RIS320970 Afdoening motie Wie wil uitbaten moet ook handhaven
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSO/10858971 RIS320970 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Jorik Grolle Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Mobiliteit Datum
Telefoonnummer
18 maart 2025
14070
Onderwerp
jorik.grolle@denhaag.nl
E-mailadres
Afdoening motie: ‘Wie wil uitbaten moet ook handhaven’
Uw raad heeft tijdens de bespreking van het voorstel inzake Strategie Deelmobiliteit 2030 (RIS319377) op 18 december 2024 de door het raadslid mevrouw Peeck, ingediende motie ‘Wie wil uitbaten moet ook handhaven’ (RIS320970) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: - deelvoertuigen voor veel Hagenaars ook een bron van ergernis vormen, omdat ze hinderlijk of asociaal geparkeerd worden; - deelvoertuigen wegens ontbrekend gevoel van eigenaarschap en verantwoordelijkheid niet altijd in goede staat verkeren; - met geofencing het mogelijk is om een parkeerbeleid af te dwingen zonder dat er extra inzet van handhavers nodig is, maar dit volgens het college nog jaren op zich laat wachten. van mening dat: - deelmobiliteit voor sommige Hagenaars een geweldige uitkomst is om snel en makkelijk van a naar b te gaan. Overwegende dat: - tweewiel deelvoertuigen nog te vaak door de hele stad hinderlijk of asociaal geparkeerd worden; - het bij de aanbieders altijd bekend is wie de laatste gebruiker van een voertuig is en direct handhaving richting asociale gebruikers en daarmee goed uitvoerbaar is.
Verzoekt het college: - afspraken te maken met aanbieders om gebruikers van deelvoertuigen die voertuigen misbruiken te bestraffen; - de raad uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 over de afspraken per aanbieder te informeren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10858971
Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: Het college vindt correct parkeren van deelvoertuigen belangrijk en wil parkeeroverlast tegengaan. Dit is een essentieel onderdeel van de Strategie Deelmobiliteit 2030. Binnen deze strategie zijn al verschillende maatregelen opgenomen. Het voorstel van de raad om extra afspraken te maken met aanbieders over de bestraffing van misbruikers past hier goed bij. Het college werkt momenteel aan een actualisatie van de APV-vergunning voor deelmobiliteit. Tijdens dit proces bleek dat niet alle gemeentelijke wensen juridisch kunnen worden opgenomen in de nieuwe vergunningen. Dit geldt bijvoorbeeld voor innovaties zoals intelligente snelheidsadaptatie en betaalbaarheid van deelmobiliteit. Daarom heeft het college het initiatief genomen om een convenant met de aanbieders op te stellen. Hierin worden afspraken vastgelegd tussen de gemeente en aanbieders. In oktober 2024 vond een eerste overleg plaats tussen wethouder Kapteijns en de aanbieders. Tijdens dit gesprek heeft de wethouder de prioriteiten benadrukt, waaronder het minimaliseren van parkeeroverlast en goede handhaving. De aanbieders reageerden positief. Het college verwacht dat er binnen het convenant goede afspraken over handhaving worden gemaakt.
De exacte invulling hiervan wordt uitgewerkt zodra de nieuwe vergunningen zijn verleend en duidelijk is welke aanbieders in Den Haag actief blijven. Dit zal naar verwachting in het derde kwartaal van 2025 gebeuren. Het college merkt op dat zulke afspraken kunnen helpen om parkeeroverlast te verminderen. De gemeente heeft hier al ervaring mee opgedaan in het Actieplan Scheveningen (nu Kust). In dit plan werkt de gemeente samen met deelscooteraanbieders om overlast in de zomer te beperken. Maatregelen zoals wekelijkse afstemming, parkeercoaches, het dynamisch openen en sluiten van parkeervakken en het verplaatsen van voertuigen bij drukte, hebben aantoonbare resultaten opgeleverd. Deze aanpak laat zien dat afspraken met aanbieders effectief kunnen zijn om deelvoertuigen beter te laten parkeren. Naast het convenant neemt het college nog andere maatregelen om parkeeroverlast door deelvoertuigen te verminderen. Zo wordt er een netwerk van mobiliteitshubs opgezet, eerst in het centrum en Scheveningen en later in andere stadsdelen. Ook wordt in de toekomst slechts een beperkt aantal vergunningen voor het aanbieden van deelscooters en elektrische deelfietsen uitgegeven. De verdeling van deze vergunningen gebeurt op basis van een vergelijkende toets. Hierbij wegen criteria zoals 'parkeren' en 'overlastminimalisatie' mee.
Zo wil de gemeente aanbieders selecteren die deze problemen serieus aanpakken. Het college verwacht dat deze combinatie van maatregelen, inclusief de in de motie gevraagde afspraken met aanbieders, zorgt voor een sterke verbetering van de parkeersituatie van deelvoertuigen. Zodra het convenant is ondertekend, informeert het college de raad hierover met een commissiebrief. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2