RIS320805 Bijlage Halfjaarrapportage 2024 Wmo
Tekst van het document
Halfjaarrapportage 2024
Inhoud Voorwoord .............................................................................................................................................. 3 1. Wmo in de wijk ................................................................................................................................... 4 1.1 Informele zorg (vrijwilligerswerk en mantelzorg) ......................................................................... 4 1.2. Seniorvriendelijke stad ................................................................................................................. 5 1.3. Haags Ontmoeten ........................................................................................................................ 6 1.4. Eenzaamheid (sociale verbondenheid) ........................................................................................ 8 1.5. Subsidieregeling samen sociaal en vitaal Den Haag .................................................................... 8 1.6. Sociale Kaart Den Haag ................................................................................................................ 9 2. Wmo in en om eigen huis ................................................................................................................. 10 2.1.
Informatievoorziening................................................................................................................ 10 2.2. Wmo-meldingen ........................................................................................................................ 11 2.3. Regisseurs Sociaal Domein-OCW ............................................................................................... 12 2.4. Verdeling afgehandelde Wmo-meldingen ................................................................................. 12 2.5. Spreiding doorlooptijden ........................................................................................................... 12 2.6. Werkvoorraad ............................................................................................................................ 13 2.7. Trend Wmo-maatwerkarrangementen ..................................................................................... 14 2.8. Intensiteiten per resultaatgebied .............................................................................................. 14 2.9. Gemiddelde prijs per maatwerkvoorziening ........................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.10. Looptijd indicaties .................................................................................................................... 16 2.11.
Persoonsgebonden budget (pgb)............................................................................................. 17 2.12. Soepele overgang van Jeugdwet naar Wmo............................................................................ 17 2.13. Vervoersvoorzieningen ............................................................................................................ 18 2.14. Ritten en klachten AV070 ........................................................................................................ 19 2.15. Hulpmiddelen en woningaanpassingen ................................................................................... 19 3. Wmo met verblijf .............................................................................................................................. 21 3.1. Beschermd en begeleid wonen.................................................................................................. 21 3.2. Wachtlijst beschermd wonen .................................................................................................... 21 3.3. Maatschappelijke opvang .......................................................................................................... 21 4. Cliëntervaringen en -signalen bij Wmo ............................................................................................. 22 4.1.
Klanttevredenheid ................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.2. Klachten Wmo............................................................................................................................ 23 4.3. Klachten verdeeld naar behoorlijkheidsnorm ........................................................................... 23 4.4. Bezwaren Wmo .....................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.5 Misbruik en oneigenlijk gebruik .................................................................................................. 24
2 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
Voorwoord Inleiding Voor u ligt de Halfjaarrapportage 2024 Wmo. Hierin wordt inhoudelijk verslag gedaan van de behaalde resultaten in de eerste helft van 2024. Voor de financiële informatie wordt zoals gebruikelijk verwezen naar andere stukken. Bijvoorbeeld de Programmarekening 2023 (RIS318640), de Voorjaarsnota 2024 en 4maandrappportage 2024 (RIS319191), en de Programmabegroting 2025-2028 (RIS319799). Wmo is… De wettelijke opdracht aan gemeenten om maatschappelijke ondersteuning te bieden is breed. Dat gaat over het bevorderen van sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, toegankelijkheid van voorzieningen, veiligheid, leefbaarheid en het bestrijden van huiselijk geweld (art. 1.1.1 lid 1 Wmo). En ook over het ondersteunen van zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of psychische of psychosociale problemen (lid 2), en beschermd wonen en opvang (lid 3). Wmo is dus méér dan geïndiceerde maatwerkvoorzieningen alléén. Ook onderwerpen zoals welzijn in de wijk, huiselijk geweld, beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn onderdeel van de Wmo. Indeling rapportage Deze rapportage heeft de volgende indeling: 1. Wmo in de wijk; 2. Wmo in en om eigen huis; 3. Wmo met verblijf; 4. Cliëntervaringen in de Wmo. Informatie over de demografische gegevens van de stad zijn o.a.
te lezen in de Ouderenmonitor 2023 (RIS316022) en de Jaarrapportage 2023 Wmo (RIS318838).
Figuur: Schematische opbouw van deze halfjaarrapportage Wmo
3 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
1. Wmo in de wijk 1.1. Informele zorg (vrijwilligerswerk en mantelzorg) Mantelzorgers en vrijwilligers vormen een onmisbaar onderdeel van de Haagse samenleving. Of het nu gaat om het begeleiden van senioren bij het doen van boodschappen, of een jongere die naast een drukke studie zorgdraagt voor zijn chronisch zieke moeder, ze zetten zich belangeloos in voor een ander. In de eerste helft van 2024 zijn de volgende resultaten bereikt: • De nieuwe Actielijn Informele Zorg 2024-2026 (RIS317706) verscheen in februari 2024, met daarin de laatste trends, ontwikkelingen en het nieuwste beleid op het gebied van mantelzorg en vrijwilligerswerk. • Als onderdeel van de Actielijn Informele Zorg 2024-2026 (RIS317706) bekeek de gemeente de behoefte op het gebied van een startup-fonds voor nieuw te vormen vrijwilligersorganisaties. De gemeente sprak over dit concept met PEP Den Haag, een aantal stadsdelen en in reguliere afstemming met de andere G4gemeenten. Hieruit blijkt dat op dit moment geen behoefte bestaat aan specifiek een startupfonds, en dat deze kosten al voldoende gedekt worden door bestaande financieringsbronnen. De gemeente blijft, als onderdeel van de actielijn, in gesprek met belanghebbenden over wat vrijwilligersorganisaties nodig hebben voor optimale ondersteuning.
• Uit een rondvraag bleek een teruglopende bekendheid van de ‘Haagse Polis’, en verwarring met de Haagse zorgverzekering voor minima van VGZ. In reactie hierop heeft de verzekering een nieuwe begrijpelijke naam gekregen: De verzekering voor Haagse vrijwilligers en mantelzorgers. Daarnaast zijn alle online en offline communicatie-uitingen rondom deze verzekering vanuit de gemeente geactualiseerd, zowel in het Nederlands als Engels. • Vanaf maart 2024 is samen met de gemeentelijke afdeling P&O een nieuwe gemeentelijke regeling (op proef) gestart waarbij medewerkers van de gemeente Den Haag (die onder de CAO-gemeenten vallen) onder voorwaarden vrijwilligerswerk onder werktijd mogen verrichten. Zo hebben medewerkers van de gemeente van 1 maart tot en met 31 juni 2024 zich tijdens werktijd voor maar liefst totaal 354 uur vrijwillig ingezet voor de stad Den Haag. • Op 5 maart 2024 vond de eerste brede netwerkbijeenkomst ‘versterking mantelzorg’ plaats, georganiseerd door PEP, Platform Mantelzorgbelang Den Haag en de gemeente. Informele partners en zorgorganisaties waarvoor mantelzorg een belangrijk thema is, waren uitgenodigd. Ongeveer 60 organisaties namen hieraan deel. Met elkaar is onder andere gesproken over het versterken van de ondersteuning voor mantelzorgers, respijtzorg, het waarderingsprogramma en de samenwerking tussen formele en informele zorg.
Ook is het belang benadrukt van het geven van betere bekendheid aan ondersteuningsmogelijkheden voor mantelzorgers. Eind 2024 komt als vervolg een tweede bijeenkomst. • In het kader van de week van de jonge mantelzorger heeft de gemeente samen met de Haagse Hogeschool zich ingezet voor het vergroten van aandacht voor mantelzorg onder de studenten van de Haagse Hogeschool. Bij een vragenlijst onder 406 studenten gaf 21% aan zorg te dragen voor een naaste, waarvan 50% dit meer dan 4 uur per week doet. De doelgroep ‘jonge mantelzorgers’ is een complexe doelgroep, die tevens lastig bereikbaar blijkt met reguliere ondersteuning. • Per 1 april 2024 biedt de gemeente Den Haag logeeropvang voor mantelzorgontvangers in logeerhuis De Buren in Rotterdam. Voor deze vorm van logeren is geen aanvullende verzekering, een CIZ-indicatie of een Wmo-melding nodig. Logeeropvang is al vanuit de maatwerkarrangementen mogelijk, hiervoor is wel een indicatie nodig. Met dit logeeraanbod kunnen mantelzorgers hun zorgtaken tijdelijk overdragen, waardoor zij worden ontlast en tijd voor zichzelf hebben. En de mantelzorgontvangers verblijven op een mooie en comfortabele locatie.
Ondersteuning van maatschappelijke (vrijwilligers)organisaties Om een fijne en veilige omgeving te realiseren waarin vrijwilligers iets doen voor een ander, is het nodig dat vrijwilligersorganisaties de juiste kennis en kunde hebben om deze randvoorwaarden te kunnen bieden. In de eerste helft van 2024 heeft PEP Den Haag zich hierbij weer ingezet voor de ondersteuning van maatschappelijke initiatieven. PEP biedt Haagse maatschappelijke organisaties kosteloos advies, ondersteuning en training op de thema’s vrijwilligerswerk, emancipatie/diversiteit en mantelzorg. Dat doet zij met haar
4 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
accounthouders in de acht stadsdelen. PEP bereikte in de eerste helft van 2024 de volgende resultaten bereikt: • PEP heeft in de helft van 2024 circa 650 keer advies en ondersteuning aan maatschappelijke organisaties geboden. In 135 gevallen betrof het organisaties die voor het eerst van de dienstverlening van PEP gebruik maakten. • De top drie van onderwerpen die aan bod komen zijn financiën (ondersteuning bij subsidie- en fondsaanvragen), bestuur en beleid (o.a. inzake wet- en regelgeving en vergroten van bestuurlijke kennis) en vrijwilligers (het vinden van en het begeleiden). • Aan 22 bewonersorganisaties is in het eerste halfjaar ondersteuning geboden, op een breed scala aan onderwerpen. Dit ging onder meer over interne bestuurlijke vraagstukken, het benutten van Social Return On Investment (SROI), hulp bij het werven van vrijwilligers en bestuursleden en ondersteuning bij subsidieaanvragen en -verantwoording. • In de eerste helft van 2024 zijn 14 organisaties door PEP met een keurmerk gecertificeerd op het gebied van goed vrijwilligersbeleid. • PEP biedt via de Den Haag Doet Academie trainingen en workshops voor Haagse vrijwilligers, mantelzorgers, vrijwillige bestuurders en coördinatoren. 69 trainingen van PEP trokken 1.017 deelnemers en een gemiddeld tevredenheidscijfer van 8,2. In de eerste helft van het jaar hebben 19 externe aanbieders 138 trainingen geplaatst.
• Direct via de online vacatureplatforms van PEP (Den Haag Doet en Volunteer The Hague) kwamen tot en met juni 2024 minimaal 1.918 matches (eerste helft 2023: 1.725) tussen aspirant-vrijwilligers en vrijwilligersvacatures van vrijwilligersorganisaties tot stand. • In mei 2024 organiseerde PEP een stedelijke vrijwilligersmarkt in Amare om de (inter)nationale inwoners van Den Haag te enthousiasmeren voor vrijwilligerswerk. Ruim 100 maatschappelijke organisaties haalden daar bijna 3.000 aanknopingspunten op voor potentiële vrijwilligers.
1.2. Seniorvriendelijke stad Het college zet zich met het actieprogramma ‘Seniorvriendelijk Den Haag’ (RIS307178) in voor Haagse senioren. Het college maakt het met dit actieprogramma voor senioren mogelijk om op hun eigen manier mee te kunnen blijven doen en van betekenis te zijn voor de stad. In de eerste helft van 2024 zijn de volgende resultaten bereikt: • De Raad is geïnformeerd over de richting voor de doorontwikkeling van het beleid Seniorvriendelijke Stad. Op 17 januari 2024 was een werkbespreking over de toekomst van het Haags ouderenbeleid met de commissie Samenleving. Hierbij spraken diverse professionals en ervaringsdeskundigen over onderwerpen zoals preventie, zorg en ondersteuning en wonen. Naar aanleiding van de werkbespreking is een overzicht met de Raad gedeeld van de verschillende gemeentelijke aanpakken die inzetten op de vergrijzing en de richting voor doorontwikkeling van het programma Seniorvriendelijke stad (RIS319240). • Op 15 mei 2024 vond een symposium plaats over leeftijdsvriendelijke steden, georganiseerd door de Werkplaats Sociaal domein. Er vond kennisuitwisseling en samenwerking plaats tussen onderzoeksinstellingen, gemeente, belangenbehartigers, zorgorganisaties en maatschappelijke organisaties. • De gemeente heeft een nieuwe subsidieregeling ‘Eten en ontmoeten’ gerealiseerd (RIS318890).
Hiermee worden organisaties gefaciliteerd om wekelijkse maaltijdactiviteiten voor senioren te organiseren. Zo stimuleert het college gezonde maaltijden en ontmoeting. • De gemeente heeft meegewerkt aan het uitbrengen van een informatiegids over dementie voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. Meer dan 2.000 informatiegidsen zijn verspreid via huisartsen, zorgorganisaties, het HagaZiekenhuis en welzijnsorganisaties. • Het activiteitenaanbod voor senioren in de Haagse bibliotheken is dit jaar uitgebreid. Zo vinden nieuwe activiteiten plaats in het kader van een leven lang leren en cultuurparticipatie. • Tot juli 2024 zijn 113 subsidies toegekend ter waardering van activiteiten voor en door senioren (zogenaamde Ouderensociëteiten). In 2023 waren dit 125 subsidies over het gehele jaar. In de zomerperiode zijn stappen ondernomen om de regeling bekender te maken onder senioren. Dan wordt ook extra ingezet op communicatie naar senioren met een migratieachtergrond. • Het Centrum Groepswonen heeft belangstellenden voor collectief wonen geïnformeerd en geadviseerd. In de eerste helft van 2024 schreven 343 personen zich in als belangstellenden en is de database geactualiseerd die gekoppeld kan worden aan woongroepen die nieuwe leden zoeken. Maandelijks is
5 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
•
•
•
samen met de Vereniging Groepswonen door Ouderen een informatiemiddag georganiseerd. Het Centrum Groepswonen ondersteunt woongroepen met advies en informatie. Dit gebeurde dit jaar onder andere via een workshop over het besturen van een woongroep in samenwerking met PEP. Ook heeft het Centrum Groepswonen een stimulerende rol in de ontwikkeling van nieuwe collectieve woonvormen in samenwerking met de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) van de gemeente. De pilot Samenkracht in Vitale woongemeenschappen is afgerond. De pilot heeft gezorgd voor meer bewonersparticipatie en woonplezier in een 55+ flat aan de Lozerlaan waar de pilot plaatsvond. Ook heeft de pilot gezorgd voor meer samenwerking tussen wonen, zorg en welzijnsorganisaties in en rondom deze locatie. Momenteel wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om een vervolg te geven aan de pilot op een andere locatie. Begin van de zomer van 2024 ontvingen inwoners van 75 jaar en ouder een kaart in het kader van het Haags Hitteplan. In de kaart wordt gewezen op de gezondheidsrisico’s van extreme hitte en hoe senioren het beste om kunnen gaan met warme temperaturen. Verder is er net als vorige jaren communicatiemateriaal verspreid aan de betrokken partnerorganisaties. Naar aanleiding van de schriftelijke vragen over de Grijze Reigâhs (RIS317704) is gesproken met de stichting Grijze Reigâhs en ADO.
Op basis van dit gesprek is onderzocht welke optie technisch haalbaar is om het supportersvak van de Grijze Reigâhs toegankelijker te maken. De gemeente onderzoekt verder de financiële haalbaarheid van deze optie, in goed overleg met de stichting.
Valpreventie • In de eerste helft van 2024 hebben door de stad heen 15 ‘In Balans’-cursussen plaatsgevonden, waarbij 185 deelnemers deze trainingsreeks afrondden. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 74 jaar. In het eerste kwartaal van 2024 namen 26 senioren deel aan de individuele functionele training voor ouderen (FTO). Hiervan stroomden 10 senioren door naar de valpreventiegroepscursussen. • Regioplan evalueerde de effectiviteit van de aanpak ‘Den Haag blijft staan.’ Hierbij zijn drie fasen van de aanpak onderzocht: de werving, de training zelf en de activiteiten ná de training (de ‘nazorg’). Op basis van de resultaten van de nul- en eindmeting die uitgevoerd worden kan worden gesteld dat de training effectief is: over het algemeen scoren de deelnemers aan het eind van de training beter op de balans oefeningen dan aan het begin van de training. • Tijdens de Nationale Beweegweek, op 30 mei 2024, zijn de Haagse Vitaliteitsspelen georganiseerd in Sportpark Laan van Poot (Haag Atletiek). Deelnemers konden kennismaken met bootcamp, yoga, dansen of konden meedoen met verschillende ‘Oldstars’ sporten zoals handbal, basketbal en boksen. Ook werd voor de tweede keer de Rollatorloop gehouden en liep een grote groep mensen mee door de duinen met de Nationale Diabetes Challenge. SportiefPlus bood gratis gezondheidschecks aan op de informatiemarkt.
1.3. Haags Ontmoeten De activiteit 'Haags Ontmoeten' is onderdeel van het actieprogramma 'Seniorvriendelijk Den Haag’ (RIS307178). Haags Ontmoeten is dé plek in de wijk waar zelfstandig wonende senioren met regieverlies en hun mantelzorgers vrij binnen kunnen lopen. Het is een plek om te ontmoeten, ervaringen te delen en te ontspannen. Daarnaast worden op de Haag Ontmoeten-locaties activiteiten aangeboden die fysiek en mentaal prikkelend zijn. Senioren kunnen daardoor langer zelfstandig thuis wonen en meedoen in de samenleving, zonder dat direct een maatwerkvoorziening nodig is. In de eerste helft van 2024 zijn de volgende resultaten bereikt: • Den Haag kent per peildatum 23 juli 2024 in totaal 62 Haags Ontmoeten-locaties. • Haags Ontmoeten wordt steeds bekender in de stad. Er is een impuls gegeven aan de communicatie. Er is een introductie-video die laat zien waar Haags Ontmoeten om draait, er zijn vernieuwde stadsdeelfolders die uitgedeeld worden aan partners en er wordt meer gebruikt gemaakt van de Stadskrant en sociale media om Haags Ontmoeten onder de aandacht te brengen. • De subsidieregeling Haags Ontmoeten is voor de jaren 2025-2027 doorontwikkeld. De subsidieregeling is nu meerjarig zodat het aanbod aan locaties in de stad continuïteit biedt.
Deelnemers en partners weten hierdoor goed waar ze aan toe zijn en partners kunnen zich zo meer focussen op het ontwikkelen van hun aanbod. Ook is er met de regeling ruimte voor nieuwe locaties in stadsdeel Loosduinen, Laak of Leidschenveen-Ypenburg. In deze stadsdelen is het aanbod van locaties relatief wat lager en via deze weg worden organisaties gestimuleerd om hier aanbod te ontwikkelen.
6 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
•
•
• •
Bij Haags Ontmoeten wordt niet meer gewerkt met basis- en pluslocaties. Op elke locatie kan de bezoeker vergelijkbare dienstverlening verwachten. Deze keuze is gemaakt omdat het verschil tussen basis en plus werd bepaald door de aanbieder (zorg of welzijn) en niet door de behoeften van de bezoekers. Nabijheid van de locatie blijkt een grotere drijfveer te zijn om de locatie te bezoeken dan de zwaarte van de ondersteuning. Daarbij komt dat Haags Ontmoeten als collectieve en algemene voorziening geen zorgkarakter heeft. Voor bezoekers met een te hoge mate van regieverlies biedt Haags Ontmoeten niet het juiste aanbod. Voor hen is er ander passend aanbod, zoals Wmo-dagbesteding. Om overeenkomsten en het verschil tussen Haags Ontmoeten en geïndiceerde dagbesteding te verduidelijken zijn er regelmatig gesprekken en bijeenkomsten om Wmo-consulenten te informeren over wanneer er wel of niet moet worden doorverwezen naar Haags Ontmoeten. Het helpt de Wmoconsulenten om te weten wat voor type locaties er zijn per stadsdeel en om direct contact te hebben met de begeleiders van de locaties. Op minimaal 15 locaties wordt het programma van Alzheimer NL opgestart. Dit programma ondersteunt ontmoetingscentra om dementievriendelijk te worden.
Vanuit de programmacoördinatie van Haags Ontmoeten wordt maandelijks per e-mail aan 400 personen (zowel mantelzorgers als het professioneel netwerk in de stad) een nieuwsbrief over mantelzorg gestuurd. Hierin wordt informatie over het ondersteuningsaanbod rondom mantelzorg van Haags Ontmoeten uitvoerders en andere partijen gedeeld.
Na het eerste kwartaal van 2024 kwamen een aantal Haags Ontmoeten-locaties erbij, daardoor nam het aantal unieke deelnemers en mantelzorgers sterk toe. Haags Ontmoeten biedt wekelijks activiteiten. De meeste deelnemers nemen wekelijks deel aan de activiteiten op één of meerdere locaties. Per kwartaal worden deelnemers die wekelijks gebruikmaken van het aanbod slechts eenmaal meegeteld (unieke bezoeker). Het aantal deelnemers dat per dag of per week deelneemt aan activiteiten is daarom hoger dan de kwartaalcijfers laten zien.
7 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
1.4. Eenzaamheid (sociale verbondenheid) Het actieprogramma ‘Met z’n allen niet alleen’ (RIS301657) vormt de basis voor de Haagse aanpak Eenzaamheid. Hierbij zijn de daarin genoemde persona's van groot belang. De persona's bestaan hoofdzakelijk uit vijf hoofdgroepen, o.a. kwetsbare ouderen, mantelzorgers, alleenstaande jonge ouders, kwetsbare jongeren 18-27/30 jaar en 30-plussers met diverse belastende factoren, zoals o.a. armoede/schulden, GGZ, een migratieachtergrond (andere taal) en chronische aandoeningen. Opvallend is dat de stadsdelen en wijken met bestaansonzekerheid ook getalsmatig meer eenzame inwoners laten zien. In de eerste helft van 2024 zijn de volgende resultaten bereikt: • Subsidiepartners verzorgden een groot aanbod aan activiteiten voor ruim 6.800 inwoners. Het type activiteiten kent een enorme variatie, waarbij ontmoetingsbijeenkomsten (eten, bewegen/sporten) én leerbijeenkomsten over o.a. zelfredzaamheid (sociaal, maatschappelijk) en formele regelzaken(regelingen) frequent worden gehouden, vaak wekelijks of tweewekelijks. Verder gaat het om inloopactiviteiten en cafés waar ontmoeting centraal staat met doe-activiteiten zoals handwerken, repairactiviteiten, creatief bezig zijn, sport- en beweegactiviteiten en ontspanningstechnieken zoals yoga. Enkele organisaties: De Mussen, VraagElkaar, Boodschappenbegeleidingsdienst en Welzijn zorg Chinezen.
Ook zijn er vele partners die onder een andere noemer werken aan het verminderen van eenzaamheid zoals Buddy Netwerk (vrijwilligerswerk), de vele ouderenorganisaties en uiteraard Haags Ontmoeten waar het verminderen van eenzaamheid één van de drijfveren is. • Opmerkelijk is het verzorgen van bemiddelingsactiviteiten, waarbij passende ondersteuning via organisaties/ hulpverleners wordt gezocht in samenwerking met de betreffende inwoner die veelal door bestaansonzekerheid en/of taalproblemen in een soort isolement is beland. Daarnaast is het bezoeken van bijeenkomsten over financiële zelfredzaamheid bij vele partners mogelijk. • In toenemende mate is er aanbod voor seniore migranten, zowel workshops op maat/ in overleg, maar ook huisbezoeken en ‘hulp op maat’-trajecten bij hen die mede vanwege taalproblemen de juiste route naar hulp en ondersteuning niet kunnen vinden. Partners Sarita en de Prikkel vormen de voorhoede. • Het aanbod voor jongeren vanaf 18 jaar is in opkomst, zoals het aanbod van Stichting Peptalk en Community Plus. • De ‘Lief en Leed’-straatjes bereikten via buurtnetwerken ruim 440 straatjes, waar ruim 8.000 huishoudens bij aansloten. • Communicatieactiviteiten bestonden uit versterking van de benodigde input voor de Sociale kaart zodat de partnerorganisaties die werken aan de aanpak eenzaamheid goed te vinden zijn.
• Voor het tweede jaar werd de Zomerkrant als bewaarexemplaar bij de Stadskrant en Haagse Tijden uitgebracht, temeer omdat er in 2023 veel vraag naar en waardering was voor de Zomerkrant. Veel inwoners voelen zich eenzaam in de zomer, vooral als veel naasten en bekenden op vakantie gaan. • Partners op het gebied van eenzaamheid werden regelmatig door de gemeente telefonisch en/of per mail benaderd. Er vonden 14 locatiebezoeken plaats. Gespreksvoering staat in het teken van relatiebeheer, verdieping en gelegenheid om vragen te stellen. Daarnaast ook voor het ophalen van input voor het bijstellen en door ontwikkelen van beleid. Zo werd ook deelgenomen aan twee gesprekstrajecten met ervaringsdeskundigen op het gebied van eenzaamheid, waarbij het luisteren naar de verhalen van inwoners centraal staat. • De maatwerktraining Signalering eenzaamheid voor Thuiszorgleidinggevenden is in de eerste helft 2024 gevolgd door 12 professionals in een tweedaagse sessie. Zij geven aanvullende coaching aan de medewerkers huishoudelijke hulp op het thema eenzaamheid. Op die manier kunnen gesprekken met ouderen in de thuissituatie meer verdieping krijgen.
1.5. Subsidieregeling samen sociaal en vitaal Den Haag Sinds subsidiejaar 2021 wordt de subsidieregeling samen sociaal en vitaal uitgevoerd. Afgelopen jaren is deze subsidieregeling steeds beter vindbaar gebleken voor organisaties in de stad die activiteiten uitvoeren met als doel kwetsbare inwoners van Den Haag langer zelfstandig deel te laten nemen in de samenleving. Voor komende subsidiejaren was de wens om de regeling een meerjarig karakter te geven. In de eerste helft van 2024 zijn de volgende resultaten bereikt: • Van januari tot en met mei 2024 is de subsidieregeling samen sociaal en vitaal bijgesteld en gesplitst in twee subsidieregelingen:
8 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
o
•
•
Grootschalige activiteiten samen sociaal en vitaal 2024 (RIS318891). In deze subsidieregeling kunnen organisaties voor de subsidiejaren 2025 en 2026 subsidie aanvragen voor bedragen van 45.000 tot 400.000 euro per jaar. Hiermee komt de gemeente tegemoet aan de wens om meerjarig activiteiten te subsidiëren. o Kleinschalige activiteiten samen sociaal en vitaal 2024 (RIS318892). In deze subsidieregeling kunnen organisaties voor het subsidiejaar 2025 voor bedragen tot 45.000 euro en voor projectaanvragen tot 15.000 euro aanvragen. Door de regeling op te splitsen in een éénjarige en een meerjarige is de leesbaarheid verbeterd. Beide regelingen zijn op 21 mei 2024 door het college vastgesteld. Daarna is de communicatie naar de stad opgestart door middel van: o Een informatiebijeenkomst in Madurodam (136 personen van 96 organisaties aanwezig). o Een vernieuwde subsidiepagina op denhaag.nl. o Telefonische spreekuren voor vragen en uitleg over de regeling. o Cursussen en adviestrajecten van PEP Den Haag over het schrijven van subsidieaanvragen. Op 17 juni 2024 opende de eerste aanvraagtermijn.
1.6. Sociale Kaart Den Haag De Sociale Kaart (zie socialekaartdenhaag.nl) is de gemeentelijke wegwijzer naar activiteiten, ondersteuning en zorg in Den Haag. Deze is gemaakt voor Haagse inwoners en voor professionals zoals zorg- en hulpverleners. De Sociale Kaart wordt beheerd door de redactie in samenwerking met Haagse organisaties en professionals in de stad. Inmiddels zijn 3.452 organisaties aangesloten. Deze organisaties hebben afgelopen maanden een verzoek gekregen om te laten weten of hun gegevens nog up-to-date zijn. De redactie controleert zelf ook proactief of de informatie nog klopt. In de eerste helft van 2024 zijn de volgende resultaten bereikt: • In de eerste helft van 2024 gebruikten 124.600 bezoekers de Sociale Kaart. Bijvoorbeeld om te zoeken naar een organisatie of dienst bij hen in de buurt. Dit is een stijging van 14 procent vergeleken met de eerste helft van 2023; • De vertaalmachine die is toegevoegd bij de update van november 2023 wordt in de eerste helft van 2024 goed gebruikt. Er werd vooral vertaald naar het Engels (15.000 keer), Turks (1.200 keer) en Pools (1.000 keer). Overige talen worden gemiddeld 3 keer per dag gebruikt. • Met de update van 2023 is er de mogelijkheid om nieuwsberichten, evenementen van organisaties en actuele ontwikkelingen vanuit het gemeentelijke sociale domein uit te lichten en daarmee nog beter onder de aandacht brengen.
Deze mogelijkheid wordt steeds beter gevonden. • In de eerste helft van 2024 is een toename zichtbaar van het gebruik van mobiele telefoons onder bezoekers van de Sociale Kaart. Het gaat om een toename van 4% naar 62% ten opzichte van 2023.
9 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
2. Wmo in en om eigen huis 2.1. Informatievoorziening Voordat sprake is van een Wmo-melding kunnen Hagenaars al op verschillende manieren informatie krijgen of om hulp vragen. Digitaal via de gemeentelijke website of social media (‘click’) of door te bellen naar de Klantenservice SZW (‘call’). Inwoners die bij een fysiek loket langs willen, kunnen naar het Servicepunt XL in de buurt (‘face’). Daar kunnen zij terecht met al hun vragen en krijgen zij informatie en advies op het brede terrein van zorg en ondersteuning, wonen, werk en inkomen. Veel vragen worden meteen beantwoord of opgelost door de inzet van algemeen maatschappelijke ondersteuning of vrij toegankelijke voorzieningen.3
Telefonische informatievoorziening In de eerste helft van 2024 werden 23.969 telefoontjes over Wmo-onderwerpen centraal ontvangen bij de Klantenservice SZW. Dit is een daling ten opzichte van afgelopen jaar. Deze was meegenomen in de prognose. Er is namelijk sprake van een dalende trend. De daling heeft waarschijnlijk te maken met de inhaalslag in de Wmo-werkvoorraad. Hierdoor zijn er minder statusvragen over meldingen en was er minder herhaalverkeer van cliënten die opnieuw bellen met dezelfde vraag.
Cliëntondersteuning Het aantal cliënten met enkelvoudige informatie- en adviesvragen op de Servicepunten XL lag in de eerste helft van 2024 een fractie hoger “HET IS BIJNA NOOIT MAKKELIJK dan in de eerste zes maanden van 2023. Het aantal inwoners dat OM IETS TE VRAGEN.” cliëntondersteuning ontving steeg het afgelopen halfjaar met ruim Reactie op Cliëntervaringsonderzoek 15%. Vanwege de complexiteit van de problematiek wordt vaker direct al cliëntondersteuning ingezet. Hierdoor stijgt het aantal unieke cliënten dat cliëntondersteuning ontving. Daarnaast wachten cliënten vaker langer op de juiste hulp en ondersteuning, waardoor ze langer in beeld blijven bij de cliëntondersteuners op de Servicepunten XL. De doorlooptijd van een casus verhoogt daardoor. Het aantal bewoners dat op regelmatige basis gebruik maakt van de dienstverlening van de Servicepunten XL voor informatie neemt toe. In veel gevallen gaat het om bewoners die in beperkte mate taalvaardig en/of digitaal vaardig zijn.
10 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
De meeste vragen gingen in de eerste helft van 2024 over geldzaken en regelgeving. Gevolgd door informatieen adviesvragen die te maken hebben met ouder worden. Vragen over huisvesting, gezondheid en mentaal welbevinden en zingeving komen ook veel voor.
2.2. Wmo-meldingen In de eerste helft van 2024 werden 12.215 Wmo-meldingen ontvangen. Dit ligt op hetzelfde niveau als in de vergelijkbare periode in het vorige jaar (1e helft 2023: 13.002). En er werden 13.018 Wmo-meldingen afgehandeld (1e helft 2023: 13.840).
11 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
2.3. Regisseurs Sociaal Domein-OCW In het sociaal domein werken professionals vaak op basis van verschillende regels en wetten met elkaar samen voor hetzelfde gezin. Als professionals vastlopen kan een regisseur sociaal domein-OCW (voorheen JMOregisseurs) worden ingeschakeld. Die zoekt de juiste professionals bij elkaar om samen een gedragen oplossing te vinden. Komt het probleem vaker voor? Dan kunnen regisseurs sociaal domein-OCW voorstellen om samenwerkingsafspraken, werkprocessen en/of beleid te ontwikkelen of aan te passen (= organisatie-leren). Herkomst van signalen In de eerst helft van 2024 kwamen de meeste signalen vanuit de categorie “overig” (179x), dit zijn bijvoorbeeld regio gemeenten, ziekenhuizen en de politie, het Daklozenloket (90x) en gecertificeerde instellingen (85x). Voorbeeld van organisatie-leren Vanuit het opgaveteam nieuwkomers project Oekraïners kwam het signaal dat bewoners, die opgenomen waren in het Klinisch Centrum voor Acute Psychiatrie, zonder afstemming werden ontslagen. Dit leidde tot onvoorziene situaties bij de opvanglocaties en dat er geen directe hulpverlening beschikbaar was. Door gezamenlijke afspraken te maken om de samenwerking en communicatie te verbeteren, is de samenwerking met het Klinisch Centrum voor Acute Psychiatrie aanzienlijk verbeterd.
2.4. Verdeling afgehandelde Wmo-meldingen In de eerste helft van 2024 leidde 65% van de afgehandelde meldingen tot een advies voor een Wmomaatwerkvoorziening en leidde 35% tot een advies waarbij de oplossing lag in het voorliggend veld (zoals de wijkbus of Haags Ontmoeten), in het sociaal netwerk en/of de eigen kracht.
2.5. Spreiding doorlooptijden In de eerste helft van 2024 zijn 13.018 Wmo-meldingen afgehandeld. De boxplot toont de spreiding van deze meldingen ten opzichte van de wettelijke doorlooptijd van melding tot advies van 42 dagen (rode stippellijn) en de gemiddelde doorlooptijd per maand (grijze vlak). Ieder kwartiel staat voor 25% van de afgehandelde meldingen. De gemiddelde doorlooptijd daalde naar 46 dagen in de eerste helft van 2024 (geheel 2023: 67 dagen). Elke maand daalde de gemiddelde doorlooptijd per maand. In juni 2024 bereikte die het laagste punt met 41,1 dagen. Dat ligt dus voor het eerst binnen de wettelijke termijn.
12 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
2.6. Werkvoorraad Op 30 juni 2024 was de werkvoorraad gedaald tot 2.366 Wmomeldingen (31 december 2023: 3.163 meldingen). De Productgroep Wmo heeft verschillende acties uitgevoerd om de werkvoorraad te normaliseren. De belangrijkste acties zijn genoemd in paragraaf 1.3 van de Commissiebrief bij de Halfjaarrapportage 2023 Wmo (RIS317116).
13 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
“CONTACT WAS VLOT.” Reactie op Cliëntervaringsonderzoek
2.7. Trend Wmo-maatwerkarrangementen Deze grafiek geeft het aantal lopende Wmomaatwerkarrangementen (mwa’s) weer over de afgelopen 12 maanden. Ten opzichte van een jaar geleden is er sprake van een licht stijgende trend. Voor de meest recente maanden geldt dat het aantal nog wat kan oplopen door indicaties die met terugwerkende kracht worden opgevoerd.
“ALLES IS NAAR WENS. WMO WAS MAKKELIJK SNEL GEREGELD OOK DE HUISHOUDELIJKE HULP” Reactie op Cliëntervaringsonderzoek
2.8. Intensiteiten per resultaatgebied Deze tabellen vermelden het aantal lopende indicaties voor Wmo-maatwerkarrangementen op de peildatum. In de tweede tabel is door middel van de kleur van het veld aangegeven of er sprake is van een toename (groen) of daling (oranje) ten opzichte van medio 2023. Bij alle meest voorkomende resultaatgebieden (hulp bij huishouden, sociaal en persoonlijk functioneren, zelfzorg en gezondheid, dagbesteding) lag het aantal indicaties halverwege 2024 hoger dan in het voorgaande jaar. Dit heeft te maken met het meet-moment en het inlopen op de werkvoorraad vanuit de uitvoering.
14 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
15 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
2.9. Gemiddelde prijs per maatwerkvoorziening In de gemiddelde kosten per cliënt is op alle maatwerkvoorzieningen een stijgende lijn te zien. Dit komt overeen met toenemende prijzen van producten en diensten. Bij woonvoorzieningen- en woningaanpassingen is een verschuiving te zien. Onderhouds- en reparatiekosten van aard- een nagelvaste woningaanpassingen worden vanaf 2024 namelijk geregistreerd bij woningaanpassingen.
2.10. Looptijd indicaties Deze tabel vermeldt de gemiddelde indicatieduur voor huishoudelijke hulp. Uitgangspunt is om beschikkingen voor mensen met een niet-tijdelijke, levenslange beperking bij voorkeur meerjarig af te geven. Dit uitgangspunt geldt met name voor indicaties voor huishoudelijke hulp. Bij andere voorzieningen zoals begeleiding geldt dat de situatie in de regel niet stationair is. Deze maatwerkvoorzieningen zijn er immers op gericht om deze cliënten stapjes vooruit te laten maken (‘enablement’) en hun zelfredzaamheid te vergroten. Ook kan het college een indicatie voor een maatwerkvoorziening voor onbepaalde tijd afgeven, wanneer verbetering niet mogelijk is, en zelfredzaamheid en participatie niet kan worden vergroot. 1 Om een vinger aan de pols te houden wordt de uitvraag in het kader van de meting van de klanttevredenheid periodiek op deze cliënten gericht. Daarnaast wordt steekproefsgewijs elke twee jaar een deel van deze cliënten telefonisch bevraagd. Uit de tabel blijkt dat in de eerste helft van 2024 met 7% (in geheel 2023: 9%) relatief minder vaak een kortdurende indicatie t/m 1 jaar werd afgegeven. Het aantal afgegeven indicaties zonder einddatum steeg naar 11% (in geheel 2023: 7%). De gemiddelde indicatieduur steeg licht naar 3,78 jaar (in 2022: 3,76 jaar).
Overigens de groep met indicaties zonder eindtijd blijft buiten beschouwing bij de berekening van de gemiddelde indicatieduur.
“MIJN HULP IS FANTASTISCH. ZONDER HAAR KON IK NIET.” Reactie op Cliëntervaringsonderzoek 1
Zie ook afdoening van de motie ‘Wmo-indicaties zonder einddatum’ (RIS316786).
16 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
2.11. Persoonsgebonden budget (pgb) In de eerste helft van 2024 is € 2,95 miljoen toegekend (1e helft van 2023: € 3,05 miljoen) voor het inkopen van een Wmo-maatwerkarrangement of beschermd wonen. Daarvan hebben cliënten besteed € 2,40 miljoen (1e helft van 2023: € 2,65 miljoen). Het totaal aantal budgethouders was 1.203 (1e helft van 2023: 1.360).
2.12. Soepele overgang van Jeugdwet naar Wmo Het uitgangspunt van het 'Afwegingskader 16-23' is dat bij jongeren gekeken wordt wat het meest passend is. Inzetten van jeugdhulp als er behoefte is aan gezinsgerichte ondersteuning of verblijf in een pedagogische setting. Een Wmo-maatwerkarrangement wordt ingezet als de jongere vooral behoefte heeft aan ondersteuning naar zelfstandigheid. De leeftijd is dus niet bepalend voor de keuze tussen jeugdhulp of
17 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
maatschappelijke ondersteuning, maar de mate van zelfstandigheid. In de eerste helft van 2024 hadden 655 jongeren een Wmo-indicatie (1e helft van 2023: 600).
2.13. Vervoersvoorzieningen Compensatie voor beperkingen bij het lokaal verplaatsen van personen is gericht op het sociaal vervoer. Dit wordt ook wel genoemd het vervoer in het kader van het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving. Daarbij gaat het om verplaatsingen die de gemiddelde Hagenaar in zijn of haar eigen woonomgeving maakt, zoals vervoer om boodschappen te doen, vrienden en familie te bezoeken, vervoer naar clubs en sociaal-culturele instellingen. In de eerste helft van 2024 daalde het aantal pashouders. Hier zijn diverse verklaringen voor. Het volume (aantal ritten) nam tijdens de coronacrisis sterk af. Mensen hebben daarna mogelijk op andere manieren hun vervoersbehoefte vervuld, waardoor er nu nog minder ritten gereden worden. De daling kan ook veroorzaakt worden door natuurlijke oorzaken (verhuizing, overlijden) of omdat mensen zelf de voorziening stop hebben gezet. Sommigen maakten geen gebruik van de voorziening, en kwamen erachter dat zij nog een pas hadden toen de eigen bijdrage geïnd werd.
18 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
2.14. Ritten en klachten AV070 In de eerste helft van 2024 reed Noot 174.838 sociaal-recreatieve Wmo ritten en 23.242 dagbestedingsritten, in totaal dus 198.080 ritten. In de eerste helft van 2023 waren dit er 194.640. Het aantal klachten daalde naar 113 (1e helft van 2023: 116). In januari waren er wel meer klachten dan vorig jaar. Dat komt deels doordat niet-behandelde klachten uit december zijn meegenomen. De meeste klachten gaan over de rijtijden, gevolgd door klachten over de chauffeur en overige klachten.
“SOMS IS ER TE WEINIG PERSONEEL. MAAR IN DE REGEL WORDT HET ZO GOED MOGELIJKE GEREGELD TOT TEVREDENHEID.” Reactie op Cliëntervaringsonderzoek
2.15. Hulpmiddelen en woningaanpassingen In de eerste helft van 2024 maakten 3.467 inwoners gebruik van een hulpmiddel en ontvingen 1.315 inwoners een woningaanpassing. Hulpmiddelen zijn losse voorzieningen die geleverd wordt door een door de gemeente gecontracteerde leverancier. Denk hierbij aan elektrische rolstoelen, buggy's en transferhulpmiddelen. Woningaanpassingen worden aard- en nagelvast aangebracht in de woning. Het aantal trapliften en woningaanpassingen is de laatste jaren gestegen. Bovendien werd een deel van de facturen pas betaald in
19 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
2024. Hierdoor is een groot deel van het aantal trapliften van 2023 te zien in de cijfers van 2024, en lijkt het of het aantal woningaanpassingen nog sterker gestegen is in de eerste helft van 2024.
20 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
3. Wmo met verblijf 3.1. Beschermd en begeleid wonen Op 30 juni 2024 hadden 1.120 inwoners een indicatie voor beschermd of begeleid wonen. Hiervan zijn 1.103 indicaties toegekend in de verzilveringsvorm ‘zorg in natura’ (ZIN) en 17 in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB). Voorheen daalde het aantal omdat de instroom van de GGZ-doelgroep in de Wet langdurige zorg (Wlz) hoger was dan verwacht. De instroom in de Wlz stabiliseert. Hierdoor verandert de verhouding Wmo/Wlz en komt er meer ruimte voor het plaatsen van Wmo indicaties wonen. Ook vergroot slimmer gebruik van bestaande voorzieningen de voorraad beschikbare plekken.
3.2. Wachtlijst beschermd wonen In de eerste helft van 2024 steeg de wachtlijst Beschermd Wonen van 245 indicaties op 31 december 2023 naar 281 indicaties op 30 juni 2024. Hiervan zijn 15 ‘wenswachtenden.’ Zij wonen al in een beschermde woonvorm, maar hebben de wens om te verhuizen naar een andere locatie of zorgaanbieder van voorkeur. Er wordt contact gehouden met de mensen die op de wachtlijst staan. Per situatie wordt gekeken welke ondersteuning nodig is om de wachtduur te overbruggen. Het beleid is erop gericht dat iedereen de ondersteuning krijgt die nodig is. De cijfers bleven stabiel ten opzichte van 2023.
3.3. Maatschappelijke opvang In de eerste helft van 2024 was het aantal unieke aanmelders bij het Daklozenloket 1.742 (1e helft 2023: 1.473). Het aantal aanmelders ligt hoger dan vorige jaar. Door de beperkte capaciteit en beperkte uitstroom neemt de druk op opvang verder toe.
21 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
4. Cliëntervaringen en -signalen bij Wmo De Gemeente Den Haag vraagt op drie verschillende momenten de ervaring van cliënten uit: bij de toegang en tijdens de ondersteuning. Bij afloop van de indicatie wordt ook het behaalde resultaat gemeten. Daarnaast halen we cliëntsignalen op middels bijvoorbeeld cliëntenraden en het spiegelgesprek. Verder halen we ook signalen uit klachten, bezwaren en meldingen over mogelijke misbruik en oneigenlijk gebruik.
4.1 Klanttevredenheid Klanttevredenheid gemeentelijke dienstverlening (= toegang) Haagse inwoners die een Wmo-melding hebben gedaan en een advies ontvingen, krijgen online een korte vragenlijst opgestuurd. Hierin vraagt de Gemeente Den Haag hoe zij de toegang tot de Wmo ervaren hebben. Deze Haagse Tevredenheid Score (HTS) wordt standaard met e-mail uitgevraagd bij alle cliënten. We vragen de cliënt “Hoe tevreden bent u over de manier waarop de gemeente Den Haag u heeft geholpen met uw Wmo-hulpvraag?” In de eerste helft van 2024 reageerden 1.011 respondenten. Hiervan waardeerde 82% (in 2023: 75%) van de respondenten de manier waarop de gemeente Den Haag hen hielp met hun Wmohulpvraag met een 7 of hoger op een schaal van 1 (zeer ontevreden) tot 10 (zeer tevreden). In de eerste helft van 2024 gaf 65% (in 2023: 62%) van de respondenten aan dat het (erg) makkelijk was om hun Wmo-hulpvraag te stellen. Dit wordt ook wel de Customer Effect Score (CES) genoemd. Cliëntervaringen Wmo-maatwerkarrangementen (= tijdens ondersteuning) De gemeente baseert de cliëntervaring sinds begin 2023 op de eigen waardering van de cliënt die 3 tot 6 maanden ondersteuning ontvangt. De Gemeente Den Haag stuurt twee keer per jaar een vragenlijst uit naar cliënten die de afgelopen 3 tot 6 maanden startten met Wmo-ondersteuning. In januari 2024 zijn 801 vragenlijsten verzonden.
Hierop heeft 32,1% (257 cliënten) gereageerd. In de eerste helft van 2024 geeft meer dan driekwart een 7 of hoger voor huishoudelijke hulp (75%), begeleiding (86%) en dagbesteding (85%).
22 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
4.2. Klachten Wmo In de eerste helft van 2024 daalde het aantal ontvangen klachten naar 26 (1 e helft 2023: 64). Het aantal afgehandelde klachten daalde naar 33 (1e helft 2023: 58). De meeste klachten (8) gingen over het thema ‘goede informatieverstrekking’. De klachten van AV070 zijn eerder in de rapportage vermeld. Zie daarvoor grafiek 17.
4.3. Klachten verdeeld naar behoorlijkheidsnorm Hierna volgt een overzicht van de afgehandelde Wmo-klachten die (deels) gegrond zijn verklaard in de eerste helft van 2024. Deze zijn uitgesplitst naar behoorlijkheidsnorm. De behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman geeft een nadere uitleg over de bepaling van die normen. 2
2
Zie Nationale ombudsman | Behoorlijkheidswijzer | mei 2019.
23 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
4.4. Bezwaren Wmo In de eerste helft van 2024 zijn bij de Wmo 154 bezwaren binnengekomen (1e helft 2023: 159) op een totaal van 17.904 eerstelijnsbeschikkingen. De categorie ‘Overig’ heeft betrekking op die gevallen waarin geen beschikking werd meegestuurd, niet werd genoemd waartegen het bezwaar was gericht, of er niet was voldaan aan een ander vormvoorschrift.
4.5. Misbruik en oneigenlijk gebruik De teams Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) en Contract- en Relatiemanagement (CRM) werken samen op het gebied van toezicht en handhaving. Uitgangspunt is dat zowel de rechtmatigheid als de zorgcontinuïteit van de ondersteuning aan de cliënt worden gewaarborgd. CRM onderhoudt contact met aanbieders en richt zich op het reguliere beheer. M&O onderzoekt, bijvoorbeeld naar aanleiding van klantsignalen, mogelijke misbruik en oneigenlijk gebruik. De onderzoeken kunnen zich richten op Wmo- en Jeugdhulp aanbieders en cliënten. De resultaten van deze onderzoeken worden besproken met de betrokken partijen. In deze “ZO GOED GEHOLPEN, MIJN KLACHTEN gesprekken krijgen betrokken partijen de gelegenheid WERDEN SERIEUS GENOMEN EN ER KWAM om een verklaring en uitleg te geven (= hoor en SNEL EEN OPLOSSING. HEEL ERG VRIENDELIJKE wederhoor). De beide teams analyseren ook data en VROUW, DIE MIJ GEHOLPEN HEEFT” signaleren trends. Hiermee worden processen Reactie op Cliëntervaringsonderzoek verbeterd, bijvoorbeeld bij de Wmo-wijkteams. Ook kunnen contractvoorwaarden worden aangescherpt of uitgebreid. Zo is de pgb-kwaliteitstoets ontwikkeld. Hiermee worden nieuwe pgb-aanbieders getoetst aan de hand van dezelfde kwaliteitseisen die ook gelden voor de gecontracteerde ZIN-aanbieders.
24 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo
Uit de tabel blijkt dat 22 Jeugdhulp- en Wmo-aanbieders zijn onderzocht het eerste halfjaar van 2024. Deze pgb-aanbieders bedienden 34 budgethouders. Uiteraard krijgen de onderzochte aanbieders de gelegenheid om zichzelf te verbeteren. Wanneer verbetering echter niet mogelijk blijkt, wordt besloten hen uit te sluiten van dienstverlening aan cliënten. Dit gebeurt alleen als sprake is van ernstige onrechtmatige betalingen en declaraties, of het niet leveren van (de juiste) ondersteuning. In het eerste half jaar van 2024 was dit 1 pgbaanbieder (Wmo). Verder is er voor 16 cliënten een overdrachtsrapportage geschreven voor de uitvoering ten behoeve van een herindicatie, zo kan zorg goed gecontinueerd worden. Andere cliënten regelden vervangende ondersteuning binnen hun netwerk of hadden geen recht op ondersteuning. Er zijn 6 terugvorderingen ingesteld (4 bij aanbieders en 2 bij cliënten) voor in totaal € 107.302.
25 HALFJAARRAPPORTAGE 2024 Wmo