RIS320451 Bijlage 1 Nota Haags Woonwagenbeleid
Tekst van het document
Woonwagenbewoners die hun standplaats hebben verloren in Den Haag en daardoor in een reguliere woning terecht zijn gekomen, op volgorde van de wachtlijst. 6. Overige woonwagenbewoners op de wachtlijst die ten minste sinds twee jaar voorafgaand aan het moment dat de standplaats vrijkomt aansluitend staan ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente Den Haag. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving. 7. Overige woonwagenbewoners op de wachtlijst. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving. 8. Overige personen op de wachtlijst. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving. 3.4.3 Toewijzing van een nieuwe standplaats op een nieuwe locatie Ten eerste wordt 50% van de nieuwe standplaatsen toegewezen aan woonwagenbewoners die hun standplaats hebben verloren in Den Haag en daardoor in een reguliere woning terecht zijn gekomen, op volgorde van de wachtlijst. De overige 50% van de nieuwe standplaatsen wordt als volgt toegewezen (of een groter aandeel als er geen voormalige woonwagenbewoners die hun standplaats hebben verloren en daardoor in een reguliere woning terecht zijn gekomen op de wachtlijst staan): 1.
De inwonende volwassen (klein)kinderen (op volgorde van leeftijd) die nog bij hun (groot)ouders wonen in een woonwagen in Den Haag. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep van dezelfde leeftijd (in dit geval alleen meerlingen) wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving; 2. De eerstegraads familieleden van bewoners van een woonwagen in Den Haag, die ten minste sinds twee jaar voorafgaand aan het moment dat de standplaats vrijkomt aansluitend staan ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente Den Haag. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving; 3. Tweedegraads familieleden van bewoners van een woonwagen in Den Haag, die ten minste sinds twee jaar voorafgaand aan het moment dat de standplaats vrijkomt aansluitend staan ingeschreven in de
Nota Haags Woonwagenbeleid 2024
22
basisregistratie personen van de gemeente Den Haag. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving; 4. Derdegraads familieleden van bewoners van een woonwagen in Den Haag (overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten), die ten minste sinds twee jaar voorafgaand aan het moment dat de standplaats vrijkomt aansluitend staan ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente Den Haag. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving; 5. Overige woonwagenbewoners op de wachtlijst die ten minste sinds twee jaar voorafgaand aan het moment dat de standplaats vrijkomt aansluitend staan ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente Den Haag. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving. 6. Overige woonwagenbewoners op de wachtlijst. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving; 7. Overige personen op de wachtlijst. Bij meerdere gegadigden binnen deze groep wordt toegewezen op volgorde van wachtlijstinschrijving.
3.4.4 Actualisatie ‘wachtlijst’ Tijdens het participatieproces kwam meermaals naar voren dat bewoners veel vragen hebben over de wachtlijst: het is onduidelijk op welke plek ze op de wachtlijst staan, of ze überhaupt ingeschreven staan, of er personen (hoog) op de wachtlijst staan die ‘er niet op horen’ omdat ze niet afstammen van oorspronkelijke woonwagenbewoners, hoe er in het verleden met de wachtlijst is omgegaan en of er misbruik is gemaakt van de wachtlijst. Hoewel de wachtlijst een ondergeschikte rol zal spelen in de nieuwe toewijzing omdat samenleven in familieverband daarin het belangrijkste criterium is, nemen we de signalen van de bewoners serieus. We verkennen of de wachtlijst op dit moment voldoende informatie verschaft om toe te kunnen wijzen op basis van familieverband, zo niet dan zullen categorieën toegevoegd worden en ook het inschrijfformulier aangepast worden. En daarnaast, om te bevorderen dat alleen serieuze gegadigden zich inschrijven en de wachtlijst actueel blijft zullen in de toekomst jaarlijks leges worden geheven. De verlenging en de volgorde van inschrijving worden dan jaarlijks geactualiseerd, zoals bij regulier woningzoekenden. 3.4.5 Huisvestingswet en Huisvestingsverordening De Huisvestingswet is een instrument om de eerlijke en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte te reguleren.
Het gemeentelijk beleid is gericht op het wegnemen van schaarste. Om uitvoering te kunnen geven aan de nieuwe toewijzingscriteria moeten de toewijzingsregels juridisch verankerd worden in de Huisvestingsverordening dan wel een specifieke verordening over de toewijzing van standplaatsen.
3.5 Interne en externe samenwerking Het doel is om 1) het contact met woonwagenbewoners te verbeteren en om met hen uitvoering te geven aan het beleid en 2) samen met woningcorporaties uitvoering te geven aan dit beleid, ieder vanuit een eigen verantwoordelijkheid. Ook de intern gemeentelijke samenwerking moet versterkt worden om dit doel te realiseren.
Nota Haags Woonwagenbeleid 2024
23
3.5.1 Participatie woonwagenbewoners en omwonenden Zoals in alle stedelijke ontwikkelingsprojecten is participatie van huidige en toekomstige bewoners en omwonenden een vereiste. Tijdens het uitgevoerde participatie proces in 2024 is met de woonwagen bewoners besproken hoe we het beste met elkaar in gesprek kunnen blijven. Woonwagenbewoners willen regelmatig op de hoogte gehouden worden over de voortgang van het beleid en de resultaten die gerealiseerd worden. Dit doen we middels algemene bewonersbrieven die naar alle locaties gaan. Daarnaast organiseren we structureel, 2-3x per jaar, een stadsbrede bewonersavond. Tijdens deze stadsbrede bewoners avonden gaan we in op de voortgang van het beleid. Indien nodig organiseren we thema-specifieke bijeenkomsten, bijvoorbeeld over verticale uitbreiding of erfpacht. Voor locatie specifieke vraagstukken gaan we langs op de locaties zelf. Het doel hiervan is dat woonwagenbewoners goed geïnformeerd zijn en dat we kunnen werken aan het herstellen van het vertrouwen in elkaar. Tevens is het idee ontstaan om een bewoners adviescommissie op te stellen die we kunnen raadplegen bij specifieke onderwerpen zoals bijvoorbeeld de inrichting van nieuwe locaties, de toewijzing van standplaatsen op nieuwe locaties of de ontwerpverkenning naar verticale uitbreiding.
Het idee is dat per woonwagenlocatie maximaal twee vertegenwoordigers in de adviescommissie kunnen deelnemen en daarbij is het belangrijk dat de adviescommissie onafhankelijk is. We gaan dit samen met de bewoners verder vormgeven en uitwerken. Bij uitbreiding van standplaatsen (op bestaande en nieuwe locaties) voeren we participatie met de huidige en toekomstige woonwagenbewoners en omwonenden. Omwonenden worden geïnformeerd en kunnen reageren. 3.5.2 Samenwerking met woningcorporaties en beheerorganisatie(s) in Den Haag We gaan een structureel overleg met woningcorporaties en de beheerorganisatie opstarten (of hiervoor het bestaande vehikel Stichting woonwagenlocaties Den Haag benutten) zodat partijen met elkaar in verbinding blijven. In dit structureel overleg bespreken we de uitvoering van het beleid, de voortgang van de prestatieafspraken en praktijksituaties. Het doel hiervan is om intensiever met elkaar samen te werken op dit beleidsdossier en om tot betere resultaten te komen met elkaar. Periodiek kan een vertegenwoordiging van de woonwagenbewoners aan het structurele overleg deelnemen zodat we ook op die manier goed met elkaar in gesprek zijn.
Prestatieafspraken Met de woningcorporaties worden in de nieuwe raamovereenkomst (2026-2030) en jaarlijkse prestatie afspraken verder nadere afspraken gemaakt over de overdracht van het beheer van de woonwagenlocaties vanuit de gemeente aan de corporaties. Nu is bijna de helft van de standplaatsen nog in beheer van de gemeente. Ook worden afspraken gemaakt over de wijze waarop tot een meer gevarieerde mix van huur- en koopstandplaatsen en huur- en koopwoonwagens te komen al naar gelang er vraag naar is. In de jaarlijkse cyclus van prestatieafspraken tussen woningcorporaties en gemeente is het gebruikelijk om huurderorganisaties te betrekken. Het is voorstelbaar dat we de bewonersadviescommissie bij de prestatieafspraken betrekken, zodat de belangen en aandachtspunten van woonwagenbewoners ook hierin worden verankerd.
Nota Haags Woonwagenbeleid 2024
24
3.5.3 Samenwerking met de regio, het Rijk en kennisorganisaties In het kader van de regionale woonzorgvisie wordt de samenwerking met regiogemeenten op het gebied van Woonwagenstandplaatsen verder vormgeven. Ook staan we in verbinding met de ontwikkelingen binnen de Rijksoverheid, VNG en kennisorganisaties op het gebied van Woonwagenbewoning. Hierdoor verbreden we onze kennis over het dossier en halen we inspiratie op.
3.6 Aandacht voor leefbaarheid en welzijn De focus van deze beleidsnota is de huisvesting van woonwagenbewoners. Naast huisvesting is het belangrijk om aandacht te hebben voor eventuele sociaal/maatschappelijke vraagstukken die spelen binnen de woonwagengemeenschap. We hebben hier tijdens het participatieproces bij stil gestaan. In de gesprekken werd met name de (verkeers)veiligheid op woonwagenlocaties door woonwagenbewoners genoemd. Daarnaast is bekend dat de huidige overbewoning het persoonlijk welzijn beïnvloedt en dat er veel mantelzorg geleverd wordt. Het doel is dat woonwagenbewoners gezond en veilig kunnen wonen op woonwagenlocaties en net zoals andere inwoners van onze stad optimaal gebruik kunnen maken van de gemeentelijke voorzieningen. 3.6.1 Contact met de gemeente Voor woonwagenbewoners staat de familie op één. Samenleven in familieverband en zorgen voor elkaar is heel normaal en een van de belangrijkste waarden voor deze gemeenschap. Ze kijken naar elkaar om, staan voor elkaar klaar en leveren mantelzorg voor hun familie. Het is een voorbeeld van zelfredzaamheid en sociale cohesie. Tegelijkertijd spelen er wel degelijk vraagstukken waarbij de gemeente kan ondersteunen met haar voorzieningen en regelingen.
Denk daarbij aan ondersteuningsregelingen voor mantelzorg, financiële hulpverlening, opleiding, werkgelegenheid, zelfstandig ondernemerschap en gezinsgerichte ondersteuning. Het is echter niet vanzelfsprekend dat woonwagenbewoners de weg naar de gemeente weten te vinden en er gebruik van maken. Door ervaringen uit het verleden staan woonwagenbewoners sceptisch tegenover de overheid en overheidsinstanties. Op dit moment vertrouwen zij slechts één of enkele ambtenaren. Enerzijds is dit positief, omdat op deze wijze de overheid voor deze bewoners dichtbij is en er zodoende persoonlijk contact is en maatwerk geleverd wordt. Anderzijds is dit heel kwetsbaar omdat de vertrouwensrelatie en werkdruk rust op slechts enkele ambtenaren. Als die wegvallen dan valt ook de basis voor overheidshulp en het contact met de gemeenschap weg. Daarom is het de bedoeling om te zorgen dat de bewoners beter hun weg weten te vinden naar de gemeente. De gemeente zet in dat de woonwagenbewoners beter bekend zijn met de reguliere contactlijnen van de gemeente. En dat de reguliere contactlijnen in de gemeente kennis hebben van de cultuur, geschiedenis en vraagstukken van woonwagenbewoners. Dit om ervoor te zorgen dat het bestaande aanbod beter bekend wordt bij woonwagenbewoners en de toegankelijkheid van ondersteuning en voorzieningen wordt vergroot.
3.6.2 Leefbaarheid Het algemene uitgangspunt van een woonwagenlocatie is dat dit een prettige leefomgeving is. Doordat er sprake is van over b ewoning op de woonwagenlocaties is ook de druk op de vaak krap bemeten openbare infrastructuur toegenomen doordat bijvoorbeeld meer voertuigen dan beschikbare parkeerplaatsen op de woonwagenlocaties staan geparkeerd. Ook wordt er door over bewoning meer huishoudelijk afval geprodu-
Nota Haags Woonwagenbeleid 2024
25
ceerd. Door deze factoren zal extra aandacht worden besteed aan het Schoon, Heel en Veilig houden van de Haagse Woonwagenlocaties middels beheer- en onderhoud dat onder andere toeziet op Groen, Openbare Verharding, Milieu en Speelterreinen. 3.6.3 Schoon, heel en veilig Het beheer en het onderhoud van de woonwagenstandplaats (en woonwagen) zijn de verantwoordelijkheid van de eigenaar-bewoners, corporaties en gemeente. De gemeente en corporaties hebben een overeenkomst met een externe beheerorganisatie voor de uitvoering van het beheer een onderhoud. Deze partijen staan gezamenlijk voor het doel dat de woonwagenlocaties schoon, heel en veilig zijn én ook blijven. Er zijn onderlinge afspraken tussen eigenaar-bewoners, corporaties, extern beheer en gemeente over de rolverdeling en verantwoordelijkheid. Een woonwagenlocatie dient te voldoen aan alle wettelijke kaders. Bij het niet voldoen aan de wettelijke kaders wordt handhaving daar waar mogelijk is samen aangepakt. 3.6.4 Discriminatie en sociale inclusie Nederland heeft van de Europese Unie de opdracht gekregen om met een monitor in kaart te brengen hoe het staat met de sociale inclusie van Roma en Sinti in Nederland. Sinds 2013 wordt om het jaar onderzoek gedaan in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
In 2024 verscheen de meest recente Monitor Sociale Inclusie: meting 5, de vierde vervolgmeting naar de woon- en leefomstandigheden van Roma en Sinti in Nederland. Uit de metingen blijkt dat er sprake is van enige verbetering, maar dat woonwagenbewoners vaak nog steeds een achterstandspositie hebben ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. In deze monitor zijn de eerste voorzichtige signalen te zien voor een verbetering van de onderwijspositie van de jongere generaties. Verschillende professionals benoemen dat de jonge ouders zelf vaak meer onderwijs hebben genoten, dat zij hierdoor het belang van goede educatie inzien en dat zij hun kinderen vervolgens stimuleren en meer kunnen helpen. De doorwerking naar andere levensdomeinen is nog niet gerealiseerd. Dit betreft dan onder meer het niveau van huisvesting, arbeidsparticipatie, gezondheid en veiligheid. Dit benadrukt het belang om aandacht te hebben voor deze aspecten. De manier waarop de gemeente hierbij kan ondersteunen, verkennen we de komende tijd met woonwagenbewoners.
Nota Haags Woonwagenbeleid 2024
26
4. Uitvoering van deze beleidsnota De ambitie is om te komen tot 80 nieuwe standplaatsen, binnen de planologische, technische en juridische mogelijkheden en met participatie van woonwagenbewoners en omwonenden. De gemeente actualiseert de opgave op basis van het woonbehoefteonderzoek 2025. De uitbreiding vindt plaats op bestaande en nieuwe locaties. Om tot een realisatie van de opgave te komen en uitvoering te geven aan deze beleidsnota zal na vaststelling van het beleid een uitvoeringsplan opgesteld worden inclusief een voorlopige planning. Dit hoofdstuk biedt een eerste aanzet voor een uitvoeringsplan en geeft richting aan de financiële onderbouwing voor de uitvoering. Het uitvoeringsplan zal ingaan op onderstaande inventarisatie van benodigde activiteiten. Onderstaande lijst is slechts een eerste inventarisatie en geeft een prioritering van de activiteiten voor de korte termijn, maar is nog niet volledig of definitief. Vanuit de vijf beleidsdoelen zijn de volgende acties voor de komende periode voorzien: 1
Uitbreiden standplaatsen • Verplaatsing locatie Energiestraat naar nieuwe locatie (permanent). • Uitbreiding standplaatsen op bestaande locaties. • Ontwerpverkenning verticale uitbreiding standplaatsen met als doel een kader voor verticale uitbreiding te ontwikkelen en verticale uitbreiding binnen 2 jaar mogelijk te maken. • Uitbreiding standplaatsen op 1 à 2 nieuwe locaties binnen 5 jaar. • Elke 5 jaar monitoren behoefte aan nieuwe standplaatsen. • Uitbreiding standplaatsen op 1 à 2 nieuwe locaties binnen 5 tot 10 jaar (indicatief 20-30 standplaatsen) afgestemd op de behoefte en in afstemming met de regiogemeenten. • Wijziging standplaatsmogelijkheden in bestemmingsplannen/omgevingsplan aan het geactualiseerde woonwagenbeleid.
2
Voldoende gedifferentieerd aanbod • Mogelijk maken van erfpacht/koop op gemeentelijke woonwagenlocaties. • Overdracht huurstandplaatsen gemeentelijke woonwagenlocaties aan woningcorporaties. • Overdracht sociale huurwoonwagens naar woningcorporaties. • Binnen afzienbare termijn uitbreiden van het aantal huurwoonwagens door corporaties conform de behoefte/noodzaak eraan. De gemeente ondersteunt waar mogelijk, bijvoorbeeld door het aanvragen van landelijke subsidiemogelijkheden. • Mogelijk maken van erfpacht/koop op woonwagenlocaties in beheer van corporaties.
3
Toewijzing van standplaatsen • Aanpassen toewijzings- en wachtlijstsystematiek. • Verankeren van toewijzingscriteria in Huisvestingsverordening of andere verordening. • Actualisatie van de wachtlijst en invoeren van inschrijfgeld. • Over 2 jaar evaluatie van de toewijzingscriteria.
Nota Haags Woonwagenbeleid 2024
27
4
Interne en externe samenwerking • Interne organisatie doorontwikkelen. • Opbouwen overleg- en participatiestructuur met woonwagenbewoners op stedelijk- en locatie specifiek niveau. • Structureel overleg met woningcorporaties opzetten. • Afstemmen met uitvoeringspartners, regio, ministerie BZK en kennisorganisaties.
5
Aandacht voor welzijn • Nader uit te werken.
6
Monitoring en evaluatie
Tweejaarlijks zal de voortgang omtrent deze beleidsnota in de voortgangsrapportage woonvisie worden opgenomen en aan de raad worden aangeboden. Onderwerpen die in de voortgangsrapportage worden meegenomen: • Hoeveel standplaatsen en woonruimte is toegevoegd door middel van horizontale en verticale uitbreiding op bestaande en nieuwe locaties. • Hoeveel standplaatsen in erfpacht/koop zijn uitgegeven. Naast de voortgangsrapportage woonvisie zullen we twee jaar na implementatie de volgende onderdelen uit deze beleidsnota evalueren: • Hoe de toewijzing van standplaatsen verloopt op basis van de nieuw opgestelde criteria. • In hoeverre bewoners op de hoogte zijn van het beleid en zich betrokken voelen bij de uitvoering / de mate waarin bewoners tevreden zijn over de voortgang. • Evaluatie van financiële kosten en of de begrootte kosten aangepast dienen te worden. • De woonbehoefte en zorgvraag van ouderen in de woonwagengemeenschap. De mate waarin woningcorporaties hun verantwoordelijkheid nemen om huurstandplaatsen en de huurwoonwagens van de gemeente over te nemen en sociale huurwoonwagens aan te schaffen en te exploiteren monitoren we via de prestatieafspraken en de meerjarige raamovereenkomst met de woningcorporaties. Na vaststelling van de nota, zullen deze acties samen met bewoners en partners verder uitgewerkt worden.
Nota Haags Woonwagenbeleid 2024
28
5. Financiële paragraaf Uitbreiding van standplaatsen We hanteren een gemiddelde van € 150.000 euro per standplaats voor de inrichting en aankoop van grond, exclusief woonwagen. Deze raming is als volgt opgebouwd: • De kosten voor het aanleggen van 1 standplaats ligt tussen de € 70.000 en € 115.0008. Dit zijn de kosten voor het plaatsen van de fundering, bestrating, aansluitingen, plaatsing van een berging, de begeleiding en aanschaf van de grond (en is dus exclusief woonwagen). Afhankelijk van de locatie en grondprijs kan dit bedrag hoger of lager zijn. We hanteren een gemiddelde van € 100.000 euro per standplaats voor de inrichting en aankoop van grond, exclusief woonwagen. • Andere aspecten, zoals natuurcompensatie of bodemsanering, zijn buiten beschouwing gelaten. Daarom hanteren we een onvoorziene kostenpost van € 50.000 per standplaats om dit soort onvoorziene omstandigheden te dekken. Daarmee zal de totale investering voor de komende 5 jaar rond de € 6 mln. liggen, voor de realisatie van 40 standplaatsen. Een bijdrage van de dekking is als volgt voorzien: • Vanuit het coalitieakkoord is € 3.5 mln. gereserveerd (Uitbreiding bestaande Woonwagenlocaties, programma 13), waarvan € 2,7 mln. voor de verplaatsing en uitbreiding van de woonwagens op de Energiestraat naar de Henri Faasdreef. De uitbreiding van de Henri Faasdreef (fase 2) bestaat uit 14 woonwagenstandplaatsen.
Daarnaast is € 800.000 gereserveerd voor de uitbreiding van Isabellaland met 8 woonwagenstandplaatsen. • Vanuit de Enecomiddelen is € 2.5 mln. gereserveerd (Extra impuls voor betaalbaar wonen voor sociale woningbouw en starterswoningen, programma 13). De verwachting is dat, afhankelijk van hoe e.e.a. zich ontwikkelt, hiermee een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de uitbreiding van standplaatsen in de eerste tranche (komende vijf jaar). Exacte uitgaven hangen uiteraard samen met de exacte plannen en zijn niet volledig te voorspellen. De exacte kosten per nieuwe c.q. uitbreidingslocatie worden te zijner tijd inzichtelijk gemaakt met een financiële onderbouwing. Indien nodig wordt aanvullende dekking gezocht. Voor de tweede tranche, uitbreiding van +- 40 standplaatsen over 5-10 jaar, zal er nog dekking gezocht moeten worden. Woonbehoefteonderzoek Dekking voor het 5-jaarlijkse woonbehoefteonderzoek wordt voor het desbetreffende begrotingsjaar georganiseerd (programma 13). De inschatting van de kosten voor het woonbehoefteonderzoek is circa € 60.000,-.
8 Onderzoek kosten woonwagenstandplaatsen – voor ministerie van BZK, Companen (2022)
Nota Haags Woonwagenbeleid 2024
29