogensnormen. Wij zijn in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek van het kabinet. Daarnaast refereert het college bij de beantwoording van deze vraag aan een besluit van de gemeenteraad van Utrecht van 7 december 2023, waarin besloten is de vermogensnorm voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen gelijk te trekken aan die van de Participatiewet. Dit besluit is door de Kroon bij Koninklijk Besluit van 20 december 2023 vernietigd (Staatscourant 2023, 35354).

In beroep heeft de Raad van State bij uitspraak van 11 september 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3674) beslist, dat het besluit van de gemeenteraad van Utrecht terecht vernietigd is en dat ook een gemeenteraad zich aan de wet in formele zin heeft te houden. De Raad van State overweegt daarbij dat verhoging van de vermogensnorm een politieke discussie is waarbij alleen de landelijke wetgever keuzes kan maken, waar een gemeenteraad niet op vooruit mag lopen. 16) Heeft het college in beeld hoeveel extra huishoudens recht zouden krijgen op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen als de inkomensgrens verruimd zou worden naar 110% bijstandsnorm? Wettelijk is het niet toegestaan om de inkomensgrens te verruimen. Een totaalbeeld van hoeveel huishoudens in aanmerking zouden kunnen komen voor kwijtschelding bij deze verruiming van de inkomensgrens, is bij ons onbekend. 17) Wat is de gemiddelde afdracht aan gemeentelijke lasten die door huishoudens met een inkomen tot 110% bijstandsnorm betaald wordt? In de praktijk komen alleen woninghuurders in aanmerking voor kwijtschelding. Zij kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Afhankelijk van de grootte van het huishouden, gaat het om een bedrag van €404 tot €496.

18) Ziet het college kansen om de inkomens- en vermogensgrens voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen te verruimen naar 110% bijstandsnorm om een armoedeval te voorkomen en de normen gelijk te trekken naar bijvoorbeeld de inkomenstoeslag? De gemeente is bij het verlenen van kwijtschelding gebonden aan landelijk voorgeschreven wettelijke regels. Gemeenten zijn niet bevoegd de inkomensnormen te verruimen naar bijvoorbeeld 110% van de bijstandsnorm.

6/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10875575

19) Is het college bereid om te onderzoeken of bij een hogere draagkracht dan de bijstandsnorm eventueel met een staffel gewerkt kan worden voor gedeeltelijke kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen? Zie het antwoord op vraag 18. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Robert van Asten

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15353760/1