RIS320716 Stikstofaanpak
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert Barker Wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10818048 RIS320716 Contactpersoon
Thimo de Nijs Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
18 december 2024 Onderwerp
Stikstofaanpak november 2024
Geachte voorzitter, Eind 2023 hebben wij u toegezegd u opnieuw te informeren over de voortgang van de stikstofaanpak. Met deze brief informeren wij u over de recente landelijke en provinciale beleidsontwikkelingen, de herkomst van de stikstofdepositie per natuurgebied, het onderzoek naar de verbetering van de walstroom in de Scheveningse haven en de gevolgen van de stikstofproblematiek voor de bouwopgave. Het stikstofbeleid van het nieuwe kabinet Het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma van het nieuwe kabinet roepen vragen op met betrekking tot de landelijke stikstofaanpak. Volgens het Hoofdlijnenakkoord wordt “de daadwerkelijk gemeten staat van de natuur leidend” en bepalend voor het natuurherstel. “De kritische depositiewaarde gaat uit de wet en wordt vervangen door een juridisch houdbaar alternatief”, zo kondigt het kabinet aan.1 Dit alternatief zou gevonden moeten worden in een alternatieve omgevingswaarde, waarbij niet alleen naar de stikstofboekhouding wordt gekeken, maar naar de kwaliteit van de natuur in bredere zin.2 Daarnaast kiest het kabinet voor “doelsturing met haalbare bedrijfsspecifieke normen voor klimaat- en stikstofemissie, waarbij ondernemers voldoende tijd krijgen om aan deze doelen te voldoen.3 Het is de vraag of het inderdaad mogelijk is de Kritische Depositiewaarde te schrappen.
De ontwikkeling van een houdbare en werkbare omgevingswaarde kost veel tijd en menskracht. Volgens sommige specialisten zijn er bovendien geen goede alternatieven om de drukfactor stikstof goed mee te nemen in het instandhoudingsbeleid. 4 Als er al een juridisch houdbare alternatieve omgevingswaarde komt, zal het ten slotte enkele jaren kosten om de wet aan te passen. De reductiedoelen in de wet zijn dan ook nog van kracht. Evenmin valt te verwachten dat het voornemen van het kabinet om te komen tot een ‘herijking van de Natura2000-gebieden’ – waarmee gedoeld wordt op het opheffen van de Natura 2000-status voor kleinere natuurgebieden – snel tot resultaat zal leiden, aangezien hiervoor Europese besluitvorming nodig is. 1
Hoofdlijnenakkoord, p.12.
2
Dit sluit aan bij een advies dat een werkgroep op 1 maart 2024 heeft uitgebracht aan minister Van der Wal. .Verkenning naar
alternatieven voor de KDW als omgevingswaarde in de wet (Wsn) Eindverslag werkgroep 3
Regeerprogramma, p. 47.
4
Jan Willem Erisman, Chris Backes en Wim de Vries, Van depositie- naar emissiebeleid. Voorstel over hoe om te gaan met de KDW in
wetgeving, vergunningverlening en beleid, 2023.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
Gezien de doorlooptijd en de juridische onzekerheid van bovengenoemde beleidsvoornemens geeft het kabinet aan dat de komende jaren wel maatregelen nodig zijn, “zodat er stikstofruimte ontstaat en extern salderen in elke provincie mogelijk wordt”. Het kabinet ziet echter af van gedwongen krimp van de veestapel en “gedwongen onteigening”.5 Het kabinet zet vooral in op innovatie om hiermee de ammoniakuitstoot in de veehouderij terug te dringen. Aangezien de inzet op innovatie de afgelopen jaren in de praktijk tot slechts een beperkte reductie van de ammoniakuitstoot heeft geleid en ook geen andere concrete maatregelen worden genoemd, blijft onduidelijk hoe en waar de stikstofruimte zal ontstaan, zeker nu het Stikstoffonds is gereduceerd tot vijf miljard euro en het Nationale Programma Landelijk Gebied van tafel is. Wel wil het kabinet komen tot “een juridisch houdbare, wetenschappelijk verantwoorde rekenkundige ondergrens, dan wel drempelwaarde, van minimaal 1 mol/ha/jaar”.6 Of een hogere rekenkundige ondergrens juridisch houdbaar is als de instandhoudingsdoelen voor de natuur nog ver uit beeld zijn, valt te betwijfelen.
Mocht er ondanks deze kanttekeningen ruimte ontstaan door stikstofreducerende maatregelen of een rekenkundige ondergrens, dan zal deze bovendien allereerst ten goede komen aan de zogenaamde PAS-melders.7 Volgens de kamerbrief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 29 november kiest het kabinet in plaats van depositie- voor emissiebeleid. Dit zou de basis moeten bieden voor bedrijfsspecifieke emissiedoelen en hiermee voor maatregelen als de inzet op innovatie en opkoopregelingen. Deze bedrijfsspecifieke emissiedoelen moeten meer duidelijkheid verschaffen aan boeren over de benodigde emissiereductie voor hun agrarisch bedrijf. De boer komt hiermee zogezegd aan het roer. Ondanks deze nieuwe insteek valt niet te verwachten dat het landelijke beleid binnen afzienbare termijn zal zorgen voor een significante reductie van de stikstofdepositie. Dit betekent dat de natuur ook in Den Haag onder druk zal blijven staan en Nederland niet voldoet aan de instandhoudingsverplichting die is aangegaan voor de Natura2000-gebieden, en dat ook niet op afzienbare termijn zal doen. Om deze reden vallen ook juridische risico’s voor de bouw niet uit te sluiten. Sterker nog: het uitblijven van een geloofwaardig beleid voor de reductie van de stikstofdepositie, betekent dat ook de vergunningverlening van kleinere projecten kwetsbaar wordt voor juridische procedures.
We concluderen derhalve dat bij gebrek aan effectieve Rijksmaatregelen, we zelf maatregelen zullen moeten nemen om te komen tot natuurherstel en om de voortgang van de bouw mogelijk te maken. Provinciaal beleid Het vorige kabinet heeft zoals eerder gemeld zwaar ingezet op de het Nationale Programma Landelijk Gebied, waarbij de provincies aan zet waren om samen met gebiedspartners en vertegenwoordigers van landbouwbedrijven maatregelen uit te werken in provinciale programma’s. In Zuid-Holland heeft dit geresulteerd in een voorontwerp voor het gebiedsprogramma Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG).
5
Hoofdlijnenakkoord, p. 11
6
Zie ook het recente onderzoek van TNO en Uva, Een ondergrens in de berekening van stikstofdepositiebijdragen voor
vergunningverlening (Den Haag augustus 2024). 7
De meeste landbouwbedrijven die onder de PAS konden volstaan met een melding van de berekende stikstofbelasting op kwetsbare
natuur. Ondernemers met PAS-meldingen hoefden tijdens dat programma geen vergunning aan te vragen omdat ze weinig stikstofneerslag veroorzaakten. De Raad van State oordeelde in mei 2019 dat de PAS in strijd was met de Europese Habitatrichtlijn en dat deze ondernemers toch een vergunning moesten aanvragen. De PAS-melders zijn daardoor in overtreding als zij de melding die is gedaan, hebben uitgevoerd. De PAS-melders kwamen buiten hun schuld in deze illegale situatie. De Tweede Kamer heeft meermaals aangegeven de legalisering van deze PAS-melders prioriteit te geven.
2/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
Vorig jaar was al duidelijk geworden dat de provinciale plannen een grotere investering vergden dan beschikbaar was in het Stikstoffonds (54 miljard in plaats van de beschikbare 25 miljard). Bovendien constateerden het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Wageningen Universiteit, Deltares en het RIVM dat de doelen voor de stikstofreductie en verbetering van de waterkwaliteit waarschijnlijk niet gehaald zouden worden met de provinciale plannen.8 Nu de financiering voor de NPLG en de provinciale uitvoeringsplannen grotendeels is weggevallen, is duidelijk dat het provinciale beleid niet zal leiden tot een significante vermindering van de stikstofdepositie op de Haagse natuurgebieden. Het schrappen van het Nationale Programma Landelijk Gebied door het nieuwe kabinet maakt dit nog onwaarschijnlijker. Gelukkig zijn het afgelopen half jaar wel vorderingen geboekt als het gaat om de Provinciale Stikstofbank. Met de vaststelling van de Beleidsregel depositiebank algemeen Zuid-Holland 2024 door Gedeputeerde Staten is de Stikstofbank in werking getreden. 9 Er heeft meerdere malen overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de provincie, de Omgevingsdienst Haaglanden en enkele gemeenten over de werking van de Stikstofbank.
De gemeente kan salderingsruimte inbrengen (bijvoorbeeld vanuit de uitbreiding van de Zero Emissiezone naar de kuststrook of door de verbetering van de walstroom) en deze ruimte reserveren voor door de gemeente aangedragen projecten. De provincie is daarbij het bevoegd gezag dat besluiten kan nemen over het deponeren en onttrekken van ruimte in en uit de stikstofbank. De Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) zal de uitvoering op zich nemen. Aangezien de gemeente zorgt voor het inbrengen van salderingsruimte, zal de gemeente een adviserende stem krijgen bij het onttrekken van ruimte voor projecten. De werking van de Provinciale Stikstofbank zal zich in de praktijk moeten bewijzen. Complicerende factor is dat de ingebrachte ruimte per jaar en per hexagoon voldoende zal moeten zijn om de depositie als gevolg van projecten te compenseren. Het administratieve proces zal in overleg met de provincie en de ODH verder moeten worden uitgewerkt. En uiteraard is een absolute voorwaarde dat voldoende ruimte wordt gevonden door het nemen van bronmaatregelen die zorgen voor een reductie van de stikstofdepositie bovenop de autonome ontwikkeling, dat wil zeggen de geleidelijke afname van de stikstofdepositie door verduurzaming van de industrie, de landbouw en het verkeer die al is verdisconteerd in het Aerius-model.
Dit is eens te meer nodig omdat de zogenaamde PAS-melders voorrang krijgen bij de verdeling van eventuele ruimte. Analyse van stikstofdepositie per natuurgebied Uw raad heeft gevraagd om een nadere duiding van de herkomst van de stikstifdepositie per natuurgebied. Bijlage 1 – die ingaat op de herkomst van de stikstofdepositie op de ‘Haagse’ Natura2000-gebieden – bevestigt onze eerdere analyses. Het merendeel van de stikstofdepositie is afkomstig van buiten de gemeentegrenzen of zelfs het buitenland, en is derhalve niet of nauwelijks te beïnvloeden door gemeentelijk beleid. De gemeente zal zich richting de landelijke politiek blijven inzetten voor natuurbeleid dat voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de Habitatrichtlijn. Hopelijk leveren ook de Europese en internationale afspraken voor de verduurzaming van industrie, mobiliteit en scheepvaart voldoende resultaat op. De depositie die wordt veroorzaakt door de landbouw en de zogenaamde ‘ammoniak uit zee’10 kan slechts aanzienlijk teruggedrongen worden door een krachtdadig
8
PBL, WUR, Deltares en RIVM, Ex ante analyse Nationaal Programma Landelijk Gebied: provinciale programma’s en rijksmaatregelen
(Den Haag 2024). 9
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR715649/1
10
Ammoniak uit zee is waarschijnlijk een indirect gevolg van de landbouw, veroorzaakt door uitspoeling van stikstofverbindingen uit
landbouwgronden die via de grote rivieren in zee terechtkomen. Zie H. Noordijk e.a., Ammoniakdepositie in de duinen langs de Noordzeeen Waddenzeekust, RIVM 2014.
3/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
landelijk beleid gericht op terugdringen van de ammoniakuitstoot door de landbouw. Zoals hierboven aangeduid, bestaat hier op dit ogenblik weinig zicht op. De gemeente kan uiteraard wel bronmaatregelen nemen gericht op de reductie van stikstofdepositie die afkomstig is van het eigen grondgebied. Het grootste deel hiervan – de ammoniakuitstoot door mensen en huisdieren – is echter nauwelijks te beïnvloeden. Vooral de emissies van het verkeer, de activiteiten in de haven (via verbetering van de walstroom) en de bouw zijn door de gemeente te beïnvloeden. Over de uitbreiding van de ZE Zone bent u recentelijk geïnformeerd (RIS320645). In deze brief gaan we verder in op de walstroom en de bouw. Verbetering van de walstroom Zoals gemeld in de stikstofbrief van 19 december 2023 (RIS317472) is door RoyalRoos, een in duurzaam scheepvaart gespecialiseerd ingenieursbureau, onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van verbetering van de walstroomvoorzieningen in de Scheveningse Haven. Het rapport bevestigt het belang ervan voor de leefbaarheid in het havengebied (minder luchtverontreiniging en geluidsoverlast) en de reductie van de NOx-emissies, en schetst een route naar de verbetering.
De verbetering van de walstroom is een bouwsteen in de ontwikkeling van de nieuwe Havenvisie waarin zal worden ingezet op een haven die ruimte en kansen blijft bieden voor de visserij, innovatieve Noordzee-bedrijvigheid en offshore dienstverlening, in combinatie met een ‘Top Zeezeilhaven’ (RIS 318234). Met de realisatie van een betere walstroomvoorziening is een extra besparing van NOx van ongeveer 16 ton/jaar in de Eerste en Tweede Haven haalbaar. Na realisatie van de walstroomvoorziening kan deze reductie onder voorwaarden ingebracht worden als salderingsruimte. De NOx- en CO2-reductie die met de verbetering van de walstroom wordt bereikt, past ook binnen de internationale afspraken van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de EU, alsmede de doelstellingen van de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens. De oplossing die RoyalRoos voor ogen staat, kan worden gerealiseerd in twee fasen. De eerste fase bestaat uit de uitbreiding van de huidige configuratie van de walstroomkasten en het verzwaren van sommige aansluitingen. Dit is vooral van belang voor de kade met de grootste gebruikers. Daarnaast zijn aanpassingen nodig voor de veiligheid en hanteerbaarheid van de zwaarste aansluitingen. Om maximaal resultaat te bereiken, zullen ook de schepen aangepast moeten worden.
Geen van de trawlers heeft namelijk een walstoomaansluiting van voldoende capaciteit om het maximale vermogen tijdens laden & lossen en vriesbedrijf te kunnen ontvangen. De tweede fase bestaat uit het verzwaren van het net, het verder aanpassen van trawlers (teneinde het elektrisch verwarmen, in plaats van een diesel-gestookte ketel, mogelijk te maken) en het verder in kaart brengen en uitrollen van additionele vermogenscomponenten, om zo pieken in energiegebruik beter op te kunnen vangen en de capaciteit van de trafostations en walstroomkasten niet onnodig groot te maken. Hierbij kan worden gedacht aan de plaatsing van batterijpakketten, condensatoren en vliegwielen. In beide fasen zal ook gekeken moeten worden naar meekoppelkansen. Het gaat hierbij met name om de vraag of meer lokale opwek door pv-panelen op daken en (snel)laadvoorzieningen voor het vrachtverkeer kunnen worden gerealiseerd. Deze aanpak is alleen mogelijk als aan een aantal randvoorwaarden is voldaan. Allereerst is overleg en afstemming met alle potentiële gebruikers van walstroom essentieel voor het welslagen. Niet alleen moeten reders (kostbare) aanpassingen doen aan hun schepen, ook is de effectiviteit van de walstroomvoorzieningen gebaat bij afstemming om gelijktijdige pieken in het gebruik te vermijden.
4/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
Verder moeten de kosten voor afname van de walstroom net als in de afgelopen periode voorspelbaar en redelijk zijn. We verkennen verdere maatregelen om het gebruik van walstroom verder te stimuleren. Een tweede voorwaarde is nauw overleg en samenwerking met Stedin. Uiteraard mag de uitbreiding van de walstroom niet leiden tot verdere netcongestie. Gezien de netcongestie op Scheveningen zou in de haven en omgeving de mogelijkheid van een zogenaamde ‘groepscapaciteitsovereenkomst’ kunnen worden onderzocht. Een groepscontract – met een gezamenlijk gecontracteerd transportvermogen – levert veel voordelen op voor de deelnemende bedrijven als pieken in het gezamenlijke verbruik en de levering van energie opgevangen kunnen worden door afspraken over de uitvoering van bedrijfsactiviteiten, door middel van accupakketten en condensatoren, en door het onderling afstemmen van de vraag en uitwisselen van capaciteit.11 Stikstof en de bouwopgave In de Commissiebrief Stand van zaken Stikstof en Bouwen (RIS317472) van 19 december 2023 en tijdens de behandeling van deze brief in de Commissie Leefomgeving op 10 april 2024 is gevraagd naar de gebiedsgerichte aanpak. Op basis van de projectenportefeuille is voor de realisatiefase een indicatieve doorrekening gemaakt van de: 1. 2.
te verwachten NOx-uitstoot alsmede de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden uitgaande van conventionele bouwprocessen (bouwmaterieel en logistiek); te verwachten NOx-uitstoot alsmede de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden indien gekozen wordt voor schoon en emissieloos bouwen.
Deze doorrekening laat zien dat het cumulatieve effect van de bouwactiviteiten in 2026 en 2027 significant is, met name in het Natura2000-gebied Westduinpark & Wapendal (zie figuur 7). De effecten voor Solleveld & Kapittelduinen en Meijendel & Berkheide zijn een stuk geringer. Hoewel deze doorrekening voor latere jaren nog niet gemaakt is, zullen deze effecten zich waarschijnlijk dan ook voordoen. Figuur 7 - Cumulatieve stikstofeffecten van de bouwopgave tijdens de realisatiefase, 2026-2027
Voor een juiste interpretatie van de uitkomsten moet benadrukt worden dat het gaat om indicatieve berekeningen. Ze zijn gemaakt op basis van kengetallen, terwijl er een grote variatie bestaat in de grootte, het type woningen en de bouwwijze. Sloop-nieuwbouw leidt bijvoorbeeld tot relatief veel uitstoot in de realisatiefase, maar maakt het wel vaak mogelijk interne salderingsruimte in te zetten omdat dan vaak woningen van het gas gaan. Houtbouw en modulair bouwen zorgen doorgaans voor minder uitstoot dan conventionele bouwmethoden. Op basis van de specifieke kenmerken van een
11
Zie https://www.stedin.net/over-stedin/pers-en-media/persberichten/rec-tholen-en-stedin-starten-pilot-met-groepscontract-voor-
netcapaciteit-in-tholen
5/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
project moet een initiatienemer een Aerius-berekening laten opstellen die meer duidelijkheid verschaft of risico’s bij de vergunningverlening ook daadwerkelijk optreden. Met alle slagen om de arm valt uit de berekeningen op te maken dat voor de bouwfase alleen kleinere projecten op enige afstand van Natura2000 in het geheel geen problemen zullen krijgen tijdens de realisatiefase. Bij andere projecten zullen maatregelen overeenkomstig de Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen waarschijnlijk voldoende zijn om problemen met de vergunningverlening te voorkomen. Inzet op Schoon en Emissieloos Bouwen kan immers leiden tot forse vermindering (tot 80%) van de NOxuitstoot, waarmee de stikstofdepositie waarschijnlijk onder de kritische ondergrens blijft. Randvoorwaarde is wel dat voldoende schoon bouwmaterieel beschikbaar is en bouwers gebruik kunnen maken van faciliteiten als laadinfra en bouwhublocaties. De gemeente onderzoekt op welke wijze we samen met de markt zorg kunnen dragen voor deze faciliteiten. Voor een aantal projecten zullen mogelijk ook andere maatregelen nodig zijn om risico’s bij de vergunningsverlening uit te sluiten. In beginsel is het voldoende beperken van de stikstofemissie en/of verwerven van voldoende salderingsruimte de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer.
Waar dat nodig is, zal per gebied en daarbinnen per project samen met de initiatiefnemers worden onderzocht welke maatregelen nodig en mogelijk zijn. Door te kiezen voor modulair, biobased en circulair bouwen is minder zwaar bouwmaterieel nodig en neemt vaak ook het bouwtransport in omvang af. Mede om stikstofproblemen in de toekomst te voorkomen en om andere duurzaamheidsdoelen te bereiken, zal de gemeente overeenkomstig de ambities van het ‘Haags Akkoord’ op korte termijn beleid voor Toekomstbestendig Bouwen en een uitvoeringsprogramma vaststellen. Waar inzet op schoon en emissieloos bouwen, houtbouw en modulair bouwen onvoldoende soelaas bieden, zal gebruik moeten worden gemaakt van externe salderingsruimte via de provinciale Stikstofbank (zie hierboven onder Provinciaal beleid). Dit zal ook nodig zijn voor een grotere infrastructurele projecten. Met name voor aanpassingen in de hoofdwegenstructuur en vernieuwingen van kademuren zal voor de realisatiefase in sommige gevallen salderingsruimte nodig zijn, met name als er sprake is van zwaar grondverzet waarvoor nog geen emissieloos materieel voorhanden is. In andere gevallen kunnen veranderingen in de routering van wegen leiden tot meer stikstofdepositie in Natura2000-gebieden. Ook hiervoor zal mogelijk salderingsruimte nodig zijn.
Uiteraard is het hierbij wel van belang dat voldoende salderingsruimte beschikbaar komt en maatregelen als de verbetering van de walstroom en met name de uitbreiding van de Zero Emissie Zone langs de kust tijdig worden uitgevoerd. Tot slot Tijdens de bespreking van de Commissiebrief Stikstof en Bouwen (RIS317472) op 10 en 18 april van dit jaar heeft het college u toegezegd u te informeren over de aanpak van de walstroom, de mogelijke maatregelen per natuurgebied en de werking van de stikstofbank. Met deze brief heeft het college dit gedaan. Ten aanzien van vermeende capaciteitsproblemen bij de Omgevingsdienst Haaglanden kan het college u na navraag bij deze instantie melden dat hier geen sprake van is. Toezeggingen nr. 406, 407 en 425 zijn hiermee afgedaan. Het stikstofdossier maakt ook op lokaal niveau duidelijk dat de planetaire grenzen op verschillende vlakken door het menselijk handelen worden overschreden.12 De te grote stikstofdepositie als gevolg
12
https://www.wur.nl/nl/nieuws/grenzen-voor-stikstof-in-veel-wereldregios-overschreden.htm
6/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
van de intensieve veehouderij en de inzet van verbrandingsmotoren in industrie en mobiliteit zetten ook in Den Haag de natuur onder druk. De gemeente Den Haag is slechts in beperkte mate in staat om de stikstofdepositie op de Haagse natuurgebieden terug te brengen. Dit neemt niet weg dat we ook lokaal ons steentje bij zullen moeten dragen om onze stad en de wereld om ons heen ook voor toekomstige generaties leefbaar te houden en de voortgang van de bouwopgave en infrastructurele werken mogelijk te maken. Met vriendelijke groet, de wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu Robert Barker de wethouder van Stedelijke ontwikkeling, Strategie en Europa Robert van Asten de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
7/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
Bijlage 1. Herkomst stikstofdepositie per Natura2000-gebied In de figuren 1 en 2 wordt de stikstofdeposite op de ‘Haagse’ Natura2000-gebieden vergeleken met die van Nederland. Figuur 1. Depositie naar stikstofbron, Nederland en Meijendel & Berkheide
Figuur 2. Depositie naar stikstofbron, Westduinpark & Wapendal en Solleveld & Kapittelduinen
8/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
Bij de drie natuurgebieden die zich (deels) op Haags grondgebied bevinden, valt bij vergelijking met het landelijke beeld allereerst op dat veel minder stikstofdepositie wordt veroorzaakt door de landbouw, maar dat relatief meer depositie afkomstig is uit de categorieën Buitenland, Ammoniak uit zee, Scheepvaart, Wegverkeer en Consumenten. Gezien de ligging van de Haags natuurgebieden aan de kust en in de nabijheid van veel woningbouw hoeft dit ook nauwelijks verbazing te wekken. Met behulp van de DASH dataset 2023 van het RIVM kan een grofmazig beeld worden verkregen van de geografische herkomst van de stikstofdepositie per sector op een natuurgebied. 13 Figuur 3 geeft de geografische herkomst weer van de uit Nederland afkomstige stikstofdepositie op het natuurgebied voor het Natura2000-gebied Meijendel & Berkheide. Hieruit valt op te maken dat de stikstofdepositie wordt veroorzaakt door emissies in een groot gebied rond Den Haag. Het gaat onder meer om emissies door de landbouw, verkeer en industrie. Een speciale categorie wordt gevormd door de emissies van schepen die voor de kust voor anker liggen. Hierover zijn helaas geen aparte gegevens beschikbaar. De provincie heeft onderzocht of het mogelijk is de ankergebieden te verplaatsen zodat er minder stikstofdepositie zou komen op ZuidHollandse Natura2000-gebieden.
Ook heeft de provincie aandacht gevraagd bij de Rijkshavenmeester en het Havenbedrijf Rotterdam voor het tegengaan van onnodig gebruik van de ankergebieden. Door dwingende nautische eisen, internationale afspraken en het gegeven dat praktisch de gehele Nederlandse kust bestaat uit Natura2000-gebieden bestaat er nauwelijks kans op minder depositie.14
13
Zie https://dashview.rivm.nl/#home. Het betreft hier alleen de stikstofdepositie die is ontstaan als gevolg van emissies in Nederland. De
depositie uit het buitenland en de zogenaamde Ammoniak uit zee (ook wel met Meetcorrectie aangeduid) zijn hierbij niet meegenomen in deze dataset. Voor het gemeentelijke beleid heeft dit ook geen meerwaarde, daar deze bronnen toch niet door de gemeente kunnen worden beïnvloed. 14
https://www.zuid-holland.nl/publish/besluitenattachments/beantwoording-statenvragen-3789-pvda-stikstofdepositie-meijendel-
2/beantwoording-statenvragen-3789-pvda-stikstofdepositie-meijendel-2.pdf
9/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
Figuur 3. Herkomst per km-vak van de uit Nederland afkomstige stikstofdepositie op Meijendel
In de volgende figuren wordt ingegaan op de stikstofdepositie die voor een significant deel afkomstig is van het Haagse grondgebied: Overig (waaronder Consumenten, bouw en diensten) en het Wegverkeer. Figuur 4 geeft een beeld van de herkomst van de stikstofdepositie die veroorzaakt wordt door de Sector Overig (met name Consumenten).15 Figuur 4 - Herkomst Stikstofdepositie op Meijendel vanuit de sector Overig/Consumenten
Niet al te verrassend blijkt uit deze figuur dat vooral de woonconcentraties die dicht tegen het gebied aanliggen voor deze sector zorgen voor de meeste depositie. Omdat meer dan 90% van deze emissies
15
Het gaat hierbij met name om consumenten, waarbij weer een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘Woningen’ (emissies veroorzaakt
door koken, cv-ketels, haarden e.d.) en ‘Overig Consumenten’ (emissies veroorzaakt door huisdieren en transpiratie). Ruim 90% van de emissies binnen de categorie Consumenten wordt veroorzaakt door huisdieren en transpiratie.
10/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
afkomstig is van huisdieren en transpiratie,16 is deze emissiebron echter nauwelijks te beïnvloeden door gemeentelijk beleid. Houtstook en cv-ketels hebben een beperkt effect op de stikstofdepositie (max. 10% van de uitstoot binnen de categorie consumenten). Houtstook zorgt wel voor veel uitstoot van fijnstof, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) en roet. Deze stoffen zijn schadelijk voor de gezondheid.17 Figuur 5 - Herkomst van de stikstofdepositie op Meijendel veroorzaakt door het Wegverkeer
De emissies van het wegverkeer (zie figuur 5) ontstaan voor een groot deel langs de snelwegen in de regio en de Haagse binnenstad. Uit figuur 5 valt ook op te maken dat de verkeersbewegingen op bijvoorbeeld de Noordelijke Randweg en de Zwolsestraat een relatief groot aandeel hebben in de stikstofdepositie die op Meijendel neerslaat. Door middel van een Aerius-berekening voor een fictieve maatregel is geprobeerd de invloed van het wegverkeer nader te duiden. De afsluiting voor het autoverkeer van een deel van de Zwolsestraat en de Alkemadelaan en tussen de Harstenhoekweg en de Waalsdorperweg zou rekening houdend met omrijdeffecten leiden tot een afname van de stikstofdepositie met maximaal 39,87 mol N/ja/jr.
16
C.W.M. van der Maas e.a., Bijdrage aan de stikstofdepositie in de natuur vanuit de industrie, het verkeer en de consumenten. RIVM-
briefrapport 2021-0200, p. 20. 17
RIVM, Een betere gezondheid door schone lucht. Effect van houtstook op luchtkwaliteit en gezondheid (november 2023).
11/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
Figuur 6 - Herkomst van stikstofdepositie op Meijndel veroorzaakt door mobiele werktuigen
Figuur 6 laat ten slotte de geografische herkomst zien van de stikstofdepositie op Meijendel die door emissies van mobiele werktuigen wordt veroorzaakt. Hoewel het aandeel van deze sector in de totale depositie relatief klein is (minder dan 2%), heeft de gemeente wel een aantal instrumenten om de emissies van deze sector te verkleinen. Mede om deze reden heeft de gemeente het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen ondertekend en heeft de gemeente in de Commissiebrief Aanzet tot Actieplan Luchtkwaliteit (RIS 318851) aangekondigd te onderzoeken of het mogelijk is om het gebruik van dieselaggregaten terug te dringen. Voor de Natura2000-gebieden Westduinpark & Wapendal en Solleveld & Kapittelduinen is de herkomst van de stikstofdepositie in figuur 7 en 8 weergegeven. Het beeld is vergelijkbaar met dat van Meijendel. In Westduinpark & Wapendal slaat veel stikstof neer uit de nabijgelegen woonconcentraties (sector Overig). Omdat het hier vooral gaat om transpiratie van mensen en uitwerpselen van huisdieren, zijn deze emissies nauwelijks te beïnvloeden. Om de invloed van het verkeer nader te duiden hebben we een berekening gemaakt van een fictieve afsluiting van een deel van de Sportlaan. Omdat het bestemmingsverkeer blijft bestaan en het doorgaand verkeer zich grotendeels zal verplaatsen naar de Laan van Meerdervoort zijn de effecten niet groot.
In Solleveld & Kapittelduinen heeft met name in het Zuidelijk deel te maken met meer depositie uit de industrie langs de Nieuwe Waterweg en de Maasvlakte. Ook hier is echter de invloed van de sector Consumenten relatief groot.
12/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
Figuur 7. Herkomst stikstofdepositie Westduinpark & Wapendal
Figuur 8. Herkomst stikstofdepositie Solleveld & Kapittelduinen
Deze nadere analyse van de herkomst van stikstofdepositie op de ‘Haagse’ Natura2000-gebieden bevestigt onze eerdere analyses. Het merendeel van de stikstofdepositie is afkomstig van buiten de gemeentegrenzen of zelfs uit het buitenland, en is derhalve niet of nauwelijks te beïnvloeden door gemeentelijk beleid. De gemeente zal zich richting de landelijke politiek blijven inzetten voor natuurbeleid dat voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de Habitatrichtlijn. Hopelijk leveren ook de Europese en internationale afspraken voor de verduurzaming van industrie, mobiliteit en scheepvaart voldoende resultaat op. De depositie die wordt veroorzaakt door de landbouw en de zogenaamde ‘ammoniak uit zee’18 kan alleen worden significant teruggedrongen door een krachtdadig landelijk
18
Ammoniak uit zee is waarschijnlijk een indirect gevolg van de landbouw, veroorzaakt door uitspoeling van stikstofverbindingen uit
landbouwgronden die via de grote rivieren in zee terechtkomen. Zie H. Noordijk e.a., Ammoniakdepositie in de duinen langs de Noordzeeen Waddenzeekust, RIVM 2014.
13/14
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10818048
beleid gericht op een inkrimping van de veestapel.19 Op dit ogenblik bestaat hier echter weinig zicht op. Binnen de gemeentegrenzen dragen vooral de emissies van de Sector Consumenten in substantiële mate bij aan de emissies in de ‘Haagse’ Natura2000-gebieden. Ook deze laat zich echter nauwelijks beïnvloeden. We zullen derhalve moeten inzetten op bronmaatregelen als de beperking van de emissies door het verkeer, het terugdringen van de emissies van mobiele werktuigen en de verbetering van de walstroom. De effecten op de totale depositie zullen beperkt zijn, maar kunnen wel salderingsruimte leveren voor (bouw)projecten in de stad.
19
Technische maatregelen lijken tot nu toe veel minder effect te sorteren dan gehoopt. Zie ook de recente uitspraak van de Raad van
State over luchtwassers, https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2024:3356.
14/14