RIS320992 Beantwoordin SV Meer actie nodig om vrouwelijke genitale verminking te voorkomen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
11 februari 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Verdonk, luidend Meer actie nodig om vrouwelijke genitale verminking te voorkomen
OCW/10844718 RIS307156
Het raadslid Verdonk heeft op 18 december 2024 naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State1, het persbericht van de Femmes for Freedom2 en publicaties in diverse media een brief met daarin 17 vragen over vrouwelijke genitale verminking aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college op de hoogte van de uitspraak van de Raad van State?
Ja, het college heeft kennisgenomen van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling). 2.
Wat is de mening van het college over het feit dat de Raad van State niet heeft getoetst aan het VN Vrouwenverdrag en het EVRM?
De Raad van State is – als hoogste algemene bestuursrechter – onafhankelijk. Het college heeft geen mening over het feit dat de Afdeling niet heeft getoetst aan het VN-Vrouwenverdrag en het EVRM. 3.
De Raad van State heeft geconcludeerd dat het bestaande juridische kader onvoldoende mogelijkheden biedt om op te treden tegen het aanbevelen van genitale verminking, zoals dit soms gebeurt door moskeeën en mannen die zichzelf als religieuze leiders beschouwen. Hoewel dergelijke praktijken strafbaar zijn, ontbreekt een bestuursrechtelijk kader om hier daadkrachtig tegen op te treden. Is het college het met deze conclusie eens? Graag een uitgebreid antwoord.
Zie de beantwoording van vraag 4. 4.
Indien het antwoord bevestigend is, welke stappen gaat het college nemen om het bestuursrechtelijk kader zo te wijzigen dat er wel daadkrachtig optreden mogelijk is?
Het college onderschrijft de conclusie van de Raad van de State dat er in dit geval onvoldoende grondslag was voor de burgemeester om handhavend op te treden. Artikelen 172 en 174 van de Gemeentewet bieden geen wettelijke grondslag om inbreuk te maken op grondrechtelijke vrijheden zoals de vrijheid van religie. Het college is daarnaast van mening dat bij het mogelijk aanzetten tot geweld of andere strafbare praktijken niet het bestuursrecht, maar het strafrecht voorliggend is. Het vaststellen van strafbare gedragingen en het al dan niet overgaan tot strafvervolging is een taak van het Openbaar Ministerie. In casu geldt dat het strafrechtelijke proces is doorlopen met als uitkomst dat betrokkene door de rechter is vrijgesproken in hoger beroep.
1
Uitspraak 202203617/1/A3 - Raad van State
2
Raad van State geeft vrijbrief voor genitale verminking en femicide! | Nieuws op FFF
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10844718
5.
Voert het college gesprekken met moskeeën over het onderwerp vrouwelijke genitale verminking en andere schadelijke praktijken?
Er worden gesprekken gevoerd met diverse religieuze en levensbeschouwelijke organisaties en met vertegenwoordigers van diverse gemeenschappen in de stad. In mei 2024 heeft er vanuit de Directie Veiligheid (IPPR) een bijeenkomst plaatsgevonden voor de religieuze gemeenschappen in Den Haag in samenwerking met de GGD Haaglanden met het thema schadelijke praktijken. Tijdens de bijeenkomst is gesproken over genitale verminking, huwelijksdwang en achterlating en eergerelateerd geweld. Dit betrof deskundigheidsbevordering en het aanreiken van een handelingskader. Na deze bijeenkomst zijn er verschillende sleutelfiguren getraind in de Meldcode Huiselijk Geweld door de GGD. Het doel hiervan is om de brede achterban van deze sleutelpersonen te bereiken. Door de partijen is de wens uitgesproken om met elkaar over vrouwelijke genitale verminking en andere schadelijke praktijken in gesprek te blijven. 6.
Is het college op de hoogte van de lichamelijke en geestelijke gevolgen van vrouwelijke genitale verminking voor (jonge) vrouwen? Graag een uitgebreid antwoord.
Ja, het college is hiervan op de hoogte. Vrouwelijke genitale verminking (VGV) vindt meestal plaats tussen het vierde en twaalfde levensjaar. In sommige gevallen wordt een paar dagen na de geboorte al besneden. Daarnaast kan VGV ook tot vlak voor het huwelijk plaatsvinden. Soms vindt na een bevalling herbesnijdenis plaats. Mogelijke gevolgen tijdens en na de ingreep zijn: extreme pijn, overmatig bloedverlies, kans op infectie (abcesvorming, hepatitis, hivof tetanus) en in een shocktoestand terecht komen. Daarnaast kunnen er ook mogelijke gevolgen op langere termijn plaatsvinden, zoals: complicaties rondom bevalling, menstruatieklachten, chronische pijnklachten, chronische urineweg/vaginale infecties, psychosociale klachten en seksuele klachten. Om vrouwen hulp te bieden als zij slachtoffer zijn geworden van besnijdenis kunnen zij in Den Haag terecht bij het gratis spreekuur in het HAGA ziekenhuis. Sinds 2023 zijn ook doorverwijzingen vanuit dit spreekuur, bijvoorbeeld voor traumatherapie of hersteloperaties, kosteloos voor de betrokkenen. Vanuit de Gemeente Den Haag is het mogelijk om de hierbij onverzekerde kosten (het eigen risico en de eventuele eigen bijdrage) vergoed te krijgen. 7.
In Nederland is vrouwelijke genitale verminking (VGV) strafbaar, ongeacht door wie en waar de besnijdenis wordt uitgevoerd. Het is een vorm van kindermishandeling, een schadelijke traditionele praktijk. Welke concrete maatregelen worden door het college genomen om VGV te voorkomen?
Jaarlijks zijn er campagnes vanuit het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating, voorafgaand aan schoolvakanties, om betrokkenen, leerkrachten en buren te informeren hierover. Als er bij Veilig Thuis een signaal binnenkomt dat een meisje risico loopt, is het mogelijk om dit meisje (of de kinderen in het gezin) tijdelijk aan het ouderlijk gezag te onttrekken en/of het paspoort in te nemen. Het college zet op dit moment vooral in op preventie omdat er weinig tot geen signalen bij Veilig Thuis binnenkomen. Concreet betekent dit dat de gemeente Den Haag zich vooral bezighoudt met het aanspreken en voorlichten van de doelgroep ‘Nieuwkomers’ uit landen waar VGV voorkomt. Al enige jaren wordt hierbij gebruik gemaakt van zogeheten sleutelpersonen, die vanuit de GGD en vanuit Stichting Soneca ingezet worden om via huiskamergesprekken en voorlichtingsbijeenkomsten in de taal van de deelnemers het gesprek aan te gaan over schadelijke praktijken, waaronder VGV. Benadrukt wordt dat VGV strafbaar is, ook als het in het buitenland plaatsvindt.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10844718
Verder wordt besproken dat VGV geen religieuze plicht is maar een culturele gewoonte. Deze gesprekken kunnen ook gevoerd worden met behulp van het fotoboek dat in 2024 is gemaakt, waarbij aan de hand van herkenbare situaties over het onderwerp in gesprek kan worden gegaan. Dit fotoboek (en de bijhorende gespreksmethode) is ook beschikbaar voor consultatiebureaus, zodat bij de geboorte van een kind met ouders uit een risicoland direct het gesprek hierover kan worden aangegaan. Vrouwen die in Den Haag wonen en waarbij sprake is van VGV kunnen terecht bij het gratis spreekuur van het HAGA ziekenhuis. Sinds 2024 worden ook de niet-verzekerde kosten die voortkomen uit doorverwijzingen vanuit dit spreekuur door de gemeente vergoed. Denk hierbij aan hersteloperaties en traumabehandeling.
8.
Zou het college voorstander zijn om in de naturalisatieceremonie aandacht te besteden aan VGV en andere schadelijke praktijken?
Nee, hiervan is het college geen voorstander. De naturalisatieceremonie is een feestelijk moment waarbij gevierd wordt dat iemand het Nederlanderschap heeft gekregen. 9.
Kan het college aangeven of er in het inburgeringsprogramma aandacht wordt besteed aan VGV en andere schadelijke praktijken?
In het inburgeringsprogramma is er geen specifieke aandacht voor VGV. Tijdens het inburgeringstraject is er wel aandacht voor mentale en fysieke gezondheid. Dit is niet gericht op specifieke problematiek maar bedoeld om de inburgeraar in staat te stellen om problemen aan te kaarten en de weg naar hulpverlening te vinden. Bijvoorbeeld richting Veilig Thuis als er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. 10. Hoe wordt hier aandacht aan besteed en hoeveel tijd wordt aan deze onderwerpen besteed? Zie het antwoord op vraag 9. 11.
Jonge meisjes die met hun ouders op vakantie gaan naar landen als Somalië, Egypte, Ethiopië, Eritrea, Soedan en Irak lopen een grote kans in die landen slachtoffer te worden van genitale verminking (bron: Pharos). Is de uitreisprocedure van gezinnen die naar deze landen afreizen inmiddels aangescherpt?
VGV vindt volgens Pharos inderdaad plaats tijdens reizen naar het land van herkomst. Daarvoor is anders dan bij emigratie (achterlating) geen uitreisprocedure van toepassing waar de gemeente een rol in heeft. Als er signalen zijn dat meisjes risico lopen als zij op vakantie gaan gelden het Handelingsprotocol VGV bij minderjarigen en de Meldcode. 12.
Kan het college aangeven of het protocol inmiddels gevolgd wordt?
Ja, in de aanpak tegen VGV wordt het Handelingsprotocol_Vrouwelijke_Genitale_Verminking_bij_minderjarigen_2016_Pharos.pdf gevolgd.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10844718
13.
Kan het college de stappen beschrijven zoals nu in het proces worden gemaakt?
Na melding bij Veilig Thuis volgt een onderzoek door Veilig Thuis. Er wordt een risicotaxatie uitgevoerd. Met de betreffende ouders wordt besproken of er een intentie is om tot besnijdenis over te gaan. Als het vermoeden bestaat dat dit het geval is volgt overleg met de Raad voor de Kinderbescherming. Hieruit volgt eventueel een kinderbeschermingsmaatregel dan wel een veiligheidsplan. Als de zorgen blijven bestaan wordt het Openbaar Ministerie en de politie bij de zaak betrokken. 14.
Het college heeft meermaals, bij monde van de wethouder emancipatie, aangegeven dat het college femicide wil tegengaan. Overlijden aan de gevolgen van VGV is een van de mogelijke vormen van femicide. Hoe gaat het college VGV tegen?
De aanpak VGV is opgenomen in het Haagse plan Gendergerelateerd geweld (GGG) (RIS317334). Hierin wordt aandacht besteed aan geweldsvormen die (kunnen) uitmonden in femicide. Het college zet zich in om VGV te voorkomen, zie hiervoor het antwoord op vraag 7. 15.
Is het college bereid om religieuze organisaties en gemeenschappen in Den Haag, uit risicolanden waar meisjesbesnijdenis voorkomt, actief te betrekken bij de bestrijding van deze praktijk?
Ja, dit wordt al gedaan. Zie het antwoord op vraag 5. 16.
Zo ja, welke stappen worden ondernomen om deze organisaties te stimuleren zich fel uit te spreken tegen meisjesbesnijdenis, zo nee, waarom niet?
Het college spreekt zich actief uit tegen vrouwelijke genitale verminking door onder andere in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van deze organisaties, voorlichtingen aan te bieden en het inzetten van sleutelpersonen/ervaringsdeskundigen. Gezien de gevoeligheid van het onderwerp is dit een langer lopend traject. Een deel van de betrokken organisaties herkent het fenomeen namelijk nog niet of niet vanuit de eigen achterban en de bespreekbaarheid van het onderwerp is nog niet bij elke organisatie even groot. 17.
Heeft het college inmiddels voldaan aan haar toezegging om in gesprek te gaan met Femmes for Freedom? Hoe is dit gesprek verlopen?
Op ambtelijk niveau is een eerste contact geweest met Femmes for Freedom. De bijeenkomst die in december 2024 gepland stond, is wegens ziekte verplaatst naar eind januari 2025. Daarnaast zal de wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Inclusie, Zorg en Internationale Zaken in gesprek gaan met deze organisatie. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4