RIS320529 Afdoening motie Toewerken naar de Roemernorm
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DBV/10833909 RIS320529 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Mirjam Westgeest Dienst
Dienst Bedrijfsvoering Afdeling
DBV P&O Concernadvies Datum
Telefoonnummer
16 april 2025
14070 E-mailadres
m.westgeest@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Toewerken naar de Roemernorm’
Uw raad heeft tijdens de behandeling van het voorstel inzake Programmabegroting 2025-2028 (RIS319799) op 13 november 2024 de door het raadslid mevrouw Van Basten Batenburg ingediende motie ‘Toewerken naar de Roemernorm’ (RIS320529) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: het college zich als doel heeft gesteld maximaal 15% externe inhuur te hebben ten opzichte van de totale loonsom; het college in reactie op een motie van de raad om de externe inhuur af te bouwen een actieplan heeft gepresenteerd, met veel tekst maar zonder gerichte, volgbare acties en zonder concrete doelstellingen voor een afname van externe inhuur. Overwegende dat: - de Rijksoverheid de norm voor externe inhuur op 10% van de totale personeelskosten heeft gesteld (Roemernorm); - externe inhuur relatief duur is en slecht is voor de continuïteit en kennisontwikkeling binnen de gemeente. Van mening dat: - het beleid rond externe inhuur moet bestaan uit gerichte, volgbare en meetbare acties met concrete doelstellingen voor de effecten van die acties. Verzoekt het college: - de doelstelling m.b.t. inhuur tot 2030 geleidelijk af te bouwen tot de Roemernorm.
Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: Uitgangspunt vanuit het coalitieakkoord is om in te zetten op vaste ambtelijke capaciteit in plaats van het inhuren van externen, ondanks de krapte op de arbeidsmarkt. Hierbij hoort een aantrekkelijke werkgever, die talent aantrekt en behoudt. Tegelijkertijd is externe inhuur noodzakelijk. Externe inhuur stelt de gemeente in staat om tijdelijke capaciteitsbehoeften op te vangen en specialistische kennis aan te trekken. Daarmee is grip op inhuur een belangrijk speerpunt.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DBV/10833909
Eind 2023 is de motie “minder inhuur” (RIS316918) aangenomen met het verzoek om een plan uit te werken om externe inhuur op een verstandige wijze te verminderen. Na deze motie is ingezet op versterking en actualisering van reeds ingezette maatregelen in lijn met de ambitie vanuit het coalitieakkoord. Zo wordt onverminderd ingezet op het werven van nieuwe medewerkers en aan een nieuw, aantrekkelijk werkgeversmerk. Ook vergroten we interne doorstroom door bijvoorbeeld de inzet van het Haags gesprek en de inzet op leren en ontwikkelen. Ook heeft Bureau Inhuur Externen (BIE), dat de gemeente uitgebreide ondersteuning biedt bij het inhuren van externen, zich verder geprofessionaliseerd. Door de reeds ingezette bundeling van raamcontracten bij BIE maken we effectief gebruik van expertise en borgen we uniformiteit van processen, waardoor externe inhuur transparanter en doelmatiger georganiseerd wordt. BIE zal worden doorontwikkeld naar Bureau Capaciteit. Bureau Capaciteit zal capaciteitsvraagstukken integraal aanpakken door het vraagstuk van externe inhuur te verbinden aan interne doorstroom en behoud van talent. Daarnaast wordt in de diensten effectiever gebruik gemaakt van capaciteit door de inzet van flexibele pools van medewerkers in combinatie met uitzendkrachten. Tevens worden de inzet van zowel externe ingehuurde medewerkers als eigen personeelsstromen gemonitord.
De Concernregel externe inhuur is geactualiseerd (RIS321776) om aan te sluiten bij de eerder geformuleerde maatregelen en in de actualisatie is meegenomen dat de norm ten aanzien van externe inhuur van 15% geleidelijk wordt afgebouwd tot de Roemernorm van 10% in 2030. Hoewel het college met u van mening is dat vaste capaciteit over het algemeen te prefereren is boven externe inhuur en het veel inzet wil plegen voor de reductie van externe inhuur, is er sprake van arbeidsmarktkrapte, tijdelijke geldstromen en werkzaamheden met een tijdelijk karakter. Het college kiest ervoor om, wanneer er een keuze ontstaat tussen het aantrekken van extern personeel of het niet uitvoeren van werkzaamheden, dan toch gebruik te maken externe inhuur. Het college is van mening dat de omvang van extern inhuur goed moet worden toegelicht en zal hiervoor de Staat van de Organisatie gebruiken. Het college beschouwt hiermee de motie als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
2/2