CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320901 Nieuwe schoolpleinen niet grijs maar groen bijlage 1

Commissie Samenleving 20 februari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken38.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

PARAGRAAF 11 Verhuur Artikel 11.1 Toestemming van het college 1.

Alvorens een huurovereenkomst te sluiten, vraagt het bevoegd gezag toestemming voor de verhuur, niet zijnde medegebruik, aan het college.

2.

Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat een aanduiding van de huurder, alsmede van de bestemming van het te verhuren gedeelte van het gebouw of terrein.

3.

Het college verleent de toestemming in ieder geval niet indien:

4.

a.

de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is met bepalingen daaromtrent uit de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs of regelgeving;

b.

de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een school.

Het college neemt binnen vier weken na ontvangst van het verzoek een besluit en zendt dat aan het bevoegd gezag.

PARAGRAAF 12 Einde gebruik gebouwen en terreinen

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

16/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 12.1 Tijdstip beëindiging gebruik: staat van onderhoud 1.

Nadat een gebouw of terrein niet meer door een bevoegd gezag nodig is voor de huisvesting van een school wordt het gebruik van het gebouw of terrein zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de door het college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke akte.

2.

Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in het eerste lid wordt, voordat de eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden, een staat van onderhoud gemaakt.

3.

De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het college na overleg met bevoegd gezag.

4.

Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het college betaald wordt. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze gevolg wordt.

5.

Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit naar het oordeel van het college niet nodig is.

6.

Van de beëindiging van het gebruik van een schoolgebouw en/of-terrein wordt door het bevoegd gezag direct nadat het definitieve besluit hierover is genomen, doch minimaal zes maanden voor het tijdstip van beëindiging van het gebruik, schriftelijk mededeling gedaan aan het college.

7.

Uiterlijk drie maanden voor de lege oplevering van het schoolgebouw en/of -terrein wordt door het bevoegd gezag schriftelijk mededeling aan het college gedaan van de datum en het tijdstip waarop de oplevering en de feitelijke overdracht zal plaatsvinden, alsmede van de natuurlijke persoon die hierbij namens het bevoegd gezag zal optreden.

8.

Uiterlijk twee maanden voor het tijdstip waarop de overdracht zal plaatsvinden, wordt door het bevoegd gezag van de school en het college in gezamenlijk overleg de akte, als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld en ondertekend. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, wordt op hetzelfde moment tevens de staat van onderhoud, als bedoeld in het derde lid, opgemaakt.

9.

Het bepaalde in de artikelleden 6 tot en met 8 is niet van toepassing indien vooraf anders is overeengekomen tussen het bevoegd gezag en het college.

PARAGRAAF 13 Gebruik en vergoeding gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Artikel 13.1 Omvang en bekostiging gebruik 1.

De omvang van het door de gemeente bekostigde gebruik van een gymnastiekruimte door een school voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs is gebaseerd op het aantal klokuren per week, waarin volgens het activiteitenplan door de school de gymnastiekruimte wordt gebruikt. Voor een school voor basisonderwijs wordt het aantal klokuren dat voor bekostiging in aanmerking komt, vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage III, deel B, en bedraagt 1,5 klokuur per bovenbouwgroep (groepen 3 tot en met 8) per week. Voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs wordt het maximaal aantal klokuren dat voor bekostiging in aanmerking komt, vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage III, deel B, en bedraagt ten hoogste 3,75 klokuur per week per groep leerlingen jonger dan zes jaar, indien de school niet de beschikking heeft over voldoende speellokalen, en ten hoogste 2,25 klokuur per groep leerlingen van zes jaar en ouder.

2.

Indien een school voor basisonderwijs niet beschikt over voldoende speellokalen kan het college op verzoek van het bevoegd gezag van de school instemming verlenen, dat ten behoeve van het speelonderwijs aan één of meer onderbouwgroepen (groepen 1 en 2) van de school gebruik gemaakt wordt van de gymnastiekruimte van de basisschool. In dat geval komt ten hoogste 2,5 klokuur per week voor bekostiging in aanmerking.

3.

Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school voor basisonderwijs of school voor (voortgezet) speciaal onderwijs dat eigenaar is van een gymnastiekruimte ontvangt jaarlijks een bekostiging. De hoogte van de bekostiging wordt vastgesteld volgens het bepaalde in bijlage IV, deel A, op basis van de door het betreffende bevoegd gezag ingevolge artikel 1.5, vijfde lid, verstrekte gegevens. Het aantal voor bekostiging in aanmerking komende klokuren wordt op grond van het eerste c.q. tweede lid vastgesteld. Wanneer er sprake is van medegebruik van de gymnastiekruimte door een of meer andere scholen voor basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs wordt voor de bepaling van de hoogte van de bekostiging het aantal klokuren getotaliseerd.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

17/92

12-12-2024, 14:00

4.

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Het college keert de ingevolge het derde lid vastgestelde jaarlijkse bekostiging in halfjaarlijkse termijnen uit aan het bevoegd gezag als bedoeld in het derde lid, waarbij de eerste termijn aanvangt aan het begin van het schooljaar.

Artikel 13.2 Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit: inroostering gebruik 1.

Het college stelt jaarlijks voor 15 mei voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs van de op het grondgebied van de gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.

2.

Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot inroostering het volgende in acht: a.

de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I;

b.

het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;

c. 3.

het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.

Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de volgende gegevens: a.

het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een gymnastiekruimte;

b.

de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;

c.

een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één gymnastiekruimte plaatsvindt;

d.

voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal klokuren dat ingevolge artikel 13.1, eerste lid voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van de school;

e.

Het college neemt het aantal klokuren als bedoel in dit lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt.

4.

Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen twee weken na toezending van het voorstel. In het overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel tot inroostering.

5.

Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen stelt het college voor 1 juli volgend op de datum in het tweede lid, de definitieve inroostering vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het volgende schooljaar. Indien het college daarbij afwijkt van een of meer in het overleg als bedoeld in het vierde lid naar voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.

6.

Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van het college over de inroostering in de beschikbare gymnastiekruimte van de onder hun bevoegd gezag staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van artikel 7.2 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin van artikel 9.4, vierde lid.

PARAGRAAF 14 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 14.1 Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 14.2 Indexering https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

18/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening gehanteerde normbedragen vast voor de vergoeding van voorzieningen bij op basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen prijsindexen en systematiek van prijsbijstelling.

Artikel 14.3 Citeertitel: inwerkingtreding 1.

De verordening kan worden aangehaald als: Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

3.

De Verordening voorzieningen huisvesting Onderwijs gemeente Den Haag 1997 vervalt met ingang van 1 januari 2015.

Ondertekening Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 22 januari 2015. De griffier, mr. H.L.G. Seuren en de voorzitter, J.J. van Aartsen

Bijlage 1 CRITERIA VOOR BEOORDELING VAN AANGEVRAAGDE VOORZIENINGEN Per onderwijssector en per voorziening worden hieronder opgesomd de nadere voorwaarden waaronder – behoudens de financiële toets – de voorziening voor bekostiging in aanmerking komt. De criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen vallen uiteen in twee delen: - deel A: lesgebouwen; - deel B: voorzieningen voor lichamelijke oefening. DEEL A Lesgebouwen

1. School voor basisonderwijs De voorzieningen genoemd onder 1.2, 1.3.1, 1.3.2 a, 1.3.2 b en 1.12 worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties. Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college. 1.1 Nieuwbouw De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: a.

het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;

b.1

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of;

b.2

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en;

c.

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een passende huisvesting voor de school te realiseren.

1.2 Vervangende bouw De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit: a.

het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid onder c, zodat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de levensduurverlenging);

b.1

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn (of zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

19/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

b.2

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en;

c.

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een passende huisvesting voor de school te realiseren.

Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als: a.

vervanging per saldo geen meerkosten voor de gemeente met zich meebrengt, zulks ter beoordeling van het college;

b.

vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een herschikkingsoperatie;

c.

vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening noodzakelijk is.

Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het oude gebouw moet worden gesloopt, vindt op aanvraag toekenning van sloopkosten plaats. 1.3 Uitbreiding

1.3.1 Uitbreiding met een of meer groepen De noodzaak voor uitbreiding met een of meer groepen blijkt uit: a.

het feit dat er tenminste één groep leerlingen extra boven de capaciteit van het gebouw of gebouwen als vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, aanwezig is;

b.1

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren voor een voor blijvend gebruik bestemde uitbreiding deze groep(en) leerlingen kan (kunnen) worden verwacht of

b.2

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde uitbreiding deze groep(en) leerlingen kan (kunnen) worden verwacht of

b.3

het feit dat de laatste wettelijke teldatum voor het indienen van de aanvraag aantoont, dat er een of meer groepen leerlingen aanwezig zijn die niet voor maximaal vier jaren binnen het gebouw kunnen worden gehuisvest en

c.

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een passende extra huisvesting voor de school te realiseren.

Wanneer de noodzaak voor permanente uitbreiding van tenminste één groep leerlingen boven de capaciteit van het gebouw of de gebouwen conform de bepalingen als vermeld onder 1.3.1a, 1.3.1b1, 1.3.1b3 en 1.3.1c, is vastgesteld en deze uitbreiding aantoonbaar als gevolg van de locale situatie niet aangrenzend aan het bestaande gebouw kan worden gerealiseerd, kan het college op verzoek van het bevoegd gezag besluiten goed te keuren dat de uitbreiding op een andere locatie dan het bestaande schoolgebouw wordt gerealiseerd, waarbij aan de volgende criteria dient te worden voldaan: -.

de uitbreiding dient zo dicht mogelijk bij het bestaande hoofdgebouw van de school te worden uitgevoerd met een maximale afstand tot het hoofdgebouw van 500 meter hemelsbreed en

-.

er kan alleen sprake van een zogenaamd instroompunt zijn bij het hoofdgebouw van het instituut.

1.3.2a Uitbreiding met een tweede speellokaal De noodzaak voor uitbreiding met een tweede speellokaal blijkt uit: a.

het feit dat de basisschool tenminste zes groepen jongste leerlingen (van vier en vijf jaar oud) telt en dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en voor tenminste vijftien jaren voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht terwijl;

b.

voor het spelen van (een deel van) de vier en vijfjarigen geen gebruik kan worden gemaakt van een gymnastiekruimte of van een speellokaal van een andere basisschool of school voor speciaal onderwijs binnen 300 meter hemelsbreed.

1.3.2b Uitbreiding speciale school voor basisonderwijs met een speellokaal https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

20/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

De noodzaak voor uitbreiding met een speellokaal blijkt uit: a.

het feit dat tot de school minimaal 14 kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten;

b.

het feit dat de school volgens de prognose die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat de school ten minste vijftien jaren zal blijven bestaan, en;

c.

het feit dat in het gebouw geen speellokaal aanwezig is, terwijl;

d.

medegebruik van een speellokaal of gymnastiekruimte binnen 300 meter hemelsbreed niet mogelijk is.

1.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: a1.

het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of;

a2.

het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding in aanmerking komt, terwijl;

b1.

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of;

b2

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en;

c.

er binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg geen mogelijkheden zijn om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren;

d.

er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt en;

e.

de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke verhouding staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw of uitbreiding, zulks ter beoordeling van het college.

1.5 Verplaatsing of sloop van bestaande tijdelijke lokalen De noodzaak van verplaatsing van tijdelijke lokalen blijkt uit het feit dat: a.

er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor tenminste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende tijdelijke lokalen op een afstand van meer dan 1500 meter via de kortste route over de openbare weg kunnen voorzien, terwijl;

b.

er binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg geen mogelijkheden zijn om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren en;

c.

de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten van een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal groepen en dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.

De noodzaak van sloop van een of meer tijdelijke lokalen blijkt uit het feit dat: a.

er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II geen behoefte aan huisvesting voor tenminste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende tijdelijke lokalen op een afstand van meer dan 1500 meter via de kortste route over de openbare weg kunnen voorzien, terwijl;

b.

herbestemming van de tijdelijke lokalen niet aan de orde is.

1.6 Terrein De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat de oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel D.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

21/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

1.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket blijkt uit het feit dat de school, op grond van de laatste wettelijke teldatum voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, uitgebreid wordt met tenminste één groep leerlingen (gewogen) en voor zo’n uitbreiding in de periode vanaf 1 augustus 1985 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden. Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra onderwijsleerpakket, indien het aantal groepen gewogen leerlingen van de school na fusie groter is dan dat van de aan de fusie deelnemende scholen tezamen. De noodzaak voor een toeslag tweede speellokaal onderwijsleerpakket blijkt uit het feit dat een basisschool uitgebreid wordt met een tweede speellokaal en hiervoor niet eerder reeds bekostiging is ontvangen.

1.8 Eerste inrichting meubilair De noodzaak voor eerste aanschaf van meubilair blijkt uit het feit dat de school, op grond van de laatste wettelijke teldatum voorafgaand aan de indiening van de aanvraag, uitgebreid wordt met tenminste één groep leerlingen (ongewogen), en voor zo'n uitbreiding in de periode vanaf 1 augustus 1985 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden. Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra meubilair, indien het aantal groepen ongewogen leerlingen na fusie groter is dan dat van de aan de fusie deelnemende scholen tezamen. De noodzaak voor een toeslag tweede speellokaal meubilair blijkt uit het feit dat een basisschool uitgebreid wordt met een tweede speellokaal en hiervoor niet eerder reeds bekostiging is ontvangen.

1.9 Medegebruik De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er tenminste één groep leerlingen extra boven de capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, aanwezig zal zijn.

1.10 Herstel van constructiefouten De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een constructiefout.

1.11 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.

1.12 Revitalisering van monumentale lesgebouwen basisonderwijs De noodzaak van revitalisering blijkt uit het feit dat ten aanzien van het bestaande monumentale lesgebouw wordt voldaan aan de criteria genoemd onder 1.2, terwijl vervangende bouw op een andere locatie naar het oordeel van het college niet aan de orde is. Het lesgebouw kan slechts éénmaal per 25 jaren voor de voorziening in aanmerking worden gebracht en komt binnen deze periode niet voor vervangende bouw in aanmerking. Indien het ter voorbereiding van de revitalisering noodzakelijk is dat in het gebouw asbest moet worden verwijderd, vindt op aanvraag toekenning in de vorm van sloopkosten plaats. 2. School voor (voortgezet) speciaal onderwijs De voorzieningen genoemd onder 2.2, 2.3.1, 2.3.2 en 2.11 worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties. De voorziening genoemd onder 2.3.2 wordt niet noodzakelijk geacht voor nevenvestigingen. Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college.

2.1 Nieuwbouw De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: a.

het feit dat de minister de desbetreffende school of nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

22/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

b1.

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of;

b2.

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en;

c.

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een passende huisvesting voor de school te realiseren.

2.2 Vervangende bouw De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit: a.

het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de verlenging van de levensduur);

b1.

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn (of zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of;

b2.

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en;

c.

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een passende huisvesting voor de school te realiseren.

Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als: a.

vervanging per saldo geen meerkosten voor de gemeente met zich meebrengt, zulks ter beoordeling van het college;

b.

vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een herschikkingsoperatie;

c.

vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening noodzakelijk is.

Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het oude gebouw moet worden gesloopt, vindt op aanvraag toekenning van sloopkosten plaats.

2.3 Uitbreiding

2.3.1 Uitbreiding met een of meer groepen De noodzaak voor uitbreiding met een of meer groepen blijkt uit: a.

het feit dat er tenminste één groep leerlingen extra boven de capaciteit van het gebouw of de gebouwen als vastgesteld op grond van bijlage III, deel A aanwezig is;

b1.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren voor een voor blijvend gebruik bestemde uitbreiding deze groep(en) leerlingen kan (kunnen) worden verwacht of;

b2.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde uitbreiding deze groep(en) leerlingen kan (kunnen) worden verwacht of;

b3.

het feit dat de laatste wettelijke teldatum voor het indienen van de aanvraag aantoont dat er een of meer groepen leerlingen aanwezig zijn die niet voor maximaal vier jaren binnen het gebouw kunnen worden gehuisvest;

c.

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

23/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

passende extra huisvesting voor de school te realiseren.

2.3.2 Uitbreiding met een speellokaal De noodzaak van uitbreiding met een speellokaal blijkt uit: a.

het feit dat aan de school of afdeling tenminste zes kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten;

b.

het feit dat de school volgens de prognose die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat de school tenminste vijftien jaren zal blijven bestaan en;

c.

het feit dat in het gebouw geen speellokaal aanwezig is, terwijl;

d.

medegebruik van een speellokaal, gymnastiekruimte of lokaal voor motorische therapie binnen 300 meter hemelsbreed niet mogelijk is;

e.

evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college, de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van een bestaand verschil tussen de feitelijk aanwezige bruto oppervlakte en de genormeerde bruto oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, geheel of gedeeltelijk inpandig een speellokaal te maken.

2.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: a1.

het feit dat de minister de desbetreffende school of nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of;

a2.

het feit dat het huidige gebouw, voor vervanging of uitbreiding in aanmerking komt, terwijl;

b1.

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of;

b2.

het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en;

c.

er binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg geen mogelijkheden zijn om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren;

d.

er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt en;

e.

de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke verhouding staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw of uitbreiding, zulks ter beoordeling van het college.

2.5 Verplaatsing of sloop van bestaande tijdelijk lokalen De noodzaak van verplaatsing van tijdelijke lokalen blijkt uit het feit dat: a.

er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor tenminste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende tijdelijke lokalen op een afstand van meer dan 1500 meter via de kortste route over de openbare weg kunnen voorzien, terwijl;

b.

er binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg geen mogelijkheden zijn om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren en;

c.

de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten voor een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal groepen en dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.

De noodzaak van sloop van een of meer tijdelijke lokalen blijkt uit het feit dat: a.

er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II geen behoefte aan huisvesting voor tenminste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende tijdelijke lokalen op een afstand van meer dan 1500 meter via de kortste route over de openbare weg kunnen voorzien, terwijl;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

24/92

12-12-2024, 14:00

b.

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

herbestemming van de tijdelijke lokalen niet aan de orde is.

2.6 Terrein De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat de oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel D.

2.7a Eerste inrichting onderwijsleerpakket De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket blijkt uit het feit dat de school of nevenvestiging, op grond van de laatste wettelijke teldatum voorafgaande aan het indienen van de aanvraag, uitgebreid wordt met tenminste één groep leerlingen, en voor zo’n uitbreiding in de periode vanaf 1 januari 1988 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden. Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra onderwijsleerpakket, indien het aantal groepen na fusie groter is dan dat van de aan de fusie deelnemende scholen tezamen.

2.7b Eerste inrichting meubilair De noodzaak voor de eerste aanschaf van meubilair blijkt uit het feit dat de school of nevenvestiging, op grond van de laatste wettelijke teldatum voorafgaande aan het indienen van de aanvraag, uitgebreid wordt met tenminste één groep leerlingen, en voor zo’n uitbreiding in de periode vanaf 1 januari 1988 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden. Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra meubilair, indien het aantal groepen na fusie groter is dan dat van de aan de fusie deelnemende scholen tezamen.

2.8 Medegebruik De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er tenminste één groep leerlingen extra boven de capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, aanwezig is.

2.9 Herstel van constructiefouten De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een constructiefout.

2.10 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.

2.11 Revitalisering van monumentale lesgebouwen (voortgezet) speciaal onderwijs De noodzaak van revitalisering blijkt uit het feit dat ten aanzien van het bestaande monumentale lesgebouw wordt voldaan aan de criteria genoemd onder 2.2, terwijl vervangende bouw op een andere locatie naar het oordeel van het college niet aan de orde is. Het lesgebouw kan slechts één maal per 25 jaren voor de voorziening in aanmerking worden gebracht en komt binnen deze periode niet voor vervangende bouw in aanmerking. Indien het ter voorbereiding van de revitalisering noodzakelijk is dat in het gebouw asbest moet worden verwijderd, vindt op aanvraag toekenning in de vorm van sloopkosten plaats.

3 School voor voortgezet onderwijs De voorzieningen genoemd onder 3.2, 3.3 en 3.11 worden niet noodzakelijk geacht voor gebouwen welke voor tijdelijke gebruik bestemd zijn. Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met het bevoegd https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

25/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

gezag en ter beoordeling van het college.

3.1 Nieuwbouw De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: a.

het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;

b1.

het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht of;

b2.

het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht en;

c.

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een passende huisvesting voor de school te realiseren.

3.2 Vervangende bouw De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit het feit dat: a.

a. voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 2.2, tweede lid onder c, in zo'n slechte/matige conditie zijn dat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de levensduurverlenging);

b1.

b1. de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht of;

b2.

de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren dit aantal leerlingen kan worden verwacht en;

c.

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een passende huisvesting voor de school te realiseren.

Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als: a.

vervanging per saldo geen meerkosten voor de gemeente met zich meebrengt, zulks ter beoordeling van het college;

b.

vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een herschikkingsoperatie;

c.

vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening noodzakelijk is.

Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het oude gebouw gesloopt wordt, vindt op aanvraag toekenning van sloopkosten plaats.

3.3 Uitbreiding De noodzaak voor uitbreiding blijkt uit: a.

het feit dat er meer te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn dan de met tien procent verhoogde capaciteit van het gebouw of de gebouwen, vastgesteld volgens de regels in bijlage III, deel A – voor de aanwezige capaciteit – en bijlage III, deel B – voor de ruimtebehoefte -, aangeeft en de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren voor een voor blijvend gebruik bestemde uitbreiding of gedurende tenminste vier jaren voor uitbreiding met een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening deze aantallen leerlingen kunnen worden verwacht en;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

26/92

12-12-2024, 14:00

b.

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg een passende huisvesting voor de school te realiseren.

3.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: a1.

het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of;

a2.

het feit dat het huidige gebouw, voor vervanging of uitbreiding in aanmerking komt, terwijl;

b1.

het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht of;

b2.

het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht en;

c.

er binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg geen mogelijkheden zijn om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren;

d.

er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt en;

e.

de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke verhouding staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw of uitbreiding, zulks ter beoordeling van het college.

3.5 Verplaatsing of sloop van bestaande tijdelijke lokalen De noodzaak van verplaatsing van tijdelijke lokalen blijkt uit het feit dat: a.

er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting van tenminste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende tijdelijke lokalen op een afstand van meer dan 1500 meter via de kortste route over de openbare weg kunnen voorzien, terwijl;

b.

er binnen 1500 meter via de kortste route over de openbare weg geen mogelijkheden zijn om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren en;

c.

de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten voor een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.

De noodzaak van sloop van een of meer tijdelijke lokalen blijkt uit het feit dat: a.

er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II geen behoefte aan huisvesting voor tenminste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende tijdelijke lokalen op een afstand van meer dan 1500 meter via de kortste route over de openbare weg kunnen voorzien, terwijl;

b.

herbestemming van de tijdelijke lokalen niet aan de orde is.

3.6 Terrein De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat de oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel D.

3.7 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair Aanspraak op eerste inrichting van leer- en hulpmiddelen en meubilair bestaat wanneer er sprake is van toekenning van een voorziening in de huisvesting en daarbij sprake is van uitbreiding van de totale huisvestingscapaciteit van de school. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

27/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra leer- en hulpmiddelen en meubilair, indien het aantal leerlingen na de fusie groter is dan het totaal aantal leerlingen van de afzonderlijke aan de fusie deelnemende scholen tezamen en daarbij sprake is van uitbreiding van de totale huisvestingscapaciteit van de bij de fusie betrokken scholen.

3.8 Medegebruik De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat de school een aantal leerlingen heeft waarvoor binnen de bestaande huisvesting geen capaciteit is. De capaciteit wordt bepaald op de wijze zoals beschreven is bij 3.3.a.

3.9 Herstel van constructiefouten De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een constructiefout.

3.10 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.

3.11 Revitalisering van monumentale lesgebouwen voortgezet onderwijs De noodzaak van revitalisering blijkt uit het feit dat ten aanzien van het bestaande monumentale lesgebouw wordt voldaan aan de criteria genoemd onder 3.2, terwijl vervangende bouw op een andere locatie naar het oordeel van het college niet aan de orde is.. Het lesgebouw kan slechts éénmaal per 25 jaren voor de voorziening in aanmerking worden gebracht en komt binnen deze periode niet voor vervangende bouw in aanmerking. Indien het ter voorbereiding van de revitalisering noodzakelijk is dat in het gebouw asbest moet worden verwijderd, vindt op aanvraag toekenning in de vorm van sloopkosten plaats. DEEL B Voorzieningen voor lichamelijke oefening

1 School voor basisonderwijs

1.1 Nieuwbouw De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: a1.

het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of

a2.

het feit dat de desbetreffende school niet over een voorziening voor lichamelijke oefening beschikt en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 15 klokuren gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de groepen leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.

1.2 Vervangende bouw De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit: a.

het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de levensduurverlenging) en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 15 klokuren gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

28/92

12-12-2024, 14:00

c.

d.

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

beschikbaar komende gymnastiekruimten en het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de groepen leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn. fusie, waarbij minimaal twee gebouwen (inclusief twee gymlokalen) afgestoten dan wel verlaten worden en na de fusie een gebruik van tenminste 15 klokuren van een gymnastiekaccommodatie noodzakelijk is. Het criterium met betrekking tot de prognose als vermeld onder c blijft hierbij onverminderd van kracht.

1.3 Uitbreiding De noodzaak van uitbreiding blijkt uit: a.

het feit dat bij de gymnastiekruimte voldoende wasgelegenheid en kleedgelegenheid ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de gymnastiekruimte en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 15 klokuren gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de groepen leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.

1.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: a1.

het feit dat de minister de school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of

a2.

het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het gestelde bij 1.2 onder a, in aanmerking komt en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van tenminste 15 klokuren gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren aanwezig (zullen) zijn en

d.

de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw.

1.5 Terrein De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw of de uitbreiding geen dan wel onvoldoende terrein aanwezig is.

1.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair De noodzaak van eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair blijkt uit: a.

het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en

b.

het feit dat nog niet eerder eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair voor bewegingsonderwijs is verstrekt

1.7 Medegebruik De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren gymnastiek noodzakelijk is en waarvoor binnen de momenteel in gebruik zijnde gymnastiekruimte(n) geen plaats is.

1.8 Herstel constructiefouten https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

29/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een constructiefout.

1.9 Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.

1.10 Revitalisering van monumentale gebouwen basisonderwijs De noodzaak van revitalisering blijkt uit het feit dat ten aanzien van het bestaande monumentale gebouw de criteria genoemd onder 1.2 van toepassing zijn, terwijl vervangende bouw op een andere locatie naar het oordeel van het college niet aan de orde is. Het gebouw kan slechts éénmaal per 25 jaren voor de voorziening in aanmerking worden gebracht en komt binnen deze periode niet voor vervangende bouw in aanmerking. Indien het ter voorbereiding van de revitalisering noodzakelijk is dat in het gebouw asbest moet worden verwijderd, vindt op aanvraag toekenning in de vorm van sloopkosten plaats.

2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs

2.1 Nieuwbouw De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: a1.

het feit dat de minister de desbetreffende school of nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of

a2.

het feit dat de desbetreffende school niet over een voorziening voor lichamelijke oefening beschikt en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de groepen leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.

2.2 Vervangende bouw De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit: a.

het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder d, dat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de levensduurverlenging) en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de groepen leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.

2.3 Uitbreiding https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

30/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

De noodzaak van uitbreiding blijkt uit: a.

het feit dat bij de gymnastiekruimte voldoende wasgelegenheid en kleedgelegenheid ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de gymnastiekruimte en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de groepen leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.

2.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit: a1.

het feit dat de minister de school of nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of

a2.

het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het gestelde in 2.2 onder a, in aanmerking komt en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 10 groepen speciaal onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door tenminste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren aanwezig (zullen) zijn en

d.

de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw.

2.5 Terrein De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw of de uitbreiding geen dan wel onvoldoende terrein aanwezig is.

2.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair De noodzaak van eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair blijkt uit: a.

het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende school of nevenvestiging is of wordt goedgekeurd en

b.

het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder eerste onderwijsleerpakket en meubilair is verstrekt.

De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt uit: a.

het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende school of nevenvestiging is of wordt goedgekeurd en

b.

het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder het specifiek noodzakelijk meubilair is verstrekt.

2.8 Medegebruik

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

31/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door de gemeente getoetste aantal klokuren gymnastiek noodzakelijk is en waarvoor binnen de huidig in gebruik zijnde gymnastiekruimte(n) geen ruimte is.

2.9 Herstel constructiefouten De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een constructiefout.

2.10 Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.

2.11 Revitalisering van monumentale gebouwen (voortgezet) speciaal onderwijs De noodzaak van revitalisering blijkt uit het feit dat ten aanzien van het bestaande monumentale gebouw wordt voldaan aan de criteria genoemd onder 2.2, terwijl vervangende bouw op een andere locatie naar het oordeel van het college niet aan de orde is. Het gebouw kan slechts éénmaal per 25 jaren voor de voorziening in aanmerking worden gebracht en komt binnen deze periode niet voor vervangende bouw in aanmerking. Indien het ter voorbereiding van de revitalisering noodzakelijk is dat in het gebouw asbest moet worden verwijderd, vindt op aanvraag toekenning in de vorm van sloopkosten plaats.

3 School voor voortgezet onderwijs

3.1 Nieuwbouw De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit: a1.

het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of

a2.

het feit dat de desbetreffende school niet over een voorziening voor lichamelijke oefening beschikt en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter via de kortste route over de openbare weg gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de leerlingen waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig (zullen) zijn.

3.2 Vervangende bouw De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit: a.

het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de levensduurverlenging) en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter via de kortste route over de openbare weg gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

c.

het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de leerlingen waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig zijn.

3.3 Uitbreiding De noodzaak van uitbreiding blijkt uit: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR355006

32/92

12-12-2024, 14:00

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 | Lokale wet- en regelgeving

a.

het feit dat bij de gymnastiekruimte voldoende wasgelegenheid en kleedgelegenheid ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de gymnastiekruimte, en

b.

het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter via de kortste route over de openbare weg gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14948515/1