RIS320602 Beantwoording SV Duidelijkheid inzake toestaan zichtbare religieuze uitingen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
17 december 2024 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Kaptheijns, luidend: ‘Duidelijkheid inzake toestaan zichtbare religieuze uitingen’
DSB/10825179 RIS320602
Het raadslid de heer Kaptheijns heeft op 25 november 2024 een brief met daarin 3 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Verleden jaar werd door onze raad een voorstel aangenomen om het voor Haagse handhavers en toezichthouders mogelijk te maken om zichtbaar religieuze uitingen te dragen, zoals een hoofddoek. Het college heeft nu laten weten dat handhavers vanaf 1 januari 2025 ook in uniform hun religie mogen uitdragen.(1) Wat de PVV betreft een slechte zaak, aangezien ambtenaren de uitstraling moeten hebben er voor alle Hagenaars en Hagenezen te zijn en het dragen van religieuze uitingen o.a. de indruk zou kunnen wekken dat zij geloofsgenoten voortrekken. Hoewel het om de uitvoering van een door de raad aangenomen voorstel gaat, is de PVV verbaasd over het besluit van het college en dan met name de timing. Het kabinet Schoof-I heeft namelijk in haar regeerakkoord de volgende passage staan op blz. 100: “Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid iedereen op dezelfde wijze benadert.
Omdat van de bestaande landelijke richtlijn, die toeziet op de neutraliteit van boa’s, mag worden afgeweken, komt het kabinet met een plan van aanpak voor het juridisch borgen van de neutraliteit van boa’s.” En de minister van Justitie & Veiligheid liet zeer recent op X optekenen: “BOA’s krijgen een neutrale uitstraling: vanaf 2025 geen zichtbare persoonlijke uitingen meer, zoals religieuze symbolen. Dit versterkt hun gezag en waarborgt hun neutraliteit in de rechtsstaat. Deze regel laat ik vastleggen in een AMvB”(2) 1.
Deelt het college de mening dat het vanaf 1 januari 2025 toestaan van religieuze uitingen door handhavers zinloos is, aangezien de minister van Justitie & Veiligheid heeft aangegeven dat in een AMvB zal worden opgenomen dat boa’s een neutrale uitstraling krijgen en vanaf 2025 geen zichtbare persoonlijke uitingen meer mogen dragen, zoals religieuze symbolen? Zo nee, waarom niet?
Nee, het college deelt deze mening niet. Gemeenten hebben als werkgever van de handhavers de bevoegdheid om zelf te besluiten of religieuze uitingen wel of niet toegestaan zijn bij het BOA-uniform.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10825179
De minister heeft aangekondigd1 een neutraal BOA-uniform in te voeren via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), maar dit proces is nog niet officieel gestart. Pas wanneer er landelijke wet- en regelgeving van kracht is, zal het gemeentelijk beleid hierop moeten worden aangepast. Volgens de minister zal de AMvB naar verwachting pas eind 2025 in werking treden, waardoor de huidige beleidsvrijheid van gemeenten tot die tijd blijft bestaan. 2.
Deelt het college de mening dat haar besluit op zijn minst de indruk wekt dat zij geen boodschap heeft aan (snel naderend) kabinetsbeleid en dat daarom de enige correcte actie is om het besluit terug te draaien? Zo nee, waarom niet?
Nee het college deelt deze mening niet. In de raadsvergadering van 20 december 2023 is bij de bespreking van het voorstel van het college inzake Programmabegroting 2024-2027 (RIS316918) de motie ‘Inclusief uniform voor Haagse handhavers’ (RIS317658) door de gemeenteraad aangenomen. Het college heeft de motie uitgevoerd. Het college heeft bij het nemen van het besluit zorgvuldig afgewogen welke beleidslijnen, zowel lokaal als nationaal, van toepassing zijn en heeft de noodzaak van een beleidsmatige benadering in het licht van het kabinetsbeleid juist meegenomen. Het besluit is genomen op basis van de actuele situatie, waarbij het college de ontwikkelingen op landelijk niveau nauwlettend volgt en actief in contact is geweest met het ministerie van Justitie en Veiligheid. De raad heeft zich over religieuze uitingen uitgesproken met de motie. Vervolgens is tijdens de bespreking van het voorstel van het college inzake de Programmabegroting 2025-2028 (RIS319799) op 13 en 14 november 2024 door de raad een motie verworpen over het af te zien van het invoeren van het dragen van zichtbare religieuze uitingen bij handhavers. Het college gaat tot nader order door met de uitvoering van het beleid uit de raad. Daarnaast blijft het college de ontwikkelingen op het kabinetsniveau volgen en zal indien nodig tijdig bijsturen. 3.
Mocht het college onverhoopt toch willen doorzetten, kan zij dan zo gedetailleerd mogelijk aangeven op welke andere beleidsterreinen zij (aangekondigd) beleid of wetgeving van het kabinet gaat negeren? Graag een gemotiveerd antwoord.
Alle besluiten worden genomen binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving, en het college volgt de ontwikkelingen op landelijk niveau zorgvuldig. Mocht nieuw beleid van het kabinet van invloed zijn, dan zal het college tijdig en adequaat reageren om aan de wettelijke vereisten te voldoen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
1
Jan van Zanen
Brief minister van Justitie en Veiligheid aan de Tweede Kamer: Investeringen in de politie en (strafrecht)ketenpartners en juridische
borging van de neutrale uitstraling van boa’s (5889703) d.d. 14 november 2024
2/2