RIS320850 Verordening nadeelcompensatie Den Haag 2024
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Saskia Bruines Wethouder van Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling Robert van Asten Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Bestuur
DSB/10806936 RIS320850 Contactpersoon
Jarno Kamphuis Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB Algemene Zaken Telefoonnummer
14070 Datum
17 december 2024 Onderwerp
Verordening nadeelcompensatie Den Haag 2024
Geachte voorzitter, Inleiding De overheid kan rechtmatig handelen en toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld doordat de gemeente maatregelen neemt die nuttig en noodzakelijk zijn voor de maatschappij en stad. Deze maatregelen kunnen ook negatieve effecten hebben voor burgers of bedrijven. Wanneer een bedrijf of persoon onevenredig (ongelijk) wordt geraakt door zo’n maatregel, is er de mogelijkheid om nadeelcompensatie aan te vragen. Het gaat dus om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten en om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Met deze brief informeren wij u over de nieuwe Verordening nadeelcompensatie Den Haag 2024. Deze verordening is gebaseerd op de Model Verordening nadeelcompensatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). Inhoudelijk bevat de verordening vooral procedurele bepalingen over hoe de afhandeling van een aanvraag in zijn werk gaat. De specifieke bepalingen die betrekking hebben op de inhoudelijke afhandeling van een aanvraag, worden vastgesteld in beleidsregels voor de specifieke soort aanvraag. Aanleiding Per 1 januari 2024 zijn er belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de regelgeving omtrent nadeelcompensatie, waaronder de inwerkingtreding van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Voorheen waren er twee aparte grondslagen voor nadeelcompensatie: de wettelijk geregelde planschade en schade door andere rechtmatige besluiten of handelingen van de gemeente, gebaseerd op een algemeen rechtsbeginsel dat niet verder in de wet was uitgewerkt. Deze nieuwe verordening stelt de gemeente in staat om aanvullende regels te formuleren met betrekking tot nadeelcompensatie. Tegelijkertijd blijft de ‘Beleidsregel nadeelcompensatie Den Haag 2024’ van toepassing op oude situaties, terwijl planschadegevallen onder het oude recht blijven vallen, onder de oude verordening ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Den Haag’.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10806936
Planschade was specifiek geregeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Dit betrof schade als gevolg van planologische maatregelen, zoals waardevermindering van een onroerende goed of inkomensderving door bijvoorbeeld een projectbesluit of omgevingsvergunning. Daarnaast kon schade ook ontstaan door andere rechtmatige besluiten of handelingen van de gemeente, zoals verkeersbesluiten die de bereikbaarheid van winkels tijdelijk verminderen en daardoor omzetverlies veroorzaken. Voor deze gevallen bestond er echter alleen een grondslag in artikel 3:4 van de Awb. Vanaf 1 januari 2024 is dit veranderd. Er zijn nu twee nieuwe wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie van kracht geworden. De eerste wijziging is de inwerkingtreding van titel 4.5 van de Awb, waarin het ‘algemene nadeelcompensatierecht’ wordt vastgelegd. Dit betekent dat schade die een bestuursorgaan veroorzaakt bij de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, zoals het nemen van besluiten of het uitvoeren van feitelijke maatregelen, nu wettelijk is geregeld. Daarnaast is de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking getreden, die onder andere de Wro vervangt. In afdeling 15.1 van de Ow is een specifieke regeling opgenomen voor nadeelcompensatie in het omgevingsrecht, met aanvullende regels op de Awb.
Deze nieuwe regeling vervangt de oude planschaderegeling in artikel 6.1 van de Wro. Kortom, de nieuwe wetgeving zorgt voor een meer uniforme en uitgebreide aanpak van nadeelcompensatie, waarbij zowel de algemene schade door rechtmatige overheidsbesluiten als de specifieke planologische schade binnen het omgevingsrecht beter is geregeld. Met de nadeelcompensatieverordening is er een duidelijk kader voor verschillende vormen van schade, waardoor de behandeling van planologische schadeverzoeken onderdeel is geworden van deze verordening. De verordening draagt op deze manier bij aan een meer eenduidige behandeling van de schadeverzoeken. Inhoudelijk Vereiste gemeentelijke verordening Per 1 januari 2024 zijn de wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie (titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow) grotendeels uitputtend van opzet. Dit betekent dat de gemeente geen aanvullende regels mag vaststellen die betrekking hebben op hetzelfde onderwerp. Deze nieuwe regelingen bevatten al veel bepalingen voor de afwikkeling van schadeverzoeken, zoals beslistermijnen. Er zijn echter enkele onderwerpen waarover de gemeente wel aanvullende regels kan opstellen in een gemeentelijke verordening. Dit is bijvoorbeeld mogelijk voor de keuze van de heffing van een recht of het instellen van adviescommissies.
Hoewel aanvullende regels niet verplicht zijn, vindt de gemeente het wenselijk en transparant om bepaalde procedurele zaken vast te leggen in een verordening. Hierbij is onder andere de volgende onderwerpen uitgewerkt: • Naast de mogelijkheid om verzoeken ambtelijk of met behulp van een onafhankelijke adviseur af te handelen, kan de gemeente ook een adviescommissie instellen. De verordening specificeert in welke gevallen en in welke vorm deze adviescommissie betrokken wordt bij de afhandeling van schadeverzoeken. Modelverordening nadeelcompensatie De VNG heeft een modelverordening nadeelcompensatie vastgesteld. De modelverordening nadeelcompensatie is tot stand gekomen in samenwerking met een klankbordgroep van vertegenwoordigers van gemeenten, rijk, waterschap en bedrijfsleven. Deze modelverordening vormt de basis voor vaststelling van onze eigen verordening.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10806936
Overgangsrecht In de ‘Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten’ is het overgangsrecht vastgelegd voor nadeelcompensatiezaken volgens titel 4.5 van de Awb. In het kort komt het erop neer dat titel 4.5 alleen geldt voor de nieuwe gevallen. Het tijdstip waarop het schadeveroorzakende besluit bekend is gemaakt of de schadeveroorzakende handeling is verricht (vóór of na inwerkingtreding van titel 4.5), bepaalt of het oude of nieuwe recht van toepassing is. Inzake de Omgevingswet geldt het volgende. Voor schadeveroorzakende besluiten of handelingen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het oude recht van toepassing. Dit oude recht geldt maximaal vijf jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (artikel 4.17 Invoeringswet). Er zijn echter uitzonderingen op deze algemene regel van vijf jaar, die zijn vastgelegd in de artikelen 4.17 tot en met 4.21 van de Invoeringswet. Voor schadeveroorzakende besluiten op basis van de Wro geldt, dat de termijn van vijf jaar begint te lopen vanaf het moment dat besluit wordt genomen, mits: • de procedure voor het besluit is gestart vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en • de procedure is afgerond na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Beleidsregels Zoals aangegeven, worden de inhoudelijke bepalingen over de afhandeling van de aanvraag geregeld in een toepasselijke beleidsregel.
Voor de aanvragers op basis van titel 4.5 van de Awb zullen deze bepalingen gelijkluidend zijn aan de ‘Beleidsregel nadeelcompensatie Den Haag 2024’ die geldt voor aanvragen die vallen onder het oude recht. Procedurele onderwerpen die nu zijn geregeld in de verordening, zoals voorschotten komen niet meer terug in de beleidsregel. Daarnaast is het instellen van een adviescommissie nu op basis van titel 4.5 van de Awb geregeld in de verordening. Hierdoor hoeft een bepaling over deskundigen niet meer te worden opgenomen in de beleidsregel. Deze nieuwe beleidsregel zal naar verwachting direct na de vaststelling van de verordening door het college worden vastgesteld. Voor de duidelijkheid: de huidige beleidsregel blijft van kracht voor aanvragen die onder het oude recht vallen. Alternatieven De afgelopen jaren is het beleid voor nadeelcompensatie binnen de gemeente Den Haag aan verandering onderhevig geweest. Hierover is in meerdere debatten gesproken en zijn diverse moties over aangenomen en verwerkt. Buiten de mogelijkheid voor het instellen van een commissie, zoals hierboven toegelicht is er gekozen om de afgesproken manier van toetsen en afhandelen zo neutraal mogelijk over te nemen in de nieuwe verordening. Hiermee heeft de gemeente Den Haag een ruimhartige maar redelijke vorm van nadeelcompensatie voor de Haagse ondernemers.
De belangrijkste onderwerpen worden hieronder kort toegelicht. Normaal Maatschappelijk Risico (NMR) Een belangrijk uitgangspunt binnen het nadeelcompensatiebeleid is het NMR. Dit begrip bepaalt welk deel van de schade ondernemers zelf moeten dragen, omdat dit wordt gezien als een normaal risico dat hoort bij het ondernemen. Het gaat immers om schade die wordt geleden door rechtmatig overheidshandelen in de uitvoering van een taak waarvoor de overheid verantwoordelijk is.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10806936
Voorheen lag de omzetdrempel voor dit eigen risico vaak hoog, waardoor ondernemers alleen bij zeer aanzienlijke schade recht hadden op compensatie. Onder het nieuwe beleid is de NMR-grens versoepeld en in lijn gebracht met de rechtspraak en andere gemeenten. Het percentage dat als eigen risico geldt, werd oorspronkelijk vastgesteld via een gestaffelde drempel. Op aangeven van de gemeenteraad is dit echter voor Den Haag aangepast. Nu is er eerst een drempel van 8% omzetderving die moet worden overstegen. Vervolgens wordt dan over de totale schade een kortingsregeling toegepast over de totale schade: in het eerste jaar wordt 25% van de schade niet vergoed en in het tweede jaar 12,5%. Het NMR zou kunnen worden aangescherpt door de omzetdrempel te verhogen en de kortingsregeling minder gedifferentieerd te maken. De kortingsregeling wordt toegepast over de totale schade: in het eerste jaar wordt 25% van de schade niet vergoed en in het tweede jaar 12,5%. Hiermee zou kunnen worden teruggekeerd naar een strikter compensatiebeleid waarin ondernemers meer eigen risico dragen, conform het uitgangspunt dat bepaalde risico’s inherent zijn aan het ondernemen. Deze aanscherping zorgt voor lagere financiële lasten voor de gemeente en voorkomt dat eerdere gevallen zich benadeeld voelen.
Tegelijkertijd moet worden gewaakt voor klachten van ondernemers die door de strengere drempels buiten compensatie vallen. Concernbenadering Daarnaast speelt de concernbenadering een rol in de beoordeling van schade. Voor ondernemingen die deel uitmaken van een concern werd gekeken naar een omzetdrempel van 8% van de concernomzet, wat betekent dat ondernemingen alleen in aanmerking komen voor compensatie als hun totale omzetverlies boven deze grens ligt. Op basis van de aangenomen motie ‘Compenseer schade waar deze geleden wordt’ (RIS317280), wordt nu de schade en omzetderving niet meer beoordeeld op het niveau van het gehele concern maar alleen op dat van de individuele vestiging. Dit heeft gevolgen: ondernemers kunnen sneller aanspraak maken op compensatie, wat kan leiden tot hogere uitkeringen. Den Haag is hiermee een uitzondering op andere gemeenten en jurisprudentie, waarbij het hanteren van de concernbenadering de norm is. Hoewel het loslaten van de concernbenadering tot nu toe slechts in één casus is toegepast, waarbij de aanvrager nu wel in aanmerking kwam voor een bedrag van € 128.829,-, toont dit aan dat deze wijziging aanzienlijke financiële en juridische gevolgen kan hebben. De concernbenadering zou kunnen worden heringevoerd, waardoor schade weer wordt beoordeeld op het niveau van het gehele concern in plaats van op de individuele vestiging.
Dit voorkomt dat financieel sterke moederbedrijven nadeelcompensatie kunnen claimen en beperkt strategisch gedrag, zoals het kunstmatig opsplitsen van ondernemingen om in aanmerking te komen voor compensatie. Hoewel deze aanpak betekent dat sommige lokale vestigingen minder snel recht hebben op compensatie, zorgt de focus op de totale economische eenheid voor een consistentere en beter controleerbare toepassing van het nadeelcompensatiebeleid. Gezien het tot nu toe slechts om 1 casus gaat, kiest het college ervoor om nu geen wijziging aan te brengen, maar de komende 2 jaar goed te monitoren wat het (financiële) effect is van het afschaffen van de concernbenadering. Schadejaar Bij de beoordeling van schadeclaims wordt nu flexibeler omgegaan met de looptijd van het schadejaar. Voorheen werd de schade en de drempels beoordeeld per kalenderjaar. Er kan nu ook met een andere ingangsdatum worden gewerkt. Nu kan de beoordeling van de schade worden afgestemd op de specifieke situatie van de ondernemer, bijvoorbeeld door rekening te houden met seizoensgebonden inkomsten of bijzondere omstandigheden.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10806936
Voorheen werd een kalenderjaar gehanteerd, wat ook wel ongunstig uitpakte voor ondernemers met fluctuaties in hun omzet. Wanneer de werkzaamheden starten in halverwege een kalenderjaar en duren tot in het daaropvolgende kalenderjaar wordt de omzetderving gespreid over twee kalenderjaren. Daarnaast kan deze omzetderving juist door bepaalde pieken in de omzet op andere momenten in het kalenderjaar worden gecompenseerd. Beide aspecten maken dat daardoor de omzetderving niet boven de drempel uitkomt. Door deze ruimhartige aanpak wordt een eerlijkere vergelijking mogelijk gemaakt, die beter aansluit bij de werkelijke situatie van de ondernemer. De beoordeling van het schadejaar kan worden gestandaardiseerd door terug te keren naar een strikt kalenderjaar als referentie. Dit maakt het beleid eenvoudiger uitvoerbaar en vermindert administratieve lasten. Het risico van precedentwerking, waarbij ondernemers uitzonderingen eisen, wordt hiermee voorkomen. Hoewel dit nadelig kan zijn voor ondernemers met seizoensgebonden fluctuaties, versterkt het de consistentie van het beleid en voorkomt het een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling. Door niet meer aan te sluiten bij een kalenderjaar wordt een omzetderving niet over meerdere jaren verdeeld, waardoor een omzetdaling de omzetdrempel eerder overstijgt.
Na-ijlperiode De na-ijlperiode – de tijd waarin de gevolgen van werkzaamheden nog merkbaar zijn – wordt nu ruimer toegepast. Waar het binnen de gemeente gebruikelijk was een kortere periode te hanteren, wordt tegenwoordig een na-ijlperiode van 3 tot 6 maanden gehanteerd. Dit sluit aan bij de adviezen van de schadebureaus en de jurisprudentie. Deze verlenging geeft ondernemers meer ruimte om de volledige impact van de schade aan te tonen en biedt voor hen een betere kans op compensatie. De na-ijlperiode kan per aanvraag nader worden bezien en daarbij worden verkort tot het maximaal noodzakelijk. Dit beperkt de periode waarover claims kunnen worden ingediend en voorkomt langdurige aansprakelijkheid voor de gemeente. De strengere termijn kan ondernemers minder tijd geven om schade volledig in kaart te brengen, maar biedt tegelijkertijd meer rechtszekerheid door duidelijke grenzen te stellen aan het moment waarover een claim kan worden ingediend. In het verleden werd wel een na-ijlperiode van een maand gehanteerd. Op dit moment wordt, op basis van advies van onze deskundigen (schadebureaus) en de lijn in de jurisprudentie, een termijn van 3 tot 6 maanden gehanteerd. Voorzienbaarheid van schade / actieve risicoaanvaarding Het criterium van voorzienbaarheid, dat bepaalt of schade verwacht had kunnen worden en dus niet gecompenseerd wordt, is versoepeld.
Voorheen werd aangesloten bij een eerste moment waaruit de uitvoering van de schadeveroorzakende werkzaamheden konden worden afgeleid, wat het recht op compensatie beperkte tot alle reeds rondom de schadelocatie gevestigde aanvragers op dat moment. Tegenwoordig wordt dit anders uitgelegd, waardoor ondernemers minder snel worden uitgesloten van nadeelcompensatie, zelfs als bepaalde risico’s in theorie bekend hadden kunnen zijn. Zo is de keuze gemaakt om bijvoorbeeld niet aan te sluiten bij een coalitieakkoord als peildatum voor het moment van voorzienbaarheid, terwijl dit vanuit juridisch oogpunt wel mogelijk is. Het criterium van voorzienbaarheid kan worden aangescherpt door terug te keren naar de eerdere strengere interpretatie, waarin ondernemers sneller worden geacht bepaalde risico’s te hebben voorzien. Dit kan door als peildatum te hanteren het eerste moment van voorzienbaarheid dat vanuit juridisch oogpunt mogelijk is. Dit bevordert eigen verantwoordelijkheid bij ondernemers en vermindert het aantal claims. Hoewel dit striktere beleid voor sommige ondernemers nadelig kan zijn, zorgt het voor meer consistentie en voorkomt het onbedoelde financiële en juridische lasten voor de gemeente.
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10806936
Actieve voorlichting en informatievoorziening De gemeente heeft geïnvesteerd in betere voorlichting aan ondernemers. Op het Ondernemersplein zijn folders beschikbaar die het proces van nadeelcompensatie uitleggen, en het team Nadeelcompensatie informeert ondernemers in sommige situaties op verzoek van het college proactief over hun mogelijkheden. Daarnaast biedt de website heldere instructies en praktische tips voor het indienen van een aanvraag. De mate van actieve voorlichting zou kunnen worden beperkt, waardoor de gemeente enkel op aanvraag informatie verstrekt over de mogelijkheden van nadeelcompensatie. Dit verlaagt de werkdruk voor gemeentelijke medewerkers en minimaliseert het risico van strategisch gedrag door ondernemers. Hoewel de toegankelijkheid van het proces hiermee afneemt, blijft de rechtszekerheid gewaarborgd zolang de informatie volledig en consistent wordt verstrekt via gestandaardiseerde kanalen, zoals de website. Griffierecht van € 300,Met het vaststellen van de Verordening nadeelcompensatie 2024 is een mogelijke maatregel om de toename van nadeelcompensatieaanvragen te beheersen, de invoering van een griffierecht van € 300,(wettelijk is maximaal € 500,- mogelijk). Dit zou betekenen dat ondernemers een bedrag moeten betalen om een claim in behandeling te laten nemen.
Bij een toekenning van nadeelcompensatie krijgt een aanvrager dit bedrag overigens weer terug. Het doel van deze maatregel is dat bagatelschades en aanvragen van aanvragers die het gewoon proberen, buiten de deur kunnen worden gehouden. Een belangrijk voordeel is dat het een drempelwaarde creëert, waardoor ondernemers minder snel lichtvaardig een aanvraag indienen. Het helpt om claims te filteren en zorgt ervoor dat alleen serieuze gevallen worden behandeld. Bovendien sluit dit aan bij de aanpak bij planschadeprocedures, waar ook € 300,- griffierecht wordt gehanteerd. Tegenover deze voordelen staan ook nadelen. Het invoeren van griffierecht kan worden gezien als een beperking voor ondernemers, die juist ruimte nodig hebben om hun schade te verhalen. Met name kleinere ondernemers kunnen het griffierecht als een extra last ervaren, wat tot kritiek op de gemeente kan leiden. Daarnaast bestaat het risico dat griffierecht wordt gezien als een obstakel voor ondernemers dat bovendien het recht op compensatie onterecht belemmert. Bij aanvragen voor planschade was dit in de oude situatie bij de gemeente Den Haag € 300,- per aanvraag, bij aanvragen voor nadeelcompensatie was dit niet van toepassing. In de voorliggende verordening die voor beide geldig is hebben we ervoor gekozen om geen griffierecht te heffen.
Voor nadeelcompensatie is dit geen verandering, voor planschade betekent dit een kleine inkomstenderving. Resumerend De nieuwe Verordening nadeelcompensatie Den Haag 2024 is opgesteld naar aanleiding van belangrijke wijzigingen in de wetgeving, waaronder de invoering van titel 4.5 van de Awb en de Ow. Deze wijzigingen vereisen dat de regelgeving voor nadeelcompensatie wordt geactualiseerd en vastgelegd in een nieuwe verordening. De verordening zorgt voor een duidelijk kader, waarin zowel algemene schade door rechtmatige overheidsbesluiten als specifieke planologische schade wordt geregeld. Hiermee wordt een meer uniforme en uitgebreide aanpak van nadeelcompensatie beoogd, wat bijdraagt aan een eenduidige behandeling van schadeverzoeken. Een van de belangrijkste veranderingen in de nieuwe verordening is het stoppen met het heffen van een griffierecht van € 300,- voor het indienen van een schadeverzoek in planologische procedures, in lijn met de regeling voor nadeelcompensatie.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10806936
Daarnaast biedt de verordening de mogelijkheid om een adviescommissie in te stellen, die kan worden betrokken bij de afhandeling van deze verzoeken. Ook wordt de aanvraag van een voorschot geregeld in de verordening. Verder heeft het college ervoor gekozen om de huidige regelgeving zo neutraal mogelijk over te nemen. Door deze procedurele zaken in de verordening vast te leggen, wil de gemeente meer duidelijkheid en transparantie bieden aan aanvragers. De verordening is gebaseerd op de Modelverordening nadeelcompensatie van de VNG. Met vriendelijke groet, de wethouder van Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling Saskia Bruines de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Robert van Asten
7/7