CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320829 Bijlage Geactualiseerde Aeriusberekening tbv bestemmingsplan Slachthuislaan/Neherkade

Commissie Ruimte 11 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stikstofdepositieonderzoek

Woontoren Slachthuislaan

projectnummer 0454356.100 definitief revisie 0.3 2 december 2024

www.anteagroup.nl

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 definitief revisie 0.3 2 december 2024

Auteur(s) J.D. Lansink

Opdrachtgever MS Invest I B.V. Vondelstraat 198 2513 GA 's-Gravenhage

datum 2 december 2024

beschrijving update i.v.m. nieuwe versie Aerius

vrijgave TvdH

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2

Aanleiding Leeswijzer

4 5

2.

Wettelijk kader

6

2.1 2.2 2.3 2.4

Wet natuurbescherming Onderzoek naar significante gevolgen Toetsing stikstofdepositie Rekenprogramma AERIUS calculator

6 6 6 6

3.

Uitgangspunten AERIUS-Berekening

7

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1

Uitgangspunten bouwfase Vervoersbewegingen Koude start Mobiele werktuigen Stilstaande vrachtwagens met stationair draaiende motor Uitgangspunten gebruiksfase Koude start

7 7 8 8 9 10 10

4.

Conclusie

11

4.1 4.2 4.3

Resultaat AERIUS-berekening bouwfase Resultaat AERIUS-berekening gebruiksfase Conclusie

11 11 11

Bijlage 1 AERIUS-berekening bouwfase

12

Bijlage 2 AERIUS-berekening gebruiksfase

13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding Aan de Slachthuislaan te Den Haag bestaat het voornemen om woningbouw te ontwikkelen. Deze ontwikkeling betreft een appartementencomplex bestaand met verschillende woonoppervlakten en parkeervoorzieningen. In figuur 1.1 is de bouwlocatie in haar omgeving weergegeven.

Figuur 1.1 ligging van de locatie in haar omgeving [bron: gisconnect.anteagroup]

De bouwfase en gebruiksfase van deze woontoren hebben mogelijk invloed op de emissies van de voor stikstofdepositie relevante stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3) wat in potentie kan leiden tot verzuring en vermesting in Natura 2000-gebieden. Op grond van de Wet natuurbescherming (verder te noemen: Wnb) is het verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (art. 2.7 Wnb). Derhalve zijn in dit onderzoek de stikstofemitterende activiteiten nader uitgewerkt en is de stikstofdepositie berekend. Voor de beeldvorming is de ligging van de inrichting ten opzichte van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden weergegeven in figuur 1.2 op navolgende pagina van dit rapport.

blad 4 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

Figuur 1.2 ligging van de locatie ten opzcihte van omliggende Natura 2000-gebieden [bron: AERIUS Calculator]

De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen betreffen Westduinpark & Wapendal gelegen op een afstand van circa 4,4 kilometer van de projectlocatie en Meijendel & Berkheide gelegen op een afstand van circa 5,0 kilometer van de projectlocatie.

1.2

Leeswijzer De opbouw van deze rapportage is als volgt: hoofdstuk 2: het wettelijk kader; hoofdstuk 3: uitgangspunten stikstofdepositie berekening voor de bouwfase en de gebruiksfase; hoofdstuk 4: toelichting resultaten inclusief conclusie; bijlagen; AERIUS-berekening bouw- en gebruiksfase.

blad 5 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

2.

Wettelijk kader Binnen de Europese Unie worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn die in Nederland zijn doorvertaald in de Wnb. Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behoudsof uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn.

2.1

Wet natuurbescherming Het onderdeel gebiedsbescherming binnen de Wnb natuurbescherming biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden. Het kan daarbij zowel activiteiten binnen als buiten het betreffende Natura 2000-gebied betreffen. Het regime voor Natura 2000 kent een zogenaamde externe werking, waardoor ook moet worden bezien of activiteiten buiten het Natura 2000-gebied negatieve effecten kunnen hebben op de daarvoor vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen. Het is verplicht om projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een significant gevolg kan hebben voor een Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb).

2.2

Onderzoek naar significante gevolgen Bij projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase (voortoets) onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000gebied kan hebben. Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze laatste analyse heet een ‘passende beoordeling’. Wanneer uit de passende beoordeling (bijvoorbeeld na het nemen van maatregelen, extern salderen of ecologisch beoordelen) alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg.

2.3

Toetsing stikstofdepositie Als een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (> 0,00 mol N per hectare per jaar), dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Het project is dan vanwege stikstofdepositie niet vergunningplichtig op grond van de Wnb. Als een ontwikkeling op zichzelf leidt tot een toename van stikstofdepositie, maar vergeleken met de referentiesituatie er geen toename is van stikstofdepositie, zijn er eveneens geen significante gevolgen voor Natura 2000gebieden en is ook dan het project niet vergunningplichtig. In de twee genoemde situaties staat de Wnb besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) dan niet in de weg.

2.4

Rekenprogramma AERIUS calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2024). Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Op basis van de invoer bepaalt het rekenprogramma AERIUS Calculator zelf de correcte berekening van de bijdrage ten opzichte van de referentiesituatie, indien aanwezig. Tevens bepaalt zij zelf de rekenpunten binnen de Nederlandse Natura 2000gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats.

blad 6 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

3.

Uitgangspunten AERIUS-Berekening In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten van de AERIUS-berekeningen beschreven. Er is daarbij sprake van 2 achtereenvolgende fases die in beeld zijn gebracht en berekend: Bouwfase; Gebruiksfase. De bouwfase is tijdelijk en vindt plaats gedurende circa 2 jaar. Na oplevering volgt de gebruiksfase. In onderstaande paragrafen zijn de uitgangspunten met betrekking tot de modellering van de stikstofemissiebronnen in AERIUS beschreven. De berekening is uitgevoerd in het AERIUS model calculator versie 2024.0.1. Voor het rekenjaar is 2025 aangehouden voor zowel de bouw- als de gebruiksfase omdat dit rekenjaar het eerst mogelijk jaar van besluitvorming is.

3.1

Uitgangspunten bouwfase Tijdens de bouw van de nieuwe woontoren is er sprake van een tijdelijke NOx- en NH3-emissies afkomstig van de bouwplaats als gevolg van de inzet van mobiele werktuigen alsmede vervoersbewegingen van aan- en afvoer van materiaal, materieel en personen. In de navolgende paragrafen zijn de uitgangspunten met betrekking tot de modellering van de emissiebronnen in de bouwfase beschreven.

3.1.1

Vervoersbewegingen Als gevolg van de bouwfase vinden vervoersbewegingen naar de locatie plaats. In onderstaande tabel zijn de vervoersaantallen en -bewegingen per type motorvoertuig weergegeven. Tabel 3.1: Vervoersaantallen en -bewegingen Vervoersaantallen

Vervoersbewegingen [#/jaar]

Licht verkeer

25.250

50.500

Zwaar vrachtverkeer

300

600

Modellering Het verkeer is gemodelleerd als lijnbron binnen de bronsector ‘Wegverkeer’. Voor het verkeer op het terrein van de projectlocatie is het wegtype ‘Binnen bebouwde kom’ met 100% stagnatie aangehouden. Hiermee komen de emissiefactoren overeen met het snelheidstype ‘stagnerend stadsverkeer’ wat leidt tot een berekening met de hoogste emissiefactoren. Hierdoor wordt rekening gehouden met het manoeuvreren van het verkeer en het laden- en lossen van vrachtwagens op het terrein van de inrichting. Voor het verkeer buiten het terrein van de inrichting is het wegtype ‘Binnen de bebouwde kom’ aangehouden. Het verkeer buiten de inrichting is gemodelleerd vanaf het terrein aan de Neherkade in noordoostelijke of zuidwestelijke richting rijden. De verkeersbewegingen zijn meegenomen tot de rotonde bij de Leeghwaterplein in noordoostelijke richting en tot de rotonde bij Middachtenweg in zuidwestelijke richting. Uitgangspunt is dat het verkeer bij het bereiken van deze twee rotondes is verdund tot enkele procenten van het overige verkeer op dat betreffende wegvlak en daarmee opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

blad 7 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

3.1.2

Koude start Voertuigen die koud opstarten, brengen verhoogde emissies met zich mee omdat de daarvoor bedoelde katalysator nog niet werkt vanwege lagere temperaturen. Deze verhoogde emissies kunnen een significant aandeel zijn van emissies van wegverkeer. De koude start dient in AERIUS Calculator gemodelleerd te worden als het voertuig in kwestie langer dan 2 uur stilgestaan heeft alvorens de motor wordt gestart om te gaan rijden. Uitgangspunt is dat 100% van het lichte verkeer op locatie een koude start doormaakt. Dit betreft voornamelijk personeel dat na aankomst gedurende de hele werkdag op locatie blijft. Het zwaar vrachtverkeer is normaliter binnen 2 uur weg. Dit verkeer betreft vrachtwagens welke komen laden en lossen. Als “worst case” benadering is aangenomen dat circa 10% van alle vrachtwagens wel een koude start doormaken. Deze 10% betreft incidentele situaties waarin vrachtwagens door omstandigheden langer dan 2 uur aanwezig zijn op het terrein. In tabel 3.2 zijn de koude starts in totaliteit verdeeld naar licht en zwaar verkeer ten behoeve van de realisatiefase weergegeven. De koude start-emissies zijn gemodelleerd als lijnbron op het terrein met als sectorgroep ‘verkeer’ en sector ‘koude start: overig’.

3.1.3

Tabel 3.2 Koude starts ten behoeve van de bouwfase Type verkeer

Koude starts/jaar

Licht verkeer

25.250

Zwaar vrachtverkeer

30

Mobiele werktuigen Voor de emissieberekening van mobiele werktuigen in AERIUS moeten de volgende gegevens worden ingevoerd: Stage- en vermogensklasse; Totaal brandstofverbruik [liter/jaar] Totaal aantal draaiuren [uur/jaar] Totaal AdBlue verbruik [liter/jaar] De stage- en vermogensklasse van de verschillende mobiele voertuigen zijn gebaseerd op de aangeleverde gegevens van de opdrachtgever. Voor het bepalen van het brandstofverbruik is gebruik gemaakt van de TNO-Excelsheet welke beschikbaar is gesteld op de AERIUS-website waarin het gemiddelde brandstofverbruik voor mobiele werktuigen is opgenomen voor bepaalde vermogens en bouwjaren. Het brandstofverbruik is tevens afhankelijk van het belastingpercentage welke eveneens voor de verschillende mobiele werktuigen is verkregen via de TNOpublicatie1. Voor sommige mobiele werktuigen is er sprake van de toepassing van een Selective Catalytic Reduction (SCR) als NOx-emissie reducerende technologie. Bij een SCR wordt gebruik gemaakt van AdBlue dat een oplossing van ureum betreft. Het ureum wordt omgezet in ammoniak (NH3), wat met NOx reageert. Doordat niet alle NH3 reageert met NOx, treedt een restemissie van NH3 op. Wanneer wordt aangegeven dat er sprake is van een AdBlue verbruik2, wordt rekening gehouden met deze NH3-restemissie.

1 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele

werktuigen 2 Voor de mobiele werktuigen die voldoen aan Stage III en de bijbehorende vermogensklasse is een AdBlue verbruik 6% van toepassing.

blad 8 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

In tabel 3.2 zin de gegevens die in AERIUS zijn ingevoerd weergegeven. Tabel 3.3: Brongegevens van de mobiele werktuigen Mobiel Aantal Draaiuren Belasting werktuig [uur/jaar] [%]

Stage klasse

Bouwjaar

Vermogen [kW]

Brandstofverbruik [l/jaar]

AdBlue verbruik [l/jaar]

Shovel

1

480

36,70

Stage-IV

2015

215

10.566

739

Heistelling

1

480

36,70

Stage-IV

2015

150

7.450

521

Aggregaat

1

480

25,30

Stage-IV

2015

100

3.614

252

Mobiele kraan

1

280

38,00

Stage-IV

2015

280

8.250

577

Autolaadkraan

1

288

38,00

Stage-IV

2015

280

8.440

590

De NOX- en NH3-emissies van de mobiele werktuigen zijn vervolgens in AERIUS bepaald met behulp van de bronsector ‘Mobiele werktuigen’ waarbij NOx- en NH3-emissies automatisch worden berekend door het invoeren van de Stage-klasse, het brandstofverbruik en het aantal draaiuren. Alle mobiele werktuigen zijn als een vlakbron gemodelleerd over het terrein van de inrichting op de locatie waar deze zich begeven ten behoeve van de bouwfase. De standaard bronmerken voor mobiele werktuigen in AERIUS zijn aangehouden.

3.1.4

Stilstaande vrachtwagens met stationair draaiende motor In het model is tevens rekening gehouden met de emissie van stilstaande vrachtvoertuigen met een draaiende motor. Er vinden bijvoorbeeld emissies plaats bij het laden en lossen van materiaal en materieel vanuit vrachtvoertuigen. Uitgangspunt is dat het laden en lossen gemiddeld 10 minuten per vrachtvoertuig bedraagt waardoor de totale emissieduur neerkomt op (300/6 =) 50 uur. Voor het berekenen van de emissie van de stationair draaiende voertuigen wordt gebruik gemaakt van de formule:

EF EF_stationair Tijd_stationair

= = =

𝐸𝐹=𝐸𝐹𝑠𝑡𝑎𝑡𝑖𝑜𝑛𝑎𝑖𝑟∗𝑇𝑖𝑗𝑑𝑠𝑡𝑎𝑡𝑖𝑜𝑛𝑎𝑖𝑟/1.000

Emissie als gevolg van stationair draaien [kg/jaar] Emissiefactor [g/uur] Tijdsduur dat het voertuig stationair draait [uren/jaar]

Voor de emissiefactoren is gebruik gemaakt van de waarden die zijn opgenomen in een Excelsheet die beschikbaar wordt gesteld op de BIJ12-website3. Gerekend is met de emissiefactoren voor het jaar 2025. De NOx- en NH3-emissieberekening voor de stationair draaiende vrachtvoertuigen is opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.4: NOx- en NH3-emissieberekening stationair draaiende vrachtvoertuigen Emissiefactor Tidsduur stationair draaien [g/uur] [uren/jaar]

Emissie [kg/jaar]

NOx-emissie

92,4864

50

4.62

NH3-emissie

0,8976

50

0,045

De NOx- en NH3-emissies van de stationair draaiende vrachtvoertuigen zijn gemodelleerd als puntbron in de bronsector ‘Anders’. Volgens de BIJ12 Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer kunnen voor de bronkenmerken (uittreedhoogte, warmte-inhoud en temporele variatie) de standaard ingevulde waarden worden aangehouden.

3 Vraag 10 Hoe kan ik stationaire emissies van wegverkeer meenemen in een AERIUS berekening ? onder ‘AERIUS’ op de

Veelgestelde vragen pagina van de BIJ12-website.

blad 9 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

3.2

Uitgangspunten gebruiksfase In de gebruiksfase is in het geval van een (gasloos) appartementencomplex enkel sprake van extra vervoersbewegingen van en naar de locatie door bewoners en bezoekers. Het gaat in dit geval om 220 appartementen. Hierbij wordt uitgegaan van gemiddeld 1,8 voertuigbewegingen met lichte voertuigen en 0,02 middelzware voertuigen per appartement per dag4. Op jaarbasis resulteert dit in een totaal van (365 x 220 x 1,8 =) 144.540 bewegingen met lichte voertuigen en (365 x 220 x 0,02 =) 1.606 middelzware voertuigen. Het verkeer in de gebruiksfase is op dezelfde wijze gemodelleerd als de bouwfase, namelijk lijnbronnen (sector ‘Wegverkeer) met wegtype ‘Binnen bebouwde kom’. Ook is aangenomen dat de motorvoertuigen vanaf het terrein aan de Neherkade in noordoostelijke of zuidwestelijke richting rijden. De verkeersbewegingen zijn meegenomen tot de rotonde bij de Leeghwaterplein in noordoostelijke richting en tot de rotonde bij Middachtenweg in zuidwestelijke richting. Uitgangspunt is dat het verkeer bij deze rotondes is opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. Ook voor de gebruiksfase is (worst-case) het rekenjaar 2025 aangehouden hoewel die fase pas over enkele jaren gereed/operationeel is.

3.2.1

Koude start Net zoals in de bouwfase geldt voor de gebruiksfase eveneens dat er rekening gehouden moet worden met koude startemissies voor zowel licht verkeer als middelzwaar vrachtverkeer. Tabel 3.5 Koudestart ten behoeven van de gebruiksfase Type verkeer

Koude starts/jaar

Licht verkeer

72.270

Middelzwaar vrachtverkeer

803

Ervan uitgegaan wordt dat 100% van zowel het lichte verkeer als het middelzware vrachtverkeer een koude start zal meemaken.

4 CROW publicatie 317: tabel 3 – Centrum-stedelijk met hoge dichtheid.

blad 10 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

4.

Conclusie Door de activiteiten van de bouw- en gebruiksfase van de woontoren is sprake van activiteiten die invloed hebben op de voor stikstofdepositie relevante emissies stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Het effect van deze activiteiten op stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden is in kaart gebracht middels een berekening in AERIUS Calculator.

4.1

Resultaat AERIUS-berekening bouwfase De invoergegevens en het resultaat van de berekening voor de bouwfase zijn vastgesteld in een pdf-bestand met het kenmerk S6dEeKCqNZeP dat is opgenomen als bijlage 1 van dit rapport. Uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een bijdrage in stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar.

4.2

Resultaat AERIUS-berekening gebruiksfase De invoergegevens en het resultaat van de berekening voor de gebruiksfase zijn vastgesteld in een pdf-bestand met het kenmerk RtFLsHQVbj7d welke is opgenomen als bijlage 2 van dit onderzoek. Uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een bijdrage in stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar.

4.3

Conclusie Bij zowel de bouw- als de gebruiksfase is er geen sprake van een toename in stikstofdepositie op Natura 2000gebieden van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar. Hiermee kunnen significante gevolgen op Natura 2000gebieden worden uitgesloten en hoeft geen vergunning op grond van de Wnb te worden aangevraagd. Hieruit volgt voorts dat het aspect ‘stikstofdepositie’ geen belemmering vormt voor verdere besluitvorming.

blad 11 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

Bijlage 1 AERIUS-berekening bouwfase Kenmerk: S6dEeKCqNZeP

blad 12 van 13

Stikstofdepositie-onderzoek Woontoren Slachthuislaan projectnummer 0454356.100 2 december 2024 revisie 0.3 MS Invest I B.V.

Bijlage 2 AERIUS-berekening gebruiksfase Kenmerk: RtFLsHQVbj7d

blad 13 van 13

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1700 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14914518/2