RIS321014 Afdoening motie Geen onhaalbare duurzaamheidseisen voor woonwagens
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
dienst: dienstcode
DSO/10859759 RIS321014 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Sarah Rach Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Datum
DSO Wonen
19 maart 2025
Telefoonnummer
14070 Onderwerp
Afdoening motie: ‘Geen onhaalbare duurzaamheidseisen voor woonwagens’
E-mailadres
sarah.rach@denhaag.nl
Uw raad heeft tijdens de behandeling van het agendapunt inzake Woonwagenbeleid/Henri Faasdreef op 18 december 2024 de door het raadslid mevrouw Arp ingediende motie ‘Geen onhaalbare duurzaamheidseisen voor woonwagens’ (RIS321014) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: − het college wil meewerken aan de verplaatsing van woonwagens (Henri Faasdreef) en nieuwe woonwagenlocaties wil realiseren; − woonwagens volgens het college in principe moeten voldoen aan de BENG-normen, terwijl oudere woonwagens nog veelal zijn toegerust op verwarming met gas; − een nieuwe, gasloze woonwagen van 5 x 15 meter al gauw meer dan twee ton inclusief BTW kost en het ombouwen van bestaande woonwagens tot geheel gasloos zeer kostbaar en technisch haast onmogelijk is; − aansluiting op een warmtenet op de korte termijn voor veel (potentiële) woonwagenlocaties geen haalbaar perspectief is. Overwegende, dat: − de Nota Haags Woonwagenbeleid niet ingaat op het spanningsveld tussen duurzaamheidseisen zoals de BENG-norm en de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) en de grote urgentie om nieuwe standplaatsen te realiseren; − de gemeente Alphen aan den Rijn in haar recente woonwagennota hier wel op ingaat en een aantal uitgangspunten voor uitzonderingen en ontheffingen op de BENG-norm voor woonwagens formuleert.
Verzoekt het college: − uiterlijk 10 dagen voor de behandeling van de Nota Haags Woonwagenbeleid de raad een visie te presenteren over hoe het college om zal gaan met duurzaamheidseisen bij verplaatsingsplannen voor bestaande woonwagens en de realisatie van nieuwe woonwagenstandplaatsen; − hierin te onderbouwen of en zo ja hoe er door middel van uitzonderingen, ontheffingen en/of financiële ondersteuning voor zal worden gezorgd dat duurzaamheidseisen geen drempel zullen opwerpen voor bestaande verplaatsingsplannen en het terugdringen van de wachtlijst voor een standplaats.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10859759
Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: Het college heeft met het voorgenomen woonwagenbeleid (Nota Haags Woonwagenbeleid 2024, RIS320451) de doelstelling om het aantal standplaatsen de komende jaren flink uit te breiden. Indien we deze nieuwe standplaatsen via onze reguliere ruimtelijke ordening opleveren, dan moeten de standplaatsen conform de Wet Voortgang Energie Transitie (wet-VET) zonder gasaansluiting worden opgeleverd. Het college is het met uw raad eens dat dit in de praktijk een belemmering is voor woonwagenbewoners. Het college ziet dat de meeste woonwagenbewoners bij een verhuizing kiezen voor het verplaatsen van een bestaande woonwagen. Door de wet-VET moeten zij sneller dan andere inwoners overstappen naar een aardgasvrije woning wanneer zij verhuizen met een bestaande woonwagen. De kosten om bij nieuwe standplaatsen een gasloze woonwagen te plaatsen zijn groot voor woonwagenbewoners. Woonwagenbewoners hebben op dit moment onvoldoende mogelijkheden voor een hypotheek bij banken om een gasloze woonwagen aan te schaffen of een bestaande woonwagen om te bouwen naar een energie neutrale woonwagen. Het college ziet dit financiële aspect op de korte termijn als groot obstakel. Om die reden blijft het college zich er via lobby voor inspannen, dat ook woonwagenbewoners een eerlijke kans maken op financiering via banken.
Daarnaast onderzoekt de gemeente welke mogelijkheden er lokaal zijn. Het college wil zich inspannen om te voorkomen dat er drempels zijn voor de beoogde uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen. We zijn daarom voornemens om een ontheffing wet-VET, naar het voorbeeld van de gemeente Alphen aan den Rijn, voor een periode van 5 jaar toe te passen voor de locaties waar dit opportuun is. Binnen de wet-VET bestaat er een uitzonderingsmogelijkheid voor het college van B&W om locaties aan te wijzen waar een gasaansluiting noodzakelijk is om zwaarwegende redenen voor algemeen belang. Het college ziet de financiële obstakels, het feit dat we de woonwagencultuur moeten beschermen en faciliteren en het feit dat het om een kleine groep inwoners gaat als bijzondere reden die een uitzondering zou kunnen rechtvaardigen. Een dergelijk besluit dient bij de Autoriteit Consument en Markt ingediend te worden. De locatie zal vervolgens in een register komen te staan waar nutsbedrijven kunnen zien dat er voor de betreffende locatie een ontheffing geldt. Per uitbreidingslocatie zal een afweging gemaakt worden of een ontwikkeling met gas een (financieel) logische keuze is.
Bij een locatie waar al gas aanwezig is, is het logischer om een ontheffing wet-VET toe te passen dan op een locatie zonder gasinfrastructuur in verband met de aanlegkosten en de tijd die het kost om de infrastructuur aan te leggen. Het aanleggen van gasinfrastructuur heeft dan ook niet onze voorkeur. We gaan op zoek naar alternatieven voor gas. Het uitgangspunt van het college is dat de woonwagenlocaties en uitbreidingen die de komende 5 jaar gerealiseerd worden in aanmerking kunnen komen voor een ontheffing wet-VET en dat per locatie een afweging wordt gemaakt op basis van de aanwezige infrastructuur, de benodigde investering en de beoogde ontwikkeling. Deze periode van 5 jaar zal het college ook gebruiken om samen met de woonwagengemeenschap een visie op duurzaamheid te ontwikkelen. Reguliere bestaande woningen gaan gefaseerd van het gas af en hier zijn alternatieve mogelijkheden voor zoals het aansluiten op een warmtenet en het toepassen van warmtepompen. Het college is van mening dat ook alle woonwagenlocaties in onze stad uiteindelijk duurzaam en toekomstbestendig moeten zijn. Het is immers ook in het belang van de woonwagengemeenschap om net als alle andere inwoners van de stad een toekomstbestendige en energie-efficiënte woonruimte te hebben.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10859759
Een risico zou anders bijvoorbeeld kunnen zijn dat indien woonwagens niet de overstap naar gasloos maken, zij op de langere termijn met hogere gebruikskosten (en onderhoudskosten van de stedelijke gasinfrastructuur) te maken krijgen. Het college wil voorkomen dat de woonwagengemeenschap achterblijft in de energietransitie en daar nadelige gevolgen van kan ondervinden. De gemeente zal daarom ook voor de woonwagenlocaties een strategie ontwikkelen om zowel op bestaande als nieuwe locaties van het gas af te gaan. De gemeente sluit hiervoor zo veel mogelijk aan bij regulier beleid zoals de transitievisie warmte (RIS313867) en het aankomende warmteprogramma. Het college heeft ambitieuze plannen voor het verbeteren van woningen en het versnellen van opknappen en isoleren van woningen, met voorrang voor slecht geïsoleerde woningen. Met het actieprogramma opknappen en isoleren van woningen, ook wel de EFG-aanpak en de stadsrenovatie (RIS316094), geeft het college invulling en uitvoering aan de isolatieplannen. Alle subsidies en ondersteuning vanuit het actieprogramma zijn beschikbaar voor woonwagens. Ook landelijke verduurzamingssubsidies zijn beschikbaar voor de woonwagengemeenschap. Zo komen particuliere eigenaren van woonwagens in aanmerking voor de landelijke isolatiesubsidieregeling genaamd Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE).
Ook eigenaren van woonwagens die verhuurd worden, komen in aanmerking voor de landelijke isolatiesubsidieregeling genaamd Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Bovendien kunnen particuliere eigenaren van woonwagens terecht voor gunstige leningen voor verduurzaming bij stichting het Nationaal Warmtefonds. De gemeente zal de woonwagengemeenschap aanmoedigen om gebruik te maken van dit hulpaanbod, met het oog op de toekomstbestendigheid van woonwagens. Kort samengevat zal het college dit vraagstuk dus via een ‘en-en’ werkwijze benaderen. Het college zet parallel in op: lobby om de hypotheekmogelijkheden voor woonwagenbewoners te vergroten, de ontheffing wet-VET tot 2030 voor de realisatie van nieuwe woonwagenstandplaatsen waar al gasinfrastructuur aanwezig is, het verkennen van alternatieven voor gas voor nieuwe locaties waar geen gasinfrastructuur aanwezig is, het ontwikkelen van een visie en strategie op duurzaamheid samen met de woonwagengemeenschap met als doel om op de lange termijn net als de rest van Den Haag van het gas af te gaan en een toekomstbestendige woonomgeving te realiseren, zo veel mogelijk gebruik maken van bestaande instrumenten zoals de beschikbare subsidies voor energiebesparende maatregelen in de tussentijd. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3