RIS321130 Beantwoording SV Huisvesting SeaLife gevaar voor mens en dier
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
27 maart 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Gerritsen, de heer Smit en mevrouw Arp, luidend: ‘Huisvesting SeaLife gevaar voor mens en dier?’
DSO/10863216 RIS321130
De raadsleden mevrouw Gerritsen, de heer Smit en mevrouw Arp hebben op 8 januari 2025 een brief met daarin twaalf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Onlangs publiceerde website looopings.nl een artikel1 over de slechte omstandigheden in aquariumattractie SeaLife op Scheveningen. Er wordt gesproken van groot achterstallig onderhoud, zwarte schimmel, rot en onveilige elektra. Als de berichtgeving klopt, zou dit betekenen dat de omstandigheden (gezondheids)risico’s kunnen vormen voor medewerkers, bezoekers en de dieren die worden gehouden bij SeaLife. 1.
Is het college bekend met de signalen over de huidige stand van het pand waar SeaLife momenteel in is gevestigd?
Ja, het college is bekend met deze signalen. 2.
Deelt het college de mening van de indieners dat als er al 30 jaar geen grootschalig onderhoud is gepleegd, de huidige status van het pand een gevaar zou kunnen vormen voor de gezondheid en het welzijn van zowel bezoekers, werknemers als de gehuisveste dieren? Zo nee, waarom niet?
Nee, ook tussentijdse maatregelen en voorzieningen, anders dan grootschalig onderhoud, kunnen ervoor zorgen dat de constructieve veiligheid in voldoende mate gewaarborgd blijft. Zie ook beantwoording vraag 11. 3.
Kan het college aangeven of het al vaker signalen heeft verkregen over het achterstallige onderhoud in en rond het pand? Wanneer en via welke kanalen zijn deze signalen binnengekomen en tot welke acties hebben deze geleid vanuit de gemeente?
De afgelopen tijd heeft de gemeente intensief gesprekken gevoerd met SeaLife. Deze gesprekken omvatten het vaststellen van de hoogte van de onderhoudsbijdrage die de gemeente heeft te leveren in dit specifieke geval (zie daarvoor ook het antwoord op vraag 4). Tijdens deze gesprekken is mede de algehele onderhoudstoestand (waaronder de veiligheid) van het pand aan de orde geweest. Uit deze gesprekken bleek dat SeaLife de algehele toestand (en dus ook veiligheid) scherp in de gaten hield en daar waar hen gebleken was dat het nodig was tevens maatregelen heeft genomen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10863216
4.
Kan het college aangeven welke privaatrechtelijke rol de gemeente eventueel heeft met betrekking tot het pand?
In 1993 is aan SeaLife een recht van erfpacht uitgegeven. De voorwaarden waaronder dit is gedaan, wijken af van de gebruikelijke erfpachtvoorwaarden. Voor wat betreft de reden daarvoor wordt verwezen naar vraag 5. De (erfpacht)voorwaarden omvatten kort samengevat het volgende: Er is een appartementsrecht (houdende het exclusieve gebruik van bedrijfsruimte, aquarium en terrassen) in erfpacht uitgegeven aan SeaLife; SeaLife is een jaarlijkse canon verschuldigd die periodiek (tienjaarlijks) wordt aangepast; Het erfpachtrecht is tijdelijk en eindigt op 1 juli 2043; Er zijn nadere afspraken gemaakt over het onderhoud van de locatie: SeaLife is verantwoordelijk voor het onderhoud. De gemeente heeft de draagplicht voor kosten van het onderhoud van de locatie. Dit is beperkt tot de fundering, de dragende delen en de spanten. 5.
Klopt het dat de grond gemeentelijk eigendom is en in erfpacht is uitgegeven? Zo ja, welke eventuele gemeentelijke verplichtingen over de staat van het pand volgen uit de erfpachtvoorwaarden? Waarom is hiervoor gekozen?
Ja. De gemeente heeft in dit geval een appartementsrecht in erfpacht uitgegeven en daarbij specifieke afspraken over de kosten van onderhoud gemaakt. SeaLife is verantwoordelijk voor het onderhoud. De gemeente draagt de kosten. Deze kosten voor de gemeente zijn beperkt tot de fundering, de dragende delen en de spanten. De gekozen juridische constructie is bepaald door de historische context van de locatie. Tot 1993 was hier een golfslagbad gevestigd, maar deze bleek economisch niet langer rendabel. Vanwege de specifieke aard van de locatie was het lastig een nieuwe exploitant te vinden. Tegelijkertijd was renovatie van zowel het gebouw als de omgeving noodzakelijk. De gekozen constructie hield rekening met zowel de belangen van SeaLife als die van de gemeente. SeaLife zocht een duurzame exploitatiemogelijkheid, terwijl de gemeente streefde naar opwaardering van de locatie, behoud van specifieke kenmerken van het gebouw en een stabiele erfpachtrelatie. Voor het overige wordt verwezen naar het antwoord op vraag 4. Looopings meldt: ‘Op verzoek van de technische dienst werd eerder een rapport opgesteld door een onafhankelijk technisch bureau. Daaruit blijkt dat er enorme investeringen nodig zijn om het pand te kunnen redden.’ 6.
Is het college bereid bij de eigenaar van het pand navraag te doen naar de voornaamste conclusies en aanbevelingen uit dit rapport en – al dan niet vertrouwelijk – deze met de raad te delen? Zo nee, waarom niet?
Er is navraag gedaan bij de eigenaar van het pand. Het college is bereid om deze conclusies en aanbevelingen vertrouwelijk te delen en te duiden. We verwachten u deze informatie in april 2025 te doen toekomen. 7.
Wat gaat het college doen om de eigenaar van het pand aan te spreken op het achterstallige onderhoud van het pand?
De veiligheid en de gezondheid van medewerkers, bezoekers en dieren dient gewaarborgd te zijn. De Haagse Pandbrigade heeft een bezoek gebracht aan SeaLife en het pand geïnspecteerd.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10863216
Hierbij zijn geen gevaarlijke situaties aangetroffen. SeaLife heeft op dit moment een uitgebreide verbouwing in voorbereiding waarmee in maart 2025 wordt aangevangen. De verbouwing omvat aanpassingen van constructieve aard (die voor rekening van de gemeente komen), maar ook aanpassingen van thematische aard (die voor rekening van SeaLife komen). 8.
Kan het college aangeven of de pandbrigade is ingezet in deze casus? Zo nee, wie is er verantwoordelijk voor het inspecteren van de veiligheid van het pand?
De Haagse Pandbrigade is ingezet voor de inspectie van de veiligheid van het pand. Net als bij andere bouwwerken in erfpacht is de erfnemer verantwoordelijk voor het controleren en onderhouden van het pand. Looopings meldt in haar berichtgeving dat er volgens ingewijden in 2023 een inval van de arbeidsinspectie heeft plaatsgevonden op de locatie en dat deze tot de nodige waarschuwingen heeft geleid. 9.
Is het college bereid na te gaan of het klopt dat deze inval heeft plaatsgevonden en, zo ja, welke misstanden door de arbeidsinspectie zijn geconstateerd en welke acties vervolgens naar aanleiding van deze inval zijn ondernomen door de exploitant van SeaLife?
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft aangegeven geen informatie hierover te verstrekken aan de gemeente Den Haag vanuit privacy-oogpunt. In de gesprekken van de gemeente met SeaLife is een onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie nimmer aan de orde geweest. 10. Is het college bekend met het signaal dat de exploitant van SeaLife de waarschuwingen en zorgen van medewerkers meermaals in de wind heeft geslagen? Is het college het ermee eens dat, indien dit signaal klopt, de exploitant hierop aangesproken moet worden? Is het college bereid om navraag te doen bij SeaLife over de wijze waarop zij met interne waarschuwingen en meldingen over de staat van het pand is omgesprongen en de raad hierover te informeren? In de gesprekken tussen de gemeente en SeaLife zijn waarschuwingen en zorgen van medewerkers eerder niet aan de orde geweest. Het is aan toezichthouders zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie om te onderzoeken hoe SeaLife is omgesprongen met interne waarschuwingen en meldingen en hier, zo nodig, op te reageren richting SeaLife. Desgevraagd reageert SeaLife nu als volgt: “Het welzijn van onze medewerkers is altijd een prioriteit. We hebben duidelijke protocollen en processen om een veilige en prettige werkomgeving te waarborgen. Indien er zorgen zijn, nemen we deze serieus en ondernemen we direct actie.
Er is geen sprake geweest van gezondheids- of veiligheidsrisico’s voor onze medewerkers. Onze protocollen voor health & safety, aangevuld met externe audits, garanderen veilige werkomstandigheden”. 11.
Kan het college aangeven welke maatregelen het op korte termijn kan nemen om de veiligheid en het welzijn van de medewerkers en aanwezige dieren te verbeteren? Is het college bereid deze maatregelen te nemen? Zo nee, waarom niet?
Zie beantwoording onder 7. Het college heeft geen zicht op het welzijn van de dieren in SeaLife en heeft ook geen bevoegdheden om toe te zien op dierenwelzijn. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is verantwoordelijk voor het toezicht op het dierenwelzijn in dierentuinen. De gemeente heeft bij de RVO navraag gedaan over het welzijn van de dieren in SeaLife. De RVO heeft laten weten dat er geen overtredingen op het gebied van dierenwelzijn zijn aangetroffen.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10863216
12. Is het college het met de indieners eens, dat als de veiligheid en gezondheid van medewerkers, bezoekers en dieren niet gegarandeerd kan worden, SeaLife (tijdelijk) zou moeten sluiten, in ieder geval zolang de veiligheids- en gezondheidsrisico’s nog niet zijn weggenomen? Dit is niet aan de orde, zie beantwoording vraag 7. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4