CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS320467 Vitaliteitsonderzoek Sportverenigingen 2024

Commissie Samenleving 5 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken5.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Samenleving

OCW/10814385 RIS320467 Contactpersoon

Jimm Laros Dienst

Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

19 november 2024

jimmlaros@denhaag.nl

Onderwerp

Vitaliteitsonderzoek sportverenigingen Den Haag 2024

Geachte voorzitter, Sportverenigingen zijn van grote waarde voor deze stad. Voor de vorming en sportieve opvoeding van onze jeugd, voor de ontspanning van volwassenen en de gezondheid van ouderen. Dit komt mede dankzij de vele vrijwilligers op de verenigingen. Daar mogen we met z’n allen trots op zijn. Die onmiskenbare waarde van sportverenigingen willen we ook op de lange termijn waarborgen. Daarom ondersteunen we sportverenigingen in het vitaal worden en blijven. Dat doen we onder andere met de inzet van 10 Sportconsulenten die per Stadsdeel hét aanspreekpunt voor verenigingen zijn. Zij helpen verenigingen op het gebied van subsidies, gratis opleidingen en inzet van Sportcoördinatoren. De gemeente voert sinds 2012 het Vitaliteitsonderzoek uit. Dit onderzoek brengt tweejaarlijks de vitaliteit en maatschappelijke functie van sportverenigingen in beeld. De uitkomsten bieden een basis voor aanscherping van het beleid dat we komende jaren uit willen voeren. Via deze brief presenteer ik u de rapportage ‘Vitaliteitsonderzoek Sportverenigingen 2024’1. In deze brief zijn de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek uiteengezet. Tot slot is ingegaan op de aanbevelingen uit het rapport en hoe de gemeente Den Haag aan de slag gaat met deze aanbevelingen.

Onderzoeksopzet Het Vitaliteitsonderzoek heeft als doel de vitaliteit van sportverenigingen in de gemeente Den Haag in kaart te brengen. Aan de hand van een verenigingsmonitor wordt inzichtelijk gemaakt hoe de verenigingen functioneren, welke maatschappelijke rol ze vervullen en welke mogelijke uitdagingen er zijn voor hun toekomstbestendigheid. De gemeente gebruikt deze informatie op twee manieren: Een beeld te krijgen van de vitaliteit van het verenigingsleven als geheel, om kansen te signaleren en het sportbeleid te (her)evalueren en te versterken. De individuele deelnemende vereniging een beeld te geven hoe vitaal hun vereniging is en waar kansen liggen ter verbetering.

1

Bijlage 1 -Verenigingsmonitor Den Haag 2024

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

We voeren het onderzoek sinds 2022 niet meer zelf uit, maar besteden het uit aan het Mulier Instituut, een landelijke en gerenomeerd onderzoeks- en kenniscentrum op het terreinen van sport en bewegen. Op deze wijze maakt Den Haag gebruik van een gestandaardiseerde landelijke onderzoeksmethode, zodat de Haagse cijfers vergelijkbaar zijn met het Nederlands gemiddelde. Vitaliteit: organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie Om te beoordelen of verenigingen vitaal zijn, wordt gekeken naar organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie. Hoe beter de vereniging in staat is om haar sportaanbod voor haar huidige en potentieel nieuwe leden te organiseren, des te hoger de score voor organisatiekracht. Er zijn vijf criteria die de score bepalen: leden, kader, accommodatie, financiën en beleid. Maatschappelijke oriëntatie richt zich op de functies die de vereniging uitoefent in de samenleving, die niet direct gerelateerd aan sport zijn. Daarbij valt te denken aan het organiseren van (gezelligheids)activiteiten die ook toegankelijk zijn voor mensen van buiten de vereniging of aan het openstellen van het clubhuis voor externe partijen, zoals bijvoorbeeld een zorgaanbieder. Ook de samenwerking met andere organisaties, waaronder de gemeente, vormt onderdeel van de maatschappelijke oriëntatie.

De score komt tot stand door twee criteria te beoordelen, namelijk de maatschappelijke activiteit en de maatschappelijke intentie. Maatschappelijke activiteit staat voor de mate waarin verenigingen actief een maatschappelijke rol vervullen en maatschappelijke intentie staat voor de houding van verenigingen ten opzichte van een actieve bredere maatschappelijke rol. Zowel bij organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie wordt per criterium gewerkt met scores variërend van onvoldoende, matig, voldoende tot goed. De scores van ieder criterium bij elkaar opgeteld vormen samen de eindscore, waaruit afgeleid wordt hoe een vereniging er gemiddeld voor staat. Hoe wordt de vitaliteit berekend? De eindscores voor organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie worden ingevuld in een zogenoemde vitaliteitsmatrix, waarin vier typen verenigingen onderscheiden worden: kwetsbaar, maatschappelijk, krachtig en vitaal. • Kwetsbare verenigingen scoren zowel onvoldoende of matig op organisatiekracht als op maatschappelijke oriëntatie. • Maatschappelijke verenigingen scoren onvoldoende of matig op organisatiekracht, maar voldoende of goed op maatschappelijke oriëntatie. • Krachtig is een vereniging, die qua organisatiekracht voldoende of goed scoort, maar niet op maatschappelijke oriëntatie.

• Vitaal is een vereniging pas als er zowel op organisatiekracht als ook op maatschappelijke oriëntatie een voldoende of goed gescoord wordt. In onderstaande matrix (figuur 1) worden de segmenten ten opzichte van de scores op organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie visueel gemaakt.

2/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

Iedere vereniging ontvangt dezelfde vragenlijst en op basis van de bovengenoemde beoordelingsindicatoren wordt dan een score berekend en een typering gegeven. Daarom ontvangen ze ook altijd een individuele rapportage waarin de resultaten worden uitgelegd en waar nodig genuanceerd. Het wordt zodoende helder waaraan de vereniging (eventueel) extra aandacht zou kunnen schenken om vitaal te worden of te blijven. Deelname Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een enquête. De gemeente heeft in samenwerking met het Mulier Instituut alle 303 sportverenigingen in de gemeente Den Haag voor dit onderzoek uitgenodigd. In totaal hebben 156 verenigingen (netto respons van 51%) deelgenomen aan het onderzoek. Op basis van beschikbare populatiegegevens naar het type sport (binnen/buiten) en de grootte van de vereniging, vormt de responsgroep een redelijke afspiegeling van alle sportverenigingen in de gemeente Den Haag. Deze hoge respons is te danken aan een intensieve algemene communicatie in nieuwsbrieven, whatsappgroepen en e-mails, maar vooral ook door het persoonlijke contact van de Sportconsulenten met de verenigingen. Terughoudendheid bij vergelijking monitor 2022 en 2024 In 2022 heeft het Mulier Instituut een eerste verenigingsmonitor afgenomen onder sportverenigingen in Den Haag. Toen bestond de responsgroep uit 138 verenigingen.

101 verenigingen hebben zowel in 2022 als in 2024 de verenigingsmonitor volledig ingevuld (65% van de responsgroep van 2024). Wat betreft type sport zijn de steekproeven uit 2022 en 2024 vergelijkbaar. In 2024 is het aandeel kleine verenigingen in de steekproef wat kleiner dan in 2022. Hierdoor zijn de resultaten uit beide jaren niet direct vergelijkbaar. Daarnaast worden de verschillen tussen beide verenigingsmonitoren deels bepaald door de aanwezigheid van een aantal ‘nieuwe’ verenigingen in dit onderzoek. Het Mulier Instituut is daarom terughoudend met het vergelijken van beide monitoren. Het is niet mogelijk om uit te gaan van ‘een ontwikkeling’. Onderzoeksresultaten2 Het onderzoek geeft ons een bepaald beeld van de stand van het Haagse verenigingsleven. Dat beeld is te verdelen in positieve scores en onderwerpen die aandacht behoeven:

2

Een overzicht van de belangrijkste cijfermatige resultaten staan in: Bijlage 2 -Infographic Vitaliteitsonderzoek sportverenigingen 2024

De cijfers met een % teken zijn percentages. De cijfers zonder % teken zijn absolute getallen.

3/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

Tabel 1: Positieve scores en aandachtspunten POSITIEVE SCORES: 35% van de Haagse verenigingen is vitaal. Dit is een stuk hoger dan het landelijk gemiddelde van 24%. 67% van de Haags verenigingen scoort ‘voldoende’ tot ‘goed’ op de index organisatiekracht. Dit is hoger dan het landelijke gemiddelde van 60%. De maatschappelijke oriëntatie onder Haagse verenigingen is sterker dan het landelijk gemiddelde. (44% versus 34%). 87% van de Haagse verenigingen scoort ‘voldoende’ tot ‘goed’ op het criterium ‘leden’. Het totaal aantal aanmeldingen lag het afgelopen jaar hoger dan het aantal afmeldingen. Er is veel aandacht voor een positieve sportcultuur (83%). AANDACHT NODIG VOOR: 28% van de verenigingen scoort onvoldoende op het criterium financiën. Hoewel het aantal stijgend is, voldoen nog lang niet alle sportverenigingen aan de 3 basisvoorwaarden voor een positieve sportcultuur. Eén op de vijf verenigingen heeft een tekort aan trainers. Iets meer dan een derde van de Haagse clubs scoort een onvoldoende op accommodaties (36%). Algemeen Meer dan een derde van de Haagse sportverenigingen in Den Haag is vitaal (35%). Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde (zie tabel 2). Vitale verenigingen zijn organisatiekrachtig en hebben een brede maatschappelijke oriëntatie. Met name grote verenigingen (58%) zijn vitaal.

Een op de drie verenigingen in gemeente Den Haag is te beschouwen als een krachtige vereniging (32%). De organisatie hebben de verenigingen op orde, maar er liggen nog kansen op maatschappelijk vlak. In de groep krachtige verenigingen zijn met name kleine en middelgrote verenigingen te vinden. Ongeveer de helft van de buitensportverenigingen en verenigingen met een eigen sportaccommodatie is krachtig (beide 47%). Krachtige verenigingen kunnen vitale verenigingen worden. Wanneer de organisatie goed en sterk is, hebben ze de mogelijkheden om buiten de vereniging te kijken en een maatschappelijke rol op zich te nemen. Een kwart (23%) van de verenigingen scoort ondermaats op zowel organisatiekracht als maatschappelijke oriëntatie en wordt daarom als kwetsbaar ingeschaald. In Den Haag is het aandeel kwetsbare verenigingen lager dan landelijk (30%). Met name kleine verenigingen zijn kwetsbaar. Iets minder dan de helft van de kleine verenigingen (44%) behoort tot dit segment. Daarnaast zijn kwetsbare verenigingen vaker binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen sportaccommodatie. Eén op de tien verenigingen behoort tot de maatschappelijke verenigingen (10%). Deze verenigingen zijn maatschappelijk georiënteerd, maar onvoldoende in staat om het sportaanbod te organiseren. Door de organisatiekracht te vergroten kunnen deze verenigingen zich ontwikkelen tot vitale verenigingen.

Tabel 2: Verenigingssegmenten met Haagse en landelijke scores. Landelijk Den Haag gemiddelde Vitale verenigingen 35% 24% Krachtige verenigingen 32% 37% Maatschappelijke verenigingen 10% 9% Kwetsbare verenigingen 23% 30%

4/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

Organisatiekracht Uit het onderzoek blijkt dat 67% van de Haagse sportverenigingen voldoende tot goed scoort op de index voor organisatiekracht, wat iets hoger is dan het landelijke gemiddelde van 60%. Dit duidt op een solide organisatorische basis bij een groot deel van de verenigingen. De organisatiekracht wordt bepaald aan de hand van vijf criteria: ledenbestand, kader (vrijwilligers en bestuur), accommodatie, financiën en beleid. Deze worden hieronder belicht. Beleid Het thema ‘beleid’ richt zich op de wijze waarop verenigingen (gestructureerd) vormgeven aan hun plannen en toekomstvisie. Zes op de tien sportverenigingen in Den Haag (62%) heeft de afgelopen vier jaar plannen of voornemens op papier gezet met betrekking tot het functioneren van de vereniging. Dit is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde (63%). Met name grote verenigingen en buitensportverenigingen werken planmatig. Deze beleidsvisies hebben met name betrekking op werving en behoud van vrijwilligers en verenigingskader (69%). Ledenbehoud en werving staat op de 2e plek (58%) en ‘Sportiviteit en respect’ (53%) staat op plek 3 als onderwerp voor beleidsplannen. Het onderwerp dat het minst aan bod kwam in de plannen van de verenigingen is samenwerking. Financiën 72% van de sportverenigingen in de gemeente Den Haag omschrijft de eigen financiële positie als (zeer) gezond.

Dit is vergelijkbaar met landelijke cijfers. Een op de zes verenigingen vindt de eigen financiën redelijk (17%). Eén op de tien verenigingen (11%) heeft volgens eigen zeggen een minder gezonde financiële situatie. Het zijn zowel grote als kleine verenigingen die aangeven financieel niet gezond te zijn. Leden Het thema ‘leden’ richt zich op de vraag in hoeverre verenigingen voldoende leden hebben en of ze deze aan zich weten te binden. De afgelopen twee jaar heeft twee op de vijf verenigingen (39%) het ledenbestand (sterk) zien groeien. Het totaal aantal aanmeldingen bij de sportverenigingen in Den Haag lag het afgelopen jaar hoger dan het aantal afmeldingen. De sportverenigingen in Den Haag zijn overwegend positief over de ledenontwikkeling het komende jaar (2025). Een kwart (28%) verwacht dat het aantal leden (sterk) stijgt. Enkele verenigingen (7%) verwachten een (sterke) daling. Den Haag scoort goed op het criterium leden. Twee derde van de verenigingen scoort goed en één op de vijf voldoende (totaal 86%). Dit is iets hoger dan landelijk (81% ‘voldoende’ of ‘goed’). Het beeld uit het Vitaliteitsonderzoek wordt versterkt door de cijfers van NOC*NSF over Haagse leden bij sportbonden. In 2023 was 17,6% van de Haagse bevolking lid bij een sportvereniging. In 2021 was dat 17,5% en in 2019 17,4% (KISS rapportage NOC*NSF, 2023).

Landelijk is het percentage lidmaatschap licht gedaald. Accommodatie 45% van de Haagse clubs scoort een goed of voldoende op het criterium accommodatie ten opzichte van 67% landelijk. Eén op de vijf verenigingen (21%) scoort ‘goed’. Verenigingen zonder eigen accommodatie scoren gemiddeld lager dan verenigingen met een eigen sportaccommodatie. Over het algemeen heerst er tevredenheid over de accommodatie. De helft van de sportverenigingen in Den Haag geeft aan op ieder moment en conform behoefte over de sportaccommodatie of -voorziening te kunnen beschikken (53%). Bij een derde van de verenigingen (31%) is dit niet het geval.

5/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

Zij geven aan niet conform behoefte en op het gewenste tijdstip gebruik te kunnen maken van een sportaccommodatie. Vooral bij verenigingen zonder eigen accommodatie en binnensportverenigingen is dit een probleem. Dit zijn vaak kleine verenigingen. De helft van de verenigingen is tevreden over de staat van de sportaccommodatie die ze gebruiken (52%). Een kwart van de verenigingen is dit enigszins. Volgens 23% van de verenigingen verkeren de accommodaties (helemaal) niet in een goede staat. 53% van de verenigingen denkt nog jaren vooruit te kunnen op de huidige locatie en met de huidige sportaccommodatie. Een kwart van de verenigingen geeft aan dat dit enigszins het geval is (26%). Een op de vijf verenigingen geeft aan dat de huidige accommodatie en het aantal beschikbare uren niet aansluit bij de toekomstige behoefte (22%). Met name de grote sportverenigingen en buitensportverenigingen zien knelpunten ontstaan richting de toekomst. Voor de duiding van de cijfers is het van belang te realiseren dat de score gebaseerd is op zowel gemeentelijke (zoals sporthallen en velden) als verenigingseigendommen (zoals kantines en kleedgebouwen). Opvallend is dat verenigingen met een eigen accommodatie vaker ontevreden zijn over de staat van de sportaccommodatie dan verenigingen zonder eigen accommodatie. Zij zijn hiervoor zelf verantwoordelijk.

Kader Het thema ‘kader’ richt zich op het bestuur van verenigingen, alsmede op het beleid ten aanzien van vrijwilligers. Driekwart van de sportverenigingen in Den Haag geeft aan voldoende vrijwilligers te hebben (74%). Dit is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Toch is twee derde van deze groep nog op zoek naar extra vrijwilligers. Buitensportverenigingen en verenigingen met een eigen sportaccommodatie hebben vaker een tekort aan vrijwilligers dan binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen accommodatie. Drie op de tien verenigingen ervaren een (zeer) groot probleem met betrekking tot de ontwikkeling van het aantal vrijwilligers (28%). Bij de helft van de verenigingen zorgt dit voor matige of kleine problemen (47%). Het voornaamste knelpunt dat verenigingen daarbij noemen, is het werven van nieuwe vrijwilligers en bestuursleden. 14% van de verenigingen zien ontwikkelingen in het aantal trainers/instructeurs/lesgevers als een (zeer) groot probleem. De verenigingen merken op dat de bereidheid vrijwilligerswerk te doen, terugloopt. Men wil wel sporten, maar heeft geen tijd of zin daarnaast nog een bijdrage te leveren aan de club. Gaten die ontstaan doordat vrijwilligers of bestuursleden stoppen, zijn steeds moeilijker op te vullen. Zeker als gaat om structureler vrijwilligerswerk.

Positieve Sportcultuur Meer dan acht op de tien sportverenigingen in Den Haag hebben beleid op het gebied van het realiseren van een positieve sportcultuur (83%). Professionalisering van het trainingskader en pedagogisch sportklimaat (56%), het bevorderen van inclusie en respect (53%) en het vergroten van ouderbetrokkenheid (49%) zijn de meest genomen maatregelen. Het bevorderen van de sportdeelname van mensen met een beperking of chronische ziekte en het tegengaan van discriminatie en grensoverschrijdend gedrag is minder vaak een aandachtspunt. (Middel)grote sportverenigingen (87% en 97%), sportverenigingen met jeugdleden (92%) en teamsportverenigingen (87%) hebben vaker beleid gericht op het creëren van een positieve sportcultuur.

6/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

Basisvoorwaarden positieve sportcultuur Ruim een derde van de Haagse sportverenigingen (38%) voldoet aan de drie basisvoorwaarden voor een positieve sportcultuur (gedragscode, VOG’s en vertrouwenscontactpersoon). Onder verenigingen met jeugdleden is dat de helft (50%). Daarmee voldoet de helft van de sportverenigingen in Den Haag met jeugdleden dus niet aan de basisvoorwaarden. Vooral middelgrote en kleine verenigingen voldoen minder vaak aan de basisvoorwaarden. Driekwart van de sportverenigingen in Den Haag beschikt over een vertrouwenscontactpersoon (74%). Grote verenigingen (82%) en verenigingen met jeugdleden (82%) beschikken relatief vaak over een vertrouwenscontactpersoon. Dit geldt in het bijzonder ook voor vechtsportverenigingen (92%). 70% van de verenigingen heeft beleid met betrekking tot het aanvragen van VOG’s voor medewerkers of vrijwilligers. Grote verenigingen vragen relatief vaker een VOG aan dan de middelgrote of kleine verenigingen. Van de verenigingen met jeugdleden vraagt 71% VOG’s aan voor vrijwilligers en medewerkers die met jeugd en/of andere kwetsbare doelgroepen werken. Grote verenigingen (78%) en teamsport (78%) en individuele sportverenigingen (78%) vragen vaker een VOG voor deze groep aan. Twee derde van de sportverenigingen in Den Haag met jeugdleden heeft een gedragscode opgesteld voor trainers en begeleiders die met jeugd werken.

Daarbij valt op dat er nauwelijks verschil bestaat op basis van verenigingsgrootte. Teamsportverenigingen (73%) beschikken vaker over een gedragscode dan (semi-) individuele sportverenigingen (64% en 56%). Echter blijken semi-individuele vechtsportverenigingen (83%) juist het vaakst over deze code te beschikken, terwijl overige semiindividuele sportverenigingen hier het minst over beschikken (39%).

Vergelijking 2022-2024 op organisatiekracht In vergelijking met de verenigingsmonitor van 2022 is de organisatiekracht van de sportverenigingen nauwelijks veranderd. In 2022 scoorde 64% van de verenigingen voldoende of goed, in 2024 is dit 67 %. Deze lichte toename komt door de ‘goede’ scores van de ‘nieuwe’ verenigingen, die alleen in 2024 deelnamen. De gemiddelde scores van de verenigingen die aan beide monitoren meededen, is nauwelijks veranderd. In de criteria van organisatiekracht hebben wel verschuivingen plaatsgevonden. Ten opzichte van twee jaar geleden scoren de verenigingen beter op leden en kader, maar slechter op accommodatie. De scores op de criteria financiën en beleid zijn nauwelijks veranderd. De verbetering van de scores op de criteria leden en kader is voornamelijk toe te schrijven aan de ‘nieuwe’ verenigingen in de steekproef. De afname op het criterium accommodatie komt met name door de lagere score van de verenigingen die alleen in 2024 deelnamen. Maatschappelijke oriëntatie Naast organisatiekracht is maatschappelijke oriëntatie de andere pijler die vitaliteitsbepalend is. Hiervoor worden twee criteria nader onder de loep genomen: de maatschappelijke activiteit en de maatschappelijke intentie. 44%van de sportverenigingen in Den Haag scoort voldoende of goed op maatschappelijke oriëntatie.

Deze verenigingen zijn maatschappelijk betrokken en willen dit in de toekomst ook blijven. Een kwart van de verenigingen (26%) scoort onvoldoende, drie op de tien scoort matig.

7/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

De verenigingen in Den Haag scoren hoger dan het landelijk gemiddelde. In Nederland is 34% van de verenigingen maatschappelijk georiënteerd. Om tot een score te komen voor maatschappelijke oriëntatie worden volgende categorieën afgewogen: samenwerking, aanbod van activiteiten en maatschappelijke betrokkenheid. Iedere categorie wordt hieronder nader besproken. Samenwerking Het afgelopen jaar heeft 88% van de sportverenigingen in de gemeente Den Haag samengewerkt met één of meerdere organisaties, verenigingen of instanties. De sportverenigingen werkten het meest samen met de gemeente. Ruim de helft van de verenigingen (58%) heeft het afgelopen jaar ten minste één maal met de gemeente Den Haag samengewerkt. Vooral grote en middelgrote verenigingen deden dit. Andere organisaties waar veel verenigingen mee samenwerkten het afgelopen jaar zijn andere sportverenigingen, sportbonden en scholen (respectievelijk 54%, 51% en 51%). Aanbod aan maatschappelijke activiteiten 76% van de sportverenigingen in gemeente Den Haag organiseerde het afgelopen jaar/seizoen ten minste één keer een (sport)activiteit waaraan ook niet-leden deel konden nemen. Bij twee op de vijf verenigingen (42%) bleef het aanbod beperkt tot één of twee keer. Eén op de vijf verenigingen (22%) organiseerde veel vaker activiteiten voor niet-leden. Zij deden dit minimaal vijf keer het afgelopen jaar/seizoen.

Een kwart van de verenigingen (24%) had het afgelopen jaar/seizoen geen (sport)aanbod voor niet-leden. Dit was vaker het geval bij kleine verenigingen, binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen sportaccommodatie. Maatschappelijke betrokkenheid 77% van de sportverenigingen in gemeente Den Haag zijn het (helemaal) eens met de stelling dat sportverenigingen een maatschappelijke functie hebben. Vier verenigingen zijn het (helemaal) oneens (2%). Dit zijn drie kleine en één grote sportvereniging. Alle andere verenigingen zijn het enigszins eens met de stelling. Toch vindt één op de drie verenigingen (35%) dat ze er vooral zijn om hun leden te laten sporten. Dit sentiment leeft meer bij kleine verenigingen dan bij grote verenigingen. 29% van de verenigingen vindt het tegenovergestelde. Zij vinden het wel belangrijk dat een sportvereniging een bredere blik heeft dan enkel de sport- en beweegactiviteiten die ze organiseren. Dit zijn vooral middelgrote en grote sportverenigingen. Ruim de helft van de verenigingen (56%) voert op ten minste één maatschappelijk thema activiteiten uit. Kleine verenigingen zijn hier minder mee bezig dan grote verenigingen. 54% van de sportverenigingen heeft één of meerdere maatschappelijke thema’s als aandachtspunt voor de korte termijn. Op de lange termijn geldt dit voor 89% van de verenigingen.

De maatschappelijke thema’s waar de meeste sportverenigingen in Den Haag activiteiten op uitvoeren zijn normen en waarden/veilig sportklimaat en (sociale) veiligheid (respectievelijk 45% en 40%). Vooral veel grote verenigingen zijn actief op deze onderwerpen (beide 88%). In de Verenigingsmonitor 2024 (bijlage 1) kunt u de volledige resultaten teruglezen. Conclusies en vervolg Hoe zorgen we ervoor dat onze mooie en belangrijke sportverenigingen over 10 en 100 jaar nog steeds bloeiend zijn? In een maatschappij die steeds individueler wordt, is het verenigingsleven goed voor iedereen. Zeker voor opgroeiende kinderen die, naast gezin en school, ook in een sportvereniging een goed pedagogisch klimaat kunnen krijgen om op te groeien.

8/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

Als gemeente willen we de Haagse sportverenigingen optimaal ondersteunen, zodat zij vitaal blijven en hun mooie rol kunnen blijven spelen, nu en in de toekomst. De vraag is hoe wij deze ondersteuning kunnen verbeteren, zodat verenigingen zich gesteund voelen op het gebied van bijvoorbeeld ledenwerving, ouderbetrokkenheid en het vinden van voldoende vrijwilligers. Het Vitaliteitsonderzoek 2024 is een belangrijk vertrekpunt voor onze ondersteuning. Dat doen we via twee lijnen. De eerste lijn betreft de individuele rapportages die we aan de deelnemende verenigingen hebben gestuurd (maatwerk ondersteuning). Hierin staat per thema hoe de vereniging scoort en welke ondersteuning de gemeente hierop kan bieden. In gesprekken met de clubs wordt samen bekeken welke ondersteuningsmiddelen worden ingezet. De tweede lijn betreft het bijstellen van ons ondersteuningsaanbod, zowel qua thematiek als de wijze waarop we de ondersteuning bieden (generieke ondersteuning). Dat is een continu proces. Op welke thema’s moeten we focus aanbrengen, welke clubs benaderen we proactief en wanneer volstaat een vraaggerichte werkwijze? Het Mulier Instituut doet in het rapport (bijlage 1) 5 aanbevelingen. Deze presenteer ik hieronder, inclusief de wijze waarop wij uitvoering geven aan die aanbevelingen.

Aanbeveling 1: Ondersteuning voor kwetsbare verenigingen De kwetsbare verenigingen in Den Haag blijken met name kleine verenigingen, binnensportverenigingen en verenigingen zonder eigen accommodatie. Om de vitaliteit van deze verenigingen te vergroten, is het belangrijk om met de verenigingen in gesprek te gaan over de specifieke problemen die ze ervaren. We gaan met deze verenigingen in gesprek, om gezamenlijk te bekijken welke ondersteuning nodig en gewenst is. Deze gesprekken vinden dit jaar en in de eerste helft van 2025 plaats. Aanbeveling 2: Zoek naar creatieve oplossingen voor bezetting accommodaties Net als twee jaar geleden is accommodatie een groot aandachtspunt. Bij veel verenigingen die zeer grote problemen ervaren op dit thema, wordt het voortbestaan van de verenigingen erdoor bedreigd (8 van de 11 verenigingen). Vooral de capaciteit van de sportaccommodaties vormt een knelpunt. We gaan het komende half jaar met alle verenigingen die een knelpunt ervaren in de capaciteit van hun sportaccommodatie in gesprek, te beginnen met de clubs die vrezen voor hun voortbestaan. Daarnaast willen we voor heel de stad in beeld brengen welke verenigingen met wachtlijsten kampen.

Vervolgens willen met de clubs bekijken welke oplossingen er zijn, zoals verlenging van speeldagen, gebruik op minder populair dagen en tijden of het gebruik van de openbare ruimte voor activiteiten die dit toestaan (conform aanbeveling Mulier Instituut). Daarnaast blijft de gemeente investeren in sportaccommodaties, zowel kwalitatief als kwantitatief. Dit doen we onder andere via het Integraal Huisvestingsplan Sport en de Investeringssubsidie Accommodaties Sport subsidie (IAS). We hebben deze coalitieperiode €4 miljoen extra aan het bestaande IAS-budget toegevoegd. Daarmee bedraagt de jaarlijkse subsidiepot € 2,3 miljoen voor de jaren 2024, 2025 en 2026. Uit het onderzoek blijkt dat vooral binnensportverenigingen de sportaccommodatie niet conform de behoefte kunnen gebruiken. Om de grote vraag naar sporthalruimte op te kunnen vangen, wordt in Loosduinen een extra sporthal gerealiseerd.

9/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

Aanbeveling 3: Ondersteun verenigingen bij het vrijwilligersbeleid Ten opzichte van 2022 is de score van de Haagse sportverenigingen op het criterium kader gestegen. Toch ervaren een deel verenigingen (zeer) grote problemen bij het aantrekken en behouden van vrijwilligers (28%) en trainers (14%). De aanwezigheid van taakomschrijvingen voor de verschillende functies die vrijwilligers uitvoeren kan helpen bij het werven en behouden van vrijwilligers. Een op de vijf verenigingen heeft dit nog niet, twee op de vijf slechts voor enkele functies. We stellen taak/functieomschrijvingen beschikbaar aan verenigingen. Daarnaast maken we een nadere analyse van de clubs die hebben aangegeven een tekort aan trainers/coaches te hebben. Een dergelijk tekort belemmert namelijk direct het aantal Hagenaars dat lid kan zijn van een vereniging. Datzelfde geldt ook voor de beschikbaarheid van de accommodatie (zie voorgaande aanbeveling). Daarom hebben beide punten prioriteit in 2025. We ondersteunen verenigingen overigens al op diverse manieren om vrijwilligers te behouden en te werven. Denk aan de inzet van Sportcoördinatoren van Stichting Werken aan Sportstad Den Haag (WSDH), gratis gebruik van de app Taakie (tool die vrijwilligers en taken geautomatiseerd aan elkaar koppelt) en gratis cursussen/opleidingen.

Daarnaast ondersteunen we besturen in het waarderen van hun vrijwilligers met de gemeentelijke voucherregeling. Het belang van vrijwilligers krijgt tijdens het aanstaande Sportgala een prominente plek (onder andere door het starten van de prijs Vrijwilliger van het Jaar). Aanbeveling 4: Waak voor onderschatting van financiën Twee op de vijf Haagse sportverenigingen scoren matig of onvoldoende op het criterium financiën (42%). Toch geeft maar 8% aan een (zeer) groot probleem te ervaren hierdoor. Dit is een aanzienlijk verschil. Wellicht onderschatten de verenigingen de financiële situatie waarin ze zitten of de buffers die ze hebben. Het is belangrijk om het belang van voldoende buffers en positieve resultaten te benadrukken bij de verenigingen, zodat verenigingen ook in mindere tijden voortbestaan. We onderschrijven de noodzaak voor blijvende aandacht op het thema financiën. Daarom biedt de gemeente handvatten aan verenigingen om inzicht te krijgen in de financiële situatie, maar ook om nieuwe inkomstenbronnen te werven. Dat doen we onder andere door het ‘handboek financiën’ en een leergang sponsorwerving. Daarnaast hebben we in april 2024 een financieel projectmanager aangesteld die verenigingen helpt om tot een gezonde boekhouding te komen. Deze projectmanager heeft dit jaar ook 2 bijeenkomsten voor penningmeesters gehouden.

Deze bijeenkomsten werden druk bezocht en goed gewaardeerd. Dit blijven we doen. Aanbeveling 5: Stimuleer samenwerking bij kleine verenigingen Kleine sportverenigingen in Den Haag werken minder samen en zijn minder vaak betrokken bij projecten/activiteiten/functionarissen/regelingen dan (middel)grote verenigingen. Door kleine sportverenigingen te laten kennismaken met mogelijke samenwerkingspartners, de meerwaarde van samenwerking en betrokkenheid te benadrukken en bij projecten, regelingen of activiteiten rekening te houden met de behoeftes van kleine verenigingen, kan de maatschappelijke oriëntatie van de verenigingen vergroot worden. We blijven inzetten op de samenwerking tussen verenigingen en andere organisaties. We brengen hierbij focus aan op kleine sportverenigingen. We zetten de stedelijke netwerkbijeenkomsten, stadsdeelnetwerken en de sporttaknetwerken voort. Ook gaan we ‘beste practices’ van verenigingen

10/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

delen. Enerzijds zodat verenigingen van elkaar kunnen leren, anderzijds om hiermee de onderlinge samenwerking te stimuleren. Positieve Sportcultuur Hoewel veruit de meeste verenigingen werken aan een Positieve Sportcultuur, vergt dit thema op drie onderdelen extra aandacht: de 3 basisvoorwaarden, het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag en de Haagse Voetbalaanpak. Ons doel is dat alle Haagse sportverenigingen op 1 september 2025 voldoen aan de 3 basisvoorwaarden (gedragsregels, VOG’s, vertrouwenscontactpersoon). Daar ondersteunen we de clubs intensief bij, vooral via de inzet van de Sportcoördinatoren van WSDH. Ook besteden we in onze communicatie-uitingen veel aandacht aan het belang van de 3 basisvoorwaarden. Daarnaast hebben we de verenigingen laten weten dat het voldoen aan de voorwaarden voorwaardelijk is voor gemeentelijke verenigingsondersteuning. Voldoet de vereniging op 1 september 2025 niet aan de voorwaarden, dan kunnen zij geen gebruik meer maken van onze ondersteuningsmiddelen. Dit betreft uiteraard geen permanente uitsluiting. Ook na die datum helpen we clubs om aan de voorwaarden te voldoen, zodat ze daarna weer op alle thema’s door ons ondersteund kunnen worden.

We ondersteunen sportverenigingen actief bij het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag door workshops en advies van WSDH in te zetten en de samenwerking met partners zoals, KNVB, politie en Den Haag Meldt actief op te zoeken. Tijdens de workshops worden vormen van grensoverschrijdend gedrag, zoals fysiek, emotioneel, seksueel en discriminatie, besproken met praktische tips en begeleiding. Ook zijn er o.a. webinars, cursussen voor vertrouwenscontactpersonen (VCP’ers), tools zoals het High 5 Stappenplan en een podcast om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken beschikbaar voor verenigingen. Daarnaast doen we mee aan communicatiecampagnes van het NOC*NSF. Via intensieve samenwerking en gerichte acties zet de gemeente zich in voor een veilige en inclusieve sportcultuur. We werken met de Haagse voetbalclubs aan een Haagse Voetbal Aanpak. Die aanpak gaat in op wat er nodig is om ongeregeldheden te voorkomen, en als ze toch voorkomen, hoe de verenigingen dan moeten acteren. Dat is nodig om tot een veilige en sportieve Haagse voetbalwereld te komen. In de beantwoording van schriftelijke vragen ‘Pak de regie tegen toenemend voetbalgeweld’ (RIS320233) wordt hier nader op ingegaan. In de Commissie Samenleving op 5 juni 2024 is informatie opgevraagd over de rol van de KNVB. Toegezegd is informatie op te nemen in de commissiebrief over het vitaliteitsonderzoek.

Die informatie wordt hieronder gegeven: Aantal risicowedstrijden in het Haagse amateurvoetbal, seizoen 2023/2024 De KNVB heeft geen cijfers beschikbaar van het aantal risicowedstrijden in het Haagse amateurvoetbal. De bond registreert risicowedstrijden namelijk niet. Dit komt omdat in het amateurvoetbal geen definitie wordt gehanteerd voor de term ‘risicowedstrijd’. De KNVB stuurt rondom dit thema met name op het gevoel dat rondom een wedstrijd ervaren wordt, en op basis van dit gevoel worden passende maatregelen genomen. De KNVB geeft aan dat er op basis van gevoel geen databestand aangelegd kan worden met betrekking tot risicowedstrijden. Dit zou een subjectieve dataset zijn.

11/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

Aantal geregistreerde incidenten in het Haagse amateurvoetbal, seizoen 2023/2024 De KNVB geeft aan dat incidenten niet op gemeenteniveau worden geregistreerd (maar op regio). Wel meldt de KNVB dat het beeld in Den Haag gelijk is aan het landelijke beeld: het aantal tuchtzaken neemt toe. Verder geeft de KNVB aan dat veruit de meeste wedstrijden nog steeds probleemloos verlopen. Aantal Haagse clubs dat valt onder de KNVB-aanpak ‘risicoverenigingen’ Volgens de KNVB vallen 6 Haagse verenigingen onder de aanpak ‘risicoverenigingen’ (peildatum oktober 2024). Welke Haagse clubs vallen onder de aanpak van HALT/KNVB? Wanneer verenigingen zich in een bepaalde aanpak bevinden brengt dit bepaalde oordelen met zich mee. Omdat deze oordelen geen positieve bijdrage leveren aan het voetballandschap wil de KNVB de namen van deze verenigingen niet publiekelijk delen. Hoe vaak is er een KNVB-scheidsrechter ingezet bij Haagse risicowedstrijden in het Haagse amateurvoetbal, seizoen 2023/2024? De KNVB geeft aan dat KNVB-scheidsrechters niet specifiek bij risicowedstrijden worden ingezet. Dergelijke scheidsrechters worden alleen ingezet bij bepaalde categorieën die gebaseerd zijn op niveau. De scheidsrechter bij een risicowedstrijd is de verantwoordelijkheid van de (thuisspelende) vereniging.

Wat is de visie van de KNVB op spelen zonder (uit)publiek bij amateurwedstrijden? En kan de KNVB zoiets opleggen? De KNVB heeft aangegeven dat wedstrijden in de basis beschikbaar moeten zijn voor publiek. Alle verenigingen moeten verantwoordelijkheid nemen voor het gedrag van hun supporters. Alleen tuchtrechtelijk kan de bond een verbod op publiek doen (via de Tuchtcommissie van de KNVB). Dit komt zelden voor. Slotwoord Bovenstaande opsomming van verenigingsondersteuning c.q. acties is niet sluitend. We bieden namelijk ook ondersteuning op thema's die niet worden gemeten binnen het Vitaliteitsonderzoek, zoals op de Gezonde Sportkantine en alcoholgebruik. Zo zijn we momenteel aan de slag met NIX18 in sportkantines. Hoewel er uitdagingen liggen, ben ik in de eerste plaats ontzettend trots op de Haagse sportclubs. Een hoog percentage van de Haagse sportclubs is vitaal. Ze scoren goed op het thema leden en hebben aandacht voor een positieve sportcultuur. Dat is vooral een prestatie van al die verenigingsbestuurders en hun leden. Iedere aan het onderzoek deelnemende vereniging heeft een individuele rapportage ontvangen met daarin de specifieke resultaten. In deze rapporten hebben we voor elke vereniging met maatwerk de thema’s toegevoegd waar deze vereniging ondersteuning op kan gebruiken. Denk aan de IAS-subsidie of de inzet van Sportcoördinatoren van WSDH.

We hebben de verenigingen uitgenodigd met hun Sportconsulent in gesprek te gaan over de resultaten. Het is aan de verenigingen zelf om op basis van hun eigen resultaten beleid te ontwikkelen en/of actie te ondernemen. Wij kunnen ze daarbij helpen en staan voor ze klaar.

12/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10814385

We blijven ons inzetten om de Haagse sportverenigingen vitaal te maken en te behouden. Zodat alle Hagenaars met plezier bij sportverenigingen kunnen sporten en bewegen. In 2026 vindt weer een Vitaliteitsonderzoek plaats. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening Hilbert Bredemeijer

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14844544/1